Bijlage A3. - Was - Wordt Aanpassing GR GGD BZO
Tekst van het document
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling (GR) GGD BZO Was GR 2021 Gewijzigde tekst is geel gearceerd Vervallen tekst is blauw gearceerd De gemeenschappelijke regeling GGD BrabantZuidoost voor een vierde maal te wijzigen, waarna deze als volgt luidt: Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 2, lid 4 Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in verschillende deelnemende gemeenten gevestigd zijn.
Hoofdstuk 4 Algemeen Bestuur Artikel 8, lid 3 De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste 5 van de aanwezige leden hierom verzoekt of de voorzitter dit nodig acht en het Algemeen Bestuur hiertoe besluit.
Artikel 8, lid 4b. b. de vaststelling van de rekening;
Wordt GR 2024 Gewijzigde tekst is geel gearceerd Nieuwe tekst is groen gearceerd De gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost voor een vijfde maal te wijzigen, waarna deze als volgt luidt:
Reden van wijziging Verbetering in redactie en hernummerde artikelen worden niet apart toegelicht De GR GGD BZO stamt uit 2008 en is eerder in 2014, 2016, 2017 en 2020 gewijzigd.
Artikel 2, lid 4 Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in verschillende deelnemende gemeenten gevestigd zijn of zijn ondergebracht bij een ander openbaar lichaam.
Groene tekst is toegevoegd. Voorbeelden hiervan zijn het bureau GMV dat is ondergebracht bij de GGD West-Brabant en voor alle gemeenten in Brabant werkt en de Meldkamer Ambulancezorg (personeel in dienst bij GGD, huisvesting en apparatuur in Den Bosch in de gemeenschappelijke meldkamer Oost Brabant).
Artikel 8, lid 3 De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De vergadering krijgt een besloten karakter wanneer ten minste 5 van de aanwezige leden hierom verzoekt of de voorzitter dit nodig acht en het Algemeen Bestuur hiertoe besluit. Voor het overige is ten aanzien van de openbaarheid artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Redactionele wijziging.
Artikel 8, lid 4b. b. de vaststelling van de jaarrekening;
Redactionele wijziging
1
Artikel 10, lid 2a.
Artikel 10, lid 2a.
Het Algemeen Bestuur kan de uitoefening van
Het Algemeen Bestuur kan de uitoefening van door hem te bepalen
door hem te bepalen bevoegdheden volgens
bevoegdheden volgens
door hem te stellen regels overdragen
door hem te stellen regels overdragen aan
het Dagelijks Bestuur of aan een commissie als
aan het Dagelijks Bestuur of aan een commissie
artikel 25 van de wet, met uitzondering van:
als
a.. het vaststellen van de meerjarige beleidsvisie;
bedoeld in artikel 25 van de wet, met
uitzondering van: a.
het vaststellen en wijzigen van de
begroting; b.
b. het vaststellen en wijzigen van de begroting; c. het vaststellen van de jaarrekening; d. het stellen van regels over het aangaan van geldleningen, het
het vaststellen van de
jaarrekening; c.
bedoeld in
uitlenen van geld, of de directe regeling van hetgeen verder de geldmiddelen van het openbaar
het stellen van regels over het
lichaam aangaat;
e. het nemen van besluiten over het instellen van commissies, als
aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld,
bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de wet;
of
f. het oprichten en deelnemen in een rechtspersoon als bedoeld in
de directe regeling van hetgeen
verder de geldmiddelen van het openbaar d.
wet;
lichaam aangaat;
g. het benoemen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en
het nemen van besluiten over het
de secretaris;
instellen van commissies, als bedoeld in de e.
artikel 31a van de
h. het benoemen van de directeur publieke gezondheid en de
artikelen 24 en 25 van de wet;
ambtelijk secretaris;
het oprichten en deelnemen in
i. het regelen van de gevolgen van toetreding of uittreding van een
een rechtspersoon als bedoeld in artikel 31a van
college tot respectievelijk uit de regeling alsmede het verbinden van
de
wet;
nadere voorwaarden
het benoemen van de directeur
j. het doen van een voorstel aan de colleges tot wijziging van de
f.
publieke gezondheid en de secretaris; g.
het regelen van de gevolgen van
toetreding of uittreding van een college tot
daaraan;
regeling; k. het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing van het openbaar lichaam.
