CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Oplegvel 4GR Begroting 2026

Raadsvergadering 10 juni 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerp begroting ODZOB 20261.704 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Control 28 maart 2025

Oplegvel 4GR Betreft: Oplegvel t.b.v. de begroting 2026 van de vier Gemeenschappelijke Regelingen De regio Zuidoost-Brabant telt 21 gemeenten. Deze gemeenten nemen deel aan diverse Gemeenschappelijke Regelingen. Aan vier Gemeenschappelijke Regelingen nemen alle 21 gemeenten deel, namelijk Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, GGD Brabant-Zuidoost, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en Metropoolregio Eindhoven (hierna: 4GR). Op initiatief van de Kring van Gemeentesecretarissen hebben deze 4GR samenwerking gezocht op het gebied van planning en control, zowel ten aanzien van de procedure als van de inhoud. Hierbij zijn afspraken zijn gemaakt over financiële onderwerpen, zodat gemeenteraden eenduidiger regie kunnen voeren. De laatste actualisatie hiervan heeft plaatsgevonden in het najaar van 2022, via de “Actualisatie Beleidsnotitie kaders P&Cdocumenten 4GR”. Het doel van de geactualiseerde beleidsnotitie is om met elkaar kaders af te spreken en harmonisatie te bereiken op de financiële onderwerpen, zodanig dat dit eenduidiger wordt voor de gemeenteraden en ook efficiency oplevert voor de 4GR. Om deze reden wordt dit oplegvel aan de dossiers van de 4GR toegevoegd. Indexeringsmethodiek De gewenste harmonisatie heeft geleid tot een gelijke indexeringsmethodiek van de inwonerbijdrage.

De wegingsfactor wordt bepaald door de verdeling van de totale lasten in de begroting van de GR over prijzen en lonen. Dit kan ‘organisatie specifiek’ zijn en wordt door de eigen organisatie bepaald. Door de wegingsfactor te vermenigvuldigen met de index wordt een gewogen index verkregen. In de geactualiseerde “Beleidsnotitie kaders P&C documenten 4GR”, is afgesproken om als methode voor indexering van de begroting van het jaar t gebruik te maken van de percentages die in de Macro Economische Verkenning t-1 (uitgebracht in jaar t-2) zijn opgenomen voor het jaar t-1. Het gaat om de Loonvoet sector overheid voor de index van de lonen en de Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) voor de index van de prijzen. Zoals tot nu toe het geval was, wordt geen nacalculatie toegepast op de indexering. De loonindex en de prijsindex die de 4GR hanteren zijn aan elkaar gelijk, maar de gewogen index kan verschillen per GR. Het CPB hanteert doorgaans meer behoudende c.q. behoedzame ramingen naar mate de periode waar de indexering betrekking op heeft verder in de toekomst ligt. Indien blijkt dat de 4GR als gevolg van deze methodiek met structureel nadelige effecten worden geconfronteerd, dan kan de GR aan het eigen bestuur een voorstel doen ter compensatie van deze nadelige effecten.

In de tabel hieronder is de gewogen index per GR per jaar opgenomen.

