Bijlage 6 - Duurzame bronnen en technieken
Tekst van het document
Duurzame bronnen en technieken Inleiding ..................................................................................................................................................................................................................................................................... 3 1. Warmtebronnen ................................................................................................................................................................................................................................................... 4 2.1. Aerothermie ..................................................................................................................................................................................................................................................... 5 2.1. Aquathermie .................................................................................................................................................................................................................................................... 6 2.3. Aardwarmte ..................................................................................................................................................................................................................................................... 9 2.4.
Restwarmte ................................................................................................................................................................................................................................................... 10 2.5. Zonthermie .....................................................................................................................................................................................................................................................11 3. Energiesysteem ................................................................................................................................................................................................................................................... 12 3.1. Grootschalige collectieve warmtevoorziening (warmtenet) ........................................................................................................................................................................... 12 3.2. Kleinschalig collectief ....................................................................................................................................................................................................................................
17 3.3 Individuele warmtesysteem ............................................................................................................................................................................................................................ 17 4. Warmtetechnieken ............................................................................................................................................................................................................................................... 18 4.1. Afleverset ...................................................................................................................................................................................................................................................... 18 4.2. Afgiftesysteem ............................................................................................................................................................................................................................................... 18 4.3. Warmtepomp.................................................................................................................................................................................................................................................
19 4.4 Airco ............................................................................................................................................................................................................................................................... 19 4.5. Elektrische boiler ........................................................................................................................................................................................................................................... 19 4.6. Waterstofketels ............................................................................................................................................................................................................................................. 20 4.7. Zonnecollectoren........................................................................................................................................................................................................................................... 20 4.8. PVT-panelen ................................................................................................................................................................................................................................................. 20 4.9.
Infraroodpaneel ............................................................................................................................................................................................................................................. 20 4.10. Biomassaketel / pelletkachel ....................................................................................................................................................................................................................... 21
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
4.11. Innovatieve warmtetechnieken .................................................................................................................................................................................................................... 21
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
Inleiding De warmtetransitie vormt een kernonderdeel van de energietransitie en raakt direct aan de leefomgeving van inwoners. Gemeenten hebben hierin een regierol, waarbij zij samen met netbeheerders, woningcorporaties, bewoners en andere stakeholders werken aan een toekomstbestendige warmtevoorziening. De opgave is complex en vraagt om lokale maatwerkoplossingen die passen binnen landelijke kaders. Doel van deze bijlage is om inzicht te geven in de uitgangspunten, keuzes en afwegingen die ten grondslag liggen aan het lokale warmteprogramma. De bijlage biedt een overzicht van de beschikbare warmtebronnen en technieken, de ruimtelijke en technische randvoorwaarden, en de wijze waarop deze zijn gewogen in relatie tot duurzaamheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Deze bijlage bestaat uit drie hoofdstukken: 1. Warmtebronnen, in dit hoofdstuk beschrijven we de verschillende type warmtebronnen, zoals luchtwarmte en aquathermie. 2. Energiesysteem, in dit hoofdstuk beschrijven we op hoofdlijnen de verschillende energiesystemen. Hoe wordt de warmte of koude van bron naar woning getransporteerd en welke aanpassingen zijn er nodig aan het energiesysteem om dit mogelijk te maken. 3. Warmtetechnieken, in dit hoofdstuk beschrijven we de verschillende warmtetechnieken om de warmte op te wekken en te leveren, centraal in de wijk en/of decentraal in de woning.
Het doel van deze bijlage is om inzicht te geven in de technische en praktische aspecten van duurzame warmteoplossingen. Daarmee vormt dit document een waardevolle basis voor het maken van goed onderbouwde keuzes in ons warmteprogramma. In deze bijlage staan de meest gangbare oplossingen van dit moment. Gedurende de looptijd van dit warmteprogramma volgen we de technische innovaties. Landelijke visie op warmtebronnen en -technieken Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei zet in op een mix van duurzame warmteoplossingen om de afhankelijkheid van aardgas te verminderen. De visie is dat warmtenetten, all-electric oplossingen (zoals lucht-waterwarmtepompen), en hybride systemen complementair zijn en lokaal afgestemd moeten worden op de gebouwde omgeving en infrastructuur. Het ministerie benadrukt het belang van: • • •
Efficiënt gebruik van lokale bronnen, zoals aquathermie, geothermie en restwarmte; Versnelling van de aanleg van warmtenetten, met aandacht voor publieke regie en betaalbaarheid; Sturing op innovatie en schaalbaarheid, zodat technieken zoals PVT-panelen en lage-temperatuurwarmte breder toepasbaar worden.
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
1. Warmtebronnen Een groot deel van de gebouwde omgeving in Eindhoven wordt op dit moment nog verwarmd met een gasgestookte CV-ketel. We gebruiken aardgas om warmte te maken. Op termijn willen we van aardgas af. Hiervoor hebben we alternatieve, duurzame warmtebronnen nodig. In dit hoofdstuk lees je welke bronnen we in Eindhoven hebben. De belangrijkste (potentiële) warmtebronnen in Eindhoven zijn aerothermie, aquathermie, bodemenergie en restwarmte van industrie en zonthermie. Duurzame gassen zoals groen gas en waterstof zien wij niet als duurzame bronnen voor de bebouwde omgeving. Deze zijn in te beperkte hoeveelheid beschikbaar. We onderzoeken wel de mogelijkheid om waterstof in te zetten voor het verduurzamen van bedrijfsprocessen. We volgen de mogelijkheden van innovatieve warmtebronnen, zoals warmte uit collectorvelden en ijzerpoeder. Als we mogelijkheden zien stimuleren we deze innovatieve bronnen door mee te doen met pilotstudies. Voor het Warmteprogramma gaan we uit van de capaciteitsinschatting in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. Deze getallen zijn eerste inschattingen. We moeten in de ha albaarheidsstudies onderzoeken of deze capaciteit daadwerkelijk haalbaar is. De data uit deze tabel komen uit een inventarisatie voor het Energie Systeem Ontwerp Eindhoven (2024) en het Water Energie Plan gemeente Eindhoven (2025).
