Bijlage F3 - Ontwerp gewijzigde MRE 2024 [wijzigingen zichtbaar]
Tekst van het document
Door de Regioraad SRE is bij de vaststelling van het Transformatieplan ervoor gekozen een aantal taken over te dragen aan gemeenten en subregio’s. Tevens gingen na de wetswijziging plus-taken op het gebied van mobiliteit over naar de provincie. Taken welke niet overgedragen konden worden bleven op juridische, financiële en organisatorische gronden onder beheer van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven, in juridische opzicht de voortzetting van het SRE. De samenwerking in de nieuwe opzet is conform afspraak in 2017 geëvalueerd. Die evaluatie en aansluitend het Updateproces (2018) vormden de basis voor het Samenwerkingsakkoord 2019-2022, vastgesteld door het Algemeen Bestuur Metropoolregio Eindhoven op 27 maart 2019. In het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 – tevens de Regionale Agenda voor die periode- is de missie van de samenwerking binnen de Metropoolregio Eindhoven opgenomen. Er is gekozen voor focus op thema’s die invulling geven aan de missie, mede gelet op het totale samenwerkingslandschap in Zuidoost-Brabant en het voorkomen van dubbel werk. Daarnaast bevatte het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 afspraken over de vormgeving van de samenwerking en de governance.
Zoals ook de overweging was bij de transformatie van SRE naar MRE is besloten is vast te houden aan het behouden van de zelfstandige juridische entiteit, omdat dit het voordeel biedt dat het kan fungeren als gezamenlijk bestuursorgaan en betaalautoriteit (overheidsbijdrage aan Brainport Development en het stimuleren van de regionale economie door het Stimuleringsfonds).Verder is de kaderstellende en controlerende rol van de raden bij een gemeenschappelijke regeling wettelijk geregeld. Tenslotte draagt dit bij aan de externe uitstraling van onze samenwerking en regio. Besloten is vast te houden aan een “gemeenschappelijk openbaar lichaam” (Wet gemeenschappelijke regelingen) omdat deze entiteit uitgaat van een geleed bestuur, dat wil zeggen een algemeen bestuur waarin alle deelnemende gemeenten vertegenwoordigd moeten zijn dat toeziet op het dagelijks bestuur. Voorts omdat een gemeenschappelijk openbaar lichaam de mogelijkheid biedt tot eigen personeel en vermogen. In het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 was opgenomen tot en met 2020 ervaring op te doen met de vernieuwde governance en op basis daarvan in 2021 een gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen.
De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2021 was derhalve een gewijzigde voortzetting van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 (inclusief de wijziging in 2017), waarbij de wijzigingen voortkwamen uit: - de afspraken in het Samenwerkingsakkoord 2019 – 2022 over de vormgeving van de samenwerking en de governance; - de ervaring, die werd opgedaan met de vernieuwde governance;
-31
-
besluiten van het algemeen bestuur over de verhouding van de Metropoolregio Eindhoven tot Gulbergen. Tevens werden bepalingen over overgedragen en afgeronde taken verwijderd, en werden bepalingen waar nodig verduidelijkt of genderneutraal geformuleerd. Het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 gaf geen aanleiding tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. Wijziging vanwege de wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Op 1 juli 2022 werd de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen van kracht. Het doel van de wetswijziging was om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden te versterken. Een aantal wijzigingen zijn op 1 juli 2022 ingegaan, de overige wijzigingen gingen in op 1 juli 2024. Een van de wijzigingen is dat de gemeenteraden, indien sprake is van een collegeregeling, voordat besluitvorming plaatsvindt ("vaststellingsprocedure”), een zienswijze kenbaar kunnen maken bij het wijzigen van een gemeenschappelijke regeling. De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven is echter een ‘gemengde’ regeling, waarop deze wettelijke bepaling niet van toepassing is. Niettemin is de ontwerp-gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 voorgelegd aan de deelnemende gemeenteraden en colleges voor reacties.
Na afweging van de ingekomen reacties door het algemeen bestuur op 28 februari 2024 is deze vrijgegeven voor definitieve vaststelling. In de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024: - zijn de wijzigingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen verwerkt die ingingen per 1 juli 2022, in het algemeen door overneming van de teksten uit de wet; - is invulling gegeven aan de wijzigingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen die ingingen per 1 juli 2024, op een wijze die past bij de aard van de samenwerking op grond van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven; - zijn genomen besluiten geïmplementeerd, bijvoorbeeld ten aanzien van de bestuurlijke inbedding van het RHCe in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven; - zijn andere verbeteringen aangebracht, waaronder het in overeenstemming brengen van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven met toepasselijke wetgeving. De toelichting is na de doorlopen reactieprocedure aangepast, op basis van de ontvangen reacties en de definitieve wijzigingen. Tevens zijn gedateerde of achterhaalde passages geschrapt en formuleringen verhelderd.
Voorgenomen wijziging met betrekking tot de bepalingen rond de zorg en beheer van archiefbescheiden De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven is door de deelnemende gemeenten, met uitzondering van de gemeente Gemert-Bakel, mede getroffen met het oog op het behartigen van de gemeentelijke belangen op het gebied van cultuurhistorie en erfgoedbeheer. Hierbij horen taken en bevoegdheden, die voortvloeien uit het zorgdragerschap dat gemeenten op grond van de Archiefwet 1995 hebben. De Wet gemeenschappelijke regelingen en de Archiefwet 1995 bieden evenwel mogelijkheden bepaalde taken te bundelen. Bijvoorbeeld het toezicht op archiefbescheiden voordat deze worden overgebracht, de aanwijzing van een archivaris, de aanwijzing van een archiefbewaarplaats, en de omstandigheden waaronder overgebrachte archiefbescheiden bewaard blijven en ontsloten worden. Daarnaast is in de Archiefwet 1995 opgenomen dat in een gemeenschappelijke regeling een voorziening is opgenomen over de zorg voor de archiefbescheiden van bij die regeling ingestelde openbare lichamen, alsook de terbeschikkingstelling van archiefbescheiden die verband houden met taken die geheel of gedeeltelijk zijn overgedragen aan een regeling.
Op 20 december 2023 heeft het algemeen bestuur besloten een separate wijzigingsprocedure op te starten voor de ‘archiefbepalingen’ in de regeling alsook voor de onderliggende regelingen. Een mogelijkheid tot reactie op de ontwerp-wijzigingen vormt onderdeel van de procedure. Naar verwachting zal deze procedure eind 2024 / begin 2025 leiden tot aanpassingen. Bepalingen in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2021, die strijdig zijn gebleken met de Archiefwet 1995 zijn al verwerkt in de nu gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024. De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 in vogelvlucht Kortheidshalve en vooruitlopend op de navolgende artikelsgewijze toelichting:
-32
-
-
-
-
-
-
De regeling voorziet in het vaststellen van een regionale agenda na aanvang van een nieuwe bestuursperiode, voor 4 jaar. In de regionale agenda is het toekomstbeeld van de regio beschreven en de strategie op de thema’s waarop wordt samengewerkt, met de missie van de samenwerking als uitgangspunt. Voor deze 4 jaarlijkse regionale agenda wordt een proces ingericht, waarin de colleges en raden van de deelnemende gemeenten centraal staan en input kunnen leveren. Onderdeel van dit proces is tevens een reflectie op de kwaliteit en de vorm van de samenwerking op grond van de regeling. De concept-agenda wordt na vrijgave voor zienswijzen voorgelegd aan de raden. Formele vaststelling vindt plaats in het algemeen bestuur. Elk van de thema’s uit de regionale agenda krijgt bestuurlijk uitvoering in een portefeuillehoudersoverleg. Een portefeuillehoudersoverleg is een door het algemeen bestuur in te stellen overlegorgaan. Hun samenstelling en werkwijze is geregeld in een statuut. Alle verantwoordelijke wethouders van de 21 gemeenten hebben zitting in het portefeuillehoudersoverleg. Jaarlijks wordt vanuit de regionale agenda voor elk specifiek thema een werkprogramma vastgesteld door het algemeen bestuur met daarin de concrete acties en te bereiken mijlpalen voor dat specifieke jaar. Besluitvorming vindt plaats in het algemeen bestuur.
