CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Beantwoording technische vragen (GL) - Rapportage windhinder

Raadsvergadering 1 oktober 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Planoptimalisatie VDMA6.059 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Status Versie Rapport Datum

definitief 002 B.2018.1183.66.R001 12 september 2024

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Colofon Opdrachtgever

VDMA Development CV Modemstraat 2 1033 RW AMSTERDAM

Contactpersoon opdrachtgever de heer J.P. (Jan-Paul) Arts Project Betreft Uw kenmerk

Being / VDMA Eindhoven Windhinderonderzoek -

Rapport Datum Versie Status

B.2018.1183.66.R001 12 september 2024 002 definitief

Uitgevoerd door

DGMR Bouw B.V. Weerdjesstraat 70 6811 JE Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem

Contactpersoon

ir. E.S. (Erik) den Tonkelaar 088 346 76 37 TO@dgmr.nl

Auteur

ir. E.S. (Erik) den Tonkelaar 088 346 76 37 TO@dgmr.nl

Projectadviseur

ir. P.J. (Paul) van Bergen 088 346 75 67 BE@dgmr.nl

2e lezer/secr.

BS|BDI|OZU k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

2

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Situatie

5

3. Criteria 3.1 Verdichtingsvisie binnenstad Eindhoven 3.2 Beleidsregel gemeentelijke normen windhinder 3.3 Windhinder 3.4 Windgevaar

7 7 7 8 8

4. Onderzoeksmethodiek 4.1 Geometrisch model VDMA 4.2 Geometrisch model huidige situatie 4.3 Software 4.4 Wind en ruwheid 4.5 Categorie indeling onderzoeksgebied 4.6 Bomen 4.7 Maatregelen op De Eindhovense Laag

9 9 11 11 11 12 13 13

5. Resultaten 5.1 Huidige situatie: windgevaar maaiveld 5.2 Huidige situatie: windhinder maaiveld 5.3 Toekomstige situatie VDMA: windgevaar maaiveld 5.4 Toekomstige situatie, VDMA: windhinder maaiveld 5.5 De Eindhovense Laag op zusterflat, gebouw A en gebouw D: windgevaar 5.6 VDMA: De Eindhovense Laag op zusterflat, gebouw A en gebouw D: windhinder 5.7 Nieuwbouw situatie met schermen op De Eindhovense Laag 5.8 Analyse en mogelijke extra maatregelen

15 15 15 16 17

6. Conclusie

29

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

21 21 22 25

Technisch inlegvel numerieke simulaties Toelichting beoordeling windklimaat Resultaten VDMA (zonder De Nieuwe Eindhoven) VDMA zonder De Nieuwe Eindhoven Resultaten windhinder en windgevaar

3

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

1. Inleiding In opdracht van Being Development heeft DGMR Bouw B.V. voor de herontwikkeling van het VDMA-terrein in Eindhoven een windhinderonderzoek uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanprocedure. Het doel van het onderzoek is om het windklimaat te bepalen volgens NEN 8100 rond het plangebied, het dak van de zusterflat: De Eindhovense Laag en eventuele terrassen op gebouw A en D. In 2021 zijn berekeningen uitgevoerd voor een ander ontwerp. Het ontwerp is zodanig aangepast dat nieuwe berekeningen noodzakelijk zijn. U vindt in dit rapport de uitgangspunten, de meetmethode, de toetsingscriteria en de resultaten van het huidige ontwerp. Deze resultaten hebben wij beoordeeld volgens de criteria gesteld in de NEN 8100:2006 nl ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’. Voor het onderzoek hebben wij een 3D-model gemaakt van het gebied en de nabije omgeving om het windklimaat te toetsen aan de gestelde eisen (hoofdstuk 3). Dit model hebben wij met Computational Fluid Dynamics (CFD) gesimuleerd. CFD is een methode om complexe luchtstromingen in en rond gebouwen te bepalen. Aan de hand van klimaatgegevens hebben we de windstromingen voor twaalf verschillende windrichtingen verwerkt tot het windklimaat rondom het gebouw. In hoofdstuk 4 behandelen we de onderzoeksmethodiek en de bijbehorende uitgangspunten.

De berekende gemiddelde snelheden zijn een maat voor het optreden van windhinder en windgevaar (hoofdstuk 5). De conclusie volgt in hoofdstuk 6.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

4

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

2. Situatie

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

Het VDMA-terrein in Eindhoven wordt gerenoveerd. Dit terrein ligt in hartje Eindhoven, ten zuiden van het station. In figuur 1 ziet u de plaats van het plangebied. Het terrein bestaat uit de voormalige zusterflat aan de Vestdijk. Deze wordt afgebroken en opnieuw opgebouwd. Daarboven worden een toren gebouwd tot een hoogte van circa 120 meter. De gebouwen op het fabrieksterrein erachter (voormalige luciferfabriek en garage) worden gedeeltelijk hergebruikt. Naast de hoge torens verrijzen twee gebouwen van ongeveer 73 en 51 meter. Op een hoogte van ongeveer 19 meter, op de Zusterflat komen openbare terrassen en looppad voor publiek (De Eindhovense Laag genoemd). Een visualisatie ziet u in figuur 2. De ontwikkeling van De Nieuwe Eindhoven is meegenomen in de huidige situatie.