Hoofdtype bron Aerothermie Aquathermie
Geothermie Restwarmte Zonthermie
Subtype TEA: Thermische Energie Afvalwater TEA: Thermische Energie Afvalwater TEO: Thermische Energie Oppervlaktewateren TEO: Thermische Energie Oppervlaktewateren TED: Thermische Energie Drinkwater Ondiepe geothermie Hoge temperatuur processen Datacentra, koeling
Omschrijving Warmte uit de buitenlucht Warmte van de RWZI: Rioolwaterzuivering Warmte uit het riool: Riothermie Warmte uit stromende wateren Warmte uit stilstaande wateren Warmte uit drinkwaterleidingen Warmte uit bodem tussen 500 en 1500m onder maaiveld (3 locaties) Restwarmte bedrijfsprocessen Restwarmte bedrijfsprocessen Collectorvelden op sportparken in combinatie met WKO Zonnecollectoren PVT-panelen
TOTAAL Tabel 1 Capaciteitsinschatting voor de verschillende warmtebronnen in Eindhoven
Capaciteit [ TJ per jaar] Oneindig 430 n.t.b. 171 220 n.t.b. 870
Temperatuur bron [°C] Buitentemperatuur 15 - 25 15 - 25. 15 - 25 15 - 25 15 - 25 40 - 50
260 245 250 Oneindig Oneindig 2446
~70 ~30? 15 - 25 15 - 25 30 - 55
De totaal verwachte warmtevraag in de gebouwde omgeving in 2050 is ongeveer 6100 TJ. De capaciteit van de duurzame bronnen, afgezien van lucht, is dus onvoldoende om Eindhoven van warmte te voorzien. Hieronder beschrijven we per type bron hoe deze gebruikt kan worden in een collectieve warmteoplossing. Belangrijke eigenschappen warmtebronnen De bruikbaarheid van een warmtebron hangt af van de volgende eigenschappen: • De hoeveelheid warmte die een bron per jaar kan produceren; • De temperatuur van de warmtebron;
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
• •
De kosten voor de warmtebron; De leveringszekerheid van de bron.
De hoeveelheid warmte die een bron produceert, bepaalt hoeveel huizen ermee worden verwarmd. Als vuistregel houden we aan dat er 30 GJ nodig is om een goed geïsoleerd huis te verwarmen. Als de temperatuur van de warmtebron lager is dan de temperatuur die nodig is om een huis te verwarmen, dan moet dat temperatuurverschil worden overbrugd. Dit gebeurt meestal met een warmtepomp. De warmtepomp gebruikt elektriciteit om de temperatuur van de warmte uit de bron te verhogen. Hoe groter het temperatuurverschil, hoe meer elektriciteit de warmtepomp nodig heeft. De kosten voor de warmtebron bepalen mede de prijs van de warmtelevering. Het gaat hierbij om kosten voor het ontwikkelen van de bron en gebruik van de bron. Hierbij horen ook de kosten voor aanvullende technieken zoals warmtepompen en opslag van warmte, inclusief de benodigde elektriciteit tijdens gebruik. De leveringszekerheid van een bron moet altijd gegarandeerd zijn omdat warmte een basisbehoefte is. Warmtenetten worden aangelegd voor meer dan 30 jaar. De warmtebron moet al die jaren betrouwbaar warmte kunnen leveren of onderdeel zijn van een (gefaseerde) bronnenstrategie van duurzame bronnen. De bronnenmix laat zien dat er voldoende potentie is om de warmtevraag in te vullen. Bodemenergie en restwarmte zijn de belangrijkste bronnen voor collectieve warmtenetten.
Het is belangrijk te beseffen dat het hier om ingeschatte maximale bijdragen gaat. Er zit een wisselwerking tussen de ontwikkeling van bronnen: als één bron zich sterker ontwikkelt, zal een andere bron van hetzelfde temperatuurniveau zich minder ontwikkelen. De getallen moeten dus niet opgevat worden als kwantitatieve beleidsdoelen waar het Rijk op stuurt. Het beleid van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) is erop gericht dat de duurzame warmtebronnen zich voldoende ontwikkelen om de collectieve warmtevraag maatschappelijk zo effectief mogelijk in te vullen. Waar het aanbod van warmte kan worden afgestemd op de lokale warmtevraag in de gebouwde omgeving, en een warmtenet kosteneffectief kan worden ontwikkeld, is dat vanuit duurzaamheid, impact op elektriciteitsnet en betaalbaarheid vaak de maatschappelijk wenselijke oplossing. De belangrijkste (potentiële) warmtebronnen in Eindhoven zijn aerothermie, aquathermie, bodemenergie en restwarmte van industrie en zonthermie. Hieronder beschrijven we per type bron hoe deze gebruikt kan worden in een collectieve warmteoplossing, en voor welke concrete gebieden we deze bronnen in willen zetten.
2.1. Aerothermie Bij aerothermie wordt warmte uit de buitenlucht gebruikt. Deze warmte heeft nog niet de juiste temperatuur om een woning te verwarmen. Een warmtepomp zorgt voor de gewenste temperatuur. Daar is elektriciteit voor nodig. Als het buiten kouder is, is er meer elektriciteit nodig. De duurzaamheid van deze warmtebron wordt dus bepaald door de luchttemperatuur gedurende het jaar en de duurzaamheid van de elektriciteitsmix. De elektriciteitsmix is afhankelijk van het aandeel duurzame energie in het totale elektriciteitsverbruik. Het aandeel duurzame energie in de elektriciteitsmix neemt de komende jaren verder toe. De hoeveelheid lucht-energie is enorm groot en altijd in voldoende mate aanwezig om te kunnen gebruiken. Nadeel is dat er relatief veel elektriciteit nodig is om de gewenste temperatuur te bereiken. Gelukkig is energie uit lucht gratis en is de leveringszekerheid over een periode van 30 jaar geen probleem.
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
Warmte uit lucht zal in Eindhoven vooral voor de individuele oplossing gebruikt worden, maar ook als aanvullende warmtebron voor collectieve voorzieningen. We zien met name in gebieden met veel nieuwbouw een rol voor aerothermie. De geplande nieuwbouw in Eindhoven is voornamelijk hoogbouw. Door de hoge mate van isolatie van nieuwbouw is de koudevraag in de zomer hoger dan voor minder goed geïsoleerde woningen. Passieve koeling zorgt ervoor dat de temperatuur toch aangenaam blijft. Bij passieve koeling stroomt er koud water door de radiatoren of vloerverwarming. Een collectieve voorziening kan zowel warmte als koude leveren. Als dit gebeurt in combinatie met een warmte- koude opslag (WKO) dan houden de warmte en koude levering vanuit de WKO elkaar ten dele in balans en is er minder warmte van een andere bron nodig om de WKO helemaal in balans te houden. Die andere bron is vaak lucht. In de zomer wordt er met droge koelers warmte uit de lucht gehaald en in de WKO geladen.
