CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7.1 - Reacties concept RES

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze Concept RES 1.0 Metropoolregio Eindhoven44.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

32 alinea's met “voren”: 8 14 22 80 100 108 138 139 159 178 204 205 210 211 214 215 278 281 287 288 332 333 353 360 363 401 426 427 434 439 440 479

Het getal van 2 TWh dient vooral te worden gebruikt om de omvang van de opgave te omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept- De RES als hefboom voor andere regionale opgaven markeren en als stok achter de deur om te laten zien dat er echt beweging nodig is. Het echte doel is reductie van CO2 uitstoot zodanig dat de klimaatverandering en de RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen en uitwerkingen. gevolgen beperkt blijven. Het hanteren van getallen is goed, maar de regio moet vooral werk maken van anders denken, kansen creëren, gedrag aanpassen, investeren In het Samenwerkingsakkoord MRE is de volgende ambitie opgenomen: "De regio wil koploper zijn in de energietransitie, in nieuwe technologieën, etc. Binnen het bestaande op zoek gaan naar 2 TWh leidt niet tot de echte verandering die nodig is. met als einddoel om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Als tussenstap zullen we uiterlijk in 2030 49% minder CO2 uitstoten dan in 1990." Met de RES geven we deels invulling aan deze ambitie. We zullen het verband tussen beide benoemen in de RES 1.0. 1. Samen de energie ambitie realiseren 2.

Om tot keuzes te komen voor de opwek van duurzame elektriciteit, met aandacht voor de ruimtelijke opgaven en Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren 1.Het college beaamt dat de concept-RES een schets is van de eerste contohren van een regionale strategie voor besparing, grootschalige opwek van duurzame energie inpasbaarheid, staat zorgvuldigheid voorop. Daarom wordt een PlanMER-procedure gevolgd. De PlanMER kent een formele - Regionale samenwerking en warmte. De inhoud van de concept-RES zit nu op een hoog abstractieniveau en vanuit de concept-RES valt de opgave voor de gemeente Heeze-Leende niet af te procedure voor onderzoek en participatie. Hiermee ontstaat inderdaad spanning met de planning van het Rijk voor de RES - Participatie: Iedereen doet mee leiden. De RES 1.0 beschrijft uitgebreider de doelstelling. Vanuit de RES 1.0 is op te maken wat de opgave gaat zijn voor de gemeente Heeze-Leende. 1.0. De termijn voor de indiening van zienswijzen voor de pPlanMER eindigt volgens planning half april 2021 en ook het - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren 2.Om de plannen m.b.t. grootschalige opwek vóór 2030 te realieren dienen er voor 2025 de benodigde vergunningen voor wind- en zonprojecten te zijn verleend. De oordeel van de Commissie MER over de in onze regio doorlopen procedure volgt rond die tijd. Dat is ook het moment dat de tijd dringt.

Het vaststellen van zoekgebieden dient bij voorkeur te gebeuren op basis van een advies vanuit een planMERtraject in RES 1.0. Het college twijfelt of het RES 1.0 aan gemeenteraden moet worden aangeboden. We spannen ons maximaal in om de planning te halen. mogelijk is om een compleet planMERtraject te doorlopen tot aan vaststelling RES 1.0. Draagvlak van stakeholders is een belangrijk aspect in dit proces. Draagvlak Gemeenteraden worden in december 2020 al geïnformeerd over de inhoud van de PlanMER, zodat de periode erna maakt de kans groter dat de benodigde vergunningen tijdig zijn verleend. Een aantal zoekgebieden ligt binnen de gemeente Heeze-Leende. optimaal door gemeenten kan worden benut om zich voor te bereiden op bespreking in de gemeenteraden in april 2021. Voornamelijk binnen natuur. Natuur is belangrijk voor de gemeente Heeze-Leende. Het college stelt dat het voor de gemeente Heeze-Leende zeer moeilijk gaat worden Zodra we verder zijn in het proces en er meer van de inhoud van de PlanMER bekend is, bepalen we wat we precies kunnen om zoekgebieden vast te laten stellen waarvoor voldoende draagvlak is, maar spant zich hier wel voor in en stelt voor om ook andere opties (soorten opwekkingen en en willen aanleveren bij het Rijk. locaties, bijvoorbeeld langs bestaande infrastructuur) te bekijken en mee te nemen in RES 1.0. Ook voor de periode tot aan 2030.

3.In de titel van dit hoofdstuk staat 'Samen de energieambitie realiseren'. Eerder heeft de MRE- regio ook een ambitie op het vlak van energie uitgesproken, namelijk 3. In het Samenwerkingsakkoord MRE is de volgende ambitie opgenomen: "De regio wil koploper zijn in de energietransitie, om de eerste energieneutrale regio van Nederland te worden. Het opstellen en uitvoeren van de RES helpt om deze ambitie te realiseren. In de concept-RES staat geen met als einddoel om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Als tussenstap zullen we uiterlijk in 2030 49% minder CO2 koppeling met deze opgave. uitstoten dan in 1990." Met de RES geven we invulling aan deze ambitie. We zullen deze koppeling in de RES 1.0 opnemen. 4.In de tekst van de concept RES, maar ook tijdens overleggen wordt gezegd dat de RES of de opgave van de MRE is. Dit is niet correct. De MRE is de partij die is aangezocht om de kar te trekken; de RES is van de 21 gemeenten, 2 waterschappen, de provincie Noord-Brabant en netbeheerder Enexis. Voor een passend gevoel van 4. Met de MRE wordt hier bedoeld de 21 samenwerkende gemeenten (niet de ondersteuningsorganisatie). Maar de opgave eigenaarschap is het wenselijk om dit helder voor ogen te hebben en te houden.

