CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij motie K.M07 - Rapport maatschappelijke verkenning jeugd 2021- Kadernota 2022

Raadsvergadering 13 juli 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Besluitvorming moties en toezeggingen8.608 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DE ECHTE CRISIS MAATSCHAPPELIJKE VERKENNING JEUGDZORG IN EINDHOVEN

PVDA EINDHOVEN JULI 2021

Dit rapport is mede tot stand gekomen door Ward Overeem Jacqueline Vriens Ruth Dil Jack Kerremans Jinho Verdonschot Maarten Jongeneel Lize Vandenberghe Patrick van Tuijn Hayet Jellouli Eva Vervoort Marjolein Calon Hafid Bouteibi Jeanne van den Akker Myrthe Hollanders Frank Depla

Dank voor jullie inzet! Marjolein Senden Raadslid PvdA Eindhoven Woordvoerder jeugd, onderwijs en emancipatie

2

E

GELIJKE START Iedereen doet mee. Het lijkt zo vanzelfsprekend. Toch is er een grote groep in Eindhoven waarvoor dit niet geldt. Een groep die ook nauwelijks profiteert van de welvaartsontwikkeling in Eindhoven. Als we dat tij willen keren, moeten we beginnen aan de basis en ervoor zorgen dat onze voorwaarden op orde zijn. Te beginnen met goed onderwijs, en voor die kinderen die extra hulp nodig hebben; goede jeugdzorg. De verantwoordelijkheid van de uitvoering van de jeugdzorg ligt bij de gemeente. Deze maatschappelijke verkenning richt zich op de vraag of kinderen in Eindhoven de zorg krijgen die ze nodig hebben.

3

VOORWOORD Hoe gaat het met jou? De gemeente is verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Dat betekent de gemeente ervoor moet zorgen dat je de weg naar hulp makkelijk kan vinden, er voor jou een passend hulpaanbod is en dat het geld voor zorg ook daarvoor efficiënt wordt ingezet. Toch lijkt het alsof niet iedereen de weg naar zorg kan vinden. Simpelweg doordat er teveel of te weinig informatie is. Je niet weet waar je moet zijn om te vraag te stellen of je weet niet hoe. En als je dan je vraag wel hebt gesteld, hoe ervaar je dan de hulp? Past die dan bij jou? Is dat dan wat je nodig hebt om gelukkig verder te kunnen? En tot slot, wordt het geld dat de gemeente uitgeeft voor zorg zo efficiënt en doeltreffend mogelijk besteed? En wat is effectieve zorg dan en hoe meten we dat? Door Corona maken we ons daar extra zorgen over. Daarom zijn we in gesprek gegaan met ouders, kinderen, zorgaanbieders en verwijzers naar zorg om te horen hoe zij de zorg voor de jeugd ervaren. We noemen dat een maatschappelijke verkenning. We hopen met deze verhalen en ervaringen concrete oplossingen te kunnen aandragen. Zodat elk kind dat zorg nodig heeft, ook zorg krijgt. Dit is geen empirisch onderzoek. Voor het doel dat het dient is dat ook niet noodzakelijk. Wat we willen, is een verhaal vertellen, een boodschap meegeven over hoe het in Eindhoven is gesteld met de jeugdzorg.

Het doel van deze verkenning is dan ook het ophalen, vormgeven en vertalen van de verhalen van onze inwoners, toeleiders naar zorg en zorgverleners in een (politieke) boodschap. Vanuit de opgetekende ervaringen willen we knelpunten en hiaten in de huidige jeugdzorg kunnen duiden en gerichte verbetervoorstellen formuleren. We willen hiermee een positieve bijdrage leveren aan de toegankelijkheid, effectiviteit en kwaliteit van de jeugdzorg in Eindhoven. Dat we dit nu kunnen doen en dit rapport kunnen aanbieden, hebben we te danken aan alle personen en organisaties die -naast hun overvolle agenda’s en werkdruk- toch een moment tijd hebben vrijgemaakt om met ons in gesprek te gaan. Een hartelijk dank daarvoor. Ook een woord van dank aan de vrijwilligers en leden van de PvdA die met ons menig uur vrij hebben gemaakt om interviews af te nemen, uit te werken en de data te verwerken. Samen staan we sterk voor de jeugd. Zodat elk kind dat zorg nodig heeft, ook zorg krijgt. Marjolein Senden Raadslid PvdA Eindhoven

4

AANLEIDING Motie afname Jeugdzorg; een vloek of een zegen Op 11 juni 2019 dient de PvdA de motie “afname jeugdzorg; een vloek of zegen” in. Dit komt voort uit de kwartaalbijeenkomsten waarin de raad wordt geïnformeerd over de implementatie en uitwerking van de bezuinigingen en waarbij er een significante afname in jeugdzorg geconstateerd. Dit, terwijl de landelijke tendens uitwijst dat de vraag naar jeugdzorg toeneemt, ook in dat jaar; 2019. De hamvraag is nu hoe we deze lokale afname in jeugdzorg moet duiden: Is de afname een vloek of zegen? Financieel lopen we in de pas, echter -en blijkbaar- zonder er goed van op de hoogte te zijn wat dit betekent voor onze jeugd. We hebben namelijk geen zicht op de afschaling van zorg en/of andere legitieme motieven om van jeugdzorg af te zien of het zorgtraject te beëindigen. We riepen het college dan ook op inzichtelijk te maken dat de beperking van cliënten voortvloeit uit het feit dat zorgvragers in de juiste lijn van zorg worden voorzien en/of andere legitieme redenen hebben om van jeugdzorg af te zien of het zorgtraject te beëindigen. Gedurende het jaar 2020 (en ook 2021) bleek een antwoord op deze vraag uit te blijven. Terwijl we de druk op de zorg zagen stijgen. Daarmee nam ook onze zorg toe en is de PvdA een eigen maatschappelijke verkenning jeugd gestart, die nu in de vorm van dit rapport aan u voorligt.

KADER Decentralisatie jeugdzorg naar gemeenten Sinds 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdzorg. De gemeente heeft hierbij als taak de jeugdzorg zo dichtbij, tijdig mogelijk, door en met het eigen netwerk van het kind te organiseren. Met de overheveling van de taken hebben gemeenten ook extra taken erbij gekregen zoals de geïndiceerde jeugdzorg; de gesloten jeugdzorg, geestelijke gezondheidzorg voor kinderen en jongeren (jeugd-ggz); zorg voor jeugd met een lichte verstandelijke beperking (jeugd-lvb); en de ggz in het kader van het jeugdstrafrecht (forensische zorg), jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het voorzien in een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp vormt hierbij een belangrijke voorwaarde en verantwoordelijkheid. Verder is in de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs bepaald dat gemeenten en samenwerkingsverbanden van schoolbesturen een plan moeten maken waarin ze beschrijven hoe ze de jeugdhulp en het passend onderwijs willen organiseren. Beide partijen hebben de verplichting om deze plannen met elkaar te bespreken. De overheveling van deze taken naar de gemeente ging niet gepaard met méér budget, maar een budgetkorting tot wel 30%. Hierbij was de verwachting dat gemeenten de zorg beter, sneller en dus goedkoper konden organiseren.

Inmiddels is duidelijk dat het beleggen van de uitvoering bij gemeenten een aanzuigende werking had, waardoor meer cliënten zich meldden. Ook bleek dat de complexiteit van zorgvragen (aldus duurdere hulp) toenam. Alhoewel gemeenten proberen te bezuinigen door efficiënter te werken, door preventieve maatregelen te treffen en hulp effectiever in te zetten, leidt dit op de korte termijn nog niet tot substantiële besparingen en op de lange termijn zal dit de tekorten niet volledig tenietdoen. Daarnaast zijn de mogelijkheden van gemeenten om invloed uit te oefenen op de uitvoering van de Jeugdwet beperkt en er is sprake van een open-einde-regeling.