Figuur 2 – principeschema warmtepomp (bron: Warmtepompen)
2.1. Aquathermie Bij aquathermie wordt warmte uit water gebruikt. Er zijn verschillende vormen van aquathermie. De belangrijkste vormen voor Eindhoven zijn Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) en Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO). Het is ook mogelijk om warmte te winnen uit drinkwater (TED) en rioleringsbuizen (Riothermie). Hoewel we verwachten dat de potentie beperkt is gaan we dit onderzoeken. Vooralsnog zien we dit slechts als aanvullende warmtebronnen. De potentie van de TEA en TEO-bronnen is samen met Waterschap Dommel onderzocht en beschreven in het Waterenergieplan Eindhoven 1. Bij het bepalen van de potentie is rekening gehouden met de grenzen van ecosystemen en waterbeheer en met leveringszekerheid van de bron. Aandachtspunten bij het toepassen van aquathermie is de koudelozing op het water en de filtering van het water. Risico van de koudelozing is dat de temperatuur van het water te laag wordt en daarmee de ecologie aantast. Risico van het filteren is dat er teveel microorganismen dood gaan. Daarom is er een limiet dat maximaal 10% van het debiet (stromend) of volume (stilstaand) water gebruikt mag worden. Deze limiet geldt niet voor TEA 1 Waterenergieplan Eindhoven, Gemeente Eindhoven & Waterschap De Dommel, 2025
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
omdat het water van de effluent van de RWZI ‘dood’ water is. Daarom is er meer warmte te winnen uit de RWZI dan uit de Dommel stroomafwaarts van de RWZI. De hoeveelheid warmte die uit de RWZI te winnen is, wordt voornamelijk gelimiteerd door de grenzen aan de koudelozing op de Dommel. Na zuivering van het rioolwater bij de RWZI stroomt het effluent de Dommel in. Het resultaat van de inschatting van de aquathermie capaciteit staat in Figuur 2.
Figuur 3 Aquathermie locaties Eindhoven inclusief capaciteit in [TJ/jaar]. Bron: Waterenergieplan Eindhoven De grootste aquathermie bronnen zijn: • De Rioolwaterzuivering (RWZI) met 430 TJ/jaar • 4 locaties in de Dommel stroomopwaarts van de RWZI van elk 22,5 TJ/jaar • 10 locaties in het Beatrix kanaal van elk 15,8 TJ/jaar • 5 locaties in het Eindhovens kanaal van elk 11,7 TJ/jaar De Rioolwaterzuivering (RWZI) op de van Oldenbarneveltlaan is een TEA bron en veruit de grootste aquathermie bron in Eindhoven. Binnen de ecologische randvoorwaarden kan er 430 TJ aan warmte geleverd worden. Hiermee kunnen ruim 8000 woningequivalenten verwarmd worden. Warmte die in de zomer gewonnen wordt, wordt opgeslagen in
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
een warmte – koude opslag (WKO) systeem in de bodem. In de winter wordt deze warmte gebruikt voor het warmtenet. Rioolwaterzuivering is belangrijk voor onze drinkwater voorziening, leveringszekerheid over een periode van 30 jaar is daarom betrouwbaar. De hoeveelheid warmte die uit de RWZI gewonnen wordt kan in de toekomst groter blijken te zijn. Dit zou kunnen door de warmte van de RWZI ook in de herfst periode te gebruiken. Warmte van de RWZI wordt dan niet alleen aan de WKO’s geleverd maar ook direct aan het warmtenet. Door monitoring van de ecologie kan er ook meer ruimte blijken te zijn voor het leveren van warmte. Eindhoven wil de RWZI gebruiken als warmtebron voor een warmtenet in Eindhoven Noordoost. De buurten Oude Toren, Generalenbuurt, Oude Gracht-West, Hondsheuvels, Eckart en Vlokhoven zullen stap voor stap aangesloten worden. De voorbereidingen voor dit warmtenet zijn in volle gang. De gemeente wil de haalbaarheid onderzoeken van het beter benutten van de capaciteit van de RWZI. Dit zou betekenen dat het warmtenet later uitgebreid kan worden naar de wijken Vaartbroek en Oude Gracht-Oost. Voor TEO zijn de belangrijkste bronnen de Dommel, het Beatrix kanaal en het Eindhovens kanaal. In Tabel 2 staat welke buurten we willen koppelen aan de beschikbare bronnen. Een haalbaarheidsstudie moet onderzoeken of een collectieve warmteoplossing mogelijk is. Bron Dommel
Buurt Stadhuisplein Centrumgebied Groots Gestel Fellenoord Oud-Woensel Beatrix kanaal Lievendaal ‘t Ven Flight Forum Brainport Industries Campus Groots Gestel Eindhovens kanaal Nieuwbouw Irisbuurt Doornakkers-Oost Tongelreep Genneper parken Tabel 4 - Koppeling tussen TEO bronnen en buurten
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
2.3. Aardwarmte Aardwarmte is de natuurlijke warmte die in de aardkorst is opgeslagen en die kan worden benut voor het verwarmen van gebouwen, het opwekken van elektriciteit of voor industriële processen. We maken onderscheid in 3 soorten aardwarmte:
• • • •
Ondiepe aardwarmte / bodemenergie (tot ca. 500 meter diep): vaak gebruikt in warmtepompen voor woningen. Middel-diepe aardwarmte (500 – 1500 meter diep): gebruikt voor kleinschalige collectieve systemen. Diepe geothermie (tot enkele kilometers diep): gebruikt voor stadsverwarming of industriële processen. Ultradiepe geothermie (meer dan 4 km diep): potentieel voor elektriciteitsopwekking in Nederland, maar nog in onderzoeksfase.