Punt a en g. zijn toegevoegd. Bij punt h. is “ambtelijk” toegevoegd, ter onderscheiding van de secretaris van het bestuur. Deze laatste is AB-lid.
respectievelijk uit de regeling alsmede het verbinden van nadere voorwaarden daaraan; h.
het doen van een voorstel aan de
colleges tot wijziging van de regeling; i.
het vaststellen van een
liquidatieplan bij opheffing van het openbaar lichaam. …………….
Artikel 10, lid 2g g.
Benoeming van 3 bestuurlijke functies toegevoegd
Artikel 11 Het Algemeen Bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van bestuur omtrent het in die vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
Artikel 11 Het Algemeen Bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, omtrent het in die vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
De WOO vervangt de WOB.
Artikel 12, lid 1 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat inclusief de voorzitter uit zeven leden.
In het verleden is gekozen voor 8 leden omdat er een zetel was voorzien voor het DB-lid uit de VR dat de portefeuille Ambulancezorg had. Dat is inmiddels achterhaald omdat de vergunning voor de Ambulancezorg aan de GGD is overgedragen. Het getal van 7 leden is als volgt verdeeld: 1 zetel voor Eindhoven, 1 zetel voor Helmond, 1 zetel voor de Kempengemeenten, 1 zetel voor de Peelgemeenten, 1 zetel voor de A2-gemeenten, 1 zetel voor de Dommelvallei plus gemeenten en 1 zetel voor BOV.
Hoofdstuk 5
Dagelijks Bestuur
Artikel 12, lid 1 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat inclusief de voorzitter uit acht leden.
Artikel 16, lid 1 Het Dagelijks Bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Openbaarheid van Bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het Dagelijks Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Artikel 16, lid 2 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding … Hoofdstuk 8 Paragraaf Hoofdstuk 9 Hoofstuk 10
Kosten Tegemoetkoming Voorhangprocedure Informatie- en verantwoordingsplicht Paragraaf Externe inlichtingenplicht
Artikel 16, lid 1 Het Dagelijks Bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het Dagelijks Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
De WOO vervangt de WOB.
Artikel 16, lid 2 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, kan de geheimhouding ……
De WOO vervangt de WOB.
Paragraaf Tegemoetkoming in kosten Hoofdstuk 9 Majeure Dossiers Hoofstuk 10 Informatie- en verantwoordingsplicht
Redactionele wijziging Redactionele wijziging
Paragraaf
Meerjarige beleidsvisie
Artikel 25 1. Het Algemeen Bestuur stelt de colleges en raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid om hun zienswijzen kenbaar te maken op het ontwerp van de meerjarige beleidsvisie voordat zij deze visie vaststelt. 2. Het Algemeen Bestuur biedt de raden in het kader van de in het eerste lid genoemde een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen Paragraaf
Externe verantwoordingsplicht Algemeen Bestuur
Paragraaf
Passieve informatieplicht
Nieuw artikel. In de wet is bepaald dat in de GR moet worden geregeld welke voorgenomen besluiten (naast begroting ed.) het bestuur voor een zienswijze aan raden wil voorleggen. De termijn in lid 2 komt overeen met de termijn bij zienswijze op de begroting.
Redactionele wijziging
Artikel 25
Artikel 26, lid 3 3. De inlichtingen zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies. Paragraaf
Actieve informatieplicht
Artikel 27 Agenda en stukken van de vergaderingen van Algemeen Bestuur worden voorafgaande aan de vergadering via de website van de GGD openbaar gemaakt. Paragraaf
Externe verantwoordingsplicht lid Algemeen Bestuur
Artikel 26 1. Het lid van het Algemeen Bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. 2. Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het college die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. 3. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van dat college of schriftelijk verstrekt. 4. Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. 5. Het reglement van orde van het Algemeen Bestuur regelt de wijze waarop toepassing
Paragraaf
De wet schrijft voor dat een openbaar lichaam bepaalt op welke wijze deze informatieplicht wordt ingevuld.
Nieuw artikel, ingegeven door de Wet Open Overheid.
Verantwoordingsplicht lid Algemeen Bestuur
Artikel 28 1. Het lid van het Algemeen Bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. 2. Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het college die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. 3. Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. 4. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden.