5

Jeugdzorg in Eindhoven Gemeenten hebben een jeugdhulpplicht. In de Jeugdwet staat dat de gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Indien dat nodig is treft de gemeente een individuele voorziening, die vaak betrekking heeft op meer gespecialiseerde zorg. Het is dus aan de gemeente om te bepalen welke hulp vrij toegankelijk is en welke hulp een individuele voorziening is. Als een gemeente besluit dat een kind of zijn ouders een individuele voorziening nodig hebben, dan kunnen zij hier rechten aan ontlenen. In Eindhoven is de Stichting WIJeindhoven er om de zorg of ondersteuning af te stemmen op de persoonlijke situatie. Bij WIJeindhoven kunnen inwoners terecht voor jeugdzorg, maar ook met vragen. Een medewerker van WIJeindhoven bespreekt samen met hen wat er nodig is en wat men zelf kan doen om te komen tot een oplossing. En wie daar mogelijk bij kan helpen: familie, vrienden, buren of misschien een vrijwilliger. Als er hulp nodig is, regelen zij dat. Per 1 januari 2019 is het Servicebureau operationeel, zodat de gemeente er zeker van kan zijn dat goede en passende specialistische zorg wordt verleend. Het bureau koopt in overleg met de inwoner de zorg in, maar de contactpersoon van WIJeindhoven blijft het eerste aanspreekpunt.

Het Servicebureau onderzoekt eerst of specialistische zorg wel per se nodig is. Medewerkers van het Servicebureau - specialisten op het gebied van Jeugd en Wmo – dienen een goed overzicht van het totale zorgaanbod in Eindhoven te hebben. Het bureau houdt daarnaast in de gaten of en wanneer de zorg minder zwaar kan worden. Als laatste stap wordt met de inwoner bekeken -waar aan de orde- hoe de ondersteuning betaald kan worden. Hiervoor kan de inwoner bijvoorbeeld kiezen tussen een persoonsgebonden budget (PGB) of zorg in natura (ZIN). Met een PGB koopt de hulpvrager zelf ondersteuning in. Bij ZIN koopt de gemeente het voor de hulpvrager in. Daarnaast kan er ook door Gecertificeerde Instellingen (GI) doorverwezen worden naar een hulpaanbod. GI zijn instellingen die van overheidswege gecertificeerd zijn om kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen in het kader van de jeugdreclassering te mogen uitvoeren. Doorverwezen worden naar gespecialiseerde zorgaanbod kan ook via de Jeugdartsen, huisartsen en Nidos jeugdbeschermers verlopen. Voor de gemeente betekent dit dat zij geen, of verminderde grip heeft op de uitgaven die verwijzingen via deze organisaties en personen ten gevolge hebben. Niveaus van hulp Een hulpaanbod kan plaatsvinden op verschillende niveaus.

Soms heb je als ouder een vraag over de opvoeding, of is een kind geholpen met sociaal contact op de knutselclub in het buurthuis. We spreken dan over de “sociale basis”. WIJ geeft advies, maar kan lichte zorgvragen ook tijdelijk zelf waarnemen. Wanneer er meer nodig is, kan zij doorverwijzen. Een persoon of organisatie die kan doorverwijzen naar jeugdzorg c.q. een gespecialiseerd aanbod, is een “toeleider” en duiden we aan met “eerstelijn”. Via de eerste lijn (WIJeindhoven, of de GI/arts) wordt verwezen naar gespecialiseerde zorg. Die zorg noemen we “tweedelijns zorg”. Hiervoor heeft de gemeente contracten afgesloten met zorgaanbieders.

6

MAATSCHAPPELIJKE VERKENNING Context Bij de uitvoering van deze verkenning hebben we ons afgevraagd of elk kind in Eindhoven de zorg krijgt, die het nodig heeft. De zorg of dat het geval is, komt voort uit een bredere context dan die hierboven wordt geschetst. Het gaat namelijk niet alleen om tekorten van budgetten, of de snelheid waarmee de taken naar de gemeente zijn overgeheveld. Het gaat ook over de marktwerking in de zorg die ons allemaal -van gemeente tot zorgaanbieder- in een ongewenste positie brengt. Het is bijna een kunst om binnen dat systeem de zorgvraag leidend te laten zijn. En het gaat ook om maatschappelijke tendensen, zoals laaggeletterdheid en het gemis aan digitale vaardigheden die wel nodig zijn om je weg naar zorg te vinden en te kunnen begrijpen wat de strekking van een zorggesprek is of hoe je daar überhaupt komt. Het gaat om de mate van mondigheid van clienten die dat teveel of juist te weinig lijken te zijn. Het gaat om de toenemende kloof tussen de mensen waar het goed mee gaat en de mensen die het steeds slechter lijken te redden in deze samenleving. Het gaat om de bezorgheid over mensen die niet in zorg komen maar wel het meeste baat zouden hebben bij een aanbod. Die zorgen hebben we vertaald in een gespreksleidraad die is toegevoegd in bijlage 1.

Hiermee hebben we getracht een indruk te krijgen van de mate van toegankelijkheid, “doel-bereiktheid” en kwaliteit van de jeugdzorg in Eindhoven. Deze vragen zijn afgenomen bij ouders en kinderen, onderwijspartners, toeleiders vanuit de eerste lijn en tweede lijns zorgaanbieders waarvan wij menen dat zij een in staat waren vanuit de praktijk een goed beeld te schetsen. Dit heeft geleid tot 13 verslagen, waaruit we een aantal rode lijnen hebben kunnen destilleren die we konden aanvullen en onderbouwen met diverse signalen en gesprekken die we sinds 2018 op het gebied van jeugdzorg hebben ontvangen en gevoerd. De bedoeling was om deze verkenning aan uw raad te presenteren mede voorzien van de bijbehorende literatuur. De tijd haalt ons met het oog rondom de actualiteit Jeugdzorg, de ontwikkelingen rondom de Kadernota 2022 en de impuls rijkwege nu echter in. Daarom hebben we ervoor gekozen om de verkenning desalniettemin met u te delen. Na de zomer zullen we u dit exemplaar ter beschikking stellen voorzien van de bijbehorende literatuur. Voor alle duidelijkheid. Wij presenteren geen wetenschappelijk onderzoek. Ook hebben we niet de pretentie om volledig en uitsluitend te zijn. Wij presenteren u wel een verzameling van verhalen uit de praktijk met aanbevelingen en kansen die zich in de dagelijkse situatie binnen de jeugdzorg manifesteren.

7

RESULTAAT Waardering We hebben de interviews afgenomen aan de hand van vragen die zijn geschaard onder de onderwerpen: 1.Toegankelijkheid 2. Krijgt elk kind de zorg die het nodig heeft? En 3. De kwaliteit van het zorgaanbod in Eindhoven. We hebben de geinterviewden daarbij de ruimte gegeven om eigen accenten aan te brengen. We hebben hierbij gemerkt dat sommige organisaties terughoudend waren in hun formuleringen en antwoorden en dat anderen dat juist niet wilden zijn. Tegelijkertijd hebben we per onderwerp een ranking op basis van een vijfpuntsschaal gemaakt. Hieruit komt voort dat de jeugdzorg in Eindhoven m.b.t. de drie onderwerpen door de geinterviewden wordt gewaardeerd met een 3 (op een schaal van 1 tot en met 5). Hierbij dient opgemerkt te worden dat niet alle schalen zijn ingevuld, omdat men het bijvoorbeeld lastig vond om niet alleen het eigen aanbod te beoordelen maar ook een beoordeling van het totale aanbod te geven. Dit in acht genomen hebbende, wijzen de schalen die wel zijn ingevuld, gemiddeld genomen het cijfer 3 uit. Dat betekent dat we het in Eindhoven niet bijzonder slecht doen, maar ook niet bijzonder goed.

