Bijlage 5 - Onderbouwing gemaakte keuzes gecomprimeerd
Tekst van het document
Onderbouwing gemaakte keuzes Warmteprogramma 2026-2030
20250814
Inleiding In het kader van het opstellen van het warmteprogramma is een technisch-economische analyse uitgevoerd om onderbouwde keuzes te kunnen maken voor de inzet van warmtetechnieken per buurt. Deze analyse is bedoeld om inzicht te geven in de relatieve kansrijkheid van verschillende warmteoplossingen, zowel collectief als individueel, en om te bepalen welke warmtebronnen het meest geschikt zijn binnen de lokale context van Eindhoven.
De analyse bouwt voort op eerdere studies zoals de Transitievisie Warmte (2021) en een ambtelijke energiesysteem verkenning. De analyse houdt rekening met actuele ontwikkelingen zoals de aanleg van collectieve warmtevoorzieningen, geplande nieuwbouw, beschikbare warmtebronnen en de bespaarpotentie van de bestaande gebouwde omgeving. De uitkomsten van deze analyse vormen een belangrijke bouwsteen voor het warmteprogramma. Voor deze analyse is gebruikgemaakt van een warmtetool en een methodiek die specifiek zijn ontwikkeld voor warmteprogramma’s. De aanpak was iteratief en kende meerdere feedbackmomenten, zodat de resultaten afgestemd kunnen worden op beleidsmatige en technische inzichten. De uitkomsten van dit onderzoek zijn onderdeel van deze bijlage.
Disclaimer bij de analyse Het is belangrijk om te benadrukken dat de gepresenteerde resultaten in de technische analyse voortkomen uit een data-gedreven scenario-analyse. Deze resultaten geven een indicatief beeld van de kansrijkheid van verschillende technieken, maar vormen geen sluitende conclusie over de technische of economische haalbaarheid. De analyse kent een aantal onzekerheden, die voortkomen uit: •
Beperkingen in de data: zoals minder nauwkeurige waarden voor warmtevraag per gebouw.
•
Aannames in kengetallen: bijvoorbeeld over prijsontwikkelingen en participatiegraad.
•
Gemiddelde resultaten op buurtniveau: individuele woningen kunnen sterk afwijken van het gemiddelde.
Daarom geldt voor de interpretatie van de resultaten het volgende:
•
Houd rekening met een onzekerheidsmarge van 40% bij absolute uitspraken.
•
Voor het beoordelen van relatieve verschillen tussen scenario’s is een marge van 20% aan te houden.
•
De resultaten zijn vooral geschikt om scenario’s per buurt onderling te vergelijken, niet om op woningniveau conclusies te trekken.
Deze disclaimer is essentieel om de resultaten op de juiste manier te duiden en te voorkomen dat er beleidskeuzes worden gemaakt op basis van een te absolute interpretatie van de uitkomsten.
Beleidsmatige inbedding Naast de technische analyse is het warmteprogramma ingebed in een bredere beleidsmatige context. Het programma wordt gestuurd door tien gidsprincipes die voortkomen uit eerder vastgesteld beleid, waaronder de Transitievisie Warmte, de Omgevingsvisie, het Klimaatplan 2026–2030 en het bestuursakkoord. Deze principes geven richting aan de uitvoering en zorgen ervoor dat de warmtetransitie niet alleen technisch en economisch, maar ook sociaal en bestuurlijk gedragen wordt. In hoofdstuk 3 van het warmteprogramma worden deze principes voorzien van meer context. De keuzes die in het warmteprogramma zijn gemaakt, worden in deze bijlage stapsgewijs onderbouwd. Daarbij wordt verwezen naar de uitkomsten van de analyse en de gidsprincipes die richting geven aan de uitvoering.
