Bijlage beantwoording technische vragen raadsvoorstel Sharing the Vibes - sdc sluitingstijdenbeleid 2020
Tekst van het document
Sluitingstijdenbeleid Best practice Sluitingstijdenbeleid voor de horeca is gericht op het creëren van een aantrekkelijk uitgaansleven en op de preventie van uitgaansgeweld en -overlast. Het beleid geldt voor cafés en clubs, maar ook voor de ‘droge horeca’ zoals snackbars. Doel van het sluitingstijdenbeleid is dat het uitgaanspubliek vroeger uitgaat, verspreid naar huis gaat en/of minder alcohol drinkt en zo voor minder overlast en agressie zorgt. DOEL EN DOELGROEP De doelgroep van deze maatregel bestaat uit uitgaanspubliek dat veel alcohol drinkt en voor overlast en agressie veroorzaakt. Al het uitgaanspubliek krijgt echter met dezelfde regels rond sluitingstijden te maken. Sluitingstijdenbeleid kan een gevarieerd effect hebben: • Uiterste toegangstijd en venstertijden (wel eruit, niet meer in): het doel is dat publiek vroeger uitgaat, minder alcohol drinkt en dat drukte wordt gespreid. • Openingstijden verruimen/vrijgeven: het doel is om piekdrukte te verminderen en het publiek te spreiden over de avond/nacht. • Vervroegen sluitingstijd: het doel is dat publiek minder alcohol drinkt. • Afkoel-uur (licht aan, muziek zacht, tap dicht): het doel is dat het uitgaanspubliek rustig wordt, waardoor ze de horeca beheerst verlaat. Het uiteindelijke doel is een vermindering van uitgaansgeweld en uitgaansoverlast.
WAAROM WERKT HET Door de openings- en sluitingstijden van horeca te wijzigen, kan het gedrag van uitgaanspubliek worden beïnvloed. Sluitingstijden kunnen bijvoorbeeld een effect hebben op de hoeveelheid alcohol die wordt gebruikt. Korter uitgaan zou kunnen
zorgen voor minder alcoholgebruik en gefaseerde sluiting voor gespreid vertrek van publiek en minder drukte, met minder agressie als gevolg. Er is echter geen blauwdruk voor een effectief sluitingstijdenbeleid: welk beleid werkt, hangt geheel af van de lokale situatie. PROBLEEM EN CONTEXT Bij de volgende problemen kan een verandering van sluitingstijdenbeleid helpen: • Agressieve sfeer, overlast (geluidsoverlast, vernieling) en geweld in de openbare ruimte als de horeca gelijktijdig sluit en het publiek massaal naar buiten gaat (piekdrukte). Een gebrek aan differentiatie in sluitingstijden kan zorgen voor piekdrukte als de horeca leegstroomt. Hetzelfde geldt voor een gebrek aan voldoende vervoersmogelijkheden naar huis (zoals taxi’s, nachtbussen) waardoor mensen langer in het uitgaansgebied blijven hangen. • Overmatig alcoholgebruik gedurende de avond: jongeren gaan laat en lang uit, waarbij ze eerst indrinken en tijdens het stappen blijven drinken. Alcohol beïnvloedt de hersenen, waardoor het beoordelingsvermogen vermindert en remmingen wegvallen. Hierdoor is de kans op overlast en geweld groter. • Omwonenden klagen gedurende een uitgaansavond over overlast en/of vernielingen door uitgaanspubliek. TOEPASSING EN UITVOERING Betrokken partijen en hun rol • Gemeente: bepaalt, in overleg met belanghebbenden, het sluitingstijdenbeleid en eventuele extra maatregelen en voorwaarden.
Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor de handhaving van het beleid. • Horeca: moeten sluitingstijden naleven en eventuele voorwaarden uitvoeren. • Politie: handhaving van het beleid, extra toezicht rond (eventuele) uiterste toegangs- en sluitingstijden. Fasering 1. Lokaal probleem en te bereiken doel bepalen: minder alcoholgebruik, minder overlast, minder geweld, spreiding uitgaanspubliek, etc. 2. Beleid bepalen en afwegen van de belangen van horeca, omwonenden, handhavers en uitgaanspubliek.
