Initiatiefvoorstel - Een veilige openbare ruimte voor iedereen (D66)
Tekst van het document
Initiatiefvoorstel Een veilige openbare ruimte voor iedereen!
"Ik wil controle, maar dat ligt buiten mijn macht. Ik wil wel vragen, maar mijn stem is veel te zacht." ~ Songtekst van Irelle Ramires Beeld: Omar Ramadan, 30 maart 2022
Beeld: Fotopersburo Bert Jansen
INLEIDING Het onderzoek “De stad op haar voorwaarde” van Lisanne van Damme [1] laat zien dat vrouwen de openbare ruimte structureel anders ervaren dan mannen. Vrouwen voelen zich vaker onveilig, passen hun gedrag regelmatig aan en worden beperkt in hun gebruik van de stad. Deze patronen blijken diep verankerd in historische stadsontwerpen, beleidsprocessen en het gebrek aan structurele betrokkenheid van vrouwen bij stedelijke besluitvorming. Hoewel er tegenwoordig meer aandacht is voor inclusie, blijkt dat in Nederlandse steden zoals Amsterdam en Rotterdam het vrouwelijk perspectief slechts beperkt en ad-hoc wordt toegepast. De gemeente Eindhoven kreeg in de afgelopen twee jaar 178 meldingen van straatintimidatie en staat daarmee bovenaan bij de Brabantse gemeenten [2]. De meeste incidenten vonden plaats in het centrum: in en rondom het station, het winkelgebied en het uitgaansgebied. Een groot probleem in Eindhoven is dat veel locaties ’s avonds verlaten zijn (bijv. de Emmasingel) en dat horeca te vroeg sluit. Daardoor is er minder sociale controle en meer gevoel van onveiligheid. Hoewel Eindhoven zich “Lichtstad” noemt, is het beleid verouderd en er ontbreekt een integrale visie op licht. De adviezen van lichtexperts worden regelmatig niet opgevolgd. De belangenafweging zou nooit ten koste mogen gaan van de veiligheid in de openbare ruimte.
Eindhoven staat nu voor de kans om stadsontwikkeling structureel inclusiever te maken en internationaal toonaangevend te worden, door lessen te trekken uit Wenen [3] en Umeå [4]. Deze steden tonen aan dat gender-sensitieve planning alleen succesvol is wanneer het institutioneel wordt verankerd, continu wordt gemonitord en meerdere gemeentelijke domeinen goed samenwerken. In Wenen zorgde een speciaal Vrouwenbureau, samen met data-analyses over vrouwelijke mobiliteit, voor doorbraken in beleid en ontwerp. In Umeå werden structurele gender-assessments en participatietrajecten met tienermeiden onderdeel van elk ruimtelijk project, met concreet veiliger en toegankelijkere plekken als resultaat, zoals het re-designen van tunnels en genderinclusieve parken. Mooie voorbeelden van hoe het wel kán! Laten we hier als Eindhoven een voorbeeld aan nemen en stappen zetten richting een inclusieve en (sociaal) veilige openbare ruimte voor iedereen.
Beeld: Velli Travels
DOELSTELLING Dit initiatiefvoorstel heeft tot doel om de sociale veiligheid van de openbare ruimte in Eindhoven te verbeteren. Om die ambitie invulling te geven, bevat dit voorstel concrete doelstellingen en een aantal acties om dat doel te halen. Het uitspreken van de ambitie in dit voorstel kan deze raadsperiode, maar zal qua uitvoering voor het grootste deel landen in de volgende raadsperiode.
VOORSTEL Het college opdracht te geven om: 1. Sociale veiligheid te integreren in beleid & gebiedsontwikkeling a. Sociale veiligheid toe te voegen aan de Eindhovense Omgevingsvisie. b. Sociale veiligheid te integreren bij gebiedsontwikkeling, inclusief een verplicht verlichtingsplan bij nieuwe projecten. c. Onderhoud en netheid als harde eis op te nemen bij gebiedsontwikkeling vanwege het psychologische effect op veiligheidsbeleving (Broken Windows Theory) [5]. d. De politie standaard als kennispartner te betrekken bij gebiedsontwikkelingen, in het bijzonder bij grootschalige projecten (zoals KnoopXL en stationsomgevingen), zodat veiligheidsaspecten vooraf worden meegenomen in plaats van achteraf te moeten worden gerepareerd. 2. Inrichting van de openbare ruimte & mobiliteit a. Blinde hoeken te voorkomen door tunnels, stegen en parkeerruimtes aan te passen. b. Multifunctionele zones te creëren zodat er altijd ‘eyes on the street’ zijn. c. Nachtelijke OV-routes veiliger te maken met goed verlichte en overzichtelijke bushaltes en looproutes. 3. Gender-sensitieve stedelijke aanpak a. Een stedelijke coördinator of team Gender & Openbare Ruimte op te richten, vergelijkbaar met het Vrouwenbureau in Wenen. b. Gender-effectrapportages in te voeren bij elk stedelijk project, naar het voorbeeld van Umeå. c.
Gendered City Walks of Tours in te voeren om ambtenaren en politici plek-specifieke veiligheidsproblemen te laten ervaren. d. Loop- en verplaatsingspatronen van vrouwen te analyseren en routes daarop te ontwerpen; tevens een kaart maken van veelgebruikte uitgaansroutes, inclusief hotspots uit de STOP-app.
