CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7.1 - Reacties concept RES

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze Concept RES 1.0 Metropoolregio Eindhoven44.360 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Regionale Energiestrategie 1.0 Metropoolregio Eindhoven 7. Reacties op de concept RES

Bijlage 7.1 Reacties op de concept RES

Metropoolregio Eindhoven

Datum 2020-06-02

Afzender titel Waterschap De formeel Dommel

reactie-zienswijze-kanttekening Antwoord Verwijzing Integrale aanpak Dit sluit aan bij de aanpak die we voor de RES voor de Metropoolregio Eindhoven volgen. De opgaven binnen de RES worden Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven Waterschap De Dommel ziet een sterke meerwaarde in een regionale aanpak, waarbij regionale vraagstukken integraal worden benaderd. Door ruimtelijke opgaven te gekoppeld aan andere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in onze regio, waaronder klimaatadaptatie. - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven combineren dragen we gezamenlijk bij aan de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en het beperken van de maatschappelijke kosten. Daarnaast hecht Waterschap Koppeling aan andere opgaven. De Dommel veel waarde aan de opgave uit het Klimaatakkoord, om de CO2-emissie structureel te verlagen (klimaatmitigatie) en tegelijkertijd de negatieve effecten van de klimaatverandering te beheersen (klimaatadaptatie) Hoofdstuk 4: Besparen-duurzame warmte-duurzame opwek - Duurzame opwek Beoordeling zoekgebieden op bredere thema's. In de concept-RES zien we de intentie van een integrale aanpak terug, maar missen we nog de eerste stappen in de uitwerking.

Bij de verdere concretisering van de zoekgebieden voor grootschalige opwek vragen wij specifiek om aandacht te hebben voor een duurzaam watersysteem en klimaatadaptatie, zodat onder andere koppelkansen met waterberging tot uiting komen in de RES 1.0. Daarbij willen we graag onze positieve ervaring met de regio Hart van Brabant delen, waar klimaatadaptatie, zijnde de eerste fase uit het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie, integraal is meegenomen.

In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen. De opgaven voor de energietransitie worden gekoppeld aan andere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in onze regio, waaronder klimaatadaptatie.

Waterschap Aa formeel en Maas

Hoofdstuk 4. Besparen-duurzame warmte-duurzame opwek - Duurzame opwek Met een planMER wordt nader onderzoek gedaan naar milieueffecten en koppeling met andere thema’s om te kunnen komen tot een integrale gebiedsontwikkeling

Het “Bod” voor grootschalige opwek van 2 TWh zien wij als een ambitieuze, maar eveneens reële uitdaging voor de regio als bijdrage aan het Klimaatakkoord.

Het bod van 2 TWh is uitgangspunt voor de verdere concretisering richting RES 1.0.

Grootschalige opwek in relatie tot de hydrologische bodemkwaliteit In aanvulling op zon op daken zijn zonneweiden noodzakelijk voor het behalen van de klimaatdoelen. Naast de ruimtelijke impact hiervan vragen wij aandacht voor het behoud van de (gezonde) bodemkwaliteit en daaraan gekoppeld de regionale waterhuishouding, in relatie tot enerzijds de toekenning van terreinen en anderzijds de inrichting van de zonneweiden.

In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen. De opgaven voor de energietransitie worden gekoppeld aan andere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in onze regio, waaronder klimaatadaptatie. De kwaliteit van de bodem is hier onderdeel van.

Hoofdstuk 4: Besparen-duurzame warmte-duurzame opwek - Duurzame opwek Het milieueffectrapport (planMER) helpt om alle (milieu en ruimtelijke) belangen en claims zichtbaar te maken en onderling af te wegen.

Om een duurzaam beheer van de bodemkwaliteit in relatie tot het waterbeheer te borgen vragen wij om te komen tot regionale afspraken en –kaders voor de ontwikkeling van windparken en zonneweiden. Een uitwerking hiervan zien we graag terug in de RES 1.0.

Als regio doorlopen we ons RES-proces op de manier en de snelheid die nodig is om hierover zorgvuldig tot keuzes, afstemming en uitvoeringsafspraken te komen. De zoekgebieden voor wind en zon die in 2030 ingevuld moeten zijn, worden verankerd in het omgevingsbeleid van de gemeenten. Ook de provincie en de waterschappen bieden deze ruimte in hun beleid. Gemeenten maken of actualiseren beleid voor zonne- en/of windenergie en verankeren dit eveneens in hun omgevingsbeleid

Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven De RES als hefboom voor andere regionale opgaven Koppeling aan andere opgaven.

Warmte en hydrologische bodemkwaliteit Voor alle opties voor duurzame warmte wordt een SWOT-analyse uitgevoerd. De resultaten daarvan dienen als input voor Met de verduurzaming van de warmte gaat een sterke toename van het gebruik van de hydrologische ondergrond plaats vinden in de vorm van open- en gesloten de scenario’s en visie die op regionaal niveau worden opgesteld. energiesystemen. Dit neemt risico’s met zich mee voor het beheer van het schaarse grondwater en bescherming van de grondwaterkwaliteit. Wij vragen u specifiek om hier regionaal aandacht voor te hebben bij de nadere uitwerking in de RSW en de RES 1.0, zodat dit een plek kan krijgen in de gemeentelijke transitievisies warmte. Op het gebied van de inzet van duurzame warmte in de gebouwde omgeving leveren wij onze bijdrage aan het creëren van ontwikkel- en beleidsruimte voor de toepassing van aquathermie. 2020-06-30

Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven Koppeing aan andere opgaven.

Kijk verder dan alleen financiële koppelkansen In de zoekgebieden voor duurzame opwek wordt onder 3 ‘Energie ten dienste van andere opgaven en doelen’ benoemd. Hier wordt gesteld onder de paragraaf over koppeling met landschapsherstel dat energie hierbij een nadrukkelijk een financieringsmogelijkheid om andere opgaven te kunnen realiseren. Het gebruik van (tijdelijke) energie is een interessante koppelmogelijkheid met opgaven zoals watersysteemherstel, maar zeker niet de enige. Zo zijn er ook tastbare koppelkansen mogelijk waarbij er aan beide kanten positieve effecten optreden. Zoals de toepassing van aquathermie uit oppervlaktewater in stedelijk gebied kan bij dragen aan het reduceren van hittestress, het zonnepanelen goed kunnen combineren met de teelt van schaduwgewassen en te droge of te natte landbouwgronden ingezet kunnen worden voor energiegebruik. Onze oproep is dan ook om de energie ten dienste van andere opgaven, breder in te steken dan alleen financieel.

In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen. De opgaven voor de energietransitie worden gekoppeld aan andere ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in onze regio.

Hoofdstuk 3.Samen de energieambitie realiseren Regionale samenwerking

Hoofdstuk 4: Besparen-duurzame warmte-duurzame opwek Duurzame opwek Onderzoek naar milieu-effecten en bredere thema's. Na de RES 1.0: verankering in omgevingsbeleid. Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Leidende principes en afwegingskader Het afwegingskader van NP RES en de leidende principes. Hoofdstuk 4. Besparen-duurzame warmte-duurzame opwek - Duurzame warmte - Regionale Structuur Warmte. Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven - DE RES als hefboom voor andere regionale opgaven Koppeling aan andere opgaven. Hoofdstuk 4. Besparen-duurzame warmte-duurzame opwek - Duurzame Opwek Het milieueffectrapport (planMER) helpt om alle (milieu en ruimtelijke) belangen en claims zichtbaar te maken en onderling af te wegen.