Het bestuur kan bepalen op welke wijze de raden betrokken worden bij de voorbereiding van het werkprogramma. In 2019 is het Statuut Overlegorganen reeds in overeenstemming gebracht met de afspraken in het Samenwerkingsakkoord 2019 – 2022 over de vormgeving van de samenwerking en de governance, voor zover toen mogelijk binnen de grenzen van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015. De wijzigingen in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2021 en 2024 zijn weer verwerkt in een wijziging van het statuut. De verplichte wettelijke organen (de voorzitter, het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur) zijn in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 opgenomen met hun taken en bevoegdheden, op grond van de wet en de regeling. Het dagelijks bestuur heeft een taak in het borgen van de regionale lange termijn strategie. Daarom werd in het Samenwerkingsakkoord 2019 – 2022 voorzien in uitbreiding van het dagelijks bestuur met de voorzitters van de inhoudelijke portefeuillehoudersoverleggen. Omdat een dergelijke uitbreiding van het dagelijks bestuur toen niet mogelijk was, zijn de voorzitters van de portefeuillehoudersoverleggen benoemd als adviseur van het dagelijks bestuur. De positieve ervaring met deze manier van werken heeft ertoe geleid dat deze invulling van de governance is en wordt voortgezet.
De regeling biedt de mogelijkheid het aantal leden van het dagelijks bestuur uit te breiden met leden afkomstig uit het algemeen bestuur. In voorkomend geval benoemt de gemeente, waaruit het lid afkomstig is, een nieuw lid van het algemeen bestuur. In 2015 is de Raadstafel21 gevormd. De Raadstafel21 biedt een forum voor raadsleden, als een lichte (informele) en flexibele samenwerking, waarin twee raadsleden per gemeente zijn vertegenwoordigd. Deze raadsleden vervullen in hun raden een ambassadeursfunctie, ze zijn de ‘voelsprieten’ van de Metropoolregio Eindhoven naar de gemeenteraden en vice versa van de 21 gemeenten. De ervaring die is opgedaan met de Raadstafel21, leidde er in 2021 toe dat in de regeling werd opgenomen dat de Raadstafel21 een in te stellen overlegorgaan is. In het Statuut Overlegorganen is de rol van de Raadstafel21 nader uitgewerkt. De gewijzigde Wgr biedt de mogelijkheid tot instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie. De procedure die de Wgr voorschrijft is reeds doorlopen in 2021 voor de Raadstafel21. In artikel Wgr 24a is aangegeven op welke manier invulling kan worden gegeven aan de adviserende rol. Door de verwijzing naar Wgr artikel 24a in de regeling is beoogd ontwikkelruimte te creëren voor de doorontwikkeling van de Raadstafel21, maar de verwijzing is niet bedoeld om deze doorontwikkeling te verplichten.
De beschrijving van de taken, bevoegdheden en werkwijze van de Raadstafel21 in het huidige Statuut Overlegorganen laat zien dat er al veel aanknopingspunten voor de Raadstafel21 zijn om invulling te geven aan de mogelijkheden, die art 24a Wgr biedt. Het algemeen bestuur heeft op 20 december 2023 besloten dat de voorzitter van de Raadstafel21 een (staande) uitnodiging heeft om deel te nemen aan de beraadslagingen. Dit in de verwachting dat de inbreng van de voorzitter vooral gebaseerd is op de gevoerde discussie binnen de Raadstafel21. Deelname aan de beraadslaging (zonder stemrecht) is mogelijk op grond van artikel 10, zevende lid van de regeling. Zoals hiervoor aangegeven vindt elke 4 jaar bij de voorbereiding van de regionale agenda een reflectie plaats op de kwaliteit en de vorm van de samenwerking op grond van de regeling.
-33
-
Aanvullend kan het algemeen bestuur het dagelijks bestuur verzoeken om een evaluatie, echter niet binnen 24 maanden na vaststelling van de regionale agenda. Bij een wijziging van de regeling worden de raden door tussenkomst van de colleges de gelegenheid geboden voor het geven van een schriftelijke reactie op ontwerpvoorstellen. Definitieve voorstellen worden voorgelegd voor besluitvorming conform de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Wettelijk kader Op deze gemeenschappelijke regeling is van toepassing de Wet gemeenschappelijke regelingen. Met wijziging van de Wet in 2015 zijn een aantal duale elementen ingevoerd in de werkwijze van een gemeenschappelijke regeling, waarbij een openbaar lichaam is ingesteld. Zo heeft het dagelijks bestuur eigen bevoegdheden gekregen en heeft het algemeen bestuur ruimere bevoegdheden bij het controleren van het dagelijks bestuur bij haar taakuitoefening. Ook is de democratische legitimatie verbeterd, bijvoorbeeld door het verruimen van de reactietermijn van raden voor het kenbaar maken van een zienswijze op de ontwerpbegroting van het openbaar lichaam. Een verdere wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen trad in werking op 1 juli 2022. In de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 zijn de wijzigingen die ingingen per 1 juli 2022 in het algemeen verwerkt door overneming van de teksten uit de wet. Verder is invulling gegeven aan de wijzigingen die ingingen per 1 juli 2024, op een wijze die past bij de aard van de samenwerking op grond van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. Democratische legitimatie De gemeenschappelijke regeling van de Metropoolregio is een gemengde regeling. Hierin worden op beperkte schaal raads- en collegebevoegdheden belegd.
Deze bevoegdheden moeten op grond van de wet helder worden omschreven in de gemeenschappelijke regeling. Deels is dat relevant voor de gang van zaken in het rechtsverkeer, deels is dat ook van belang voor de democratische verantwoording aan de raden van de deelnemende gemeenten. De Metropoolregio Eindhoven is aan te merken als een vorm van verlengd lokaal bestuur. Beslissingsmacht over uitvoering van de regionale agenda ligt bij de gemeenten. De eigenstandige bevoegdheden van de Metropoolregio als de plaats waar strategie wordt ontwikkeld, blijven beperkt tot het vaststellen van de regionale agenda, begroting, werkprogramma’s, jaarrekening en het stellen van algemeen verbindende voorschriften inzake het beheer van investeringsen stimuleringsfondsen en de eigen organisatie en bedrijfsvoering. In het voorgestane besturingsmodel ligt het accent bij de strategische samenwerking op de kaderstelling door de gemeenteraden. Door hun betrokkenheid bij de voorbereiding en het bekrachtigen van de regionale agenda, voordat deze door het algemeen bestuur wordt vastgesteld is de inhoudelijke betrokkenheid bij en finale besluitvorming door de gemeenteraden gewaarborgd. Concrete uitvoering van de regionale agenda is een zaak van de gemeenten gezamenlijk en wordt zo nodig geregeld via af te sluiten convenanten of soortgelijke uitvoeringsarrangementen.