Beeld: Travander
ARGUMENTEN 1. Sociale veiligheid structureel verankeren in beleid & gebiedsontwikkeling 1.a Sociale veiligheid opnemen in de Omgevingsvisie Uit onderzoek van Lisanne van Damme “De stad op haar voorwaarde” [1], blijkt dat vrouwen de openbare ruimte structureel anders en onveiliger ervaren dan mannen. Jonge vrouwen voelen zich zelfs twee [1] tot tien [6] keer zo vaak onveilig als hun mannelijke leeftijdsgenoten en onderzoek in steden als Rotterdam laat zien dat dit gevoel niet alleen voortkomt uit fysieke inrichting, maar ook uit geanticipeerde sociale gevolgen zoals seksuele straatintimidatie en sociale controle. Deze ervaringen leiden tot een breed scala aan vermijdingsgedrag [7,8]: vrouwen mijden bepaalde parken [9], tunnels, uitgaansroutes of plekken met dichte begroeiing. Ook wordt contact met onbekenden vermeden en reizen vrouwen minder vaak alleen [10]. Dit ‘safety work’ beperkt de bewegingsvrijheid van vrouwen, hun deelname aan het openbare leven en uiteindelijk ook de sociale cohesie in buurten [11]. De oorzaak hiervan ligt niet alleen in incidenten of individuele ervaringen, maar in de manier waarop steden historisch ontworpen zijn [12]. Veel stedelijke omgevingen zijn gebaseerd op een normbeeld waarin de ‘standaardgebruiker’ man is. Daardoor ontbreekt het vrouwelijk perspectief vaak in ruimtelijke keuzes.
Met als gevolg dat openbare ruimte onvoldoende inspeelt op hun behoeften, kwetsbaarheden en verplaatsingspatronen. In Nederlandse steden, waaronder Amsterdam en Rotterdam, wordt gender nog te vaak slechts ad hoc meegenomen in beleid [1]. Eindhoven staat daarmee voor een duidelijke opgave: de stad moet niet langer vertrouwen op losstaande ingrepen, maar op structurele verankering van sociale veiligheid. De relatie tussen fysieke inrichting en veiligheid is namelijk onlosmakelijk. Een aantrekkelijke, overzichtelijke en goed onderhouden buitenruimte trekt een divers publiek aan. Die aanwezigheid van verschillende mensen zorgt voor informeel toezicht en een veiliger gevoel. De klassieke ‘eyes on the street’ van Jane Jacobs [13]. Dit vraagt om ontwerpkeuzes die ontmoeting stimuleren: duidelijke zichtlijnen, toegankelijke routes, zitplaatsen, functies die verschillende groepen aantrekken, compactheid waardoor mensen eerder lopen, en een veilig, verzorgd imago van de omgeving. Het tegenovergestelde, zoals vijandige architectuur of harde afschrikkende maatregelen, werkt vaak averechts: het maakt plekken onaantrekkelijk en juist minder veilig voor vrouwen, zoals te zien was bij generieke herinrichtingen in Rotterdam [14].
Succesvolle alternatieven, zoals de buurtgedragen herinrichting van de tunnel bij de Maasboulevard, laten zien dat wanneer bewoners zich welkom en eigenaar voelen van een plek, deze vanzelf schoner, levendiger en veiliger wordt [15]. Deze inzichten sluiten aan bij het initiatiefvoorstel voor een gastvrije openbare ruimte uit Amsterdam, dat stelt dat echte veiligheid niet ontstaat door afschrikking, maar door uitnodigende, levendige publieke ruimte [15]. De kernvraag bij elk ontwerp moet daarom zijn: “Voelen mensen zich hier welkom? Willen zij hier zijn?” Want wanneer een plek prettig en gastvrij is, ontstaat positieve veiligheid: mensen ontmoeten elkaar, blijven langer, en houden elkaar en de omgeving automatisch
in de gaten. De internationale metafoor “meiden zijn de otters van de openbare ruimte” illustreert dit: zoals otters de kwaliteit van water verraden, laat de aanwezigheid van (jonge) vrouwen zien dat een plek veilig, prettig en inclusief is [1]. Wat goed werkt voor (jonge vrouwen), werkt in de praktijk voor iedereen: kinderen, ouderen, mannen en mensen met een beperking. Daarom is het essentieel dat Eindhoven sociale veiligheid niet langer ziet als een losse component, maar als structureel onderdeel van beleid en gebiedsontwikkeling. Dat betekent: sociale veiligheid opnemen in de Omgevingsvisie, gender meenemen in elke fase van stedelijke ontwikkeling en integraal sturen op ontwerp, beheer, mobiliteit, handhaving en participatie. Alleen door deze systematische benadering kan Eindhoven uitgroeien tot een stad waar vrouwen zich vrij en veilig kunnen bewegen, en waar de openbare ruimte echt inclusief is: ontworpen, beheerd en beleefd met het vrouwelijk perspectief als volwaardig uitgangspunt, in plaats van uitzondering. 1.b Verplicht verlichtingsplan bij gebiedsontwikkeling Hoewel Eindhoven zichzelf graag profileert als de Lichtstad, blijkt uit de praktijk dat het gemeentelijke lichtbeleid achterhaald is.
De huidige lichtstrategie dateert uit 2005, wordt nauwelijks uitgevoerd en mist vooral een integrale visie op wat licht zou moeten bijdragen aan veiligheid, beleving en stedelijke kwaliteit [16]. Daardoor wordt de nacht in feite vergeten in het ontwerp van de stad. Lichtexpert Ellen de Vries benadrukt dat Eindhoven nog steeds wordt ontworpen “alsof het altijd dag is”, met als gevolg slechte zichtlijnen, onveilige situaties en ruimtes die na zonsondergang veel minder toegankelijk en prettig zijn [16]. De Vries waarschuwt bovendien voor een hardnekkige misvatting: meer licht betekent niet automatisch meer veiligheid. Sterker nog, de groei van kunstlicht heeft volgens onderzoek niet geleid tot minder criminaliteit, maar wél tot meer lichtvervuiling en afname van biodiversiteit [16,27]. Koel, fel LED-licht creëert bovendien sfeerloze, koude straten waarin gezichten moeilijker te herkennen zijn en mensen zich minder op hun gemak voelen. Warm wit licht, op een lager niveau, zorgt juist voor betere contrasten, een prettigere sfeer en minder impact op de natuur, terwijl het nauwelijks minder efficiënt is Het probleem is dat in gebiedsontwikkeling tegenwoordig de technische logica overheerst. Door aanbestedingsregels en commerciële belangen wordt vaak gekozen voor de goedkoopste, meest standaardoplossing.