Provinciale afstemming Er vindt regelmatig afstemming plaats met de provincie, de Brabantse regio’s en met de buurregio’s. Daarbij komt een Integraliteit is niet alleen belangrijk binnen de regio, maar ook binnen de provincie Noord-Brabant als geheel. Nu, in opmaat naar de RES 1.0, is het moment om actieve breed scala aan onderwerpen aan de orde. uitwisseling en afstemming tussen de RES’en te organiseren. Alleen dan kunnen de regio’s tot een zo optimaal mogelijke invulling van het landschap komen en kan worden voorkomen dat er keuzes worden gemaakt waar we op de langere termijn last van krijgen. Bovendien staan de regio’s in Noord-Brabant allen voor vergelijkbare opgaven en zijn zij gebaat bij het onderling uitwisselen van expertise, onderzoeksresultaten en best-practices. Zo wordt in de verschillende regio’s voorgenomen nader onderzoek naar de effecten van zonne-energie op bodem en water te doen en heeft iedere regio de ambitie optimaal te willen inspelen op innovaties. Door samen te werken – wellicht ligt hier een coördinerende rol voor de provincie Noord-Brabant – zou op deze onderwerpen niet alleen een efficiëntieslag, maar ook kwaliteitsverbetering behaald kunnen worden.

Hoofdstuk 5.Stap voor stap naar uitvoering - Aanbeveling aan het rijk Met de andere Brabantse regio’s en de provincie vindt afstemming plaats over de inhoud van de RES’en en over wat de rol van het Rijk moet zijn om tot uitvoering van de RES te komen. Er is een lijst met aanbevelingen en knelpunten opgesteld die vanuit de RES-regio’s en de Provincie aan het Rijk is meegegeven.

Houd rekening met de verduurzamingsopgave van de waterschappen Dit wordt meegenomen in het vervolgtraject Voor het onderdeel participatie wordt in de concept RES aangegeven dat 50% lokaal eigendom wordt nagestreefd. Zoals benoemd in het Klimaatakkoord hebben de waterschappen hierin echter de bijzondere positie van zowel lokale ontwikkelaar als decentrale overheid met een verduurzamingsopgave, die bij de uitwerking van 50% lokaal eigendom dan ook in acht moet worden genomen.

Hoofdstuk 3: Samen de energie ambitie realiseren - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren Model voor financiële participatie. Het model biedt ruimte voor lokaal maatwerk.

Rol waterschap Aa en Maas In de uitwerking van de RES 1.0 en de fasen daarna, in het bijzonder in de toekomstige gebiedsontwikkelingen, zien wij voor het waterschap een belangrijke rol met het oog op koppelkansen (energie ten dienste van andere opgaven), waterbeheer en aquathermie. Onder leidend principe 2 ‘een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij’ wordt een regierol in de realisatie van de energietransitie voor gemeenten, provincie en waterschappen benoemd. Wij willen graag bijdragen aan de realisatie van de energietransitie, maar zien daarin voor onszelf geen regierol. Wel spelen we als waterschap, vanwege onze betrokkenheid bij drie RES’en (Noordoost Brabant, Metropoolregio Eindhoven en Hart van Brabant) graag een rol in de afstemming met deze regio’s in relatie tot onze kerntaken.

Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven Koppeling aan andere opgaven.

Dit wordt meegenomen in het vervolgtraject

Hoofdstuk 3.Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking Hoofdstuk 4: Besparen-duurzame warmte-duurzame opwek - Duurzame opwek Onderzoek naar milieu-effecten en bredere thema's. Na de RES 1.0: verankering in omgevingsbeleid.

2020-07-09

Gemeente Oirschot

formeel

Samen de energie ambitie realiseren De gemeenteraad kan zich grotendeels vinden in de hoofdlijnen van dit onderdeel van de concept-RES en merkt op: *onderzoek naar behoud/duurzaam gebruik huidig gasinfrastructuur (vanwege waterstof of andere ‘milieuvriendelijke(re)’ gassen) is belangrijk. *Verder betekent ‘van het gas af’ vaak dat er alternatieven worden ingezet waardoor het stroomverbruik (vaak grijs opgewekt) sterk stijgt; waarbij stroom minder efficiënt energie afgeeft dan gas (er is meer energie in de vorm van elektriciteit nodig dan energie in de vorm van gas). Wat ons betreft blijven we aangekoppeld totdat dit efficiënter is en de schone opwekking van energie toereikend is voor de energiebehoefte.

Ook de bestaande infrastructuur wordt in kaart gebracht in het kader van de RES. De mogelijkheden om gebruik te maken van de infrastructuur wordt meegenomen.

Aanvullingen voor dit onderdeel om mee te nemen naar RES 1.0: *RES als centrale regisseur om veranderingen op gang te brengen is op zichzelf prima, maar in de uitvoering zijn we vaak geneigd top-down te werken, terwijl uitvoerings-initiatieven die bottom-up zijn ontwikkeld beter gedragen zijn en een grotere kans van slagen hebben. Ga bijvoorbeeld aan de slag met energie-scans en keukentafelgesprekken (uitgevoerd door lokale energie coöperaties die hierin veel expertise hebben) en vraag hoe je mensen kunt ondersteunen in de stappen die ze zelf graag zouden willen maken. De energietransitie moet hierdoor in de uitvoering niet aanvoelen als ‘opgelegd’ maar als een ‘initiatief van ons allen’. Hier moet absoluut meer aandacht naar uit gaan. *Niet alleen kijken naar ‘waar kan wat’ maar juist ook ‘wat hebben we nodig’.

We maken gebruik van de lokale kennis en initiatieven op het gebied van de energietransitie, voor alle thema’s. We werken samen met vertegenwoordigers van lokale energie coöperaties, onder andere binnen de werkgroep Participatie & Eigendom.

Onze aanpak voor de (concept) RES *Er is niet aangegeven of er een prioriteit geldt, dat zou bijvoorbeeld kunnen in de zin van volgorde van belang.

In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete aanpak. Daarbij bekijken we ook welke prioriteiten kunnen worden gesteld. Het RES-proces richt zich op het uitwerken van de energietransitie en de opgaven, waarvan we nu denken dat deze hiermee zijn te koppelen.

Aanvullingen voor dit onderdeel om mee te nemen naar RES 1.0: • De koppelingen die onder punt d. genoemd worden wel kritisch bekijken. Maken we daar de RES daarmee niet ‘groter’ dan waarvoor hij bedoeld is? • Breng prioritering aan in verschillende onderdelen. • Het woord “vitale” onder d) is te breed interpreteerbaar (liever vervangen of aangevuld met bijvoorbeeld: veilig-schoon/duurzaam) • Bottom up ontwikkeling is belangrijk. • Betrek ook wijk- en dorpsraden. • Stappen die gezet moeten worden, gaan hand in hand met initiatiefnemers. Zij kunnen niets zonder ons, en wij niets zonder hen. Hierbij is een intensieve samenwerking nodig die van extensief naar intensief kan lopen naarmate de kansrijkheid toeneemt. Prioriteiten die wij geven (type en locatie) is daarmee ook afhankelijk van ontwikkelingen (dus niet alleen bij ons maar ook bij hen). Van het grootste belang is daarbij een vroegtijdige afstemming. Ruim hiervoor dus z.s.m. ruimte voor in, nog voordat je plannen uitwerkt. Besparing • Wij vinden in deze fase van de ontwikkelingen besparing het belangrijkste item, nog belangrijker dan het opwekken zelf. Dat levert ook direct al voordeel op voor alle inwoners en dat is goed voor het draagvlak. Heel goed dat focus ligt op energie besparen, en dat daarna pas extra opwek volgt. • Te summier, welke sporen gaan we bewandelen? Welke partijen gaan we hierbij betrekken? enz.