figuur 1: plangebied VDMA-terrein Eindhoven

5

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

toren Gebouw D Gebouw A Gebouw E

zusterflat

figuur 2: visualisatie, rood gearceerd is De Eindhovense Laag weergegeven

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

6

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

3. Criteria De gemeente heeft nadere eisen vastgesteld in de Raad op 15 december 2020. Deze zijn opgenomen in het rapport “Verdichtingsvisie binnenstad Eindhoven”. Dit is verder uitgelegd in paragraaf 3.1. Ook heeft de gemeente de Beleidsregel “gemeentelijke normen windhinder” vastgesteld op 26 mei 2020. Dit is verder uitgelegd in paragraaf 3.2. In beide stukken wordt verwezen naar NEN 8100:2006. Deze eisen zijn opgenomen in paragrafen 3.3 en 3.4 en de beoordeling in deze rapportage sluit daarop aan.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

3.1 Verdichtingsvisie binnenstad Eindhoven In paragraaf 1.5 van de “Verdichtingsvisie binnenstad Eindhoven” zijn eisen opgenomen voor zon, schaduw en wind. Hierin staan de volgende eisen:

3.2 Beleidsregel gemeentelijke normen windhinder In deze beleidsregel staat het volgende:

7

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

3.3 Windhinder Zodra het te hard waait gaan mensen hinder ondervinden. Bij een snelheid van circa 20 km/h verwaait haar, krijgt de wind te veel vat op kleding en kunnen mensen problemen krijgen met lopen. Windhinder op een bepaalde plek is het aantal uur per jaar dat het op deze plek harder waait dan deze gestelde grens van 20 km/h (5 m/s). In de NEN 8100 zijn vijf kwaliteitsklassen, A t/m E, gedefinieerd waarbij A overeenkomt met het minst aantal uren en E met het grootste aantal. Hoe iemand het windklimaat ervaart hangt af van zijn activiteit. In een park of speeltuin heeft een persoon meer behoefte aan een rustiger windklimaat dan op een parkeerplaats. De norm beschrijft een drietal activiteitsklassen: 1 Doorlopen, bijvoorbeeld op een parkeerterrein. 2 Slenteren, bijvoorbeeld in een winkelstraat of bij een gebouwingang. 3 Langdurig zitten, bijvoorbeeld op een bankje in het park. De waardering van het lokale windklimaat wordt gekwalificeerd met goed, matig of slecht. In tabel 1 is de beoordeling voor windhinder weergegeven. tabel 1: beoordeling van het lokale windklimaat ten aanzien van windhinder (NEN 8100) Overschrijdingskans dat v > 5 m/s in procenten van het aantal uur per jaar < 2.5 2.5 - 5.0 5.1 - 10.0 10.1 - 20.0 > 20

Kwaliteitsklasse 1. Doorlopen A B C D E

Goed Goed Goed Matig Slecht

Activiteiten 2. Slenteren Goed Goed Matig Slecht Slecht

3. Langdurig zitten Goed Matig Slecht Slecht Slecht

Een belangrijke uitbreiding zijn horecaterrassen. Bij lagere windsnelheden beleven mensen het windklimaat op een horecaterras al eerder als slecht en is klasse A nog niet genoeg. We adviseren dan ook, in lijn met NEN 8100, om extra aanvullende maatregelen te treffen bij deze terrassen zoals windschermen en eventueel luifels bij hoge gebouwen.

tabel 2: beoordeling van het lokale windklimaat ten aanzien van windgevaar (NEN 8100) Overschrijdingskans dat v > 15 m/s in procenten van het aantal uren per jaar < 0.05 0.05 - 0.29 ≥ 0.30

8

Kwalificatie Geen risico Beperkt risico Gevaarlijk

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

3.4 Windgevaar Als het erg hard waait (circa 50 km/h) kunnen gevaarlijke situaties optreden. Net als windhinder, drukt de norm windgevaar uit in het aantal uur per jaar dat het op een plek harder waait dan deze drempelsnelheid. Voor de beoordeling houden wij tabel 2 aan volgens NEN 8100. Beperkt risico is alleen acceptabel als mensen op deze plaats doorlopen (dus niet bijvoorbeeld bij een ingang). Gevaarlijke situaties mogen niet optreden op plaatsen waar mensen kunnen verblijven.