De Metropoolregio is belast met de registratie van de uitvoering van de door de gemeenten gemaakte afspraken, zoals omschreven in de regionale agenda en eventuele uitvoeringsarrangementen. Het is de bedoeling dat de voortgang van de werkzaamheden door de colleges actief ter hand genomen en gemonitord wordt door het dagelijks bestuur, zodat deze zo nodig bijgestuurd kunnen worden. De colleges van burgemeester en wethouders kunnen daarover periodiek aan hun gemeenteraden rapporteren De Wet gemeenschappelijke regelingen kent een expliciete regeling van verantwoording, inlichtingenplicht en ontslagmogelijkheid. Die regeling heeft in de eerste plaats betrekking op de verhouding dagelijks bestuur en algemeen bestuur, maar daarnaast ook op het lid van het algemeen bestuur naar de eigen gemeenteraad. Daarnaast is het college van burgemeester en wethouders zowel individueel als ook gezamenlijk op grond van de Gemeentewet verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad voor het gevoerde bestuur (zie artikel 169 Gemeentewet). De gemeenteraad bestaat uit de gekozen
-34
volksvertegenwoordigers, die door hun verkiezing democratisch gelegitimeerd zijn. Zo kan een raad gebruik maken van het enquêterecht ex artikel 155a Gemeentewet ten aanzien van de eigen bestuurders. De gemeentelijke rekenkamer(commissie) kan onderzoek doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid bij de Metropoolregio (artikel 184 Gemeentewet). Ingevolgde de gewijzigde Wgr is aan de regeling toegevoegd dat het bestuur van de Metropoolregio uit eigen beweging schriftelijk aan de colleges en raden alle inlichtingen verstrekt, die de colleges en de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De wijze waarop het bestuur hieraan invulling geeft is niet vastgelegd in de regeling. Het bestuur kan gebruik maken van verschillende communicatiemiddelen zoals bijeenkomsten, informatiebrieven, publicatie van besluiten et cetera. Met de toegevoegde actieve informatieplicht krijgt dit de voortdurende aandacht van het bestuur van de Metropoolregio. In financieel opzicht zijn de gemeenteraden in positie, omdat zij jaarlijks hun zienswijze kenbaar kunnen maken over de ontwerpbegroting. Door toezending van de jaarrekening van het openbaar lichaam wordt achteraf verantwoording afgelegd. Eerder is dat intern gebeurd bij de aanbieding van de jaarrekening door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam.
Ten slotte wordt opgemerkt dat indien een tussentijdse begrotingswijziging nodig is, die leidt tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage, de raden van de deelnemende gemeenten wederom in de gelegenheid zijn zich daarover uit te spreken en hun zienswijze kenbaar te maken. In de regeling was reeds opgenomen dat het algemeen bestuur, in aanvulling op waar dat verplicht is op grond van de wet of op grond van de regeling, zelf kon besluiten andere dossiers te onderwerpen aan een ‘voorhangprocedure’. Deze flexibele bepaling is in de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 gehandhaafd en aangevuld met de mogelijkheid dat de raden hierom verzoeken. Voor toepassing van dit laatste moet het verzoek afkomstig zijn van tenminste een vijfde van de gemeenteraden. Voorafgaand aan het nemen van een besluit waaraan een zienswijzeprocedure voorafging, stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Verder is in de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 opgenomen dat ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden betrokken kunnen worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten.
Ook het dagelijks bestuur kan besluiten tot een apart participatietraject, voor te nemen besluiten met ingrijpende gevolgen. Dit is verder toegelicht bij het betreffende artikel. Toepassing van die laatste mogelijkheid vindt ook plaats, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. Het aangaan van een gemeenschappelijke regeling leidt tot een bestuurlijk complexe situatie. Hiervoor is aangegeven dat er voor de gemeenteraden als democratisch gekozen volksvertegenwoordiging wel degelijk juridische mogelijkheden aanwezig zijn betrokken te blijven bij het functioneren van gemeenschappelijke regelingen en de door hen aangewezen leden van het algemeen bestuur verantwoording te blijven vragen. Wel is het zo dat het aangaan van een samenwerking met andere gemeenten binnen een openbaar lichaam leidt tot gezamenlijk genomen besluiten, waarbij de invloed van individuele gemeenteraden afneemt. Rode draad is en blijft ook naar de toekomst toe de zorg voor het goed blijven onderhouden van een tijdige adequate informatievoorziening naar de raden van de deelnemende gemeenten.
-35
ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING Artikel 2
Openbaar lichaam
De Metropoolregio Eindhoven - evenals haar voorganger het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven - bezit als openbaar lichaam rechtspersoonlijkheid. De Metropoolregio Eindhoven kan hierdoor zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen en optreden als betaalautoriteit. In het vijfde lid wordt gemeld dat de verschillende overlegorganen geregeld worden in een statuut. Enerzijds om veel bestuurlijke drukte te vermijden en anderzijds om slagvaardig te kunnen opereren bij noodzakelijk geachte wijzigingen in de overlegstructuur. Voor de Raadstafel21 is in die zin een uitzondering gemaakt dat dit overlegorgaan expliciet genoemd is in de gemeenschappelijke regeling. Het bestaan als zodanig van dit beraad als intermediair tussen de bestuursorganen van de Metropoolregio en de raden van de gemeenten is daarmee verzekerd. Artikel 3
Belangen en Doelen
De Wet gemeenschappelijke regelingen verplicht een of meer belangen te benoemen (artikel 1, eerste lid en artikel 10, eerste lid van de Wgr). Deze moeten helder zijn omschreven, omdat een open taakstelling wettelijk niet is toegestaan (gesloten huishouding). De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven benoemt verschillende te behartigen belangen. De belangen die de Metropoolregio primair dient, zijn opgenomen in artikel 3, eerste tot en met derde lid. Thema’s in de regionale agenda In de regionale agenda bepalen de gemeenten de thema’s van de samenwerking, passend bij het oogmerk van de samenwerking zoals omschreven in artikel 3, eerste lid. Die thema’s kunnen wisselen. Het bevordert enerzijds de flexibiliteit om te kunnen inspelen op maatschappelijke behoeften terwijl anderzijds voldaan wordt aan het wettelijke uitgangspunt dat de gemeenten de huishouding van het samenwerkingsverband bepalen. De Metropoolregio is niet in staat (tijdelijke) thema’s op zich te nemen voor een deel van de gemeenten, die niet zijn opgenomen in de regionale agenda. Bij dit alles is het van belang een goed onderscheid te maken tussen thema’s van de samenwerking en de regionale opgaven. Het oppakken van de regionale opgaven binnen de thema’s wordt geregeld via het werkprogramma.
Hoewel gemeenten via de overlegorganen een grote mate invloed hebben op de samenstelling van het werkprogramma, ligt de finale besluitvorming daarover bij de Metropoolregio. Het bestuur van de Metropoolregio bepaalt, binnen de bepalingen van de regeling, op welke wijze de raden betrokken worden bij de samenstelling van het werkprogramma. Voortzetting vanuit Samenwerkingsverband Regio Eindhoven De in artikel 3, tweede lid genoemde belangen, vloeien voort uit het functioneren van het voormalige Samenwerkingsverband Regio Eindhoven en duren al dan niet tijdelijk voort na het inwerkingtreden van deze gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Cultuurhistorie en erfgoedbeheer De in artikel 3, derde lid genoemde belangen vormen de basis voor de taken en bevoegdheden van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe). In het rapport Evaluatie Metropoolregio Eindhoven (2017) is onder andere de aanbeveling gedaan werk te maken van het buiten de Metropoolregio plaatsen van relicten uit het verleden, zoals het RHCe (zie ook toelichting bij artikel 4, derde lid).
