Bijlage 9 - Beslissing op bezwaar bezwaarmaker 3 (BZ-22-1007-003)
Tekst van het document
Retouradres Postbus 90150, 5600 RB Eindhoven
Bezwaarmaker 3
gemeente Eindhoven Sector Veiligheid, Juridische Zaken en Bestuur Afdeling Juridische Zaken Behandeld door Telefoon Uw kenmerk Ons kenmerk BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003 2 augustus 2023
Betreft: beslissing op bezwaar
Geachte bezwaarmaker 3, Aanleiding Naar aanleiding van uw bezwaarschrift, gericht tegen ons besluit van 29 november 2022, waarin geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk is opgeheven, berichten wij u als volgt. Onze beslissing Wij hebben besloten uw bezwaar: ontvankelijk te verklaren; gedeeltelijk gegrond te verklaren voor zover niet per zelfstandig onderdeel van een document – ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd – is beoordeeld of het belang van geheimhouding opweegt tegen het belang van – in dit geval – de economische of financiële belangen van de gemeente Eindhoven, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen en het goed functioneren van de gemeente Eindhoven; voor het overige ongegrond te verklaren onder aanpassing van de grondslag gelet op de wijziging van de Gemeentewet.1 Wat betekent dit voor u? Dit betekent dat waar wij op 29 november 2022 op onderdelen hebben besloten geheimhouding in stand te laten en zodoende geheimhouding niet te beëindigen / op te heffen, dit ook in onderhavige beslissing op bezwaar in stand blijft, onder aanpassing van de grondslag gelet op de wijzing van de Gemeentewet.
Concreet betekent dit – voor wat betreft de stukken waarop geheimhouding betrekking heeft – dat alsnog per zelfstandig onderdeel van een document de geheimhouding daarop is beoordeeld. Voor zover daarin informatie zwart is gelakt met daarachter letters ‘EFB’, dan blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid onder b, van de Woo.
1
Met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) komen te vervallen. Tevens is de Gemeentewet gewijzigd. De grondslag van de geheimhouding is thans gelegen in artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet juncto artikel 5.1, tweede lid onder b, e en i, van de Woo.
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5611 EM Eindhoven www.eindhoven.nl
Postadres Postbus 90150 5600 RB Eindhoven gemeente@eindhoven.nl Telefoon 14 040
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
Voor zover informatie zonder nadere omschrijving zwart is gelakt, dan betreft dit een persoonsgegeven of persoonsgebonden contactgegeven en blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid onder e, van de Woo. Voor zover informatie zwart is gelakt met daarachter de letters ‘GF’, dan blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder i van de Woo. Voor de opnieuw beoordeelde stukken wordt verwezen naar de bijlage van onderhavige beslissing op bezwaar. Waarom nemen wij dit besluit? Procesverloop Bij besluit van 26 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders geheimhouding opgelegd ten aanzien van de onderstaande stukken die aan ons zijn overgelegd: a. B&W-omslag Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; b. Raadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; c. Commissienotitie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021; d. Analyse scenario's woonboten d.d. 15 juni 2021; e. PowerPointpresentatie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021; f. Commissieadvies uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 17 november 2021.
Bij besluit van 30 november 2021 hebben wij het besluit van 26 november 2021 van het college van burgemeester en wethouders – waarin geheimhouding is opgelegd ten aanzien van deze stukken die zij aan ons hebben overgelegd – aangepast bekrachtigd: a. B&W-omslag Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; b. Raadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021, alsmede het herziene ontwerpraadsbesluit van 30 november 2021, inclusief nadere toelichting; c. Commissienotitie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021; d. Analyse scenario's woonboten d.d. 15 juni 2021; e. PowerPointpresentatie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021; f. Commissieadvies uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 17 november 2021. Op 29 november 2021 is door een derde een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob)2 ingediend. Het verzoek om informatie heeft betrekking op de stukken waarop het college van burgemeester en wethouders bij besluit van 26 november 2021 geheimhouding heeft opgelegd. De geheimhouding met betrekking tot de aan ons verstrekte stukken hebben wij bij besluit van 30 november 2021 aangepast bekrachtigd.
Het verzoek om informatie die betrekking heeft op stukken waarop geheimhouding is opgelegd is vervolgens tevens aangemerkt als verzoek om opheffing van betreffende geheimhouding. Op 8 maart 2022 hebben wij, gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 januari 2022, in de openbare raadsvergadering van 8 maart 2022 besloten het verzoek om opheffing van de geheimhouding af te wijzen.
2
Met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) komen te vervallen.
