CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Nadere technische informatie raad Stationsomgeving Zuid

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Stationsplein (District-E)2.237 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Raadsnummers 21bst00683, 21bst00759 en 21bst00182 Verzenddatum 21 juni 2021

Memo -

Betreft: Toegezegde nadere toelichting bij Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Lichthoven fase 1 (kavel A) Raadsvoorstel tot (gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan Lichthoven fase 2 Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Stationsplein (District-E) Voor de behandeling van de bestemmingsplannen op 22 juni a.s. is toegezegd verduidelijking te geven over: a. hoe de ontwikkelingen op het spoor zich verhouden tot de huidige en toekomstige plannen; b. de ecologische verbindingszone onder andere in relatie tot het leefgebied van de bever; c. de bouwrichting van de toren(s) en of dit nog aan te passen is; d. de realisatie van de groencompensatie bij Lichthoven; e. (namens wethouder List:) de raad te informeren over de ‘actualisatie’ van Eindhoven op weg. Hieronder vind u de antwoorden. Ad a.

Vervoer gevaarlijke stoffen.

Besluit externe veiligheid (per 1/4/2015) Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. Volgens het Bevt dienen in bepaalde gevallen ruimtelijke ontwikkelingen getoetst te worden aan het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. Ook geldt voor het spoor een plasbrandaandachtsgebied. In onderstaande wordt op de drie normen ingegaan. Plaatsgebonden risico In een zone tot 5 meter vanaf het hart vanaf het meest nabij gelegen spoor mogen geen kwetsbare objecten, zoals woningen en grotere kantoren, worden gebouwd. De 3 ontwikkelingen aan de zuidzijde van het spoor liggen buiten deze zone.

Plasbrandaandachtsgebied Voor het spoor geldt een plasbrandaandachtsgebied tot 30 meter vanaf de buitenste spoorstaaf. Als er binnen deze contour gebouwd wordt gelden strengere bouwregels, zoals extra brandwerendheid van de gevel aan de spoorzijde. Omdat District E deze zone raakt, wordt voor dit plan o.a. ook een goot voor afvoer van brandbare vloeistoffen gerealiseerd. Groepsrisico Groepsrisico is een maat voor maatschappelijk ontwrichting. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een zogenaamde FN-curve, waarbij de kans wordt afgezet tegen het aantal mogelijke slachtoffers bij een ernstige calamiteit op het spoor. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht tot 200 meter van het spoor. Bij deze verantwoording dient gekeken te worden naar mogelijkheden om het groepsrisico te verlagen. Bij de ontwikkelingen aan de zuidzijde van het spoor is hier naar gekeken. Naast het niet nabij het spoor toestaan van (aangewezen) groepsvoorzieningen voor niet-zelfredzame personen (omdat omvang groepsleiding te beperkt is om alle personen bij vluchten voldoende te kunnen begeleiden), worden er diverse veiligheidsverhogende maatregelen getroffen, zodat de gebouwen beter beschermd zijn. Denk o.a. aan centraal uit te zetten ventilatiesystemen, ter hoogte van district-E een goot die vloeistoffen versneld kan afvoeren, explosievrije vluchtroutes, brandwerende gevels, e.d.

Met name er op gericht dat mensen zich bij een calamiteit in veiligheid kunnen brengen. Door deze maatregelen rest er nog een kleine kans dat personen komen te overlijden naar aanleiding van een calamiteit op het spoor. Herijking Basisnet spoor Sinds het inwerking treden van het zogenaamde Basisnet in 2015 gaan er meer gevaarlijke stoffen over de Brabantroute dan op dat moment is afgesproken. Wij hebben hier het ministerie regelmatig op aangesproken. Het ministerie is daarom een traject gestart “herijking Basisnet spoor”. Ter voorkoming van groei van transporten over de Brabantroute heeft de gemeente Eindhoven fel gereageerd. Samen met de andere gemeenten langs de Brabantroute en de Provincie is een lobby gaande om de transporten niet (of beduidend minder) door Brabant te laten gaan. Hiertoe is een position paper overhandigd aan de staatssecretaris. In dit paper zijn oplossingsrichtingen benoemd om zo veel mogelijk transporten van gevaarlijke stoffen van de Brabantroute te halen. De aanleg van buisleidingen Rotterdam – Chemelot - Noordrijn Westfalen, de aangelegde Betuweroute, en mogelijk verdergaande benutting van de binnenvaart, zijn serieuze verbetermogelijkheden. De ontwikkelingen aan de zuidzijde van het spoor zijn door de veiligheidsverhogende maatregelen nog te verantwoorden.