Licht komt daardoor pas laat in het ontwerp aan bod, als een technisch vinkje dat moet worden afgehandeld. Het resultaat: te grote afstanden tussen lichtmasten, koude verlichting, weinig aandacht voor hoe een plek ’s avonds voelt en een stadsbeeld dat uitsluitend overdag ontworpen lijkt. Volgens De Vries was Eindhoven vijftien jaar geleden verder in het denken over sfeervol licht dan nu. Cruciaal is haar inzicht dat licht op zichzelf nooit sociale veiligheid kan afdwingen. Veiligheid ontstaat op plekken waar mensen graag zijn: waar sfeer is, levendigheid, horeca, duidelijke zichtlijnen en functies die elkaar versterken. Het voorbeeld van het Kerstroosplein laat dat mooi zien: door warm licht toe te passen veranderde de plek vrijwel meteen van een onprettige, onveilige omgeving naar een plek waar zelfs drie meisjes ’s avonds ontspannen op een bankje gingen zitten [16]. In Eindhoven zijn echter veel plekken ’s avonds verlaten, zoals de Emmasingel en sluit de horeca vroeg, waardoor juist minder sociale controle ontstaat. Dit alles maakt duidelijk dat Eindhoven dringend behoefte heeft aan een verplicht, kwalitatief verlichtingsplan binnen gebiedsontwikkeling: niet als technische bijlage, maar als integraal onderdeel van ontwerp en veiligheidsbeleid.
Concrete kansen voor Eindhoven daarbij zijn: • • •
Het inzetten van warmere verlichting die uitnodigt tot verblijf. Licht dat mee-ademt met het ritme van de stad. Feller in drukke momenten, zachter en warmer in de late avond, Verlichting die de stad leesbaar maakt, zodat mensen intuïtief weten waar ze zijn, waar ze heen kunnen en waar ze zich veilig kunnen terugtrekken [27].
Een modern en zorgvuldig ontworpen verlichtingsplan kan daarmee niet alleen de veiligheid, maar ook de leefbaarheid, sfeer en gastvrijheid van Eindhoven in de avond en nacht aanzienlijk verbeteren. 1.c Onderhoud en netheid als harde eis (Broken Windows Theory) Goed onderhoud en netheid zijn geen esthetische luxe, maar een fundament voor sociale veiligheid. Uit onderzoek blijkt dat vervuilde, slecht onderhouden of verlaten plekken gevoelens van onveiligheid aanzienlijk versterken, vooral bij vrouwen [17]. Zulke omgevingen nodigen minder uit tot gebruik, waardoor de aanwezigheid van mensen afneemt en de sociale controle verder wegvalt. Dit mechanisme wordt treffend beschreven door de Broken Windows Theory: wanneer een plek zichtbaar verwaarloosd is, ontstaat sneller de indruk dat niemand oplet, wat zowel onveiligheidsgevoelens als ongewenst gedrag versterkt [5]. Andersom geldt dat een schone, verzorgde openbare ruimte juist aanleiding geeft tot gebruik, verblijf en toezicht. Voor vrouwen zijn goed onderhoud, duidelijke zichtlijnen en uitnodigende plekken essentieel om zich veilig te voelen. Veiligheid begint namelijk bij aanwezigheid van mensen in de openbare ruimte: de ‘eyes on the street’ waar Jane Jacobs al over schreef [13]. Die aanwezigheid ontstaat niet vanzelf, de ruimte moet aantrekkelijk genoeg zijn om door een diverse groep mensen gebruikt te willen worden.
De literatuur wijst daarvoor een reeks belangrijke factoren aan: een esthetisch aantrekkelijke inrichting, regelmatig beheer, voldoende zitgelegenheden, een variatie aan activiteiten die verschillende groepen aantrekt, logische en duidelijke routes, korte afstanden tot woonbuurten en compacte structuren die uitnodigen tot lopen. Zelfs de gebouwen rond een plein of straat spelen een rol: wanneer zij op de openbare ruimte gericht zijn, draagt dat direct bij aan informele controle. Kortom, onderhoud en netheid zijn geen randvoorwaarde maar een harde voorwaarde voor een veilige stad. Door dit structureel op te nemen in gebiedsontwikkeling, creëert Eindhoven openbare ruimtes die uitnodigen tot gebruik, waar mensen graag verblijven en waar sociale veiligheid vanzelf ontstaat. 1.d De politie standaard als kennispartner te betrekken bij gebiedsontwikkelingen De politie hoort structureel als kennispartner aan tafel bij gebiedsontwikkelingen, in het bijzonder bij grote projecten zoals KnoopXL en de stationsomgevingen. Door hun kennis over incidenten, stille toegangsroutes, risicolocaties en kwetsbare groepen systematisch in de vroege fases van ontwerp en planvorming te betrekken, kunnen onveilige situaties zoveel mogelijk worden voorkomen in plaats van achteraf gerepareerd.
Zo sluit de rol van de politie aan bij wat de literatuur als meest effectief onderkent: niet alleen reageren op problemen in de bestaande stad, maar samen met ontwerpers, bewoners en maatschappelijke partners werken aan een openbare ruimte waarin sociaal toezicht, veilige routes en goed ontworpen knooppunten vanaf het begin zijn ingebouwd [1,2,17].
2. Inrichting van de openbare ruimte & mobiliteit 2.a Blinde hoeken wegnemen Blinde hoeken en geblokkeerde zichtlijnen vormen een van de meest directe en voorspelbare factoren die bijdragen aan onveiligheidsgevoelens in de openbare ruimte. Uit onderzoek blijkt dat plekken waar mensen elkaar niet kunnen zien , zoals tunnels, stegen, parkeerruimtes of scherpe hoeken, gevoelens van dreiging versterken [1]. Juist omdat mogelijke risico’s niet op tijd zichtbaar zijn. Voor vrouwen, die vaker alert moeten zijn op ongewenste benadering of intimidatie, wegen deze ontwerpkeuzes nog zwaarder mee in hun veiligheidsbeleving. De literatuur is hierin uitzonderlijk consistent: duidelijke zichtlijnen en de afwezigheid van obstakels zijn essentieel voor een veilige openbare ruimte. Mensen moeten niet alleen aanwezig zijn, maar ook de mogelijkheid hebben om toezicht uit te oefenen. Daarvoor zijn twee elementen cruciaal: goede verlichting en open zicht [18,19,p.5,20,21]. Verlichting zorgt dat gebruikers elkaar kunnen herkennen en inschatten, terwijl open zichtlijnen voorkomen dat iemand onverwacht uit een verborgen hoek kan opduiken. Het ontbreken hiervan maakt een ruimte niet alleen fysiek, maar ook psychologisch minder toegankelijk. Internationale voorbeelden laten zien dat het anders kan.
