CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Oplegvel 4GR

Raadsvergadering 28 mei 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijzeprocedure GGD BZO eerste wijziging programmabegroting 2024 en ontwerp programmabegroting 20252.182 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Control 24 maart 2024

Oplegvel 4GR Betreft: Oplegvel t.b.v. de begroting 2025 van de vier Gemeenschappelijke Regelingen De regio Zuidoost-Brabant telt 21 gemeenten. Deze gemeenten nemen deel aan diverse Gemeenschappelijke Regelingen. Aan vier Gemeenschappelijke Regelingen nemen alle 21 gemeenten deel, namelijk Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, GGD Brabant-Zuidoost, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en Metropoolregio Eindhoven (hierna: 4GR). Op initiatief van de Kring van Gemeentesecretarissen hebben deze 4GR samenwerking gezocht op het gebied van planning en control, zowel ten aanzien van de procedure als van de inhoud. Hierbij zijn afspraken zijn gemaakt over financiële onderwerpen, zodat gemeenteraden eenduidiger regie kunnen voeren. De laatste actualisatie hiervan heeft plaatsgevonden in het najaar van 2022, via de “Actualisatie Beleidsnotitie kaders P&Cdocumenten 4GR”. Het doel van de geactualiseerde beleidsnotitie is om met elkaar kaders af te spreken en harmonisatie te bereiken op de financiële onderwerpen, zodanig dat dit eenduidiger wordt voor de gemeenteraden en ook efficiency oplevert voor de 4GR. Om deze reden wordt dit oplegvel aan de dossiers van de 4GR toegevoegd. Indexeringsmethodiek De gewenste harmonisatie heeft geleid tot een gelijke indexeringsmethodiek van de inwonerbijdrage.

De wegingsfactor wordt bepaald door de verdeling van de totale lasten in de begroting van de GR over prijzen en lonen. Dit kan ‘organisatie specifiek’ zijn en wordt door de eigen organisatie bepaald. Door de wegingsfactor te vermenigvuldigen met de index wordt een gewogen index verkregen. In de geactualiseerde “Beleidsnotitie kaders P&C documenten 4GR”, is afgesproken om als methode voor indexering van de begroting van het jaar t gebruik te maken van de percentages die in de Macro Economische Verkenning t-1 (uitgebracht in jaar t-2) zijn opgenomen voor het jaar t-1. Het gaat om de Loonvoet sector overheid voor de index van de lonen en de Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) voor de index van de prijzen. Zoals tot nu toe het geval was, wordt geen nacalculatie toegepast op de indexering. De loonindex en de prijsindex die de 4GR hanteren zijn aan elkaar gelijk, maar de gewogen index kan verschillen per GR. Het CPB hanteert doorgaans meer behoudende c.q. behoedzame ramingen naar mate de periode waar de indexering betrekking op heeft verder in de toekomst ligt. Indien blijkt dat de 4GR als gevolg van deze methodiek met structureel nadelige effecten worden geconfronteerd, dan kan de GR aan het eigen bestuur een voorstel doen ter compensatie van deze nadelige effecten.

In de tabel hieronder is de gewogen index per GR per jaar opgenomen.