Op 16 december 2020 heeft het algemeen bestuur MRE op verzoek van de Bestuurscommissie RHCe het volgende besloten: De taken van het RHCe, zoals die uit wet- en regelgeving en uit de tekst van de gemeenschappelijke regeling voortvloeien, onverkort voort te zetten, De huidige uitvoeringsactiviteiten, dienstverlening en werkwijzen van het RHCe te continueren, De advisering aan gemeenten te intensiveren (met name informatica en archivistiek),
-36
-
Met zusterinstelling(en) samen te werken ten voordele van dienstverlening aan gemeenten, instellingen en burgers (o.m. functionaliteit en toepassingsgebieden van het e-depot).
MRE en RHCe worden niet ontvlochten In juni 2021 heeft het algemeen bestuur verzocht om nader onderzoek naar de governance. In de Gemeenschappelijke Regeling 2021 werd derhalve nog een voorbehoud gemaakt. In januari 2023 heeft de Bestuurscommissie Regionaal Historisch Centrum Eindhoven geconcludeerd dat het niet zinvol is te komen tot aanpassing van de governance, er zijn geen voordelen voor de organisatie. Dit standpunt om niet over te gaan tot enige aanpassing van de governance (ontvlechting MRE en RHCe), en daar in de voorzienbare toekomst ook geen voornemens toe te hebben, is door het algemeen bestuur op 1 maart 2023 onderschreven. Artikel 4
Taken
Regionale strategie en samenwerking De in artikel 4, eerste lid, benoemde taken zijn gericht op het tot stand brengen van de regionale strategie op de thema’s. De thema’s worden uitgewerkt in de regionale agenda (thans genoemd het samenwerkingsakkoord, zie hierna). De eigenlijke taken van de Metropoolregio derhalve. In de omschrijving van de taken komt voorts tot uitdrukking dat de Metropoolregio een faciliterende organisatie is ten behoeve van de deelnemende gemeenten. Om de strategische opgaven van de Metropoolregio vorm te kunnen geven is inzet van het regionale investerings- en stimuleringsfonds cruciaal gebleken. Dat vraagt om een adequaat beheer en verantwoording, ook naar andere overheden. Een bijzondere taak van de Metropoolregio op het gebied van regionale stimulering betreft de bestuurlijke deelname aan de Stichting Brainport, het aandeelhouderschap in Brainport Development NV en het verstrekken van de jaarlijkse subsidie (“basisfinanciering”) aan Brainport Development NV. In de ontstaansgeschiedenis van Brainport Development vormde het Stimuleringsfonds oorspronkelijk een van de financieringsbronnen, geleidelijk is dit overgegaan naar een separaat in de begroting opgenomen bijdrage. Voor de financiering int de Metropoolregio via de begroting separaat de bijdragen van de gemeenten.
De Metropoolregio Eindhoven fungeert voor de financierende overheden als enige subsidiënt van Brainport Development NV. Daarmee wordt de administratieve last laag gehouden. De Metropoolregio Eindhoven sluit telkens voor een periode van 4 jaar met Brainport Development een uitvoeringsovereenkomst. Voorzetting taken vanuit het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Artikel 4, tweede lid sub a heeft betrekking op het grondeigendom, het beheer en de nazorg van het Landgoed Gulbergen, de voormalige regionale stortplaats op het grondgebied van de gemeenten Nuenen c.a. en Geldrop-Mierlo. Wettelijk is bepaald dat de nazorgplicht moet worden overgedragen aan de provincie. In december 2020 heeft het algemeen bestuur besloten de erfpachtovereenkomst met Attero te ontbinden en het beheer weer op zich te nemen. De lange termijn strategie is gericht op overdracht van het grondeigendom en beheer aan een derde partij. Om de plannen te toetsen en het dagelijks bestuur te adviseren over onttrekking en aanwending van de financiële middelen bestaat sinds eind 2003 de Adviescommissie Gulbergen. De adviescommissie heeft de taak om het dagelijks bestuur gevraagd en ongevraagd van advies te dienen inzake: a. het beheer en de inzet van de Voorziening Gulbergen; b. de eindafwerking en nazorg van de voormalige stortplaats Gulbergen; c.
de toetsing van de plannen voor de ontwikkeling en governance van Landgoed Gulbergen. De taken genoemd in het tweede lid lopen automatisch af wanneer deze in hun geheel zijn afgerond. Ook de verwijzingen in artikel 48 (Uittreding), zesde lid, naar verplichtingen die hieruit zijn voortgevloeid, lopen automatisch af wanneer de verplichtingen zijn afgerond. Taken op het gebied van cultuurhistorie en erfgoedbeheer Artikel 4, derde lid, heeft betrekking op taken die op basis van artikel 3, derde lid door de deelnemende gemeenten aan de Metropoolregio Eindhoven zijn opgedragen. De gemeente Gemert-Bakel heeft de betreffende taken niet opgedragen aan de Metropoolregio Eindhoven en voert de taken zelf uit. Het bepaalde in het derde lid is daarom niet van toepassing op de gemeente Gemert-Bakel (zoals ook aangegeven in het vierde lid). De uitvoering van de taken in het derde lid is belegd bij het dienstonderdeel Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe). Het RHCe is rond de eeuwwisseling
-37
ontstaan uit het Streekarchief Regio Eindhoven, het Gemeentearchief Helmond en het Streekarchivariaat Peelland. De Gemeenschappelijke regeling SRE zoals van kracht tot 2 april 2015 bevatte ook de taken en bevoegdheden op het gebied van cultuur, met vergelijkbare bepalingen als thans in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. De bepalingen zijn in de voorgaande wijzigingen niet gewijzigd. Archiefbescheiden zijn, volgens artikel 1 van de Archiefwet 1995: 1°bescheiden, ongeacht hun vorm, door de overheidsorganen ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten; 2°bescheiden, ongeacht hun vorm, met overeenkomstige bestemming, ontvangen of opgemaakt door instellingen of personen, wier rechten of functies op enig overheidsorgaan zijn overgegaan; 3°bescheiden, ongeacht hun vorm, welke ingevolge overeenkomsten met of beschikkingen van instellingen of personen dan wel uit anderen hoofde in een archiefbewaarplaats zijn opgenomen om daar te berusten; 4°reprodukties, ongeacht hun vorm, welke bij of krachtens de wet in de plaats zijn gesteld van de onder 1°, 2° of 3° bedoelde archiefbescheiden of welke op grond van het bepaalde in artikel 7 zijn vervaardigd.
Artikel 12, eerste lid van de Archiefwet 1995, draagt aan de zorgdrager op de archiefbescheiden, die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar, over te brengen naar een (door de zorgdrager aan te wijzen) archiefbewaarplaats. Artikelen 13 tot en met 15 van de Archiefwet 1995 en bepalingen in het Archiefbesluit en de Archiefregeling zien verder toe op deze overbrenging. Op grond van het derde lid, sub a heeft het RHCe (ook) een taak op het vlak van bewaren en toegankelijk maken van het cultureel erfgoed van de regio. Zorg en beheer van overgebrachte archiefbescheiden Op grond van het derde lid, sub b heeft de MRE, in casu het RHCe de zorg en beheer van archiefbescheiden, die krachtens de Archiefwet 1995 naar de archiefbewaarplaatsen van de Metropoolregio zijn overgebracht. Conform de definities uit de Archiefwet, kunnen dit archiefbescheiden zijn die zijn overgebracht door de deelnemende gemeenten (inclusief hun voorgangers) of die zijn overgebracht door de Metropoolregio Eindhoven zelf, voor zover deze voortkomen uit de zorg die ze heeft over haar eigen archiefbescheiden (zie hoofdstuk 13 – Archief). Voorts de archiefbescheiden van personen en instellingen, wier rechten of functies op overheidsorganen van deze partijen zijn overgegaan.