3

Nu is het zo dat we, over het algemeen, het meeste leren van de zaken die nu nog niet optimaal verlopen en dus ook ruimte voor verbetering bieden. Vandaar dat we ervoor hebben gekozen deze zaken leidend te maken voor een kwaliteitsslag. Een opsomming hiervan treft u onderstaand aan.

RUIMTE VOOR VERBETERING 1 Wachtlijsten Vanuit een school “In oktober 2020 komt een leerling van ons thuis te zitten. Hij heeft angsten en klachten van een depressie en kan daardoor niet meer naar school. Hij is bekend bij WIJeindhoven en ook de externe dienst van [onderwijs] is bij deze casus betrokken. De leerplichtambtenaar komt ook om de hoek kijken en besluit dat deze jongen in aanmerking komt voor vrijstelling en tijdelijk niet naar school hoeft. Wel moet er een hulpverleningstraject worden ingezet zodat hij z.s.m. weer terug naar school kan. Via WIJeindhoven wordt hulp ingezet en voordat hij daar terecht kan zijn we enkele weken verder. Zij adviseert namelijk een vervolgonderzoek bij [expertisecentrum] en deze jongen kan daar pas in februari 2021 terecht. Hij is daar in februari geweest en [expertisecentrum] geeft aan dat het geen spoed is en dus op een wachtlijst komt waar hij 13 weken moet wachten alvorens hij in aanmerking komt voor een behandeling. Begin juni 2021 kan hij hier mee starten. Hij en zijn gezin gaan er inmiddels vanwege de lange tussentijd zienderogen op achteruit. Dit gaat een lang traject worden. Helaas.

De school schat in dat als alles idealiter op elkaar zou aansluiten hij uiterlijk in maart alweer naar school was gegaan.” Vanuit een toeleider “Wat wij wel horen is dat zodra opgeschaald moet worden naar 1e en vaker nog 2e lijnszorg er wel flinke wachtlijsten zijn.” Vanuit de eerste lijn “Er zijn nu wachtlijsten bij grote tweedelijns aanbieders die ervoor zorgen dat de bestaande problemen groter worden. Tegelijkertijd blijft het probleem en de verantwoordelijkheid bij eerstelijns

8

liggen, zonder mandaat of doorzettingsmacht. Wachtlijsten zijn er met name bij de geestelijke gezondheidszorg op zowel verblijf en diagnostiek als behandeling en voor begeleiding van kinderen met autisme. Dit stopt de doorloop op; doordat er wachttijden zijn in de 2elijn/ raad van de kinderbescherming, blijft inzet van de [eerste lijn] noodzakelijk ter overbrugging en kan er ook een wachttijd bij ons ontstaan. Zelfs organisaties rondom veiligheid hebben wachtlijsten.” “Organisatie heeft veel te maken met voorzieningen met een wachtlijst. Door bezuinigingen zijn het aantal voorzieningen beperkt geworden. Het effect op de hulpvraag is dat de zorgen groter worden.” Vanuit de tweede lijn “Enorme wachtlijsten; bij [zorgaanbieder] ingeschreven in oktober, in maart de intake, en toen was er nog een half jaar wachttijd voor [het product]. Wachtlijsten voor specifieke producten Uit voorgaande citaten blijkt dat er in de praktijk wachtlijsten bestaan. Wanneer we dieper op de data ingaan, zien we ook dat dit niet voor alle producten geldt. Waar we met zekerheid wachtlijsten tegenkomen, betreft dat de producten rondom de geestelijke gezondheidszorg op zowel verblijf en diagnostiek als behandeling en voor begeleiding van kinderen met autisme, maar bijvoorbeeld ook vechtscheidingsgerelateerde producten, gespecialiseerde naschoolse opvang en gezinshuizen kennen wachttijden.

Nader onderzoek zou mogelijk nog andere producten kunnen uitwijzen. Ook zijn er partijen die aangeven niet met wachtlijsten te maken hebben. Daarbij dient echter ook opgemerkt te worden dat het in deze verkenning partijen betreft die zelf niet doorverwijzen of recentelijk extra inzet hebben gepleegd op doorlooptijden of vanwege de aard van de hulpverlening geen wachtlijsten mogen toestaan. Tegelijkertijd wordt door andere organisaties aangegeven dat alle grote zorgaanbieders te maken hebben met wachtlijsten. Wat we ook hebben vernomen is dat de wachtlijsten zich met name bij de zorgaanbieders (tweede lijn -en zelfs derde lijn-) manifesteren: Vanuit de eerste lijn: “De doorstroom naar tweede lijns zorg zou eigenlijk sneller moeten. Op dit moment zit het echt op tweedelijns en derdelijns wachtlijsten (niet zozeer op servicebureau). Wachtlijsten verschuiven problematiek Dit heeft tot gevolg dat jeugd die niet terecht kan bij het passende hulpaanbod - maar wel hulp nodig heeft- onder begeleiding blijft bij de verwijzer (eerstelijn of zelfs sociale basis). Dit heeft 2 nadelige effecten.

Het eerste effect is dat het kind op dat moment niet de gepaste hulp krijgt en het risico op verdere problematisering of zelfs escalatie toeneemt, het tweede effect is dat de hulpverlener in de eerstelijn/sociale basis wordt overvraagd en overbelast enerzijds en anderzijds er geen nieuwe hulpvragen in behandeling kunnen worden genomen. Dit laatste gegeven is relevant wanneer we antwoorden zoeken op de vraag of we alle kinderen die hulp nodig hebben, ook hulp bieden. Deze aanvragen worden nu namelijk niet geregistreerd. Daaruit zouden we kunnen constateren dat er in elk geval een deel van de kinderen (die wel een hulpvraag heeft en daarvoor hulp heeft gevraagd) niet in beeld is door -in dit geval- de wachtlijsten bij de zorgaanbieders. Budgetplafonds En voorts: “Maar in maart wordt door servicebureau vaak al aanspraak gemaakt op frictiebudget (dat houdt in dat het jaarbudget voor dat product bij aanbieder dan al is bereikt).” Wanneer we zoeken naar redenen om de wachtlijsten te verklaren kunnen die mogelijk gevonden worden in het aanspraak maken op het frictiebudget (met andere woorden; dat het geld voor het hele jaar voor dat product in maart in dit geval al op is en er ander budget moet worden aangewend).

9

Wanneer dit een oorzaak is die geldt voor meerdere zorgaanbieders en hiermee wachtlijsten veroorzaakt, zou daarin mogelijk een reden gelegen kunnen zijn om de budgetplafonds los te laten. Preventie Ook horen we van de toeleiders dat: “[medewerkers eerste lijn] met expertise jeugd krijgen direct de zware cases hierdoor vallen veel kinderen die aandacht nodig hebben buiten de boot. Preventie is weer het sleutelwoord. Daar is geen tijd/ prioriteit voor.” Kinderen die dus wel hulp nodig hebben, maar als minder zwaar beoordeeld worden, komen vooarslnog niet in zorg en zijn op dat moment niet in beeld. Er is geen of afdoende preventief aanbod wat een hulpvraag kan voorkomen aan de voorkant.