GGDBZO

Onderdeel

Verhouding

Prijzen

25,00%*

2023

2024

1,60%

5,90% 2,13%

Lonen

75,00%*

2,30%

Prijzen

37,50%

1,60%

VRBZO 62,50%

2,30%

Prijzen

10,00%

1,60%

MRE

3,30%

90,00%

2,30%

Prijzen

34,00%**

1,60%

ODZOB Lonen

66,00%**

2,30%

3,95%

4,70%

3,50%

2,70% 6,38%

6,70%

5,90%

4,50%

4,70%

3,50% 4,20%

3,30%

2,70% 5,50%

3,56%

3,30%

4,20%

4,70%

6,70%

5,90%

2,20%

2,70%

3,50% 4,28%

3,30%

2026

5,90%

6,70%

5,90%

2,23%

Lonen

3,50% 3,95%

2,04%

Lonen

2025

2,70% 5,70%

6,70%

4,00%

4,70%

* Vanaf de begroting 2023 hanteert de GGD-BZO een ander wegingsfactor voor prijs-loon indices (resp. 25%75%) t.o.v. eerdere begrotingen (resp. 30%-70%). Deze wijziging is vastgesteld in de nieuwe ‘Beleidsnotitie kader indexeringen’ van de 4GR uit 2021. ** Vanaf de begroting 2024 heeft de ODZOB een andere wegingsfactor voor prijs-loon indices (resp. 33%-67%) gehanteerd dan de wegingsfactor die is opgenomen in de nieuwe ‘Actualisatie Beleidsnotitie P&C-documenten 4GR’ uit najaar 2022 (daar hanteert ODZOB een verhouding van resp. 27%-73%). Voor 2026 is deze wegingsfactor resp. 34%-66%. Dit heeft te maken met een beperkte verschuiving tussen prijs- en loongevoelige begrotingsposten.

Hoogte algemene reserve In de “Actualisatie beleidsnotitie Kaders P&C documenten 4GR”zijn o.a. kaders vastgesteld voor de streefwaarde van de algemene reserve, zijnde het weerstandsvermogen van de organisatie. De hoogte van de algemene reserve wordt aan het totaal van de baten gerelateerd aangezien dit een relatief stabiel beeld geeft in de meerjarenbegroting. Er wordt gewerkt met een staffel zodat de hoogte van de totale baten in de begroting niet voortdurend invloed heeft op de hoogte van de aan te houden algemene reserve. Totale baten

Minimum stand

Maximum stand

Huidige stand

Verschil t.o.v. minimum

Toelichting

GGDBZO Algemen e reserve PG

59.290.000

2.000.000

2.400.000

2.327.390

327.390

Algemen e reserve AZ

39.940.000

1.500.000

2.000.000

1.740.641

240.641

71.872.772

2.400.000

3.200.000

3.261.747

861.747

VRBZO Algemen e reserve

2

 Totale baten primaire begroting 2026.  Reservestand per 31-12-2024 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2024). De resultaatbestemming voor PG (€1.206.716) en AZ (€257.494) zijn bij vaststelling van de jaarrekening 2024 toegevoegd aan de desbetreffende algemene reserve.  Totale baten primaire begroting 2026.

 Reservestand per 31-12-2024 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2024). De concept resultaatbestemming €705.053 negatief wordt bij vaststelling van de jaarrekening 2024 onttrokken aan de algemene reserve. MRE Algemen e reserve MRE

16.191.360

600.000

1.200.000

1.200.000

600.000

3.719.647

150.000

300.000

300.000

150.000

ODZOB Algemen e reserve

32.405.438

1.500.000

2.000.000

1.500.000

0

TOTAAL

223.419.217

8.150.000

11.100.000

10.329.778

2.179.778

Algemen e reserve RHCe

 Totale baten primaire begroting 2026.  Reservestand per 31-12-2024 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2024). De concept resultaatbestemming voor MRE (€317.556) en RHCe (€311.187) wordt bij vaststelling van de jaarrekening 2024 in de basis toegevoegd aan de desbetreffende algemene reserve afhankelijk van het bestemmingsvoorstel.  Totale baten primaire begroting 2026.  Reservestand per 31-12-2024 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2024). De concept resultaatbestemming €522.317 wordt bij vaststelling van de jaarrekening 2024 in de basis toegevoegd aan de algemene reserve afhankelijk van het bestemmingsvoorstel.

Om een bestendige gedragslijn te krijgen wordt, mede conform de geactualiseerde beleidsnotitie, voorgesteld om het jaarresultaat in principe te muteren op de algemene reserve als en voor zover deze zich binnen de marge van bovenstaand minimum en maximum bevindt. Dit betreft een kaderstellende bandbreedte. Het is aan het Algemeen Bestuur van de verbonden partij of de bandbreedte volledig wordt ingevuld. Dit is namelijk organisatie-specifiek en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Indien de algemene reserve lager is dan het minimum, en door aanvulling via resultaatbestemming van het jaarresultaat onder het minimum blijft, dan kan een aanvullende bijdrage aan de gemeenten gevraagd worden om de algemene reserve op te hogen tot aan het minimum. Het kan ook betekenen dat de GR efficiency- of bezuinigingsmaatregelen moet nemen. Het AB besluit over het jaarresultaat en eventuele bijstorting of onttrekking aan de algemene reserve. Besluitvormingsproces De begrotingen 2026 van de 4GR worden in de raadsvergadering van 10 juni 2025 aangeboden. Mocht één dossier worden aangehouden in het besluitvormingsproces verzoeken wij u niet alle vier de dossiers tot die tijd aan te houden. Er zal aandacht moeten blijven voor de eigenheid van de afzonderlijke GR-en.