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

4. Onderzoeksmethodiek We hebben drie situaties onderzocht: • De huidige situatie. • De situatie met de nieuwbouw VDMA. • De situatie met de nieuwbouw VDMA en schermen op De Eindhovense Laag.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

4.1 Geometrisch model VDMA We hebben, volgens NEN 8100, het ontwerp gemodelleerd met de omgeving in een straal van 300 meter. U ziet in figuur 3 het model van VDMA met de omgeving. In figuur 4 en figuur 5 ziet u het ontwerp van VDMA. Wij hebben een digitaal 3D-model ontvangen van de architect op 15 november 2023.

figuur 3: 3D-model VDMA met omgeving

9

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 4: 3D-model VDMA

10

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

figuur 5: 3D-model VDMA

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

4.2 Geometrisch model huidige situatie In figuur 6 ziet u het model van de huidige situatie.

figuur 6: 3D-model huidige situatie

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

4.3 Software Om het windklimaat te onderzoeken gebruiken wij de methode Computational Fluid Dynamics (CFD). De berekeningen hebben wij uitgevoerd met het softwarepakket Ansys CFX versie 2019R3. Zie bijlage 1 voor de numerieke uitgangspunten. 4.4 Wind en ruwheid We passen het meteorologisch model van de NPR 6097 toe om te bepalen hoe vaak een bepaalde windsnelheid voor elke windrichting voorkomt ter plaatse van het ontwerp figuur 7. Dit model houdt rekening met de lokale luchtweerstand (ruwheid) van het landschap. In deze simulatie is rekening gehouden met de ruwheid van stedelijk gebied. Zie bijlage 3 voor de windstatistiek van de omgeving.

11

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 7: windstatistiek plangebied

4.5 Categorie indeling onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is onderverdeeld in de categorieën ‘doorlopen’, ‘slenteren’ nabij de entrees en ‘langdurig zitten’ op de terrassen. In figuur 8 zijn de (hoofd)toegangen tot de gebouwen weergegeven. Deze gebieden worden beoordeeld als “slenteren”. De Eindhovense Laag is ook beoordeeld als slentergebied. Op de torens A en D zijn gebieden die mogelijk gebruikt gaan worden als terras en daktuin. Deze gebieden wordt beoordeeld als “langdurig zitten”.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

12

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 8: bovenaanzicht nieuwbouw met de (hoofd)toegangen en terras

4.6 Bomen Voor het onderzoek zijn de bestaande bomen meegenomen in het onderzoek.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

4.7 Maatregelen op De Eindhovense Laag Het windklimaat op De Eindhovense Laag is verbeterd met de volgende twee maatregelen: • Een lang scherm van 2 meter hoog • Een kort scherm met een hoogte van de aangrenzende bebouwing (ongeveer 2,6 meter hoog). U ziet de maatregelen in figuur 9.

13

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 9: maatregelen op De Eindhovense Laag: scherm langs de binnenzijde

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

14

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

5. Resultaten

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

5.1 Huidige situatie: windgevaar maaiveld De resultaten hebben wij in figuur 10 weergegeven.

figuur 10: kans op windgevaar

Uit de resultaten volgt dat er geen sprake van gevaar is. 5.2 Huidige situatie: windhinder maaiveld In figuur 11 hebben wij de kans op windhinder weergegeven. U ziet in de figuur de berekende windklassen. In de legenda zijn de bijbehorende criteria weergegeven voor de verschillende activiteiten.

15

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 11: kans op windhinder. ++ = goed windklimaat, +/- = matig windklimaat. -- = slecht windklimaat

5.3 Toekomstige situatie VDMA: windgevaar maaiveld De resultaten hebben wij in figuur 12 weergegeven. Er is geen sprake van windgevaar.

16

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

Uit de resultaten volgt het windklimaat over het algemeen goed is, bijna overal heerst er windklasse A. Op de Raiffeissenstraat, ten zuiden van De Nieuwe Eindhoven heerst een windklasse C. Op de Vestdijk, aan de zuidkant van de zusterflat heerst een windklasse B en C. Zuidelijker, in de onderdoorgang naast het Pullman Hotel heerst plaatselijk een windklasse D.

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

figuur 12: kans op windgevaar

5.4 Toekomstige situatie, VDMA: windhinder maaiveld In figuur 13 en figuur 14 hebben wij de kans op windhinder weergegeven. U ziet in de figuur de berekende windklassen. In de legenda zijn de bijbehorende criteria weergegeven voor de verschillende activiteiten.

17

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 13: kans op windhinder. ++ = goed windklimaat, +/- = matig windklimaat. -- = slecht windklimaat

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

18

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

figuur 14: kans op windhinder. ++ = goed windklimaat, +/- = matig windklimaat. -- = slecht windklimaat