GGD-

Onde rdeel

Verhou

Prijzen

25,0%*

2022

2023

2024

2025

ding 1,50%

1,60% 1,71%

5,90%

3,50%

2,13%

3,95%

5,90%

BZO Lonen

75,0%*

1,80%

Prijzen

37,5%

1,50%

VRBZO

2,30%

1,60% 1,69%

Lonen

62,5%

1,80%

Prijzen

10,0%

1,50%

MRE 90,0%

1,80%

Prijzen

33,0%**

1,50%

ODZOB 67,0%**

5,90%

2,30%

5,90%

3,50% 3,56%

3,30%

1,60%

6,38% 6,70%

5,90%

3,50%

2,20% 2,30%

5,50% 6,70%

2,23% 2,30%

1,50%*

3,50% 4,28%

3,30%

1,60%

1,50% Lonen

6,70%

2,04%

1,77% Lonen

3,30%

4,20%

5,70% 6,70%

3,30%

* Vanaf de begroting 2023 hanteert de GGD-BZO een ander wegingsfactor voor prijs-loon indices (resp. 25%75%) t.o.v. eerdere begrotingen (resp. 30%-70%). Deze wijziging is vastgesteld in de nieuwe ‘Beleidsnotitie kader indexeringen’ van de 4GR uit 2021. ** Vanaf de begroting 2024 hanteert de ODZOB een ander wegingsfactor voor prijs-loon indices (resp. 33%-67%) dan de wijziging die is vastgesteld in de nieuwe ‘Actualisatie Beleidsnotitie P&C-documenten 4GR’ uit najaar 2022 (daar hanteert ODZOB namelijk een andere verhouding van resp. 27%-73%). Dit heeft te maken met een beperkte verschuiving tussen prijs- en loongevoelige begrotingsposten.

Hoogte algemene reserve In de “Actualisatie beleidsnotitie Kaders P&C documenten 4GR”zijn o.a. kaders vastgesteld voor de streefwaarde van de algemene reserve, zijnde het weerstandsvermogen van de organisatie. De hoogte van de algemene reserve wordt aan het totaal van de baten gerelateerd aangezien dit een relatief stabiel beeld geeft in de meerjarenbegroting. Er wordt gewerkt met een staffel zodat de hoogte van de totale baten in de begroting niet voortdurend invloed heeft op de hoogte van de aan te houden algemene reserve. Totale baten

Minimum stand

Maximum stand

Huidige stand

Verschil t.o.v. minimum

GGDBZO Algemene reserve PG

54.700.000

2.000.000

2.400.000

1.526.348

-/- 473.652

36.125.000

1.500.000

2.000.000

1.393.938

-/- 106.062

65.294.837

2.400.000

3.200.000

2.251.205

-/-148.795

Algemene reserve AZ

VRBZO Algemene reserve

Toelichting

• Totale baten primaire begroting 2025. • Reservestand per 31-122023 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2023). De concept resultaatbestemming voor PG (€1.046.042) en AZ (€346.704) worden bij vaststelling van de jaarrekening 2023 toegevoegd aan de desbetreffende algemene reserve. • Totale baten primaire begroting 2025. • Reservestand per 31-122023 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2023).

2

De concept resultaatbestemming €1.797.857 wordt bij vaststelling van de jaarrekening 2023 toegevoegd aan de algemene reserve. MRE Algemene reserve MRE

16.064.881

600.000

1.200.000

1.000.000

400.000

3.577.734

150.000

300.000

300.000

150.000

ODZOB Algemene reserve

31.466.746

1.500.000

2.000.000

530.774

-/-969.226

TOTAAL

207.229.198

8.150.000

11.100.000

7.002.265

-/-1.147.735

Algemene reserve RHCe

• Totale baten primaire begroting 2025. • Reservestand per 31-122023 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2023). De concept resultaatbestemming voor MRE (€125.000) wordt bij vaststelling van de jaarrekening 2023 toegevoegd aan de desbetreffende algemene reserve. • Totale baten primaire begroting 2025. • Reservestand per 31-122023 (voor resultaatbestemming van boekjaar 2023). De concept resultaatbestemming €1.153.652 wordt bij vaststelling van de jaarrekening 2023 toegevoegd aan de algemene reserve.

