Bijlage 5 - Kadernota 2027 VRBZO
Tekst van het document
Directie Datum
17 december 2025
Kadernota 2027
Status
Definitief Versie
1.0 Ons Kenmerk
P P09-00002
Kadernota 2027
Inhoudsopgave 1
Inleiding .....................................................................................................................................................................3
2
Bestuurlijke opdracht en beleidsplan .....................................................................................................................4 2.2
Deelopdracht 1.......................................................................................................................................................4
2.3
Deelopdracht 2 en 3...............................................................................................................................................5
2.4
Financiële effecten bestuurlijke deelopdrachten 1, 2 en 3 .....................................................................................7
2.5
Verkenning 2040 ....................................................................................................................................................8
3
Inhoudelijke beleidsontwikkelingen........................................................................................................................9 3.1
Weerbaarheid en veerkracht maatschappij ............................................................................................................9
3.2
Efficiencykorting brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) ...........................................................................9
3.3
Landelijke strategische agenda brandweerzorg en crisisbeheersing ...................................................................10
3.4
Ontwikkelingen reguliere bedrijfsvoering .............................................................................................................10
3.5
Overige ontwikkelingen en risico’s .......................................................................................................................13
4
Indexering en gemeentelijke bijdrage ...................................................................................................................14 4.1
Indexeringsmethodiek 4 Gemeenschappelijke Regelingen .................................................................................14
4.2
Gemeentelijke bijdrage ........................................................................................................................................15
Bijlage 1: Staat met gemeentelijke bijdrage ...................................................................................................................21
2
Kadernota 2027
1
Inleiding
Het bieden van een veilige werk-, woon- en leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven, gemeenten en vele andere instellingen. Een belangrijke schakel hierin is de Veiligheidsregio: de organisatie die risico’s in beeld brengt, zelfredzaamheid en weerbaarheid bevordert, veiligheidsmaatregelen adviseert en voorschrijft, partners samenbrengt en samenwerken stimuleert. En, als het dan toch fout gaat, treden we op en proberen wij de maatschappelijke continuïteit zo snel mogelijk terug te brengen tot een aanvaardbaar peil. In een maatschappij waarin de (veiligheids)risico’s alsmaar toenemen en complexer worden, groeit het belang van een sterke en daadkrachtige Veiligheidsregio. Een Veiligheidsregio die kwantitatief op sterkte is, kwalitatief van een goed professioneel niveau en snel wendbaar om op allerlei (on)denkbare scenario’s in te spelen. Deze vereisten zien we terug in steeds strenger wordende wet- en regelgeving, in brancherichtlijnen en overeenkomsten en in maatschappelijke betrokkenheid. De lat ligt steeds hoger. Daarnaast geven ontwikkelingen in de wereld en Nederland aanleiding om te investeren in veiligheid. Onze regio groeit bovendien. Dat maakt dat we op diverse gebieden aan de slag moeten met het versterken van onze basis en investeren in een robuuste veiligheidsregio.
De afgelopen maanden maakten we inzichtelijk wat er nodig is om tot komen tot die organisatie. Dit leidde tot een regionaal beleidsplan 2027-2030, waarvan de effecten zichtbaar zijn in deze kadernota. De komende periode bespreken we met het bestuur en de gemeenteraden op welke manier verder invulling geven aan de uitdagingen waar we voor staan. Dat doen we samen. Immers, samen zetten wij onze hulp en kennis in voor fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit in Zuidoost-Brabant.
3
Kadernota 2027
2
Bestuurlijke opdracht en beleidsplan
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) constateerde dat zij niet langer kan voldoen aan eisen en verwachtingen, die aan een veiligheidsregio mogen worden gesteld. De organisatie heeft lange tijd met moeite kunnen en willen voldoen aan deze vereisten en verwachtingen. Maar de zorg voor veiligheid van inwoners, bedrijven én eigen medewerkers legt inmiddels een onevenredige druk op het personeel. Er zijn grote zorgen over de bedrijfscontinuïteit, op onderdelen wordt niet of onvoldoende voldaan aan wettelijke vereisten en er is onvoldoende slagkracht voor het uitvoeren van zowel reguliere activiteiten als de werkzaamheden in crisissituaties. Deze constateringen zijn in 2024 gedeeld met het Algemeen Bestuur. Ook zijn de gemeenteraden via diverse informatiemomenten meegenomen in de uitdagingen van VRBZO. Het bestuur gaf opdracht om het beeld te concretiseren en om richting te geven aan de ontwikkeling van VRBZO in de komende jaren. Deze bestuurlijke opdracht is uitgewerkt in 3 deelopdrachten: 1.
voldoen aan wet- en regelgeving;
2.
basis op orde brengen;
3.
komen tot een toekomstvisie.