Uit de resultaten volgt dat onder de zusterflat het windklimaat verslechtert. Er heerst daar op een klein gebied een matig windklimaat (windklasse D). Dit wordt veroorzaakt door de hoge toren boven de zusterflat. Nergens heerst een windklasse E. Op de hoek van Vestdijkstraat en Kanaalstraat neemt de windhinder toe van windklasse C naar D. Op de Raiffeissenstraat, ten zuiden van De Nieuwe Eindhoven neemt windhinder af naar klasse B. Verderop in de Raiffeissenstraat bij gebouw D ontstaat een slechter windklimaat, windklasse D. Dit wordt veroorzaakt door het volume en de hoogte van gebouw D. Bij de toegangen heerst over het algemeen een goed windklimaat (windklasse A en B). Bij een aantal toegangen bij de laagbouw (gebouw E) heerst een matig windklimaat (windklasse C). Merk op dat de toekomstige bomen tussen de laagbouw niet zijn meegenomen in het onderzoek. De verwachting is dat deze bomen het windklimaat zullen verbeteren. Ter plaatse van de tuinen van de woningen aan de Tramstraat lijkt het windklimaat te verslechteren. In de praktijk zal dit echter meevallen. Vanwege de schaalgrootte en de grote diversiteit aan bebouwing aan deze achterzijde is de inrichting van de tuinen niet meegenomen. De invloed van schuttingen, schuurtjes en bomen zal resulteren in een windhinderklasse A ter plaatse van deze tuinen.

19

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Op het terras heerst een matig tot goed windklimaat. Ook hier zullen in de toekomst bomen staan. Deze zullen het windklimaat op het terras verbeteren.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

20

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

5.5 De Eindhovense Laag op zusterflat, gebouw A en gebouw D: windgevaar Op De Eindhovense Laag ontstaan twee gebieden met beperkt risico op windgevaar. Op gebouw A en D ontstaat op verschillende plaatsen windgevaar. U ziet dit in figuur 15. Voor doorloopgebieden is beperkt risico geoorloofd. Voor slentergebieden, zitjes, tuinen en terrassen dient beperkt risico vermeden te worden. Bij de inrichting van de plint moet men hiermee rekening houden.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

figuur 15: kans op windgevaar

5.6 VDMA: De Eindhovense Laag op zusterflat, gebouw A en gebouw D: windhinder Op De Eindhovense Laag is sprake van een slecht windklimaat. Op gebouwen A en D zijn verschillende gebieden met een goed windklimaat voor langdurig zitten. In de DO-fase kunnen deze gebieden uitgewerkt worden voor daktuinen en terrassen. Het mogelijke dakterras op het dak van gebouw A heeft een slecht windklimaat. Maatregelen zijn nodig om in de DO-fase het windklimaat hier te verbeteren. Rondom schermen van 1,5 tot 2 meter hoog zal het windklimaat verbeteren.

21

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 16: kans op windhinder. ++ = goed windklimaat, +/- = matig windklimaat. -- = slecht windklimaat

5.7 Nieuwbouw situatie met schermen op De Eindhovense Laag

22

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

5.7.1 Windgevaar Op maaiveld hebben deze maatregelen geen effect. Op De Eindhovense Laag is na plaatsing van de schermen nog maar één gebied over met beperkt risico. Dit gebied is nu kleiner (figuur 17). De schermen hebben geen invloed op de mogelijke terrassen van toren A en D. Om het windklimaat op De Eindhovense Laag te verbeteren kan een windscherm (circa 1,5 meter hoog) aan de zijde van Vestdijk geplaatst worden.

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 17: twee schermen op De Eindhovense Laag. Kans op windgevaar.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

5.7.2 Windhinder Op maaiveld verslechtert het windklimaat licht onder de zusterflat. Het gebied met windklasse D is groter geworden. Dit ziet u in figuur 18. Het effect op De Eindhovense Laag ziet u in figuur 19. Er is geen sprake meer van een slecht windklimaat (windklasse E). Er is echter nog wel een gebied met windklasse D. Voor slenteren en langdurig zitten is dit niet voldoende. De schermen hebben geen invloed op de mogelijke terrassen van toren A en D. Ook hier kan een windscherm (circa 1,5 meter hoog) aan de zijde van Vestdijk geplaatst worden ter verbetering van het windklimaat.

23

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 18: twee schermen op De Eindhovense Laag. Kans op windhinder. ++ = goed windklimaat, +/- = matig windklimaat. -- = slecht windklimaat

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

24

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 19: twee schermen op De Eindhovense Laag. Kans op windhinder. ++ = goed windklimaat, +/- = matig windklimaat. -- = slecht windklimaat

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

5.8 Analyse en mogelijke extra maatregelen Met het huidige ontwerp is niet overal een windklimaat goed te bereiken. De gemeente streeft naar een goed windklimaat. Hieronder beschrijven we een aantal maatregelen die het windklimaat verder verbeteren en mogelijk resulteren in een goed windklimaat. In de vervolgfase zullen deze mogelijke maatregelen op haalbaarheid worden beoordeeld en indien mogelijk nader worden ingepast. Zusterflat Onder de zusterflat ontstaat een gebied met matig windklimaat voor doorlopen. Om het windklimaat te verbeteren, kan de bestaande luifel vergroot worden. Ook moet de luifel “afgesloten” worden met links en rechts een verticaal scherm. De extra brede luifel bevindt zich dan op openbaar terrein en komt in conflict met de bestaande bomen. Ook zal deze optie aan Welstand moeten worden voorgelegd. Een impressie ziet u in figuur 20.

