Brief aan de raad over Reactie RKC rapport 'Procesanalyse huishoudelijke ondersteuning schoon genoeg
Tekst van het document
Leden van de raad
gemeente Eindhoven Inboeknummer 21bst00008 Dossiernummer 21.01.103_3.3.1. B&W beslisdatum 05 januari 2021
Betreft: Reactie RKC rapport ‘Procesanalyse huishoudelijke ondersteuning, schoon genoeg?
Geachte leden van de raad, In de periode vanaf medio juli 2020 tot november 2020 heeft de rekenkamercommissie een procesanalyse uitgevoerd op de beleidswijziging van huishoudelijke ondersteuning vanaf medio 2017 tot oktober 2020. De betrokken ambtenaren en wethouder Richters hebben input geleverd voor dit rekenkameronderzoek. Daarnaast zijn verschillende stakeholders bevraagd. Wij danken de rekenkamercommissie voor het rapport ‘Procesanalyse huishoudelijke ondersteuning, schoon genoeg?’ en voor het uitgebreide en zorgvuldige onderzoek dat daaraan vooraf is gegaan. Met deze brief willen wij uw raad graag voorzien van onze reactie op het rekenkamerrapport. Inleiding Via de Wmo moeten gemeenten ervoor zorgen dat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Huishoudelijke ondersteuning is één van de instrumenten om dat te realiseren. Het beleid voor dit instrument dient in de loop van de tijd aangepast te worden, onder andere aan gewijzigde omstandigheden. Sinds de invoering van de Wmo in 2007 en de decentralisaties in 2015 is er door het rijk structureel minder budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de Jeugdwet, de begeleiding in de Wmo en de Huishoudelijke Ondersteuning.
Om de toenemende vraag naar huishoudelijke hulp te kunnen blijven uitvoeren en omdat de uitgangspunten van de Wmo anders zijn dan in de voormalige AWBZ hebben we sinds 2013 stappen gezet in het aanpassen van het beleid. In 2013 hebben we een aangepast indicatieprotocol in gebruik genomen, waarin we de urentoekenning naar beneden toe hebben aangepast. Na meerdere tussentijdse aanpassingen van dit protocol werd in 2016 door de Centrale Raad van Beroep gesteld dat de tijdstoekenning onvoldoende onderbouwing kende en is teruggegrepen op het oude urenprotocol uit de AWBZ. Vervolgens is in 2016 een traject gestart om met partners te bekijken of een andere systematiek in toekenning en financiering van hulp gerealiseerd kan worden. Het doel van dit traject was te komen tot een duurzaam, doelmatig en betaalbaar uitvoeringsbeleid en heeft geresulteerd in het KPMG rapport ‘Passend beleid Hulp bij het Huishouden’ gemeente Eindhoven.
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5611 EM Eindhoven www.eindhoven.nl
Postadres Postbus 90150 5600 RB Eindhoven info@eindhoven.nl Telefoon (040) 238 28 23
De beleidswijziging voor huishoudelijke ondersteuning in 2017 kwam voort uit een aantal ambities en uitgangspunten welke tot stand gekomen zijn na een traject dat werd doorlopen met stakeholders waaronder thuishulpaanbieders en Stichting WIJeindhoven. We beoogden meer regie en maatwerk voor inwoners, samenwerken vanuit vertrouwen door een langere looptijd van beschikkingen, een minder specialistische beoordeling door de generalist, vrijheid voor creatieve oplossingen en wijzigingen binnen de bestaande toekenning voor de aanbieders en grip op kosten door een vast budget per maand. En dat alles conform de bedoelingen van de Wmo en binnen de - op dat moment bekende - regelgeving en uitspraken. Doordat wij de nieuwe afspraken binnen de huidige contracten hebben kunnen maken, en alle aanbieders hiermee hebben ingestemd hoefden wij niet opnieuw aan te besteden en hebben wij de nieuwe uitvoeringsafspraken kunnen vastleggen in een aangepaste overeenkomst. Uitgaande van deze intenties en de gemaakte werkafspraken met de uitvoerende organisaties waren we in 2017 in de veronderstelling dat wij voldoende geregeld hadden om de verandering in te zetten en dat de wetgeving voldoende ruimte bood tot een resultaatgerichte toekenning. Er was op dat moment geen aanleiding om aanvullende zaken te organiseren.
In augustus 2018, nadat de Centrale Raad voor Beroep uitspraak deed met betrekking tot het resultaatgerichte indiceren, werd ons duidelijk dat deze inschatting niet juist was. We zagen de uitdagingen in het dossier toenemen door de vragen vanuit uw raad, de landelijke ontwikkelingen en de signalen van de inwoners uit onze stad en we hebben op dat moment moeten concluderen dat de uitgangspunten zoals eerder omschreven niet hebben uitgepakt zoals beoogd. Dat heeft geleid tot de situatie zoals we deze inmiddels kennen. Conclusies, aanbevelingen en leerpunten van de rekenkamercommissie We herkennen en onderkennen de bevindingen, de conclusies, leerpunten en de aanbevelingen van de rekenkamercommissie en deze kunnen op onze instemming rekenen. De conclusies in het rapport gaan onder meer over de impact van de wijziging en de gevolgen voor de uitvoering en dat deze zijn onderschat, maar ook over het feit dat de gemeenteraad onvoldoende is meegenomen in de beleidsvorming, de afwegingen die daaraan ten grondslag lagen en het collegebesluit dat volgde, met name vanwege de omvang en snelheid van de wijziging. Daarnaast beschrijft het rapport dat de voorbereiding onvoldoende was, de basis niet op orde en dat de verantwoordelijkheden niet eenduidig belegd waren.