is inderdaad niet alleen van de 21 germeenten, maar ook van provincie en de 2 waterschappen, dit moeten we blijven 5.In het verlengde van voorgaand punt ligt de constatering dat de opgave sterk naar overheden wordt getrokken. De overheden hebben zondermeer een belangrijke rol benadrukken. binnen de opgave, maar dit is zo'n grote opgave dat het alleen kan slagen als inwoners en bedrijven zich net zo goed verantwoordelijk voelen, hun gedrag aanpassen en waar zij kunnen - gaan investeren in energiebesparing, duurzaam opwekken en een andere warmtevoorziening. De RES spreekt over betrekken van stakeholders, maar 5. De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en de concept RES geeft het beeld dat er nog te weinig op echte participatie is ingestoken. De oproep is om specifiek aandacht te geven aan welke ruimte overheden die energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In de periode voorafgaand aan kunnen creëren voor veelbelovende initiatieven van (groepen) inwoners en bedrijven. deze concept-RES zijn de diverse partijen op verschillende momenten geïnformeerd en geconsulteerd/bevraagd over en 6.Een voorstel over het verdelingsvraagstuk over de verschillende subregio's/gemeenten.

Door de keuze die is gemaakt om grootschalige opwek te gaan plannen waar meegenomen in de achtergrond, de opgave en het proces van de RES. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 het in de regio het beste kan/het meest logisch is (zie Q&A webinair 3 juni) kunnen er grote verschillen ontstaan tussen gemeenten in de regio. Voor het draagvlak bij en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden gemeenten is dit een belangrijk onderwerp. over locaties, projecten en activiteiten. Voor de verschillende thema’s. 6. Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deel van de opgave. Voor elke gemeente gelden dezelfde regels en verwachtingen. Alle gemeenten dragen naar vermogen bij aan de RES en de realisatie daarvan. Op bestuurlijk niveau gaan de gemeenten hierover met elkaar in overleg. 2. Onze aanpak voor de (concept)-RES 1.Het college onderschrijft de gekozen aanpak en de gestelde doelstellingen. 2.Het college is van mening dat het streven naar kwaliteitsverbetering (koppeling met andere opgaven) zeer wenselijk is en verwacht dat in de RES 1.0 een verdere uitwerking komt te staan. De uitwerking moet inzicht geven welke (realistische) koppelkansen er mogelijk zijn op regionaal niveau.

In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al - Economie, mobiliteit, transitie landelijk gebied en energietransitie zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES. Het thema 'Onderwijs en - Verschillen maken onze regio Sterk arbeidsmarkt' in relatie tot de energiestrategie wordt meegenomen in het vervolg en er is inmiddels een startnotitie over - Toptechnologie regio Brainport: Inzet op energie-innovaties dit thema opgesteld en besproken met de stuurgroep. - Onderwijs en arbeidsmarkt en de energietransitie Het thema innovatie zal expliciet een plek krijgen in de RES 1.0. - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven

3.De concept-RES haalt aan dat de MRE de slimste regio is van de wereld. De concept- RES geeft aan dat er gebruikt moet worden gemaakt van alle kennis en innovatie die plaats vindt in de regio. De concept-RES beschrijft nog geen strategie om dit te realiseren. Het college pleit ervoor om in de RES 1.0 een apart hoofdstuk aan innovatie te wijden waarin staat hoe de beschikbare kennis en innovatie kan helpen om de doelstelling van de RES-regio MRE te behalen. Het college merkt op dat de concept RES traditioneel is ingestoken qua technieken voor opwekking door wind en zon in de periode tot en met 2030. De bestaande technieken leveren weerstand op bij stakeholders. Het inzetten van nieuwe innovatie technieken en innovatief denken bij inpassing in het landschap kan deze weerstand wegnemen. Het is gewenst dat in de RES 1.0 nadrukkelijker de Brainportregio naar voren komt en dat er concrete koppelkansen en innovaties worden genoemd. Het college is voorstander om ook gebieden aan te wijzen waar het mogelijk is om innovatieve technieken en ideeën kunnen worden uitgetest.

3. Besparing 1.Het college onderschrijft het belang van besparing binnen de energietransitie. Besparen is stap 1 in de energietransitie. Kort gezegd alles wat wordt bespaard, hoeft niet te worden opgewekt. 2.Wat het energiebesparingsplan betreft worden vooral de opgaven beschreven en nog niet echt de aanpak van die opgaven. De goede intentie is er, maar feitelijk is er nog niet sprake van een 'concept'. Duidt concreet aan welke relevante innovaties, ervaringen en inzichten er nu zijn. Dit geldt ook de thema's grootschalige opwek en warmte. Zet in op het ontwikkelen van effectieve technologie. De bestaande technologieën leveren maar beperkt rendement en zijn ongewenst. 3.Daarnaast is het belangrijk is om ook te focussen op de doelgroep waar de meeste besparing is te realiseren op een snelle manier. 4.De agrarische ondernemers staan onder druk om hun sector te verduurzamen op verschillende gebieden (waaronder uitstoot van stikstof). Om deze reden adviseert het college de stuurgroep RES om de besparingsopgave voor de landbouw indien mogelijk, via andere lopende processen mee te nemen, zoals het proces transitie landelijk gebied of transitie veehouderijen (koppelkansen). 5.Het college steunt de aanpak om te komen tot energiebesparingsplannen in samenwerking met doelgroepen en stakeholders.