De toekomstige grote toevoegingen aan de noordzijde van het spoor komen mogelijk wel in het gedrang als het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor gaat groeien. Vooral de met het rijk afgesproken woningbouw (incl de overeengekomen inspanningsplicht externe veiligheid in de woondeal) verlangt dat juist de mix van functies in dat gebied mogelijk moet blijven. T.b.v. deze toekomstige plannen, maar zeker ook t.b.v. alle bestaande woningen nabij het spoor in Eindhoven en Brabant, blijft de gemeente Eindhoven samen met de andere Brabantse spoorgemeenten en de provincie scherp inzetten op alternatieven bij het rijk.

Dat deden zij al bij het huidige kabinet, en zullen daar ook bij het nieuwe kabinet zwaar op acteren.

Ad b.

Ecologische verbinding noord-zuid.

Begrenzing EVZ Voor wat betreft de herbegrenzing van de EVZ (ecologische verbindingszone) is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de provinciale aanduiding EVZ en de feitelijk aanwezige, gerealiseerde EVZ. De herbegrenzing heeft namelijk wel betrekking op de provinciale aanduiding die deels over het parkeerterrein ligt, maar niet op de gerealiseerde EVZ. Op kaart 4 van de Interim Omgevingsverordening staan de structuren en aanduidingen rondom natuur en stiltegebieden. Voor de Dommel (en in een 50 meter brede zone) zijn de gebiedsaanduidingen van toepassing, zoals op onderstaande afbeelding is weergegeven. De aanduiding 'Natuur Netwerk Brabant' geldt voor het water van de Dommel. De aanduiding 'Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone' is breder, deze heeft ook betrekking op de gronden ter weerszijden van de Dommel. De breedte van de aanduiding is 50 meter. Op deze afbeelding is te zien dat het paars aangegeven gedeelte over het parkeerterrein ligt:

Op de verbeelding van het bestemmingsplan staat aangegeven wel gedeelte van de (papieren) EVZ wordt verwijderd:

Het grootste deel van de gronden naast de Dommel krijgt de bestemming Natuur (in groen aangegeven). De oranje arcering in het oranje vlak is de te verwijderen EVZ. De begrenzing van de EVZ in de Interim Omgevingsverordening is in dit geval onjuist, omdat de feitelijke ecologische verbindingszone al is gerealiseerd, maar de aanduiding 'Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone' breder is dan de gerealiseerde EVZ. Deze is tevens geprojecteerd op gronden die geen deel van de EVZ uitmaken. De gronden buiten de gerealiseerde EVZ hebben geen functie in het behoud en het beheer van de EVZ en ontwikkeling van de gronden buiten de gerealiseerde EVZ leidt er niet toe dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone. De gerealiseerde EVZ kan blijven functioneren. De onderbouwing hiervan is te vinden in een beoordeling van effecten op de ecologische verbindingszone Dommel (“Ontwikkeling EDGE te Eindhoven, advies EVZ de Dommel. Toetsing aan de planologische gebiedsbescherming (NNB), Stationsweg te Eindhoven 29 mei 2020”). Zie bijlage. Uit dit rapport blijkt dat de zone op deze locatie geen essentiële functie voor de aangewezen doelsoorten van de EVZ heeft. Het project heeft daarmee geen significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het aangewezen Natuurnetwerk Brabant.

