CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 - Gebiedsgerichte aanpak

Raadsvergadering 25 november 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Energietransitie Ontwerp Warmteprogramma 2026–20353.609 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gebiedsgerichte aanpak aardgasvrij Inhoudsopgave Inleiding

2

Uitvoeringsplan

4

• • • • • • • •

Voorbereiding, gebiedsanalyse en haalbaarheidsonderzoek Voorbereiding, gebiedsanalyse en haalbaarheidsonderzoek – bedrijventerreinen Communicatie en participatie Van analyse naar uitvoering – bij een collectieve oplossing Van analyse naar uitvoering – bij een individuele oplossing Van analyse naar uitvoering – bij een bedrijventerrein De uitvoering in de wijk: isoleren en voorbereiden op een aardgasvrije toekomst Vastleggen in het omgevingsplan

Uitvoering & Monitoring • •

De uitvoering in een gebied, aardgasvrij maken Monitoring en ondersteuning

Aardgasvrije warmte • •

Gebruik van aardgasvrije warmte – bij een individuele oplossing Gebruik van aardgasvrije warmte – bij een collectieve oplossing

4 5 5 7 7 8 9

10 10 11 12 12 12

1

Inleiding De gemeente Eindhoven werkt aan een toekomst waarin uiterlijk 2050 de gehele stad aardgasvrij is. We doen dit stap voor stap, gebied voor gebied. We kunnen niet overal tegelijk aan de slag, dus niet elk gebied is op hetzelfde moment aan de beurt. Om de doelen voor 2050 te halen, moeten we nu beginnen. In het warmteprogramma (hoofdstuk 3.3) staat op de “wanneer-kaart” in welke gebieden we voor 2035 starten met het aardgasvrij maken. De overgang naar aardgasvrij wonen verloopt niet overal op dezelfde manier of in hetzelfde tempo. Hoewel alle gebouweigenaren vandaag al stappen kunnen zetten om gebouwen voor te bereiden, verschilt het pad dat individuele eigenaren en complete buurten doorlopen. De gemeente ondersteunt deze stappen via een stadsbrede energiebesparingsaanpak (bijlage 7). In buurten waar we starten wordt een gebiedsgerichte aanpak gevolgd met meer gelijktijdigheid. Het maakt daarbij niet uit of in het gebied een collectieve of individuele warmteoplossing voorzien is. Het grote verschil is dat gebouweigenaren bij een individuele oplossing hun gebouw in één keer helemaal aardgasvrij kunnen maken, terwijl bij een collectieve warmteoplossing de aanpak veelal gefaseerd zal zijn, omdat de collectieve warmtevoorziening per blok of straat wordt aangelegd. Bij alle gebiedsgerichte aanpakken werken we toe naar het afsluiten van het aardgas binnen afzienbare tijd.

We hebben het voornemen hiervoor de aanwijsbevoegdheid in te zetten, zoals vastgelegd in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Voor bedrijventerreinen is een specifieke aanpak nodig. Bedrijven gebruiken aardgas niet alleen voor verwarming van gebouwen en warm tapwater, maar ook voor productieprocessen. Het gaat daarbij vaak om een grote warmtevraag en hoge temperaturen. Verder is er naast warmte ook vaak een koudevraag. Bij bedrijventerreinen is daarom sprake van maatwerk, waarbij per gebied wordt gekeken naar de mogelijkheden om aardgasvrij te worden. In de praktijk zal dit een mix zijn van individuele en collectieve oplossingen. Bij een aantal bedrijventerreinen wordt momenteel onderzoek gedaan om te bepalen welke oplossingen daar het meest geschikt zijn. Dit doen we -net als in de overige gebieden- in een uitvoeringsplan. In de paragrafen hieronder wordt de gebiedsgerichte aanpak stapsgewijs uitgelegd. Daarbij is er een onderscheid in verschillende rollen, die hieronder met pictogrammen zijn toegelicht: •

Gemeentelijk acties (interne processen) Acties die direct zichtbaar en merkbaar zijn in het gebied

•

Acties die inwoners, ondernemers of andere gebouweigenaren zelf doen Acties publiek warmtebedrijf (alleen in gebieden met een collectieve warmtevoorziening)

