Bijlage 5 - Samenvattend verslag Thematafels
Tekst van het document
Verslag Thematafel Armoede en schuldhulpverlening in gemeente Eindhoven Gemeente Eindhoven heeft op 8 mei 2025 het ‘Participatieplan evaluatie en ontwikkeling beleidsplan en Armoede en Schulden’ opgesteld. Met een zogenaamde lichte vorm van participatie wil de gemeente ideeën toetsen en een terugblik en vooruitblik doen met partners in de stad. BMC is gevraagd om als onafhankelijke partij het huidige beleid te evalueren/onderzoeken en het participatieproces te begeleiden. Naast het houden van interviews met inwoners van Eindhoven, maatschappelijke organisaties en medewerkers binnen de gemeente, zijn er twee ‘ thematafels’ georganiseerd. Voor de thematafels zijn maatschappelijke organisaties, ‘sleutelpersonen’, ervaringsdeskundigen en raadsleden en beleidsmedewerkers, uitgenodigd. Hieronder volgt het verslag van deze thematafels. Het is een gecombineerd verslag van de bijeenkomst op 26 juni (met 18 deelnemers) en op 30 juni (met 34 deelnemers).
Reflectiemarkt: de terugblik Het terugkijken konden alle deelnemers doen op de ‘reflectiemarkt’. Een werkvorm waarbij in ongeveer 15 minuten de eigen ervaring gedeeld kon worden bij verschillende ‘ marktkraampjes’. Vier praktijkvoorbeelden uit Eindhoven stonden centraal op de reflectiemarkt: de schuldhulpverleningsketen, de toegankelijkheid van ondersteuning, de samenwerking tussen organisaties en met gemeente en het ondersteuningsaanbod. Deelnemers gaven aan wat zij herkende in de praktijkvoorbeelden en welke positieve of negatieve ervaring zij zelf hebben op dit punt. Ook werden ideeën ingebracht voor verbetering.
Veel genoemde ervaringen: Elke deelnemer kon zijn/haar eigen ervaring inbrengen op de reflectiemarkt. Er is niet toegewerkt naar een algemene conclusie. Onderstaande punten kunnen elkaar daarom soms tegenspreken of vanuit verschillende perspectieven heel anders worden ervaren. ● Veelzijdig maar daardoor ook onoverzichtelijk aanbod: Eindhoven heeft veel organisaties die iets doen om armoede te verzachten en mensen te helpen. Het brede palet aan diensten, maakt ook dat het voor organisaties niet duidelijk is wat er allemaal is en ook inwoners ‘door de bomen het bos niet meer zien’. Door de tijdelijkheid van projecten of pilots is de ‘ voorzieningenwijzer’ en gewenste sociale kaart, moeilijk bij te houden. Daarnaast wordt genoemd dat armoede in ‘stukjes’ wordt geknipt. Voor menstruatie,
| 1 |Verslag thematafels participatie armoede en schuldhulpverlening Eindhoven
voedsel, school, tandarts, verjaardagen, zorg, vakanties zijn allemaal losse regelingen of initiatieven. Dit leidt tot een versnipperd aanbod. Organisaties die iets starten onderzoeken niet eerst wat er al is. De gemeente zelf draagt soms, onbedoeld, bij aan deze versnippering door subsidies te verstrekken voor initiatieven en projecten die ook al bij bestaande organisaties worden geleverd of wellicht daar beter belegt zouden kunnen worden. De opzet van JPF (Jongeren Perspectief Fonds) wordt als een positieve aanvulling gezien in het aanbod voor jongeren, met veel aanmeldingen. En de inlooppunten van de WerkplaatsFinancieen XL in de wijk dragen bij aan laagdrempelige hulp. Wel is dit nog beperkt qua momenten. ● Elke regeling/voorziening een eigen toegang: Iedereen doet zijn stinkende best, maar de optelsom is niet altijd de beste oplossing. Naast dat het aanbod versnipperd is, geldt ook dat organisaties meestal hun eigen regels hebben wie aanspraak kan doen op de ondersteuning. De Voedselbank merkt bijvoorbeeld op dat organisaties wel naar hun doorverwijzen, maar zonder te weten wat de toelatingseisen zijn. Daardoor moet de Voedselbank ook weer mensen afwijzen die blijken geen recht te hebben. Mensen voelen zich dan van het kastje naar de muur gestuurd. De wijze van aanvragen verschilt en vraagt soms veel formulierwerk. Veel ook digitaal.