Dat hoeft geen uitvoering te zijn maar op zijn minst denkrichtingen. Aanvullingen voor dit onderdeel om mee te nemen naar RES 1.0: • Blijf die focus op besparing behouden. • Wij zouden toch willen pleiten om een serieuze poging te doen om ook de besparingsopgaven te kwantificeren om het vrijblijvende eraf te halen. Kempen heeft ook gekwantificeerd dus zou moeten kunnen. Of desnoods niet in TWh maar bijvoorbeeld in isolatie-termen of investeringen in besparende maatregelen of ander kwantificeerbaar/meetbare doelstellingen. • Definitie van grootschalig en kleinschalig toevoegen: grootschalig waarschijnlijk overheid gestuurd, kleinschalig is gedragen vanuit participatie. • Een belangrijke vorm van elektrische energie besparing is om transitie van accu auto’s naar waterstof auto’s te maken waarbij een tankstation netwerk in de MRE regio onontbeerlijk is (nu alleen in Helmond op de automotive campus). • Sluit meer aan bij kennis die er al is, ook bij bestaande organisaties. Faciliteer deze organisaties ook middels subsidies of geef hen een podium. • Pak hier ook vooral de rol op die je al hebt bij landelijke regelgeving. Denk aan registratieplicht en onderzoeksplicht. Faciliteer professionals door openstelling van subsidies en/of het geven van podium. Ga in overleg en bedenk samen oplossingen.

Duurzame opwek • De gemeenteraad kan zich vinden in de hoofdlijnen. Opwek moet plaatsvinden op de plekken waar het ook daadwerkelijk gaat worden gebruikt t.b.v. efficiëntie en ter voorkoming van onnodig ‘verlies’. • Goed te zien dat aanpak/ervaring in De Kempen meegenomen gaat worden in de rest van de MRE regio. We hadden echter verwacht dat op andere vlakken in de MRE op datzelfde niveau andere onderwerpen opgepakt zouden zijn (GeoThermie, besparing en andere alternatieven). Daar zien we helaas niets van terug. Duidelijk wordt nu ook dat de totale opgave niet alleen door zon/wind gerealiseerd kan/moet worden, maar dat dat breder is. Ook voor onze Kempengemeenten. • In samenvatting RES pagina 4: zin over landschappelijk gebied is tegenstrijdig. • Elke regio levert gemiddeld 0,67 TWh, MRE gaat voor 2 TWh, waarom een 3 keer zo hoge ambitie? Voldoen aan minimaal 0,67 TWh? • Duurzame opwek daar waar het wordt verbruikt.

Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking Hoofdstuk 4: Besparen-duurzame warmte-duurzame opwek - Duurzame warmte De Regionale Structuur Warmte brengt vraag en aanbod in beeld, zodat op lokaal niveau vraag en aanbod aan elkaar kunnen worden gekoppeld.

We maken gebruik van de lokale kennis en initiatieven op het gebied van de energietransitie, voor alle thema’s. We werken samen met vertegenwoordigers van lokale energie coöperaties, onder andere binnen de werkgroep Participatie & Eigendom.

Er is in de fase van de concept-RES geen generieke doelstelling voor het onderdeel besparing opgenomen. De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben.

De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met stakeholders. We gaan in het kader van de RES verder aan de slag met de aanpak voor kleinschalige opwek.

Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorkijk naar 2030 De uitdaging is nu om dit ook op het tactische en uitvoeringsniveau samen goed te organiseren tussen gemeenten, maar ook met maatschappelijke partners, die ook van de gemeenten vragen om eenduidig op te treden. De uitvoering is immers bij verschillende partijen belegd, op verschillende schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal). Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Leidende principes en afwegingskader Afwegingskader en leidende principes. Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorkijk naar 2030 De uitdaging is nu om dit ook op het tactische en uitvoeringsniveau samen goed te organiseren tussen gemeenten, maar ook met maatschappelijke partners, die ook van de gemeenten vragen om eenduidig op te treden. De uitvoering is immers bij verschillende partijen belegd, op verschillende schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal). Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Besparen Inzet op 3 doelgroepen, besparen en kleinschalige opwek.

We maken gebruik van de lokale kennis en initiatieven op het gebied van de energietransitie, voor alle thema’s. We werken samen met vertegenwoordigers van lokale energie coöperaties en andere partijen. We maken daarbij gebruik van/sluiten aan bij bestaande organisaties(tructuren).

Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorkijk naar 2030 De uitdaging is nu om dit ook op het tactische en uitvoeringsniveau samen goed te organiseren tussen gemeenten, maar ook met maatschappelijke partners, die ook van de gemeenten vragen om eenduidig op te treden. De uitvoering is immers bij verschillende partijen belegd, op verschillende schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal).

Er wordt breed in kaart gebracht welke opties voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiëntie. In het kader van de RES maken we gebruik maken van de kennis en ervaring die in de regio aanwezig is, o.a. in De Kempen.

Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Leidende principes en afwegingskader - Het proces naar RES 1.0 en verder

Het bod van 2 TWh is uitgangspunt voor de verdere concretisering richting RES 1.0.

We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: - maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; Aanvullingen voor dit onderdeel om mee te nemen naar RES 1.0: - het benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; • Wij vinden dat er gebruik moet worden gemaakt van de uitgebreidere (constructieve) zonneladder van de natuur en milieu federaties (NMF’s). De in het document - waar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; gebruikte zonneladder vinden we te beperkt. Wij vinden dat de zonneladder strak moet worden toegepast in de uiteindelijke uitvoering. Om stroomnetwerken stabiel - het hanteren van de ‘zonneladder’ bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie. te houden en energie-opwekkers niet stil te laten staan op momenten dat het netwerk overbelast is willen we de rol van het opslaan in waterstof absoluut benadrukken en onderstrepen. Wij moeten als innovatieve regio laten zien wat wij allemaal kunnen met dit medium. (proeftuin). Wat zou het mooi zijn om waterstof auto’s van onze Bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden, waaronder ook het zoekgebied ‘no-regret’ voor opwekking van energie uit inwoners gratis te laten rondrijden op de overcapaciteit van het netwerk! zon op daken en restgronden, wordt ook de toepassing van de zonneladder verder uitgewerkt.