Op moment van schrijven doet Energie Beheer Nederland (EBN) onderzoek naar de potentie van (ultra)diepe geothermie in de regio van Eindhoven. Deze potentiële warmtebron heeft een temperatuur van 40 – 50 °C en een grote capaciteit. Het ontwikkelen van de bron vraagt een grote investering, maar het gebruik van de bron is goedkoop omdat de temperatuur nauwelijks opgehoogd hoeft te worden. Het zou daarmee een erg goede bron zijn om de bestaande (en oudere) woningen in Eindhoven te verwarmen. Onderzoek moet uitwijzen of dit potentieel ook daadwerkelijk aanwezig is. Hiervoor vindt op dit moment een proefboring plaats bij de Stad van Gerwen. Resultaten van dit onderzoek worden in de loop van 2026 verwacht. Verdere ontwikkeling van geothermie bronnen zal meerdere jaren in beslag nemen. Om geothermieputten te ontwikkelen is ruimte nodig. Voor het warmteprogramma hebben we 3 fictieve locaties voor geothermie meegenomen. Het gaat om 2 locaties nabij het DAF-terrein en 1 locatie op Strijp. De bronnen nabij het DAF terrein zijn gekoppeld aan Stratum en de bron op Strijp is bedoeld als potentiële vervanging van de gascentrale voor het warmtenet van Ennatuurlijk. Wij starten een haalbaarheidsonderzoek naar de haalbaarheid van een warmtenet in Stratum op basis van geothermiebronnen.
Mocht blijken dat een warmtenet op basis van geothermie haalbaar is, dan kan restwarmte van de HTL-DHT als voorlopige bron gebruikt worden. Met een restwarmtebron is het mogelijk om het warmtenet stap voor stap te ontwikkelen en hoeven we niet te wachten totdat de geothermiebron gerealiseerd is. Het ontwikkelen van geothermiebronnen neemt vele jaren in beslag. Daarnaast zijn en blijven we in contact met Ennatuurlijk over de verduurzaming van hun warmtenet.
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
Figuur 5 – Principeschema geothermie, het water uit de injectieput warmt op naar mate het ondergronds naar de productieput stroomt (bron: Geothermie (aardwarmte) | Transitievisie Warmte OWO-gemeenten)
2.4. Restwarmte Eindhoven heeft een aantal restwarmtebronnen. Het gaat hier om restwarmte van industriële processen. Op basis van gasverbruik is een initiële inschatting gemaakt van de beschikbare capaciteit. Of deze capaciteit daadwerkelijk uit te koppelen is, is nog niet overal onderzocht. Wij zien een risico in het gebruik van restwarmte als primaire bron voor woonwijken. Warmtelevering is niet het primaire doel van de bedrijven die de warmte leveren, waardoor er een risico is voor de leveringszekerheid. Zonder alternatieve bronnen (of bronnenstrategie) die de restwarmte kunnen vervangen richten we ons in eerste instantie op de andere bronnen voor het ontwikkelen van warmtenetten in woonwijken. Voor het verduurzamen van fabrieksterreinen of het verduurzamen van de bestaande warmtenetten onderzoeken we de mogelijkheden van het gebruik van restwarmte wel. Op de Hurk onderzoeken we samen met de daar gevestigde bedrijven of een warmtenet met gebruik van restwarmte mogelijk is. Voor de verduurzaming van de biomassacentrale onderzoeken we of het haalbaar is restwarmte van het Interconnect datacentrum te gebruiken. Mocht geothermie mogelijk blijken dan onderzoeken we of de restwarmte van de HTL-DHT gebruikt kan worden voor de eerste fase van de ontwikkeling van het warmtenet.
De Wet Collectieve Warmte (Wcw) kent het ophaalrecht, dit houdt in dat een warmteleverancier het recht heeft om restwarmte van een bedrijf af te nemen, mits deze leverancier de afname faciliteert (dus de benodigde infrastructuur en kosten op zich neemt) en er een overeenkomst wordt gesloten met het bedrijf dat de restwarmte produceert. Dit recht is bedoeld om het gebruik van restwarmte te stimuleren als duurzame bron binnen collectieve warmtesystemen, en draagt bij aan de efficiëntie en verduurzaming van de warmtetransitie.
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
2.5. Zonthermie Zonthermie is een techniek waarbij zonlicht wordt gebruikt om warmte op te wekken, in plaats van elektriciteit zoals bij zonnepanelen. Deze warmte kan worden ingezet voor het verwarmen van tapwater, ruimtes of als bron voor een warmtepomp. Er zijn verschillende technologieën binnen zonthermie, waarvan zonnecollectoren en PVT-panelen de meest voorkomende zijn. Toepassing van zonnecollectoren en PVT-panelen zien we als kansrijk bij de verduurzaming van individuele woningen en/of bij kleine collectieve warmtenetten. In aanvulling op deze bronnen onderzoeken we de potentie van collectorveld voor invoeden op (klein)collectieve warmtenetten.
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
3. Energiesysteem In dit hoofdstuk kijken we eerst naar het energiesysteem; • Een grootschalig collectief warmtenet . > 1.500 woningequivalenten • Een kleinschalig collectief warmtenet. Ca. 10 tot 1.500 woningequivalenten • Een individueel warmtesysteem. 1 woning/pand
3.1. Grootschalige collectieve warmtevoorziening (warmtenet) Bij een grootschalig warmtenet worden de woningen verwarmd door warmte uit een warmtenet. Warmte van een warmtebron wordt door leidingen naar de woningen getransporteerd en daar gebruikt voor het verwarmen van de woning. Een schematisch voorbeeld van een warmtenet staat in Figuur 4Figuur . Vanuit de bron is er een transportcircuit naar warmte overdracht stations (WOS). Daar wordt de warmte overgedragen aan het distributienet. Bij de woning wordt de warmte met een afgiftesysteem overgedragen aan het afgiftesysteem in de woning.
Figuur 6 Schematisch voorbeeld van grootschalig warmtenet (Bron: Uitleg strategieën en varianten | Startanalyse aardgasvrije buurten)
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
Op hoofdlijnen maken we bij type warmtenetten onderscheid in: Type
Temperatuur
Potentiële Warmtebronnen
Voordelen
Nadelen
Hoogtemperatuur (HT)
> 75 °C
Afvalverbranding, industriële restwarmte
Kan bestaande infrastructuur en radiatoren gebruiken
Hoge warmteverliezen, minder duurzaam, vaak fossiele bronnen
Middentemperatuur (MT) Laagtemperatuur (LT)
55–75 °C
< 30 °C
Geschikt voor bestaande bouw met beperkte aanpassingen Hoge efficiëntie, minder warmteverlies, geschikt voor goed geïsoleerde gebouwen Zeer energie-efficiënt, geschikt voor goed geïsoleerde nieuwbouw
Hogere verliezen dan LT, minder efficiënt
Zeer Laagtemperatuur (ZLT)
Geothermie, restwarmte, biomassaketels Aquathermie, restwarmte, warmtepompen WKO, PVT, aquathermie
Restwarmte, PVT, WKO, aquathermie
In aanvulling op ZLT-warmtenet nog efficiënter door uitwisseling van warmte en koude
30–55 °C
5e generatie 10-40 °C warmtenet Tabel 7 – type warmtenetten
Niet geschikt voor slecht geïsoleerde bestaande bouw zonder opwaardering Vereist lage temperatuurafgiftesystemen (vloerverwarming), vaak elektrische naverwarming nodig voor warm tapwater Complexe aansturing en ICT-infrastructuur vereist.