Voor mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB), weinig digitale vaardigheden, of een taalbarrière is dit een grote drempel. De communicatie, zoals het taalgebruik in brieven, is vaak te moeilijk. Of 1-loket de oplossing is, verschillende meningen over. Het is niet altijd op voorhand duidelijk hoeveel/welke expertises nodig zijn. Het verschilt per regeling of de aanvraag eenvoudig of complex is. De mondzorgregeling wordt een ‘ramp’ genoemd, zeker in verhouding tot de witgoedregeling die met een brief aan inwoners en QR-code makkelijk aan te vragen was. En een persoonlijke ervaring die hierbij aansluit was het volwassenfonds, waarbij de aanvrager na veel moeite en schaamte erachter kwam dat het geld alleen bij drie specifieke sportaanbieders gebruikt kon worden, wat niet duidelijk was aan de voorkant. ● Te weinig coördinatie en samenwerking: De onderlinge verbinding tussen alle hulporganisaties is beperkt. Lang niet iedereen weet van elkaars bestaan. Doordat men elkaar weinig kent, wordt er ook niet altijd (warm) doorverwezen. De overtuiging vanuit organisaties dat zij de inwoner het beste kunnen helpen en een mogelijk gebrek aan vertrouwen in andere organisaties, leidt er toe dat inwoners soms niet de meest passende ondersteuning krijgen. Of zelf moeten gaan zoeken tussen de verschillende organisaties.
Daardoor moeten inwoners vaak opnieuw hun verhaal doen bij verschillende instanties. Vooral organisaties aan het eind van de ‘ keten’ voelen zich bezwaard opnieuw om het (vaak pijnlijke) levensverhaal te moeten vragen. Bij de schuldhulpverlening is er meer sprake van een ‘ keten’ en samenwerking/warm doorverwijzen. Veel wisselende gezichten bij gemeente en organisaties wordt ook genoemd,
| 2 |Verslag thematafels participatie armoede en schuldhulpverlening Eindhoven
waardoor het opbouwen van vertrouwen en het netwerk niet heel makkelijk gaat. De regierol van WIJ Eindhoven is voor veel organisaties niet duidelijk. De Fuutlaan is een goed voorbeeld hoe alles op 1 centrale locatie kan en mensen maar 1 keer hun verhaal hoeven te vertellen. ● Lange wachttijden: Wachtlijsten voor schuldhulpverlening en budgetbeheer worden genoemd met het risico dat mensen afhaken of verdere problemen ontwikkelen. De gemeente is wel bereikbaar, maar capaciteit is niet altijd op orde om ook direct hulp te bieden. ● Voorkomen van ‘ erger’ : Soms moet de situatie eerst erger worden voordat instanties (schuldhulp, voedselbank, bewindvoering) ingezet kan worden. De gemeente geeft aan zich hier soms ook aan landelijke wet- en regelgeving gebonden. De financiële educatie op scholen is goed, maar is nog lang niet op alle scholen. De observatie wordt gedeeld dat hulpverleners (GGZ, huisartsen) vaak niet vragen naar de financiële situatie van cliënten, waardoor de oorzaak van problemen (schulden) onbehandeld blijft en symptomen (zoals slaapproblemen) alleen met medicatie worden bestreden. Ook werd een voorbeeld gegeven van iemand die de antibiotica niet kon betalen wat op langere termijn tot veel hogere zorgkosten leidde. ● De rol van de gemeente: De gemeente heeft meerdere petten, die soms ook tegenstrijdig zijn aan elkaar.
Bijvoorbeeld als vroegsignaleerder van schulden maar ook als schuldeiser (bijvoorbeeld voor gemeentelijke belastingen). Voor organisaties voelt dat soms dubbel en kan ook in de weg staan voor het vertrouwen van inwoners in de gemeente. Ook de controlerende rol van de gemeente wordt genoemd. Er zijn mensen die bewust frauderen en daar moet op worden gehandhaaft, maar andere organisaties geven ook aan dat er angst en onzekerheid is bij inwoners dat er weer iets ‘ afgepakt’ kan worden. De samenwerking met de gemeente gaat beter en de door de gemeente georganiseerde netwerksessies met jongeren (ihkv jeugd) dragen daar positief aanbij.