Het college vraagt aandacht voor de vraag 'Hoe krijgen wij stakeholders (inwoners, bedrijven, verenigingen, instellingen etc.) zover dat zij aan de slag gaan met besparing?. Deze vraag is niet makkelijk te beantwoorden en verschilt per stakeholder en doelgroep.

De besparingsaanpakken worden de komende periode uitgewerkt, afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep: wonen, bedrijven en gemeentelijke/maatschappelijk vastgoed. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met stakeholders. De uitvoering moet op lokaal niveau plaatsvinden. Landbouw is niet als aparte doelgroep gedefinieerd vanuit de werkgroep Besparing. Wel vindt overleg plaats met ZLTO om slimme koppelingen te leggen. Ook worden verbindingen gelegd vanuit het MRE-thema Transitie landelijk gebied, specifiek op het deelthema 'Versterken economische structuur'

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Besparen

4.Duurzame opwek 1. Er is inderdaad voor gekozen om de analyse vanuit de technische potentie te starten. In de komende periode gaan wij aan 1.Het college betreurt de gekozen aanpak om te komen tot zoekgebieden door o.a. de technische potentie te bepalen door de wettelijke beperkingen in beeld te de hand van een PlanMER-procedure zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste brengen. De opgave van de energietransitie is een nieuw soort en complexe opgave. Dit vraagt om een andere aanpak, namelijk een aanpak kijkend vanuit een analyse naar voren zijn gekomen. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke ruimtelijk oogpunt. Hierdoor was het mogelijk geweest om te kijken waar ontwikkelingen met betrekking tot de energietransitie wenselijk zijn. Vervolgens had de stap (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen, zoals nieuwe economische kunnen worden gezet om te kijken wat er nodig is om de wettelijke beperkingen op te heffen om zo tot realisatie te kunnen komen. Daarbij wel in rekening houdend dragers, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en impact op de netinfrastructuur. Dit vormt de basis voor verdere met het landschap (ruimtelijk aspect) zoals is gedaan in de concept-RES. De huidige regelgeving is opgesteld in een periode dat er geen sprake was van afwegingen.

klimaatverandering en dus ook niet van een benodigde energietransitie. De energietransitie is hard nodig om te zorgen dat de biodiversiteit in stand blijft. 2.Realisatie van grootschalige opwek langs bestaande infrastructuur heeft de voorkeur, maar niet allemaal in en om Heeze-Leende. Met de twee mega windmolens bij Maarheeze en de Hightech Campus en de ideeën voor maatregelen rondom Heeze-Leende, lijkt het de intentie om een relatief groot deel van de te beloven 2 TWH in en 2/3. Er zijn nog geen keuzes gemaakt. Zoals aangegeven volgen wij een zorgvuldige procedure om te bepalen welke om Heeze-Leende op te wekken en zeker niet alleen langs infrastructuur. zoekgebieden de voorkeur hebben. 3.Het college wil graag zien in RES 1.0 wat het bod concreet betekent per gemeente en meer specifiek voor de gemeente Heeze - Leende en de in onze gemeente aangewezen zoekgebieden. In het bepalen van de bouwstenen zijn al keuzes gemaakt die bepaalde mogelijkheden uitsluiten of juist tot een beeld van potentie leiden. Deze keuzes vallen binnen het ontwerpend onderzoek en komen minder expliciet naar voren in de concept-RES zelf. 4.Het college, zoals eerder aangegeven, twijfelt of de uitkomst van de planMER tijdig beschikbaar is voor het nemen van een besluit over de RES 1.0.

Het standpunt van het college is dat zonder advies op basis van een planMER het voor gemeente Heeze-Leende, vanwege de hoeveelheid aanwezige natuur binnen de gemeente HeezeLeende, niet mogelijk is om definitieve zoekgebieden aan te wijzen. Dit betekent dat de kans groot is dat het niet mogelijk is om vergunningen te verlenen voor 2025 binnen de gemeente Heeze- Leende voor grootschalige opwekking van duurzame energie. De aanbeveling is om te kijken of dit proces kan worden versneld zonder het 4. Zie de reactie onder bovenstaand punt. proces geweld aan te doen. Een mogelijkheid hierbij is om het onderzoek te beperken tot die zoekgebieden die op korte termijn (gericht op 2030) kansrijk zijn en waarbij binnen dezelfde termijn ook aansluitmogelijkheden zijn op de infrastructuur van Enexis. 5.Het college is voorstander om grootschalige opwekking van duurzame energie door wind en zon langs bestaande infrastructuur te organiseren met dien verstande dat bestaande natuur langs infrastructuur wordt gerespecteerd. Hierbij dient te worden bepaald wat de kwaliteit van de natuur is langs bestaande infrastructuur. De bestaande infrastructuur heeft een impact op de aanliggende natuur bijvoorbeeld vanwege het continue aanwezige geluid bij snelwegen.

Het is mogelijk dat een natuurgebied langs bestaande infrastructuur groen oogt, maar niks bijdraagt aan het behoud van de biodiversiteit doordat bijvoorbeeld door het geluid er geen vogels 5. Uw voorkeur voor grootschalige opwek langs infrastructuur zal worden ingebracht. broeiden. Het college is voorstander om de kwaliteit van bestaande natuur te verbeteren door langs bestaande infrastructuur grootschalige opwekking toe te staan en op andere locaties de natuur te versterken door ontwikkeling van nieuwe natuur. Eventueel in combinatie met opwek. Het college is van mening dat bestaande natuur door de aanwezigheid van projecten voor grootschalige opwek van duurzame energie langs bestaande infrastructuur wordt beschermd tegen bijvoorbeeld verbreding van de infrastructuur. Met het verplaatsten van projecten is veel geld gemoeid.

Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Het proces naar RES 1.0 en verder - Metropoolregio Eindhoven

6.De RES-regio MRE wil 2 TWh gaan opwekken. De 2 TWh is gebaseerd op wat er inmiddels is gerealiseerd en wat in de pijplijn zit. Als het gaat om realisatie op korte termijn wordt al snel gekeken naar regio de Kempen. Hier loopt een traject om grootschalige opwekking te realiseren. Bij navraag blijkt dat de Kempen van 0,5 tot ongeveer 1,5 TWh kan gaan realiseren. Het college pleit ervoor om te onderzoeken of er andere (innovatieve) mogelijkheden van opwekking zijn die bij kunnen dragen aan het behalen van de doelstelling van 2.0 TWh om de kans te vergroten dat de doelstelling van 2 TWh wordt gehaald. 7.Het college wil graag zien in de RES 1.0 de verwachting dat eraan grootschalige opwek mogelijk is bij zon op dak (> 15KwP) in de regio en specifiek per gemeente (lees de gemeente Heeze-Leende). 8.Het college wil graag zien in de RES 1.0 dat daadwerkelijk en concreet rekening is gehouden met de extra elektriciteitsvraag die te verwachten is de komende jaren (bovenop de huidige vraag). Dit als gevolg van het gebruik van elektriciteit voor het opwekken van warmte (o.a. warmtepompen) en het gebruik van elektrische auto's. 9.De doorrekening van Enexis laat zien dat de realisatie van de opwekking op korte termijn, tot 2030, wordt 'beperkt' door de huidige capaciteit van het netwerk.

Binnen de gemeente Heeze-Leende liggen een aantal zoekgebieden voor realisatie van grootschalige opwekking in het landschapsthema 'Energie voor natuur'. Het college verwacht dat de ontwikkeling van deze zoekgebieden op korte termijn niet realistisch is gezien de aanwezig capaciteit op het netwerk van Enexis.' 10.Het college adviseert de Stuurgroep RES om ook Tennet te gaan benaderen om te overleggen welke mogelijkheden Tennet kan bieden om de energietransitie binnen de RES- regio MRE te realiseren.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Nieuwe ontwikkelingen - Duurzame opwek

6. Innovatie krijgt volop aandacht (zie hierboven). Echter hebben wij de opdracht gekregen vanuit het Rijk om een bod te doen op basis van bewezen technieken, waardoor we in ieder geval moeten inzetten op zon en wind.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Duurzame opwek

7. Het zoekgebied ‘no-regret’ voor opwekking van energie uit zon op daken en restgronden wordt verder uitgewerkt. 8. Er is in de landelijke doelstelling van 35TWh rekening gehouden met een stijging in de energievraag. In de concept-RES is het elektriciteitsverbruik in de regio gebruikt als toets of het bod een naar verhouding reëel aandeel van de landelijke doelstelling van 35 TWh betreft. Indien in een verdere uitwerking ambities worden gekoppeld aan energieverbruik, dan zal rekening worden gehouden met een stijging in dit verbruik. Bij de verdere uitwerking van de thema’s warmte en besparing wordt rekening gehouden met de invloed van besparingsmaatregelen op de warmtevraag en de invloed van warmte-oplossingen op de vraag naar elektriciteit. 9/10. Het probleem van de beperkte netcapaciteit heeft alle aandacht. Bestuurlijk worden op regionaal, provinciaal en landeijk niveau hierover gesprekken gevoerd. Dit vergt ook aanpassingen in de wetgeving.

5. Duurzame Warmte Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. Daarbij wordt aangegeven of deze een Met betrekking tot de concept-RSW heeft het college de volgende opmerkingen: lokaal c.q. boven lokaal/regionaal karakter/ potentie hebben. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario’s en 1.Het maatschappelijk draagvlak voor bio-energie is laag en de verbranding van biomassa is controversieel. Het college is voorstander om niet regionaal de afweging te visie die op regionaal niveau worden opgesteld. maken maar lokaal. Uit het onlangs vastgestelde coalitieakkoord van Provincie Noord-Brabant blijkt dat de Provincie Noord-Brabant ook geen voorstander is van de inzet van biomassa voor de opwekking van energie. 2.Het college heeft grote bezwaren met het punt dat de verdeling van groengas landelijk moet worden gedaan. Momenteel stelt het ministerie van EZK een Routekaart Groengas op waarin de verdeling wordt gemaakt, mogelijk op basis van oppervlakte en aantal inwoners in een regio. Het toewijzen welke regio en welke gemeente groengas mag gebruiken als warmtebron, is volgens gemeente Heeze-Leende geen (uitsluitend) landelijke bevoegdheid. De gemeente waar het biogas /groengas wordt geproduceerd zou hierin een grote stem moeten hebben en een recht om dit gas voor haar gebouwde omgeving te mogen gebruiken.