2.2
Deelopdracht 1
Voor diverse onderwerpen inventariseerden we welke wettelijke bepalingen gelden, welke brancherichtlijnen of -normen (moeten) worden gehanteerd. Ook maakten we inzichtelijk wat de status is van uitvoering en implementatie binnen VRBZO en wat nodig is om het uitvoeringsniveau te laten voldoen aan wet- en regelgeving. Aan de hand van deze informatie en afwegingen is in het voorjaar 2025 het uitvoeringsdocument van deelopdracht 1 door het bestuur vastgesteld. Aan de hand van de zaken in dit document willen we op structurele wijze kunnen voldoen aan wet- en regelgeving. Conform dit plan zijn we in 2027 bezig met de afronding van de laatste onderdelen uit deze 1e deelopdracht. Op hoofdlijnen gaat het hierbij om de volgende thema’s: 1.
Taakuitvoering brandweerzorg
De Wet veiligheidsregio’s is duidelijk in wat de taken en verantwoordelijkheden van een veiligheidsregio zijn en waaraan ook VRBZO moet voldoen. Maar we willen zeker ook komen tot deze verbeteringen omdat het gaat om het voorkomen en beperken van levensbedreigende situaties en het in belangrijke mate bijdragen aan de maatschappelijke continuïteit. 2.
Huisvesting en materieel
Een goede facilitaire beheersorganisatie is randvoorwaardelijk om onze taken adequaat uit te voeren. Dit vraagt om samenwerking tussen gemeenten als verhuurder van de kazernes en deskundige inbreng vanuit VRBZO voor de beschikbaarheid van voldoende middelen. Verduurzaming is ook een steeds belangrijker item bij het beheren en vervangen van materialen en materieel.
4
Kadernota 2027
3.
Personele zorg
De loyaliteit van onze medewerkers aan het vak en aan de inwoners en bedrijven waar ze het allemaal voor doen is groot. De samenwerking binnen de organisatie is sterk en dienend aan de gezamenlijke missie. Samen zetten wij onze hulp en kennis in voor fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit in Zuidoost-Brabant. Met die instelling zijn we tot op heden in staat gebleken om de taken van een veiligheidsregio in voldoende mate te kunnen uitvoeren. Maar als werkgever bieden we lang niet altijd datgene, waar onze medewerkers recht op hebben en wat onontbeerlijk is voor hun werk en inzet; een veilige en gezonde werkomgeving, goede implementatie van arbeidsvoorwaarden en voldoende begeleiding bij rechtspositionele vraagstukken. Juist een veiligheidsorganisatie als VRBZO zou de arbeidsomstandigheden goed op orde moeten hebben om het risicovolle werk veilig te kunnen uitvoeren en een goed voorbeeld te kunnen stellen. Een risicoinventarisatie en evaluatie (RI&E) heeft echter aangetoond dat er een groot aantal tekortkomingen zijn. Die kunnen alleen worden opgepakt met behulp van voldoende deskundig personeel en beschikbaarheid van voldoende financiële middelen. 4.
Ondersteuning organisatie
Het primair proces binnen de Veiligheidsregio kan alleen goed functioneren als het kan leunen op de goede ondersteuningsprocessen en ondersteunende middelen. Een essentieel onderdeel is het kunnen werken met betrouwbare hard- en software, netwerken en informatiebronnen. Voor veel aspecten is deze ondersteuning niet gegarandeerd. De bedrijfscontinuïteit is niet altijd te garanderen, terwijl dat juist van een hulpdienst en crisisorganisatie mag worden verwacht.