2

Figuur 1: Proces gebiedsgerichte aanpak Voor inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren is de gebiedsgerichte aanpak een proces dat bestaat uit verschillende stappen (figuur 1). Voor bepaalde stappen hebben zij zelf taken en verantwoordelijkheden (figuur 2). Gemeente en warmtebedrijf hebben hun eigen taken en verantwoordelijkheden. Zo zorgt de gemeente voor ondersteuning bij de verschillende stappen via een op te richten energiedienstenorganisatie (bijlage 9). Het warmtebedrijf maakt het ontwerp voor de collectieve warmtevoorziening en legt deze ook daadwerkelijk aan. Het eindresultaat van de gebiedsgerichte aanpak is een gebied waarin alle gebouwen een aardgasvrije warmtevoorziening hebben, zodat uiteindelijk de aardgaslevering binnen het gebied gestopt kan worden.

Figuur 2: Proces gebiedsgerichte aanpak vanuit inwoner, ondernemers en andere gebouweigenaren

3

Uitvoeringsplan Per gebied maken we een uitvoeringsplan om te komen tot een aardgasvrije oplossing. De gemeente Eindhoven heeft daarbij de regie, maar een uitvoeringsplan maken we samen met partners, inwoners en gebouweigenaren in een gebied. Het uitvoeringsplan heeft drie belangrijke functies: 1. Het bieden van informatie over de warmtetransitie in een gebied 2. Het bieden van handelingsperspectief1 3. Onderbouwing van inzet aanwijsbevoegdheid, waarmee de aardgaslevering wordt gestopt De afronding van het uitvoeringsplan is het begin van de uitvoeringsfase van het aardgasvrije warmtealternatief. De uitvoering kan jaren duren, zeker bij een collectieve oplossing, zoals een warmtenet (figuur 2). Een uitvoeringsplan is altijd maatwerk voor een specifiek gebied. Dit komt omdat de warmteoplossing kan verschillen per gebied, maar ook omdat een bedrijventerrein een andere aanpak vraagt dan een woonwijk. In het uitvoeringsplan per gebied doorlopen we altijd dezelfde stappen: • • • •

Voorbereiding, gebiedsanalyse, haalbaarheid Van analyse naar uitvoering Gebouwen isoleren en voorbereiden op een aardgasvrije toekomst Vastleggen in het omgevingsplan

Bij de start van het uitvoeringsplan beginnen we direct met communicatie en participatie in het gebied. Gedurende het gehele proces loopt communicatie en participatie door, passend bij de wensen en behoeften in een gebied.

Voorbereiding, gebiedsanalyse en haalbaarheidsonderzoek

gemeente

Het uitvoeringsplan voor elk gebied is een uitgebreide gebiedsanalyse, als verdieping op de analyse uit het warmteprogramma. Deze analyse richt zich op zowel fysieke als sociale kenmerken van de wijk en sluit aan bij de bredere gebiedscyclus van de sector Gebieden & Wijken. Hierbij wordt gebruikgemaakt van zowel harde data (zoals statistieken) als zachte data (zoals inzichten van gebiedscoördinatoren, energiecoaches en de Buurtkijker). Ondertussen gaan we in gesprek in het gebied om kennis te maken, te luisteren, om mensen te informeren en te weten wat er speelt. Specifiek voor de warmtetransitie wordt gekeken naar: •

De kosten van verschillende warmte-alternatieven voor aardgas

•

Haalbaarheidstoets warmteoplossing (leveringszekerheid en technische uitvoerbaarheid)

•

Aanbod en vraag van warmte en koude (incl. toets op beschikbare of maakbare bronnen)

Met handelingsperspectief bedoelen we dat je weet wat je wanneer moet doen, wat er van je verwacht wordt, hoe je dat kan doen en waar je terecht kan met hulpvragen. Bij handelingsperspectief hoort ook inzicht in en zekerheid over de eindsituatie, zodat daar in stappen -spijtvrij- naartoe gewerkt kan worden. 1

4

•

Nationale kosten en eindgebruikerskosten 2

•

De haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid (toets op doelmatigheid en efficiëntie)

•

Koppelkansen, zowel fysiek als sociaal

•

In kaart brengen van stakeholders in het gebied en mate van organisatie binnen een gebied

De uitkomst van de gebiedsanalyse is het beste alternatief voor aardgas. In het geval van een collectieve warmteoplossing is de analyse ook de onderbouwing voor de afbakening van een warmtekavel. Daarnaast vormt de analyse de basis voor de gebiedsgerichte communicatie- en participatie aanpak.