De belangrijkste reden voor dit standpunt is om draagvlak te krijgen bij haar inwoners voor de energietransitie. Een verbrandingsinstallatie en zelfs een biovergistingsinstallatie geeft zoals eerder gezegd controverse en de nodige overlast in een gemeente. Daar dient een juiste compensatie tegenover te staan en geeft het recht om deze warmtebron op logische plekken in de eigen gemeente in te zetten, gezien ook de grote capaciteit van deze installaties.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Nieuwe ontwikkelingen - Duurzame warmte - Netinfrastructuur en programmering

3.Er is een online document (http://rhk.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=98782fc28d2a4bOa8bcOf5d9a3db e407 (let op, 6° tabblad gaat over de MRE)) opgesteld vanuit de RES MRE over de inzet van biomassa. Dit document is inhoudelijk van hoge kwaliteit en geeft inzicht in de verschillende termen die worden gebruikt bij het spreken over biomassa. Ook geeft dit stuk een betrouwbare weergave van de toepassing en de toekomst van biomassa in de MRE, naast de zeer interessante aanbevelingen. Het college stelt dat dit online MRE-document als vervanger moet dienen van onderdeel D van bijlage 3 van de concept-RSW. De conceptRSW haalt in het onderdeel over biomassa de verschillende begrippen door elkaar en het kaartmateriaal in de RSW maakt de onduidelijkheid zelfs groter.

Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Opgave en ambitie - Leidende principes en afwegingskader - Het proces naar RES 1.0 en verder

4.Het college heeft geconstateerd dat de concept RSW zeker nog niet volledig is en sterker mag. Het college adviseert de RES werkgroep Warmte om naar de volgende punten aandachtig te kijken: -de SWOT-analyses van de verschillende warmtebronnen zijn niet allemaal even sterk en zeker nog niet compleet. Ook zijn de SWOT-analyses door wijzigingen (bijv. bij SWOT-analyse aquathermie en bij restwarmte) minder sterk geworden. De zwakten en bedreigingen zijn onnodig uit de tekst gehaald, bijvoorbeeld om bepaalde bronnen maatschappelijker geaccepteerd te maken. Dit maakt het stuk meer van politieke aard, dan de oorspronkelijke inventariserende functie van de RSW. Ook zijn de SWOT-analyses van houtkachels en hybrideketels zeer onvolledig. -De opslagmethode WKO (warmte-koudeopslag) wordt meermaals beschreven als een warmtebron, wat een dermate grote fout is dat de toepasbaarheid van de RSW als bron voor de lokale TVW's sterk verminderd wordt. Het begrip WKO behelst slechts de opslag van warmte of koude, zodat het over de seizoenen heen kan worden gebruikt. Ook haalt de beschrijving van WKO (op een andere plek in de RSW) ondiepe geothermie en lage temperatuur aardwarmte door elkaar. Op weer een andere plek in de RSW wordt WKO gezien als synoniem met een bodemwarmtepomp. Echter, sóms is de WKO aangesloten op een bodemwarmtepomp, soms op een andere warmtebron.

Ook staat onder onderdeel G 'beknopte SWOT-analyse warmteketel'.Dit is wel heel vreemd, want de term warmteketel is niet in gebruik. Waarschijnlijk wordt een bodemwarmtepomp bedoeld. Echter, de RSW zal op het onderwerp all electric eveneens onderscheid moeten maken tussen een bodemwarmtepomp en een luchtwarmtepomp en deze verschillende technieken elk in een eigen SWOT-analyse moeten behandelen. Want er zit toch echt een groot verschil tussen. -Ook is in de figuur 13 van de RSW het nabijheidscriterium van thermische zonnevelden tot de kernen die de warmte gaan gebruiken niet afdoende meegenomen, waardoor een vertekend beeld ontstaat op de mogelijke opbrengst. Dit nadeel is daarnaast niet afdoende opgenomen in de SWOT-analyse van zonthermievelden, terwijl het een belangrijke beperkende factor is.

6. Van strategie naar uitvoering Het college hecht veel waarde aan de borging in gemeentelijk beleid. De energietransitie is een bouwsteen voor de Omgevingsvisie. Het college gaat in gesprek met de gemeenteraad via het traject van de Omgevingsvisie. Meer evenwicht laten zien in de verschillende onderdelen van de RES bij de verdere uitwerking richting RES 1.0. Dit t.o.v. de huidige (begrijpelijke) focus op grootschalige opwek via zon en wind. Hierbij dient te worden gedacht met name aan de onderwerpen energiebesparing, burgerparticipatie, betaalbaarheid en haalbaarheid voor burgers en ondernemers. Voor het college is het belangrijk dat de energietransitie voor de inwoners van Heeze-Leende betaalbaar blijft. Het betaalbaar blijven is één van de reden waarom eerder is aangegeven dat binnen de gemeente geproduceerd biogas beschikbaar moet zijn voor de inwoners van Heeze- Leende. Biogas biedt de mogelijkheid (als tussenstap) om op relatieve eenvoudige en goedkope manier de bestaande woningen binnen de gemeente van het aardgas af te koppelen zonder dat de inwoners grote kosten moeten maken om de woningen te elektrificeren. Isoleren van woningen blijft noodzakelijk om de vraag naar biogas zo klein mogelijk te houden waardoor er meer biogas voor de rest van de regio beschikbaar komt.

Voor de 2-jaarlijkse herijking van de RES is het wenselijk dat hierop geanticipeerd is bij het vaststellen van de definitieve RES. Wat zijn aandachtspunten die tot herijking kunnen leiden en hoe wordt hier de juiste aandacht voor georganiseerd

Reacties raadsfractie Bovenstaande reactie van het college is mede opgesteld aan de hand van diverse reacties afkomstig van raadsfracties. De reacties zijn bijgevoegd. Hier volgt een overzicht van de belangrijkste punten uit de ingediende reacties: 1)De definitieve RES, vooral de bijdrage van gemeente Heeze-Leende, dient via participatie tot stand komen; 2)De gemeenteraad adviseert het college om de gemeenteraad steeds in positie te houden, zeker naarmate de contouren van de definitieve RES zich steeds concreter gaan aftekenen; 3)Uitgangspunt is en blijft dat de benodigde energietransitie voor iedereen betaalbaar blijft; 4)Voor de gemeente Heeze-Leende geldt dat de aanpak rekening houdt met het behoud van de van de ruimtelijke kwaliteit; 5)Als het gaat om grootschalige opwek door zon volg de zonneladder zoals deze is opgenomen in het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid; 6)Het realiseren van zonneparken op landbouwgronden past niet binnen het heersende landschappelijk karakter binnen de gemeente Heeze-Leende; 7)De beschreven wens tot een goede 'landschappelijke inpassing' van windturbines zal nooit te realiseren zijn.