25

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 20: impressie 5 meter extra diepe luifel bij Zusterflat met verticale schermen

Een andere optie is het plaatsen van een aantal rijen verticale schermen in de onderdoorgang. Deze schermen moeten 2 meter hoog zijn. De schermen kunnen mogelijk halfdoorlatend uitgevoerd worden. Struiken of heesters in plaats van schermen zullen naar verwachting niet voldoende zijn. Een andere mogelijkheid is één lang scherm over de hele onderdoorgang van 2 meter hoog met deuren of tourniquets. Beide opties zijn logistiek niet optimaal, want de vrije doorgang wordt belemmerd. Deze optie zal in het kader van sociale veiligheid nader moeten worden afgewogen en moet ook aan Welstand worden voorgelegd.

26

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

Gebouw D De maatgevende windrichting is de wind uit het zuidwesten (210 graden). In figuur 21 ziet u de luchtstromingen op de hoek van gebouw D. Te zien is dat de wind tegen gebouw D botst, naar beneden afgebogen wordt en dan de Raiffeissenstraat opstroomt. Gebouw D veroorzaakt een verslechtering van het windklimaat (windklasse D).

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

figuur 21: luchtstromingen op de hoek van gebouw D bij maatgevende windrichting

Mogelijk dat een plint aan de westzijde van gebouw D het windklimaat kan verbeteren. Deze zou dan ongeveer even hoog als de bestaande bebouwing moeten zijn en geplaatst worden aan de westkant, tussen gebouw D en de bestaande bebouwing. De plaats van de plint ziet u schematisch in figuur 22.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

Een andere mogelijkheid zou zijn het plaatsen van extra bomen in de Raiffeissenstraat tegenover gebouw D. Het plaatsen van extra bomen moet in overleg met de gemeente plaatsvinden.

27

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Gebouw D

figuur 22: maatregel: plint gebouw D (rood)

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

28

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

6. Conclusie In opdracht van Being Development heeft DGMR Bouw B.V. voor de herontwikkeling van het VDMA-terrein in Eindhoven een windhinderonderzoek uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanprocedure. Het doel van het onderzoek is om het windklimaat te bepalen volgens NEN 8100 rond het plangebied, op De Eindhovense Laag en eventuele terrassen op gebouw A en D. In 2021 zijn berekeningen uitgevoerd voor een ander ontwerp. Het ontwerp is zodanig aangepast dat nieuwe berekeningen noodzakelijk zijn. Huidige situatie Windgevaar Er is geen windgevaar. Windhinder Het windklimaat is over het algemeen goed: bijna overal heerst er windklasse A. Op de Raiffeissenstraat, ten zuiden van De Nieuwe Eindhoven heerst windklasse C. Op de Vestdijk, aan de zuidkant van de zusterflat heerst windklasse B en C. Zuidelijker, in de onderdoorgang naast het Pullman Hotel heerst plaatselijk een windklasse D.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

Toekomstige situatie maaiveld Windgevaar Er is geen windgevaar. Windhinder Uit de resultaten volgt dat onder de zusterflat het windklimaat verslechtert. Er heerst daar op een klein gebied een matig windklimaat (windklasse D). Dit wordt veroorzaakt door de hoge toren boven de zusterflat. Nergens heerst een windklasse E. Op de hoek van Vestdijkstraat en Kanaalstraat neemt de windhinder toe van windklasse C naar D. Op de Raiffeissenstraat, ten zuiden van De Nieuwe Eindhoven, neemt windhinder af naar klasse B. Verderop in de Raiffeissenstraat, bij gebouw D ontstaat een slechter windklimaat, windklasse D. Dit wordt veroorzaakt door het volume en de hoogte van gebouw D. Bij de toegangen heerst over het algemeen een goed windklimaat (windklasse A en B). Bij een aantal toegangen bij de laagbouw (gebouw E) heerst een matig windklimaat (windklasse C). Merk op dat de toekomstige bomen tussen de laagbouw niet zijn meegenomen in het onderzoek. De verwachting is dat deze bomen het windklimaat zullen verbeteren. Op het terras heerst een matig tot goed windklimaat. Ook hier zullen in de toekomst bomen staan. Deze zullen het windklimaat op het terras verbeteren. Bij lagere windsnelheden beleven mensen het windklimaat op een horecaterras al eerder als slecht en is klasse A nog niet genoeg.

We adviseren dan ook, in lijn met NEN 8100, om sowieso extra aanvullende maatregelen te treffen zoals windschermen rondom het terras. De Eindhovense Laag Als maatregel zijn twee schermen geplaatst. De schermen verbeteren het windklimaat.