Lid 3 en 5 van artikel 26 van de huidige regeling zijn geschrapt omdat een individueel lid van het AB zelf moet kunnen bepalen op welke wijze hij/zij verantwoording aflegt aan zijn/haar college of raad. Daarover zijn doorgaans binnen een gemeente afspraken gemaakt.
6.
wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden. Zienswijze Artikel 29 1.
2.
3.
Buiten de meerjarige beleidsvisie (artikel 25), de begroting (artikel 36) en de wijziging van deze regeling (artikel 51), kan het Algemeen Bestuur besluiten om ten aanzien van andere voorgenomen besluiten de raden in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. Indien het eerste of tweede wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is, stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Nieuw artikel conform wetswijziging. De genoemde termijn voor het dienen van een zienswijze komt overeen met de termijn voor het indienen van een zienswijze op de meerjarige beleidsvisie, de begroting en de wijziging van de regeling.
Hoofstuk 11 Ambtelijke Organisatie Rechtspositie
Rechtspositie personeel
Artikel 31 1. Het Dagelijks Bestuur stelt voor personeel van het openbaar licht de arbeidsvoorwaardenverordening vast conform de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor het gemeentepersoneel (CAR/UWO), dan wel de (gewijzigde) collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, 2. Het Dagelijks Bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden.
Artikel 34 1.
Voor het personeel van het openbaar lichaam geldt de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties en de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling Ambulancezorg 2. Het DB kan aanvullend op voornoemde CAO’s personele regelingen vastleggen in een verordening.
Dit artikel is aangepast aan de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren. De GGD heeft te maken met twee CAO's. Het GGD bestuur is gehouden aan de afspraken in deze CAO's maar kan aanvullende personele regelingen vastleggen in een verordening.
Hoofdstuk 12 Financiële bepalingen Paragraaf financiële informatieplicht
Paragraaf Kadernota
Artikel 32 Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders en het voorlopige jaarverslag aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 25 Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten.
De wettelijke termijn is gewijzigd cf de wet. De passage “… en het voorlopige jaarverslag…” is geschrapt. De afspraken m.b.t. jaarrekening staan in artikel 37 van de GR.
Begroting Artikel 33 3. De ontwerpbegroting wordt, minimaal 8 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken.
Begroting Artikel 36 3. De ontwerpbegroting wordt, minimaal 12 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. 5.
6.
Paragraaf
Rekening
Hoofdstuk 13 Archief
Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede de conclusies die het daaraan verbindt. De inlichtingen zoals bedoeld in lid 5 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies.
Paragraaf
Jaarrekening
Artikel 42 1.
Archiefzorg
Het Dagelijks Bestuur is zowel belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam als
1.
met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd
Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg
krachtens de gedelegeerde taken.
voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. Dit overeenkomstig
2.
Het Dagelijks Bestuur is gemandateerd om uitvoering te geven aan het zorgdragerschap voor de archiefbescheiden die worden
een door het Algemeen Bestuur, met
gevormd krachtens de gemandateerde taken.
inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen regeling, de
De leden 5 en 6 zijn aan dit artikel toegevoegd en vloeien voort uit de wetswijziging.
Redactionele wijziging.
Hoofdstuk 13 Archief
Archiefbescheiden Artikel 39
Formulering in de wet is hier aangehouden. In onze regio is afgesproken dat de ontwerpbegroting uiterlijk 15 maart naar gemeenten en raden wordt gezonden en dat raden tot uiterlijk 8 juni hun zienswijzen kenbaar maken. Dat zijn in de praktijk dus 12 weken.
3.
De uitvoering van hetgeen bepaald in lid 1 en 2 geschiedt overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur, met
De inhoud van dit hoofdstuk is gewijzigd vanwege nieuwe archiefbepalingen en als gevolg van ingebrachte zienswijzen.
Archiefverordening, die aan het college van
inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te
Gedeputeerde Staten moet worden medegedeeld.
stellen archiefverordening, die aan het college van Gedeputeerde
2.
Staten moet worden medegedeeld.
Het Dagelijks Bestuur is tevens belast met
de zorg voor de archiefbescheiden die worden
4.
gevormd krachtens de aan het openbaar
Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen
lichaam eventueel in de toekomst gedelegeerde
conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.
taken. 3.
