CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I - Afwegingskader Corona-gerelateerde steunmaatregelen

Raadsvergadering 16 maart 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel met twee nadere toelichtingen en herzien ontwerp raadsbesluit Vervolg ondersteuningsmaatregelen coronacrisis 20211.941 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afwegingskader Corona-gerelateerde steunmaatregelen Het college hanteert een afwegingskader dat ondersteunt in het vormgeven van steunmaatregelen op concrete onderwerpen. We toetsen de maatregelen aan de hand van een aantal uitgangspunten. Deze uitgangspunten structureren we langs een aantal vragen die bij het voornemen van specifieke steun gesteld moeten worden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Waarom willen we steun verlenen? Wanneer is er een rol voor de gemeente in de steunverlening? Kiezen we voor generieke steunmaatregelen of voor maatwerk? Wat is de vorm en de duur van de steun? Wat zijn de juridische aspecten van de steunmaatregelen? Hoe geven we de steun financieel vorm en hoe gaan we om met de consequenties daarvan? Overige relevante uitgangspunten

Onderstaand zullen we per vraagcategorie de daarbij behorende uitgangspunten formuleren die wij voornemens zijn te hanteren. 1. Waarom willen we steun verlenen? Bij de beantwoording van deze vraag is ons coalitieakkoord leidend. Daarin ligt ons accent bij het realiseren van een gezond leefklimaat, groenere wijken en binnenstad, economische versterking, bijdragen aan de energietransitie en het verbeteren van duurzame bereikbaarheid van en in de stad. Zorgen dat iedereen mee kan doen, het koesteren van diversiteit en het terugdringen van polarisatie zijn daarmee belangrijke aandachtspunten. In het coalitieakkoord hebben we een aantal waarden centraal gezet die voor ons belangrijk zijn. We willen de aantrekkelijkheid van Eindhoven behouden als stad waar het aangenaam, gezond en veilig wonen en leven is. We beschermen kwetsbare Eindhovenaren. Het coalitieakkoord geeft ons inhoudelijk richting, maar hanteren we uiteraard niet als dogma. We staan open voor wat nodig is, zoals het om het in stand houden van de vitale maatschappelijke infrastructuur. Kaalslag moeten we voorkomen. Nu investeren in instandhouding is vaak effectiever dan later opnieuw opbouwen. We hebben gezocht naar een éénduidige definitie van vitale maatschappelijke infrastructuur die we als potentiële doelgroep voor mogelijke steunmaatregelen zien.

In het kader van dit afwegingskader gaat het (naast de eerdergenoemde kwetsbare Eindhovenaren) om: Alle organisaties waar de gemeente een subsidierelatie heeft. Door het geven van subsidie geven we namelijk aan dat een dergelijke organisatie een voor ons belangrijke functie heeft. Het gaat dan bijvoorbeeld om organisaties op het gebied van welzijn, cultuur of sport. Vrijwilligersorganisaties (al dan niet gesubsidieerd) en inwonersinitiatieven die een belangrijke rol vervullen in de sociale samenhang in wijken en buurten. Het primaat voor steun voor het voor Nederland belangrijke Eindhovense hightech ecosysteem ligt primair bij het rijk, Europa en de regionale triple-helix Brainportsamenwerking (waarbinnen we als gemeente uiteraard ook al belangrijke verantwoordelijkheid nemen). We zien daar ook een rol en verantwoordelijkheid voor het bedrijfsleven. In uitzonderlijke gevallen zien we hier als gemeente toch een specifieke verantwoordelijkheid omdat dit de kurk is waar de stad en regio op drijven Belangrijke notie hierbij is dat de nationale overheid niet alle bedrijven en instellingen kan redden. Als lokale overheid kunnen we dat zeker niet. Steunmaatregelen hebben als doel om bestaanszekerheid van organisaties te waarborgen als ze zelf geen mogelijkheden meer hebben.

Uitgangspunt is dat organisaties zelf maximaal gestuurd hebben om hun uitgaven te beperken of inkomsten te behouden (bijvoorbeeld leden die contributie blijven betalen en geen geld terugvragen). We kunnen daarmee de pijn verzachten en helpen het hoofd boven water te houden. Dit afwegingskader en daarmee onze maatregelen richten zich niet alleen op de korte maar ook op de (middel)lange termijn. We kijken namelijk niet alleen naar de nood in het hier en nu, maar ook naar mogelijkheden

om nu toekomstbestendig en daarmee anticyclisch te investeren. Met als doel de negatieve economische effecten enigszins te verzachten en investeringen van private en andere publieke partijen in de stad de komende jaren zoveel mogelijk op peil te houden.