Voorgestelde oplossingen In de gesprekken op de reflectiemarkt werden de volgende oplossingen genoemd: ● Integrale Samenwerking en 'Eén Loket': Een centraal en vaak herhaald punt is de noodzaak tot betere samenwerking en het bundelen van initiatieven. De roep om één centraal aanspreekpunt of 'één loket' waar inwoners hun verhaal slechts één keer hoeven te doen, is prominent. Dit impliceert ook de mogelijkheid voor professionals om een centraal dossier in te zien. De gemeente wordt gezien als een sleutelfiguur om deze samenwerking te faciliteren en een warme doorverwijzing te stimuleren. Een suggestie is de invoering van een ‘ Eindhovenpas’’ of een ‘ inkomensverklaring’ (voorbeeld Helmond) dat het inkomen voor alle organisaties duidelijk maakt, en één moment voor het indienen van meerdere aanvragen.
| 3 |Verslag thematafels participatie armoede en schuldhulpverlening Eindhoven
● Preventie en vroegsignalering: Nog meer nadruk op preventie en vroegtijdige interventie is nodig. Dit omvat het eerder oppikken van signalen van financiële zorgen(bijvoorbeeld via scholen, wijkverpleging, huisartsen, GGZ, jeugdzorg) en het structureel inbedden van financiële educatie in het onderwijs. 40% van de mensen heeft een betaalde baan, dus betrek werkgevers. En meer oog bij de uitvoerende professionals voor het wegnemen van stress is nodig, bijvoorbeeld door meer coulance te bieden als inwoners hun deadlines niet halen. ● Inwoner centraal en toegankelijkheid: De focus moet liggen op het centraal stellen van de inwoner, in plaats van het systeem. Dit betekent laagdrempelige en begrijpelijke communicatie (bijvoorbeeld via Whatsapp of door brieven op een lager taalniveau te schrijven). De inzet van ervaringsdeskundigen wordt gezien als cruciaal voor het doorbreken van taboes en het bieden van herkenning en begrip. Daarnaast is er de wens voor zowel analoge als digitale toegang tot hulp. De inlooppunten van financiële hulp uitbreiden (bv naar scholen, huisartspraktijken enz.), ook buiten kantooruren. En (langdurige) maatjes projecten behouden. En het samenwerken rondom ‘ life-events’ (bijvoorbeeld met Brainport voor Elkaar) kan nog worden versterkt en uitgebouwd.
● Vertrouwen en deskundigheid: Het creëren van meer vertrouwen tussen professionals en organisaties is essentieel om effectief te kunnen doorverwijzen. Er wordt benadrukt dat organisaties hun eigen netwerk moeten kennen en dat er behoefte is aan "gidsen" voor professionals om hen wegwijs te maken in het aanbod. De ‘ steunwijzer’ zou ergens belegd moeten worden (bijvoorbeeld bij WIJ Eindhoven) om actueel te houden. Het bewustzijn dat armoede en schulden een maatschappelijke rol zijn voor veel organisaties, zoals woningcorporaties en banken, moet worden vergroot. ● Structurele oplossingen en beleid: Er is een pleidooi voor het aanpakken van grondoorzaken in plaats van enkel symptoombestrijding. Het betrekken van werkgevers bij het 'Financieel Fit programma' en het stimuleren van vaste contracten en voldoende loon wordt genoemd. Ook de mogelijkheid om samenwerking te belonen of af te dwingen via subsidievoorwaarden wordt geopperd. Het bedrijfsleven zou gevraagd kunnen worden om het hele proces vanuit de inwoner bezien op een innovatieve manier in te richten waarbij organisaties gebruik kunnen maken van hetzelfde systeem.