2
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders beslist ons het volgende voorstel te doen: “De raad voorstellen: 1. Het opheffen van de geheimhouding ten aanzien van de volgende stukken behorend bij het raadsvoorstel ‘Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk’; a) B&W-omslag Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; b) Raadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021, alsmede het herziene ontwerpraadsbesluit van 30 november 2021, inclusief nadere toelichting, met uitzondering van: i. het genoemde minimale uitkoopbedrag en ii. de financiële consequenties; c) Commissienotitie Uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021, met uitzondering van: i. onderdeel 1.2 getiteld ‘De financiële consequenties van de scenario’s wijken enorm af’; d) PowerPointpresentatie Uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021, met uitzondering van: i. kosten op dia 16, ii. kosten op dia 19 en iii. kosten op dia 22; e) Commissieadvies Uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d.
17 november 2021; f) Bijlage analyse scenario’s woonboten helemaal geheimhouden omdat dit een globaal taxatierapport is;” Bij besluit van 29 november 2022 hebben wij besloten geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” als volgt gedeeltelijk op te heffen: a) “B&W-omslag Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; met uitzondering van: i. de persoonsgegevens; b) Raadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021, alsmede het herziene ontwerpraadsbesluit van 30 november 2021, inclusief nadere toelichting, met uitzondering van: i. het genoemde minimale uitkoopbedrag en ii. de financiële consequenties; c) Commissienotitie Uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021, met uitzondering van: i. onderdeel 1.2 getiteld ‘De financiële consequenties van de scenario’s wijken enorm af’; d) PowerPointpresentatie Uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021, met uitzondering van: i. kosten op dia 16, ii. kosten op dia 19 en iii. kosten op dia 22; e) Commissieadvies Uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 17 november 2021;
3
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
f)
met uitzondering van: i. Kosten op pagina 1; Bijlage analyse scenario’s woonboten helemaal geheimhouden omdat dit een globaal taxatierapport is;”
Op 10 december 2022 (BZ-22-1007-001), 3 januari 2023 (BZ-22-1007-002) en 6 januari 2023 (BZ-22-1007-003) zijn tegen ons besluit van 29 november 2022, waarin geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk is opgeheven, 3 bezwaarschriften ingediend. De ontvangst van uw bezwaarschrift is bevestigd en u bent in de gelegenheid gesteld uw bezwaar toe te lichten tijdens een hoorzitting. Bij brief van 16 december 2022, ontvangen op 28 december 2022, is inzake het bezwaarschrift van 10 december 2022 (BZ-22-1007-001) een nadere onderbouwing van het bezwaarschrift ontvangen. Tevens is bij e-mail van 20 juni 2023, inzake het bezwaarschrift van 10 december 2022 (BZ-22-1007-001) een aanvulling van het bezwaarschrift ontvangen. Op 14 juli 2023 is van het Afdelingshoofd Ruimtelijke Ordening een verweerschrift ontvangen. Het verweerschrift is op dezelfde dag aan u verzonden. Op 26 juli 2023 is een hoorzitting geweest. Bezwaarmakers van de bezwaren BZ-221007-001 en BZ-22-1007-002 waren daarbij aanwezig. Bezwaarmaker van het bezwaar BZ-22-1007-003 heeft aangegeven niet bij de hoorzitting aanwezig te zijn. Het horen heeft plaatsgevonden door …………. en ………………., beide werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij de gemeente Eindhoven.
Ontvankelijkheid Uw bezwaarschrift is binnen de termijn, als bedoeld in de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingediend. Uw bezwaarschrift voldoet ook voor het overige aan de in de Awb gestelde eisen met betrekking tot de ontvankelijkheid. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen in de uitspraak van 23 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3140), zijn besluiten tot het opleggen van geheimhouding (en tot het weigeren van de opheffing daarvan) primair gericht tot de leden van de raad. Deze besluiten hebben voor hen rechtsgevolgen. In zijn algemeenheid is echter niet uit te sluiten dat er personen of rechtspersonen zijn die een zodanige betrokkenheid hebben bij stukken waarvan geheimhouding is opgelegd, dat zij door deze besluiten rechtstreeks in hun belangen worden geraakt en zij daarom belanghebbende daarbij zijn.3 Ook in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 oktober 2005 (ECLI:NL:RVS:2005:AU5002) heeft de Afdeling niet uitgesloten dat er, behalve gemeenteraadsleden en anderen op wie de geheimhoudingsplicht is komen te rusten, personen zijn, die een zodanige betrokkenheid kunnen hebben bij stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd, dat zij door het geheimhoudingsbesluit rechtstreeks in hun belangen worden geraakt.