Umeå heeft tunnels en doorgangen opnieuw ontworpen met ronde hoeken, open zichtlijnen en transparante structuren [4,22]. Deze relatief eenvoudige ingrepen bleken zeer effectief: gebruikers ervoeren de plekken als veiliger, meer uitnodigend en minder bedreigend [4,22]. Het toont aan dat wanneer zicht en overzicht centraal staan in ontwerp, dit direct bijdraagt aan het gevoel van controle en veiligheid. Voor Eindhoven betekent dit dat het wegnemen van blinde hoeken geen detail is, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een veilige stad. Door tunnels, stegen en parkeerruimtes zo vorm te geven dat zichtlijnen maximaal zijn en obstakels worden vermeden, ontstaat een openbare ruimte waarin mensen elkaar kunnen zien, elkaar kunnen helpen en waarin risico’s eerder zichtbaar zijn. 2.b Multifunctionele zones met ‘eyes on the street’ Sociale veiligheid ontstaat niet in de eerste plaats door toezicht of techniek, maar door de aanwezigheid van mensen. Het klassieke inzicht van Jane Jacobs “eyes on the street”, is daarbij nog altijd uiterst relevant: wanneer straten en pleinen levendig zijn en door verschillende groepen mensen tegelijk worden gebruikt, ontstaat vanzelf informeel toezicht [1,13,17]. Het zijn juist deze alledaagse gebruikers die plekken veiliger maken, simpelweg door er te zijn. Daarom is het creëren van multifunctionele zones van groot belang.
Wanneer functies worden gecombineerd, zoals horeca, groen, speelplekken, zitgelegenheden en andere activiteiten, ontstaat dynamiek op verschillende momenten van de dag. Deze variatie trekt een breed publiek aan, van gezinnen tot studenten en voorbijgangers, waardoor de kans groter wordt dat er altijd mensen in de buurt zijn die kunnen zien wat er gebeurt. Dat maakt een plek zowel prettig als veilig [23,24]. In Eindhoven is het ontbreken van zulke levendige zones een zichtbaar probleem. Veel locaties, zoals de Emmasingel, zijn ’s avonds vrijwel verlaten. Waar geen mensen zijn, is ook geen informeel toezicht, en precies daar nemen gevoelens van onveiligheid toe [18]. Dit treft vooral vrouwen, maar ook andere groepen die zich kwetsbaarder voelen in de openbare ruimte. Door multifunctionele zones te ontwikkelen die uitnodigen tot verblijf, zorgt de stad ervoor dat er op natuurlijke wijze meer ogen op straat zijn. Dat versterkt de sociale veiligheid, verhoogt de
aantrekkelijkheid van de openbare ruimte en zorgt voor een stedelijke omgeving waarin mensen zich welkom én veilig voelen. 2.c Veiligere nachtelijke OV-routes Het verbeteren van nachtelijke OV-routes is geen detail, maar een directe ingreep in de veiligheidsbeleving van met name vrouwen in Eindhoven. De meeste meldingen van straatintimidatie in de stad komen namelijk uit het gebied rond het station, het centrum en de uitgaanszones. Precies de plekken waar veel vrouwen ’s avonds en ’s nachts afhankelijk zijn van het openbaar vervoer en de looproutes naar huis [2]. Wanneer haltes donker, onoverzichtelijk of slecht verbonden zijn met veilige looproutes, vergroot dat de kans op intimiderende situaties én het gevoel van onveiligheid. Er liggen echter duidelijke aanknopingspunten om dit te verbeteren. In de provincie Zuid-Holland is zichtbaar geworden dat relatief eenvoudige maatregelen, zoals goede, warme verlichting bij haltes, overzichtelijke en logische looproutes, en infrastructuur die expliciet is ontworpen met het oog op nachtelijk gebruik, direct bijdragen aan veiligere OV-routes [15]. Door deze lessen toe te passen en nachtelijke OV-routes in Eindhoven expliciet te ontwerpen vanuit het perspectief van gebruikers, kan de gemeente een groot deel van de ervaren onveiligheid rond uitgaan, reizen en thuiskomen structureel terugdringen.
3. Gender-sensitieve stedelijke aanpak 3.a Coördinator Gender & Openbare Ruimte (zoals Wenen) Een stedelijke coördinator of team Gender & Openbare Ruimte is geen symbolische functie, maar een randvoorwaarde om structureel verschil te maken. Internationale voorbeelden laten dat duidelijk zien. In Wenen heeft een speciaal Vrouwenbureau de verantwoordelijkheid gekregen voor gender-mainstreaming in ruimte en beleid [3]. Juist doordat deze taak institutioneel is belegd, continu wordt gemonitord en verschillende gemeentelijke diensten samenwerken, zijn daar grote stappen gezet: van veiligere parken tot inclusiever openbaar vervoer en beter doordachte woonwijken [3]. De Nederlandse praktijk laat zien wat er gebeurt als die structurele borging ontbreekt. Uit het werk van Lisanne van Damme blijkt dat vrouwen nauwelijks echt worden betrokken bij participatie [1]. Veel gemeenten blijven steken in informeren of raadplegen, terwijl co-creatie en meebeslissen vrijwel niet voorkomen. Dat betekent dat beleid vaak wél over vrouwen gaat, maar zelden mét hen wordt vormgegeven. Tegelijkertijd laten voorbeelden uit steden als Amsterdam en Rotterdam zien dat maatregelen rond sociale veiligheid en gender vaak ad-hoc en versnipperd zijn: er komen onderzoeken, moties en projecten, maar zonder vaste structuur verzandt veel in goede bedoelingen en losse experimenten [1].