Om een bestendige gedragslijn te krijgen wordt, mede conform de geactualiseerde beleidsnotitie, voorgesteld om het jaarresultaat in principe te muteren op de algemene reserve als en voor zover deze zich binnen de marge van bovenstaand minimum en maximum bevindt. Dit betreft een kaderstellende bandbreedte. Het is aan het Algemeen Bestuur van de verbonden partij of de bandbreedte volledig wordt ingevuld. Dit is namelijk organisatie-specifiek en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Indien de algemene reserve lager is dan het minimum, en door aanvulling via resultaatbestemming van het jaarresultaat onder het minimum blijft, dan kan een aanvullende bijdrage aan de gemeenten gevraagd worden om de algemene reserve op te hogen tot aan het minimum. Het kan ook betekenen dat de GR efficiency- of bezuinigingsmaatregelen moet nemen. Het AB besluit over het jaarresultaat en eventuele bijstorting of onttrekking aan de algemene reserve. Besluitvormingsproces De begrotingen 2025 van de 4GR worden in de raadsvergadering van 28 mei 2024 aangeboden. Mocht één dossier worden aangehouden in het besluitvormingsproces verzoeken wij u niet alle vier de dossiers tot die tijd aan te houden. Er zal aandacht moeten blijven voor de eigenheid van de afzonderlijke GR-en.

Gemeenschappelijke regelingen dienen voor 1 juli 2024 in overeenstemming met de nieuwe Wet gemeenschappelijke regeling te zijn gebracht. Er zijn echter een aantal wijzigingen die direct per 1 juli 2022 in werking zijn getreden, zoals de gewijzigde begrotingscyclus. De gemeenteraden hebben voortaan 12 weken (in plaats van 8 weken) de tijd om een zienswijze op de ontwerpbegroting in te dienen. De ontwerpbegrotingen zijn tijdig ontvangen en de behandeling van de zienswijze op 28 mei is binnen de gestelde termijn. Wat ook nieuw is in de begrotingscyclus, is dat het DB verplicht is te reageren op de door de raden ingediende zienswijzen op de begroting. Het DB moet schriftelijk én gemotiveerd aan de gemeenteraden laten weten wat het van de

3

zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid (artikel 35 lid 4 en 59 lid 4 Wet gemeenschappelijke regelingen). Die ‘terugkoppeling’ moet aan de raden worden gegeven vóórdat het AB de begroting vaststelt. Dat moet dan dus gebeuren in de periode tussen de aanbieding van de begroting aan het AB en het moment van vaststelling door het AB. Deze reactie maakt onderdeel uit van het besluit over de begroting in het AB. Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen ODZOB, GGD en VRBZO Wij verwachten van de gemeenschappelijke regelingen goede onderlinge synergie in de bijdrage aan de opgaven van de Omgevingswet en het bereiken van resultaat op de door gemeente Eindhoven in de Omgevingsvisie (juni 2020) vastgestelde doelen “Gezonde en toekomstbestendige stad” en “Sociaal en inclusief”. Met blijvende aandacht voor optimalisering van efficiency, en de raad te informeren over wat daartoe is gedaan en wordt bereikt. Specifieke aandachtspunten per gemeenschappelijke regeling • GGD-BZO: In de ontwerpbegroting 2025 zijn de gevolgen van de CAO 2024 verwerkt. De algemene index waarvan nu in de ontwerpbegroting voor het kalenderjaar 2025 is uitgegaan, is conform de afgesproken regelingen met de 4 GR’-en gebaseerd op de MEV/CPB-index. Voor 2025 is deze bepaald op 5,9%.

Het is niet uitgesloten dat de werkelijke index lager zal uitvallen, waarbij een belangrijk aspect de nog vast te stellen CAO-afspraken voor het jaar 2025 zullen zijn. Op het moment dat het onderhandelingsresultaat van de CAO 2025 bekend is, zal de algemene index opnieuw berekend worden en zal een begrotingswijziging via het GGD-bestuur aan gemeenten worden aangeboden indien de nieuwe berekening voldoende materieel verschil laat zien. Het ministerie van VWS heeft de GGD voor 2024 opdracht (en financiering) gegeven voor het in stand houden van een basis-infrastructuur voor Covidvaccinatie. In de ontwerpbegroting 2025 is de GGD ervan uitgegaan dat dit voortaan een structureel onderdeel van de taken van de GGD zal blijven. In de ontwerpbegroting 2025 is uitgegaan van een raming van het volume contracttaken Publieke Gezondheid voor gemeenten van ca. € 8 miljoen. De GGD verwacht dat het Rijks Vaccinatie Programma (RVP) vanaf 2025 verder uitgebreid zal worden. De (financiële) kaders zijn echter te onzeker om daarvoor nu al bedragen op te nemen in de ontwerpbegroting. Zodra hier duidelijkheid over komt, zal dit middels een begrotingswijziging voorgelegd worden. In deze ontwerpbegroting is de GGD uitgegaan dat de medische arrestantenzorg voor de politie ook na 2024 gecontinueerd wordt. Het lopende contract loopt eind 2024 af en momenteel loopt een aanbesteding.