HT-warmtenetten zijn warmtenetten die gebruik maken van warmtebronnen met een hoge temperatuur. Voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving kiezen we niet hoge temperatuur warmtenetten. Dit komt onder andere door de beperkte hoge temperatuurbronnen, hoge leidingverliezen en beperkte mogelijkheid om over te schakelen op duurzame warmtebronnen. Deze duurzame bronnen zijn vaak lage(re) temperatuur. Om die reden geven wij de voorkeur aan Lage(re) Temperatuur warmtenetten. Opwaardering warmte De warmte van de bron heeft niet altijd de juiste temperatuur om een woning mee te kunnen verwarmen. Als de temperatuur van de bron te laag is, moet deze verhoogd worden. Dit noemen we opwaarderen en gebeurt meestal met een (booster)warmtepomp. Daar is elektriciteit voor nodig. Hoe groter het verschil in temperatuur tussen bron en afgiftetemperatuur in de woning, hoe meer elektriciteit er nodig is. Het opwaarderen kan ook met een centrale warmtepomp in een Warmte Overdracht Station (WOS) gebeuren voor een groter gebied of een appartementencomplex. Warmteopslag De warmtevraag is niet constant gedurende het jaar. Er zijn schommelingen gedurende de dag, van dag tot dag en van seizoen tot seizoen. Als het -10 °C is, is er een piekvraag naar warmte, gedurende de zomer is de warmtevraag laag. Het toevoegen van opslag- en piekvoorzieningen maakt het warmtenet robuuster en goedkoper.
Opslag is er in verschillende vormen. Seizoensopslag in de bodem is mogelijk met een Open Bodem Energie Systeem (OBES) ook wel Warmte- Koude Opslag (WKO) genoemd. Voordeel van een WKO-systeem is dat er in de zomerperiode ook koude geleverd kan worden. Zie figuur 5 voor een principeschema van een WKO. De opbouw van de bodem in Eindhoven blijkt erg geschikt voor de toepassing van WKO’s. Onder een deklaag van zand is een watervoerend pakket aanwezig met een dikte van 45 tot 60 m. Dit pakket is afgescheiden van dieperliggende lagen door een waterremmende kleilaag. Er is een eerste inschatting gemaakt van de maximale warmte en koude capaciteit van WKO’s in deze laag om een idee te krijgen in welke mate WKO’s een rol kunnen spelen. Deze inschatting is beschreven voor verschillende gebieden:
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
Centrumgebied2, Eindhoven NoordOost, Gestel3 en de rest van Eindhoven4. Als WKO’s een onderdeel zijn van een warmtenet oplossing moet er een meer detail studie gedaan worden naar geschikte locaties, beschikbare capaciteit en regeneratie van de benodigde WKO’s. Dit onderzoek is onderdeel van een haalbaarheidsstudie voor een warmtenet. Andere vormen van warmteopslag zijn een opslagvat en een buffervat. Een opslagvat bij de WOS als buffer zorgt ervoor dat schommelingen over de dag heen beter opgevangen kunnen worden. Een buffervat in de woning voor tapwater zorgt voor een stabielere vraag naar tapwater.
2 Masterplan Bodemenergie Centrumgebied Eindhoven, 2023
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
Figuur 8 – Principeschema koeling en verwarming met behulp van een WKO. (Bron: Warmte Koude Opslag - WUR) Buurtwarmtecentrale Een buurtwarmtecentrale (BWC) is een kleinschalige energievoorziening die duurzame warmte levert aan een groep woningen binnen een buurt of wijk. Deze centrale maakt gebruik van lokale warmtebronnen, zoals aerothermie of aquathermie, en distribueert de warmte via een ondergronds leidingnet naar aangesloten gebouwen. Het voordeel van
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
een BWC is dat het systeem schaalbaar en flexibel is: het kan afgestemd worden op de specifieke behoeften van de buurt en biedt bewoners de mogelijkheid om gezamenlijk te investeren in duurzame energie. Daarnaast draagt het direct bij aan de reductie van CO₂-uitstoot en vermindert het de afhankelijkheid van aardgas. Een belangrijk kenmerk van een BWC is dat het systeem ontworpen kan worden met het oog op toekomstige uitbreiding. Door het netwerk modulair op te bouwen, ontstaat de mogelijkheid om het warmtevoorzieningssysteem uit te breiden naar een groter wijkwarmtenet. Dit betekent dat meerdere BWC’s gekoppeld worden, of dat de infrastructuur voorbereid is op aansluiting op een grotere regionale warmtebron. Zo groeit een lokaal initiatief uit tot een robuust en efficiënt warmtenet dat op wijkniveau functioneert, met schaalvoordelen op het gebied van kosten, betrouwbaarheid en duurzaamheid. Deze groeimogelijkheid maakt de buurtwarmtecentrale tot een strategische stap in de energietransitie. In Eindhoven Noord-oost maken we gebruik van BWC’s in het groeiscenario naar een wijkwarmtenet. In onderstaande figuur zijn de zoekgebieden voor BWC’s opgenomen.
