Bijlage bij VM7 Beantwoording Technische vragen van de SP over benzeenemissies van asfaltcentrales concept beantwoording RT rea HV2
Tekst van het document
Technische vragen van de SP over benzeenemissies van asfaltcentrales in het algemeen en van KWS Infra in het bijzonder Eerdere vragen Rond 1 december 2020 heeft de SP-fractie technische vragen ingediend over de luchtvervuiling door bedrijventerrein De Hurk, welke op 14 december 2020 beantwoord zijn. De vragen hadden een bredere strekking en de asfaltcentrale KWS Infra (Huiskesweg 4) was een van de onderwerpen. Deze onderneming wordt ook wel aangeduid als Asfalt Centrale Eindhoven (ACE). De toenmalige vragen 5,6 en 7 gingen over deze onderneming. Onze fractie probeert een gevoel te krijgen voor de verhoudingen ten aanzien van de asfaltcentrale van KWS Infra, waarvoor onze gemeente bevoegd gezag is. Ook willen wij graag een gevoel krijgen hoe het recente nieuws over de benzeenuitstoot van asfaltcentrales meegenomen gaat worden in de aangekondigde aanpassing van de milieuvergunning van KWS Infra in 2021. Wij realiseren ons daarbij, dat de ene asfaltcentrale de andere niet is en dat landelijke beweringen over asfaltcentrales niet perse ook voor de HERA-installatie van KWS Infra hoeven op te gaan. Enerzijds kan de HERA-installatie, naar eigen zeggen, recyclingpercentages halen van 75 tot 80%, anderzijds zou het procedé verhoudingsgewijs tot lagere vluchtige emissies leiden.
Dit leidt tot onderstaande aanvullende vragen: 1) Bestaan er recente gegevens van de uitstoot van benzeen door KWS Infra en zo ja, hoe luiden die? Op 14 juni 2018 is een emissieonderzoek uitgevoerd bij KWS door Metingen en Onderzoek van de Omgevingsdienst Midden en West Brabant (OMWB). Aanleiding was de wens vanuit de gemeente Eindhoven om inzicht te krijgen in de luchtkwaliteit rondom ACE als gevolg van schoorsteenemissies tijdens asfaltproductie met hogere PR-gehaltes. Er is ook verzocht om expliciet benzeen te meten. Op 14 juni 2018 zijn tijdens een worst-case bedrijfsvoering bij de asfaltcentrale, te weten tijdens het produceren van asfalt met een PR-gehalte (gerecycled asfalt) van 65% en bij een trommeltemperatuur van ca. 130 °C, metingen uitgevoerd op o.a. benzeen. Normaliter wordt bij ACE gewerkt met een verbrandingstemperatuur van 120 0C. Op basis van de meetresultaten blijkt dat benzeen in de afgassen van de schoorsteen de normering niet overschrijdt. Echter in de rapportage is uitgegaan van de ‘oude’, maar toen nog geldende norm van 5 mg/Nm3.
benzeen
Mg/Nm3
30% PR
65% PR
65% PR
gemiddeld
(oude) norm
0,8
2,2
2,2
1,7
5
2) Blijft KWS Infra binnen de norm ( 1 mg/m3), zoals die vanaf 01 januari 2019 geldt? Zoals hierboven in de tabel te zien is, tijdens een worst-case benadering werd niet voldaan aan de norm. 3) Zo nee, welke concentraties doen zich dan voor? Zie tabel.
4) Zo nee, heeft de gemeente Eindhoven een verzoek van KWS Infra ontvangen om deze norm tijdelijk te mogen ophogen? Op 15 januari 2019 heeft ACE een verzoek ingediend om de emissienorm van 1 mg/Nm3 voor 3 jaar te verhogen naar 5 mg/Nm3. De motivatie hiertoe was onvoldoende en daarom is door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) om aanvullende gegevens gevraagd. Op dit verzoek is niet meer gereageerd. Het verzoek op 21 mei 2019 is vervolgen formeel buiten behandeling gelaten. 5) Hoe worden benzeenconcentraties in de uitlaatgassen vastgesteld? Gebeurt dat (mede) op basis van metingen? De emissiemeting in 2018 is gebaseerd op metingen ter plekke (in de schoorsteen) tijdens productiewerkzaamheden. TNO werkt bijvoorbeeld aan benzeensensoren ( www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/circulaire-economie-milieu/roadmaps/milieu-enklimaat/milieu-en-gezondheid/benzeen-meten/ ). Heeft de gemeente Eindhoven deze of vergelijkbare andere al uitgeprobeerd? Nee, deze methode is niet uitgeprobeerd of toegepast door de gemeente Eindhoven, omdat de in ontwikkeling zijnde sensortechnologie nog niet voldragen is. 6) Bestaat er recentere cijfers dan 2005 in de Emissieregistratie voor KWS Infra? Zie antwoord op vraag 1. Voor zover bij gemeente Eindhoven en de ODZOB bekend zijn er (nog) geen recentere cijfers.