2.3
Deelopdracht 2 en 3
Aansluitend op deelopdracht 1 heeft VRBZO in 2025 inzichtelijk gemaakt wat nodig is voor deelopdracht 2 en 3. Dit hebben we verwerkt in een regionaal beleidsplan. In het beleidsplan 2027-2030 schetsen we de veiligheidsrisico’s in onze regio, hoe wij als organisatie daarop inspelen, welke basisvoorwaarden we moeten versterken en welke strategische thema’s bepalend zijn voor de komende jaren. Ook kijken we vooruit naar 2040. In deze kadernota verwerkten we effecten van het beleidsplan 2027-2030. Veiligheidsrisico’s Onze samenleving verandert snel en de druk op veiligheid neemt toe. Zuidoost-Brabant is een regio met grote contrasten. Denk aan: Stedelijke gebieden rond Eindhoven, Helmond en Veldhoven met veel hoogbouw en bedrijvigheid, en daarnaast uitgestrekte natuurgebieden en platteland. De groei van Brainport zorgt voor de komst van nieuwe inwoners met een grotere diversiteit, meer evenementen en ook meer toerisme. De regio heeft bovendien een belangrijke logistieke functie, met snelwegen, spoorlijnen en Eindhoven Airport. Mede gelet op geopolitieke ontwikkelingen en het belang van defensie. En we hebben te maken met de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast en droogte, Deze dynamiek brengt uiteenlopende veiligheidsrisico’s met zich mee. Denk aan natuurbranden, overstromingen, infectieziekten, cyberaanvallen en uitval van nutsvoorzieningen.
Dit maakt dat onze samenleving steeds kwetsbaarder wordt.
5
Kadernota 2027
2.3.1
Basis op orde
Voordat we ambities kunnen waarmaken, moeten we zorgen dat onze basis goed geregeld is. Ons doel is eenvoudig: onze werkzaamheden gewoon goed te kunnen doen. . Dat betekent dat simpele taken niet mogen vastlopen en dat we de randvoorwaarden op orde brengen. Daarbij gaat het niet alleen om extra middelen, maar ook om slimmer organiseren. We hebben 7 bouwstenen benoemd die daarbij centraal staan: 1.
Publieke dienstverlening Meer adviescapaciteit bij risicobeheersing, betere risicocommunicatie en versterking van crisisbeheersing en bevolkingszorg, slimme natuurbrandbestrijding.
2.
Medewerkers Investeren in Inzetten op aantoonbare vakbekwaamheid (via strategisch leerplan) , opleidingen en moderne HRM-processen.
3.
Leiderschap en strategie Meer focus op netwerkregie en strategische capaciteit om aan te sluiten bij landelijke ontwikkelingen.
4.
Procesmanagement en kwaliteitszorg Betere borging van continuïteit en integrale sturing. Professionalisering van in- en aankoop en contractmanagement.
5.
Informatievoorziening Modernisering van systemen en digitale ondersteuning.
6.
Huisvesting en facilitair Verbetering en verduurzaming van kazernes en centrale huisvesting.
7.
Overhead Een gezonde en doelmatige bedrijfsvoering, passend bij de omvang van de organisatie.
Alle bouwstenen samen zorgen ervoor dat wij een gezonde organisatie zijn die haartaken en werkzaamheden kan uitvoeren zoals van een goed functionerende veiligheidsregio mag worden verwacht.
2.3.2
Strategische thema’s
Naast de basisopgaven vragen 4 strategische thema’s om speciale aandacht: weerbaarheid, schaalsprong en complexe infrastructuur, klimaatveiligheid en technologie, informatie en innovatie. Deze thema’s zijn rechtstreeks voortgekomen uit de Omgevingsanalyse 2035 en raken aan de unieke dynamiek van onze regio. 1.
Weerbaarheid Inwoners en organisaties moeten voorbereid zijn op rampen en crises. Zelf- en samenredzaamheid en veerkracht zijn essentieel. Wij versterken dit met noodsteunpunten, betere risicocommunicatie en nauwe samenwerking met gemeenten en maatschappelijke partners.
6
Kadernota 2027
2.
Schaalsprong en complexe infrastructuur Brainport groeit en daarmee ook het aantal inwoners, bedrijven en verkeersstromen. Hoogbouwprojecten en de aanleg van nieuwe knooppunten maken de omgeving complexer. Ook de energietransitie voegt nieuwe risico’s toe. Dit vraagt om aangepaste methoden voor brandbestrijding en crisisbeheersing, meer specialistische kennis en een stevige adviesrol in ruimtelijke planvorming.
3.
Klimaatveiligheid Extremer weer leidt tot meer wateroverlast, droogte en natuurbranden. Ook hier moeten we onze paraatheid vergroten, met specifieke voertuigen, aangepaste scenario’s en intensievere samenwerking met waterschappen en natuurorganisaties.
