Nadere toelichting bij raadsvoorstel Begroting 2024 over Klimaatdoelstellingen Begroting 2024
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 23bst01575 Dossiernummer 23.44.103_7.2.3. B&W beslisdatum 03 november 2023
Nadere toelichting bij raadsvoorstel Onderwerp: Klimaatdoelstellingen Begroting 2024.
Tijdens de meningsvormende behandeling van de Begroting 2024 heeft Wethouder Thijs naar aanleiding van vragen van Dhr. Roothans toegezegd een nadere toelichting toe te zenden over de klimaatdoelstellingen in de Begroting 2024. Totstandkoming In de Kadernota 2024 is besloten de klimaatdoelstellingen op te nemen in de Begroting 2024 en per taakveld reductiedoelstellingen vast te leggen. Uitgangspunt daarbij is de Klimaatverordening 2016. Daarmee zijn de vele verschillende plannen en doelen die in de loop van de jaren zijn gesteld, geïntegreerd in de P&C-cyclus in de vorm van jaarlijks afnemende uitstootplafonds die toewerken naar 55% reductie (Klimaatverordening) en 80% reductie (EU-missie) ten opzichte van referentiejaar 1990. Om dit te vertalen naar een absoluut uitstootplafond, moet per taakveld de ‘baseline’ van 1990 worden bepaald. Berekening Tot 2010 zijn alleen emissies bekend vanuit de bronbenadering. De uitstoot van elektriciteitsproductie komt dan volledig voor rekening van de locatie waar een elektriciteitscentrale staat. Voor een goede weergave van de uitstoot van het Eindhovense energieverbruik is echter de verbruikersbenadering relevant. Voor de emissies van het Eindhovense elektriciteitsverbruik in 1990 moet dus een inschatting worden gemaakt. Daarbij is de uitstoot in 2020 gebruikt als referentie.
In dat jaar was het aandeel van de emissies van de nationale elektriciteitssector in de totale emissies namelijk gelijk aan het aandeel
Inboeknummer 23bst01575 in 1990. Deze emissie is vervolgens verdeeld onder de verschillende sectoren aan de hand van het gemiddelde aandeel dat deze sectoren hadden in het totale elektriciteitsverbruik van Eindhoven in de jaren 2010-2020. Verschuiving baseline Op basis van bovenstaande herberekening is de totale uitstoot, ofwel de baseline in 1990, vastgesteld op 1.216.317 ton, exclusief autosnelwegen en 1.289.422 ton inclusief autosnelwegen. Dit is een hogere waarde dan de baseline van 1.194.160 ton waarmee tot vorig jaar gerekend werd. Uitstoot Gemeentelijke organisatie De aparte subdoelstelling voor de gemeentelijke organisatie, zoals geformuleerd in het Klimaatplan 2021-2025 om in 2025 geheel uitstootvrij te zijn, is niet overgenomen in deze begroting. Daarbij was de volgende winstwaarschuwing opgenomen: In het plan is daarbij de volgende kanttekening opgenomen: „de verwachting is dat we hiermee een belangrijke stap kunnen zetten richting de doelstelling voor 2025, zonder overigens nu al te kunnen garanderen dat we deze helemaal gaan halen. Inmiddels is namelijk ook duidelijk geworden dat er uitdagingen zijn, financieel, technisch, samenwerking, etc.
Vooral om op grote schaal van het aardgas af te gaan is een brede integrale systeemaanpak nodig.” Daarmee verwees het Klimaatplan al naar de aankomende problematiek van netcongestie, die grootschalige elektrificatie van de warmtevraag ernstig belemmert. Op 1 februari 2022 is per Raadsinformatiebrief (21bst1818) aangegeven dat het uitstootvrij maken van de gemeentelijke panden niet zou worden gehaald.: “het is nog niet mogelijk om de eigen panden te verduurzamen tot nul procent CO₂-uitstoot zonder extra geld, voor zowel (een deel van) de ingrepen zelf, als voor de bijbehorende apparaatskosten.” De uitstootcijfers onder taakveld 0.3 behoeven nog een nuance. Circa 70% van deze CO₂-uitstoot is toe te schrijven aan elektriciteitsverbruik. Deze elektriciteit wordt geleverd met garanties van oorsprong (GvO’s) die afkomstig zijn van Nederlandse duurzame energieprojecten en is dus emissievrij. Echter, aangezien niet te achterhalen is in hoeverre er binnen andere taakvelden en sectoren gebruik gemaakt wordt van emissievrije elektriciteit, is omwille van de vergelijkbaarheid van de cijfers is over alle taakvelden gerekend met de nationale emissiefactor voor elektriciteit. Indien we voor de gemeentelijke organisatie met nul emissie hadden gerekend, was de uitstoot van de gemeentelijke organisatie, exclusief mobiliteit, uitgekomen op 6,47 kiloton.
2
Inboeknummer 23bst01575 Van de gemeentelijke gebouwen zijn het stadhuis en de stadhuistoren reeds aardgasvrij. Mercado wordt in 2024 aardgasvrij opgeleverd, verduurzaming van het NRE-gebouw is in 2026 gereed en het van Abbe Museum in 2028. Voor de kernportefeuille van SVV wordt de verduurzaming in de periode tot en met 2030 uitgerold. Ten aanzien van de gemeentelijke mobiliteit zijn nu geen harde cijfers te geven, aangezien motorbrandstofverbruik niet centraal wordt geadministreerd. Een aanzienlijk deel van het wagenpark is op momenten van natuurlijke vervanging al emissievrij. Voor vervanging van het resterende deel is aanvullend budget nodig indien eerder tot vervangen wordt overgegaan dan het moment van volledige afschrijving. Indien de raad de doelstelling uit het klimaatplan 2021-2025 ten aanzien van de gemeentelijke organisatie zou willen overnemen in de begroting 2024, kan dat door in hoofdstuk 6, taakveld 0.3 op pagina 103/104 de tabel ‘Wat willen we bereiken’ te wijzigen als volgt:
1 CO₂-reductie eigen vastgoedportefeuille Doelstelling klimaatplan 2021-2025: een geheel uitstootvrije gemeentelijke organisatie in 2025.
Effectindicatoren
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Directe CO₂-uitstoot eigen
21,3
vastgoedportefeuille cf
(2021)
6,2
0
Klimaatplan 2021-2025 (Kton)
Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
secretaris
3
0
0