Inzichten uit eerste analyse: Voor deze analyse is gebruikgemaakt van een rekenmodel. De tool maakt het mogelijk om de implicaties en effecten van verschillende duurzame warmtetechnieken voor specifieke gebieden (clusters) te vergelijken. Hierbij wordt rekening gehouden met de karakteristieken van gebouwen, straten en andere elementen in de buurt. De Warmtetool genereert inzichten op basis van scenario-analyses, waaronder: Totale nationale kosten, Total cost of ownership (TCO), CO₂-reductie en Elektriciteitsvraag. Er zijn verschillende individuele en collectieve systemen doorgerekend. Deze scenario’s hebben richting gegeven aan de afwegingen die in het warmteprogramma zijn gemaakt. Na de eerste toepassing van de Warmtetool bleek dat in een aantal van de doorgerekende clusters, zelfs wanneer er relatief goedkope warmtebronnen aanwezig zouden zijn, individuele oplossingen als het meest kansrijke alternatief naar voren kwamen. De berekeningen wijzen erop dat – gegeven de gebouwkenmerken, infrastructuur en kostenstructuur – individuele technieken in deze clusters een zeer grote waarschijnlijkheid hebben om zowel economisch als technisch haalbaar te zijn. Deze gebieden zijn hier in donkerblauw aangegeven. Voor enkele clusters was er op een later moment nog een nadere afweging nodig.
(al) Aardgasvrij (al aangesloten op een) Warmtenet
Individuele oplossing Twijfel
Vervolgstappen: toepassing van gidsprincipes op resterende clusters Na de eerste analyse zijn voor de overgebleven clusters aanvullende afwegingen gemaakt. Hierbij hebben we twee gidsprincipes als leidraad genomen om voor enkele gebieden een keuze te maken. Deze principes zijn juist in de Eindhovense context van grote waarde, vanwege de specifieke stedelijke dynamiek, ambities en bestaande initiatieven: We halen het maximale uit onze proeftuinen aardgasvrij In de startbuurten ’t Ven - Lievendaal en Eindhoven Noordoost is al veel ervaring opgedaan met de warmtetransitie. De lessen uit deze proeftuinen zijn benut om andere gebieden beter en sneller aan te pakken. Dit sluit aan bij het vastgestelde klimaatplan, waarin het voortzetten van deze proeftuinen expliciet is benoemd. We laten het bestaande profiteren van het nieuwe Nieuwe grootschalige woningbouwontwikkelingen worden strategisch gekoppeld aan bestaande buurten. Door deze koppeling ontstaan kansen om collectieve warmteoplossingen efficiënter en rendabeler uit te rollen. Dit principe sluit aan bij de sociale Brainport-agenda uit het bestuursakkoord.
Aardgasvrij Warmtenet Collectieve warmtevoorziening (Grootschalig)
“We halen het maximale uit onze proeftuinen” Proeftuin Eindhoven Noord-Oost
Proeftuin ‘t Ven-Lievendaal
Aardgasvrij Warmtenet Collectieve warmtevoorziening (Grootschalig)
“We laten het bestaande profiteren van het nieuwe” Stadshart Woensel
Fellenoord
Binnenstad
Groot Gestel
Vervolgstappen: toepassing van gidsprincipes op resterende clusters In een volgende stap koppelen we de beschikbare (fictieve) warmtebronnen. Een overzicht van deze bronnen is opgenomen in Bijlage 5: Duurzame bronnen en technieken. Deze stap is essentieel om te verkennen waar collectieve warmteoplossingen op basis van lokale bronnen mogelijk zijn. Bij deze afweging zijn de gidsprincipes “We laten warmte niet verloren gaan” en “We brengen innovaties in de praktijk” toegepast. Dit principe onderstreept het belang van het ontwikkelen, en toepassen van lokale en hernieuwbare warmtebronnen en opslagmogelijkheden. Juist in de Eindhovense context, waar weinig potentiële duurzame bronnen aanwezig zijn, maar toch de ambitie bestaat om de warmtetransitie duurzaam en efficiënt vorm te geven, zijn dit belangrijke principes. Het ontwikkelen en inzetten van warmtebronnen was ook al verankerd in de Transitievisie Warmte en vormt een belangrijk fundament onder het warmteprogramma. Deze koppeling leidt tot inzichten en keuzes voor de clusters waar collectieve oplossingen op basis van bronbeschikbaarheid kansrijk zijn. We onderzoeken in het warmteprogramma 20262030 de haalbaarheid van deze bronnen als toepassing in een collectieve warmtevoorziening.