2. Wanneer is er een rol voor de gemeente in de steunverlening? Als de vraag positief beantwoord is dat er een goede reden is om steun te verlenen, hanteren we de volgende uitgangspunten voor onze rol: a) Als doelgroepen die onderdeel uitmaken van de vitale infrastructuur van onze stad (zie definitie in het vorig onderdeel) niet in aanmerking komen voor steunmaatregelen van het rijk dan neemt de gemeente alleen een rol in het verlenen van steun indien er vanwege de Coronacrisis sprake is van financiële problemen die de continuïteit bedreigen en met behulp van onze steun continuïteit duurzaam geborgd kan worden. b) Als er rijks- of andere regelingen beschikbaar zijn, heeft de gemeente geen primaire rol. Tenzij een rol van de gemeente in de aard van de regeling aan de orde is (b.v. rijksregeling voor cultuur) of rijks- of andere regelingen voor een doelgroep uit de vitale infrastructuur onvoldoende soelaas bieden We hanteren dus in dit geval een ‘hardheidsclausule’: het college kan besluiten alsnog een rol te pakken met specifieke maatregelen. c) Indien de gemeente een (leidende) rol neemt in specifieke steunverlening, behoudt het college zich het recht voor om aanvullende eisen aan de ontvanger van de steun te stellen. Ook het leveren van een ‘tegenprestatie’ (maatschappelijke cofinanciering) kan aan de orde zijn.

d) Om in aanmerking te komen voor gemeentelijke steunmaatregelen moeten organisaties maximaal gestuurd hebben om uitgaven te beperken en/of inkomsten te behouden. Eventueel beschikbare eigen reserves worden daarbij ook aangesproken tenzij er goede redenen zijn om deze (deels) in stand te houden. Dit alles ter beoordeling door het college. 3. Kiezen we voor generieke steunmaatregelen of voor maatwerk? Bij het vormgeven van specifieke steunmaatregelen doen zich een aantal dilemma’s voor, zoals: hoe zorg je ervoor dat je iedereen gelijk behandelt, welke inzet van middelen geeft het beste en hoe zorg je voor een effectieve en doelmatige uitvoering? Onze ervaring is dat generieke maatregelen in het algemeen eenvoudig zijn in de uitvoering en het gemakkelijk maken grotere groepen te ondersteunen. Maatwerk is voor specifieke doelgroepen in het algemeen effectiever, maar vraagt vaak ook meer van de uitvoering, verantwoording en heeft een kleiner bereik. In de afweging tussen deze dilemma’s hanteren wij daarom de volgende uitgangspunten als we een rol zien in steunverlening: a)

b)

We kiezen in principe voor generieke steunmaatregelen. Daarmee houden we de uitvoeringslast (en daarmee -kosten) zo laag mogelijk en het uitvoeringstempo zo hoog mogelijk en landt het meest geld in de stad en niet in uitvoering. In uitzonderlijke gevallen leveren we maatwerk. Dat doen we alleen als de kosten van maatwerk naar verwachting lager zullen liggen en in hele specifieke gevallen die een groot (maatschappelijk of menselijk) belang vertegenwoordigen. Dit moet dan expliciet onderbouwd worden.

4. Wat is de vorm en de duur van de steun? Bij het vormgeven van de steunmaatregelen hebben we te maken met een aantal dilemma’s t.a.v. de maatvoering (niet te veel, maar ook niet te weinig), de effectiviteit (waar heeft de ontvanger wat aan), het risico op misbruik (geef je vorm op basis van vertrouwen of op basis van wantrouwen) en de wijze waarop je binnen de vigerende wet- en regelgeving steun kunt verlenen. Dit onderdeel 4 en onderdeel 5 hebben betrekking op deze dilemma’s. We maken daarin onderstaande keuzes. Voor wat betreft de vorm van de maatregelen zijn er verschillende mogelijkheden. Steun die geen directe gevolgen voor onze exploitatie heeft (maar wel voor ons financieel risicoprofiel) kan de vorm aannemen van liquiditeitssteun (bv uitstel van betaling of een lening) of een garantstelling. Voor andere vormen van steun is dekking in de exploitatie nodig.

a)

b)

c) d)

e)

