Bijlage Herijking uitvoeringsprogramma 2020 SALTO & SKPO (1)
Tekst van het document
Herijking uitvoeringsprogramma 2020 SALTO & SKPO Eindhoven, 20 november 2020 Als overeengekomen met schoolbesturen SALTO en SKPO Deze herijking is een resultaat van gesprekken met de schoolbesturen SKPO en SALTO over de loop van 2020. Hieronder zijn de uitgangspunten opgenomen voor de afwikkeling van de SALTO en SKPO projecten in het integraal huisvestingsplan gemeente Eindhoven 2016-2019. Deze uitgangspunten zijn tevens deels opgenomen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Eindhoven. Algemeen 1) De herijking betreft een pilot voor het vereenvoudigen van werkwijzen en boven normatieve verduurzaming van PO schoolprojecten. Omdat het een pilot betreft zullen de projecten jaarlijks worden geëvalueerd. 2) Deze uitgangspunten betekenen een aanvulling op, en op onderdelen een afwijking van, het bepaalde in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Eindhoven 2016 (hierna de Verordening) en de IHP 2016-2019. Voor alle aspecten die niet in deze uitgangspunten zijn opgenomen blijft het bepaalde in de genoemde Verordening van kracht. 3) In het licht van de bouwplantoets en de voorwaarden voor het beschikbaar stellen van het budget worden door de gemeente geen aanvullende voorwaarden gesteld ten opzichte van hetgeen in deze afspraken is opgenomen.
Publiekrechtelijke goedkeuring in het kader van de omgevingsvergunning zijn de verantwoordelijkheid van de bouwheer en geen onderdeel van bouwplantoets en voorwaarden. Overleg of toetsing in kader van ruimtelijke afstemming vindt plaats op verzoek van schoolbestuur. 4) Basisuitgangspunt is een samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen op basis van vertrouwen en in lijn met de Wet en het primair onderwijs/Verordening. Laatstgenoemde instrumenten dienen als vangnet, de kern van de samenwerking is gelegen in het integraal huisvestingsplan. Partijen zullen indien noodzakelijk zoeken naar oplossingen/mogelijkheden binnen de eigen verantwoordelijkheid/rechten/plichten en op basis van de hieronder genoemde kaders. Partijen hebben de wens bestaande procedures te vereenvoudigen en treden daartoe de komende tijd in overleg. Op basis van de ervaringen met de pilot projecten in deze herijking. Daar waar deze herijking afwijkt van de verordening en positief beoordeeld wordt, zullen partijen samen bekijken hoe dit in een nieuw IHP PO verankerd kan worden. Voorwaarde bij deze vereenvoudiging is dat er transparant wordt gewerkt en dat schoolbestuur en gemeente overeenstemming hebben over betrokkenheid en wijze van rapportage.
5) Om te voorkomen dat een toekomstig dispuut tot een bestuursrechtelijk bezwaar leidt, wordt een overleg voorgesteld waarin de volgende deelnemers zitting nemen: - Vertegenwoordiger van het betrokken schoolbestuur - Programmaleider Onderwijshuisvesting - Sectorhoofd programma & projecten.
1
Bouwheerschap 6) De Schoolbesturen treden op in principe op bouwheer voor wat betreft de realisatie van de volgende voorzieningen: - OBS Klapwiek - BS Klimwijs/Gunteslaer - BS Tweelingen VBS Regenboog was onderdeel van het IHP 2016-2019 maar valt niet onder de verantwoordelijkheid van SKPO en SALTO. Voor de Regenboog is een separaat traject doorlopen. Dit heeft onder andere geleid tot een andere invulling van de uitbreiding van de Regenboog. Deze wijziging is ingediend als programma aanvraag ….. Als het schoolbestuur van VBS Regenboog dat wenst kunnen zij aansluiting zoeken bij de afspraken zoals die in deze herijking zijn vastgelegd. 7) De gemeente stelt aan de schoolbesturen voor de realisatie van de voorziening een normbedrag beschikbaar conform het gestelde in de paragraaf “normbedragen”. 8) De bouwheer draagt het risico om de voorziening met in achtneming van het normbedrag te realiseren. In het geval van aantoonbare bijzondere omstandigheden maken partijen aanvullende afspraken die schriftelijk worden vastgelegd. Waar dat betrekking heeft op de onderhavige scholen wordt dit per school in beeld gebracht.