Tenslotte ook de archiefbescheiden van instellingen of personen, die op basis van overeenkomsten met of beschikkingen van hen dan wel uit anderen hoofde in de archiefbewaarplaats zijn opgenomen. Bijvoorbeeld de archiefbescheiden van andere gemeenschappelijke regelingen, die het RHCe als archiefbewaarplaats hebben aangewezen. Het zorgdragerschap voor archiefbescheiden bestaat uit plichten en bevoegdheden, op grond van de Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling, zowel met betrekking tot het ontsluiten van archiefbescheiden, het (blijvend) bewaren ervan, het beperken van de openbaarheid ervan, en de omstandigheden waaronder archiefbescheiden opgeslagen en bewaard worden zowel vóór als na overbrenging. Voor gemeenten regelt de Archiefwet 1995 dat het zorgdragerschap over de eigen archiefbescheiden zowel vóór als na overbrenging naar een archiefbewaarplaats is belegd op het niveau van de betrokken overheid, dus van de gemeente, in casu burgemeester en wethouders (Archiefwet 1995, artikel 30.1). Dit zorgdragerschap (in de zin van de Archiefwet) kan niet worden overgedragen of gedelegeerd. Wel kunnen taken en bevoegdheden, die voortvloeien uit de Archiefwet worden overgedragen, zoals dat in dit geval (de zorg voor) het beheer van het overgebrachte archief aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling is overgedragen.
De zorg voor de overgebrachte archiefbescheiden, zoals opgenomen in het derde lid, sub b komt dus neer op een ‘gebundelde’ zorg voor het beheer, dat wil zeggen de omstandigheden, waarin de overgebrachte archiefbescheiden duurzaam bewaard en ontsloten worden. Deze zorg vertaalt zich in feitelijke beheertaken en -handelingen. De kosten die hieraan zijn verbonden worden verdeeld op basis van óf inwoneraantal óf strekkende meters archief. Het toezicht op de taakuitoefening is sinds 2015 belegd bij de Bestuurscommissie RHCe. Toezicht op de niet-overgebrachte archiefbescheiden
-38
Op grond van artikel 32, tweede lid, Archiefwet 1995 is de gemeentearchivaris belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Burgemeester en wethouders wijzen de gemeentearchivaris aan. Op grond van het derde lid, sub c is de bevoegdheid tot aanwijzing van de archivaris gedelegeerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven en voert de streekarchivaris het toezicht uit. Dit betekent dat de archiefbescheiden, die worden ontvangen of opgemaakt uit hoofde van het toezicht vallen onder de zorg en het beheer van de gemeenschappelijke regeling. De zorgdrager, onder wiens bevelen de archivaris het toezicht uitoefent, kan richting of dwingende aanwijzingen aan de archivaris geven over dit toezicht. De zorgdragers van de deelnemende overheidsorganen maken afspraken met de gemeenschappelijke regeling over de uitvoering van het toezicht. Deze afspraken kunnen worden vastgelegd in een (dienstverlenings-)overeenkomst (Handreiking inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden, 2021). Hetzelfde is van toepassing op de zorgdragers voor archiefbescheiden van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden indien ze de streekarchivaris hebben aangewezen als toezichthouder.
Advisering over de inrichting van de documentaire informatiehuishouding Op grond van het derde lid, sub d kan de streekarchivaris in een adviserende rol betrokken worden besluiten op het gebied van de informatiehuishouding. Enerzijds vanuit diens rol als toezichthouder voorafgaand aan overbrenging, anders vanwege de zorg- en beheertaak na overbrenging. Artikel 5
Bevoegdheden
Algemene bevoegdheden Het openbaar lichaam is de meest vergaande vorm van samenwerking, waaraan in beginsel alle gemeentelijke bevoegdheden kunnen worden overgedragen, waaronder de verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad. Bij het redigeren van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven is hiervan een bescheiden gebruik gemaakt. De over te dragen verordenende bevoegdheid van de Metropoolregio is beperkt tot het beheer en instellen van regionale investerings- en stimuleringsfondsen. Die fondsen dienen betrekking te hebben op één van de thema’s, waarop samengewerkt wordt. Het overdragen van verordende bevoegdheden heeft te maken met het wettelijk vereiste dat de te verstrekken uitkeringen (subsidies of renteloze leningen uit genoemde fondsen) gebaseerd moeten zijn op een wettelijke grondslag. Naast deze overgedragen bevoegdheid, behoeft de organisatie een zelfstandige verordenende bevoegdheid ten behoeve van de eigen organisatie en bedrijfsvoering (bijvoorbeeld Statuut Overlegorganen, Archiefverordening, Verordening Bestuurscommissie Regionaal Historisch Centrum Eindhoven). De Metropoolregio Eindhoven heeft met uitzondering van het Stimuleringsfonds en het optreden voor de financierende overheden als enige subsidiënt van Brainport Development NV geen bevoegdheden ten aanzien van de uitvoering van de regionale opgaven.
Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk dat gezamenlijk en al dan niet in samenwerking met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen te regelen. Daarvoor zullen door de bestuurlijke trekkers allianties gesmeed moeten worden via de overlegorganen van de Metropoolregio. Dat is pas anders als de deelnemende gemeenten de Metropoolregio machtigen namens hen gezamenlijke afspraken te maken. De bevoegdheid van het bestuur om zelfstandig deel te nemen aan andere gemeenschappelijke regelingen vloeit voort uit de wens om slagvaardig te kunnen opereren. Middels de in hoofdstuk 9 opgenomen voorhangprocedure (mede op grond van artikel 31a Wgr) is de terugkoppeling naar respectievelijk de colleges en raden van de deelnemende gemeenten vooraf verzekerd. Bevoegdheden om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten De bevoegdheden in het tweede lid vloeien voort uit de noodzaak om op deze taken, genoemd in artikel 4, als rechtspersoon handelingen te kunnen verrichten. Bevoegdheden behorend bij de zorg, het beheer en het toezicht op archiefbescheiden De overdracht van bevoegdheden door gemeenten aan de Metropoolregio op het gebied van respectievelijk de zorg voor en het beheer van overgebrachte archiefbescheiden, en het toezicht op de niet-overgebrachte archiefbescheiden, brengt met zich mee dat zij dienaangaande geen voorschriften kunnen stellen.
Zo zijn zij niet bevoegd zelf een gemeentelijke archiefbewaarplaats voor de over te
-39
brengen archiefbescheiden aan te wijzen en is ook de aanwijzing van de archivaris overgedragen aan de Metropoolregio. Bij het vaststellen van de verordening genoemd in het derde lid, sub a en d kan daarbij evenwel geen inbreuk worden gepleegd op het zorgdragerschap van burgemeester en wethouders. Het zorgdragerschap is een overkoepelend begrip om de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor archiefbescheiden aan een bestuursorgaan op te dragen. Het zorgdragerschap is geen bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 10:13 van de Awb en kan dus als zodanig niet worden gedelegeerd. Het zorgdragerschap is ook niet te splitsen in zorg voor de overgedragen bescheiden en voor de niet overgedragen archiefbescheiden. Zoals toegelicht bij artikel 4 is het wel mogelijk taken te bundelen en worden de verordeningen gericht op deze taken. In specifieke gemeenschappelijke regelingen, zoals Dommelvallei en de A2, kan hiervan niet worden afgeweken, nu een bevoegdheid maar eenmaal kan worden overgedragen. Deze regel leidt dan in zoverre weer tot de uitzondering, dat in geval aan een openbaar lichaam bevoegdheden worden gedelegeerd of het haar eigen bevoegdheden betreft, de onderliggende gemeenschappelijke regeling een voorziening dient te bevatten over de zorg en het beheer van de eigen archiefbescheiden, waarbij kan worden afgeweken van de regeling over het RHCe.