Wij zijn van oordeel dat van een dergelijke betrokkenheid van u als commissie lid (bezwaarmaker BZ-22-1007-001) respectievelijk al eigenaar c.q. bewoner van een woonboot bedrijventerrein De Hurk (bezwaarmakers BZ-22-1007-002 en BZ-22-1007003) is gebleken en u zich daarmee onderscheidt van anderen en daarmee een specifiek belang heeft bij het door u bestreden besluit. U wordt zodoende aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb. 3
Vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 december 2018; ECLI:NL:RVS:2018:3991.
4
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
Op grond van het voorgaande dient uw bezwaarschrift ontvankelijk te worden verklaard en gaan wij over tot een inhoudelijke behandeling van uw bezwaar. Juridisch kader Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 26 november 2021 tot geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” / ons besluit van 30 november 2021 tot bekrachtiging van de geheimhouding ten aanzien van deze stukken, is genomen op grond van artikel 25 van de Gemeentewet (oud) en het daarin genoemde artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (oud). Met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) komen te vervallen. De uitzonderingen ten opzichte van het openbaar maken van informatie zijn thans geregeld in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Woo. Daar komt bij dat per 1 april 2023 artikel 25 van de Gemeentewet is komen te vervallen. Geheimhouding is thans geregeld in artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet. Wij zullen de gevolgen daarvan – voor het thans bestreden besluit – hierna in onderhavige beslissing op bezwaar bespreken. In het thans door u bestreden besluit van 29 november 2022, is geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk opgeheven.
Dit is thans geregeld in artikel 89 van de Gemeentewet (voorheen: geregeld in artikel 25 van de Gemeentewet). Overwegingen Hierna kunt u lezen hoe wij tot onderhavige beslissing op bezwaar zijn gekomen. BZ-22-1007-001 U stelt in uw bezwaarschrift van 10 december 2022 dat na de datum van het besluit tot bekrachtiging van de geheimhouding het college van burgemeester en wethouders geen enkele bevoegdheid meer heeft ten aanzien van de geheimhouding. Wij merken op deze bezwaargrond nagenoeg een herhaling is van uw bezwaarschrift van 15 april 2022 gericht tegen het raadsbesluit van 8 maart 2022 waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” van een derde is afgewezen. Tijdens de raadsvergadering van 24 januari 2023 hebben wij op uw bezwaarschrift beslist en op 25 januari 2023 is de beslissing op bezwaar aan u verzonden. Tevens merken wij op dat deze bezwaargrond nagenoeg een herhaling is van uw beroepschrift van 8 februari 2023 gericht tegen betreffende beslissing op bezwaar. Ons standpunt voor wat betreft de bevoegdheid (na bekrachtiging van de geheimhouding) is niet gewijzigd.
Wij zijn het in zoverre (nog steeds) met u eens dat in onderhavige situatie uitsluitend wij kunnen beslissen inzake opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”, hetgeen volgt uit artikel 89 van de Gemeentewet (voorheen: geregeld in artikel 25 van de Gemeentewet). Dat neemt echter niet weg dat het college van burgemeester
5
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
en wethouders ons een raadsvoorstel mogen doen voor het al dan niet opheffen van de geheimhouding. Te meer, omdat het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 160, lid 1 onder b, van de Gemeentewet juist bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden. Het door het college van burgemeester en wethouders opgestelde raadsvoorstel is dan ook niets anders dan een beslissing van ons voor te bereiden. Tevens stelt u in uw bezwaarschrift van 10 december 2022 dat tegen het besluit van 30 november 2021 bezwaren zijn ingediend, waarop door de raad nog niet is beslist. Wij merken op dat ook deze bezwaargrond nagenoeg een herhaling is van uw bezwaarschrift van 15 april 2022 gericht tegen het raadsbesluit van 8 maart 2022 waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” van een derde is afgewezen. Tijdens de raadsvergadering van 24 januari 2023 hebben wij op uw bezwaarschrift beslist en op 25 januari 2023 is de beslissing op bezwaar aan u verzonden. Tevens merken wij op dat deze bezwaargrond nagenoeg een herhaling is van uw beroepschrift van 8 februari 2023 gericht tegen betreffende beslissing op bezwaar.
Wij merken op dat ons standpunt ook hierin niet is gewijzigd: “Wij merken op dat door een ander dan u bezwaar is gemaakt tegen het besluit van 26 november 2021 waarin het college van burgemeester en wethouders geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”. In ons besluit van 30 november 2021 hebben wij de geheimhouding ten aanzien van deze stukken bekrachtigd. Het bezwaar is door ons – mede gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 mei 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1809) – opgevat als zijnde tevens gericht tegen ons besluit van 30 november 2021 waarin wij de geheimhouding ten aanzien van deze stukken hebben bekrachtigd. Tevens is er door een ander dan u bezwaar gemaakt tegen ons besluit van 30 november 2021. Het is zodoende juist dat er meerdere bezwaren zijn tegen het besluit van 30 november 2021 waarin wij de geheimhouding ten aanzien van deze stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” hebben bekrachtigd. Voor zover u hiermee beoogd te stellen dat er niet tijdig op deze bezwaren (van anderen dan u) is beslist, is dit juist, maar u bent daarin naar onze mening geen belanghebbende.