Veldthermie (fictief)
Aardgasvrij
Aquathermie (fictief)
Warmtenet
Rioolwaterzuivering
Collectieve warmtevoorziening (Grootschalig)
Vaartbroek Geothermie (fictief)
Onderzoek naar haalbaarheid collectieve warmtevoorziening
Oude Gracht-Oost De Kade*
Muschberg, Geestenberg Doornakkers-Oost
Proeftuin ‘t Ven-Lievendaal
“We laten warmte niet verloren gaan” Stratum
“We pakken de leiding met innovaties”
Genneper Parken* *Maatschappelijk vastgoed
Toepassing van het afwegingsmodel Voor de clusters waar de analyse geen duidelijke voorkeur opleverde tussen een collectieve warmteoplossing en een individuele oplossing, maken we met behulp van het ontwikkelde afwegingsmodel een afweging. Dit model is specifiek ontworpen om in complexe situaties een bredere set van publieke waarden mee te nemen in de besluitvorming. Bij deze stap is het gidsprincipe “We starten met kosten, maar sturen op waarde” toegepast. Dit principe benadrukt dat kosten weliswaar in beeld worden gebracht, maar dat de uiteindelijke keuze wordt gestuurd op basis van vijf publieke waarden zoals vastgesteld door de gemeenteraad in 2023 in de startnotitie van het gemeentelijk energiebedrijf. Het afwegingsmodel is in deze fase van het warmteprogramma toegepast op drie twijfelgebieden: A. Erp B. Oud-Strijp C. Doornakkers-West & Lakerlopen Voor deze gebieden is het model zonder gedetailleerde verkenning ingevuld. Een uitgebreide uitleg van dit afwegingsmodel en de resultaten van deze exercitie zijn opgenomen in bijlage 6 van het warmteprogramma. Het warmteprogramma vormt de eerste fase waarin we het afwegingsmodel toepassen.
In de verdere uitwerking van de warmtetransitie zal het model opnieuw worden ingezet bij: • Het vaststellen van een warmtekavel • Het opstellen van een globaal kavelplan (schetsontwerp) • Het uitwerken van een definitief kavelplan (uitgewerkt ontwerp)
Aardgasvrij Warmtenet Collectieve warmtevoorziening (Grootschalig)
Onderzoek naar haalbaarheid collectieve warmtevoorziening
Individuele oplossing (of kleinschalige collectieve)
“We starten met kosten, maar sturen op waarde” Twijfel = Afwegingskader gebruikt
Maatwerk bedrijventerreinen Voor bedrijventerreinen geldt dat het warmteprogramma inzet op maatwerk. Eindhoven telt 18 grote bedrijventerreinen en circa 22 kleinere bedrijfslocaties binnen woonwijken. Voor deze terreinen wordt gewerkt aan een gebiedsgerichte aanpak, waarbij in samenwerking met ondernemers energie-uitvoeringsplannen worden opgesteld. Deze plannen bieden inzicht in het huidige energiegebruik en schetsen de stappen richting een aardgasvrije toekomst. Per terrein zijn de mogelijkheden voor collectieve energiesystemen verkend, zoals gezamenlijke warmtevoorzieningen of duurzame elektriciteitsopwekking. Dit is samengevat in een kansenkaart per bedrijventerrein, opgenomen als bijlage 11 van het warmteprogramma. Er is veel bereidheid tot samenwerking op de bedrijventerreinen, mits dit gebeurt via een stapsgewijze benadering. Dit sluit aan bij het gidsprincipe “We gaan uit van de kansen en de krachten van onze stad”: we bouwen voort op de eigen kracht en organisatie van bedrijventerreinen, net zoals we dat doen met bewonersinitiatieven en energiecoöperaties.