Voor Eindhoven betekent dit dat we verder moeten gaan dan losse maatregelen. Een stedelijke coördinator of een team Gender & Openbare Ruimte kan de spil zijn in een structurele aanpak: verantwoordelijk voor het stellen van de juiste vragen in beleidsvisies, het vergroten van bewustwording binnen gemeentelijke teams, het ontwikkelen van participatievormen die aansluiten bij vrouwen en meisjes, en het opzetten van een toetsingskader of toetsingsteam voor grote ruimtelijke projecten. Zo wordt gender geen bijlage of bijzaak, maar een vast onderdeel van hoe we deze stad ontwerpen, inrichten en besturen.
3.b Gender-effectrapportages invoeren (zoals Umeå) Internationaal laat Umeå zien wat het effect is van structurele gender-effectrapportages. Daar is een gender-assessment verplicht onderdeel van elk ruimtelijk project, wat concreet heeft geleid tot onder andere veiligere tunnels en meer genderinclusieve parken [4,22]. Het belangrijkste inzicht voor Eindhoven is dat juist deze vaste toetsing het verschil maakt tussen eenmalige, losse verbeteringen en een stadsontwikkeling waarin veiligheid en inclusie voor vrouwen systematisch worden meegenomen in elk ontwerp. 3.c Gendered City Walks of Tours In Umeå worden speciale stadswandelingen en tours georganiseerd waarbij beleidsmakers zelf ervaren hoe vrouwen de stad gebruiken en waar zij zich onveilig of uitgesloten voelen [4,22]. Door letterlijk door de ogen van vrouwen naar de openbare ruimte te kijken, ontstaat meer bewustzijn van knelpunten én urgentie om ze aan te pakken. Deze aanpak blijkt een effectief middel om problemen te agenderen en daadwerkelijk beleidsverandering in gang te zetten [4,22]. 3.d Analyse van verplaatsingspatronen van vrouwen In steden als Wenen en Umeå wordt gericht gewerkt met data over verplaatsingspatronen van vrouwen, juist omdat zij vaker korte, gecombineerde routes afleggen [3,25,26]. Dit levert een heel ander mobiliteitsbeeld op dan wanneer je alleen naar “de gemiddelde reiziger” kijkt [3].
Eindhoven doet dit nu nog niet systematisch, maar juist zulke inzichten zijn cruciaal om routes, verlichting en ontwerp af te stemmen op het daadwerkelijke, dagelijkse gebruik door vrouwen. Het in kaart brengen van veelgebruikte uitgaansroutes, aangevuld met hotspots uit de STOP-app, past daar logisch bij: het geeft structureel zicht op plekken waar risico’s en onveiligheidsgevoelens zich concentreren, en biedt daarmee een concrete basis om gerichter en effectiever maatregelen te nemen.
Beeld: Tayla Kohler
EXPERTS AAN HET WOORD Advies van psycholoog Marco de Wind Marco de Wind werkt al bijna 30 jaar als psycholoog en is sinds negen jaar studentenpsycholoog bij Fontys Hogescholen. In zijn werk ondersteunt hij studenten die vastlopen. “Vaak wordt gedacht dat een studentenpsycholoog vooral studenten ziet met prestatiedruk, faalangst of stress over de toekomst. In werkelijkheid komen veel studenten ook met klachten zoals depressie, angst en trauma. Afhankelijk van de ernst en duur van de klachten behandelen we zelf of verwijzen we door. Het mooiste aan mijn werk is dat ik mensen kan helpen.” Intimidatie “Ik zie regelmatig jonge vrouwen die zich onveilig voelen op straat door intimidatie, variërend van nafluiten tot uitschelden. Wat me zorgen baart, is dat vrouwen dit als ‘normaal’ beschouwen: “Het hoort er een beetje bij.” Ook spreek ik mensen uit de LHBTI-gemeenschap en andere culturen die te maken hebben met straatintimidatie” Seksueel geweld “De cijfers spreken voor zich: veel mensen, zowel vrouwen als mannen, hebben te maken gehad met (seksueel) geweld. Toch blijft dit vaak onzichtbaar. Schaamte en schuldgevoel zorgen ervoor dat slachtoffers niet praten of geen aangifte doen. Ik behandel regelmatig vrouwen die verschillende vormen van seksueel geweld hebben meegemaakt, ook in de openbare ruimte.
Intimidatie en een gevoel van dreiging kunnen oude trauma’s opnieuw triggeren.” “Om zich veiliger te voelen, spreken vrouwen steeds vaker af om samen te reizen, vermijden bepaalde plekken, of gebruiken trackers en locatie-apps zodat het thuisfront weet waar ze zijn.” “Veiligheid is een basisrecht. Een gevoel van onveiligheid kan leiden tot psychische problemen. Elke stap die bijdraagt aan een veiligere samenleving is er één. Ik onderschrijf daarom de plannen.” Hoogachtend, Marco de Wind
Advies van socioloog Lisanne van Damme Lisanne van Damme heeft de master Governance en Management van Complexe Systemen & Master Sociale Geografie afgerond aan de Erasmus universiteit te Rotterdam. Haar scriptie onderzocht de vraag in hoeverre het vrouwelijk perspectief wordt geïmplementeerd in het stedelijke inrichtingsbeleid van de gemeenten Amsterdam en Rotterdam. “Uit de veiligheidsmonitor van 2023 blijkt dat vrouwen zich vaker onveilig voelen dan mannen [6]. Jonge vrouwen in de leeftijdscategorie van 15 tot 25 jaar ervaren de hoogste mate van onveiligheidsgevoelens; dit percentage is tweemaal zo hoog als dat van hun mannelijke leeftijdsgenoten [6]. Mannen maken volop gebruikt van de openbare ruimte en vrouwen worden door het onveiligheidsgevoel beperkt in dit gebruik [33]. Het is daarom van belang dat er kritisch wordt gekeken op welke wijze de openbare ruimte wordt ingericht en op welke wijze dit proces tot stand komt. Zo blijkt dat vrouwen en meisjes vaker de behoefte hebben om rond te lopen, elkaar te ontmoeten, mensen te observeren en met anderen te praten [17]. Toonaangevende voorbeelden van gender-sensitieve stedelijke planning zijn de steden Wenen en Umeå [4]” “Daarnaast is er inmiddels uitgebreid onderzoek gedaan naar welke aspecten van de openbare ruimte bijdragen aan het gevoel van veiligheid en comfort bij jonge vrouwen [31,32,34,35,17,36].