Één van die bijzondere omstandigheden is het gegeven dat in de normbedragen genoemd in deze notitie gebruik is gemaakt van een indexering die afwijkt van de indexering zoals die door de VNG voor 2021 wordt gehanteerd voor de bijstelling van de normbedragen in de modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Indien uit de aanbesteding van de voorzieningen genoemd in deze notitie blijkt dat de realisatie van de voorziening niet gerealiseerd kan worden zonder toepassing van de indexering van de VNG is dit een aantoonbaar bijzonder omstandigheid die een verzoek als bedoeld in de laatste zin onder 9) rechtvaardigt. 9) Bij substantiële kostenoverschrijdingen ten opzichte van het beschikbare budget (blijkende uit een aanbesteding) mag Schoolbestuur PO afzien van gunning. Er is in dat geval geen plicht tot bouwen. Schoolbestuur PO meldt een besluit om niet te bouwen onmiddellijk aan de gemeente Eindhoven. Gemeente en schoolbestuur brengen de consequenties van de vertraging in de realisatie van de toegekende voorziening in beeld. Gemeente en Schoolbestuur PO onderzoeken in hoeverre unieke, locatie- of project gerelateerde aspecten aan de orde zijn.
Vanuit de intentie om tot realisatie te komen overwegen Schoolbestuur PO en gemeente kleiner bouwen, gefaseerd ontwikkelen, combinaties van transformatie en nieuwbouw, overdracht van bouwheerschap aan de gemeente of andere maatwerkoplossingen. Als er sprake is van aantoonbare bijzondere omstandigheden mag het schoolbestuur een aanvullende bijdrage vragen. Hierover zullen partijen dan in overleg treden. 10) In het kader van de status als pilot projecten, heeft de gemeente in afwijking van het bepaalde in artikel 4 lid 4 van de Verordening alleen aanspraak op teruggave van het door de gemeente ter beschikking gestelde budget indien en voor zover het ter beschikking gestelde budget niet is besteed aan de realisatie van de voorziening waarvoor het budget beschikbaar is gesteld. Indien een schoolbestuur tijdens de bouwvoorbereidingen en het bouwproces besparingen weet te realiseren tot een maximum van 10% van de normvergoeding en deze besparingen inzet voor de uitvoering van de betreffende voorzieningen, kan dit niet tot een teruggave van het budget
2
leiden aan de gemeente. Besparingen mogen niet ten kosten gaan van de criteria opgenomen onder artikel 13, van de bvo waarvoor een budget wordt verstrekt en van de beoogde levensduur van het gebouw en de gebouwelementen. 11) Het bepaalde in artikel 14 lid 3 van de Verordening (ten aanzien van het overleggen van offertes) is slechts van toepassing op voorzieningen die door de gemeente worden gefinancierd op basis van feitelijke kosten. De voorzieningen in deze herijking worden gefinancierd op basis van normkosten. 12) Indien het schoolbestuur de risico’s van het bouwheerschap te groot vindt (bijvoorbeeld gelet op de omvang van de niet-onderwijsruimten in een gebouw of de onmogelijkheid van het realiseren van het project conform de normvergoeding) treden schoolbestuur en gemeente met elkaar in overleg voor het zoeken naar een oplossing. Een van deze oplossingen is dat de gemeente het bouwheerschap op zich neemt. Schoolbestuur en gemeente sluiten in dat geval een bouwheerschapovereenkomst, waarin nadrukkelijk ook de rol van het schoolbestuur wordt opgenomen, zowel tijdens de bouwvoorbereiding als tijdens het bouwproces. Daarbij doet de rol van het schoolbestuur recht aan de rol van toekomstig gebruiker van het gebouw maar ook aan de verantwoordelijkheid die het schoolbestuur na oplevering heeft voor de exploitatie van het gebouw.