CCV Infosheet
pagina
Sluitingstijdenbeleid
2-3
versie
November 2020
3. 4. 5. 6.
Beleid vaststellen en communiceren naar belanghebbenden, draagvlak creëren. 0-meting uitvoeren ten behoeve van de evaluatie. Beleid, voorwaarden, afspraken en de handhaving vastleggen, bijvoorbeeld in de Algemene Plaatselijke Verordening. Handhaving van het beleid door gemeente en/of politie. Evaluatie: evalueer de uitvoering, de handhaving, het draagvlak bij alle betrokkenen en het effect van de maatregel.
•
• Personele inzet en andere kosten De wijzigingen in sluitingstijden kosten vooral tijd, met name in de fase waarin het beleid bepaald en vastgesteld wordt. Ook moeten de horeca, het uitgaanspubliek en de omwonenden op de hoogte worden gesteld van de wijzigingen. Daarnaast kan een wijziging van het sluitingstijdenbeleid meer personeelskosten met zich meebrengen voor horeca, handhaving en politie, wanneer personeel extra of langer wordt ingezet. • Hulpmiddelen en instructies Meer informatie over sluitingstijden is op te vragen bij Koninklijke Horeca Nederland. Aandachtspunten • Let op: sommige doelen gaan niet goed samen. Verruiming van openingstijden wordt vaak toegepast om uitgaansgeweld te verminderen (spreiding van het publiek) en overlast voor omwonenden te beperken. Verruiming zou echter ook voor meer alcoholgebruik kunnen zorgen, wat ontremming bevordert en agressie kan vergroten. • Met name in grotere gemeenten is de noodzaak voor sluitingstijdenbeleid het grootst omdat er daar vaak sprake is van een druk uitgaansleven en horecaconcentratiegebieden. Omwonenden kunnen hinder ondervinden en de bezoekersstromen zijn het grootst en meest divers.
• Houd rekening met ongewenste effecten als omzetderving bij de horeca als de openingstijden worden beperkt, extra drukte rond de uiterste toegangstijden en sluitingstijden, en langer durende overlast voor omwonenden als openingstijden worden verruimd. Ook kan er verandering optreden in het alcoholgebruik, zoals meer indrinken. ‘Horecatoerisme’ naar
buurgemeenten met een langere openingstijd komt ook voor. Houd ook rekening met eventuele hogere kosten (bijvoorbeeld extra personeelskosten), omdat er meer of langer toezicht moet worden ingezet. Wanneer er ‘natte horeca’ (cafés, clubs) en ‘droge horeca’ (snackbars) zijn, moet het sluitingstijdenbeleid hiermee rekening houden om bezoekersstromen te reguleren. Piekdrukte bij snackbars na sluiting van cafés en discotheken moet bijvoorbeeld worden voorkomen. Houd rekening met de diverse belangen in het uitgaansleven. De ervaring leert dat omwonenden vaak negatief staan tegenover een verruiming van openingstijden (meer en langer overlast later op de avond). Horecaondernemers staan doorgaans positief tegenover een verruiming, mits die rendabel is. Hoe langer de zaak open is, hoe meer bezoekers komen die bovendien langer blijven, is de gedachte. Het uitgaanspubliek staat doorgaans positiever tegenover een verruiming dan een beperking van de openingstijden. Handhaving van de sluitingstijden is belangrijk. Sommige gemeenten hanteren hierbij een puntensysteem: wanneer ondernemers zich niet aan afspraken houden, krijgen ze een strafpunt. Bij meer dan drie strafpunten verliest de horecaondernemer zijn ontheffing. Of de horeca moet na een overtreding van de regels gedurende minimaal één week vroeger op de avond sluiten.
Er kan ook een dwangsom worden opgelegd; bij de derde overtreding kan de ontheffing voor verruiming van de sluitingstijden worden ingetrokken. Als een ondernemer zich zeer vaak onttrekt aan het sluitingstijdenbeleid, dan kan zelfs de vergunning van de ondernemer worden ingetrokken.
