CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - Geheimhoudingsbesluit Onteigeningsbeschikking GDC-Noord (De Schakel)

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Onteigeningsbeschikking GDC Noord (De Schakel)1.361 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 8107616_03 Dossiernummer 26.04.253 B&W beslisdatum 20 januari 2026

Besluit Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven besluit een verplichting tot geheimhouding op te leggen ten aanzien van de in dit besluit nader omschreven stukken1 en besluit deze stukken aan de raad en de meningsvormende vergadering te verstrekken.2

Aanleiding Bij het raadsvoorstel “Onteigeningsbeschikking GDC-Noord (De Schakel)” dat op de raadsvergadering van 10 maart 2026 staat geagendeerd, behoren stukken die zich gelet op de inhoud daarvan niet lenen voor openbaarmaking. Op die stukken ziet dit besluit.

Besluit 1. De verplichting tot geheimhouding wordt opgelegd ten aanzien van: a. Logboek grondplannummer 1 met bijbehorende documenten; b. Integrale zienswijze eigenaar grondplannummer 1 d.d. 2 december 2025. 2. De hierboven genoemde stukken worden aan de raad en de meningsvormende vergadering verstrekt. 3. De verplichting tot geheimhouding geldt niet voor raadsleden en leden van de meningsvormende vergadering onderling. 4. De opgelegde verplichting tot geheimhouding geldt tot 25 jaar na oplegging, tenzij de raad, na betrokkenen te hebben gehoord, deze verplichting eerder opheft3. Het is noodzakelijk om op deze wijze de verplichting tot geheimhouding op te leggen vanwege het volgende.

Motivering Ten aanzien van een tweetal stukken wordt de verplichting tot algehele geheimhouding opgelegd, omdat het belang van openbaarmaking, gelet op de inhoud daarvan, niet opweegt tegen: * de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.4 * het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.5

Inboeknummer 8107616_03 De stukken bevatten onderliggende afwegingen van de gemeente als marktpartij. Dit is marktgevoelige informatie. Aannemelijk is dat kennisneming van de stukken derden inzichten verschaft waarmee de onderhandelingspositie van de gemeente in de toekomst onder druk komt te staan. Dit omdat derden in dat geval hun onderhandelingspositie ten opzichte van de gemeente daarop zouden kunnen afstemmen en dit kan leiden tot een zwakkere onderhandelingspositie van de gemeente. De afwegingscriteria zijn op zichzelf geschikt voor herhaalde toepassing, waardoor openbaarmaking van die specifieke informatie ook gevolgen heeft voor de onderhandelingspositie van de gemeente in de toekomst. Uit een bestendige jurisprudentielijn blijkt dat de toepassing van deze uitzonderingsgrond op de openbaarmaking niet beperkt hoeft te zijn tot de duur van het onderhandelingsproces zelf, maar ook kan worden gebruikt voor het borgen van de onderhandelingspositie van de gemeente in de toekomst in algemene zin.6 De economische en financiële belangen van de gemeente, concreet gelegen in het voorkomen van een nadelige beïnvloeding van de toekomstige financiële afwikkeling van verwervingen en mogelijke onteigeningen ten behoeve van de gebiedsontwikkelingen in de breedste zin des woords, wegen daarom zwaarder dan het belang van openbaarmaking van de stukken.

De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is aan de orde omdat de stukken details bevatten over het te verwerven perceel, waardoor deze informatie herleidbaar is tot de belanghebbende/eigenaar, diens adviseur(s) en overige betrokkenen. Het belang van openbaarmaking, onder meer bestaande uit het recht op vrijheid van meningsuiting en het belang van een openbaar democratisch besluitvormingsproces, weegt in dit concrete geval daarom niet op tegen de economische en financiële belangen van de gemeente en de eerbieding van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. De verplichting tot algehele geheimhouding van de stukken is daarom noodzakelijk. Voorgesteld wordt om een looptijd van 25 jaar te hanteren voor de geheimhouding, gezien voornoemd belang tot het borgen van de onderhandelingspositie van de gemeente. Na ommekomst van een periode van 25 jaar valt redelijkerwijs te verwachten dat in de tussengelegen periode sprake zal zijn geweest van dusdanige economische ontwikkelingen, dat de onderhandelingspositie van de gemeente niet meer wordt beïnvloed door openbaarmaking van de stukken.