29

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Windgevaar Op De Eindhovense Laag is ook bij plaatsing van de schermen nog een gebied met beperkt risico. Extra maatregelen zijn noodzakelijk om het gebied geschikt te maken voor slenteren en langdurig zitten. Windhinder Er is geen sprake van een slecht windklimaat. Er is echter nog wel een gebied met windklasse D. Extra maatregelen zijn noodzakelijk om het gebied geschikt te maken voor slenteren en langdurig zitten. Maatregelen Het plaatsen van een scherm van circa 1,5 meter hoog aan de kant van Vestdijk zal het windklimaat verbeteren. Mogelijke terrassen op gebouw A en D. Op het dak van gebouw A heerst windgevaar en een slecht windklimaat, ongeschikt voor een daktuin. Schermen rondom het dakterras van minimaal 1,5 meter hoog zullen nodig zijn om het windklimaat te verbeteren. Op de overige plaatsen van gebouw A en D zijn er gebieden met een goed windklimaat voor terrassen en gebieden met een slecht windklimaat voor terrassen. Bij het ontwerpen van eventuele terrassen moeten de terrassen geplaatst worden in die gebieden met een goed windklimaat. Mogelijke extra maatregelen Met het huidige ontwerp is niet overal een windklimaat goed te bereiken. De gemeente streeft naar een goed windklimaat. Hieronder beschrijven we een aantal maatregelen die het windklimaat verder verbeteren en mogelijk resulteren in een goed windklimaat.

In de vervolgfase zullen deze mogelijke maatregelen op haalbaarheid worden beoordeeld en indien mogelijk nader worden ingepast.

Een andere optie is het plaatsen van een aantal rijen verticale schermen in de onderdoorgang. Deze schermen moeten 2 meter hoog zijn. De schermen kunnen mogelijk halfdoorlatend uitgevoerd worden. Struiken of heesters in plaats van schermen zullen naar verwachting niet voldoende zijn. Een andere mogelijkheid is één lang scherm over de hele onderdoorgang van 2 meter hoog met deuren of tourniquets. Beide opties zijn logistiek niet optimaal, want de vrije doorgang wordt belemmerd. Deze optie zal in het kader van sociale veiligheid nader moeten worden afgewogen en moet ook aan Welstand worden voorgelegd.

30

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

Zusterflat Onder de zusterflat ontstaat een gebied met matig windklimaat voor doorlopen. Om het windklimaat te verbeteren kan de bestaande luifel vergroot worden (5 meter extra diep). Ook moet de luifel “afgesloten” worden met links en rechts een verticaal scherm. De extra brede luifel bevindt zich dan op openbaar terrein en komt in conflict met de bestaande bomen. Ook zal deze optie aan Welstand moeten worden voorgelegd.

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Gebouw D Gebouw D veroorzaakt een verslechtering van het windklimaat (windklasse D). Mogelijk dat een plint aan de westzijde van gebouw D het windklimaat kan verbeteren. Deze zou dan ongeveer even hoog als de bestaande bebouwing moeten zijn en geplaatst worden aan de westkant, tussen gebouw D en de bestaande bebouwing.

k:\doc\b\2018\118366\b2018118366r001v2 windhinder.docx 12-09-2024

Een andere mogelijkheid zou zijn het plaatsen van extra bomen in de Raiffeissenstraat tegenover gebouw D. Het plaatsen van extra bomen moet in overleg met de gemeente plaatsvinden.

31

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Bijlage 1 Titel

Technisch inlegvel numerieke simulaties

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Technisch inlegvel numerieke simulaties Project Projectnaam Opdrachtgever Projectleider Datum Model Omvang gemodelleerd gebied Kerngebied Omgeving Afmetingen model Blokkeringsgraad Gemodelleerd groen Onderzochte windrichtingen Onderzochte configuraties Computerinstellingen Programmatuur Algemeen Rekenrooster Turbulentiemodellering Convectieve differentieschema's

Randvoorwaarden Instroomprofiel Uitlaat Grond buiten gemodelleerde omgeving Gebouwen Gegevensbewerking en -beoordeling Amersfoortse coördinaten Drempelsnelheid hinder Drempelsnelheid gevaar Beoordeling Gepresenteerde resultaten

Projectgegevens VDMA, Eindhoven Being E.S. den Tonkelaar November 2023 Algemene gegevens model In een straal van meer dan 300 meter rond project Eindhoven Eindhoven 𝜋𝑟 2 h met straal van meer dan 300 meter en een hoogte van 670 meter <5% N.v.t. 12 (elke richting representeert één windsector van 30 graden) 1 configuratie (ontwerp) Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur Ansys CFX 2019R1, FVM (eindige volume methode) Driedimensionaal, tijdsonafhankelijk, isothermisch Circa 25 miljoen cellen (tetragrid met prisma's ter plaatse van de wanden om de grenslaag goed te modelleren) SST turbulentiemodel Snelheidscomponenten: High Resolution (second order UPWIND) Turbulente grootheden: High Resolution (second order UPWIND) Scalaire grootheden: High Resolution (second order UPWIND) Gebruikte randvoorwaarden Pressure Driven Boundary Layer (Richard) Pressure Driven Boundary Layer (Richard) Ruwheidslengte z0= 1 meter voor stedelijk gebied Lokale ruwheid van 0.01 meter Informatie voor locatie en berekening windklimaat 5 m/s 15 m/s Algemeen, afhankelijk van uiteindelijke functie-indeling Rapport: plots van kwaliteitsklassen voor windhinder en gevaarcriteria