Aardgasvrij Warmtenet Collectieve warmtevoorziening (Grootschalig)
Onderzoek naar haalbaarheid collectieve warmtevoorziening
Individuele oplossing
Maatwerk industrie/bedrijven
“We gaan uit van de kansen en krachten van onze stad”
Voorkeur oplossing warmtevoorziening De uiteindelijke kaart met voorkeursoplossingen laat per gebied zien welke warmteoplossing het meest kansrijk is richting een aardgasvrije toekomst. De hoofdrichtingen zijn als volgt: • Aardgasvrij: Gebouwen zijn al voorzien van een aardgasvrije warmtevoorziening. • Bestaande collectieve warmtevoorziening: Gebouwen zijn aangesloten op een collectief systeem. • Individuele warmtevoorziening: In deze gebieden wordt gekozen voor individuele oplossingen zoals (hybride) warmtepompen. • Grootschalige collectieve warmtevoorziening: In dichtbebouwde gebieden en bij nieuwbouw is een collectief systeem haalbaar. • Haalbaarheidsonderzoek collectieve warmtevoorziening: In kansrijke maar nog onzekere gebieden wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. • Maatwerk bedrijventerreinen, werklocaties en winkelgebieden: Deze gebieden vragen om een specifieke aanpak, afgestemd op warmtevraag, bedrijfsprocessen en ontwikkelambities. Samenwerking met ondernemers staat centraal. • Individueel maatwerk: In overige gebieden zoals groengebieden en Eindhoven Airport geldt individuele warmtevoorziening als uitgangspunt, met ruimte voor maatwerk.
Selectie aanpak voor 2035 Op basis van de voorkeursoplossingen moest er voor het warmteprogramma ook een selectie worden gemaakt van gebieden waar we vóór 2035 starten met een gebiedsgerichte aanpak. Deze gebieden zijn weergegeven op de zogenaamde ‘wanneer’-kaart. Bij deze stap zijn twee gidsprincipes leidend geweest: • We investeren ongelijk voor gelijke kansen Op basis van Koers Sociaal 2040 is een analyse gemaakt van kwetsbare buurten. In deze gebieden zetten we extra in, zodat iedereen kan meedoen aan de warmtetransitie. • We schalen en schakelen op Om tempo en samenhang te waarborgen, wordt de energiedienstenorganisatie ingericht als uitvoeringspartner. We versnellen de aanpak door gebiedsgericht te werken en waar nodig gebruik te maken van aanwijsbevoegdheid. Deze principes zorgen ervoor dat de warmtetransitie niet alleen efficiënt, maar ook sociaal rechtvaardig en voorspelbaar wordt uitgerold. Als eerst hebben we op basis van Koers Sociaal 2040 een analyse gemaakt van de kwetsbare buurten. We hebben er voor gezorgd dat deze gebieden zo veel mogelijk overlappen met onze uiteindelijke aanpakken.
“We investeren ongelijk voor gelijke kansen”
De aanpak voor 2035 In gebieden waar collectieve warmtevoorzieningen kansrijk zijn, wordt snel gestart om te voorkomen dat individuele keuzes de haalbaarheid van collectieve systemen ondermijnen. Ook aangrenzende gebieden worden meegenomen via haalbaarheidsonderzoeken, waarbij individuele oplossingen onderdeel blijven van de gebiedsgerichte aanpak. In gebieden waar individuele (all-electric) oplossingen het meest kansrijk zijn, worden bewoners ondersteund via de stadsbrede energiebesparingsaanpak. In Blixembosch-West wordt al gestart met een gebiedsgerichte aanpak om ervaring op te doen met all-electric wijken. Voor bedrijventerreinen, werklocaties en winkelgebieden geldt maatwerk. De aanpak wordt afgestemd op de warmtevraag, bedrijfsprocessen en ontwikkelambities. De Hurk is het eerste terrein waar al wordt samengewerkt aan een energie-uitvoeringsplan, gevolgd door GDC Acht en Eindhoven Airport & Flight Forum. Daarnaast worden in potentieel kansrijke gebieden haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. Uiterlijk eind 2027 wordt per gebied duidelijkheid gegeven over de voorkeursoplossing. Gebieden zoals Vaartbroek, Oude Gracht-Oost, Doornakkers-Oost, Muschberg, Geestenberg, Stratum en Genneper Parken zijn geselecteerd voor deze onderzoeken.
Aardgasvrij Warmtenet Collectieve warmtevoorziening (Grootschalig)
Onderzoek naar haalbaarheid collectieve warmtevoorziening
Voor 2028
Individuele oplossing
Maatwerk industrie/bedrijven
“We schalen en schakelen op”
“We investeren ongelijk voor gelijke kansen”
Uiteindelijke kaart gebiedsgerichte aanpakken De uiteindelijke kaart toont de buurten waar we gebiedsgericht aan de slag gaan vóór 2035. Naast de technische analyse en toepassing van gidsprincipes zijn ook het startportfolio van Eindhoven Energie en het gebiedsproces Genneper Parken (zie hoofdstuk 4.4) meegenomen in de duiding van de kaart.