Voor de door deelnemende gemeenten
gemandateerde taken berust de zorg voor de
Artikel 43 1.
desbetreffende archiefbescheiden bij deze
deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
Met het toezicht op de bewaring en het
2.
beheer van de archiefbescheiden van de
het bepaalde in de archiefverordening zoals genoemd in artikel
van de deelnemende gemeente(n).
42, lid 3.
Met het toezicht op de bewaring en het
beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam is belast de streekarchivaris van het
Artikel 44 1.
Regionaal Historisch Centrum Eindhoven 6.
Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in lid 1, met inachtneming van
gemandateerde taken is belast de archivaris 5.
De directeur c.q. secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in artikel 42, lid 1 en 2, voor zover
gemeenten. 4.
Archiefbeheer
Archiefbewaarplaats
Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen
(RHCe).
archiefbescheiden van de gemandateerde taken is aangewezen
Bij opheffing van de gemeenschappelijke
de archiefbewaarplaats van de deelnemende gemeente(n).
regeling wordt ten aanzien van de
2.
archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet
1995.
Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam is aangewezen de archiefbewaarplaats van het Regionaal Historisch Centrum
Archiefbewaarplaats
Eindhoven (RHCe).
Artikel 40
Artikel 45 1.
1.
Voor de bewaring van de op grond van
Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de
artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van
Toezicht
archivaris van de deelnemende gemeente(n). 2.
de gemandateerde taken is aangewezen de
Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam is belast de
archiefbewaarplaats van de deelnemende
streekarchivaris van het RHCe.
gemeente(n). 2.
Voor de bewaring van de op grond van
artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet
Artikel 46 1.
1995 over te brengen archiefbescheiden van
Terbeschikkingstelling archiefbescheiden
De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden
het openbaar lichaam is aangewezen de
beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de
archiefbewaarplaats van het RHCe.
overgedragen taken. 2.
In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de
Ter beschikkingstelling archiefbescheiden
ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de
Artikel 41 1.
terbeschikkingstelling.
Indien noodzakelijk voor de taakuitvoering
van het openbaar lichaam, stellen de colleges van de deelnemende gemeenten, onder hen
Artikel 47 1.
Verantwoording
De archivaris van het RHCe brengt jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de
berustende archiefbescheiden ter beschikking.
archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die
3.
nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
Terbeschikkingstelling geschiedt voor 5 jaar
en kan, met telkens een aaneengesloten
periode
van maximaal 5 jaar, worden verlengd tot ten
2.
De archivaris van de deelnemende gemeente(n) brengt jaarlijks
hoogste 20 jaar.
aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het
4.
beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken,
Van de terbeschikkingstelling wordt een
verklaring opgemaakt, die ten minste bevat een specificatie van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden. Een exemplaar van deze
die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3.
Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen
verklaring wordt bewaard door het
opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van
overheidsorgaan waaronder de archiefbescheiden
het archiefbeheer, als bedoeld in artikel 42, lid 1 en 2 en artikel 43,
zouden berusten, indien zij niet ter beschikking waren gesteld. 5.
Het openbaar lichaam, dat de
archiefbescheiden tot zijn beschikking krijgt, brengt slechts
wijzigingen aan in de staat van
ordening en toegankelijkheid van en vernietigt slechts uit
de bescheiden na machtiging door
het ter beschikking stellende overheidsorgaan. 6.
De kosten van het beheer van de
terbeschikkinggestelde archiefbescheiden komen ten
laste van het openbaar lichaam, dat de
archiefbescheiden ter beschikking heeft gekregen. De zorgdrager voor de archiefbescheiden van het overheidsorgaan dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gesteld, blijft in alle andere aangelegenheden de zorgdrager voor de archiefbescheiden.
lid 1.
7.
Indien de ordening van de in het tweede lid
bedoelde archiefbescheiden zich verzet tegen terbeschikkingstelling, is het openbaar lichaam te allen tijde bevoegd inzage te nemen van die archiefbescheiden dan wel daarvan of daaruit reproducties, afschriften of uittreksels te vorderen. 8.
Ten aanzien van de terbeschikkingstelling
gelden de volgende nadere voorwaarden: a.
De ter beschikking gestelde
archiefbescheiden worden door het openbaar lichaam in
goede, geordende en
toegankelijke staat bewaard; b.
Uitlening van terbeschikkinggestelde
archiefbescheiden is slechts toegestaan aan functionarissen binnen het openbaar lichaam die ambtelijk zijn belast met
behandeling van een
aangelegenheid waarvoor uitlening noodzakelijk is.