U had de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen het besluit tot (bekrachtiging van) geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”, maar dat heeft u niet gedaan. U bent naar onze mening zodoende geen belanghebbende bij het al of niet tijdig behandelen van een bezwaarschrift die niet door u is ingediend. Met uw onderhavige bezwaar kunt u ook niet bereiken dat in die procedure alsnog op het bezwaar wordt beslist. Ten overvloede merken wij (nogmaals) op dat uw bezwaar is gericht tegen het raadsbesluit van 8 maart 2022, waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” is afgewezen, waartegen u geen inhoudelijke
6
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
bezwaargronden heeft aangevoerd. De door u aangevoerde bezwaargronden zijn immers niet gericht tegen de inhoud maar hebben betrekking op de gevolgde procedure voorafgaand aan de totstandkoming van het raadsbesluit van 8 maart 2022. Daarover hebben we u reeds in onderhavige beslissing op bezwaar gewezen op artikel 160, lid 1 onder b van de Gemeentewet waarin staat dat het college bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden.” Tot slot stelt u in uw bezwaarschrift van 10 december 2022 het volgende: “Het voorstel is 22-11-2021 in een besloten Meningsvormende commissievergadering besproken. Op het ontwerp besluit is geheimhouding gelegd door de commissie. Het raadsvoorstel is als hamerstuk behandeld en heeft niet op de openbare agenda gestaan. Voor raads- en commissieleden, die de stukken hebben ingezien, maar niet aan de vergadering van 22-11 hebben deelgenomen, c.q. deze hebben verlaten na afwijzing van een ordevoorstel, is onduidelijk of de geheimhouding is opgeheven. Het besluit is strijdig met de wet en jurisprudentie. (…)” Wij merken op dat thans ons besluit van 29 november 2022, waarin geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk is opgeheven, aan de orde is.
Voor zover u in onderhavige bezwaarprocedure eveneens bezwaar tracht in te dienen tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 26 november 2021 tot het opleggen van geheimhouding en/of voor zover u in onderhavige bezwaarprocedure eveneens bezwaar tracht in te dienen tegen ons besluit van 30 november 2021 waarmee wij het besluit van 26 november 2021 van het college van burgemeester en wethouders tot het opleggen van geheimhouding aangepast hebben bekrachtigd, is dat in onderhavige bezwaarprocedure niet mogelijk. Bij brief van 16 december 2022, ontvangen op 28 december 2022, heeft u ons een correctie van uw bezwaarschrift van 10 december 2022 doen toekomen waarin u ons attent maakt op een vergissing in uw bezwaarschrift.4 Tevens heeft u bij brief van 16 december 2022, ontvangen op 28 december 2022, een nadere onderbouwing van uw bezwaarschrift doen toekomen bestaande uit 8 aanvullende bezwaren. Wij overwegen daartoe als volgt: 1.
Wij merken hiertegen op dat het (Ontwerp) Raadsbesluit zeer concreet is, zodat – in tegenstelling tot u stelt – zeer duidelijk is hetgeen is voorgesteld en het zeer duidelijk is hetgeen is besloten (zie productie 6 van het bezwaardossier).
2.
Wij merken hiertegen op dat in ons besluit van 29 november 2022, waarin geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk is opgeheven, inderdaad staat dat de geheimhouding bij het raadbesluit van 21 januari 2022 is gehandhaafd. Tevens merken wij op dat dit een kennelijke verschrijving is, omdat opheffing van de geheimhouding bij het raadsbesluit op dinsdag 8 maart 2022 is afgewezen (en de
4
Bedoeld wordt de besloten meningsvormende vergadering van 22 november 2022 i.p.v. de besloten meningsvormende vergadering van 22 november 2021
7
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
geheimhouding zodoende bij het raadsbesluit van 8 maart 2022 is gehandhaafd). U bent hiervan op de hoogte, omdat u hiertegen bezwaar heeft gemaakt. 3.
Wij merken hiertegen op dat dit een herhaling is van uw bezwaar van 15 april 2022 gericht tegen het raadsbesluit van 8 maart 2022. Tevens merken wij op dat dit een herhaling is van uw bezwaar van 10 december 2022, gericht tegen ons besluit van 29 november 2022, waarin geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk is opgeheven, waarop wij reeds in onderhavige beslissing op bezwaar zijn ingegaan.
4.