7) In de beschrijving van het HERA-systeem van KWS Infra wordt geen melding gemaakt van een nabehandeling van de uitlaatgassen. In hoeverre is een dergelijke nabehandeling zinvol en in hoeverre is het mogelijk een dergelijke nabehandeling in de nieuwe milieuvergunning te eisen? Het genoemde HERA systeem (Highly Ecologic Recycling Asphalt System) is gerealiseerd bij de Asfaltcentrale Rotterdam. De kennis over de technische uitvoering en de (on)mogelijkheden over nabehandeling zijn niet bekend bij de gemeente Eindhoven of de ODZOB, aangezien een dergelijke installatie niet aanwezig is bij ACE te Eindhoven en ook een zeer nieuwe, innovatieve techniek is. De ontwikkeling wordt met belangstelling gevolgd en de beschikbare informatie zal worden betrokken in de in voorbereiding zijnde aanvraag voor actualisatie van de vergunning. De vraag inzake de nabehandeling te eisen in de nieuwe milieuvergunning zie beantwoording van de volgende vraag. 8) Meer algemeen, welke Best Beschikbare Technieken kunnen, theoretisch en praktisch, in de nieuwe milieuvergunning geëist worden? In de huidige milieuwetgeving is vastgelegd dat het bevoegd gezag een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu moet toetsen aan de best beschikbare technieken (BBT). Dan gaat het om emissie beperkende maatregelen aan de bron (de smeltoven) en/of in/aan de schoorsteen (filtertechnieken).
Bij het toetsen van een aanvraag en het opstellen van de voorschriften is het overigens niet zo dat het bevoegd gezag BBT moet voorschrijven. BBT wordt mede bepaald door technische en proportioneel geachte economische mogelijkheden voor een bedrijfstak.
Voorbeeld proportionaliteit: een bedrijf overschrijdt de geluidsnorm met 0,5 dB(A). Er zijn klachten van omwonenden maar die wonen op 500 meter. Een halve decibel is overigens niet te meten. Alleen door een omkasting te bouwen om de installatie op het dak bedraagt 500.000 euro! Dan zegt de wet eigenlijk 5 ton staat niet in verhouding om 0,5 dB(A) te reduceren.
9) Bestaat er inzicht in de benzeenconcentratie in de Eindhovense atmosfeer? Is die concentratie homogeen of vertoont hij ruimtelijke pieken en dalen? Nee, dat bestaat niet. Benzeen wordt niet gemeten in het Landelijke Meetnet Luchtkwaliteit van RIVM, en ook niet in de Atlas leefomgeving (kaartbeelden aan de hand van rekenmodellen). Ook niet in het Innovatieve Lucht Meetnet AiREAS 2.0. In het Compendium voor de leefomgeving is onder lucht een rapportage beschikbaar over een onderzoek naar benzeen periode 1995-2013 (zie Benzeen in lucht, 1995-2013 | Compendium voor de Leefomgeving (clo.nl) ). Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde benzeen concentratie ver onder de Europese grenswaarde ligt.
Er zijn op hoger aggregatieniveau (bronnen; industrietakken) meer actuele gegevens beschikbaar. Eerst een grof inzicht en de volgende uitsnede is op industrietak niveau. Asfaltcentrales worden niet specifiek genoemd.
10) Bestaat er een inzicht in de bronnen in Eindhoven (of in de regio Eindhoven) die ten grondslag liggen aan deze concentratie en eventuele verschillen daarbinnen, en in de relatieve positie die de asfaltcentrale daarbinnen inneemt? In de landelijke website Emissieregistratie Emissies - Emissieregistratie wordt inzicht gegeven in emissies van allerlei bronnen ten aanzien van allerlei stoffen. Waaronder vluchtige organische stoffen (waartoe benzeen behoort). Die kunnen echter niet op kaart worden getoond (geen gegevens beschikbaar). Toelichting Raadpleging van de website http://www.emissieregistratie.nl/erpubliek/erpub/facility.aspx levert een bedrijfsrapport van KWS Infra (en desgewenst ook van andere asfaltcentrales) over de jaren 1995, 2000 en 2005. De emissies zijn in 2005 zeer veel groter dan in 1995. Het rapport over 2005 is hierna afgedrukt.