Hoofdstuk 14
Evaluatie
Hoofdstuk 14
Evaluatie van deze regeling of het beleid
Artikel 42 1. Het Algemeen Bestuur evalueert in het derde jaar van iedere bestuursperiode het functioneren van het openbaar lichaam en de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten 2. Het Algemeen Bestuur rapporteert aan de colleges het resultaat van de uitgevoerde evaluaties onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies.
Artikel 48 1. Het Algemeen Bestuur kan, eventueel op voorstel van individuele leden of op verzoek van een of meerdere colleges of raden, besluiten tot het houden van een evaluatie van deze regeling. 2. Het Algemeen Bestuur bepaalt hierbij wat de concrete vraagstelling is, wat de reikwijdte van de evaluatie is en welke procedure wordt gevolgd. 3. Het Algemeen Bestuur rapporteert aan de colleges en raden het resultaat van de uitgevoerde evaluaties onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies. 4. Het Algemeen Bestuur kan in het kader van een specifiek besluit of agendapunt ertoe besluiten om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid zoals ‘beschreven’ in artikel 10, zevende lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Hoofdstuk 15 Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing
HOOFDSTUK 15 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING,
Artikel 44 Op uittreding van een college uit de gemeenschappelijke regeling is artikel 43 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 50
Cf de wetswijziging. Er is hier gekozen voor een ruimere formulering cf de andere GR'en in de regio. Evaluatie in het 3e jaar is losgelaten, maar dat laat onverlet dat AB daar wel voor kan kiezen (artikel 48 biedt daarvoor alle ruimte).
OPHEFFING
1.
Indien het uittreden van een gemeente leidt tot overdracht van materiaal, materieel of gebouwen van de regeling dan vindt de overdracht ervan plaats tegen boekwaarde op de uittredingsdatum.
2.
Over de overdracht van personeel worden in goed overleg afzonderlijke afspraken gemaakt.
De wet schrijft voor dat in de GR een regeling moet worden opgenomen over uittreding.
3.
Indien het uittreden van een gemeente leidt tot een daling van opbrengsten worden de negatieve financiële gevolgen ervan aangemerkt als frictie- en desintegratiekosten, deze worden als volgt over een periode van drie jaar door het uittredend bestuursorgaan gecompenseerd: Het eerste jaar na uittreding voor 100%, het tweede jaar 66% en het derde jaar 33% van deze kosten.
4.
De frictie- en desintegratiekosten worden als volgt bepaald, de daling van opbrengsten vermindert met de directe kosten op jaarbasis van de overgedragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel.
5.
Voor het opgebouwde vermogen (reserves) dat kan worden toegerekend aan de uittredende gemeente vindt compensatie plaats naar rato van de verdeelsleutel.
6.
Voorzieningen worden alleen overgedragen voor het onderdeel dat betrekking heeft op overdragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel.
7.
Op uittreding van een college uit de gemeenschappelijke regeling is artikel 46 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 45 1. Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de colleges
Artikel 51 1.
Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of
Lid 3 en 4 zijn toegevoegd en vloeien voort uit de wetswijziging
2.
van ten minste zeven van de deelnemende
door de colleges van ten minste zeven van de deelnemende
gemeenten;
gemeenten;
De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd
2.
De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de
indien de colleges van de deelnemende
colleges van de deelnemende gemeenten daartoe, met
gemeenten daartoe, met toestemming van de
toestemming van de raden, eensluidend besluiten;
raden, eensluidend besluiten;
3.
Het Algemeen Bestuur stelt dat de colleges en raden van de deelnemende gemeenten, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de gelegenheid om bij het college een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de onderhavige gewijzigde regeling.
4.
Het Algemeen Bestuur biedt de colleges en raden in het kader van de in het derde lid genoemde een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen.
Hoofdstuk 17
Slotbepalingen
Hoofdstuk 17 Slotbepalingen
Artikel 49 Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd
Artikel 55 Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt in
en treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
werking met ingang van 1 juli 2024. De bekendmaking van deze
De bekendmaking van deze regeling geschiedt door
regeling geschiedt door het college van de gemeente Eindhoven.
het college van de gemeente Eindhoven.
De termijn in lid 4 komt overeen met de termijn bij zienswijze op de begroting en de meerjarige beleidsvisie.