• Creëer als innovatieve regio proeftuinen voor nieuwe technieken voor duurzame opwek. We zijn de ‘slimste regio’. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en technologie die in de regio aanwezig is. Er is o.a. contact • Zet in op de meest efficiënte invulling van duurzame energieopwekking. Een goede energiemix is belangrijk en houd aandacht voor de verhouding tussen bijvoorbeeld gelegd met Brainport Development en de TU/e (Differ en EIRES) over nieuwe technologie en de concrete kansen die er nu al wind en zon. zijn. Dit verbinden we met de opgaven die voortkomen uit de thema’s binnen de RES. • Kijk niet alleen naar welk type opwek waar kan komen maar vooral ook wat de ideale mix is (ook om kwetsbaarheid te minimaliseren) en zet vooral als brainportregio Voor alle opties voor duurzame warmte wordt een SWOT-analyse uitgevoerd. De resultaten daarvan dienen als input voor ook in op innovatieve opslagmethodes de scenario’s en visie die op regionaal niveau worden opgesteld. • Biogas/biomassa mits echt groen (van lokale restproducten). We brengen in beeld welke bestaande instrumenten kunnen worden ingezet om tot uitvoering te komen. Daarnaast geven • Stel maatregelen /wetgeving voor om de berekende uitval van 25% van de daken voor zonnepanelen te verkleinen.

we aan welke aanpassingen of aanvullingen in wet- en regelgeving, beleid en instrumentarium nodig zijn om ambities en • Er is in de concept notitie gesteld geen doelstelling te hebben op grootschalige opwekking van energie in landschappelijk gebied of op water: "nee tenzij", hoe rijmt dit plannen tot uitvoering te kunnen brengen. met alle stellingen tot nu toe in dit stuk en met zoekgebieden? • Ga in gesprek met initiatiefnemers om hun enthousiasme te behouden en niet te frustreren. Initiatiefnemers hebben ook tijdsdruk. Neem die tijdsdruk ook mee in prioritering. • Zie ook eerdere opmerking m.b.t. contact initiatiefnemers.

Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven - Toptechnologie regio Brainport: Inzet op energie-innovaties Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Focus op besparen - Nieuwe ontwikkelingen We blijven verbinding zoeken met innovaties. Die zullen een prominentere plek moeten krijgen in de vervolgstappen en bij de ontwikkeling van nieuw beleid. - Duurzame warmte Regionale Structuur Warmte - Duurzame opwek PlanMER, verankering in omgevingsbeleid.

Duurzame warmte • Te weinig richting gevend. Welke stappen, met wie (in plaats van bijvoorbeeld regionaal). Aanvullingen voor dit onderdeel om mee te nemen naar RES 1.0: • Warmte uit wegen moet niet worden vergeten! Iedere kans om een weg aan het warmtenet te koppelen moet benut worden. • Zorg dat dit punt concreter wordt richting RES 1.0. Nu nog erg vrijblijvend, terwijl het een (groot) deel van de opgave betreft. • Creëer als innovatieve regio proeftuinen voor nieuwe technieken voor duurzame warmte. • Kijk zeer kritisch naar bodemwarmte en effecten op de bodem door geothermie. We hebben vernomen dat dit schadelijk kan zijn dus hier zal meer onderzoek naar gedaan worden en risico’s moeten in beeld worden gebracht zodat hier een gedegen keuze over gemaakt kan worden. • Uitsluiten van bodembronnen die de aardlagen verstoren. Ook warmteopwekkingsplannen met aardwarmte zoals Helmond-Veghel doorbreken mogelijk aardlagen en verstoren hiermee waterhuishouding en veroorzaken sneller vervuiling grondwater. • Maak het concreter en geef meer richting.

Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. Daarbij wordt aangegeven of deze een lokaal c.q. boven lokaal/regionaal karakter/ potentie hebben. De resultaten daarvan dienen als input voor de scenario’s en visie die op regionaal niveau worden opgesteld. De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en infrastructuren en welke scenario’s voor warmtevoorziening er daarbij zijn. In het kader van de RES willen we gebruik maken van de kennis en innovatieve technologie die, o.a.in de regio, aanwezig is.

Van strategie naar uitvoering De gemeenteraad kan zich vinden in de hoofdlijnen voor dit onderdeel. Aanvullingen voor dit onderdeel om mee te nemen naar RES 1.0: • Zet in op participatie, betrek inwoners, initiatiefnemers, ontwikkelaars, etc. Inwoners en stakeholders willen gehoord worden. Door ze te betrekken creëer je draagvlak. • Geef inwoners niet alleen de lasten, maar ook de lusten van de enorme veranderingen die er aan staan te komen. Dat is enigszins geregeld met de ‘50%-regeling’. Wij vinden dat dit zo concreet en aantrekkelijk mogelijk vorm moet krijgen voor onze inwoners(!) Nu kan een initiatiefnemer zelf de grootte van het compensatie-gebied kiezen en zelf een voorstel doen hoe de bewoners in dat gebied worden gecompenseerd. Dat kan in de uitvoering leiden tot ongelijkheid of willekeur bij de diverse projecten. Wij zouden het eerlijker vinden als een percentage van dit bedrag per definitie altijd terecht komt bij fondsen waarmee woningen kunnen verduurzamen zonder dat de huren stijgen of ter financiering van de door onze inwoners gemaakte keukentafel-gespreksplannen n.a.v. de energiescans. • Ook hier: concreet maken en duidelijke planning/tijdlijn en doelen formuleren. • Geef in de RES duidelijk aan wat regionaal opgepakt moet worden en wat lokaal geïmplementeerd moet worden.

• Dat gebruik van aardwarmte (boringen) nooit de drinkwaterlagen (waarvan de meerderheid in Nederland voor drinkwater van afhankelijk is en met de toenemende droogte door klimaatverandering nog belangrijker worden) op enigerlei wijze in gevaar mogen brengen. Dus ook geen vervuilde grond in mag lekken. • Vraag met de RES ook om behoud van salderingsregeling voor zonnepanelen.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 Voor de warmtetransitie zijn de warmtebronnen en de warmtevraag verder in beeld gebracht in de ‘Regionale Structuur Warmte’ en zijn er afspraken gemaakt over het vervolg. - Duurzame warmte

Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Leidende principes en afwegingskader Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; - te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie. De komende periode richting RES 1.0 wordt dit verder uitgewerkt.

Alle opties voor duurzame warmte worden meegenomen in een SWOT-analyse. We brengen in beeld welke bestaande instrumenten kunnen worden ingezet om tot uitvoering te komen. Daarnaast geven we aan welke aanpassingen of aanvullingen in wet- en regelgeving, beleid en instrumentarium nodig zijn om ambities en plannen tot uitvoering te kunnen brengen.

• Algemeen: Windenergie is efficiënter en minder investeringsintensief dan zonne-energie en verbruikt minder grondoppervlakte. Omdat de publieke opinie ten aanzien Er wordt breed in kaart gebracht welke opties voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze van windenergie meer afwijzend is geworden zijn de plannen in de 30 regio’s samen aan het verschuiven van de verhouding 60-40 wind-zon naar 20-80 wind-zon. We regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiëntie. moeten oppassen dat we door deze mogelijke verschuiving in de toekomst niet onevenredig veel kosten maken die de inwoners van onze regio’s gaan opbrengen.

Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee - Financiële participatie: iedereen moet kunnen profiteren Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Regionale Structuur Warmte. Met een planMER wordt nader onderzoek gedaan naar milieueffecten en koppeling met andere thema’s om te kunnen komen tot een integrale gebiedsontwikkeling Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorvertaling omgevingsbeleid - Aanbeveling aan het rijk - Doorkijk naar 2030

2020-07-14

Gemeente Best formeel

Samen de energie ambitie realiseren De zorgvuldigheid in termen van kwaliteit en draagvlak staat voorop in de aanpak voor de RES. Gemeente Best onderschrijft het belang dat de regio gezamenlijk werkt aan de energietransitie. Daarnaast sluit het afstemmen met de subregio SGE aan bij de voorkeur Ook jongeren betrekken we actiever bij de energiestrategie. Zo gaan we op regionaal niveau in gesprek met Jong RES over die Best heeft voor de SGE samenwerking. Ook lokaal zijn steeds meer partijen betrokken bij de energietransitie. Zo werken we samen aan projecten met de lokale hun betrokkenheid bij de energietransitie. coöperatie Best Duurzaam en kunnen inwoners meedenken over belangrijke thema’s. Volgens de gemeente Best is participatie zoals hierboven beschreven bij 1c, belangrijk voor voldoende draagvlak in de samenleving om zo samen de energieambitie te realiseren. Waar maatschappelijke partners en bedrijfsleven nu al zijn betrokken, zal er in het vervolgtraject naar de RES 1.0 ook meer ruimte komen voor inwonerparticipatie.

Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee Jong RES heeft zitting in de adviesgroep van de stakeholders.

Kanttekeningen: • Tijdsdruk mag niet ten koste gaan van kwaliteit en draagvlak. Er is tijd nodig om inwoners tijdig en goed te betrekken en te laten participeren (informeren, draagvlak en bewustzijn creëren, motiveren en stimuleren), zeker omdat door Covid-19 de communicatie over de concept-RES anders vormgegeven moest worden. De gemeente maakt zich dan ook zorgen over de haalbaarheid van de planning. • Aandacht voor het betrekken van jongeren. De energietransitie is van groot belang voor de volgende generatie. Het betrekken van jongeren verdient dan ook de aandacht bij de totstandkoming van de RES op zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau. Dit kan onder andere door hen te betrekken in participatietrajecten, alsmede via educatie en voorlichting.

Onze aanpak voor de (concept) RES In het vervolg van de RES wordt steeds concreter invulling gegeven aan de leidende principes, de strategie en de concrete Gemeente Best staat achter de aanpak zoals die hierboven is beschreven. Daarnaast kan Best zich vinden in de genoemde leidende principes als afwegingskader. Dit aanpak. We houden daarbij rekening met de specifieke kenmerken van onze regio. afwegingskader is juist belangrijk bij de integrale aanpak van duurzame energieopwekking, om in het groter geheel meer doelen te kunnen behalen. Leefbaarheid heeft daarbij absolute prioriteit met het behoud van specifieke kenmerken van Best en natuur als kernpunten.

Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Leidende principes en afwegingskader

Besparing De energie die niet wordt verbruikt, hoeft ook niet te worden opgewekt. Gemeente Best onderschrijft dan ook het belang van besparing op energieverbruik en CO2 met Wij zetten als regio maximaal in op besparing. Door een combinatie van het beperken van de energievraag, duurzame daarbij tevens nadrukkelijke aandacht voor de stimulering van kleinschalige energieopwekking als een belangrijk onderdeel in de energietransitie. Om meer besparing warmtevoorziening en gebouwgebonden energieopwekking is CO2-uitstoot maximaal te reduceren. De besparingsaanpak te realiseren is bewustzijn en gedragsverandering nodig. De energietransitie vraagt veel van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Zij moeten hun wordt in de fase richting RES 1.0 afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. De aanpak wordt uitgewerkt gedrag aanpassen of zelf hun gebouwen verduurzamen, wat vaak een grote stap buiten hun comfortzone is. Door als gemeente het goede voorbeeld te geven, kunnen in energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke we niet alleen zelf stappen zetten maar ook anderen beter ondersteunen in dit ingrijpende proces. besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben.

De Er lopen nu al een aantal projecten in Best om hier meer aandacht aan te geven, zoals het Energieloket, De Groene Zone en een overkoepelende communicatiestrategie. aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en met Door mensen bewust te maken van de impact die zij met hun gedrag hebben, kan er meer energie en CO2 bespaard worden. Daarom zet gemeente Best de komende stakeholders. jaren hier nog meer op in, ook in samenwerking met andere partners, zoals de Taskforce Duurzaamheid. Het bevorderen van kleinschalige opwerk wordt meegenomen in de aanpak. Kanttekeningen: • Energiebesparing en kleinschalige opwek wél onderdeel bod Besparing is één van de moeilijkste opgaven. Om met energiebesparing en kleinschalige opwek resultaat te behalen, zijn inspanningen nodig van o.a. inwoners en bedrijven. Voor het draagvlak is het essentieel dat deze resultaten dan ook concreet onderdeel uit maken van het bod.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Besparen Focus op besparen, 3 doelgroepen, inclusief kleinschalige opwek.

Duurzame opwek Gemeente Best onderschrijft van harte de focus op maximaal behoud van ruimtelijke kwaliteit en de no-regret maatregelen die aansluiten bij de zonneladder. De regio heeft in drie stappen veiligheidsmarges ingebouwd in het bod van 2TWh: 1. Intensiteit categorieën: Als eerste wordt er rekening gehouden met de intensiteit van de zoekgebieden die verschilt per categorie. Zo wordt maar een klein percentage van de totale oppervlakte van een categorie meegerekend als opwekmogelijkheden; 2. Haalbaarheid voor 2030: Vervolgens wordt er rekening gehouden met de haalbaarheid van de zoekgebieden voor 2030. Daardoor wordt een klein deel van potentie van stap 1 meegenomen als potentie voor het bod; 3. Bod regio: Het bod van onze regio van 2TWh is significant lager dan de potentie die uit stap 2 komt. Daarmee is er op verschillende manieren rekening gehouden met de opwekpotentie in de regio en heeft Best vertrouwen in het bod van 2TWh.

Hoofdstuk 1: Opgave en kader - Leidende principes en afwegingskader

In het kader van de PlanMER gaan wij zorgvuldig naar de zoekgebieden voor grootschalige opwek kijken, die uit de eerste analyse naar voren zijn gekomen. Die gebieden zijn naar voren gekomen, rekening houdende met wetgeving die andere gebieden uitsluit. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen.

Kanttekeningen • De lokale visie is leidend in gemeente Best. Momenteel wordt de lokale visie voor energieopwekking in het buitengebied van Best opgesteld. Best geeft vorm aan deze visie door in gesprek te gaan met inwoners, organisaties en ondernemers. Hieronder staat een uitsnede van de voorlopige visie voor zonnevelden (links) en windturbines (rechts). Participatie en besluitvorming moeten hierop nog plaatsvinden zodat daarna duidelijk wordt of deze locaties blijven. De gemeenteraad van Best heeft aangegeven dat deze visie bepalend is. • Haalbaarheid zoekgebieden niet kansrijk We verwachten dat de haalbaarheid voor delen van het genoemde zoekgebied in Best voor de opwek van duurzame energie niet kansrijk is. Energieopwekking in combinatie met natuurontwikkeling is hier niet mogelijk, omdat de natuur in Het Groene Woud al grotendeels ontwikkeld is. Er is reeds sprake van ingerichte natuur binnen het Natuur Netwerk Brabant. Een ander belangrijk argument is dat dit gebied centraal ligt in het landschappelijk en cultuurhistorisch geladen Van Gogh Nationaal Park en het door het Rijk aangewezen cultuurhistorisch waardevolle wederopbouwgebied De Scheeken. Deze en andere cultuurhistorische waarden zijn op dit moment niet meegenomen in de zoekgebieden van de concept RES. Het is belangrijk in de RES 1.0 wel wordt meegenomen.