Wij merken hiertegen op dat de betreffende brief is betrokken bij de behandeling van het raadsvoorstel “gedeeltelijk opheffen geheimhouding raadsbesluit uitkoopregeling en proces uitkoopregeling”. Tevens merken wij hiertegen op dat thans ons besluit van 29 november 2022, waarin geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk is opgeheven, aan de orde is. Aan de orde is zodoende niet of er al dan niet sprake is van schending van de geheimhouding.
5.
Wij merken hiertegen op dat bij besluit van 26 november 2021 het college van burgemeester en wethouders geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”. Bij besluit van 30 november 2021 hebben wij het besluit van 26 november 2021 van het college van burgemeester en wethouders – waarin geheimhouding is opgelegd ten aanzien van deze stukken die zij aan ons hebben overgelegd – aangepast bekrachtigd. Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders beslist ons het voorstel te doen tot het gedeeltelijk opheffen van de geheimhouding. Bij besluit van 29 november 2022 hebben wij besloten geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk op te heffen. Hetgeen u stelt bij 5 van uw aanvullend bezwaar is zodoende niet juist.
6.
Wij merken hiertegen op dat in ons besluit van 29 november 2022, waarin geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk is opgeheven, inderdaad het volgende wordt medegedeeld: “Dit betekent dat de geheimhoudingsplicht die voortvloeit uit de raadsbesluiten van 30 november 2021 en 21 januari 2022 gedeeltelijk wordt opgeheven.” Tevens merken wij op dat dit een kennelijke verschrijving is, omdat opheffing van de geheimhouding bij het raadsbesluit op dinsdag 8 maart 2022 is afgewezen (en de geheimhouding zodoende bij het raadsbesluit van dinsdag 8 maart 2022 is gehandhaafd). U bent hiervan op de hoogte, omdat u hiertegen bezwaar heeft gemaakt. Daarnaast merken wij op dat het (Ontwerp) Raadsbesluit zeer concreet is, zodat – in tegenstelling tot u stelt – zeer duidelijk is hetgeen is voorgesteld en het zeer duidelijk is hetgeen is besloten (zie productie 6 van het bezwaardossier).
7.
Wij merken hiertegen op dat thans ons besluit van 29 november 2022, waarin geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk is opgeheven, aan de orde is. Ten overvloede merken wij op dat hetgeen u stelt bij 7 van uw aanvullend bezwaar een juiste waarneming is, maar niets afdoet aan het thans bestreden besluit en ook niet maakt dat het thans bestreden besluit niet in stand kan blijven.
8
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
8.
Wij merken hiertegen op dat een verzoek op grond van de Wob is ingediend bij het college van burgemeester en wethouders en zij bevoegd zijn daarop te beslissen. Een verzoek op grond van de Wob dient tevens te worden beschouwd als een verzoek tot opheffing van de geheimhouding (voor zover het verzoek betrekking heeft op documenten waarop geheimhouding is gelegd). Voor wat betreft opheffing van de geheimhouding zijn – in dit geval – wij (raad) inderdaad bevoegd. Het college van burgemeester en wethouders hebben dan ook terecht het verzoek tot opheffing van de geheimhouding aan ons ter besluitvorming voorgelegd. Wij merken dan ook op dat hetgeen u stelt bij 8 van uw aanvullend bezwaar niets afdoet aan het thans bestreden besluit en ook niet maakt dat het thans bestreden besluit niet in stand kan blijven.
De door u getrokken conclusie op grond van uw aanvullende bezwaar – dat het door u bestreden besluit in strijd met de wet is genomen en behoort te worden vernietigd – wordt door ons zodoende bestreden. Bij e-mail van 20 juni 2023 hebben wij van u nog een aanvulling van het bezwaarschrift ontvangen. U verwijst daarin naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 21 mei 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1809). Wij merken hiertegen op dat de situatie zoals in de uitspraak van de Afdeling niet vergelijkbaar is met de situatie die in onderhavige bezwaarprocedure aan de orde is. Het college van burgemeester en wethouders heeft in onderhavige situatie immers niet besloten voor wat betreft het al dan niet (gedeeltelijk) opheffen van de geheimhouding. Het college is wel bevoegd een raadsvoorstel te doen voor het al dan niet (gedeeltelijk) opheffen van de geheimhouding. Te meer, omdat het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 160, lid 1 onder b, van de Gemeentewet juist bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden. Het door het college van burgemeester en wethouders opgestelde raadsvoorstel is dan ook niets anders dan een beslissing van ons voor te bereiden.