Figuur 4: Zoekgebieden Buurtwarmtecentrale’s Gebiedsgerichte aanpak Eindhoven Noord-Oost Figuur 9 - zoekgebied BWC Eindhoven Noord-oost
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
3.2. Kleinschalig collectief Kleinschalige collectieve systemen lijken voor wat betreft het distributiesysteem veel op grootschalige collectieve warmtenetten. Belangrijkste verschil is de omvang van het warmtenet en de organisatievorm. We spreken van kleinschalig collectief bij minder dan 1.500 aansluitingen. Voor kleinschalige collectieve energiesystemen geldt een uitzonderingspositie in de Wet Collectieve Warmte. Voor deze systemen geldt, na ontheffing van het College van B&W, het publiek meerderheidsaandeel niet. Kleinschalig collectief gaat een belangrijke rol spelen in de warmtetransitie. Een kleinschalig collectief is met name interessant bij (gestapelde) nieuwbouw. Ook in gebieden waar een grootschalig warmtenet door de afstand tussen de warmtebron en het gebied niet interessant is, maar het gebied wel een hoge bebouwingsdichtheid kent. In dat geval kunnen gebouweigenaren, waaronder woningcorporaties, particulieren en beleggers, samenwerken om gezamenlijk tot een klein collectief warmtenet te komen. In gebieden waar we de keus voor de individuele oplossing maken, houden we nadrukkelijk de mogelijkheid open voor klein-collectieve systemen. Het kan hierbij gaan om mini-warmtenetten met gedeelde bodemlussen of kleinschalige warmtenetten.
Het ontstaan van deze klein-collectieve systemen kan door het gebied zelf geïnitieerd worden of onderdeel zijn van de gebiedsaanpak van de gemeente in een gebied waar de gemeente aan de slag gaat om de gebied van het gas af te halen.
3.3 Individuele warmtesysteem Bij de individuele oplossing worden alle gebouwen verwarmd met een individuele elektrische warmtepomp. Er zijn meerdere varianten mogelijk voor de warmtepomp. De warmtepomp kan de warmte uit de lucht halen met een buitenunit. Een andere mogelijkheid is warmte uit de bodem te halen met een bodemlus. Het voordeel van warmte uit de bodem is dat er minder elektriciteit nodig is om de juiste afgiftetemperatuur van het verwarmingswater te bereiken. Dit komt omdat de temperatuur van de bodem hoger is dan de temperatuur van de buitenlucht. Daarnaast is de kans op geluidsoverlast kleiner omdat er geen buitenunit nodig is. Het nadeel van een bodemlus is dat de initiële kosten om het systeem aan te leggen hoger zijn en dat de bodemlus niet overal mogelijk/wenselijk is. Om de afweging in het Warmteprogramma te maken gaan we uit van een individuele warmtepomp op basis van lucht. Voor de individuele oplossing zijn de volgende aanpassingen in de woning nodig: Isoleren tot minimaal schillabel B Buffervat voor warm tapwater Aanpassingen aan afgiftesysteem; vervangen radiatoren en/of plaatsen vloerverwarming. Inductiekookplaat Daarnaast is er ook een hybride warmtepomp. De hybride warmtepomp werkt samen met de cv-ketel. Meestal wordt de warmte geleverd door de warmtepomp, bij een piekvraag naar warmte op erg koude dagen springt de CV-ketel bij.
Dit betekent dat er minder aanpassingen in de woning noodzakelijk zijn, maar ook dat de woning nog niet van het gas af kan.
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
4. Warmtetechnieken Om gebouwen aardgasvrij te maken, is een breed scala aan warmtetechnieken beschikbaar. Deze technieken variëren van collectieve oplossingen zoals warmtenetten tot individuele systemen zoals warmtepompen en infraroodpanelen. Elk van deze technieken heeft zijn eigen toepassingsgebied, technische eigenschappen en mate van duurzaamheid. In deze paragraaf worden de belangrijkste technieken toegelicht die momenteel worden ingezet of ontwikkeld om de gebouwde omgeving te verduurzamen.
4.1. Afleverset Een afleverset is een belangrijk onderdeel van een warmtenet. Het zorgt voor de overdracht van warmte van het collectieve net naar de woning of het gebouw. De set bevat onder andere een warmtewisselaar, regelkleppen, beveiligingen en vaak ook een module voor warm tapwater. Hiermee regelt de afleverset de temperatuur, druk en veiligheid van het binnenkomende warme water en zorgt hij ervoor dat het geschikt is voor verwarming en/of tapwatergebruik in de woning. Er zijn verschillende typen afleversets, afhankelijk van de toepassing: enkelvoudige sets (alleen verwarming), combisets (verwarming en tapwater), en directe of indirecte sets (met of zonder warmtewisselaar). Indirecte sets zijn veiliger omdat ze het net en de woning hydraulisch scheiden, terwijl directe sets eenvoudiger en goedkoper zijn. De keuze voor een type afleverset hangt af van het temperatuurniveau van het warmtenet, de gebouwinstallatie en de gewenste mate van comfort en veiligheid.
4.2. Afgiftesysteem
Figuur 10 - Afleverset in woning
Een afgiftesysteem is het onderdeel van een verwarmingsinstallatie dat de opgewekte warmte overdraagt aan de binnenruimte. Bij vloerverwarming stroomt warm water door leidingen in de vloer, waardoor de vloer gelijkmatig opwarmt en warmte langzaam en comfortabel wordt afgegeven via straling. Conventionele radiatoren werken op hogere temperaturen (vaak 70–80 °C) en geven warmte af via convectie en straling; ze warmen snel op maar zijn minder efficiënt bij lage aanvoertemperaturen. Lage temperatuur radiatoren zijn speciaal ontworpen om effectief te functioneren met water van lagere temperaturen (30–55 °C), zoals bij warmtepompen. Ze hebben vaak een groter oppervlak of ingebouwde ventilatoren om voldoende warmte af te geven ondanks de lagere temperatuur.
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
4.3. Warmtepomp Een warmtepomp is een elektrisch aangedreven systeem dat warmte verplaatst van een lage naar een hogere temperatuur. In plaats van warmte op te wekken door verbranding (zoals bij een cv-ketel), haalt een warmtepomp warmte uit de omgeving – zoals lucht, bodem of water – en maakt die geschikt voor verwarming van gebouwen en tapwater. Dit gebeurt met behulp van een koelmiddel en een compressor, vergelijkbaar met hoe een koelkast werkt, maar dan omgekeerd. Warmtepompen spelen een sleutelrol in het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Ze zijn inzetbaar in verschillende vormen: • All-electric warmtepompen vervangen de cv-ketel volledig en zijn vooral geschikt voor goed geïsoleerde woningen. • Hybride warmtepompen combineren een elektrische warmtepomp met een HR-ketel en zijn een tussenoplossing voor bestaande bouw. • Daarnaast zijn er collectieve warmtepompen die warmte leveren aan meerdere woningen via een laagtemperatuur warmtenet, vaak in combinatie met bronnen zoals WKO of aquathermie. Warmtepompen kunnen ook worden toegepast in combinatie met vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren, wat het rendement Figuur 11 – Warmtepomp plus verhoogt. In appartementencomplexen of gestapelde bouw worden soms centrale warmtepompen gebruikt, waarbij één installatie voorraadvat in woning meerdere woningen bedient.