In de attentiegebieden rondom Het Groene Woud is onder kwalitatieve voorwaarden energieopwekking mogelijk of afweegbaar. Dit zal echter geen significante bijdrage zijn aan het RES bod, maar eerder kleinschalig en op ingepaste gebieden. • Criteria niet voldoende getoetst in Best Wij zijn van mening dat de criteria die genoemd zijn onder 2c niet voldoende en zorgvuldig zijn getoetst aan het in Best opgenomen zoekgebied. Dit heeft impact op de kaarten die de potentie voor duurzame opwek weergeven. Uit eigen onderzoek blijkt dat windmolens hier slechts zeer beperkt mogelijk zijn. Duurzame warmte De afstemming tussen regionaal en lokaal is uitgangspunt voor de aanpak van het thema duurzame warmte richting de RES De gemeente Best vindt het belangrijk dat ook voor duurzame warmte gemeente overstijgende kansen worden meegenomen. De RSW dient als een goede basis die we 1.0. In de RES 1.0 geven wij inzicht in de mogelijke wisselwerking tussen lokale bronnen en de regionale bronnen en in Best gebruiken als input voor de lokale Transitie Visie Warmte. De voortgang van de lokale aanpak gaat gezamenlijk op met de ontwikkeling van de RSW waarover infrastructuren en welke scenario’s voor warmtevoorziening er daarbij zijn. tussentijds wordt afgestemd met de regio.

Kanttekening: • Lokale Transitie Visie Warmte leidend in Best Waar de RSW als goede basis dient, zal de Transitie Visie Warmte leidend zijn voor gemeente Best. Hierin worden specifieke kenmerken van gemeente Best meegenomen, zoals lokale kennis en koppelkansen. Zo moeten ook de SWOT-analyse van de warmtebronnen en de gemeten energiepotenties uit de RSW nog verder vertaald worden naar lokale inzichten in de gemeente Best. Het zou kunnen dat daardoor de potentie lokaal lager uitvalt.

Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven - Verschillen maken onze regio Sterk

Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven - Koppeling aan andere opgaven Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 Met een planMER is nader onderzoek gedaan naar milieueffecten en koppeling met andere thema’s om te kunnen komen tot een integrale gebiedsontwikkeling

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek Duurzame warmte Regionale Structuur Warmte.

Van strategie naar uitvoering Gemeente Best vindt het belangrijk dat er zowel regionaal als lokaal draagvlak is voor de gemaakte afspraken. In het kader van samenwerking is de gemeente Best het daarnaast eens dat regionale plannen ook met andere regio’s afgestemd dienen te worden. Kanttekeningen: • Tijdsdruk mag niet ten koste gaan van kwaliteit en draagvlak. Ook voor dit onderdeel geldt dat de haalbaarheid van de planning de gemeente Best zorgen baart. De tijdsdruk mag niet ten koste gaan van kwaliteit en draagvlak. De terugkoppeling van PBL staat gepland voor februari 2021. Als op dat moment pas bekend wordt dat het bod niet voldoet, en er grote aanpassingen nodig zijn, komt het proces in het gedrang. Waar in de concept RES veel zaken regionaal zijn afgestemd, moet dit proces lokaal nog grotendeels worden opgestart. Lokale nuancering en bestuurlijke keuzes zijn belangrijk om tot een gedragen RES 1.0 te komen. Daarom is een tijdige terugkoppeling gewenst, zodat er voldoende tijd is om dit proces zorgvuldig te doorlopen. • Ook buiten regio kansen benutten. In het kader van samenwerking vindt de gemeente Best naast regio overstijgende afstemming, het ook belangrijk dat we kansen buiten de regio benutten. Hierbij is afstemming met regionale en provinciale ruimtelijke opgaven en planambities belangrijk.

Besproken is om objectief over de grenzen heen te kijken op basis van landschappen en locaties. Insteek is geen afwenteling maar een integrale analyse op provinciaal, en beter nog landelijk, niveau. Een integrale analyse, die niet eendimensionaal (energieopwekking) maar multidimensionaal kijkt. Daarom stellen wij dat de concept-RES’sen van de vier Brabantse regio’s op elkaar moeten worden afgestemd, voordat er over wordt besloten. Landschapskwaliteiten dienen leidend te zijn bij de aanwijzing en inrichting van grootschalige opweklocaties. Dit kan betekenen dat er in de ene regio meer ruimte wordt geboden voor windturbines en in een andere regio bijvoorbeeld natuurgebieden worden uitgesloten. Provinciale doelen, zoals met Van Gogh Nationaal Park, en Rijksdoelen zoals met het wederopbouwgebied De Scheeken, dienen daarbij te worden gewogen.

De zorgvuldigheid in termen van kwaliteit en draagvlak staat voorop in de aanpak voor de RES. Er vindt regelmatig (tussentijds) afstemming plaats met provincie, de Brabantse regio’s en met de andere buurregio’s. De provincie vervult hierin een coördinerende rol. In de RES worden gezamenlijke randvoorwaarden meegegeven richting het Rijk.

Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking

Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorvertaling omgevingsbeleid De RES 1.0 wordt verankerd in het omgevingsbeleid van de gemeenten, provincies en waterschappen. - Aanbeveling aan het rijk Met de andere Brabantse regio’s en de provincie vindt afstemming plaats over de inhoud van de RES’en en over wat de rol van het Rijk moet zijn om tot uitvoering van de RES te komen. Er is een lijst met aanbevelingen en knelpunten opgesteld die vanuit de RES-regio’s en de Provincie aan het Rijk is meegegeven. - Doorkijk naar 2030 De uitdaging is nu om dit ook op het tactische en uitvoeringsniveau samen goed te organiseren tussen gemeenten, maar ook met maatschappelijke partners, die ook van de gemeenten vragen om eenduidig op te treden. De uitvoering is immers bij verschillende partijen belegd, op verschillende schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal).

2020-07-14

Gemeente Waalre

formeel

1. De gemeenteraad kan zich vinden in de hoofdlijnen van de concept-RES. 2. De gemeenteraad het met name van belang vindt dat verwachtingen naar onze inwoners goed worden gemanaged en dat het proces van transitie, zowel op het punt van besparing, warmte als grootschalige opwek, zoveei mogelijk met en voor onze inwoners vormt krijgt.

Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren - Regionale samenwerking - Participatie: Iedereen doet mee

1. standpunt college 'Samen de energie ambitie realiseren' De ambitie is om in de Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven Wij vinden het erg belangrijk dat alle belanghebbenden op een goede en transparante manier betrokken worden bij de totstandkoming van de RES. Wij hechten grote energieprojecten verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven. In de periode voorafgaand aan deze - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven waarde aan een zorgvuldig proces en de daadwerkelijk implementatie hiervan. Wij zien tot nog toe dat maatschappeiijke partners en het bedrijfsleven in het proces hun concept-RES zijn de diverse partijen op verschillende momenten geïnformeerd en geconsulteerd/bevraagd over en inbreng kunnen leveren. Tot op heden is de inbreng van onze inwoners echter beperkt gebieven. Voor het welslagen van de RES, moeten onze inwoners og een meegenomen in de achtergrond, de opgave en het proces van de RES. In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 Hoofdstuk 3: Samen de energieambitie realiseren transparante en zorgvuldige wijze meegenomen worden.

In het vervolgtraject naar de RES 1.0 van de RES vinden wij het essentieel dat onze inwoners goed en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden - Regionale samenwerking meegenomen worden en kunnen bijdragen aan een gedragen RES. Hierbij is verwachtingenmanagement erg belangrijk: goed borgen wat, wanneer en hoe onze over locaties, projecten en activiteiten. Voor de verschillende thema’s. - Participatie: Iedereen doet mee inwoners kunnen en mogen participeren in het proces en weike invloed zij hebben op het resultaat. Dit kan bijvoorbeeld middels een plan van aanpak per wijk of buurt. Ook in de fase van concrete uitvoering van strategie naar realisatie van projecten is communicatie een onlosmakeiijk en cruciaal onderdeel. Recentelijk hebben wij een Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek communicatiestrategie duurzaamheid opgesteld, die wij de komende maanden concretiseren naar een strategisch communicatieplan. Thema's zoals de - Wat is nieuw in de RES 1.0 energiestrategie maken een belangrijk onderdeel uit van onze communicatiestrategie en -plan. Met een planMER is nader onderzoek gedaan naar milieueffecten en koppeling met andere thema’s om te kunnen Een belangrijke voorwaarde voor het slagen van de RES is dat het betaalbaar en haalbaar is.

Wij constateren dat hier in de RES rekening mee wordt gehouden en dat dit komen tot een integrale gebiedsontwikkeling belangrijke uitgangspunten zijn. Wij onderschrijven dit en benadrukken dat betaalbaarheid en haalbaarheid voor onze inwoners de pijler is voor een succesvolle energietransitie. Iedereen moet kunnen meedoen. Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering De RES is belangrijke input voor de omgevingsvisies en -plannen die gemeenten aan het maken zijn. Om het Klimaatakkoord tot een succes te maken, is het van cruciaal - Doorvertaling omgevingsbeleid belang dat de RES in de omgevingsvisie en daaruit vloeiende omgevingsplannen vertaald en geborgd worden. Wij zijn druk bezig met de ontwikkeling van de Waa rese - Aanbeveling aan het rijk omgevingsvisie. Via een iteratief proces zal de RES hierin goed vertaald en verankerd worden. - Doorkijk naar 2030 2. Standpunt college 'Onze aanpak voor de (concept) RES' We zetten als eerste in op no-regret maatregelen en we geven randvoorwaarden aan richting Rijk en provincie die nodig zijn Hoofdstuk 1: Opgave en kader Wij ondersteunen de aanpak zoals in de RES beschreven en hechten aan het openhouden van zoveel mogelijk opties. Het is belangrijk om geen opties op voorhand uit te om dat mogelijk te maken. Ook innovatieve oplossingen worden meegenomen.

- Leidende principes en afwegingskader sluiten, waardoor deze in de toekomst niet meer ingezet kunnen worden: de opgave is daarvoor te groot en complex. We gaan aan de slaq niet bewezmmaatreflelen die we nu kunnen nemen en spelen in op innovaties die gaande de rit zich aandoen. Daarbij zetten we in op de innovatiekracht die onze regio rijk is en maken we de Er wordt breed in kaart gebracht welke opties voor opwek en opslag haalbaar zijn binnen de energiestrategie voor onze Hoofdstuk 2: Metropoolregio Eindhoven vertaling naar nieuwe maatregelen en oplossingen. We voorkomen de inzet op maatregelen die geen zin hebben. regio. In de afweging wordt rekening gehouden met o.a. potentie en systeem efficiëntie en wordt afstemming gezocht met - De RES als hefboom voor andere regionale opgaven Wij hechten aan solidariteit in de regio. Dit betekent geen 'free rider gedrag. Iedereen moet bijdragen. Alle gemeenten, dus ook Waaire, draagt naar iformnaen bü aan andere partijen. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) koppelingen de RES en de realisatie daarvan. Dit betekent dat wij bijdragen aan de uitvoering die past bij de maat en schaal van onze gemeente zowel vanuit landschappelijk als met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek financieel oogpunt, maar ook vanuit organisatorisch perspectief (kennis en capaciteit). Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deel van de opgave. Voor elke gemeente gelden dezelfde regels en - Wat is nieuw in de RES 1.0 Aandacht voor ruimtelijke kwaliteit vinden wij een belangrijk uitgangspunt voor het bod richting de rijksoverheid. We zien dat dit uitdrukkelijk is meegenomen voor het verwachtingen. Alle gemeenten dragen naar vermogen bij aan de RES en de realisatie daarvan. Met een planMER is nader onderzoek gedaan naar milieueffecten en koppeling met andere thema’s om te kunnen onderdeel grootschalige opwek. Wii onderschrijven dat de ruimtehike kwaliteit m;ivimaal wordt behouden, We gaan als gemeente Waaire concreet aan de slag, waarbij komen tot een integrale gebiedsontwikkeling een zorgvuldige ruimtelijke inpassingen van zon- en windenergieprojecten uitgangspunt is. We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: De energietransitie biedt kansen voor onder meer het versterken van de regionale en lokale economie, de werkgelegenheid, het stimuleren van innovaties en natuur- maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering en landbouwontwikkeling. Waaire ziet de energietransitie als opgave waar kansen mee zhn gemoeid.

Gebruik deze kansen om bewustwording bij inwoners te creëren, - het benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; - Doorvertaling omgevingsbeleid maar bijvoorbeeld ook om agrariërs te helpen met het genereren van aanvullende financiële middelen. - waar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; - Doorkijk naar 2030 Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak zullen wij in de uitvoering voor elkaar moeten krijgen, juist met inwoners. Het meenemen en -krijgen van onze inwoners kan - het hanteren van de ‘zonneladder’ bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie.De ambitie is om in de alleen als we dit transparant doen met veel aandacht voor inwoners. Wij benadrukken -nogmaals- dat dit thema in het vervolgtraject van groot belang is, maar tegelijk ook complex en lastig is. Wil hechten zwaar aan het leidende principe van maatschappelijke draagvlak voor de RES en bewustwording bii onze inwoners. De Metropoolregio Eindhoven een RES te maken die gezamenlijk gedragen is, die gebiedsgericht is en die energieprojecten energietransitie is noodzakelijk om in onze toekomstige behoeftes te voorzien en de gevolgen van klimaatverandering te minimaliseren. verbindt aan andere ruimtelijke, infrastructurele of sociale opgaven.

In het proces naar de RES 1.0, in de 2e helft van 2020 en in de 1e helft van 2021, gaan we concreter - regionaal en lokaal - in gesprek met partners, inwoners en belanghebbenden over locaties, projecten en activiteiten. Voor de verschillende thema’s.