Aanvullende maatregelen Gemeenten combineren hun sluitingstijdenbeleid vaak met bepaalde voorwaarden voor de horeca. Denk aan verplicht gecertificeerde portiers aan de deur, extra handhaving op (geluids)overlast en huisregels voor horeca. Daarnaast zetten gemeenten rond de drukste uren extra toezicht in, zoals politie, sus-teams en boa’s. Zo zijn in Harderwijk politie en horeca na sluitingstijd op straat aanwezig en vragen uitgaanspubliek om rustig naar huis te vertrekken. Dit om geluidsoverlast in de buurt zo veel mogelijk te voorkomen.
CCV Infosheet
pagina
Sluitingstijdenbeleid
3-3
versie
November 2020
Het spoedige vertrek van uitgaanspubliek na sluitingstijd is van belang om geweld en overlast te voorkomen. OV en nachtvervoer moeten dus goed geregeld zijn. Maatregel wordt toegepast in… Gemeenten als Gouda, Groningen en Nijmegen hebben al langere tijd vrije sluitingstijden. In Alkmaar, Zwolle, Deventer en Hulst zijn in 2016 en 2017 proeven gedaan met vrije sluitingstijden. In onder andere Doetinchem, Tilburg en Nijmegen worden venstertijden toegepast. STAP deed in 2015 een inventariserend onderzoek naar het sluitingstijdenbeleid van gemeenten: welke sluitingstijden worden voor o.a. cafés en discotheken vastgesteld en welke argumenten worden hiervoor gehanteerd. RESULTATEN Effect in de praktijk De afgelopen paar jaar is er met name ingezet op het verruimen of vrijgeven van de sluitingstijden van de horeca. In de evaluaties van de proeven met verruiming is alleen het effect op geweld en overlast onderzocht, niet de hoeveelheid alcoholgebruik. In Deventer zijn in 2016 als pilot de openingstijden van de horeca op vrijdag- en zaterdagnacht vrijgegeven. De pilot is in 2017 geëvalueerd. De evaluatieresultaten laten een overwegend positief effect zien, met name op het gebied van ondernemersvrijheid en openbare orde en veiligheid. Geluidsoverlast is een punt van aandacht: deze overlast houdt langer aan en bedekt een groter gebied dan voor het vrijgeven van de openingstijden.
In Zwolle laat een proef met het vrijgeven van de sluitingstijden in 2016 en 2017 wisselende resultaten zien. Horecabedrijven, maar ook bewoners en bezoekers, ervaren een grotere vrijheid voor de horecabedrijven, met meer mogelijkheden om in te spelen op de behoefte van het publiek. De venstertijden worden door de horecabedrijven die daarmee te maken hebben als minder prettig ervaren. Dat geldt in mindere mate ook voor de verplichting van het hebben van een portier na 03.00
uur ’s nachts. Een betere spreiding van naar huis gaand uitgaanspubliek wordt door bewoners, bezoekers en horecabedrijven vaak genoemd als positief gevolg van de regeling vrije sluitingstijden. Anderzijds is hierdoor ’s nachts ook langer en later sprake van overlast (in het weekend). Bewoners lijken daarnaast minder vaak overlast te ervaren tijdens de proef en het veiligheidsgevoel is licht verbeterd. Uit de politiecijfers lijkt op te maken dat het aantal overlastincidenten in de binnenstad is toegenomen. De venstertijd (“uitloopuurtje”) in Maastricht leidde ertoe dat horecabezoekers na sluitingstijd rustiger, beheersbaar en gespreid het centrum verlaten. Hoe kun je het effect meten? Meet het effect door te evalueren: • Het aantal deelnemende horecagelegenheden. • De motieven van de horeca voor deelname en hun ervaringen met het beleid (flexibiliteit, duidelijkheid, naleving, regeldruk, etc.). • De ervaring van de handhavers (gemeente), bewoners en politie. • De toename/afname van de verstoring van de openbare orde. • De mate van spreiding van het uitgaanspubliek (minder piekdrukte). • De effecten op het indrinken en alcoholgebruik tijdens het uitgaan. • De effecten op uitgaans-gerelateerde incidenten en meldingen van overlast.