Voorbereiding, gebiedsanalyse en haalbaarheidsonderzoek bedrijventerreinen

gemeente

Voor bedrijventerreinen zal de gebiedsanalyse afwijken. Dit komt door grootverbruik, productieprocessen en het daarmee samenhangende vraag naar veel hogere of juist lagere temperaturen dan voor ruimteverwarming gebruikelijk zijn. Dit legt een groter beslag op het energiesysteem. In de gebiedsanalyse brengen we de huidige stand van zaken van het energiesysteem op het bedrijventerrein in beeld en schetsen we de context. We kijken daarbij zowel naar het actuele gebruik en de bestaande infrastructuur als naar de toekomstige ontwikkelingen waarvan nu al bekend is dat ze invloed gaan hebben. Denk daarbij aan: • • •

Beschikbare energiebronnen in en rondom het gebied; Bestaande beleids- en juridische context; Relevante conclusies/uitgangspunten voor de energietransitie op het bedrijventerrein.

Deze analyse dient als vertrekpunt voor het vervolgtraject, waarin we met elkaar toewerken naar een uitvoeringsagenda voor de komende jaren om toe te werken naar een aardgasvrij bedrijventerrein.

Communicatie en participatie

Merkbaar in het gebied

Samen op weg naar duurzame warmte, oftewel aardgasvrij is geen eenzijdige of rechte weg voor inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren. Het vraagt om heldere informatie, om luisteren, om meebewegen op de vraag en het vermogen om mee te kunnen doen. Samenwerken Om dit inzichtelijk te krijgen willen we al vroeg in de voorbereidingsfase van het uitvoeringsplan contact leggen in het gebied. Hiervoor brengen we de doelgroepen in kaart en gaan we in gesprek met

Nationale kosten zijn alle (gesocialiseerde) kosten die gemaakt voor de energievoorziening. Ze omvatten voornamelijk productiekosten en netwerk- en transportkosten. Eindgebruikerskosten zijn de kosten die de consument uiteindelijk betaalt voor de energie. Kort gezegd: nationale kosten = kosten voor het land, eindgebruikerskosten = kosten voor de consument. 2

5

(bewoners)organisaties en sleutelfiguren. Waar mogelijk gaan we de samenwerking aan en vormen we een meedenk/werkteam. Helder proces Uit landelijk onderzoek en uit de participatiebijeenkomst met buurten voor het warmteprogramma komt naar voren dat inwoners behoefte hebben aan duidelijkheid over de planningen de kosten. Op het moment dat er gestart wordt in een gebied is er nog geen vastgesteld plan, want er is veel onderzoek nodig. Naar verwachting zijn we 10 jaar in een gebied aan de slag. Om duidelijkheid te scheppen geven we per gebied een tijdlijn af met fasen die we doorlopen. Deze tijdlijn zal per gebied verschillen, omdat deze rekening houdt met verschillende doelgroepen en behoeften. Zo zal een tijdlijn voor gebied met individuele oplossingen zal er anders uitzien dan een bedrijventerrein. In figuur 3 hieronder een voorbeeld voor een gebied met een collectieve warmtevoorziening.

Figuur 3: Voorbeeld van een tijdlijn op weg naar een aardgasvrije buurt (voor collectieve warmteoplossing) Kanalen en middelen Ondersteunend aan deze tijdlijn richten we per gebied communicatiekanalen in zoals een projectpagina op Eindhovenduurzaam.nl, een nieuwsbrief en zetten we wijkinfo’s in. Ook willen we gebruik maken van de kanalen die een gebied zelf heeft, denk aan website of social media van (wijk)verenigingen en sluiten we aan bij bestaande ontmoetingsmomenten. Met woningcorporaties maken we aparte afspraken over hoe huurders geïnformeerd worden.