EmissieRegistratie Naam:
KWS Infra (Eindhoven), Huiskesweg 4 , Eindhoven
SBI:
23990 Vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale producten (geen schuur-, slijp- en polijstmiddelen)
NIC:
45767
Emissies 2005 naar de lucht op basis van ERI (vrijwillige opgave bedrijf) Stof
kg/jaar
Benzeen
45,39
Etheen
453,9
Formaldehyde
4,539
Koolstofdioxide
3476000
Koolstofmonoxide
77490
Methaan
2723
NMVOS
1816
Naftaleen
0,7671
Stikstofoxiden (als NO2)
1550
Tolueen
45,39
VOS
4539
Zwaveloxiden (als SO2)
952
Artikelen over te grote benzeenemissies door asfaltcentrales Op 02 en 08 februari 2021 publiceerde het dagblad Trouw artikelen over de benzeenuitstoot door sommige asfaltcentrales in den lande. Benzeen geldt als een Zeer Zorgwekkende Stof, die onder andere leukemie kan veroorzaken. Met name bij het recyclen van eerder gebruikt asfalt komt die benzeen vrij. Waarom nou net daar, is nog onduidelijk. Maar hoe dan ook, treden er soms forse overschrijdingen van de norm (met uitschieters ter grootte van een factor 10). Dat is overigens al sinds oktober 2018 bekend, want toen kwam een rapport uit van de Vakgroep Bitumineuze Werken (VBW) van Bouwend Nederland. VBW erkent het probleem ( www.otar.nl/asfaltrecycling-leidt-tot-uitstoot-kankerverwekkendbenzeen/ De norm ( 1 mg/m3) is op papier ingevoerd bij het inwerking treden van de tranche van het Activiteitenbesluit waaronder de asfaltcentrales vallen (1 januari 2016), maar de bedrijfstak kreeg uitstel tot 1 jan 2019. Sommige asfaltcentrales blijven de norm ook na 1 januari 2019 overschrijden en beroepen zich daarbij op ‘extra onderzoek’ dat nodig zou zijn. Zo’n nieuw onderzoek naar de benzeenuitstoot loopt vanaf eind 2018, van de overheid en de industrie (die betaalt). Het is nog niet gepubliceerd.
Ondertussen wil de branche-organisatie, in overleg met het Ministerie en Rijkswaterstaat, een tijdelijke versoepeling tot 1 jan 2022 van de benzeennorm met 500%. Dit voornemen leidde op enkele plaatsen in Nederland tot grote beroering. Wat opvalt is dat men nergens iets leest over de nabehandeling van uitlaatgassen van asfaltcentrales. Toch bestaan dergelijke installaties voor de zuivering van Vluchtige Organische Stoffen (waaronder benzeen valt) in uitlaatgassen van allerlei soorten inrichtingen. Men komt thermische en katalytische inrichtingen tegen en mogelijk kan de plasma-ontladingstechniek van de TU/e hier ook wat betekenen. Er gaat nogal wat asfalt om in Nederland: ca 7 tot 8 miljoen ton per jaar, waarvan (landelijk gemiddeld) ca 35 tot 40% gerecycled. Er is zodoende een spanningsveld ontstaan tussen twee doelen die op zich beide goed zijn: enerzijds de wens om gebruikt asfalt te recyclen, anderzijds de wens om minder benzeen uit te stoten. Als men probeert het benzeengevaar voor het algemene publiek ten gevolge van de aanwezigheid in de atmosfeer in te schatten, loopt men tegen een gebrek aan gegevens aan.
Historische gegevens tonen dat de benzeenconcentratie in de atmosfeer tot 2013 sterk gedaald is en in stedelijk gebied eindigt op ca 1µgr/m3 ( www.clo.nl/indicatoren/nl0457-benzeen ) De vuistregel van het RIVM (www.rivm.nl/ggd-richtlijn-medische-milieukunde-luchtkwaliteit-engezondheid/gezondheidseffecten-luchtverontreiniging/luchtkwaliteit-benzeen en http://geodata.rivm.nl/gcn/ ) is dat die in stedelijk gebied nog steeds rond de 1µgr/m3 zit, incidentele uitschieters naar boven daargelaten. Die concentratie is opgebouwd uit veel verschillende bronnen en de relatieve positie van asfaltcentrales daarbinnen is moeilijk in te schatten. De benzeennorm in de atmosfeer is 5µgr/m3 .