In 2015 werd voor het behartigen van de belangen van de gemeenten op het gebied van cultuurhistorie en erfgoedbeheer een bestuurscommissie ingesteld op grond van Wgr artikel 25 (Bestuurscommissie Regionaal Historisch Centrum Eindhoven). De bestuurscommissie is thans belast met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 4, derde lid van de regeling. Aan de bestuurscommissie zijn thans overgedragen van het algemeen bestuur, de bevoegdheden genoemd in het derde lid, sub a en d, en van het dagelijks bestuur de bevoegdheden genoemd in artikel 18, tweede lid, onder a tot en met d, f en g van de regeling, voor zover die bevoegdheden betrekking hebben op de uitoefening van taken waarmee de bestuurscommissie is belast. Daartoe behoort in ieder geval het aanwijzen, schorsen en ontslaan van een gemeentearchivaris als bedoeld in artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995, in de persoon van een streekarchivaris. Bij de voorgenomen wijziging met betrekking tot de bepalingen rond de zorg en beheer van archiefbescheiden wordt ook de positie van de bestuurscommissie betrokken. Tot slot verdient het opmerking dat per 2023 een wetsvoorstel aanhangig was om de Archiefwet 1995 in te trekken en te vervangen door een nieuwe archiefwet. Artikel 6
Regionale agenda
De regionale agenda bevat de toekomstvisie en de strategie van de gemeenten in de regio Eindhoven op de thema’s. De regionale agenda is de spreekwoordelijke stip aan de horizon voor de gemeenten. De regionale agenda biedt een lange termijn perspectief en een programma met een doorkijk van 4 jaar. In de praktijk wordt de regionale agenda aangeduid als het samenwerkingsakkoord. Omwille van een uniforme begripsomschrijving zal in het vervolg gesproken worden over een regionale agenda en dus niet over een samenwerkingsakkoord. De regionale agenda wordt iedere bestuursperiode opnieuw vastgesteld door het algemeen bestuur, nadat alle gemeenten zich daarover uitgesproken hebben. Mocht een nieuwe regionale agenda tot verschuiving leiden in de thema’s waarop wordt samengewerkt, dan zal gemeenten gevraagd worden daarover een expliciet besluit te nemen. Dit met het oog op het bepaalde in artikel; 10, tweede lid, van de Wgr. Bij de voorbereiding van de regionale agenda wordt gereflecteerd op de kwaliteit en de vorm van de samenwerking op grond van de regeling (zie verder de toelichting bij artikel 49 - Evaluatie).
Anders dan bij de thema’s worden de regionale opgaven, dus de beleidsinspanningen die de diverse partijen leveren met het oog op het bereiken van de doelstellingen op de thema’s van de regionale agenda, ieder jaar opnieuw vastgesteld door het algemeen bestuur van de Metropoolregio. Dat zijn de werkprogramma’s. Het bestuur bepaalt op welke wijze deze besluitvorming wordt voorbereid. Het werken met werkprogramma’s stelt de gemeenten in staat de gewenste adaptiviteit een kenmerkend onderdeel van de samenwerking te laten zijn. Randvoorwaarde binnen adaptiviteit is en blijft dat elke keuze meerwaarde moet hebben om met de 21 gemeenten gezamenlijk op te pakken, urgent is, niet op een andere schaal belegd kan worden of door een andere organisatie opgepakt kan worden en, tot slot,
-40
van toegevoegde waarde moet zijn voor het grotere doel: het handhaven en uitbouwen van het unieke economische profiel 1. Uitgangspunt is dat de regionale agenda door de deelnemende gemeenten wordt aangemerkt als het strategisch beleidsdocument voor de door de gemeenten gezamenlijk op te pakken regionale thema’s en de daarop gebaseerde opgaven. Met behoud van eigen bevoegdheden conformeren de bevoegde organen van de gemeenten zich aan de algemene doelstelling van de samenwerking: het realiseren van de opgaven in de regionale agenda ter versterking van de internationale concurrentiepositie van de regio. Op die manier kunnen gemeenten elkaar aanspreken op het maken van elkaar bindende afspraken. Door op deze manier samen te werken, ondersteund door de Metropoolregio, kan meer bestuurskracht gegenereerd worden. Dat maakt het ook mogelijk de regio Eindhoven landelijk sterker te positioneren als de Brainport van Nederland. Gemeenten zijn de dragende pijlers van de Metropoolregio. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de regionale agenda en de daarop gebaseerde jaarlijkse werkprogramma’s. Afspraken hierover kunnen desgewenst vastgelegd worden in convenanten of beleidsovereenkomsten met daarbij behorende financiële arrangementen. Deze financiële afspraken worden niet opgenomen in de begroting van de Metropoolregio Eindhoven doch in de begrotingen van de betrokken gemeenten.
Artikel 7
Stimuleringsfonds en investeringsfondsen
Binnen de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven was formeel geborgd het Stimuleringsfonds. Bij de voortzetting van voornoemd samenwerkingsverband in de Metropoolregio Eindhoven is besloten dit fonds en de voeding ervan te handhaven. Ook de Metropoolregio Eindhoven wil een bijdrage leveren aan de economische structuurversterking van de regio. Regionale middelen worden ingezet voor cofinanciering. Dat wil zeggen dat ook andere partijen (Europa, Rijk, provincie, gemeenten, private partners) een bijdrage leveren aan samenwerkingsprojecten met een aantoonbaar regionaal economisch effect. De middelen worden met name ingezet op projecten, die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van de regionale agenda. Daarmee wordt het structuurversterkende karakter van het Stimuleringsfonds geborgd. Het algemeen bestuur stelt voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen voorschriften op. In de nadere uitwerking is gekozen voor de volgende uitgangspunten: a. De besluiten van het algemeen bestuur tot vaststelling van de gemeentelijke basisbijdrage zijn gebonden aan het vereiste van een gekwalificeerde meerderheid van het aantal aanwezige stemmen (via de begroting). Uitgangspunt daarbij is met name het creëren van een zo breed mogelijk draagvlak. b.