De GGD heeft het voornemen om hierop in te tekenen. Mocht dit werk echter niet aan de GGD gegund worden dan geeft men reeds nu aan dat een groot deel van de inkomsten verloren zullen gaan en zullen bepaalde kosten volledig ten laste (gaan) komen van de gemeenten. •

VRBZO:

In de Kadernota 2025 VRBZO is aangegeven dat er op basis van de hoofdlijnen van het meerjarenbeleidsplan voor de periode tot 2030 geen grootse veranderingen worden verwacht, wel extra accenten. In de uitvoering van de huidige visie 2025 worden vooral (nieuwe) ontwikkelingen op gebied van brandweerzorg, duurzaamheid, huisvesting, informatieveiligheid geconstateerd. Daarbij wordt aangegeven dat er in toenemende mate een gebrek aan capaciteit wordt ervaren, deels veroorzaakt door krapte op de arbeidsmarkt. In de kadernota 2025 zijn naast de gebruikelijke inflatiecorrectie, geen extra kostenstijgingen aangegeven.

4

Ons voorstel voor de zienswijze op dit onderdeel (de gebruikelijke inflatiecorrectie) is in te stemmen met de verhoging van de gemeentelijke bijdrage en daarbij de VRBZO te verzoeken om de huidige ontwikkelingen van kosten te blijven monitoren en bij toekomstige additionele kostenstijgingen deze te voorzien van een advies vanuit de VRBZO en daarbij ook te kijken naar de mogelijkheden van een eigen bijdrage c.q. bezuinigingsvoorstel. •

MRE:

De MRE begroting 2025 betreft de derde begroting van de samenwerkingsperiode 20232026. Deze begroting sluit aan bij de ambities en doelen van de MRE samenwerking, zoals opgenomen in dit akkoord. Naast de regionale opgaven, maakt de inwonerbijdrage voor het MRE-deel van de meerjarenfinanciering Brainport Development (alle 21 gemeenten) onderdeel uit van de MRE-begroting. Voor de zienswijze voor het Brainportdeel bieden wij u gelijktijdig een afzonderlijk raadsvoorstel aan (raadsvoorstel Meerjarenplan en -financiering Brainport Development NV (2025-2032, met inboeknummer 24bst00377). In de kern beogen belde voorstellen de ontwikkel- en uitvoeringskracht in de regio te vergroten. Dat is nodig om de ontwikkeling en transformatie van de regio in goede banen te leiden en ook voor de aankomende periode bij te dragen aan brede welvaart in de regio. De conceptbegroting MRE bevat naast de reguliere indexering een stijging van de inwonerbijdrage van de 21 gemeenten voor regionale opgaven (€ 177.000) en Brainport Development (€ 700.000). Het Eindhovens aandeel in deze stijging bedraagt € 53.907 en € 213.191. Hierbij is bij het raadsvoorstel van de MRE een voorbehoud gemaakt voor de structurele dekking ad € 267.099,-via de Begroting 2025.

• ODZOB: De ontwerpbegroting voor ODZOB is vergelijkbaar met 2024; er is sprake van een zeer geringe toename. Binnen deze begroting is een ontwikkelbudget opgenomen gekoppeld aan een integrale verbeteraanpak waarover het AB in december 2024 een besluit kan nemen. Op deze manier kan een bijdrage geleverd worden aan de door Eindhoven al enkel jaren gevraagde verbetering in de werkprocessen van ODZOB zonder de begroting verder op te hogen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14004858/1