Ook in combinatie met zonnepanelen (PVT-panelen) of seizoensopslag kunnen warmtepompen bijdragen aan een volledig duurzame energievoorziening. De keuze voor een type warmtepomp hangt af van factoren zoals het isolatieniveau van het gebouw, de beschikbare ruimte, het elektriciteitsnet, en de warmtevraag. Hoewel de initiële investering hoger is dan bij een cv-ketel, zijn warmtepompen op termijn vaak goedkoper in gebruik en dragen ze bij aan CO₂-reductie.
4.4 Airco Een airco, ofwel lucht-lucht warmtepomp, is een elektrisch apparaat dat lucht koelt én kan verwarmen. Het systeem onttrekt warmte aan de binnenlucht en voert die af naar buiten (koeling), of haalt warmte uit de buitenlucht en blaast die naar binnen (verwarming). Moderne airco’s zijn vaak uitgerust met een invertertechniek, waardoor ze efficiënt kunnen schakelen tussen verwarmen en koelen. Ze zijn snel, compact en eenvoudig te installeren, vooral in bestaande bouw waar geen centrale verwarming aanwezig is. Bij het duurzaam verwarmen van woningen biedt een airco voordelen zoals directe verwarming zonder gas, snelle reactietijd en de mogelijkheid tot koeling in de zomer. Nadelen zijn het relatief hoge elektriciteitsverbruik bij intensief gebruik, beperkte geschiktheid voor slecht geïsoleerde woningen, en het feit dat ze vooral lucht verwarmen en minder geschikt zijn voor warmtapwaterproductie. Aanvullend kunnen Airco’s in de zomer zorgen voor een versterkt stedelijk hitte-eiland effect doordat ze bij het koelen van de woning de buitenlucht verder opwarmen. Airco’s zijn vooral interessant als aanvullende oplossing in goed geïsoleerde woningen of in combinatie met zonnepanelen.
4.5. Elektrische boiler De elektrische boiler speelt een ondersteunende rol in het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving, met name bij de productie van warm tapwater. In situaties waar geen cv-ketel meer aanwezig is – bijvoorbeeld bij all-electric warmtepompsystemen of in combinatie met een warmtenet zonder tapwatervoorziening – zorgt de elektrische boiler voor de opslag en levering van warm water. De boiler verwarmt water met een elektrisch element en slaat dit op in een geïsoleerd vat, zodat het direct beschikbaar is wanneer nodig.
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
Elektrische boilers zijn relatief eenvoudig te installeren en kunnen zowel individueel (per woning) als collectief (voor meerdere appartementen) worden toegepast. Ze zijn vooral geschikt als aanvullende voorziening in goed geïsoleerde woningen of in combinatie met duurzame elektriciteit, zoals zonnepanelen. Wel is het belangrijk rekening te houden met het hogere elektriciteitsverbruik en de benodigde netcapaciteit, vooral bij grotere volumes of gelijktijdig gebruik
4.6. Waterstofketels In de energietransitie kunnen waterstofketels een rol spelen als aanvullende of tijdelijke oplossing in de gebouwde omgeving, met name in bestaande bouw waar de overstap naar all-electric systemen ingrijpend of kostbaar is. De inzet van waterstof is echter sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van groene waterstof (geproduceerd met hernieuwbare energie), die momenteel nog schaars en duur is. Daarom wordt waterstofverwarming vooral gezien als een optie voor de langere termijn of voor specifieke niches, en niet als grootschalige vervanger van aardgas op korte termijn.
4.7. Zonnecollectoren Zonnecollectoren spelen een ondersteunende rol in het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving door op een duurzame manier warm tapwater te leveren. Ze maken gebruik van zonnecollectoren op het dak die zonlicht omzetten in warmte, die vervolgens wordt opgeslagen in een voorraadvat. Deze warmte kan worden gebruikt voor douchewater, de keuken of – in sommige gevallen – voor ruimteverwarming. Zonneboilers zijn vooral effectief in combinatie met andere duurzame technieken zoals warmtepompen of elektrische bijverwarming.
4.8. PVT-panelen PVT-panelen (PhotoVoltaïsch-Thermisch) combineren zonne-energieopwekking met warmtewinning in één systeem. Ze bestaan uit een Figuur 12 – Zonnecollectoren op schuin dak standaard zonnepaneel (PV) met daarachter een thermische collector die warmte uit zonlicht en omgevingslucht opneemt. Deze warmte kan worden gebruikt voor tapwaterverwarming of als bron voor een warmtepomp. Daarmee dragen PVT-panelen bij aan zowel de elektrificatie als de verduurzaming van de warmtevoorziening in woningen. In de aardgasvrije gebouwde omgeving worden PVT-panelen vooral toegepast in all-electric systemen, vaak in combinatie met een warmtepomp en een buffervat. Ze zijn bijzonder geschikt voor goed geïsoleerde woningen met beperkte ruimte voor aparte zonnecollectoren of bodemlussen. PVT-panelen verhogen het rendement van warmtepompen doordat ze een stabielere en hogere brontemperatuur leveren dan buitenlucht, vooral in de winter. Zo dragen ze bij aan een efficiënte, duurzame en ruimtebesparende oplossing voor verwarming en warm tapwater.
4.9. Infraroodpaneel Infraroodpanelen zijn elektrische verwarmingssystemen die warmte uitstralen in de vorm van infraroodstraling. In tegenstelling tot traditionele verwarming, die de lucht opwarmt, verwarmen infraroodpanelen direct objecten en mensen in de ruimte. Dit maakt ze bijzonder geschikt voor gerichte verwarming van specifieke zones, zoals werkplekken, badkamers of kleine ruimtes. Ze zijn dun, stil, onderhoudsvrij en kunnen eenvoudig aan wanden of plafonds worden gemonteerd. In de context van het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving worden infraroodpanelen vooral toegepast als aanvullende of tijdelijke oplossing. Ze zijn geschikt voor goed geïsoleerde woningen met een lage warmtevraag, of als bijverwarming in combinatie met andere duurzame systemen zoals warmtepompen. Hoewel ze relatief goedkoop
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
zijn in aanschaf en installatie, verbruiken ze wel relatief veel elektriciteit bij intensief gebruik. Daarom zijn ze vooral interessant in situaties waar duurzame stroom beschikbaar is, bijvoorbeeld via zonnepanelen.