Een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoerbaarheid is de capaciteit van het elektriciteitsnet. In afstemming met Enexis is vastgesteld dat we alleen starten met all-electric gebiedsgerichte aanpakken in gebieden waar het laagspanningsnet dit aankan. Dit borgt dat de uitvoering realistisch en haalbaar is binnen de huidige netcapaciteit. Daarnaast zijn in het plan-MER (bijlage 1) diverse mitigerende maatregelen opgenomen om mogelijke negatieve effecten van warmteopties te beperken. Deze maatregelen richten zich op het minimaliseren van milieubelasting, het beschermen van de leefomgeving en het waarborgen van ruimtelijke kwaliteit. Sommige maatregelen zijn al verankerd in bestaand beleid, zoals strikte eisen voor boormethodes. Hoewel niet alle maatregelen in elke situatie toepasbaar zijn, vormen ze een belangrijke basis voor de gebiedsgerichte uitvoeringsplannen. Bovendien zijn ze integraal onderdeel van de toepassing van het afwegingsmodel (bijlage 6), waarmee we keuzes maken op basis van publieke waarden en ruimtelijke haalbaarheid.
Fase 1 – Warmtetool-analyse
Warmtetool
Workflow Fase 1
Voorbereiding
Resultaat
Analyse
Warmtetool doorrekening met een goedkope bron
Voorkeursoplossing bij een goedkope bron
Clusters definiëren
Kleurplaat Warmtetool doorrekening met een dure bron
Voorkeursoplossing bij een dure bron
Uitgangspunten – Fase 1 Energieprijzen o.b.v. TTF, KEV + eigen aanvulling Isolatie minimaal A of B bij individueel Isolatie minimaal D bij warmtenet (70°C) Goedkope bron: HT restwarmte – 70°C afgifte Dure bron: collectieve bodem-WP – 70°C afgifte Nieuwbouw op eigen systeem Bestaand warmtenet buiten scope Indeling o.b.v. nationale kosten Vollooptijd warmtenet afhankelijk van clustergrootte - Participatiegraad warmtenet: 80% - Piekvoorziening warmtenet: aardgas -
Verschil bij een goedkope bron
Verschil bij een dure bron
Kleurplaat Fase 1
Fase 2 Bronnenanalyse
Workflow Fase 2 Start
Voorbereiding
Resultaat Fase 1
Warmtevraag en bronpotentie inzichtelijk maken
Koppeling
Analyse
Resultaat
Warmtetool doorrekening
Kleurplaat
1. Bron(nen) toekennen aan centrum 2. Bestaande plannen/ideeën 3. Gunstige clusters koppelen aan gunstige bronnen 4. Minder gunstige clusters koppelen aan minder gunstige bronnen
Uitgangspunten – Fase 2 - Bron specifieke kenmerken meenemen in doorrekening - Naast locatie gebonden bron is per cluster óók WKO met droge koelers doorgerekend - Gevoeligheidsanalyse - Isoleren naar schillabel B - Laag temperatuur warmtenet (afgifte 50°C)
Resultaat Fase 1
Potentieel nog verder uit te nutten als er meer koude geloosd mag worden
Aquathermie wordt ingezet voor nieuwbouw
Fase 2 – Resultaten Warmtetool
Nationale kosten bestaande plannen, geo- en veldthermie
Gevoeligheidsanalyse
Isoleren naar min label B Laag temperatuur warmtenet
Nationale kosten aquathermie
Gevoeligheidsanalyse
Isoleren naar min label B Laag temperatuur warmtenet
Fase 3 – Kleurplaat
Vergelijking TVW & Startanalyse
Warmteprogramma
Transitievisie Warmte
Startanalyse 2025 – excl klimaatneutraal gas
Startanalyse 2020
Bijlage 1 Warmtetool
Warmtetool - werking Alle verschillende warmteoplossingen zijn geanalyseerd met de Warmtetool. De Warmtetool is een rekenmodel waarmee de implicaties en effecten van verschillende duurzame warmtetechnieken voor specifieke gebieden kan worden vergeleken. Het rekenmodel houdt rekening met de karakteristieken van gebouwen, straten en andere elementen in de buurt. Voorbeelden van Warmtetool inzichten zijn: • Totale nationale kosten • Total cost of ownership • CO2-reductie
• Elektriciteitsvraag
Voor de gemeente Eindhoven zijn verschillende individuele en collectieve systemen doorgerekend.