Uit deze studies blijkt dat vrouwen vooral groene, stedelijke omgevingen met veel sociale controle als aantrekkelijk en veilig worden ervaren [17]. Ook worden openbare ruimten als positief beoordeeld wanneer deze goed toegankelijk, schoon, veilig, groen en sociaal zijn, ontspanning faciliteren, en beschikken over basisvoorzieningen zoals openbare toiletten [32]. Multifunctionele plekken met informeel toezicht en een gevarieerd publiek, de zogenoemde ‘ogen op straat’, dragen eveneens bij aan een groter veiligheidsgevoel. Tegelijkertijd hechten vrouwen waarde aan enige mate van privacy, bijvoorbeeld door de plaatsing van bankjes in een halve cirkel of op een lichte verhoging, waardoor zij overzicht hebben zonder volledig zichtbaar te zijn [17]” “Het blijkt echter dat al deze inzichten nog niet verankerd zijn in het stedelijk beleid. Uit mijn onderzoek blijkt dat het vrouwelijk perspectief momenteel structureel onvoldoende meegenomen in de verschillende fases van stedelijke inrichtingsplannen. Gemeenten dienen dit perspectief te verankeren in beleidskaders zoals de Nota van Uitgangspunten, het Programma van Eisen en inrichtingsplannen.
Dit is cruciaal voor het creëren van een openbare ruimte die inclusief, veilig en toegankelijk is voor iedereen.” “De maatregelen en manier van verankering in het initiatiefvoorstel van Annelies Becker, dat verschillende vlakken van beleid belicht zoals sociale veiligheid opnemen in de omgevingsvisie, maatregelen die bijdragen aan een toegankelijke inrichting van de openbare ruimte, participatie, het betrekken van politie als kennispartner, etc. Dit zijn allemaal maatregelen die ten gunste zijn voor de stad Eindhoven voor iedereen. Op basis daarvan adviseer ik graag om dit initiatiefvoorstel aan te nemen in haar volledigheid. De maatregelen zullen ervoor zorgen dat vrouwen zich veiliger voelen op straat, maar wanneer (jonge) vrouwen kunnen gaan en staan in de openbare ruimte is dit voor iedereen een fijne en veilige openbare ruimte.” Hoogachtend, Lisanne van Damme
LEREN VAN ANDERE STEDEN Eindhoven kan veel leren van andere steden die verschillende strategieën toepassen om de openbare ruimte veiliger te maken. Wenen In Wenen heeft een speciaal Vrouwenbureau de verantwoordelijkheid gekregen voor gendermainstreaming in ruimte en beleid [3]. Juist doordat deze taak institutioneel is belegd, continu wordt gemonitord en verschillende gemeentelijke diensten samenwerken, zijn daar grote stappen gezet: van veiligere parken tot inclusiever openbaar vervoer en beter doordachte woonwijken [3]. Umeå In Umeå werden structurele gender-assessments en participatietrajecten met tienermeiden onderdeel van elk ruimtelijk project, met concreet veiliger en toegankelijkere plekken als resultaat, zoals het redesign van tunnels en genderinclusieve parken. Londen Het project City Lights and Social Nights in Londen laat zien dat je met gerichte, lage lichtniveaus looproutes en verblijfsplekken duidelijk en veilig kunt markeren [28]. Door “trails of light” naar entrees, paden en zitplekken te maken, ontstaat meer gebruik en informeel toezicht in de avond. Bewust donker houden van rustige zones vermindert lichtvervuiling en maakt de omgeving leesbaarder en overzichtelijker. Bewoners geven aan zich na de herinrichting veiliger en prettiger te voelen in het gebied. Zo draagt het project tegelijk bij aan sociale veiligheid, oriëntatie én een menselijker nachtomgeving.
Utrecht Utrecht laat zien dat je nachtelijk fietsen veiliger maakt met continue, goed leesbare lichtlijnen langs fietsroutes, in plaats van alleen felle punten bij kruisingen [29]. Door contrasten te beperken (geen pikdonkere berm naast fel verlicht pad) kunnen fietsers beter zien en inschatten wat er om hen heen gebeurt. Aandacht voor overzichtelijke oversteekplekken en kruisingen voorkomt conflictsituaties met auto’s en voetgangers. Ook wordt warm, gelijkmatig licht gebruikt dat een prettiger, veiliger gevoel geeft dan harde, koele LED. Zo draagt slimme fietsverlichting bij aan zowel verkeersveiligheid als sociale veiligheid in de nachtelijke openbare ruimte.
Beeld: Fotopersburo Bert Jansen
KANTTEKENINGEN 1. Schaarse ruimte en botsende doelen In de openbare ruimte is altijd sprake van concurrentie tussen verschillende functies: verkeer, groen, parkeren, verblijfsruimte, veiligheid, duurzaamheid, etc. Maatregelen voor sociale veiligheid (zoals meer verblijfskwaliteit, betere verlichting of het wegnemen van blinde hoeken) vragen soms om extra ruimte of het herschikken van bestaande functies. Daarnaast kan er spanning ontstaan tussen veiligheid en andere doelen, zoals het beperken van lichtvervuiling en het beschermen van de biodiversiteit. Een integrale afweging per gebied blijft daarom noodzakelijk, waarbij ook natuur- en klimaatdoelen expliciet worden meegewogen. 2. Kosten, capaciteit en fasering Het voorstel vraagt vooral om gerichte en structurele inzet: bijvoorbeeld een coördinator of team inclusie & openbare ruimte, inclusie en sociale veiligheid-effectrapportages, extra participatietrajecten, het in kaart brengen en aanpassen van onveilige plekken en verlichting, OVroutes in kaart brengen en het verhogen van onderhoudsniveaus. Dit vergt financiële middelen en vooral ambtelijke capaciteit. Het is daarom belangrijk om te prioriteren en gefaseerd te werken. 3.