4.10. Biomassaketel / pelletkachel Biomassaketels en pelletkachels worden in sommige situaties ingezet als alternatief voor aardgas, vooral in gebieden waar andere duurzame oplossingen zoals warmtenetten of warmtepompen moeilijk toepasbaar zijn. Ze verbranden organisch materiaal – zoals houtpellets, houtsnippers of ander plantaardig restmateriaal – om warmte te produceren voor ruimteverwarming en/of tapwater. Deze systemen zijn relatief eenvoudig te integreren in bestaande verwarmingsinstallaties en kunnen een cv-ketel één-op-één vervangen. Hoewel biomassa als hernieuwbare energiebron wordt beschouwd, is het gebruik ervan in de gebouwde omgeving omstreden. Er zijn zorgen over luchtkwaliteit, CO₂-uitstoot bij verbranding, en de beschikbaarheid van duurzaam gecertificeerde biomassa. Daarom wordt het gebruik van biomassaketels en pelletkachels door de overheid beperkt gestimuleerd en vooral als tijdelijke of niche-oplossing gezien, bijvoorbeeld in monumentale panden of afgelegen gebieden zonder aansluiting op het elektriciteitsnet of warmtenet.
4.11. Innovatieve warmtetechnieken
Figuur 13 – Pelletkachel
In aanvulling op de meer gangbare technieken beschreven in dit hoofdstuk volgen wij innovatieve technieken op de voet. Collectorveld Een collectorveld (of collectorveld) is een systeem waarbij warmte wordt geoogst uit oppervlakken zoals kunstgrasvelden. Onder het veld ligt een netwerk van leidingen waarin een koude vloeistof circuleert. Door zoninstraling op het kunstgras warmt deze vloeistof op, waarna de warmte wordt opgeslagen in de bodem via een warmte- en koudeopslag (WKO). Dit systeem zorgt niet alleen voor verkoeling van het sportveld in de zomer (tot wel 10-15°C minder hittestress), maar maakt het ook mogelijk om duurzame energie op te slaan en later te gebruiken voor verwarming van gebouwen. In de warmtetransitie biedt het collectorveld een innovatieve oplossing voor het aardgasvrij maken van woonwijken. Het project op Sportpark Strijp in Eindhoven is een primeur in Nederland, waarbij geoogste warmte van een sportveld wordt ingezet voor het verwarmen van woningen, scholen en andere gebouwen. Hoewel de aanlegkosten aanzienlijk zijn, is de terugverdientijd relatief Figuur 14 – Collectorveld in Strijp kort (6-10 jaar), en het potentieel is groot: met 4.000 kunstgrasvelden in Nederland zouden tot 800.000 woningen gasvrij verwarmd kunnen worden.
Dit maakt collectorveld tot een veelbelovende technologie binnen de energietransitie, met voordelen voor zowel het milieu als de betaalbaarheid van sportaccommodaties. De gemeente Eindhoven test de potentie van Collectorveld in de praktijk voor circa 500 woningen in ’t VenLievendaal. Bij succes schalen wij en schakelen wij op om de innovaties breder toe te passen.
Warmteprogramma - Ruimtelijk beleid en ontwikkeling – Energietransitie – Bijlage Duurzame bronnen en technieken – augustus 2025
Zoutbatterij Zoutbatterijen zijn innovatieve warmteopslagsystemen die thermochemische reacties gebruiken om warmte op te slaan en later weer vrij te geven. Ze slaan warmte op in droge zoutmaterialen (zoals natriumacetaat of calciumchloride) en geven die weer af wanneer het zout met water reageert. Dit proces is volledig emissievrij en kan warmte langdurig vasthouden zonder energieverlies, wat zoutbatterijen bijzonder geschikt maakt voor seizoensopslag van warmte in woningen of gebouwen. In de aardgasvrije gebouwde omgeving kunnen zoutbatterijen een waardevolle rol spelen als duurzaam alternatief voor traditionele warmteopslag, zoals elektrische boilers of buffervaten. Ze zijn compact, onderhoudsarm en kunnen warmte opslaan uit bijvoorbeeld zonnecollectoren of PVT-panelen in de zomer, om die in de winter te gebruiken voor ruimteverwarming of tapwater. Hoewel de technologie nog in ontwikkeling is, bieden zoutbatterijen veelbelovende mogelijkheden voor efficiënte, decentrale warmteopslag in allelectric woningen of in combinatie met lage-temperatuur warmtenetten. Ijzerpoederverbranding RIFT (Renewable Iron Fuel Technology) is een innovatief concept waarbij ijzerpoeder wordt gebruikt als energiedrager. Door ijzerpoeder te verbranden in een speciaal ontworpen installatie, komt warmte vrij zonder dat er CO₂ wordt uitgestoten.
Het verbrandingsproduct is roest (ijzeroxide), dat vervolgens weer kan worden gerecycled tot ijzerpoeder met behulp van duurzame elektriciteit. Dit maakt het een circulair en CO₂-vrij proces. De technologie is veilig, goed te transporteren en opschaalbaar, en biedt een alternatief voor fossiele brandstoffen in toepassingen waar elektrificatie lastig is. Binnen de warmtetransitie biedt RIFT veelbelovende mogelijkheden, vooral voor industriële processen en collectieve warmtesystemen. De opgewekte warmte uit ijzerpoederverbranding kan worden ingezet voor het verwarmen van gebouwen, bijvoorbeeld via warmtenetten. Omdat de technologie geen afhankelijkheid heeft van weersomstandigheden zoals zon of wind, is het een betrouwbare bron van duurzame warmte. RIFT kan ook een rol spelen in seizoensopslag van energie, waarbij overtollige duurzame elektriciteit in de zomer wordt gebruikt om ijzerpoeder te produceren, dat in de winter wordt verbrand voor warmte. Dit maakt het een waardevolle aanvulling op bestaande duurzame oplossingen in de energietransitie.