2 Doorlooptijden in het totale hulptraject zijn te lang Vanuit een schooloverstijgende organisatie: “Het is met name de doorlooptijd tot een aanbod waarvan we signalen opvangen dat dit te lang duurt.” Over de eerste lijn “Ouders kiezen in het belang van hun kinderen toch voor het vrijwillige traject en wordt dan geconfronteerd met een lange wachttijd alvorens ze terecht kunnen bij [ eerste lijn ]. Met als gevolg dat het na 4 weken alsnog is geëscaleerd.” Vanuit de eerste lijn: Ik (medewerker) weet wat ik moet vragen om aan hulp te komen. Ik weet hoe -als je de wegen niet kent- op en neer verwezen kunt worden. Vanuit de tweede lijn “We hebben in totaal 77 dagen van melding tot dienstverlening afronden”. En ook:“Andere producten op te lossen binnen 6 weken.” Alle doorlooptijden samen Een andere belangrijke conclusie die we uit de gesprekken gedestilleerd hebben is dat -ook waar er geen formele wachttijden zijn en elke afzonderlijke instelling de toegestane tijd wordt gehanteerd- wel wordt opgemerkt dat daardoor de totale doorlooptijd van het stellen van de hulpvraag tot het hulpaanbod, te lang duurt. Wat in aantal quotes nog wordt genoemd is dat specifiek het servicebureau de vertraging veroorzaakt. Deze quotes zijn in deze verkenning echter voornamelijk afkomstig van dezelfde aanbieder.

Over het algemeen concluderen we dat de totale doorlooptijd (los van de wachttijden) wordt veroorzaakt doordat elke betrokken organisatie een aantal weken hanteert om tot een aanbod of verwijzing te komen en dat samen als te lang wordt ervaren.

3 AVG compliceert de zorgverlening Vanuit het onderwijs: “Privacy staat samenwerking ook in de weg.” Vanuit een schooloverstijgende organisatie: “Corona maatregelen en AVG worden als excuses gebruikt en formeel gehanteerd waardoor zaken onnodig lang blijven liggen.

10

Vanuit de eerste lijn “AVG maakt het soms lastig of wordt soms als excuus gebruikt bewust/onbewust door zowel instanties als de inwoner en dat zorgt weleens voor vertraging.” Hieruit constateren we dat de AVG van negatieve invloed kan zijn, en een vertragende werking kan hebben op het komen tot een hulpaanbod. Uit gesprekken op andere momenten met zorgaanbieders is gebleken dat de clientgegevens die de gemeente verstuurd (bij check huisarts verwijzing bijvoorbeeld), ook niet op een veilige manier verloopt.

4 De complexiteit van casuïstiek neem toe Vanuit een ouder en kind “Er moet meer kindgericht gekeken worden. Op individueel niveau. Ipv alleen naar de diagnose. Hokjesdenken is een risico wat je krijgt met een diagnose”. En verder: Vanuit de eerste lijn “De zwaarte van de hulpvraag/problematiek is wel toegenomen”. En ook: “Ja, maar er zijn wachtlijsten en multiproblematiek maakt dat kinderen minder goed plaatsbaar zijn. Door de bezuinigingen is de hoog specialistische zorg (acteren nieuwe ontwikkelingen samenleving) niet dekkend. Voor veel aanbieders is die zorg te complex”. Vanuit de tweede lijn “De jongere die tussen jeugdzorg en psychiatrie inzit. Wordt nu vaak buiten de regio geholpen. GGZ en Jeugdzorg moet samenwerken. Complexiteit van problematiek neemt toe en die kinderen kun je niet helpen in een groep. Kleinschaligere voorziening nodig. Je weet vantevoren dat je eigen medewerker overvraagt, er extra kosten gemaakt moeten worden en bovenal het kind niet voldoende adequaat kan helpen.” Geen dekkend lokaal netwerk voor toename complexe casuïstiek Uit voorgaande, maar ook door andere partijen werd geuit dat de complexiteit van casuïstiek toeneemt.

Tegelijkertijd wordt er geconstateerd dat er geen lokaal dekkend netwerk aan voorzieningen is om deze complexe casuïstiek in de omgeving van het kind te kunnen oppakken en het aan tijd ontbreekt om na te denken hoe men met een aanbod aan deze toenemende en actuele complexiteit tegemoet kan komen. Lichtere casus gaat voor complexe casus Daarnaast veroorzaakt het nog een andere (gedeelde) perverse prikkel en dat is dat -ook mede vanwege de toename van de wachtlijsten – gecontracteerde organisaties ervoor kiezen om lichtere casussen sneller op te pakken waardoor de zwaardere cases niet of niet tijdig kunnen worden opgepakt. En dat is bovenal een groep waarbij we escalatie voor willen zijn. Kinderen in zorg houden kan lonen Een overstijgende schoolorganisatie geeft in dit kader aan dat: “Wat opvalt is dat door de wijze waarop het proces nu is ingericht er een perverse prikkel ontstaat bij sommige typen zorg bijvoorbeeld die verblijf aanbieden die ervoor zorgt dat kinderen langer dan nodig in zorg worden gehouden vermoedelijk op basis van financiële overwegingen.” Dit is een onwenselijke ontwikkeling waarbij er niet in het belang van het kind wordt gehandeld, maar uit wordt gegaan van het organisatiebelang.

11

5 Het systeem inkoop jeugdzorg is niet dienend Vanuit de tweede lijn: Door de zorgaanbieders wordt op verschillende momenten aangegeven dat “de nieuwe aanbesteding meer bureaucratie veroorzaakt in administratie door de tarieven en producten indeling”. Terwijl men eigenlijk toe wil naar zorg op maat. “In de nieuwe manier van inkoop blijkt het nog moeilijker om op en af te schalen en hiermee maatwerk te kunnen bieden. Samenwerking met andere aanbieders wordt daardoor bemoeilijkt”. Ook hebben aanbieders moeite met het wisselende beleid. “De aanbesteding is nu weer opgeschoven, er zijn veel personele wisselingen waardoor er weinig historie bewaard blijft”. Met de inschrijving en het uitstel daarvan gaat tijd en veel administratie gemoeid. Er worden veel eisen gesteld (certificeringen e.d.) en hoewel vragen gesteld kunnen worden, worden antwoorden uitsluitend ter kennisgeving gedeeld. “Met het uitstel van een aanbesteding gaan ook kosten voor aanbieders gepaard. Daar wordt geen rekening mee gehouden.” En ook: “GI en aanbieders kunnen gewoon niet meer voldoen aan alle eisen (maatschappelijke verantwoord ondernemen, benchmarking met andere zorgaanbieders sroi*, aannemen mensen met afstand tot de arbeidsmarkt etc)”.

*aanbesteding met social return Wat is kwaliteit? De eerste lijn vraagt zich ook af: En wat is dat eigenlijk “kwaliteit”? De vraag is volgens welke norm?” Een zorgaanbieder constateert: “Gemeente is doorgeschoten in zorg en kwaliteit. Schiet zijn doel voorbij. Prestatie-indicatoren worden oneigenlijk ingezet in willekeurige contexten. Maar wat zeggen cijfers? De KPI’s voldoen niet. En veel zorgaanbieders zijn te klein om hier onderzoek naar te doen.” Verder wordt aangegeven: “We (in algemene zin) weten namelijk niet welk aanbod effectief is. We kunnen daarin geen keuze maken als we niet weten wat werkt?” Ook wordt gesteld dat: “De jeugdzorg moet innoveren wordt dan gezegd. Maar van welk geld dan? Plus we zijn gebonden aan wettelijke voorschriften. Dat (innoveren) kan niet binnen de kaders.” En verder: “Er is ruimte nodig om te innoveren: nu moet er standaard maatwerk geleverd worden voor de financiering.” De gemeente wil sturen op kwaliteit maar niemand lijkt te weten waarmee we dat kunnen meten en we bieden de aanbieders ook niet de ruimte om te kunnen innoveren. We sturen op KPI terwijl niemand nog niet weet welke interventies echt effectief zijn. Werken vanuit een gedeelde zorg De zorgaanbieders zijn onze maatschappelijke partners. Zij moeten de zorg namens de gemeente uitvoeren.

Wanneer we echter kwaliteit van zorg willen, zullen we samen met hen tot de voorwaarden van zorg moeten komen. Een overeenkomst is namelijk nooit eenzijdig.