BZ-22-1007-002 U stelt in uw bezwaarschrift onder andere het volgende: “Via deze brief wil ik mijn bezwaar tegen de geheimhouding van de raadsvergadering (meningsvormende vergadering) en het verzoek om deze op te heffen aanvullen en verzoeken om gehele opheffing van de geheimhouding, daar er in deze stukken veel beweringen staan die op onjuistheden gebaseerd zijn, waardoor er sprake is dat de raad, in de meningsvormende vergadering van 16 november 2021 verkeerd is ingelicht over de juridische status van de ligplaatsen van de woonboten in Eindhoven.” Wij merken hiertegen op dat thans ons besluit van 29 november 2022, waarin geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk is opgeheven, aan de orde is. Het thans door u bestreden besluit heeft zodoende betrekking op de rechtsvraag inzake het al dan niet terecht gedeeltelijk opheffen van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” en heeft zodoende geen betrekking op de rechtsvraag of in de betreffende stukken beweringen staan die – volgens u – op onjuistheden zijn gebaseerd. Ook hetgeen u verder in uw bezwaarschrift aan de orde stelt heeft geen betrekking op de rechtsvraag inzake het al dan niet terecht gedeeltelijk opheffen van de
9
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” (het thans door u bestreden besluit), maar heeft betrekking op de – volgens u – onjuiste bewering in de betreffende stukken. BZ-22-1007-003 U stelt in uw bezwaarschrift het volgende: “Ik/wij als woonbootbewoner ben het niet eens dat de gemeenteraad over ons besluiten neemt onder geheimhouding . De gedeeltelijke opheffing van de geheimhouding is niet voldoende. Ik wens volledige transparantie en inzage in het uitkoopproces en besluiten.” Wij merken hiertegen op dat in ons besluit van 29 november 2022, waarin geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk is opgeheven, aan de orde is. Wij hebben hetgeen u stelt in bezwaarschrift zodanig opgevat dat u van mening bent dat het belang van geheimhouding niet opweegt tegen het belang van – in dit geval – de economische of financiële belangen van de gemeente Eindhoven, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen en het voorkomen van onevenredige benadeling van de gemeente Eindhoven. Daarbij merken wij op dat met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is komen te vervallen.
Wij zullen de gevolgen daarvan – voor het thans bestreden besluit – hierna in onderhavige beslissing op bezwaar bespreken. Wij zijn van mening dat per zelfstandig onderdeel van een document moet worden beoordeeld of het belang van geheimhouding opweegt tegen het belang van – in dit geval – de economische of financiële belangen van de gemeente Eindhoven, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen en het voorkomen van onevenredige benadeling van de gemeente Eindhoven.5 In de bijlage van onderhavige beslissing op bezwaar is dit gedaan. Voor zover daarin informatie zwart is gelakt met daarachter de letters ‘EFB’, dan blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid onder b, van de Woo. Ingevolge het betreffende artikel is het verstrekken van informatie niet mogelijk als het belang niet opweegt tegen de economische en financiële belangen van de staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om informatie die de privaatrechtelijke verhouding met een burger negatief kan beïnvloeden, zoals bij onderhandelingen tussen de overheid en derden. In onderhavige situatie gaat het ook om informatie die de privaatrechtelijke verhouding met een burger negatief kan beïnvloeden, namelijk de onderhandelingen tussen de gemeente Eindhoven met de woonbootbewoners (waaronder ook u) over een uitkoopregeling.
Daar waar in de stukken informatie zwart is gelakt met daarachter de letters ‘EFB’ gaat het dan ook om informatie die de privaatrechtelijke verhouding met een burger negatief kan beïnvloeden, daarin is namelijk sprake van informatie ten behoeve van de onderhandelingen tussen de gemeente Eindhoven met de woonbootbewoners (waaronder ook u) over een 5
Met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) komen te vervallen. Wij zullen de gevolgen daarvan - voor het thans bestreden besluit - hierna in onderhavige beslissing op bezwaar bespreken.
10
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
uitkoopregeling, zodat de geheimhouding op betreffende onderdelen terecht is opgelegd en de geheimhouding terecht niet is beëindigd/opgeheven. Voor zover informatie zonder nadere omschrijving zwart is gelakt, dan betreft dit een persoonsgegeven of persoonsgebonden contactgegeven en blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e van de Woo. Ingevolge het betreffende artikel wordt informatie niet verstrekt als de persoonlijke levenssfeer van één of meer natuurlijke personen in het geding is en de eerbiediging daarvan zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid, tenzij de betrokken persoon instemt met openbaarmaking. Deze uitzonderingsgrond slaat op persoonsgegevens die (indirect) te herleiden zijn tot een individu, zoals namen, e-mailadressen, telefoonnummers en functienamen. Vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap kunnen voor het beschermen van de persoonlijke levenssfeer of voor het voorkomen van onevenredige benadeling de namen van ambtenaren op grond van deze uitzonderingsgrond niet worden verstrekt. Voor personen die niet bij de overheid werken, is per geval een afweging nodig of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich verzet tegen het openbaar maken van hun persoonsgegevens.