Risico op symboolbeleid en ‘afvink-participatie’ Internationale voorbeelden laten zien dat structurele verankering (zoals in Wenen en Umeå) wérkt, maar de Nederlandse praktijk laat ook zien dat gender- en veiligheidsbeleid gemakkelijk verzandt in rapporten, moties en eenmalige projecten. Een coördinator, sociale veiligheid en inclusieeffectrapportages en city walks zijn geen garantie voor verandering als zij geen stevig mandaat, duidelijke opdracht en opvolging krijgen. Er blijft een risico bestaan dat participatie met vrouwen vooral wordt ingezet als legitimatie of ‘afvink-moment’, in plaats van als echte invloed op ontwerp en besluitvorming. Heldere borging, evaluatie en terugkoppeling zijn daarom essentieel. 4. Draagvlak en communicatie Maatregelen die expliciet vertrekken vanuit het perspectief van vrouwen kunnen door sommige inwoners of partijen ten onrechte worden gezien als “identiteitspolitiek” of als iets dat ten koste gaat van andere groepen. Ook ingrepen in de openbare ruimte (zoals het aanpassen van parkeerruimte, routes of horeca-openingstijden) kunnen weerstand oproepen. Het is daarom van belang om goed uit te leggen dat een stad die veilig en prettig is voor (jonge) vrouwen, aantoonbaar beter werkt voor iedereen (kinderen, ouderen, mensen met een beperking en mannen) en om inwoners actief mee te nemen in het waarom en het hoe van de voorgestelde maatregelen.
5. Procedurele en juridische consequenties Het opnemen van sociale veiligheid, onderhoud en verlichting als harde eisen in omgevingsvisie en gebiedsontwikkeling heeft ook procedurele gevolgen. Extra toetsingsstappen (gendereffectrapportages, aanvullende eisen aan verlichtingsplannen en beheer) kunnen planprocessen complexer maken en in sommige gevallen vertragen. Zeker in projecten met veel betrokken partijen en hoge tijdsdruk. Dat vraagt om duidelijke criteria, praktische handreikingen voor ontwerpers en ontwikkelaars en goede afstemming met bestaande regelgeving binnen de Omgevingswet. Zodat ambities op sociale veiligheid daadwerkelijk uitvoerbaar blijven.
Beeld: Fotopersburo Bert Jansen
KOSTENINDICATIE Projecten in Malmö, Bordeaux en Stockholm bewijzen dat genderinclusief ontwerp niet duurder is, maar simpelweg een andere manier van denken en handelen is. Het huidige beleid sluit beter aan op de diversiteit van gebruikers. Wanneer er wel kosten gemaakt moeten worden door bijvoorbeeld de inhuur van onafhankelijke experts, kunnen deze kosten gedekt worden uit de reserveringen voor elke specifieke gebiedsontwikkeling. Juist omdat deze stappen bijdragen aan de veiligheid en inclusie van het gebied. Daarnaast is er nog ruimte in het onderzoeksbudget van de raad. Deze gelden kunnen worden ingezet voor de onderzoeksvragen uit het initiatiefvoorstel.
COMMUNICATIE Voor de verdere uitwerking van dit initiatiefvoorstel is goede afstemming met inwoners, maatschappelijke organisaties en andere betrokken partijen noodzakelijk. De gemeente informeert hen tijdig over voorgenomen maatregelen en betrekt hen waar mogelijk bij de uitwerking, bijvoorbeeld via gesprekken, bijeenkomsten en bestaande participatiekanalen. Op deze manier wordt draagvlak opgebouwd en blijven effecten en voortgang van de maatregelen transparant.
PLANNING EN UITVOERING 2026 dient gebruikt te worden voor het opzetten van ambitieus beleid voor een veilige openbare ruimte voor iedereen. Besluitvorming door de raad in Q2 2026 en uitgevoerd in de periode 2026 – 2027.
EVALUATIE Ieder jaar een tussentijdse update van gerealiseerde projecten en in het laatste jaar een evaluatie met raad en betrokken partijen.
Annelies Becker, Raadslid voor de fractie D66 Eindhoven
Omar Ramadan
BRONNEN [1] Damme, L. V. (2025). De stad op haar voorwaarde (Master's thesis). [2] Van Uden, T. (2023, 25 september). Deze stad kreeg 170 meldingen van straatintimidatie in Eindhoven. Omroep Brabant. https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/4751346/deze-stad-kreeg170-meldingen-van-straatintimidatie [3] Kail, E. (z.j.). Gender responsive urban planning: Viennese experiences [Presentatie]. Re-Value Cities. https://re-valuecities.eu/sites/default/files/media/Gender%20Responsive%20Urban%20Planning%20%20Eva%20Kail%26%23039%3Bs%20Presentation.pdf [4] Dahlqvist, A., Dalém, A., Gustafsson, L., Hamrud, A., Rönnblom, M. & Ökvist, F. (2019). Gender, power & politics! Thirty years of gender equality work in Umeå Municipality 1989–2019. Umeå Municipality. https://www.umea.se/download/18.1e902c4918479309675305c/1669199123140/Gender%20powe r%20and%20politics.pdf [5] Wilson, James Q.; Kelling, George L. (March 1982). "Broken Windows". www.theatlantic.com. Archived from the original on 18 April 2009. Retrieved 29 October 2020. [6] Akkermans, M., Derksen, E., Kennis, M., Kloosterman, R. & Moons, E. (2024). Veiligheidsmonitor 2023. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek. [7] Senol, F (2022). Gendered sense of safety and coping strategies in public places: a study in Ataturk Meydani of Izmir. Archnet-ijar international journal of architectural research, 16, 3, 554-574.