Binnen het terrein van de stedenbouwkundige ontwikkeling worden daarnaast natuurwaarden aangebracht, in de huidige situatie is het terrein in gebruik als parkeerplaatsvoorziening, met alleen groene waarden aan de randen van het terrein. Om te borgen dat het terrein, met name de oeverzone en Dommel, in haar huidige omvang en kwaliteit aanwezig blijft, worden o.a. de volgende mitigerende maatregelen getroffen: • een fysieke afscheiding wordt gerealiseerd, zodat de waarden niet degraderen (met andere woorden: er dient voorkomen te worden dat het gebied betreden wordt om zo de waarden van de oeverzone en de verbindingsfunctie te handhaven),

•

uitstralende verlichting wordt niet toegestaan; uitgangspunt met betrekking tot het aanbrengen van verlichting, bijvoorbeeld langs wandelpaden (ook in de zone parallel langs het spoor in het plangebied) of parkeerplaatsen, moet zijn dat de verlichting laag en objectgericht wordt geplaatst, er geen boomkruinverlichting wordt toegepast, en geen verlichting uitstraalt op het water van de Dommel (aandachtspunt hierbij is het toepassen van lage, weinig uitstralende verlichting van de trap aan de oostgevel van de nieuwbouw).

Om de huidige natuurwaarden in het gebied te versterken, worden volgende maatregelen getroffen: Verblijfsmogelijkheden voor broedvogels in de vorm van nestkasten worden gerealiseerd; • Voor diverse vleermuissoorten worden kasten aangebracht; • Inheemse beplantingen en heesters worden aangebracht; • Het parkeerdek en dakterras wordt groen ingericht (sedumdak). Voor de volledigheid heeft nog een extra toets plaatsgevonden over deze maatregelen. Deze toets is toegevoegd aan de bijlagen: “Notitie second opinion mitigerende maatregelen herbegrenzing NNB/EVZ Dommel Stationsweg in Eindhoven.” Het toepassen van ‘kleinschalig herbegrenzen’ is daardoor mogelijk. Gedeputeerde Staten hebben inmiddels besloten om de relevante begrenzingen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant aan te passen. Terzijde merken wij op dat bij de uitwerking van de reconstructieplannen voor de Stationsweg o.a. samen met TGE ook onderzocht gaat worden in hoeverre het (fietsenstallings-)plein bij de Effenaar, alsmede het p-terrein voor (‘rijdend’) NSpersoneel aan de oostzijde van de Dommeloever, kan worden ‘vergroend’. Met NS is het gesprek hierover reeds opgestart. Bever Om uitsluitsel te geven of de geplande ontwikkelingen mogelijk effect hebben op al dan niet aanwezige bevers is een “Inventarisatie beversporen” (februari 2021) uitgevoerd. Zie bijlage.

Gericht ecologisch onderzoek heeft uitgewezen dat bevers geen voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (burchten en holen) hebben gemaakt in de oevers van de Dommel grenzend aan het plangebied. Ook zijn geen burchten en holen aangetroffen langs de oevers van de Dommel tot één kilometer van het plangebied. De kans dat de bever zich in de toekomst vestigt door een burcht te maken of een hol te graven in het plangebied is klein. Temeer gezien het feit dat een groot deel van de betreffende oevers verhard zijn met puinverharding. Volledigheidshalve merken we op dat de oever van de Dommel binnen het plangebied wel gebruikt wordt als foerageergebied en doortrekgebied, van belang voor doortrekkende bevers. De beperkte omvang van het foerageergebied en de puinverharding van de oever naast het plangebied maakt dat het hier wordt beoordeeld als niet essentieel foerageergebied voor het functioneren van voortplantings- of rustplaatsen, mede omdat elders in Eindhoven centrum grote oppervlaktes alternatief foerageerbied aanwezig zijn, zoals in en langs de poelen aangrenzend aan de Dommel ter hoogte van de Technische Universiteit.

Met de beoogde plannen en werkzaamheden van EDGE worden derhalve geen verbodsbepalingen in de Wnb ter bescherming van de bever overtreden. Er is geen ontheffing nodig. Ad c.

Bouwrichting gebouwen Lichthoven.