Per steunmaatregel stellen we de best passende vorm vast, waarbij gekozen wordt voor de vorm die het minste beslag legt op de exploitatie. Hoe hoger de financiële steun, hoe uitgebreider de motivatie en verantwoording die wij vragen. Indien rijksmaatregelen vragen om cofinanciering van hun eigen maatregelen dan kiezen we een vorm van steun die hieraan tegemoetkomt (zo wordt het kwijtschelden van huur bijvoorbeeld niet als cofinanciering gezien in de rijksregeling voor cultuur). Wanneer achteraf steun niet of niet in de verstrekte mate nodig blijkt te zijn, vorderen we de te veel ontvangen geld terug. Hetzelfde geldt als (bijvoorbeeld op basis van een steekproefsgewijze check) blijkt dat niet rechtmatig gebruik is gemaakt van de lokale steun. We behouden ons het recht voor om passende maatregelen te nemen als er sprake is van misbruik van de regeling. Vooraf wordt de duur van de steun expliciet geduid en we kiezen een overzienbare en een zo kort mogelijke periode. Daarmee beperken we de financiële impact die het verlenen van steun voor de gemeente heeft. Daarnaast blijft het verloop van de crisis vooralsnog onzeker, net als de aard en omvang van de nog af te kondigen steunmaatregelen van het rijk. Er moet dus voldoende flexibiliteit zijn om snel te acteren op de actualiteit.

Uitgangspunten met betrekking tot de daadwerkelijke financiële mogelijkheden, mede in relatie tot onze budgettaire ruimte vindt u onder onderdeel 6. 5. Wat zijn de juridische aspecten van de steunmaatregelen? We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten: a) De vigerende landelijke wet- en regelgeving is van toepassing. Hierdoor zijn rechten en plichten voor iedereen duidelijk. Het gaat dan bijvoorbeeld om staatssteun, aanbestedingsrecht en huurrecht. Daarbinnen zoeken we waar mogelijk wel de grenzen op. b) Binnen de wet- en regelgeving zoeken we actief naar manieren om lasten te verlichten en waar mogelijk en zinvol zaken te versnellen. c) Waar nodig en zinvol passen we onze eigen regelgeving en protocollen tijdelijk aan met daarbij een expliciete einddatum. Waar nodig leggen we dit aan de raad voor. 6. Hoe geven we de steun financieel vorm en hoe gaan we om met de consequenties? Zoals vermeld in de inleiding is onze financiële positie nog steeds kwetsbaar. We hanteren daarom de volgende uitgangspunten: a) We handhaven de norm voor ons weerstandsvermogen. We nemen geen maatregelen die ertoe leiden dat het weerstandsvermogen onder de norm komt. Wij nemen daarmee dan ook geen steunmaatregelen met een ‘open einde’-karakter.

b) Indien er aanleiding is om de norm voor het weerstandsvermogen te herzien vanwege een substantiële wijziging in het risicoprofiel door steunmaatregelen, zal hiervoor een voorstel aan de raad voorgelegd worden. c) Steunmaatregelen met gevolgen voor de exploitatie moeten gedekt worden met een deel van het rekeningresultaat 2019. d) Indien de financiële ruimte uitgeput dreigt te raken, gaan we met de raad het gesprek aan om mogelijkheden tot verdere verruiming en/of prioritering te verkennen. Waarbij duurzame financiële gezondheid een ononderhandelbaar uitgangspunt is.

7. Overige relevante uitgangspunten In aanvulling op bovengenoemde zaken hanteren we nog een aantal andere uitgangspunten: a) Voor de compensatie van organisaties in de maatschappelijke infrastructuur wordt in beginsel verlies van commerciële activiteiten niet gecompenseerd (zoals merchandise of barinkomsten). Ook worden in principe alleen vaste kosten en geen variabele kosten gecompenseerd. Het is aan de beoordeling van het college om hier in voorkomende gevallen van af te wijken.

b)

c) d)

e) f) g)

Wanneer er sprake is van specifieke steunmaatregelen voor commerciële instellingen worden deze door het college aan de raad voorgelegd. Afhankelijk van mandaat en bevoegdheid zal dit ter advies of ter goedkeuring zijn. Er wordt uitsluitend gecompenseerd indien er sprake is van een duidelijke impact door de coronacrisis. Bestaande financiële problemen worden niet gecompenseerd. Er wordt geen dubbele steun verleend: wanneer kosten door een bepaalde maatregel gecompenseerd worden (bijvoorbeeld vrijstelling van huurbetaling door pandeigenaar) kan voor dezelfde kosten geen beroep gedaan worden op een andere maatregel (bv vergoeding van huurkosten uit het ondersteuningsfonds). De gemeente is een vangnet en als activiteiten op zichzelf geen bestaansrecht hebben dan wordt de steun niet verleend. De maatregelen moeten makkelijk uitvoerbaar zijn en geen grote administratieve ballast voor de doelgroep en de gemeente veroorzaken. Rechtmatigheid is een belangrijke randvoorwaarde, maar gezien de crisissituatie kan dat op gespannen voet staan met snelheid van handelen. Achteraf moeten keuzes altijd beargumenteerd kunnen worden er dient dus vastgelegd te worden wat een besluit is en wat de argumenten waren om het te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11742275/1