6 Geen ruimte voor maatwerk Vanuit de toeleiders: “De commerciële partijen als een [ ] en [ ] stellen vaak hulp voor in het kader van wij van WC-eend adviseren x-therapie van WC-eend en dat is echt niet nodig. Wij zouden graag doorverwijzen naar [

12

] die én veel beter is en ook nog veel goedkoper. Maar die is te klein om in het inkoophandboek van de gemeenten terecht te komen.” En voorts: “En kleine specialistische vaak ZZP’ers zijn en beter en goedkoper maar die kunnen we niet inzetten. Deze specialisten geven aan dat zij bij voorkeur niet in onderaanneming van een grote instellingen willen gaan werken. Zij hebben zich in de loop der jaren gefocust op een bepaald aanbod, zijn daar specialist in geworden en worden gedwongen in een standaardpakket hun diensten te gaan aanbieden. Dat voelt niet goed.” “Indien we moeten doorverwijzen of advies nodig hebben dan loopt dat stroef daar waar het de grote aanbieders betreft. De kleine meer gespecialiseerde partijen reageren veel sneller en geven ook nog vaak gratis advies. Meer persoonlijk en voorkomt uiteindelijk dat er moet worden opgeschaald.” Vanuit de eerste lijn “Wat ook jammer is dat er door alle nieuwe (zgn. kwaliteits-)eisen van de gemeente kleinere aanbieders zijn afgevallen af die wel goede zorg boden. Die zijn gevestigd in de wijk (binding) en veel persoonlijker. Alleen grote jongens bleven over. Vanuit de tweede lijn: “Aanmelding bij gemeente is zo omveelvattend en bureaucratisch. Ze stellen open maar nemen dan toch geen nieuwe zorgaanbieders aan”. Organisatie heeft zich nu geformeerd in samenwerkingsconsortium van aanbieders.

En ook: “Stichting [ ] is onderaannemer van de [ ] die ongeveer 8 tot 10% van de verstrekte subsidie claimt voor aanvragen subsidie e.d. Hierin heeft [ ] geen keuze.” Uitsluiten lokale kleinere en/of gespecialiseerde aanbieders De manier waarop we de jeugdzorg aanbesteden en inkopen lijkt de lokale kleine en/of gespecialiseerde aanbieders uit te sluiten. Hierdoor wordt het preventief inzetten van lichtere specialistische kleine partijen die -in de meeste gevallen een goedkoper aanbod kunnen neerleggen evenals een binding met de wijk hebben- geen kans. Hierdoor wordt maatwerk bemoeilijkt en boeten we in op de kwaliteit van zorg. Het is mogelijk om een niet gecontrateerde partij, omwille van maatwerk, in te huren. Zorgaanbieders en de eerste lijnsvoorzieningen geven echter aan dat de administratieve romplsomp zodanig groot is dat hier niet veelvuldig gebruik van wordt gemaakt. Een zorgaanbieder constateert daardoor dat: ‘Kinderen krijgen niet altijd de zorg die ze nodig hebben. We zouden graag aanbodgericht willen werken ipv vraaggericht.”

7 De financiering van zorg staat onder druk Vanuit het onderwijs Deze [gespecialiseerde] mensen worden bekostigd uit eigen middelen maar ook door een gemeentelijke bijdrage. Deze bijdrage staat nu mogelijk onder druk. En: “dan duurt het heel erg lang voordat een voogd iets laat horen of zelfs niets laat horen. De school betaalt het dan maar zelf.” Verder wordt ook opgemerkt: “Ander groter probleem is dat kinderen vaak in het kader van preventie en het voorkomen dat er moet worden opgeschaald eigenlijk naar een [-]therapeut zouden moeten of kinderen die meer dan gemiddeld moeite hebben met planning, taakgericht werken naar een kleinere gespecialiseerde partij zouden moeten kunnen gaan. Dat aanbod is er niet en dat betaalt de school nu vaak zelf.”

13

“Kortom: kinderen van rijke ouders hebben echt meer kans.” Bovenstaande kan erop duiden dat de afstemming tussen onderwijs en jeugdzorg onvoldoende is gerealiseerd, dat budgetten niet ontschot zijn en kansen van kinderen zijn gekoppeld aan financien van ouders. Vanuit de tweede lijn “Vanuit de aanvullende ziektenkostenverzekering, kunnen ouders wanneer er geen contract ligt met de gemeente, een vergoeding krijgen. Wanneer zij geen aanvullende verzekering hebben, betaalt de ouder de volle mep.” Effecten op hulpvragers Voorgaande wordt opgemerkt door een aanbieder die een therapie aanbiedt, maar zelf geen contract met de gemeente Eindhoven (wel met omliggende gemeenten) heeft. Zij geeft aan dat terwijl haar collega’s grote wachtlijsten hebben, het desalnietteming vanwege de hoge administratieve lasten vrijwel ondoenlijk is om die clienten bij haar in zorg te nemen. Wanneer dat wel lukt, en ouders zijn niet aanvullend verzekerd, betalen zij daar het volledige tarief voor. Een andere aanbieder merkt op: “De jeugdzorg moet innoveren wordt dan gezegd. Maar van welk geld dan? En ook: “Nazorg wordt niet gefinancierd en stichting [ ] probeert dit te financieren door bijvoorbeeld de verhuur van de [ ] aan externen.” Verder:” De gemeente heeft de opdracht gegeven af te schalen en organisatie betaald soms educatietrajecten voor gezinnen uit eigen budget.

Frustrerend om te ervaren dat er te weinig waardering vanuit de gemeente is om te investeren in het voorliggende veld om de gang naar de 2 e lijn te beperken.” Tot slot: “[ ]is vaak de laatste hulpinstantie waar jeugd terecht kan en wil. De jeugd [ ] is vaak eerder dan de opening van 10:00 uur aanwezig. Ook ná de reguliere eindtijd van 15:00 uur blijft de jeugd vaak “hangen. Qua subsidiering wordt dat gezien als 1 dagdeel”. “Gemeente bepaalt en als je er niet mee akkoord gaat dan krijg je niets.” Effecten op kwaliteit van zorg Voorgaande laat voorbeelden van de manieren zien waarop de druk op financien nadelige gevolgen kan hebben voor de hulpvrager. Zij het in regeldruk, kosten, ontbrekend of ontoereikend aanbod.

8 Het zorgpersoneel staat onder druk Vanuit de eerste lijn In relatie tot de wachtlijsten wordt aangegeven: “Wat drukt op de caseload van een medewerker (gemiddeld 75 dossiers per medewerker) en waardoor deze niet altijd nieuwe hulpvragen kan oppakken”. En verder: “Er zijn voldoende gekwalificeerde medewerkers in deze wijk. Medewerkers hebben wel een top caseload.” Vanuit de tweede lijn “Dit heeft ook te maken dat de stichting niet in wil boeten op kwaliteit. Er is te weinig goed geschoold personeel”

14

In relatie tot het mogelijk aanpassen hulpaanbod aan de instroom (maatwerk), wordt opgemerkt: “Mogelijkheid is er wel, maar levert veel onnodige bureaucratie en druk bij professionals.” En verder: “Vanuit nieuwe aanbesteding lijkt het op meer bureaucratie. Voor juist de professionals (waar overal aandacht voor wordt gevraagd) wordt het niet aantrekkelijk gemaakt. De druk komt nu weer te liggen op uitvoerenden. In de nieuwe vorm moeten zij nu steeds terug naar verwijzer op productniveau. Toegenomen bureaucratie in tarieven en producten indeling. Echter juist zorg op maat is nodig bij deze doelgroep. Nu kun veel moeilijker op en afschalen (maatwerk bieden). Samenwerking met andere aanbieders is daardoor moeilijk. Binnen lumpsum kun je dat makkelijker doen. Nu in de komende aanbesteding gaat dat eruit. Die aanbesteding is nu weer opgeschoven, veel wisselingen, weinig historie. De druk op het personeel is te hoog Er geldt een te hoge caseload en de administratieve vereisten voeren de druk nog verder op. Hierdoor wordt maatwerk belemmerd. We boeten hierdoor in op het bieden van een zo adequaat mogelijk aanbod, aldus de kwaliteit van zorg.