Voor de stedenbouwkundige invulling van Lichthoven is al vroeg na het sluiten van de eerste contracten, en door toenmalig(e) college en raad vervat in ‘Verbinden en verblijven’, gekozen voor een dubbele rij blokken die in oost-west richting zijn gepositioneerd. Dit heeft te maken met de vorm van de zone (langgerektheid en relatief beperkte diepte), en het feit dat de zone alleen vanuit de zuidelijk gelegen stationsweg kan worden ontsloten (aan de noordzijde ligt het spoor). Op deze manier kan de bebouwing aan het spoor worden ontsloten via een nieuwe oost-west voetgangersverbinding. Een ‘kamstructuur’ zou leiden tot een moeilijkere ontsluiting en ontbrekende oost-west-doorwaadbaarheid. De bebouwing van de middelste blokken aan de Stationsweg is bewust lager gehouden zodat deze past bij het profiel van de Stationsweg (hoogte is vergelijkbaar met het tegenover gelegen appartementengebouw Mariënburg). Aan de beide koppen is de bebouwing hoger, omdat hier grotere stedelijke ruimtes aan grenzen: Stationsplein en Dommel. Overigens, omdat de bebouwing aan de noordkant van de bestaande bebouwing ligt, zijn de bezonningseffecten minimaal. Ad d.

Lichthoven en groen.

Bij project Lichthoven fase 2 (Edge) is primair gekozen voor fysieke compensatie binnen het plangebied. Het groenplan gaat in op hoe de aangetaste groene kwaliteit wordt beschermd, hersteld en/of gecompenseerd wordt. In de bestaande situatie is sprake van een vrijwel geheel verhard parkeerterrein met enig (versnipperd) groen aan de randen. In de nieuwe situatie worden in het bouwplan de daken van heembeplanting (in combi met zonnepanelen) voorzien, en de dakterrassen en borders met graskruidenmengsels en meerjarige vaste planten aangeplant. Tevens zij 2 groene gevels voorzien, en wordt het openbaar te gebruiken dek ingericht met inheemse bomen, struiken, planten en graskruiden. Met een toevoeging van ca. 4.000m2 voldoet het plan daarmee aan de streefwaarde uit het Groenbeleidsplan 2016 – 2026.

M.b.t. de bomen kan verder worden vermeld, dat 13 van de 14 te kappen bomen fysiek worden gecompenseerd op het semi-openbare dek en in het atrium. Gelet op het verschil in waarde tussen de 14 oude en 13 nieuwe bomen, en volledige fysieke compensatie binnen het bouwproject zelf niet haalbaar is, wordt het restant financieel gecompenseerd door storting in het bomencompensatiefonds. Hierbij geldt dat de monetaire waarde van de te kappen met een compensatiefactor van 5 (centrumgebied) vermenigvuldigd dient te worden. Dit resulteert in een resterende financiële compensatieplicht, danwel (volgens de Verordening Bomen 2021 heeft fysieke compensatie de voorkeur boven financiële compensatie) herplant elders in het gebied. De strook tussen het spoor en de bebouwing tot aan het Dommeltunneltje is kansrijk om een kwaliteitsimpuls te geven met invulling van groen. Bij het maken van het definitieve inrichtingsplan van Lichthoven fase 1 (waarin de strook als zoekgebied opgenomen is) moet hier uitsluitsel over geven.

Ad e.

‘Actualisatie’ Eindhoven op Weg.

De vraag hoe we de actualisatie Eindhoven op Weg gaan invullen ligt weldra voor. Voor het centrum is het Ontwikkelperspectief Centrum daar reeds voor ontwikkeld, daarnaast ligt het in de lijn om de resultaten van de MIRT-onderzoeken voor een netwerkstrategie Brainport Eindhoven en de regionale mobiliteitstransitie te verwerken. Die komen dit najaar. In de tweede helft 2021 kan dan worden gekeken naar inhoud en proces voor ‘actualisatie’.

BIJLAGEN “Ontwikkeling EDGE te Eindhoven, advies EVZ Dommel. Toetsing aan de planologische gebiedsbescherming (NNB), Stationsweg Eindhoven (29 mei 2020).”, Royal Haskoning DHV. “Notitie second opinion mitigerende maatregelen herbegrenzing NNB/EVZ Dommel Stationsweg in Eindhoven (13 januari 2021)”, Cobra Groeninzicht. “Inventarisatie beversporen Dommel Eindhoven (jan 2021).”, Silvavir Ecologisch Advies

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11749189/1