Om deze reden moet vol worden ingezet op het ontwikkelen van betere technologieën; 8)Blijf zoeken naar alternatieve energiebronnen zoals groen gas en aardwarmte; 9)Zorg voor een concrete invulling van het energiebesparingsplan; 10)Voor wat betreft het vaststellen van de RES bestaan er zorgen over voldoende gemeentelijke betrokkenheid en vraagt de raad om een doorkijk te geven naar het vast te stellen gemeentelijk beleid. Wij verzoeken u om deze reacties naast onze reactie mee te nemen in de nog op te stellen oplegnotitie / samenvatting.

Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorvertaling omgevingsbeleid - Aanbeveling aan het rijk - Doorkijk naar 2030 .

1) De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren die energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In de periode voorafgaand aan - Regionale samenwerking deze concept-RES zijn de diverse partijen op verschillende momenten geïnformeerd en geconsulteerd/bevraagd over en - Participatie: Iedereen doet mee meegenomen in de achtergrond, de opgave en het proces van de RES. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en activiteiten. Voor de verschillende thema’s. 2) De komende periode worden raadsleden intensiever betrokken bij het RES-proces. In de vorm van webinars, vragenuurtjes en inloopbijeenkomsten, zowel op regionaal niveau als aansluitend bij de lokale ontwikkelingen/discussies over lokaal beleid. 3) Dit onderschrijven wij; zie ook punt hierboven. 4) Dit onderschrijven wij.

5/6) We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: - maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; - het benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; - waar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; - het hanteren van de ‘zonneladder’ bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie. Bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden, waaronder ook het zoekgebied ‘no-regret’ voor opwekking van energie uit zon op daken en restgronden, wordt ook de toepassing van de zonneladder verder uitgewerkt. We nemen als voorwaarde mee naar het Rijk dat nu al volop moet worden ingezet op het uitbreiden van het elektriciteitsnet door Enexis en Tennet. 7/8) Innovatie krijgt volop aandacht (zie ook hierboven). Echter hebben wij de opdracht gekregen vanuit het Rijk om een bod te doen op basis van bewezen technieken, waardoor we in ieder geval moeten inzetten op zon en wind. 9) De energiebesparingsplannen worden de komende periode verder uitgewerkt, samen met de betreffende doelgroepen (zie ook antwoord hierboven).

2020-09-03

Gemeente Son formeel en Breugel

De concept reactie is opgebouwd uit 6 procesmatige en inhoudelijke thema’s. De thema’s zijn gebaseerd op de hoofdstukken uit de hoofdlijnennotitie van de concept RES en starten met een samenvatting (kader). Per thema is er ambtelijk een voorzet gemaakt voor de wensen en bedenkingen van de gemeenteraad richting het college. De voorzet is bedoeld om het makkelijker te maken om met een eensluidende reactie vanuit de raad te komen Cursief is de ambtelijke onderbouwing voor de gesuggereerde tekst.

1. Samen de energie ambitie realiseren 1.1 De reactie is gericht aan het college met het verzoek hier rekening mee te houden bij de vaststelling van de concept RES. 1.2 Het college de reactie van de gemeenteraad mee neemt in de regio richting de RES 1.0. 1.3 Het college de reactie van de gemeenteraad mee neemt in het Duurzaamheidsbeleid 1.4 Dat lokale belanghebbenden moeten worden betrokken, maar belangrijker is dat geïnteresseerde belanghebbenden oog hebben voor het lokale en regionale belang. Toelichting: de gemeenteraad is nog onvoldoende betrokken in het proces, maar krijgt uiteindelijk de RES 1.0 ter vaststelling voorgelegd in het tweede kwartaal van 2021. Het college stelt de concept RES vast. De reactie van de gemeenteraad geeft een indicatie wat zij belangrijk vinden in het proces richting de RES 1.0. De reactie gaat verder dan enkel de regionale samenwerking. Het geeft ook richting het college aan wat belangrijk is om te realiseren binnen de eigen gemeente.

De komende periode worden raadsleden intensiever betrokken bij het RES-proces. In de vorm van webinars, vragenuurtjes en inloopbijeenkomsten, zowel op regionaal niveau als aansluitend bij de lokale ontwikkelingen/discussies over lokaal beleid.

2. Onze aanpak voor de concept RES 2.1 Voor het succes van de energietransitie moeten de opbrengsten lokaal worden geïnvesteerd. 2.2 De betaalbaarheid van de energietransitie blijft een aandachtspunt. 2.3 De RES moet pilots ontwikkelen voor inwoners met een smalle beurs. Zodat we gezamenlijk voorkomen dat zij die het goed hebben er straks op vooruit gaan en inwoners die het nu al minder hebben straks slechter af zijn (Mattheuseffect). Toelichting: de leidende principes zijn ten opzichte van de startnotitie verder uitgewerkt. Er is meer aandacht gekomen voor de ruimtelijke kwaliteit, het maatschappelijk draagvlak en de betaalbaarheid van de opgave. De werkgroep financiële participatie is gestart om te onderzoeken hoe de opbrengsten van de energietransitie lokaal kunnen worden ingezet, om onder andere de betaalbaarheid te borgen. Waarbij het belangrijk is om oog te houden op de groep met onvoldoende middelen om de energietransitie zelfstandig te financieren. 3. Besparing 3.1 Het is belangrijk voor het draagvlak dat de besparing ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. 3.2 Er moet een heldere afweging komen tussen activiteiten die regionaal en lokaal geborgd worden. 3.3 De besparingsopgave moet voor inwoners en bedrijven betaalbaar en financierbaar zijn.