Daar waar in de stukken informatie zonder nadere omschrijving zwart is gelakt gaat het om namen en telefoonnummers van ambtenaren en functienamen of gaat het om namen van personen die geen publieke functie hebben en niet wegens hun functie in de openbaarheid treden en/of die ook niet in de Kamer van Koophandel met hun namen worden genoemd, zodat de geheimhouding op betreffende onderdelen terecht is opgelegd en de geheimhouding terecht niet is beëindigd/ opgeheven. Voor zover informatie zwart is gelakt met daarachter de letters ‘GF’, dan blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder i van de Woo. Ingevolge het betreffende artikel is het verstrekken van informatie niet mogelijk als het belang daarvan niet opweegt tegen het goed functioneren van de staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. Dat is ook het geval als bij het oplossen van een probleem door het bestuursorgaan met derden of een ander bestuursorgaan de vertrouwelijkheid als voorwaarde voor het goed functioneren van het bestuursorgaan is vereist.
Situaties waarvoor deze uitzonderingsgrond opgaat zijn bijvoorbeeld interne en externe onderzoeken waarbij vertrouwelijkheid is toegezegd, het goed functioneren van de raad (of een commissie), de noodzaak van vertrouwelijkheid van beraad binnen colleges en adviesinstanties en de procespositie in (te verwachten) gerechtelijke procedures. In onderhavige situatie gaat het om de situaties intern onderzoek waarbij vertrouwelijkheid is toegezegd, het goed functioneren van de raad (of een commissie), de noodzaak van vertrouwelijkheid van beraad binnen colleges en adviesinstanties en de procespositie in (te verwachten) gerechtelijke procedures. Zoals reeds opgemerkt is er sprake van onderhandelingen tussen de gemeente Eindhoven met de woonbootbewoners (waaronder ook u) over een uitkoopregeling. Daar waar in de stukken informatie zwart is gelakt met daarachter de letters ‘GF’ gaat het om informatie die van invloed is op het goed functioneren van de gemeente Eindhoven, daarin is namelijk sprake van onderzoek ten behoeve van een uitkoopregeling, zodat de geheimhouding op betreffende onderdelen terecht is opgelegd en de geheimhouding terecht niet is beëindigd/opgeheven. Het document ‘Analyse scenario's woonboten d.d. 15 juni 2021’ blijft overigens in het geheel geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid onder b, e en i, van de Woo
11
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
aangezien na toepassing van de uitzonderingsgronden nagenoeg niets van het betreffende document overblijft. Daar waar in de stukken informatie zwart is gelakt, is de motivering zodoende nagenoeg gelijk aan die van in het besluit tot geheimhouding: “(…) Dit omdat het belang van openbaarmaking, onder meer bestaande uit het recht op vrijheid van meningsuiting van raadsleden en het belang van een openbaar democratisch besluitvormingsproces, in dit concrete geval niet opweegt tegen de economische of financiële belangen van de gemeente Eindhoven, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen en het voorkomen van onevenredige benadeling van de gemeente Eindhoven. Deze belangen worden beschermd door artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, e en g van de Wob. Zo bevatten de stukken schattingen, uitgangspunten en beleidsmatige en financiële overwegingen van de gemeente Eindhoven. Dit betekent dat kennisneming van die stukken door derden inzichten verschaft, waarmee de onderhandelingspositie van de gemeenten in de toekomst onder druk komt te staan dan wel wordt geschaad. Derden kunnen immers, met kennisneming van die stukken, hun onderhandelingspositie ten opzichte van die gemeenten daarop afstemmen.