6

Van analyse naar uitvoering – bij een collectieve oplossing

gemeente

Wanneer uit de analyse blijkt dat een collectieve warmtevoorziening haalbaar is, stellen we een warmtekavel3 vast. Daarbij toetsen we op 3 wettelijke eisen: 1) doelmatige aanleg en exploitatie (betaalbaar voor warmtebedrijf en eindgebruiker) 2) borging leveringszekerheid (vraag en aanbod bij elkaar brengen) 3) efficiënte warmtetransitie (laagste nationale kosten) Deze eisen vormen de onderbouwing voor de gebiedsafbakening van de warmtekavel. Het college stelt een warmtekavel vast. De vaststelling wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Vervolgens wordt het uitvoeringsplan verder uitgewerkt en een Programma van Eisen opgesteld voor de warmtekavel. Publieke warmtebedrijven kunnen inschrijven op de warmtekavel door een globaal kavelplan in te dienen. Dit kavelplan bevat een ontwerp voor een collectieve warmteoplossing en geeft inzicht in de kosten en tarieven voor inwoners en andere gebouweigenaren. Bij goedkeuring van het globaal kavelplan door het college van b&w krijgt een publiek warmtebedrijf het alleenrecht om warmte te leveren binnen het warmtekavel. In ruil daarvoor moet ieder gebouw binnen het warmtekavel een aanbod krijgen. Na vaststelling van het uitgebreid kavelplan door het college ligt er een definitief plan. Dit plan wordt opgenomen in het uitvoeringsplan.

Inwoners en bedrijven weten waar ze concreet aan toe zijn: wat de warmteoplossing voor de buurt wordt, wat men moet doen om zich daarop voor te bereiden, hoeveel het gaat kosten en wanneer het aan de orde is. Het uitvoeringsplan is onderbouwing voor de gemeenteraad om de aanwijsbevoegd in te zetten en daarmee het aardgas in het gebied versneld af te sluiten.

Warmtebedrijf (alleen bij collectief)

Het warmtebedrijf maakt een globaal kavelplan voor een afgebakend gebied (warmtekavel). Na goedkeuring wordt dit plan uitgewerkt tot een uitgebreid kavelplan, met daarin concreet voorstel voor gebouweigenaren, inclusief tijdspad, definitieve kosten en technische oplossing. Het warmtebedrijf combineert het uitgebreid kavelplan met een investeringsdossier voor de gemeenteraad.

Van analyse naar uitvoering – bij een individuele oplossing

gemeente

Als uit de analyse blijkt dat een individuele oplossing het beste wamte-alternatief is, wordt geen warmtekavel vastgesteld en heeft het warmtebedrijf dus ook geen rol in dat gebied. In dat geval richt het uitvoeringsplan zich op individuele oplossingen, met bijbehorende communicatie- en participatiestrategie. De aanpak blijft echter gebiedsgericht, waarbij we inwoners en gebouweigenaren Een warmtekavel is een term uit de Wet collectieve warmte (Wcw). Het is een afgebakend gebied waarin een geselecteerd publiek warmtebedrijf het alleenrecht kan krijgen om warmte te leveren. In ruil daarvoor moet het warmtebedrijf iedereen binnen de gebiedsgrenzen een aanbod doen om aan te sluiten op de collectieve warmtevoorziening 3

7

zoveel mogelijk ontzorgen. Ook in deze gebieden zijn we voornemens de aardgaslevering te stoppen door de inzet van de aanwijsbevoegdheid (op basis van de Wgiw) door de gemeenteraad. Het uitvoeringsplan is onderbouwing voor dit besluit. Zo kunnen we stap voor stap, wijk voor wijk van het aardgas af. De uitvoeringsplannen worden afgestemd op de bestaande gebiedscyclus van de sector Gebieden & Wijken en waar mogelijk verbonden met jaarlijkse gebiedsplannen en vierjaarlijkse stadsdeelagenda’s. Zo ontstaat een integrale aanpak die aansluit op andere opgaven in het gebied.