3. Standpunt college 'Besparing' De besparingsaanpak wordt afgestemd op de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. Deze aanpak wordt uitgewerkt in Wij constateren dat energiebesparing een groot en complex vraagstuk is en een ingewikkelde en kostbare opgave in de uitvoering. We hebben hierin echter relatief energiebesparingsplannen per doelgroep. Hierin wordt per doelgroep en soort gebouw in beeld gebracht welke weinig te kiezen; wij zullen als regio en lokale overheden de focus hierop moeten leggen. Het maken van een regionale energiebesparingsplan met daaraan gekoppeld besparingsaanpak (route, aanbod, communicatie) hier het beste bij aansluit en dus het grootste effect zal hebben. voldoende financiële middelen en uitvoeringskracht, zien wij als belangrijke voorwaarde om de uitvoering op lokaal niveau te initiëren. In het vervolgtraject naar de RES De aanpak wordt in het traject richting RES 1.0 vertaald in afspraken over samenwerking en ambities, met gemeenten en 1.0 en de uitvoering van de RES zelf, moet een grote nadruk en focus zijn op dit thema. Het energiebesparingsplan en de uitvoerbaarheid daarvan is een essentieel met stakeholders. onderdeel om de RES-doelen te realiseren. De toepassing van kleinschalige opwek vinden wij belangrijk, maar dit mag niet ten koste gaan van de besparingsmogelijkheden voor warmtereductie in woningen.

Wij zien goede aanknopingspunten om de isolatieopgave gezamenlijk op te pakken om haalbaar en betaalbare besparing te realiseren. Gezamenlijk aannak is nodig om te zorgen voor haalbare en betaalbare bespaarmooellikheden voor onze inwoners. Hierbij zien wij het regionale zonnepanelenproject de Groene Zone als voorbeeld voor een regionaal isolatieprogramma (particulier- en huurwoningen) die lokaal door gemeenten wordt uitgerold. Door de handen in één te slaan zorgen we voor regionale slagkracht, maken we het tastbaar en concreet en ontzorgen wij onze inwoners op lokaal niveau. We onderzoeken hoe we al dan niet op regionaal niveau financiële prikkels kunnen inzetten om te stimuleren dat huishoudens gewenste maatregelen gaan nemen.

4. Standpunt college 'Duurzame opwek' Wij steunen de geschetste aanpak en zijn van mening dat de ambitie om 2TWh aan duurzame opgewekte elektriciteit in 2030 te realiseren, realistisch en haalbaar is. Met de potentiële zoekgebieden kan circa 5 TWh aan duurzame elektriciteit worden opgewekt. Het bod gaat uit van het realiseren van circa 20% van deze zoekgebieden. Op basis hiervan achten wij het conceot-bod van de realo voor grootschalige opwek wil realistisch en haalbaar. Door het uitvoeren van de regionale planMER wordt de haalbaarheid en impact van de verschillende zoekgebieden zichtbaar. Samen met de omgeving geven wij als gemeente uiteindelijk concreet en lokaal invulling aan deze zoekgebieden in de vorm van realiseerbare projecten. Het realiseren van concrete projecten moet in onze ogen gebeuren door en met onze inwoners en lokale stakeholders. Alleen op deze manier krijgen we de lokale gemeenschap mee. De gemeente Waalre gaat haar inwoners maximaal in positie brengen door lokaal eigenaarschap van zon- en windenergieprojecten zo veel als mogelijk te faciliteren.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 De energie bespaarplannen voor wonen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed zijn verder uitgewerkt. Hiermee geven we handvatten aan de gemeenten om inwoners en bedrijven te ondersteunen en te stimuleren om energie te besparen. - Besparen

Hoofdstuk 5: Stap voor stap naar uitvoering - Doorvertaling omgevingsbeleid - Doorkijk naar 2030 De uitdaging is nu om dit ook op het tactische en uitvoeringsniveau samen goed te organiseren tussen gemeenten, maar ook met maatschappelijke partners, die ook van de gemeenten vragen om eenduidig op te treden. Dit wordt onderschreven. In het planMER worden omgevings- en milieuaspecten onderzocht en de mogelijke (financiële) Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek koppelingen met brede thema’s die in de concept-RES naar voren zijn gekomen. Dit vormt de basis voor verdere afwegingen - Wat is nieuw in de RES 1.0 en uitwerkingen. - Duurzame opwek - Na de RES 1.0

5. Standpunt college 'Duurzame warmte' Dit wordt onderschreven. We zetten in de RES volop in op besparing, o.a. door het treffen van isolatiemaatregelen. Wij onderschrijven het belang mee te werken aan de overstap op een toekomstbestendige warmtevoorziening door de inzet van duurzame warmtebronnen. Daarbij merken wij op dat praktisch gezien er weinig beschikbaar is zowel qua warmtebronnen als opslagmogelijkheden. Dit onderstreept nogmaals de urgentie om vol in te zetten op het verminderen van de warmtevraag door middel van isolatie van woningen en gebouwen. Wij hechten er aan dat bii omschakeling naar duurzame warmtebronnen het nemen van isolatiemaatreaelen een intrinsiek onderdeel vormt. Een aanvullende reden om sterk in te zetten op isolatie is dat de beschikbaarheid van warmte veelal in de vorm van Laagtemperatuur Verwarming (LTV) (temperaturen tot maximaal 45°C) is. Een voorwaarde om LTV te kunnen toepassen is dat de gebouwschil voldoende goed geïsoleerd is. De beschikbare warmte is veelal van laoe temperatuur, waardoor het grootschalig isoleren van de bestaande oebouwvoorraad noodzakeliik is. Isoleren is een 'no regret' maatregel, die nu genomen kan en moet worden om de warmtevraag te reduceren en laagtemperatuurverwarming op grote schaal mogelijk te maken. Daarbij is het van groot belang om de vertaling te maken naar onze inwoners.

Hoe concreter, betaalbaarder en realistischer we deze vertaling kunnen maken, hoe beter inwoners en corporaties in staat en bereid zijn om maatregelen te nemen.

Hoofdstuk 4: Besparen, Duurzame warmte, Duurzame opwek - Wat is nieuw in de RES 1.0 - Besparen - Duurzame warmte

6. Standpunt college 'Van strategie naar uitvoering' Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES streven wij naar maatschappelijk draagvlak en De grootste uitdaging van deze energietransitie is maatschappelilk draagvlak en het laten participeren van en organiseren van eigenaarschap bewustzijn, onder andere door: voor al onze inwoners. Wij vragen uitdrukkelijk aandacht voor deze sociale exercitie, waarbij transparantie, in gesprek gaan en lokaal eigenaarschap belangrijke - de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, elementen zijn. In dit kader heeft de gemeenteraad van Waaire recentelijk beleidsregels vastgesteld, waarmee maximale participatie in de vorm van lokaal bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; eigenaarschap in zon- en windenergieprojecten wordt geborgd/gestimuleerd. - te zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; Wij benadrukken dat het van groot belang is dat voor het succesvol uitvoeren van de RES voldoende financiële middelen, menskracht, juiste instrumentarium en kennis - lokaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie. beschikbaar komt, zodat gemeenten de regie kunnen pakken en concreet handen en voeten geven aan de energietransitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744072/1