4.
Technologie, informatie en innovatie Nieuwe technologieën zoals AI, digitalisering en robotica bieden kansen om veiliger en slimmer te kunnen werken, maar leiden ook tot nieuwe kwetsbaarheden. We investeren in datagedreven werken, en informatiegestuurde crisisbeheersing en brandweerzorg. De brandweer innoveert rond inzettactieken en -technieken.
2.4
Financiële effecten bestuurlijke deelopdrachten 1, 2 en 3
Een nadere uitwerking en concretisering van deze inhoudelijke onderwerpen en de financiële effecten staan in aparte documenten over bestuurlijke deelopdracht 1 en deelopdracht 2 en 3 (regionaal beleidsplan) uitgewerkt. In deze kadernota brengen we de bedragen naar prijspeil 2027. Hieronder staat een beknopte samenvatting, het volledige financiële effect van de deelopdrachten voor de gemeentelijke bijdragen staat in hoofdstuk 4.2 Gemeentelijke bijdrage.
2.4.1
Financiering deelopdracht 1 “Voldoen aan wet- en regelgeving”
Bestuurlijke deelopdracht 1 is in het voorjaar van 2025 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Bij de financiering van deze bestuurlijke deelopdracht was een stapsgewijze opbouw voorzien. Onderstaande tabel komt uit de begroting 2026 (prijspeil 2026). In deze kadernota brengen we de bedragen van prijspeil 2026 naar 2027.
Jaar
Deelopdracht 1 prijspeil 2026
Deelopdracht 1 prijspeil 2027
2026
€ 5.000.000
2027
€ 6.000.000
€ 6.162.600
2028
€ 6.000.000
€ 6.162.600
Verhoging t.o.v. voorgaand jaar
Uit onderbesteding
Uit reserve
Van gemeente
€ 1.000.000
€ 1.870.000
€ 2.130.000
€ 1.330.000
€ 4.832.600
€ 2.702.600
€ 6.162.600
€ 1.330.000
In de plannen van bestuurlijke deelopdracht 1 “Voldoen aan wet- en regelgeving” is uitgegaan van een totaal plan van € 7,2 miljoen (prijspeil 2025) vanaf 2027. In het voorjaar van 2025 is bestuurlijke deelopdracht 1 vastgesteld, waarbij is afgesproken dat voor € 1,2 miljoen nog nadere besluitvorming moet plaatsvinden. Voor het overige is het financiële plan voor bestuursopdracht 1 “Voldoen aan wet- en regelgeving” vastgesteld, in 2027 is dit een bedrag van € 6.162.600 (prijspeil 2027).
7
Kadernota 2027
Wat nog resteert is besluitvorming over de financiering van resterende € 1,2 miljoen uit het vastgestelde plan voor deze bestuurlijke deelopdracht. Bij de bestuursrapportage over het 1e halfjaar van 2025 constateren we dat we mogelijk een relatief hoge indexatie hebben ontvangen van gemeenten gelet op de verwachte cao loonontwikkeling. We verwachten hierop een structurele onderbesteding van € 1,2 miljoen. Wanneer de nieuwe cao bekend wordt hebben we hier meer zekerheid over. We gaan dan voorstellen om de onderbesteding in te zetten als financiering voor het restant van de plannen van bestuurlijke deelopdracht 1.