15

SAMENVATTING Doorlooptijd van hulpvraag tot zorg Er zijn in Eindhoven wachtlijsten. Voor een aantal producten hebben we dat aangetoond. Nader onderzoek is nodig om aan te tonen of dit geldt voor meer producten en hiermee een volledig overzicht over het totale aanbod te krijgen. Doordat wachtlijsten in de tweede lijn de zorg opstoppingen in de eerstelijn veroorzaken (en de sociale basis) ontvangt een deel van de kinderen die wel om hulp heeft gevraagd, geen hulp.Tegelijkertijd lijkt er ook geen of afdoende preventief aanbod aanwezig te zijn, dat een hulpvraag kan voorkomen aan de voorkant. Deze kinderen worden niet geregistreerd en zijn daarom niet in beeld. Op de vraag of alle kinderen in Eindhoven de hulp krijgen die ze nodig hebben, kan op basis daarvan die vraag met “nee” beantwoord worden. Wanneer we zoeken naar redenen om de wachtlijsten te verklaren kunnen die mogelijk gevonden worden in de budgetplafonds. Wanneer het plafond wordt bereikt, kunnen er geen nieuwe clienten in zorg worden genomen. Hierin zou mogelijk een reden gelegen kunnen zijn om al dan niet tijdelijk en selectief budgetplafonds los te laten. Met de ruimere financiering vervalt daarmee ook de reden. Over het algemeen concluderen we dat de totale doorlooptijd (los van de wachttijden) wordt veroorzaakt doordat elke betrokken organisatie een aantal weken hanteert om tot een aanbod of verwijzing te komen.

Deze doorloptijden samen genomen leveren -naar ons inziens- een onacceptabel lang proces op, gemeten van hulpvraag tot hulpverlening. Mogelijk biedt het gelijktijdig doorlopen van deelprocessen in plaats van volgtijdelijk, een oplossing om de totale doorlooptijd in te korten. Dat zou nader onderzocht moeten worden.

Inkoop van zorg De administratieve lasten van de zorg zijn hoog. Qua eisen die gesteld worden aan de inschrijving, het bijhouden van gegevens, certificeringen en registraties. Aanvullend blijkt uit gesprekken met aanbieders dat tarieven in te grote mate naar beneden zijn bijgesteld. We hebben gezien dat, wanneer we aan de verkeerde knoppen draaien in de financiering van zorg, dit een effect heeft op diegenen die zorg verlenen en diegenen die hulp vragen. Zij het in regel- of werkdruk, kosten, ontbrekend of ontoereikend aanbod. Tegelijkertijd neemt de administratieve druk toe. Met andere woorden: “Wij krijgen minder, maar moeten er meer voor doen.” Er wordt ook opgemerkt dat de gemeente is doorgeslagen in haar controlezucht. We hebben gelezen dat de AVG van negatieve invloed kan zijn en een vertragende werking kan hebben op het komen tot een hulpaanbod. Ook sturen we op KPI’s terwijl niemand nog niet weet welke interventies echt effectief zijn. Laten we er dan in elk geval voor zorgen dat de administratieve druk

16

waar de gemeente wel invloed op kan uitoefenen, zo laag mogelijk is en zoveel mogelijk dienend aan het doel. Dat doel is niet het afvinken van lijstjes en registraties ter controle. Het doel is wel onder de goede voorwaarden passende zorg bieden. Daarnaast constateren we dat het syteem een aantal onwenselijke prikkels veroorzaakt, waarbij gecontracteerde organisaties ervoor kiezen om lichtere casussen sneller op te pakken waardoor de zwaardere cases niet of niet tijdig worden opgepakt. Dit veroorzaakt wachtlijsten. En dat is bovenal een groep waarbij we escalatie moeten voorkomen. Ook is het in sommige gevallen zo dat kinderen in zorg houden kan lonen. Dit zijn onwenselijke omissies die uit het systeem moeten worden gehaald. Verder is er nauwelijks ruimte voor maatwerk. Wanneer we passende zorg belangrijk vinden, moeten we geen systeem optuigen dat lokale kleinere en/of gespecialiseerde aanbieders uitsluit. Doordat deze buiten de aanbestedingvoorwaarden vallen of de adminstratieve rompslomp zo hoog is dat hier nauwelijks gebruik van wordt gemaakt. Hierdoor krijgt het preventief inzetten van lichtere specialistische kleine partijen die -in de meeste gevallen een goedkoper aanbod kunnen neerleggen evenals een binding met de wijk hebben- geen kans. De woorden van een zorgaanbieder geven antwoord op de vraag: ‘Kinderen krijgen niet altijd de zorg die ze nodig hebben.

We willen graag aanbodgericht werken en niet vraaggericht” Inmiddels weten we ook dat de complexiteit van de casuïstiek toeneemt. Tegelijkertijd wordt er geconstateerd dat er geen lokaal dekkend netwerk aan voorzieningen is om deze complexe casuïstiek in de omgeving van het kind te kunnen oppakken en het aan tijd ontbreekt om na te denken hoe men met een aanbod aan deze toenemende en actuele complexiteit tegemoet kan komen. De zorgaanbieders zijn onze maatschappelijke partners. Zij moeten de zorg namens de gemeente uitvoeren. Wanneer we kwaliteit van zorg willen, moeten we samen met hen tot de voorwaarden van zorg komen. Een overeenkomst is namelijk niet eenzijdig.

Toekomstbestendige jeugdzorg De gemeente wil sturen op kwaliteit maar niemand lijkt te weten waarmee we dat kunnen meten en we bieden de aanbieders ook niet de ruimte om echt te kunnen innoveren. Daarnaast heeft elke organisatie een registratiesysteem waarmee zij behoudt welk kind in zorg komt en welk kind uit zorg gaat. Het zou dan ook mogelijk moeten zijn om hierop een monitoring te ontwikkelen.Toch lukt het ons niet om een eenvoudig systeem in te richten zodat we weten waarop we sturen zonder de aanbieders met een hoge adminstratieve last op te zadelen. Want de druk op het personeel is al zo hoog. Er is een hoge caseload en administratieve vereisten voeren de druk nog verder op. Hierdoor wordt maatwerk belemmerd. We boeten hierdoor in op het bieden van een zo adequaat mogelijk aanbod, aldus de kwaliteit van zorg. Druk op personeel zou in alle lijnen voorkomen moeten worden. Indien we willen dat mensen in de juiste lijn van zorg geholpen worden, betekent dat ons inziens minimaal een intensivering van de sociale basis en eerstelijns aanbod, zodat preventie ook een eerlijke kans krijgt. De ervaringen met Buurt in Bloei zijn positief . Dit concept zou Eindhoven breed uitgerold kunnen worden. Voor de tweedelijn zouden maatregelen als vermindering van de regeldruk en reële tarieven soelaas kunnen bieden.

17

AANBEVELINGEN

3

5

Een van de zorgaanbieders gaf ons de aanbeveling mee dat: “Continuïteit van financiering en meerjarig beleid nodig is om toekomstbestendig te kunnen zijn.” Ons inziens is dat ook voor ons de stabiele basis waarop we verder aan jeugdzorg willen bouwen. Vanuit die bril hebben we ook naar de voorgaande verbeterpunten gekeken en hebben wij een aantal aanbevelingen geformuleerd die ons inziens een directe bijdrage leveren aan de kwaliteit van de jeugdzorg in Eindhoven. Hiermee willen we van de 3 naar een 5 voor de jeugdzorg in Eindhoven.