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Bijlage 2 Titel

Toelichting beoordeling windklimaat

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Toelichting beoordeling windklimaat In onderstaande tabel is aangegeven wat voor effect wind heeft op voetgangers. Windeffecten op voetgangers Windsnelheid [m/s] <5 5 - 10 10 - 15 > 15

Effect geen effecten waarneembaar enige effecten op het lopen waarneembaar duidelijke effecten op het lopen waarneembaar zeer duidelijke effecten op het lopen waarneembaar

In de beoordeling van het windklimaat wordt rekening gehouden met deze tabel. Vanaf een lokale windsnelheid van 5 m/s (vergelijkbaar met een ‘matige wind’) zijn effecten merkbaar, zoals haar dat in de war raakt. Vanaf een lokale windsnelheid van 15 m/s (vergelijkbaar met harde tot stormachtige wind) ontstaat moeite met lopen. Opgemerkt wordt dat hier gesproken wordt over windsnelheden op ooghoogte. Bij de beoordeling van het windklimaat wordt niet alleen rekening gehouden met de windsnelheid, maar wordt ook rekening gehouden met de activiteit die men onderneemt. Bij lopen of wandelen heeft men minder snel last van de wind dan bij het slenteren op de markt langs de marktkraampjes, of bij afscheid nemen bij de voordeur. Zittend op het terras is men daarentegen weer gevoeliger voor het windklimaat. Bij de beoordeling wordt daarom rekening gehouden met drie activiteiten, te weten: 1 Doorloopgebieden: voor alle gebieden waar mensen lopen om zich van A naar B te verplaatsen. 2 Slentergebieden: hierbij kan met denken aan slenteren op de markt of afscheid nemen bij de voordeur. 3 Plaats voor langdurig zitten. Hierbij kan men denken aan een bankje in het park. Opgemerkt wordt dat de activiteiten dus plaatsgebonden zijn.

Het windklimaat wordt in een onderzoek voor twee verschillende aspecten beoordeeld: 1 windgevaar 2 windhinder Windgevaar Hierbij wordt getoetst aan een windsnelheid van 15 m/s. In de norm wordt het acceptabel geacht dat deze windsnelheid maximaal 0.05% (ongeveer 4 uur per jaar) voorkomt. Komt deze windsnelheid meer dan 0.3% per jaar voor dan spreekt men van ‘windgevaar’. In het tussenliggende gebied (tussen de 0.05% en de 0.3%) is er sprake van een ‘beperkt risico’. Beperkt risico wordt aanvaardbaar geacht voor doorloopgebieden, maar niet voor slentergebieden. Wanneer beperkt risico optreedt in slentergebieden, dan moeten ook hier maatregelen getroffen worden om dit te voorkomen. Wanneer er sprake is van windgevaar moeten maatregelen worden getroffen door de gebouwontwikkelaar en/of de eigenaar van het openbaar gebied. Windgevaar op plaatsen waar mensen zich kunnen bevinden moet voorkomen worden. Windgevaar kun je daarom een ‘veiligheidseis’ noemen.

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Windhinder Hierbij wordt getoetst aan een windsnelheid van 5 m/s. De beoordeling van windhinder is afhankelijk van hoe vaak deze windsnelheid per jaar optreedt. De tijdsduur dat dit optreedt, is verdeeld in vijf klassen van minder dan 2.5% (klasse A) t/m meer dan 20% (klasse E). Hoe deze klasse beoordeeld wordt, is afhankelijk van de activiteit. Dit is weergegeven in onderstaande tabel. Beoordeling van het lokale windklimaat ten aanzien van windhinder (NEN 8100) Overschrijdingskans dat v > 5 m/s in procenten van het aantal uur per jaar < 2.5 2.5 - 5.0 5.1 - 10.0 10.1 - 20.0 > 20

Kwaliteitsklasse 1. doorlopen A B C D E

goed goed goed matig slecht

Activiteiten 2. slenteren goed goed matig slecht slecht

3. langdurig zitten goed matig slecht slecht slecht

Er is geen wettelijke verplichting om windhinder te voorkomen of te beperken. Het is aan de gebouwontwikkelaar en/of de eigenaar van het openbaar gebied welke maatregelen hij wil treffen om het comfort te verhogen. Windhinder kun je daarom een ‘comforteis’ noemen. Bij doorloopgebieden (bijvoorbeeld op het trottoir of op straat) is er sprake van een slecht windhinderklimaat als het meer dan 1.5 dag per week (> 20% van de tijd) harder waait zodat bijvoorbeeld je haar in de war kan raken (snelheid meer dan 5 m/s). Bij een matig windklimaat is dit ¾ à 1.5 dag per week. We spreken van een goed windklimaat als deze periode minder is dan ¾ dag per week. Op een terras is sprake van een slecht windhinderklimaat als het meer dan 0.5 dag per week (> 5% van de tijd) harder waait zodat bijvoorbeeld je papieren van je tafeltje wegwaaien. Bij een matig windklimaat is dit ¼ à 0.5 dag per week. We spreken van een goed windklimaat als deze periode minder is dan ¼ dag per week.