2.4.2
Financiering deelopdracht 2 en 3 (beleidsplan)
Bestuurlijke deelopdracht 2 en 3 (regionaal beleidsplan 2027-2030) zijn in het najaar van 2025 aangeboden aan het bestuur voor besluitvorming. In deze kadernota 2027 gaan we er van uit dat dit document wordt vastgesteld. Onderstaande tabel is een doorvertaling van de financiële tabel in het beleidsplan. Het subtotaal uit de tabel komt herkenbaar terug in de bestuurlijk aangeboden documenten. Dit was gebaseerd op prijspeil 2025. In deze kadernota brengen we de bedragen naar prijspeil 2027. Bestuurlijke deelopdracht 2 en 3 (beleidsplan)
2027
2028
2029
2030
2e en 3e bestuurlijke opdracht structureel (prijspeil 2025)
€ 6.951.200
€ 7.678.600
€ 8.107.700
€ 8.107.700
2e en 3e bestuurlijke opdracht incidenteel (prijspeil 2025)
€ 1.623.000
€ 384.000
€ 10.000
Subtotaal 2e en 3e bestuurlijke opdracht
€ 8.574.200
€ 8.062.600
€ 8.117.700
€ 8.107.700
€ 580.220
€ 545.600
€ 549.328
€ 548.652
€ 9.154.420
€ 8.608.200
€ 8.667.028
€ 8.656.352
Indexatie naar prijspeil 2027 2e en 3e bestuurlijke opdracht, totaal (prijspeil 2027)
2.5
Verkenning 2040
De omgevingsanalyse en de genoemde beleidsacties alleen, zijn niet genoeg om te bereiken dat VRBZO een passende veiligheidsregio is bij de ontwikkeling van het gebied Zuidoost-Brabant richting 2040. De beleidsvoornemens geven nog niet voldoende antwoord op de vraag wat voor veiligheidsregio VRBZO moet zijn. De Brainport regio Eindhoven maakt een flinke groei door, zowel economisch als demografisch. Onze operatie en organisatie is ingericht op het niveau van voor deze ontwikkeling. De schaalsprong in de regio heeft ook effect op ons primaire proces en organisatie. Onze budgetten groeien niet automatisch mee met de schaalsprong van de regio. Daarom gaan we samen met gemeenten en een onafhankelijk extern adviesbureau starten met een onderzoek naar een passende financieringssystematiek. De blik moet geworpen worden op de termijn 2040 omdat dat de periode is waar de ontwikkeling van het gebied Zuidoost-Brabant zich op richt. Deze verkenning voeren we vanaf 2028 uit. Er zullen scenario’s uitgewerkt worden die leiden tot een expliciete keuze van het bestuur over het te hanteren profiel van VRBZO binnen ZuidoostBrabant, als vijfde stedelijk gebied van Nederland.
8
Kadernota 2027
3
Inhoudelijke beleidsontwikkelingen
Naast de bestuurlijke opdracht zijn er nog andere beleidsontwikkelingen met financieel effect. In dit hoofdstuk worden deze nader toegelicht.
3.1
Weerbaarheid en veerkracht maatschappij
Oplopende spanningen in de wereld en een oorlog in Europa. Een toenemende kans op natuurrampen. Nieuwe soorten calamiteiten en verstoringen van onze infrastructuur, aangewakkerd door de klimaatverandering, energietransitie en datarevolutie. Als we toekomstige rampen en crises goed voorbereid tegemoet willen treden, is de volledige kracht van de samenleving nodig. Dat vraagt om een overheid én maatschappij die zich weerbaar en veerkrachtig kunnen opstellen. Weerbaarheid binnen een veiligheidsregio gaat om de gezamenlijke inspanningen om de samenleving veerkrachtig te maken tegen crisissituaties, zoals stroomuitval, pandemieën of cyberaanvallen. Veiligheidsregio's werken aan deze weerbaarheid door de samenwerking te stimuleren tussen overheden, hulpdiensten, bedrijven, vrijwilligers en burgers, om zo beter voorbereid te zijn op crises en sneller te kunnen herstellen. De rol van de veiligheidsregio verschuift hierbij van klassieke rampenbestrijding naar een meer netwerkgerichte benadering van maatschappelijke weerbaarheid. In de Voorjaarsnota heeft het kabinet structureel € 70 miljoen vrijgemaakt voor het versterken van de weerbaarheid van de samenleving. Voor de aanwending hiervan is door vertegenwoordigers van veiligheidsregio’s, VNG en het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) een verdelingsvoorstel op hoofdlijnen uitgewerkt.
Nadere uitwerking moet komende periode nog gebeuren. De extra middelen zijn een welkome eerste stap, maar nog onvoldoende om veiligheidsregio’s voldoende toe te rusten voor het kunnen uitvoeren van hun kerntaken én voor de brede weerbaarheidsopgave. In de conceptafspraken zijn 2 onderdelen het meest relevant voor de veiligheidsregio’s: 1)
Ontwikkeling / coördinatie van noodsteunpunten: het vormgeven van pilots voor noodsteunpunten voor de eerste periode van een langdurige grootschalige crisis.
2)
Versterking veiligheidsregio’s t.b.v. lokale/regionale weerbaarheid, om te borgen dat veiligheidsregio’s hun kerntaken en de weerbaarheidstaken zo goed als mogelijk kunnen blijven uitvoeren. Veiligheidsregio’s kunnen hiermee de korting op de BDuR opvangen. VRBZO maakt in deze kadernota gebruik van deze mogelijkheid.