doi: 10.1108/ARCH-08-2021-0213 [8] Roy, S, Bailey, A (2021). Safe in the City? Negotiating safety, public space and the male gaze in Kolkata, India. Cities, 117. doi: 10.1016/j.cities.2021.103321 [9] Pinto, LV, Inacio, M, Bogdzevic, K, Kalinauskas, M, Gomes, E, Pereira, P (2023). Factors affecting cultural ecosystem services use in Vilnius (Lithuania): A participatory mapping survey approach. Heliyon, 9, 4. doi: 10.1016/j.heliyon.2023.e15384 [10] Karusala, N, Kumar, N (2017). Women’s Safety in Public Spaces: Examining the Efficacy of Panic Buttons in New Delhi proceedings of the 2017 acm sigchi conference on human factors in computing systems (chi’17), 3340-3351. doi: 10.1145/3025453.3025532 [11] Kelly, L. (2012). Standing the test of time? Reflections on the concept of the continuum of sexual violence. In: J. Brown & S. Walklate (Eds.), Handbook on sexual violence (pp. xvii– xxvi). London: Routledge
[12] Frijns, R. (2025, 12 maart). Slechte straatverlichting en stille parken: de publieke ruimte is geen fijne plek voor vrouwen [Nieuwsbericht]. Verkregen van https://www.trouw.nl [13] Jacobs, J. (1961). Death and Life of Great American Cities. New York:Random House. [14] Gemeente Amsterdam. (2025, 5 maart). Initiatiefvoorstel Gastvrije openbare ruimte [Raadsstuk]. api.openraadsinformatie.nl / Beleidsradar. https://beleidsradar.nl/documenten/initiatiefvoorstelgastvrije-openbare-ruimte-2449bd47-f309-41e8-9ea9-fd75b04764ec [15] Schram, K. (z.j.). [Presentatie over sociaal veilige openbare ruimte] [Lezing, georganiseerd door D66 Zuid-Holland]. [16] Ellen de Vries (lichtexpert). Persoonlijke communicatie. [17] Schram, K., Doff, W., Fischer, T., Jansen, J., Slingerland, G. & Zuijderwijk, L. (2024). Ruimte voor Meiden op Zuid. Rotterdam: Kenniswerkplaats Leefbare Wijken. [18] Yavuz, N, Welch, EW (2010). Addressing Fear of Crime in Public Space: Gender Differences in Reaction to Safety Measures in Train Transit. Urban studies, 47, 12, 2491-2515. doi:10.1177/0042098009359033 [19] Risova, K, Madajova, MS (2020). Gender differences in a walking environment safety perception: A case study in a small town of Banska Bystrica (Slovakia). Journal of transport geography, 85. doi:10.1016/j.jtrangeo.2020.102723 [20] Miranda, JV, van Nes, A (2020).
Sexual Violence in the City: Space, Gender, and the Occurrence of Sexual Violence in Rotterdam. Sustainability, 12, 18. doi: 10.3390/su12187609 [21] Roberts, N, Donovan, C, Durey, M (2022). Gendered landscapes of safety: How women construct and navigate the urban landscape to avoid sexual violence. Criminology & criminal justice 22, 2, 287303. doi: 10.1177/1748895820963208 [22] Sandberg, L. & Rönnblom, M. (2016). Imagining the ideal city, planning the gender-equal city in Umeå, Sweden. Gender, Place & Culture, 23(12), 1750-1762. [23] Cho, HR, Kim, S, Lee, JS (2022). Spaces Eliciting Negative and Positive Emotions in Shrinking Neighbourhoods: a Study in Seoul, South Korea, Using EEG (Electroencephalography). Journal of urban health-bulletin of the new york academy of medicine. 99, 2, 245-259. doi:10.1007/ s11524022-00608-8 [24] Carro, D, Valera, S, Vidal, T (2010). Perceived insecurity in the public space: personal, social and environmental variables. Quality & quantity, 44, 2, 303-314. doi: 10.1007/s11135-008-9200-0 [25] Jackowska, O. & Novas Ferradás, M. (2023). Who owns public spaces? The trailblazer exhibition on women’s everyday life in the City of Vienna (1991). Planning Perspectives, 38(2), 253-279. [26] Althaus, N. (2025, 6 februari). In the North of Sweden, an effort to banish spaces of fear had created a safe city for women [Nieuwsbericht].
Verkregen van https://www.nzz.ch [27] Zoumpoulis – Verbraeken, A. (2022, oktober). ‘Dynamische verlichting biedt kans op transitie naar minder kunstlicht’ [Interview met Ellen de Vries]. VV+. https://www.vvplus.nl/artikelen/dynamische-verlichting-biedt-kans-op-transitie-naar-minderkunstlicht
[28] Fletcher-Smith, C. (2024). City lights and social nights: How well-designed lighting can positively impact urban spaces after dark. *Urban Design, 171* (Summer), 18–21. [https://lightcollective.net/uploads/projects/UD_issue171_magazine_Clementine.pdf](https://lightc ollective.net/uploads/projects/UD_issue171_magazine_Clementine.pdf) [29] Bassant, J. (2020, 17 december). Zo maak je ’s nachts fietsen veiliger. Stadszaken. https://stadszaken.nl/artikel/3210/zo-maak-je-s-nachts-fietsen-veiliger [30] Persoonlijke communicatie politie Eindhoven [31] Kalms, N. (2023). She City: Designing Out Women's Inequity in Cities. London: Bloomsbury Visual Arts. [32] King, J. & Theocharides-Feldman, O. (2022, 15 november). Are girls being designed out of public space? [Onderzoekscommunicatie]. Verkregen van https://www.lse.ac.uk [33] Kooyman, M. (2024, 9 april). Publieke ruimtes in Rotterdam ingericht op mannen: ‘Ruimte vaak onveilig voor vrouwen en meiden’ [Nieuwsbericht]. Verkegen van https://www.ad.nl [34] Navarrete-Hernandez, P., Vetro, A. & Concha, P. (2021). Building safer public spaces: Exploring gender difference in the perception of safety in public space through urban design interventions. Landscape and Urban Planning, 214, 1-41. [35] Sadeghi, A. R., Baghi, E. S. M. S., Shams, F. & Jangjoo, S. (2023).
Women in a safe and healthy urban environment: environmental top priorities for the women’s presence in urban public spaces. BMC women's health, 23(1), 163. [36] Schram, K., Smeets, M.E. & Haalen, D. van (2021). Veiligheidsbeleving in het Zuiderpark Een kwalitatief onderzoek in de nasleep van een zedendelict. Rotterdam: Hogeschool Inholland.