Een andere conclusie uit het rapport richt zich op het onvoldoende betrekken van stakeholders bij de voorbereiding op de beleidswijziging. En dat vervolgens de aanpassing van beleid en uitvoering reactief gebeurde op basis van alle omstandigheden rondom het dossier huishoudelijke ondersteuning. In de afgelopen jaren hebben we in verschillende raadsbijeenkomsten dezelfde bevindingen zoals de rekenkamercommissie nu geformuleerd heeft met u gedeeld. Zoals u weet zijn veel van deze aanbevelingen al door het college overgenomen en in (nieuw) beleid/concrete maatregelen omgezet.
2
Verbeteren en veranderen op basis van geleerde lessen Na de collegebrief (18bst01630), de raadsvergadering van 18 december 2018 en de bevindingen en ervaringen in dat jaar zijn we aan de slag gegaan met het verbeteren van het beleid en hebben wij uw raad daarin actief betrokken. Wij hebben ons in deze periode laten adviseren door AKD advocaten en zijn aan de slag gegaan met een versnelde afhandeling van de bezwaren, er zijn afspraken gemaakt rondom de beroepsprocedures na het doorlopen van de 4 exemplarische zaken. Na de uitspraken hieromtrent in augustus 2019 hebben wij in de loop van 2019 en 2020 het aangepaste beleid kunnen effectueren (kwaliteitscontroles, afhandeling bezwaar en beroep en de omzetting van het resultaatgericht naar urentoekenning (raadsinformatiebrieven 19bst01245/18 sept 2019, 19bst01354/9 okt 2019, 19bst01818/20dec 2019). Daarnaast is een uitgebreide analyse uitgevoerd op de verschillende mogelijkheden en scenario’s voor inwoners met een resultaatgerichte beschikking, waaruit in februari 2020 het aanbod voor de incidentele taken voor alle inwoners met een resultaatgerichte beschikking is voortgevloeid (raadsinformatiebrief 20bst00223/ 21 feb 2020).
Inmiddels is ook de samenwerking met betrokken belangenorganisaties in positieve zin veranderd en zijn er gezamenlijke periodieke overleggen om de stand van zaken en eventuele signalen rondom de huishoudelijke ondersteuning met elkaar te bespreken. In het rekenkamerrapport staat opgenomen dat de rust op het gebied van de huishoudelijke ondersteuning is teruggekeerd. Wij zien dit bevestigd in het lage aantal huidige bezwaren op beschikkingen, de signalen vanuit de belangenorganisaties en het geringe aantal verzoeken om controles in verband met ontevredenheid over de uitvoering van de taken en denken hieruit te kunnen concluderen de inwoners tevreden zijn. Een blik op de toekomst Alhoewel de Wmo bepaalde intenties had, die zijn bevestigd door de minister en waarvoor een wetswijziging in gang is gezet. erkennen wij nogmaals dat de wijze waarop de beleidswijziging is ingezet niet goed heeft uitgewerkt voor onze inwoners. Wij hebben hiervan geleerd en kennen inmiddels meerdere goede voorbeelden binnen het sociaal domein, zoals het nieuwe beleid van armoede en schulden en de nieuwe visie op de maatschappelijke opvang. Daar bent u als raad actief bij betrokken maar ook (vertegenwoordigers) van inwoners en belangrijkste stakeholders (CRSD, ervaringsdeskundigen, werkplaats financiën XL) zijn vanaf de eerste ontwikkelingen onderdeel van het verbeterproces geweest.
Naast het feit dat de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport van toepassing zijn op het dossier Huishoudelijke Ondersteuning, zijn deze tevens van belang voor de gemeentelijke organisatie (bestuurlijk en ambtelijk) bij beleid(wijzigings-)voorstellen. Ze sluiten aan bij de organisatievisie ‘Richting Eindhoven’, waarbij één van de speerpunten is om de politiek-bestuurlijke sensitiviteit van de ambtelijke organisatie te vergroten, inclusief het nog beter begrijpen van de brede politiek-bestuurlijke context waarin wij als gemeentelijke organisatie werken. Wij zijn als continu bezig met het verbeteren en optimaliseren van onze interne processen en de dienstverlening aan onze inwoners en hebben de ambitie bij de beleidsontwikkelingen aan te sluiten op de vraag van de stad.
3
Het rekenkamerrapport biedt inzicht in de leermomenten van de afgelopen jaren en een goede positieve doorkijk naar de toekomst toe. Om dit rapport direct ten goede te kunnen inzetten zeggen wij u toe dat de Directieraad in 2021 zoals eerder toegezegd tijdens de A-avond op 1 december 2020 met u in gesprek blijft. Uiteraard zal tijdens deze bijeenkomsten ook over de in het rapport geformuleerde aanbevelingen 2 tot en met 7 gesproken worden, en hoe deze vertaald kunnen worden in onze organisatievisie ‘Richting Eindhoven’.
Burgemeester en wethouders,
secretaris
4