3.2
Efficiencykorting brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR)
Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) stelt de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) beschikbaar aan veiligheidsregio’s via de systematiek van een specifieke uitkering (SPUK). Het vorige kabinet paste een efficiencykorting van 10% toe op de uitkering. In de departementale Rijksbegroting 2025 van het ministerie JenV is de korting op de BDuR van in totaal € 27,7 miljoen vanaf 2026 opgenomen. Voor VRBZO bedraagt de korting vanaf 2026 € 1,0 miljoen structureel. In de Rijksbegroting 2026 wordt dit vanaf 2027 nagenoeg volledig structureel gecompenseerd1 (zie ook paragraaf 3.1).
1 Begroting 2026 ministerie Justitie en Veiligheid pagina 25, 31 en 93
9
Kadernota 2027
3.3
Landelijke strategische agenda brandweerzorg en crisisbeheersing
Uit de Toekomstverkenning Brandweer 2030 door het NIPV (Brandweer Nederland) zijn voor de komende jaren 3 grote opgaven (zogenaamde “3 Grote Werken”) benoemd voor de landelijke strategische agenda: 1)
Versterken (boven)regionale crisisbeheersing via de Landelijke Agenda Crisisbeheersing en daaraan gerelateerde informatievoorziening (aansluiting op KCR2);
2)
Organiseren van toekomst vaste brandweerzorg;
3)
Verbeteren en vereenvoudigen van het brandweeronderwijsstelsel, en inrichting van een daarop geïnspireerd stelsel voor crisisonderwijs.
Bij deze opgaven moeten we expliciet aandacht geven aan ‘goed werkgeverschap’, ‘boeien en binden van personeel’ en inspelen op ‘de medewerker van de toekomst’. Duurzame inzetbaarheid van medewerkers is daarmee een belangrijk onderwerp dat komende jaren nadrukkelijk op de landelijke en regionale agenda staat.
3.4
Ontwikkelingen reguliere bedrijfsvoering
Randvoorwaarde om op een gestructureerde manier met bovengenoemde ontwikkelingen aan de slag te gaan is dat reguliere bedrijfsvoering processen op orde zijn. De ondersteuning van de organisatie willen we effectief en doelmatig maken en houden. Rechtmatigheid, efficiency, veiligheid en een betrouwbare ICT omgeving zijn hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Op dit vlak zien we nog uitdagingen op diverse vlakken.
3.4.1
Post traumatische stressstoornis (PTSS)
Als hulpverleningsorganisatie komt de brandweer bij incidenten die heftig kunnen zijn. Voor slachtoffers en hun omgeving, maar zeker ook voor ons eigen personeel. We hebben hier al oog voor via de inzet van het team collegiale opvang en vertrouwenspersonen, die met betrokken collega’s praten na een heftig incident. Wanneer iemand zich bij hen, bij de bedrijfsarts of bij hun leidinggevende meldt met mogelijke PTSS klachten of andere psychosociale klachten, dan zetten we ons in om ervoor te zorgen dat hij/zij de juiste hulp krijgt. Landelijk is er steeds meer aandacht voor collega’s met PTSS gerelateerde klachten door hun inzet voor de brandweer. In juli 2025 bereikten werkgevers en vakbonden een akkoord over de ‘Regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte’. Een belangrijke stap naar een gelijke en zorgvuldige aanpak van PTSS in alle veiligheidsregio’s. Tot begin 2026 is tijd nodig om te komen tot een uniforme landelijke uitvoering van de Regeling PTSS, welke ook aan het bestuur wordt voorgelegd voor besluitvorming. Die tijd wordt gebruikt voor een aantal landelijke acties, zoals: werven en selecteren van inhoudsdeskundigen, inrichten van een adviescommissie, afspraken maken met een erkend diagnostisch instituut en inrichten van uniforme communicatie. De regeling gaat daarom in op 1 februari 2026, met een terugwerkende kracht van 5 jaar.
Reguliere kosten voor preventie en (na)zorg zijn gedekt. Voor de kosten bij daadwerkelijke vaststelling van PTSS namen we een post op in de risicoparagraaf.