Verder zou het openbaar worden van de inhoud van de stukken de voortgang ten aanzien van dergelijke toekomstige financiële afwikkelingen kunnen belemmeren, wat tot een onevenredige benadeling van de gemeente kan leiden. Voor zover er in de stukken gegevens zijn opgenomen over natuurlijke personen die op zichzelf dan wel in combinatie zijn te herleiden tot één persoon, geldt er ook geheimhouding ten aanzien van die gegevens. Dit ter eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die natuurlijke personen, welk belang in beginsel zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking van die gegevens. (…)” Van Wob naar Woo & wijziging Gemeentewet In onderhavige beslissing op bezwaar hebben wij reeds aangekondigd dat wij de gevolgen van de inwerkingtreding van de Woo en de wijziging van de Gemeentewet zouden bespreken. Wij merken op dat met de inwerkingtreding van de Woo artikel 10 van de Wob is komen te vervallen en is vervangen door artikel 5.1 van de Woo. Hierna kunt u lezen wat dit voor onderhavige beslissing op bezwaar betekent. Alvorens wij daartoe overgaan merken wij op dat per 1 april 2023 artikel 25 van de Gemeentewet is komen te vervallen. Geheimhouding is thans geregeld in artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet. Voor wat betreft het opheffen van geheimhouding heeft de
12
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
Gemeentewet – voor wat betreft de thans aan de orde zijnde situatie – daarin geen verandering gebracht, namelijk dat het – net als onder artikel 25 Gemeentewet (oud) – aan ons is om de geheimhouding al dan niet op te heffen. Dit is geregeld in artikel 89 van de Gemeentewet. Economische of financiële belangen van de gemeente Eindhoven Artikel 10, tweede lid aanhef en onder b, van de Wob is vervangen door artikel 5.1, tweede lid onder b, van de Woo. Er is geen inhoudelijk verschil tussen de artikelen, zodat de inwerkingtreding van de Woo op 1 mei 2022 – en daarmee het komen te vervallen van de Wob – niet van invloed is op het thans bestreden besluiten dan enkel het benoemen van de gewijzigde grondslag in onderhavige beslissing op bezwaar. Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer Artikel 10, tweede lid aanhef en onder e, van de Wob is vervangen door artikel 5.1, tweede lid onder e, van de Woo. Er is geen inhoudelijk verschil tussen de artikelen, zodat de inwerkingtreding van de Woo op 1 mei 2022 – en daarmee het komen te vervallen van de Wob – niet van invloed is op het thans bestreden besluiten dan enkel het benoemen van de gewijzigde grondslag in onderhavige beslissing op bezwaar. Het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling Voor wat betreft artikel 10, tweede lid aanhef en onder g, van de Wob is er daarentegen wel een verschil.
De Woo stelt daartoe in de plaats de volgende uitzonderingsgronden: 1. Bescherming van andere dan vertrouwelijk aan de overheid verstrekte concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens (artikel 5.1, tweede lid onder f, van de Woo); 2. De bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft (uitgezonderd milieu-informatie) (artikel 5.1, tweede lid onder g, van de Woo); 3. De beveiliging van personen of bedrijven en het voorkomen van sabotage (uitgezonderd milieu-informatie) (artikel 5.1, tweede lid onder h, van de Woo); 4. Het goed functioneren van de staat (…) of bestuursorganen (artikel 5.1, tweede lid onder i, van de Woo). Voor wat betreft artikel 10, tweede lid aanhef en onder g, van de Wob stelt de Woo (uitgezonderd milieu-informatie) ook nog artikel 5.1. vijfde lid, van de Woo in de plaats. Anders dan onder de Wob kan onder de Woo alleen in uitzonderlijke gevallen nog een beroep op deze uitzonderingsgrond worden gedaan. Tevens kan deze uitzonderingsgrond niet naast een andere uitzonderingsgrond (aanvullend) worden toegepast. Van belang is zodoende hoe in het thans bestreden besluit toepassing is gegeven aan artikel 10, tweede lid aanhef en onder g, van de Wob.
Artikel 10, tweede lid aanhef en onder g, van de Wob is in het thans bestreden besluit als volgt gemotiveerd: “Verder zou het openbaar worden van de inhoud van de stukken de voortgang ten aanzien van dergelijke toekomstige financiële afwikkelingen kunnen belemmeren, wat tot een onevenredige benadeling van de gemeente kan leiden.” Wij zijn van mening de betreffende grondslag in het door u bestreden besluit, namelijk artikel 10, tweede lid aanhef en onder g, van de Wob, gelet op de toepassing in het
13
BZ-22-1007-001 t/m BZ-22-1007-003
thans bestreden besluit vervangen kan worden door artikel 5.1, tweede lid, onder i van de Woo. Conclusie Op 29 november 2022 hebben wij besloten de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk op te heffen. Daar waar wij op 29 november 2022 op onderdelen hebben besloten geheimhouding in stand te laten en zodoende geheimhouding niet te beëindigen / op te heffen blijft dit ook in onderhavige beslissing op bezwaar in stand. Beroepsmogelijkheid Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na verzenddatum van deze brief hiertegen schriftelijk beroep instellen bij de rechtbank Oost-Brabant, sector bestuursrecht, postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Naast dit beroepschrift kunt u, indien u een spoedeisend belang heeft, bij de voorzieningenrechter van de rechtbank eventueel een verzoek om voorlopige voorziening indienen. Zowel voor het instellen van beroep als voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening bent u griffierecht verschuldigd. Hoogachtend, de gemeenteraad,
Bijlage: stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” (per zelfstandig onderdeel beoordeeld).
I.a.a. ………………. (digitaal)
14