Voor zover het schoolbestuur na oplevering van het gebouw verantwoordelijkheid draagt voor de exploitatie, heeft het schoolbestuur ook medezeggenschap: daar waar het gaat om beslissingen in het bouwproces die daarop van invloed zijn. Voor de te realiseren voorziening gelden de normen genoemd onder artikel 13. In de bouwheerschapsovereenkomst wordt nadrukkelijk vastgelegd wie na realisatie van het gebouw de juridisch eigenaar wordt van het gebouw en wie waarvoor verantwoordelijkheid is, en op welke basis, voor de exploitatie van het gebouw. Er zal gebruik zal worden gemaakt van de reeds bestaande modellen/overeenkomsten (bruikleenovereenkomsten). Normbedragen 13) Voor de beschikbaarstelling van de normvergoeding wordt uitgegaan van: - Vigerende bouwbesluit - BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) - Frisse scholen klasse B luchtkwaliteit - Voor vervangende nieuwbouw: een levensduur van minimaal 50 jaar Lid 1
Hoogte normbedragen
Alle gehanteerde bedragen in de herijking zijn inclusief BTW. De normvergoedingen zijn bepaald aan de hand van de kostenconfigurator van adviesbureau HEVO. Een rekentool die door gemeenten en schoolbesturen wordt gebruikt voor de budgettering van onderwijsvoorzieningen. De Gemeente Eindhoven bekostigt op grond van haar wettelijke zorgplicht een “sober en doelmatig” schoolgebouw. Met partijen is een normbedrag afgesproken die vaststaat tot einde werk tenzij er sprake is van een situatie als bedoeld onder punt 8. De opgenomen indexering gaat uit van oplevering van de projecten in 2022. Voor de eerste 350 vierkante meter bruto vloeroppervlak (bvo) wordt een vaste voet gehanteerd van € 1.245.943. Voor elke volgende m2 bvo word een normbedrag van € 2093 gehanteerd. De vierkante meterprijs gaat uit van bouwrijpe grond en is exclusief sloop, asbestsanering, en tijdelijke huisvesting.
3
Lid 2
Pilot projecten verduurzamingsambitie ENG
De opgenomen voorzieningen betreffen een pilot op het gebied van verduurzaming. De genoemde projecten worden uitgevoerd als Energie Neutraal Gebouw (ENG). Gemeente en schoolbestuur stellen daarvoor beide een toeslag beschikbaar. Aanvullend op bovenstaande bedragen stelt de gemeente een bedrag beschikbaar van € 54,55/m2bvo. Voor scholen geldt een investeringsverbod. Zij mogen alleen investeren in het gebouw mits dit door exploitatievoordelen verantwoord is. De bijdrage van de scholen is gebaseerd op een verwacht exploitatie voordeel over een periode van 10 jaar. Lid 3
Subsidie mogelijkheden Rijk en Provincie
Het Rijk heeft de Regeling specifieke uitkering doorbouwplan scholen (hierna: SUDS) in het leven geroepen. De SUDS is erop gericht op schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs energiezuiniger en frisser te maken. De provincie Noord-Brabant heeft de Investeringsagenda coronaherstel in ontwikkeling. Hiervoor is overkoepelend door de gemeente Eindhoven een subsidie aangevraagd voor de verbetering van ventilatie en verduurzaming van scholen. Als de subsidies voor de herijkingsprojecten wordt aangevraagd en toegekend zullen de toeslagen voor gemeente en schoolbesturen naar rato worden verlaagd. 14) Aanvullende voorzieningen Lid 1 Spilruimten Voor SPIL - ruimten word een budget beschikbaar gesteld van € 2490 /m2bvo. In overeenkomst met de onderwijsruimten betreft dit een ENG voorziening. Met huurder worden afspraken gemaakt over het terugvallen van een exploitatievoordeel aan de gemeente als financier. Lid 2 Gymzaal Bij BS tweelingen zal tevens een gymzaal worden gebouwd. Gemeente stelt een bedrag beschikbaar van €1.144.000 voor een BENG gymzaal. Bij een ENG uitvoering hanteert de gemeente dezelfde toeslag voor ENG bouwen (€ 54,55/m2bvo) als bij de schoolvoorziening, Gymlokalen voor bewegingsonderwijs zijn gebaseerd op de VNG-norm.