Bij voorstellen aan het algemeen bestuur over de vaststelling van de inwonerbijdrage en bij het verleggen van accenten in de besteding, laat het dagelijks bestuur zich adviseren door een overleg van portefeuillehouders. c. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het regionale ambitieniveau. Dit ambitieniveau dient te zijn aangegeven in de regionale agenda. Het algemeen bestuur van de Metropoolregio stelt een verordening op, die de werkwijze regelt voor de subsidieverlening ten laste van het Stimuleringsfonds en de daaronder ressorterende subfondsen. In die subsidieverordening kan het dagelijks bestuur bevoegd worden verklaard nadere regels vast te stellen. Bij de bestedingen uit het Stimuleringsfonds laat het dagelijks bestuur zich adviseren door een adviesgroep bestaande uit vertegenwoordigers van regiogemeenten, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Verantwoording achteraf vindt plaats in het algemeen bestuur door de voorzitter van de adviesgroep. De voorzitter brengt het gevoelen van het algemeen bestuur vervolgens weer in bij de adviesgroep van het Stimuleringsfonds. Investeringsfondsen zijn een middel om de regionale agenda uit te voeren. In tegenstelling tot het Stimuleringsfonds dat gericht is op het stimuleren van projecten van derden, gaat het bij 1
Pagina’s 7 en 27 van het Samenwerkingsakkoord 2019-2022
-41
investeringsfondsen om instrumenten, waarmee projecten die invulling geven aan het doel van de gemeenschappelijke regeling en passen bij de thema’s van de regionale agenda gefinancierd kunnen worden, eventueel in combinatie met middelen van andere overheden en private partijen. Met het oog daarop kan het algemeen bestuur voorschriften opstellen (door middel van een verordening) over de inrichting, het beheer en voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen van een fonds. Het bestuur kan voor de voeding ook overeenkomsten sluiten met gemeenten en derden. In dergelijke overeenkomsten kan bijvoorbeeld worden vastgelegd op welke manier en op welke momenten gemeenten middelen committeren aan het fonds. Artikel 8
Bestuursorganen
In dit artikel worden de formele bestuursorganen van het openbaar lichaam vermeld. Zij representeren de ‘government’ van de Metropoolregio. Daarvan moet worden onderscheiden de ‘governance’ van de samenwerking. Met dat Engelstalige begrip wordt de wijze van samenwerken aangeduid langs meer informele lijnen. Die governance kan flexibel worden ingericht al naar gelang de inhoud van de voorliggende maatschappelijke opgaven. In het verleden heeft op deze wijze een regionaal platform gefunctioneerd. Verder waren er bestuurlijke ‘werkplaatsen’ en ‘gesprekstafels’ actief, waarin de thema’s en regionale opgaven nader werden verkend en nader uitgewerkt. Deze zogenaamde overlegorganen zijn inmiddels vervangen door een overleg van portefeuillehouders per thema en de Raadstafel21. Ook de halfjaarlijkse regionale bijeenkomst van collegeleden en raadsleden verdient hier vermelding. Mocht in de werkwijze en samenstelling van deze overlegorganen in de toekomst verandering optreden, dan kan dat relatief eenvoudig geregeld worden via het Statuut Overlegorganen van de Metropoolregio Eindhoven. Op deze wijze wordt uitdrukking gegeven aan het principe om bij de samenwerking het primaat bij gemeenten te leggen, flexibel te zijn en te werken in wisselende coalities.
Vanwege de kaderstellende en controlerende rol van de raden bij de samenwerking is ervoor gekozen de Raadstafel21 in de gemeenschappelijke regeling op te nemen als een in te stellen overlegorgaan. Verwezen wordt naar de toelichting op artikel 21. Artikel 9
Samenstelling algemeen bestuur
In het eerste lid is aangegeven, dat de leden van het algemeen bestuur door de raden van de gemeenten kunnen worden aangewezen: uit hun midden en uit burgemeester en wethouders. Dit vloeit voort uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Raadsleden kunnen bij een gemengde regeling waarbij raads- en collegebevoegdheden worden ingebracht niet uitgesloten worden van het lidmaatschap van het algemeen of dagelijks bestuur. Bij het opstellen van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 is uitgangspunt geweest dat de colleges van burgemeester en wethouders een centrale rol vervullen als het gaat om beleidsontwikkeling op het niveau van de Metropoolregio. Dat komt ook tot uiting in de centrale rol van het overleg van portefeuillehouders, waarin leden van alle colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten vertegenwoordigd zijn. Om genoemde reden wordt daarom sterk de voorkeur gegeven aan een algemeen bestuur dat is samengesteld uit leden van de colleges van burgemeester en wethouders. Door het houden van halfjaarlijkse regiobijeenkomsten voor collegeleden en raadsleden worden de raadsleden periodiek bijgepraat over de ontwikkelingen, die spelen op het niveau van de Metropoolregio. De gemeenteraden zijn in positie als het gaat om de oordeelsvorming over de regionale agenda en de begroting.
Bij die gelegenheden kunnen zij hun zienswijze kenbaar maken en vervolgens ook verantwoording nemen voor de uitvoering van regionale opgaven, waarbij hun gemeente betrokken is. Verder heeft ook de al eerder genoemde Raadstafel21 een centrale rol bij het in positie brengen van de raden ten aanzien van hun kaderstellende en controlerende rol. De Raadstafel21 kan beschouwd worden als intermediair tussen raden en de Metropoolregio. In de context van artikel 9 tot en met 13 wordt daarbij opgemerkt dat Raadstafel21 geen formele rol heeft in het functioneren van het algemeen bestuur. Op grond van artikel 10 lid 7 kunnen leden van de Raadstafel21 wel worden uitgenodigd om deel te nemen aan de beraadslagingen. Het algemeen bestuur heeft op 20 december 2023 besloten dat de voorzitter van de Raadstafel21 een (staande) uitnodiging heeft om deel te nemen aan de beraadslagingen. Dit in de verwachting dat de inbreng van de voorzitter vooral gebaseerd is op de gevoerde discussie binnen de Raadstafel21.
-42
Sinds 2015 is expliciet geregeld in de gemeenschappelijke regeling dat de burgemeester van Eindhoven wordt aangewezen als voorzitter van de Metropoolregio. Daarvoor is het nodig dat de gemeenteraad van Eindhoven haar burgemeester aanwijst als lid van het algemeen bestuur. Een zelfde regeling dient te worden getroffen voor de vicevoorzitter; de burgemeester van Helmond. Hun aanwijzing als lid van het algemeen bestuur dient dus nadrukkelijk in samenhang te worden bezien met de specifieke functie, genoemd in artikel 15 en artikel 19. Het algemeen bestuur bestaat uit ten minste 24 leden: 18 gemeenten vaardigen één lid af, de gemeenten die een lid van het dagelijks bestuur leveren, ieder 2 leden. Het dagelijks bestuur bestaat uit ten minste 3 leden, maar kan worden uitgebreid. De stemverhoudingen zijn per gemeente gelijk. Zie verder hierna, artikel 12. Artikel 10
Werkwijze algemeen bestuur
In artikel 22, eerste lid van de Wgr is geregeld dat het algemeen bestuur een reglement van orde vaststelt. In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: - vaststellen vergaderschema; - opstellen agenda, uitnodiging c.q. kennisgeving vergadering en verslaglegging; - mogelijkheid voor ingezeten en andere belanghebbenden om hun mening kenbaar te maken over een voorstel op de agenda van de vergadering van het algemeen bestuur; - wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming; - handhaving van de orde tijdens de vergadering; - besloten- c.q. openheid van vergadering. In beginsel zijn de vergaderingen openbaar. Onder voorwaarden kan besloten worden tot een besloten vergadering. De onderwerpen waarover niet in een besloten vergadering kan worden beraadslaagd of besloten, zijn limitatief opgesomd in de Wet gemeenschappelijke regelingen. De coronamaatregelen hebben in 2020 en 2021 digitaal vergaderen noodzakelijk gemaakt. Dat maakt het gewenst in het reglement van orde hier regels voor op te nemen. Artikel 11
Taken en bevoegdheden algemeen bestuur
Het algemeen bestuur is bestuurlijk opdrachtgever voor het dagelijks bestuur via de vaststelling van de regionale agenda en de jaarlijkse werkprogramma’s. Het algemeen bestuur besluit op basis van voorstellen, die door het dagelijks bestuur worden voorbereid. Ook is het algemeen bestuur de strategische gesprekspartner van het dagelijks bestuur gericht op nieuwe thema’s en binnen bestaande thema’s nieuw op te pakken opgaven. Het algemeen bestuur kan suggesties meegeven aan het dagelijks bestuur voor de uitwerking hiervan. Ieder lid van het algemeen bestuur is, voor wat de samenwerking in algemene zin betreft, ambassadeur in de eigen gemeente en draagt zorg voor verbinding naar eigen raad en college. De Raadstafel21 kan het lid van het algemeen bestuur in deze rol terzijde staan. Aan het algemeen bestuur komen in formeel opzicht alle bevoegdheden toe, voor zover deze niet bij wet of delegatie aan het dagelijks bestuur zijn op- of overgedragen. Aan de mogelijkheid tot overdracht van bevoegdheden aan het dagelijks bestuur stelt de wet beperkingen. Zo kunnen de bevoegdheden tot het vaststellen van de begroting en de jaarrekening, ingevolge de Wgr niet worden overgedragen.