3

Specifieke aandachtspunten per gemeenschappelijke regeling 

GGD-BZO:

In de nu voorliggende ontwerp programmabegroting zijn een aantal aspecten nog niet verwerkt: Gevolgen schaalsprong en kostenbesparingen n.a.v. ravijnjaar 2026 Momenteel vindt een heroriëntatie op de kerntaken van de GGD plaats, die rekening houdt met de gevolgen van de schaalsprong. Daarnaast wordt gekeken naar noodzakelijke kostenbesparingen, met het ravijnjaar 2026 in het vooruitzicht. Deze processen lopen langs/door elkaar en kunnen met elkaar conflicteren op zowel inhoudelijk als financieel vlak. Indexering loonkosten en materiële kosten In de ontwerp programmabegroting 2026 is een raming van de algemene index voor loonkosten en materiële kosten van 4,2% verwerkt. De definitieve index kan hiervan afwijken, omdat deze o.a. afhankelijk is van de nog vast te stellen CAO afspraken. Gevolgen wijzigingen Rijksvaccinatieprogramma (RVP)-vaccinatieschema Nog onvoldoende informatie beschikbaar om financiële gevolgen in te schatten. 

VRBZO:

In 2024 is geconstateerd dat de VRBZO er niet goed in slaagt om te voldoen aan de zwaardere eisen die gesteld worden. Op diverse vlakken voldoet de VRBZO niet aan geldende wet- en regelgeving of brancherichtlijnen. Hierbij gaat om zaken die direct de primaire proces raken, zoals de vakbekwaamheid van brandweermedewerkers en de benodigde formatie van vrijwilligers en beroepskrachten om de paraatheid te garanderen. Maar het raakt ook organisatiegebieden waar de ontwikkelingen de afgelopen jaren een enorme sprong hebben genomen, zoals informatieveiligheid. Het Algemeen Bestuur gaf begin 2024 opdracht om via 3 deelopdrachten het beeld te concretiseren en om richting te geven aan de ontwikkeling van VRBZO in de komende jaren. In de kadernota is een samenvatting van de uitkomsten van de 1e deelopdracht opgenomen en wat hiervan het financiële effect is. Verder is het pad voor de andere deelopdrachten richting een nieuw regionaal beleidsplan benoemd. In de begroting 2026 zijn naast de gebruikelijke inflatiecorrectie, extra kostenstijgingen aangegeven. Het gaat daarbij om de extra kosten die voortkomen uit de bestuurlijke opdracht. Dit bedrag wordt gedempt door de inzet van onderbesteding (€ 1 miljoen) en het volledig leegtrekken van de algemene reserve (€ 1,87 miljoen).

Met de onttrekking uit de algemene reserve in 2026 wijkt het bestuur bewust af van de nota reserves en voorzieningen. Hiermee valt de algemene reserve niet meer binnen de afgesproken bandbreedte. Een toekomstig eventueel positief jaarresultaat zal primair worden gebruikt voor het weer aanvullen van de algemene reserve. De gemeenten in de gemeenschappelijke regeling staan garant voor de financiële positie van de veiligheidsregio.

4

MRE:

Geen specifieke aandachtspunten.

ODZOB:

De ontwerpbegroting voor ODZOB is vergelijkbaar met 2025; er is sprake van een zeer geringe toename op basis van de indexering die plaatsvindt binnen de kaders van de 4 GR’en. Onderdeel van de begroting is de meerjaren ontwikkelaanpak waarover het AB in december 2024 een besluit heeft. Op deze manier kan een bijdrage geleverd worden aan de door Eindhoven al enkel jaren gevraagde verbetering in de werkprocessen van ODZOB zonder de begroting verder op te hogen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15439166/1