2

Inboeknummer 8107616_03 Er is sprake van toepassing van de uitzonderingsgronden genoemd onder artikel 5.1, tweede lid, van de Wet open overheid (hierna: ‘(de) Woo’). Bij een eventueel verzoek om informatie die niet wordt verstrekt door toepassing van die categorie uitzonderingsgronden, dient het bestuursorgaan – indien sprake is van informatie die ouder is dan 5 jaar – te motiveren waarom de in artikel 5.1, tweede lid, van de Woo genoemde belangen zwaarder wegen dan het algemeen belang van openbaarheid ondanks dat tijdsverloop (zie artikel 5.3 van de Woo). Dit is – gelet op het reeds bepaalde in artikel 5.1, derde lid, van de Woo – een dubbele/verzwaarde motiveringseis. In dit verband wordt voorgesteld om de beoordeling van de uitzonderingsgronden waarop deze geheimhouding rust, te herbezien na ommekomst van een periode van 5 jaar. Afhankelijk van die beoordeling, kan eventueel worden besloten tot eerdere opheffing van de geheimhouding, met dien verstande dat de opheffing van de geheimhouding enkel kan geschieden na betrokkenen te hebben gehoord.

Mededelingen algemeen Op een geheim te houden stuk wordt vermeld dat het geheim is.7 Indien ten aanzien van een stuk slechts de verplichting tot gedeeltelijke geheimhouding wordt opgelegd, wordt op het stuk vermeld op welk(e) gedeelte(n) de verplichting tot geheimhouding ziet. Een geheim te houden stuk blijft onder berusting van de griffier, die de leden van de raad inzage verleent.8 In het geval van de meningsvormende vergadering verleent de secretaris van die vergadering een lid desgevraagd inzage.9 Schending van de verplichting tot geheimhouding kan ertoe leiden dat een raadslid of lid van de meningsvormende vergadering voor een duur van drie maanden wordt uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt.10 Daarnaast is opzettelijke schending van de opgelegde verplichting geheimhouding een misdrijf.11 De opgelegde verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad deze opheft.12

Mededeling specifiek bij lopende onderhandelingen met externe partijen In het geval de verplichting tot geheimhouding rust op stukken met daarin informatie die van belang is voor nog lopende onderhandelingen tussen de gemeenten en derden (lees: externe partijen), is of wordt slechts die informatie met deze derden gedeeld die noodzakelijk is voor een goed verloop van die onderhandelingen. Wat onder noodzakelijk wordt verstaan, wordt schriftelijk vastgelegd voorafgaand aan het delen van deze informatie. Dit geldt ook voor de vorm waarin en de wijze waarop deze informatie wordt gedeeld. Het schriftelijk vastleggen gebeurt door het college, dan wel ambtelijk door degene die in opdracht van het college verantwoordelijk is voor het voeren van de onderhandelingen. Daarnaast worden met de betrokken derden afspraken gemaakt om te borgen dat de gedeelde informatie door hen niet op enigerlei wijze aan anderen wordt verstrekt, in ieder geval zolang de verplichting tot geheimhouding voortduurt. Ook dit gebeurt voorafgaand aan het delen van de informatie.

3

Inboeknummer 8107616_03

Rechtsmiddel Tegen dit besluit kan een belanghebbende bezwaar maken binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt. Hiervoor dient binnen deze termijn een bezwaarschrift te worden ingediend via de website van de gemeente Eindhoven of per post: Gemeente Eindhoven, Sector Veiligheid, Juridische Zaken en Bestuur t.a.v. Bezwaar, Beroep en Klachten, Postbus 90150, 5600 RB Eindhoven. Het besluit blijft gelden tijdens de bezwaarprocedure. Een belanghebbende die de werking van het besluit wil laten schorsen, kan bij een spoedeisend belang om een voorlopige voorziening verzoeken bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA ’s-Hertogenbosch. Hiervoor is aan de rechtbank een bedrag aan griffierecht verschuldigd. Eindhoven, 20 januari 2026, Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

Gemeentesecretaris.

1 Op grond van artikel 87 van de Gemeentewet in samenhang met artikel 5.1 van de Wet open overheid. 2 Op grond van artikel 88, tweede lid, van de Gemeentewet. 3 Dit volgt uit artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet. 4 Artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo. 5 Artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. 6 Vgl. ABRvS 15 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1079, r.o. 4.2 en Rb. Overijssel 11 december 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025.7299, r.o. 8.3. 7 Artikel 89, eerste lid, van de Gemeentewet. 8 Artikel 9, derde lid, van het Reglement van Orde van de gemeenteraad van Eindhoven 2023. 9 Artikel 12, zesde lid, van de Verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven 2023. 10 Artikel 89, vijfde lid, van de Gemeentewet. 11 Artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht. 12 Artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16508536/1