Verkort de totale doorlooptijd van hulpvraag tot zorg. - Voorzie Eindhoven breed van een stevige sociale basis. - Draag zorg voor voldoende mankracht en mensuren bij de toegang. - Verminder de administratieve lasten. - Bied ruimte voor maatwerk. - Onderzoek of deelprocessen i.p.v. volgtijdelijk gelijktijdig doorlopen kunnen worden. Maak het inkoopsysteem dienend aan de zorg, en niet leidend. - Verban prikkels uit het inkoopsysteem die ertoe bijdragen dat zorgaanbieders -intentioneel of noodgedwongen- de voorkeur geven aan typen cliënten, of cliënten langer dan nodig in zorg houden. - Neem belemmeringen voor maatwerk weg. - Beperk de administratieve lasten bij inschrijving als in de contractperiode. - Stuur op bewezen effectieve KPI’s. - Voorkom wachtlijsten bij specifieke (actuele) producten door een (ruimer) budget in te ruimen dat in deze vragen voorziet en vermijd dat budgetplafonds hieraan een negatieve bijdrage leveren. - Creëer ruimte om te kunnen anticiperen op een veranderende vraag. - Ontwerp een aanbesteding die voldoende ruimte laat voor lokale kleine en/of gespecialiseerde aanbieders. - Zorg voor reële tarieven ten behoeve van de mensen die direct zorg verlenen en diegenen die zorg ontvangen. - Heb oog voor de relatie. Wees kritisch dat geld voor zorg ook naar zorg gaat, maar bouw niet op wantrouwen. Zorg voor een toekomstbestendige jeugdzorg.

- Volg actuele ontwikkelingen nauwgezet, anticipeer op veranderende vragen en creëer ruimte voor innovatie in alle lijnen van zorg. - Bied voldoende ruimte voor de toenemende complexiteit van casuïstiek. - Zorg ook dat de complexere casuïstiek van een lokaal of regionaal aanbod voorzien kan worden. - Richt een (kwalitatieve en kwantitatieve) monitoring in die uitsluitsel biedt over de toegankelijkheid van zorg, de effectiviteit en efficiëntie en de kwaliteit van de zorgverlening. - Maak jeugdzorg weer tot een aantrekkelijk plek om te werken.

18

TOT SLOT De jeugdzorg is complex en kwetsbaar. Kwetsbaar omdat het jonge Eindhovenaren en hun naasten raakt die forse problemen hebben met hun fysieke en/of geestelijke gezondheid en afhankelijk zijn van hun netwerk en de overheid om een fatsoenlijk bestaan op te bouwen. Complex omdat er ongelooflijk veel partijen, publiek en privaat, actief zijn in een in een ingewikkeld netwerk van samenwerkingsverbanden, waarvan de uiteindelijke impact en hiermee gepaard gaande geldstromen lastig te monitoren zijn. Wanneer we echter willen dat iedereen mee kan doen in Eindhoven en een gelijke kans krijgt, moeten we beginnen aan de basis met ervoor te zorgen dat onze voorwaarden op orde zijn. Te beginnen met goed onderwijs, en voor die kinderen die het nodig hebben huiswerkbegeleiding in elke buurt, en voor die kinderen die extra hulp nodig hebben, goede jeugdzorg. We spreken over een crisis waar het gaat over Corona, maar de urgentie van een crisis ligt nu bij de jeugd. Op landelijke wetgeving hebben we weinig invloed. Maar met het geld waarmee de landelijke overheid eindelijk over de brug komt, kunnen we nu wel lokaal het verschil maken. Aan de hand bovenstaande verbeterpunten, ligt er nu een concrete handreiking voor om de kwaliteit van jeudgzorg in Eindhoven te verhogen van een 3 naar een 5. Niet voor de PvdA, de raad of de gemeente. Maar voor diegenen die zorg krijgen en zorg verlenen.

Voor onze jeugd!

19

Bijlage 1 Vragenlijsten A Onderwerp:

Maatschappelijke verkenning jeugd

Activiteit:

Vragenlijst

Aan:

Ouders / kind (afhankelijk van de leeftijd kan deze lijst ook gebruikt worden voor het kind)

Toegankelijkheid zorg: 1. Wist u meteen waar u terecht kon met uw kind bij problemen? 1.1 Hoe bent u terecht gekomen bij de juiste instelling voor hulp? 1.2 Heeft u daarbij hulp gehad? 1.3 Was u meteen bij de juiste instelling? 1.4 Heeft u lang moeten wachten voordat er een eerste gesprek was? 1.5 Hoeveel tijd tussen eerste gesprek en daadwerkelijke begeleiding? Hoe beleeft u in algemene zin de toegankelijkheid van jeugdzorg in Eindhoven? 1 2 3 4 5 (omcirkel het cijfer n.a.v. het interview ) Krijgt elk kind de zorg die het nodig heeft? 2. Was u tevreden met het behandelingsplan? 2.1 Is het plan samen met u opgesteld? 2.2 Is er voldoende meegedacht in wat er nodig was in uw situatie? 2.3 Mocht je meebeslissen bij het plan? 2.4 Voelde u zich hierbij gehoord? 2.5 Heeft u uw verwachten bij aanvang uitgesproken? 3. Had u vertrouwen in de hulpverlener? 3.1 Zou u de hulpverlening opnieuw inroepen wanneer u weer een hulpvraag heeft? 3.2 Is de situatie verbeterd sinds de hulpverlening is ingezet? 3.3 Was de hulp naar verwachting? Krijgt in uw beleving in Eindhoven elk kind de zorg die het nodig heeft? 1 2 3 4 5 (omcirkel het cijfer n.a.v. het interview ) Kwaliteit van zorg 4. Heeft u moeten wachten op de hulp, was er een wachtlijst? 4.1 Zo, ja hoelang duurde het voordat u kon starten/geholpen werd? 5. Heeft de COVID-19 invloed gehad op de hulpverlening of de wachttijd? 6.

Wat zou je een volgende keer anders willen zien in de hulpverlening, zijn er volgens jou verbeterpunten en zo, ja wat zijn die? Hoe waardeert u de zorg in Eindhoven 1 2 3 4 5

(omcirkel het cijfer n.a.v. het interview)

20

Zijn er nog andere zaken die u wilt meegeven en niet aan de orde in de vragenlijst zijn gekomen?

B Onderwerp:

Maatschappelijke verkenning jeugd

Activiteit:

Vragenlijst

Aan:

Eerstelijn

Toegankelijkheid van zorg 1. Hoe komt een kind bij u terecht? a. Via welke verwijzer? b. Ouders en of kind zelf? 2. Hoe wordt dit geregistreerd? 3. Hoeveel kinderen met een hulpvraag komen bij uw organisatie terecht? a. Welk percentage kunt u zelf oppakken? b. Welk percentage moet u doorverwijzen en waarom? 4. Hoe verloopt het proces van aanmelding tot inzetten hulp? a. Ervaart u obstakels en zo ja welke? 5. Voelt u zich voldoende toegerust om een kind toe te leiden tot een hulpaanbod? a. Kunt u dit onderbouwen? 6. Vindt u dat het eigen netwerk voldoende actief wordt ingezet? a. Kunt u aangeven waaraan dat ligt? (denk aan verantwoordelijkheid wel of niet aankunnen, assertiviteit, opleidingsniveau, andere sociale problematiek die van invloed kan zijn) 7. Hoelang duurt de periode gemiddeld van de eerste hulpvraag tot een daadwerkelijk hulpaanbod? a. Beoordeelt u dat gemiddeld als een “redelijke” periode? (Sluit dit in uw ogen voldoende aan op de hulpvraag?) b. Kunt u invloed uitoefenen op het versnellen wanneer de situatie daar om vraagt? 8. Heeft u de afgelopen drie jaar meer of minder aanvragen ontvangen dan daarvoor? (indien van toepassing als u 3 jaar of langer werkzaam bent) a. Zo ja, waar ligt dat volgens u aan? 9. Welk effect heeft Corona gehad op uw werkzaamheden m.b.t.

tot jeugdhulp? Hoe beleeft u in algemene zin de toegankelijkheid van jeugdzorg in Eindhoven? 1 2 3 4 5 (omcirkel het cijfer n.a.v. het interview )

Krijgt elk kind de zorg die het nodig heeft? 1. Beoordeelt u het zorglandschap in Eindhoven als dekkend? Zo nee; welk aanbod wordt gemist?