Van analyse naar uitvoering – bij een bedrijventerrein

gemeente

Op basis van de gebiedsanalyse gaan we verder met het opstellen van een uitvoeringsplan. Daarin worden concrete maatregelen en projecten uitgewerkt. We werken langs de vier sporen: 1. 2. 3. 4.

isolatie en energiebesparing gebouwen en productieprocessen aardgasvrije gebouwverwarming aardgasvrije proceswarmte beschikbaarheid (duurzame) elektriciteit & gassen.

In deze fase van het uitvoeringsplan: • • •

Gaan we actief op zoek naar (co)financieringsmogelijkheden Brengen we de benodigde rollen en verantwoordelijkheden in kaart; Verkennen en wegen we verschillende uitvoeringsopties af.

Na 3 jaar updaten we het uitvoeringsplan. De gebiedsanalyse wordt na deze 3 jaar aangevuld met de nieuwste inzichten, en het uitvoeringsplan wordt herzien binnen de energetische context op dat moment.

Gebouwen isoleren en voorbereiden op een aardgasvrije toekomst

Zelf doen

De uitvoering start in elk gebied met het voorbereiden van de gebouwen. De eerste stap is altijd het verbeteren van isolatie, ventilatie en kierdichting. Het streven is dat alle gebouwen worden voorbereid op verwarming met lage temperatuur (50°C) door te isoleren volgens de nationale isolatiestandaard. Deze aanpak leidt niet alleen tot lagere energiekosten en een beter gezonder wooncomfort, maar ook tot een directe vermindering van CO₂-uitstoot. Dit streven is voor alle gebouwen in Eindhoven gelijk. Voordeel hiervan is dat het gebouw klaar is voor elk aardgasvrij warmte-alternatief, ongeacht de beoogde oplossing. De gebouweigenaar weet op die manier zeker dat de investeringen spijtvrij zijn. Voordeel is dat gebouweigenaren direct kunnen beginnen, óók als een gebied pas later aan de beurt is of het beste warmte-alternatief nog onderzocht wordt. Uitvoering kan in één keer of in stappen zodat aansluiting bij natuurlijke momenten (onderhoud, vervanging of verhuizing) mogelijk is. Je doet het zelf, of laat het doen, eventueel ondersteunt door de gemeente.

8

gemeente

De gemeente ondersteunt en ontzorgt bij de voorbereiding én uitvoering van maatregelen. Dat begint met ondersteuning bij keuzes via onderzoeken en adviezen. Dit doen we overal, dus zowel in gebieden met een individuele als een collectieve warmtevoorziening. De gemeente begint hiervoor een energiedienstenorganisatie waar ook de reeds bestaande ondersteuning zoals www.eindhovenduurzaam.nl en de energiecoaches onder komen te vallen. Deze organisatie biedt één aanspreekpunt voor alle inwoners in een gebied. Deze kan helpen bij het maken van plannen, maar ook de gehele uitvoering regelen. Inwoners kunnen er ook terecht voor hulp bij subsidieaanvragen en financiering. De aanpak volgt de principes van de Trias Energetica: 1. Verminder de energievraag; 2. Gebruik energie efficiënt; 3. Wek energie duurzaam op. Concreet betekent dit: •

Inzicht geven in het handelingsperspectief voor woningeigenaren (wat, wie, hoe, waar, wanneer);

•

Isoleren van de gebouwen, waarbij de Energie Diensten Organisatie vergaand ontzorgt;

•

Uitfaseren van koken op aardgas;

•

Aansluitklaar maken van woningen (inclusief eventuele netverzwaring en aanpassing van het afgiftesysteem, zoals radiatoren).

In deze fase is het in gebieden met individuele oplossingen ook mogelijk in één keer van het aardgas af te gaan, door installatie van een warmtepomp. In gebieden met een collectieve oplossing zal dat in veel gevallen nog niet mogelijk zijn, omdat de aanleg van een warmtenet meestal een ander tijdpad volgt. De ambitie is de energiedienstenorganisatie zo in te richten dat ze hierop kan anticiperen.