Warmtetool
Schema van de berekening
Warmtetool – uitgangspunten algemeen Hieronder de uitgangspunten en aannames voor onze analyse: • Bij warmtenetten is uitgegaan van een participatiegraad van 80% en een vollooptijd afhankelijk van de grootte van het cluster. • De piekvraag wordt voorzien door aardgasketels die op jaarbasis in 19% van de vraag voorzien. • De looptijd van de berekeningen is 30 jaar. Restwaarde van investeringen na 30 jaar worden meegenomen als positieve kasstroom. • Energieprijzen zijn gebaseerd op de huidige energiemarkt en recent opgestelde prognoses voor de toekomst (peildatum voorjaar 2025). • Woningen en gebouwen worden niet altijd naar de Standaard geïsoleerd, maar naar wat nodig is voor het doorgerekende warmteconcept.
Disclaimer De gepresenteerde resultaten zijn gebaseerd op een data-gedreven scenario-analyse. Op basis hiervan ontstaat een beeld van de kansrijkheid van verschillende technieken, maar kan geen sluitende conclusie geformuleerd worden over technische of economische haalbaarheid. Het gaat om indicatieve resultaten die om twee hoofdredenen een mate van onzekerheid met zich meebrengen: Minder nauwkeurige waarden in de data en kengetallen zoals warmtevraag per gebouw. Ondanks onze rekenmethodes die frequent geüpdatet worden, blijven de waarden van bijvoorbeeld prijsontwikkelingen en participatiegraad aannames. Dit betekent dat de resultaten vooral geschikt zijn om scenario's per buurt onderling te vergelijken. Bij de interpretatie van de resultaten als absoluut en opzichzelfstaand, dient rekening gehouden te worden met onzekerheidsmarge van 40%. Om te beoordelen of het relatieve verschil tussen scenario’s significant is dient rekening te worden gehouden met een marge van 20%. Daarnaast zijn alle resultaten gemiddelden op buurtniveau. Wanneer naar specifieke woningen wordt gekeken kunnen er grote verschillen optreden tussen de woningen.
Warmtetool – uitgangspunten energietarieven • De gehanteerde gas- en elektriciteitstarieven zijn gebaseerd op een analyse van de huidige energiemarkt. •
•
• •
Voor 2025 zijn de Dutch power NL Q3 futures gebruikt voor elektriciteit; voor gas is het gewogen gemiddelde variabele G1-tarief van de 10 grootste Nederlandse gasleveranciers gebruikt uit het ACM tariefbesluit warmte 2025 en deze teruggerekend naar groothandelsprijzen. Van 2026 t/m 2028 zijn de Dutch power NL calendar futures gebruikt voor elektriciteit; voor gas zijn de TTF calendar futures gebruikt. Van 2029 en 2030 zijn de getallen uit de KEV2024 overgenomen (prijsscenario midden). Na 2030 is uitgegaan van een standaard inflatiepercentage van 2%6 op zowel elektriciteit als gas.
• De gehanteerde warmtetarieven zijn gebaseerd op het NMDA principe wat de ACM hanteert. •
In de toekomst komt de kostprijs plus methodiek in plaats van de NMDA methodiek. Het is nu echter nog niet duidelijk hoe dit precies uitgewerkt gaat worden, daarom zijn we in deze studie nog uitgegaan van het NMDA principe.
• Belastingen zijn gebaseerd op tarieven van de belastingdienst en het belastingplan.
Lokaal Omdat de warmtetransitie pas echt succesvol kan zijn als we verbinding maken met de lokale betrokkenen en aansluiten bij wat hen beweegt. Neutraal We hebben geen voorkeur voor een oplossing, maar zoeken naar oplossingen die passen bij de lokale situatie. Samen Met bewoners en andere belanghebbenden, zodat iedereen achter het eindresultaat staat. Transparant Wij delen onze kennis, werkwijze en tools. Dit brengt landelijke versnelling in de warmtetransitie.
Duurzame warmte voor iedereen!