In de gemeenschappelijke regeling is daaraan toegevoegd dat ook de vaststelling van onder meer de regionale agenda, verordeningen en het Statuut Overlegorganen tot het exclusieve domein van het algemeen bestuur behoort. Artikel 12
Besluitvorming algemeen bestuur
In het sinds 2015 gehanteerde besturingsmodel zijn de gemeenten aan zet. Via de overlegorganen zetten zij de lijnen uit. De vertaling hiervan wordt opgenomen in de regionale agenda, waarover de gemeenteraden zich uitspreken. Het wordt van belang geacht dat over de kerndocumenten begroting, begrotingswijzigingen, jaarrekening en regionale agenda breed gedragen overeenstemming bestaat. Om die reden wordt voorgesteld in zoverre te werken met een gekwalificeerde meerderheid van ¾ van hen die een stem hebben uitgebracht. Om te garanderen dat de stem van iedere gemeente even zwaar telt, is ervoor gekozen dat het afgevaardigde lid twee stemmen heeft, met uitzondering van de leden van Eindhoven, Helmond en de
-43
gemeenten die een lid van het dagelijks bestuur levert. De leden van deze gemeenten hebben ieder één stem. Bij elkaar opgeteld, hebben ook deze gemeenten zo twee stemmen. Bij afwezigheid van één van de leden van het dagelijks bestuur, waardoor dit uitgangspunt in het gedrang komt ware in de geest hiervan nadere afspraken te maken. Voor het quorum voor besluitvorming is het aantal leden bepalend (eenvoudige meerderheid), voor het bepalen van de meerderheid bij stemmingen, wordt uitgegaan van het aantal uit te brengen stemmen.
Artikel 13
Geheimhouding algemeen bestuur
Bepaling is gelijk aan bepalingen uit de Gemeentewet, die gelden voor raadsvergaderingen. Artikel 14
Samenstelling dagelijks bestuur
In Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 is bepaald dat het dagelijks bestuur bestaat uit de regiovoorzitter en twee leden waaronder de vicevoorzitter. De burgemeesters van beide centrumsteden Eindhoven en Helmond hebben “qualitate qua” een vaste zetel in het dagelijks bestuur. Het derde (wettelijk verplichte) lid van het dagelijks bestuur wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen. In deze gemeenschappelijke regeling wordt de mogelijkheid geboden het dagelijks bestuur uit te breiden met andere door het algemeen bestuur uit haar midden aangewezen perso(o)n(en) zitting te nemen in het dagelijks bestuur. De complexiteit van de in het dagelijks bestuur belegde opgaven kunnen het gewenst maken deze opgaven te beleggen bij een extra bestuurslid in plaats van bij een adviseur. Het dagelijks bestuur gaat na of daarbij aanwijzing van een 2e en daaropvolgend vicevoorzitter aan de orde is. Indien deze mogelijkheid wordt toegepast, dan wijst de gemeenteraad van de gemeente waaruit het ‘extra’ lid van het dagelijks bestuur afkomstig is, een tweede lid aan om namens die gemeente zitting te nemen in het algemeen bestuur. Beide leden hebben dan één stem en de leden van die gemeente hebben bij elkaar twee stemmen, zoals is toegelicht bij artikel 12. Artikel 15
Zittingsduur dagelijks bestuur
De zittingsperiode loopt parallel aan de zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur. Opgenomen is de bepaling dat de leden van het dagelijks bestuur hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. Daarmee is bestuurlijke continuïteit verzekerd. Artikel 16
Werkwijze dagelijks bestuur
Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 17
Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur is bestuurlijk opdrachtnemer van de regionale agenda en heeft als primaire taak het bewaken van de realisatie van de agenda op het gebied van voortgang en integraliteit in procesmatige zin. Daarnaast heeft het dagelijks bestuur een taak in het borgen van de regionale lange termijn strategie. In het dagelijks bestuur kunnen specifieke complexe opgaven worden belegd 2. Zoals op dit moment de afronding van het dossier Landgoed Gulbergen. Ook het dagelijks bestuur heeft een signaalfunctie voor “nieuwe” binnen de Metropoolregio Eindhoven op te pakken thema’s. Daarnaast geeft het dagelijks bestuur sturing aan de samenwerking in het algemeen en de regionale ondersteuningsorganisatie in het bijzonder. Tot slot is het dagelijks bestuur het externe gezicht van de samenwerking. Daarbinnen heeft de voorzitter een speciale rol. 2
Daarbij laat het dagelijks bestuur zich indien gewenst adviseren door adviescommissies of bestuurscommissies.
-44
De directeur van de regionale ondersteuningsorganisatie Metropoolregio Eindhoven fungeert als secretaris van het dagelijks bestuur. In formeel opzicht verdient vermelding dat het dagelijks bestuur ook eigen, geattribueerde bevoegdheden heeft. Speciale aandacht krijgt de bevoegdheid tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Als grondeigenaar (in casu van het Landgoed Gulbergen) neemt de Metropoolregio hier een bijzondere positie in. Vanwege het budgetrecht van het algemeen bestuur is in lid 4 bepaald dat privaatrechtelijke rechtshandelingen van het dagelijks bestuur, die van invloed zijn op de eigendomssituatie (van het landgoed) en die financiële implicaties hebben, onderhevig zijn aan instemmingsrecht van het algemeen bestuur. We hebben het dan over het vervreemden van het landgoed, maar ook het (opnieuw) vestigen van een erfpacht op de grond van het landgoed. Verder gelden er geen beperkingen aan de bevoegdheid van het dagelijks bestuur om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten. Het dagelijks bestuur heeft een procesrol wanneer ontwerpbesluiten eerst worden voorgelegd aan de colleges, respectievelijk de raden voor een reactie, wensen of bedenkingen, of zienswijzen. Dat geldt zowel wanneer de wetgeving dit voorschrijft, dan wel de regeling, of wanneer het bestuur dat zelf nodig acht.
Deze procesrol sluit ook aan bij de taak van het dagelijks bestuur om besluiten door het algemeen bestuur voor te bereiden. Het dagelijks bestuur is ook belast met de uitvoering van de bepalingen over participatie (artikel 24). Voorheen benoemde het algemeen bestuur de directeur / secretaris, op voordracht van het dagelijks bestuur. De bevoegdheid van het dagelijks bestuur om ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan omvat echter ook de directeur (als ‘hoogste’ ambtenaar). In de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 is dit aangepast. Het dagelijks bestuur hoort het algemeen bestuur (zie artikel 32). Artikel 18