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Bijlage 3 Titel

Resultaten VDMA (zonder De Nieuwe Eindhoven)

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

coordinaten X161600 Y383400 soort tabel Distributief in uren per jaar Vmin Vmax 0 30 0 1 0.2466 0.2386 1 2 0.6941 0.7021 2 3 0.887 1.0091 3 4 0.9053 1.1495 4 5 0.7591 1.1267 5 6 0.5959 0.9132 6 7 0.387 0.7226 7 8 0.1861 0.5046 8 9 0.1005 0.2968 9 10 0.0582 0.1884 10 11 0.0285 0.0982 11 12 0.0126 0.0411 12 13 0.0023 0.024 13 14 0 0.0068 14 15 0 0.0023 15 16 0 0 16 17 0 0 17 18 0 0 18 19 0 0 19 20 0 0 20 21 0 0 21 22 0 0 22 23 0 0 23 24 0 0 24 25 0 0 25 26 0 0 26 27 0 0 27 28 0 0 28 29 0 0 29 30 0 0 30 31 0 0 31 32 0 0 32 33 0 0 33 34 0 0 34 35 0 0 35 36 0 0 36 37 0 0 37 38 0 0 38 39 0 0 39 40 0 0 40 41 0 0

60 0.266 0.7557 1.1164 1.2226 1.2705 1.1279 0.8299 0.6279 0.4269 0.2694 0.161 0.0879 0.0422 0.008 0.0057 0.0011 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

90 0.226 0.6495 0.9235 1.0183 1.0034 0.8094 0.5708 0.4064 0.258 0.1416 0.0742 0.0411 0.0171 0.0068 0.0023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

120 0.2226 0.6279 0.9178 0.8927 0.8253 0.5491 0.363 0.2226 0.1016 0.04 0.0148 0.0034 0.0023 0.0011 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

150 0.2808 0.7774 1.0811 1.1073 1.0023 0.6826 0.4578 0.3151 0.1644 0.0868 0.0388 0.0126 0.0046 0.0023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

180 0.2523 0.8653 1.1998 1.3596 1.371 1.2854 1.0263 0.8116 0.5959 0.403 0.2694 0.1404 0.0833 0.0365 0.0183 0.0103 0.0068 0.0046 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

210 0.2854 0.9578 1.4966 1.8779 2.1712 2.0696 1.8642 1.7192 1.4532 1.0936 0.8037 0.5662 0.3265 0.2146 0.1176 0.0594 0.0354 0.016 0.0114 0.0034 0.0011 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

240 0.2728 0.8847 1.2637 1.6906 1.879 1.9167 1.7466 1.5765 1.2306 0.9463 0.71 0.4441 0.2751 0.1758 0.0913 0.0468 0.0217 0.0148 0.008 0.0023 0.0023 0.0023 0.0011 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

270 0.2557 0.8025 1.1495 1.2466 1.3196 1.1153 0.9658 0.7831 0.5502 0.3938 0.274 0.1747 0.1187 0.0674 0.0422 0.0217 0.016 0.0103 0.0023 0.0011 0 0 0.0011 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

300 0.2751 0.7831 0.9817 1.0765 0.9281 0.7865 0.6324 0.4429 0.2683 0.1724 0.1039 0.0422 0.0183 0.0114 0.0046 0.0023 0.0011 0.0011 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

330 som 0.2694 3.0913 0.7306 9.2306 0.9201 12.9463 0.9132 14.46 0.7728 14.4292 0.5559 12.4075 0.3801 9.9463 0.2511 7.847 0.1644 5.6107 0.0651 3.8584 0.0377 2.6142 0.0205 1.5868 0.0103 0.9247 0.0034 0.5342 0.0011 0.2854 0 0.1416 0 0.0811 0 0.0468 0 0.0217 0 0.0068 0 0.0034 0 0.0023 0 0.0023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Bijlage 4 Titel

VDMA zonder De Nieuwe Eindhoven Resultaten windhinder en windgevaar

41

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Windgevaar

figuur 23: kans op windgevaar

VDMA Eindhoven, windhinderonderzoek

Windhinder

figuur 24: kans op windhinder. ++ = goed windklimaat, +/- = matig windklimaat. -- = slecht windklimaat

figuur 25: kans op windhinder. ++ = goed windklimaat, +/- = matig windklimaat. -- = slecht windklimaat

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14544896/1