21

2. Heeft u te maken met voorzieningen met een wachtlijst? a. Zo ja, welke verklaring ligt hieraan ten grondslag? b. Zo ja, welk effect heeft dat op de hulpvraag van het kind en/of gezin. c. Zo nee, welke verklaring ligt hieraan ten grondslag? 3. Bent u bekend of heeft u weleens gehoord van de toolbox van de kinderombudsvrouw waar het gaat om kinderrechtenproof besluiten? a. Zo ja, gebruikt u deze toolbox? (Wordt er bij de aanmelding van een kind ook (altijd) gevraagd naar de beleving en mening van het kind)? b. Zo ja, wat gebeurt er met de mening en inbreng van het kind in het vervolg? c. Zo nee, zou u hier interesse in hebben? Door bijvoorbeeld deel te nemen aan een informatie-avond over dit onderwerp? Contactgegevens: ……………………………………………………………………………………………………………………….. WEBSITE: https://www.dekinderombudsman.nl/nieuws/kinderombudsvrouw-lanceert-aanpak-voorkinderrechtenproof-besluiten 4. Wordt de doorverwijzing naar een voorziening geregistreerd en worden er afspraken gemaakt over een terugkoppeling? Krijgt in uw beleving in Eindhoven elk kind de zorg die het nodig heeft? 1 2 3 4 5 (omcirkel het cijfer n.a.v. het interview ) Kwaliteit van zorg 1. Beoordeelt u gemiddeld genomen de duur vanaf aanmelding tot het uiteindelijk aanbod zelf, als adequaat om de hulpvraag te beantwoorden? a. Kunt u dat onderbouwen? 2.

Zijn er voldoende (gekwalificeerde jeugdzorg) medewerkers bij u en de voorzieningen waarnaar u doorverwijst aanwezig om aan de vragen te kunnen voldoen? Zo nee: hoe verklaart u dat? Hoe beoordeelt u de kwaliteit van zorg in Eindhoven? 1 2 3 4 5 (omcirkel het cijfer n.a.v. het interview )

Zijn er nog andere zaken die u wilt meegeven en niet aan de orde in de vragenlijst zijn gekomen?

22

C Onderwerp:

Maatschappelijke verkenning jeugd

Activiteit:

Vragenlijst

Aan:

Tweede lijn

Toegankelijkheid van zorg 10. Via welke instantie of persoon komt een kind bij u terecht? (via welke verwijzer, op eigen initiatief of ouders?) 11. Wordt dit geregistreerd? (vraag even door waar allemaal en of informatie gedeeld wordt?) 12. Bent u van mening dat iedere ouder de weg naar de hulpverlening weet te vinden? 13. Hoelang duurt de periode gemiddeld van de eerste hulpvraag tot een daadwerkelijk hulpaanbod? a. Beoordeelt u dat gemiddeld als een “redelijke” periode? (Sluit dit in uw ogen voldoende aan op de hulpvraag?) b. Kunt u invloed uitoefenen op het versnellen wanneer de situatie daar om vraagt? 14. Heeft u de afgelopen drie jaar meer of minder aanvragen ontvangen dan daarvoor? (indien van toepassing als u 3 jaar of langer werkzaam bent) a. Zo ja, waar ligt dat volgens u aan? 15. Welk effect heeft Corona gehad op uw werkzaamheden? a. Kunt u dat onderbouwen? Hoe beleeft u in algemene zin de toegankelijkheid van jeugdzorg in Eindhoven? 1 2 3 4 5 (omcirkel het cijfer n.a.v. het interview ) Krijgt elk kind de zorg die het nodig heeft? 1. Beoordeelt u het zorglandschap in Eindhoven als dekkend? a. Zo nee; welk aanbod wordt gemist? 2. Heeft u zelf te maken met een wachtlijst? d. Zo ja, welke verklaring ligt hieraan ten grondslag? e. Zo ja, welk effect heeft dat op de hulpvraag van het kind en/of gezin. f. Zo nee, welke verklaring ligt hieraan ten grondslag? 3.

Als blijkt dat de hulpvraag van het kind onverhoopt niet door uw organisatie opgepakt kan worden, kunt u dan doorverwijzen naar een andere aanbieder en hoe gaat dat dan? (denk aan aanmelding kind bij reguliere jeugdhulp en men komt er bijv. achter dat psychiatrische problematiek een rol speelt?) a. Hoe werkt u met anderen samen? b. Wordt dat geregistreerd? 4. Bent u bekend of heeft u weleens gehoord van de toolbox van de kinderombudsvrouw waar het gaat om kinderrechtenproof besluiten? d. Zo ja, gebruikt u deze toolbox? (Wordt er bij de aanmelding van een kind ook (altijd) gevraagd naar de beleving en mening van het kind)?

23

e. Zo ja, wat gebeurt er met de mening en inbreng van het kind in het vervolg? f. Zo nee, zou u hier interesse in hebben? Door bijvoorbeeld deel te nemen aan een informatie-avond over dit onderwerp? Contactgegevens: ……………………………………………………………………………………………………………………….. WEBSITE: https://www.dekinderombudsman.nl/nieuws/kinderombudsvrouw-lanceert-aanpak-voorkinderrechtenproof-besluiten 5. Hoe wordt het kind gemonitord? Vindt er een terugkoppeling naar de verwijzer (en servicebureau) plaats wanneer de zorgvraag is beantwoord en/of als andere hulpverlening in gang wordt gezet? 6. Heeft uw organisatie de mogelijkheid om het hulpaanbod aan te passen aan de instroom van hulpvragen? En krijgt u deze mogelijkheid ook van het servicebureau/ gemeente?

Krijgt in uw beleving in Eindhoven elk kind de zorg die het nodig heeft? 1 2 3 4 5 (omcirkel het cijfer n.a.v. het interview ) Kwaliteit van zorg 3. Beoordeelt u gemiddeld genomen de duur vanaf aanmelding tot het uiteindelijk aanbod zelf, als adequaat om de hulpvraag te beantwoorden? a. Kunt u dat onderbouwen? 4. Kunt u bij een specifieke hulpvraag van een kind of gezin die u zelf niet kunt oppakken ook expertise extern inschakelen? Zo ja kunt u daar een voorbeeld van geven? 5. Aan welke eisen moet een professionele medewerker in uw voorziening voldoen? 6. Beschikt uw voorziening over supply chain manager? Dit is uit het bedrijfsleven? a. Zo nee; Zou die functie een meerwaarde kunnen hebben? 7. Is er binnen uw organisatie sprake van casuïstiekbesprekingen waarbinnen besluiten over de zorgvraag kunnen worden genomen? Hoe beoordeelt u de kwaliteit van zorg in Eindhoven? 1 2 3 4 5 (omcirkel het cijfer n.a.v. het interview )

Zijn er nog andere zaken die u wilt meegeven en niet aan de orde in de vragenlijst zijn gekomen?

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11749069/1