3.4 Het college moet, onder andere samen met de OVE, een continue aanpak voor Ekkersrijt ontwikkelen, waarbij oog is voor de benodigde besparing, het realiseren van zon op grootschalig dak en ruimte is voor innovatie. 3.5 Er in de bovengenoemde aanpak moet worden onderzocht op welke manier er strengere duurzaamheidseisen kunnen gelden bij nieuwbouw. Toelichting: de MRE geeft terecht aan dat besparing de basis is van de regionale opgave. De huidige aanpak is gebaseerd op het ontwikkelen van draagvlak bij (regionale) belanghebbenden. In de RES 1.0 moet er een besparingsaanpak komen per doelgroep. Tegelijkertijd zijn er al regionale projecten opgezet met wisselend succes (Groene Zone, Energieloket). Er moet geleerd worden van deze processen. Uiteindelijk moet de regionale strategie straks (gedeeltelijk) geborgd worden in het lokale beleid. Binnen de werkgroep besparing is er een subgroep die zich bezig is met het organiseren van bedrijventerreinenaanpakken. Op lokaal niveau is de intentie uitgesproken om te komen tot een masterplan Ekkersrijt. Duurzaamheid zal onderdeel zijn van het masterplan. Tegelijkertijd zal er via de transitievisie warmte een apart traject gestart worden voor de warmteopgave op Ekkersrijt. 4.

Duurzame opwek 4.1De zonneladder is de basis van de systematiek van de RES, maar dit betekent niet dat de volgende trede pas wordt ingezet als de voorgaande trede ten volste is benut. 4.2 De opgave zo groot is dat het bestaande dak oppervlakte (ruimschoots) onvoldoende is. 4.3 Grootschalige opwek van elektriciteit op land alleen mogelijk is als:

We hebben als regio de ambitie om te streven naar maximale lokale participatie en het maximaal lokaal benutten van de Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren opbrengsten. In de praktijk werken we toe naar minimaal 50% lokaal eigendom, waarbij we het Klimaatakkoord volgen. Bij - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren lokaal eigendom hoort ook dat de inwoners en bedrijven in de MRE-regio het eigen vermogen van het lokale aandeel bij elkaar (kunnen) brengen en er de mogelijkheid is voor iedereen om mee te kunnen doen (kleine participaties). Dit zijn zaken die wij in de komende periode gaan onderzoeken en bespreken. Ook kijken we hoe gemeenten kunnen participeren in het lokale eigendom en hoe zij haar inwoners daarmee kunnen helpen in de energie- en/of warmtetransitie.

4.4 Er een integrale visie komt op de toekomst van Sonniuswijk (binnen de omgevingsvisie). 4.5 Lokaal deze unieke kans voor bedrijven in het buitengebied benut wordt, om een bijdrage te laten leveren aan het transitie van het landelijk gebied. Waardoor de negatieve uitstoot (stikstof, ammoniak, CO², drijfmest) kan worden omgezet naar een positieve impact. 4.6 Er zo veel mogelijk gebruik gemaakt wordt van de potentie van de inpassing langs bestaande infrastructuur. In het geval van Son langs de A50 en het Wilhelminakanaal. 4.7 Het college vragen om actief grondbeleid te onderzoeken voor energieopwekking. Toelichting: in het duurzaamheidsbeleid van 2012 en 2016 heeft de gemeenteraad de ambitie uitgesproken om in 2030 een klimaatneutrale gemeenschap te zijn. De opgave van de RES is ingrijpend, maar gaat veel minder ver dan de lokale ambitie. Het bod van de MRE aan de Rijksoverheid is 2 TWh. 0.9 TWh van deze 2 TWh bestaat uit noregret maatregelen (daken, infrastructuur, pauzelandschappen, etc.) of al bestaande projecten. De rest van het bod (1.1 TWh) moet komen vanuit grootschalige opwekking van elektriciteit op land (zon of wind). Het totale elektriciteitsgebruik in de regio is 5.55 TWh en de totale energievraag (exclusief mobiliteit) is 14.25 TWh (zie bijlag+D248e 5 van de concept RES).

De RES gaat dus maar over 36% van het totale elektriciteitsgebruik en 14% van de totale energievraag in de regio (exclusief mobiliteit). De ambitie de gemeenteraad van Son en Breugel gaat dus veel verder (100% van de totale energievraag duurzaam inclusief mobiliteit in 2030). Het bod is in lijn met de ambitie van het klimaatakkoord (70% van de elektriciteitsverbruik in Nederland is in 2030 duurzaam opwekt en 38% van de duurzame elektriciteitsopwekking moet komen uit de opgave van de RES). De zoekgebieden voor de overige opwekking van grootschalige elektriciteit zijn nog indicatief. Binnen Son en Breugel is Sonniuswijk is aangewezen als een zoekgebied op basis van de potentie. De Sonniuswijk is bied kansen door onder andere het aantal agrariërs dat gaat stoppen en de ligging onder de aanvliegroute van Eindhoven Airport. Er is nu al een verandering gaande in het gebied. Op ambtelijk niveau wordt er nu gewerkt aan een integrale visie op Sonniuswijk (waar mogelijk, binnen de omgevingswet). De RES is een bouwsteen voor de integrale visie, maar er spelen ook andere belangen zoals de natuurontwikkeling, agrarische belangen, cultureel erfgoed en woningbouwprogrammering. De verandering biedt ook de kans voor het buitengebied om een substantiële positieve bijdrage te leveren op het gebied van energie.