Vissenkom gesprekken: De vooruitblik We hebben ingezoomd op drie verschillende groepen die een rol hebben bij het tot stand komen van nieuw beleid: de beleidsmedewerkers, de maatschappelijke partners/ uitvoering en de raadsleden. Iedereen heeft een andere rol in het proces en het is niet altijd duidelijk voor elkaar welke kaders en belangen meespelen in de afwegingen. We hebben een gesprek gevoerd ‘ in de vissenkom’ zodat we bij elke rol stil konden staan terwijl de rest van de groep toekeek/luisterde. Dit leverde de volgende inzichten op:
| 4 |Verslag thematafels participatie armoede en schuldhulpverlening Eindhoven
1. Gesprek beleidsmedewerkers armoede en schuldhulpverlening Wat is beleid eigenlijk? Voor de beleidsmedewerkers is beleid meer dan alleen het schrijven van plannen. Het gaat om vooruitdenken, anticiperen op maatschappelijke opgaven, en het zoeken naar manieren om het leven van inwoners te verbeteren. Beleid is, zoals één van hen het verwoordde, "nadenken over de toekomst", waarbij je kijkt "wat je wil bereiken voor je inwoners en hoe je daar gaat komen." Het gaat niet alleen om woorden op papier, maar ook om vastlegging in regels, contracten en aanbestedingen. Volgens een beleidsmedewerker is beleid een "continu proces van ophalen in de stad, bij partners en inwoners wat goed gaat en wat niet goed gaat." Beleid wordt ook omschreven als een "soort intentieverklaring", een poging om een stip op de horizon te zetten van wat de gemeente wil bereiken. Wie beslist wat het beleid van de gemeente wordt? Hoewel uiteindelijk de gemeenteraad het beleid vaststelt, is er het besef dat dit mandaat niet onbeperkt is. Mogen beleidsmedewerkers alles opschrijven in het beleid? Wat zijn de kaders? De beleidsruimte is beperkt. Veel kaders worden landelijk bepaald, en daarbinnen is de speelruimte klein. Pas wanneer wetten geen belemmering vormen, ontstaat er ruimte om lokaal te sturen.
Die spanning is voelbaar: "Een worsteling elke dag is: hoe komt dat nou bij de mensen waarvoor we het bedenken?" Er is een duidelijk spanningsveld tussen het vertrouwen dat men wil uitstralen – "vertrouw de inwoner" – en de controle die de wet vraagt – "elke keer een briefje inleveren." Bovendien mogen gemeenten formeel geen inkomenspolitiek bedrijven, wat betekent dat ze bijvoorbeeld niet structureel huurachterstanden mogen overnemen, ook al zou dat veel problemen kunnen voorkomen. Goede beleidsintenties moeten politiek en uitvoerend draagvlak hebben. Als dat draagvlak er is, ontstaat er ook ruimte voor meer durf: "Dan mag het ook wat meer." Maar het sociaal domein staat onder druk: de financiële middelen zijn beperkt en het systeem wordt als complex ervaren. Zoals een beleidsmedewerker opmerkt: "Het systeem is veel te ingewikkeld." Wat willen de beleidsmedewerkers graag met het nieuwe beleid? De beleidsmedewerkers spraken de wens uit voor toekomstig beleid dat: ● In lijn van de Koers 040 gaan werken: onderzoek naar de grondoorzaken, ongelijk investeren voor gelijke kansen, niet tegenover de inwoner, maar in de leefwereld werken aan een integraal financieel zeker bestaan. ● Meer inzet op preventie en voldoende geld en capaciteit vrijgemaakt aan de voorkant.
| 5 |Verslag thematafels participatie armoede en schuldhulpverlening Eindhoven
● De waardigheid van mensen centraal stelt, zodat tijdelijke afhankelijkheid niet als beschamend wordt ervaren. ● Flexibel inspeelt op maatschappelijke ontwikkelingen, met bijvoorbeeld jaarlijkse effectrapportages. ● Zich richt op een financieel zeker bestaan en een integrale aanpak met werk en inkomen. ● Voldoende capaciteit in de schulddienstverlening garandeert. ● Meetbare doelen stelt, maar met oog voor de menselijke ervaring, zoals ‘ervaren armoede’. ● Ruimte laat voor maatwerk en oplossingen buiten de standaardregels.