Vastleggen in het omgevingsplan

gemeente

Zodra het uitvoeringsplan gereed is en de participatietrajecten zijn doorlopen kan de gemeenteraad besluiten tot inzet van de aanwijsbevoegdheid (op basis Wgiw). Deze stap markeert het einde van het uitvoeringplan en het begin van de uitvoeringsfase van het aardgasvrije alternatief. Het besluit tot inzet aanwijsbevoegdheid leidt tot het vervroegd en binnen afzienbare tijd (richtlijn is 8 jaar) afsluiten van aardgas binnen een gebied. De inzet aanwijsbevoegdheid gebeurt via een wijziging van het omgevingsplan door de gemeenteraad. Het wijzigen van het omgevingsplan voor een bepaald gebied volgt een reguliere procedure volgens de Omgevingswet: de voorgestelde wijzigen komen altijd ter inzage te liggen waarbij bezwaar- en beroepsprocedures mogelijk zijn. De gemeente is voornemens de aanwijsbevoegdheid in te zetten bij alle gebiedsgerichte aanpakken. Het maakt daarbij niet uit of een individuele of collectieve warmteoplossingen voor de wijk gekozen is.

9

Monitoring & uitvoering aardgasvrij Wanneer de gemeenteraad besluit de aanwijsbevoegdheid in te zetten, is duidelijk dat de aardgaslevering vervroegd stopt. Dit is het moment waarop we samen met inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren toewerken naar een aardgasvrij alternatief voor warmte.

De uitvoering in het gebied, aardgasvrij maken

gemeente

Na de voorbereiding – wat vooral bestaat uit het isoleren, ventileren en luchtdicht maken van gebouwen – en het verder geschikt voor lage temperatuur verwarming (maximaal 50 graden Celsius), starten we in de buurten met de laatste stap, het daadwerkelijk aardgasvrij maken van alle gebouwen. In deze fase moeten alle woningen klaar zijn voor aardgasvrij verwarmen en daarmee de (lage) aanvoertemperatuur aankunnen. Ook het koken op gas is vervangen door koken op elektriciteit. Het daadwerkelijk afsluiten van gebouwen van het aardgas is een cruciale fase in de energietransitie, maar dit is in de praktijk een veelvoud van acties en maatregelen en veelal maatwerk. Ook hier is de gebouweigenaar zelf verantwoordelijk dat de maatregelen uitgevoerd worden, maar kan de gemeente ondersteunen en ontzorgen via een energiedienstenorganisatie.

Warmtebedrijf (alleen bij collectief)

In gebieden waar de gemeente voor een collectieve oplossing kiest, gaat een warmtebedrijf aan de slag met het aanleggen van een warmtenet. Dit is een complexe operatie waarbij de straten open gaan om buizen in de grond te leggen die de warmte naar de gebouwen brengt. Hierover zal uitvoerig met het gebied gecommuniceerd worden. In elke woning komt een afleverset, vanaf waar het warme water verder de gebouwen in gaat voor verwarming en warm tapwater. Goede planning en afstemming is hier essentieel, want de aanleg gebeurt straat voor straat. Dit betekent dat alle gebouwen gelijktijdig voorbereid moeten zijn om te kunnen aansluiten.

Zelf doen

De gebouwen die in deze fase nog niet geïsoleerd zijn, zullen dat alsnog moeten worden. Eventueel in combinatie met de werkzaamheden voor het aardgasvrij maken. Deze fase is meer dan alleen ‘aansluiten op een aardgasvrij alternatief’. Het vraagt om zorgvuldige technische én administratieve voorbereiding: In de woningen moeten een aantal praktische aanpassingen worden gedaan, zoals: • • • •

Een definitieve inventarisatie of het gebouw klaar is voor een aardgasvrij alternatief (kijkend naar koken, afgiftesysteem, isolatiestandaard en ventilatie) Het aanpassen van radiatoren of aanbrengen van vloerverwarming Het verwijderen van de gasketel en dichtmaken van rookgas afvoer Bij een collectieve warmtevoorziening: 10