Een Schoolbestuur VO/PO kan in overleg met de Gemeente Eindhoven voor eigen rekening en risico gymlokalen realiseren met een hogere ambitie (bijvoorbeeld conform KVLO). Daarnaast zijn er alternatieve gymzaalvormen (bijv. beweegbox) in overleg mogelijk. 15) Het budget voor een transformatie van het gebouw ingeval het gaat om een bepalend c.q. monumentaal gebouw is gelijk aan de norm voor nieuwbouw. Van een monumentaal gebouw is sprake als het een gemeentelijk of rijksmonument betreft. Ingeval voor een transformatie wordt gekozen op basis van economische of kwalitatieve afwegingen dan wordt het budget bepaald door de kosten die noodzakelijk zijn om het gebouw te laten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. 16) Uitgangspunt is dat met een transformatie een gebouw kan worden gerealiseerd met een resterende levensduur van 50 jaar en dat voldoet aan de criteria genoemd onder artikel 13, voor een maximum van 80% van het normbedrag voor nieuwbouw. Indien niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan wordt een second opinion uitgevoerd op de plannen. Mocht dit niet leiden tot een bijstelling van de kosten komt de school in aanmerking
4
voor vervangende nieuwbouw. BS Klimwijs/Gunteslaer wordt om die reden omgezet in een nieuwbouw. 17) De normbedragen worden jaarlijks, voor het eerst op 1 januari 2023, aangepast met in achtneming van de indexering zoals die wordt vastgesteld door BDB op basis van de reële prijsontwikkelingen en voor zover die van toepassing zijn op nieuwbouw van scholen. De normvergoeding in het jaar van opdrachtverlening is leidend voor het ter beschikking te stellen budget. Indien er na opdrachtverlening sprake is van niet te voorziene kostenverhoging veroorzaakt door vertragingen in de bouw en die buiten de invloedsfeer liggen van de opdrachtgever of de aannemer kan het college worden verzocht om een aanvullende indexering. In de evaluatie genoemd onder 1) zal de normering en de systematiek van de normering nadrukkelijk worden meegenomen. Daarin zal ook de wenselijkheid en mogelijkheid van het hanteren van een minimumbedrag per m2 BVO worden meegenomen. 18) Schoolbesturen zijn volgens de WPO niet verplicht een eigen bijdrage te leveren voor wat betreft de realisatie van voorzieningen. Schoolbestuur en gemeente zijn echter voor de in bijlage 1 opgenomen voorzieningen overeengekomen dat in ruil voor een gemeentelijke toeslag voor de realisatie van aanvullende duurzaamheidsmaatregelen (Energie neutraal Gebouw - ENG), ook de scholen een financiële bijdrage doen.
Deze investeringen stijgen uit boven de eisen genoemd onder artikel 13. Andere exploitatie-besparende maatregelen of andere maatregelen waarmee een uitvoeringsniveau wordt gerealiseerd dat uitstijgt boven de onder artikel 13 genoemde eisen, komen voor rekening van het schoolbestuur. Voor zover deze extra investeringen betrekking hebben op niet-onderwijsruimten (artikel 14) komen deze extra investeringen voor rekening van de gemeente mits het college vooraf heeft ingestemd met het plegen van deze investeringen. In dat kader neemt het schoolbestuur de inspanningsverplichting op zich om met de toekomstige huurders van het gebouw tot overeenstemming te komen over hun bijdrage (via de huur) in deze extra investering.
5