2.Gesprek maatschappelijke partners De praktijk leert dat het beleid op papier vaak goed is, maar dat dit in de uitvoering soms tekortschiet. Medewerkers die met inwoners werken zijn meestal niet bezig met het beleidsdocument zelf, maar met de vraag: "Wat heeft deze persoon nodig?" De regels zijn vaak te strak: "Waardoor je mensen buiten de boot laat vallen." Er leeft een sterke wens om verder te gaan dan symptoombestrijding. De voedselbank wordt genoemd als noodhulp, maar: "Mensen komen regelmatig terug." Structurele oorzaken, zoals studieleningen, zorgkosten, stijgende huurprijzen, energiekosten of accijnzen, dragen bij aan een vicieuze cirkel van schulden. Volgens de maatschappelijke organisaties is het belangrijk dat het nieuwe beleid: ● Serieus inzet op preventie, bijvoorbeeld met financiële gastlessen op scholen (ook havo, vwo en MBO). ● Eenvoudig en toegankelijk is. "Af van al die verschillende regelingen," en: "Als ik hier mag, mag ik daar ook." ● Compassievol is en de menselijke situatie echt begrijpt. ● Beter samenwerkt met en tussen organisaties. Inwoners moeten niet overal hun verhaal opnieuw hoeven doen. "Dat scheelt tijd én geld." ● De regie bij de inwoner legt. Mensen moeten eigenaar blijven van hun eigen oplossing. "Niet alles over willen nemen." ● Vertrekt vanuit een holistisch mensbeeld, zonder aparte ‘potjes’ voor wonen, inkomen of schulden.
| 6 |Verslag thematafels participatie armoede en schuldhulpverlening Eindhoven
● Jongeren vroegtijdig bereikt, zeker in de overgang naar volwassenheid, waar vaak grote schulden ontstaan. ● Stoppen met zogenoemde ‘cadeautjes’, zoals witgoed- of mondzorgregelingen, die tijdelijk zijn, veel geld kosten en weinig structurele impact hebben. De oproep is: gebruik de nieuwe wetgeving actief in plaats van deze slechts te ondergaan.
3. Gesprek gemeenteraad Raadsleden voelen zich betrokken bij beleidsvorming en met bijvoorbeeld amendementen zoals het inkorten van de termijn voor inkomensondersteuning hopen ze het goede te doen. Ze missen daarin wel inzicht in de uitvoeringsconsequenties: "Wat gebeurt er als we zo’n amendement goedkeuren? Niet alleen financieel, maar ook in capaciteit en uitvoering. "Wat betekent het voor het aantal handjes?" Deze informatie zou de raad graag meer ontvangen om een beter besluit te kunnen nemen. De mens moet centraal staan, maar wie is ‘ de mens’ dan volgens de verschillende politieke partijen? Welk mensbeeld voert de boventoon in hun beslissingen? ● D66 kiest voor "vertrouwen in de mens" en ondersteuning die mensen een "adempauze" geeft. ● 50PLUS richt zich op concrete resultaten voor de inwoner. ● GroenLinks benadrukt het belang van ongelijk investeren in gelijke kansen. Vroegsignalering begint soms gewoon met: "Hoe is het? Zullen we een bakje koffie drinken?" ● PvdA heeft een holistisch mensbeeld: de mens als onderdeel van de samenleving. Samen spelen, samen delen, inclusief waardering voor alternatieve levensstijlen. Wat hopen de raadsleden dat de inwoner merkt als het nieuwe beleid vier jaar van toepassing is? Raadsleden hopen dat over vier jaar: Inwoners niet meer bang zijn om hulp te vragen. Er vertrouwen is dat je goed geholpen wordt.
Het aantal mensen met schulden structureel is gedaald. Hulp minder nodig is. Er wederzijds vertrouwen is tussen overheid en burger. De schuldsanering eenvoudiger is en zichtbare resultaten oplevert. Schulden sneller worden kwijtgescholden, zodat mensen met een schone lei kunnen beginnen. ● Regelingen tussen overheden beter op elkaar afgestemd zijn, zodat gemeenten niet "pleisters hoeven te plakken voor wat landelijk fout gaat." ● ● ● ● ● ● ●
| 7 |Verslag thematafels participatie armoede en schuldhulpverlening Eindhoven
Toch blijven er dilemma’s. Teruggaan naar de tekentafel betekent ingrijpende keuzes, en dat kan negatieve gevolgen hebben, zoals in Wageningen gebeurde. Lokale maatregelen blijven beperkt effectief zolang landelijke kaders niet meebewegen. De roep is dan ook: "Ga gewoon eens uitvoeren wat er al staat." De beleidsstapel is al hoog genoeg. Tot slot klonk ook hier de oproep vanuit de zaal richting de Raad om te stoppen met tijdelijke ‘cadeautjes’. Regelingen moeten eenvoudiger, en er moet gebruik worden gemaakt van wat er al is, in plaats van telkens nieuwe regelingen op te tuigen.
Beeldverslag
| 8 |Verslag thematafels participatie armoede en schuldhulpverlening Eindhoven