Uiteindelijk blijft de gemeenteraad aan zet met het vaststellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. We pleiten voor energiecorridors, langs het kanaal, de A50, A2, A58, A67. Langs deze wegen op de zogenaamde restgronden is veel mogelijk. Dan hoeven we beperkt gebruik te maken van vruchtbare landbouwgrond en natuurgebied. Een bundeling van kleinere maatregelen kan ook een grote energiebijdrage betekenen. Voor grote windturbines is meer grond nodig en de gemeente zou hier een actief grondbeleid in moeten voeren. Onderzoek toont aan dat windenergie echt rendabel wordt als er minimaal drie windturbines bij elkaar staan, als één wingebied.

Hoofdstuk 1: Opgave en kader 0 Het proces naar RES 1.0 en verder Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren

De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep: wonen, bedrijven en gemeentelijke/maatschappelijk vastgoed. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met stakeholders. De uitvoering moet op lokaal niveau plaatsvinden.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Besparen

Wat betreft de punten die worden genoemd die betrekking hebben op de regionale aanpak kan het volgende worden aangevuld: In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen. We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: - maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; - het benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; - waar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; - het hanteren van de ‘zonneladder’ bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie. Bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden, waaronder ook het zoekgebied ‘no-regret’ voor opwekking van energie uit zon op daken en restgronden, wordt ook de toepassing van de zonneladder verder uitgewerkt. We nemen als voorwaarde mee naar het Rijk dat nu al volop moet worden ingezet op het uitbreiden van het elektriciteitsnet door Enexis en Tennet.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Duurzame opwek

5. Duurzame warmte 5.1 Het lokale proces van de Transitievisie warmte wordt afgewacht. 5.2 Lokale belanghebbenden moeten een belangrijke rol krijgen in het proces van de Transitievisie warmte. Toelichting: de regionale warmtestructuur is vrij technisch van aard. In praktijk zijn er nauwelijks tot geen regionale bronnen en infrastructuur. De lokale vertaling vindt plaats in de Transitievisie warmte. De transitievisie warmte bestaat uit 3 delen: - Een technische analyse van de beschikbare bronnen en de warmtevraag van gebouwen. - Een financiële vertaling van de technische mogelijkheden. - Een participatietraject over de gewenste strategie naar een oplossing. Alle gemeenteraden moeten deze uiterlijk in 2021 vaststellen. Dit proces is formeel nog niet gestart in Son en Breugel, maar er zijn al wel voorbereidingen gaande. De ambitie is om in Q3 2020 de startnotitie te laten vaststellen door het college en ter kennisname te sturen naar de gemeenteraad. De lokale stakeholders krijgen een rol in het proces van de transitievisie warmte. 6. Van strategie naar uitvoering 6.1 Er intensiever samengewerkt moet worden met lokale energie coöperaties, woningbouwcorporaties en andere partners van de gemeente(n). 6.2 Inwoners de kans moeten krijgen om zich uit te spreken over de Regionale Energie Strategie in aanloop van de RES 1.0. We roepen het college op om dit te organiseren.

6.3 Gebruik te maken van bestaande organisatiestructuren, zoals het SGE, zodat er voorkomen wordt dat er verschillende samenwerkingsverbanden ontstaan met aangrenzende opdrachten. Toelichting: gedurende het afgelopen jaar heeft het externe proces steeds meer vorm gekregen. Zo zijn er bijvoorbeeld afspraken gekomen over de samenwerking met de lokale energie coöperaties, is er nu een inventarisatie gaande bij de woningbouwstichtingen. Het proces dient echter nog versneld en verbetert te worden. Uiteindelijk zijn de partners nodig om de ambitie van de RES te laten slagen.Door het af lasten van de bijeenkomst in verband met coronacrisis op 11 maart 2020 zijn inwoners nog beperkt betrokken in het proces. De webinar op 4 juni 2020 was de eerste (digitale) informatiebijeenkomst over de RES voor inwoners. Voor het draagvlak is het aan te raden om inwoners de mogelijkheid te geven te reageren. Ondanks dat er ook andere lokale processen lopen waar straks een deel van de opgave moet landen (b.v. de omgevingswet). Op veel thema’s wordt er al actief samengewerkt binnen de MRE en het SGE. De energietransitie kan een thema zijn binnen deze bestaande samenwerkingsverbanden, als er al sprake is van een bestaande opgave.

Ter illustratie: de verduurzaming van bedrijventerreinen kan beter opgepakt worden door het SGE economie, die al verantwoordelijk zijn voor het sub-regionale bedrijventerreinenbeleid . Hierdoor wordt de inzet van ambtelijke capaciteit beperkt, de bestaande kennis benut en

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Duurzame warmte

De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In de periode voorafgaand aan deze - Toptechnologie regio Brainport: Inzet op energie-innovaties concept-RES zijn de diverse partijen op verschillende momenten geïnformeerd en geconsulteerd/bevraagd over en - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven meegenomen in de achtergrond, de opgave en het proces van de RES. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren over locaties, projecten en activiteiten. Voor de verschillende thema’s. - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744072/1