•

• • • •

o het installeren van een afleverset Bij warmtepomp: o Ruimte maken voor warmtepomp, buffervat en (soms ook) buitenunit o het installeren van de warmtepomp o verzwaring van de aansluiting voor elektriciteit in de meterkast Het verleggen van leidingen voor water en elektriciteit 4. Het vervangen of instellen van thermostaten en regelsystemen Het weghalen van de gasmeter en -leidingen En eventuele andere technische aanpassingen

Daarnaast zijn er ook administratieve zaken die geregeld moeten worden, zoals: • • • •

De aanvraag voor het weghalen van de gasaansluiting en gasmeter door de netbeheerder De eindafrekening regelen met de huidige gasleverancier Bij warmtenet: een contract afsluiten met het warmtebedrijf Bij warmtepomp: toets bij gemeente of vergunning en/of meldplicht nodig is voor buitenunit of bodemlus

Monitoring en ondersteuning

gemeente

In gebieden waar de aanwijsbevoegdheid is vastgesteld, zetten we een wijkmonitor in. Hiermee wordt per adres bijgehouden waar bewoners zich bevinden in hun transitieproces. We inventariseren wie meedoet met de collectieve oplossing en wie zelf een alternatief voor aardgas realiseert (en daarmee kiest voor een opt-out). Voor deelnemers, twijfelaars en achterblijvers wordt een handhavings- en ondersteuningstraject opgezet. Zo zorgen we ervoor dat niemand buiten de boot valt en iedereen de kans krijgt om op een passende manier mee te doen aan de energietransitie. Bovenstaande sluit aan bij de vergewisplicht van de gemeente. Dit betekent dat de gemeente zeker moet zijn dat iedereen in een gebied een aardgasvrij warmte-alternatief heeft gerealiseerd, voordat de gaskraan in een gebied daadwerkelijk dicht gaat.

Warmtebedrijf (alleen bij collectief)

Het warmtebedrijf geeft de voortgang periodiek door aan de gemeente, zodat de gemeente via monitoring kan bijhouden hoeveel gebouwen daadwerkelijk aangesloten zijn op de collectieve warmtevoorziening. En daar indien nodig op kan bijsturen.

Dit speelt vooral als de afleverset of warmtepomp op een andere plaats komt dan de huidige cv-ketel. Er komen nieuwe leidingen, die vaak door/over muren en vloeren lopen. Vervolgens zijn herstel- en afwerkwerkzaamheden nodig, zoals koven, stuc- en schilderwerk. De impact hiervan wordt vaak onderschat: het betreft maatwerk en kan ingrijpend en kostbaar zijn. 4

11

Aardgasvrije warmte gemeente

Wanneer de gebouwen in een gebied aardgasvrij zijn, stopt de gebiedsgerichte aanpak. Het gebied is dan klaar voor 2050. Dan rest nog het stoppen van de aardgaslevering. Dit is een bevoegdheid van de gemeente, op basis van inzet aanwijsbevoegdheid zoals vastgelegd in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). De gebiedsgerichte aanpak gaat door naar het volgende gebied dat aardgasvrij gemaakt wordt.

Gebruik van aardgasvrije warmte – bij een individuele oplossing

Zelf doen

Wanneer een gebouw aardgasvrij gemaakt is met een individuele oplossing, heeft de gebouweigenaar de verantwoordelijkheid voor onderhoud en (op termijn) vervanging van de installatie. Onderhoud is van groot belang om de levensduur van installaties te verlengen, maar ook om (geluidsoverlast te voorkomen voor eindgebruiker en omgeving.

Gebruik van aardgasvrije warmte – bij een collectieve warmtevoorziening

Warmtebedrijf (alleen bij collectief)

Wanneer een gebouw aardgasvrij gemaakt is met een collectieve warmtevoorziening, heeft het warmtebedrijf de verantwoordelijkheid voor storingen, onderhoud, (op termijn) vervanging en verdere verduurzaming van de installatie. Het warmtebedrijf heeft een leveringscontract met de eindgebruiker. Vanaf het moment van warmtelevering het warmtebedrijf aanspreekpunt voor vragen en contractpartij voor afrekening van warmte.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15892099/1