10
Kadernota 2027
3.4.2
Bedrijfscontinuïteit
De Veiligheidsregio kent diverse bedrijfskritische processen. Deze processen moeten bij crises zoals uitval van elektriciteit, communicatiemiddelen of personeel door blijven gaan. Capaciteit om te onderzoeken wat hiervoor nodig is aan maatregelen en bijbehorende middelen kwam beschikbaar via bestuurlijke deelopdracht 1. We brengen dit momenteel in kaart. De minimaal benodigde middelen om de kritische processen zeker te stellen zijn nagenoeg helder. Denk hierbij aan noodstroomaggregaten en back-up communicatiemiddelen. De eerste focus ligt op de elektriciteitsvoorziening om onze primaire processen door te kunnen laten gaan. Dit vraagt een investering van ongeveer € 1,1 miljoen (in 2026), en vanaf 2027 structurele kosten voor kapitaalslasten en exploitatie. Hieronder staat een specificatie wat nodig is in de 1e fase. Item Noodstroomvoorzieningen aanschaf en installatie aggregaten exploitatie
Krediet
Structurele kosten
€ 1.094.900
€ €
86.700 50.000
Totaal
€ 1.094.900
€
136.700
3.4.3
Informatiebeveiliging
De afgelopen jaren is de wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging fors toegenomen. De bekendste voorbeelden zijn privacywetgeving (AVG), de baseline informatieveiligheid overheid (BIO 2.0) en de Europese NIS2 richtlijn. Om daaraan te voldoen moeten we (net als gemeenten) aan strenge informatiebeveiligings- en continuiteïtseisen voldoen. Hieronder vallen onder andere het opstellen, implementeren en uitdragen van diverse beleidsdocumenten inzake risicoanalyse en beveiliging van informatiesystemen, incidentbehandeling, noodplannen en continuiteïtseisen. Daarnaast wordt verwacht dat we dit ook gaat toetsen en beoordelen bij de leveranciers/dienstverleners. Deze richtlijn zal ook meegenomen worden in de eisen van de nieuwe versie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO 2.0). In de bestuurlijke deelopdracht 1 maakten we inzichtelijk wat nodig om op het gebied van informatiebeveiliging te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving. In juli 2025 zijn primaire processen van de veiligheidsregio’s door het ministerie van JenV aangewezen als vitale processen voor de nationale veiligheid. Veiligheidsregio’s zijn zelf primair verantwoordelijk voor hun continuïteit en weerbaarheid en nemen passende maatregelen.
Vanuit de rijksoverheid ontvangt VRBZO onder andere ondersteuning via informatie-uitwisseling, daarnaast krijgen vitale aanbieders prioriteit in tijden van crisis (landelijke verdeling van middelen). Het ministerie stelt hierbij hoge eisen bij de inrichting van informatieveiligheid, op tenminste het niveau van de NIS2 richtlijn.
3.4.4
Huisvesting: onderhoud en nieuwe kazernes
VRBZO huurt de kazernes van de gemeenten in de regio. Met gemeenten maakten we afspraken over huur en onderhoud. De meeste huurcontracten lopen worden komende jaren vernieuwd. Het vernieuwen van de afspraken en het onderhoudsniveau van de kazernes op het juiste niveau krijgen en houden is daarbij een grote uitdaging. In bestuurlijke deelopdracht 2 (beleidsplan ‘basis op orde’) is structureel budget opgenomen voor het (gebruikers)onderhoud van de
11
Kadernota 2027
kazernes in de regio. Ook moeten kazernes meer duurzaam worden, om te voldoen aan de normen voor duurzaamheid van overheidsgebouwen. We zijn met een expertisebureau en gemeenten bezig te bekijken welke investeringen per locatie nodig zijn. Daarna moeten we er afspraken over maken met de gemeenten, als eigenaren van de kazernes. De komende jaren worden er diverse nieuwe kazernes gebouwd. Op basis van de actuele informatie bij het opstellen van deze kadernota wordt verwacht dat in 2027 nieuwe kazernes worden opgeleverd in Gemert, Hapert en Eindhoven-zuidoost. Bij het in gebruik nemen van de kazernes hebben we te maken met een stijging van de huur, investeringen in nieuwe inrichting van de posten (meubilair, technische installaties, aankleding etc.) en wijzigingen in diverse facilitaire zaken (elektraverbruik, schoonmaak, afval, etc.). Het ontwerp- en bouwproces is nog in de beginfase, dus het lastig om al een nauwkeurige opgave te maken. De definitieve kosten zijn afhankelijk van verschillende factoren en kunnen daarom nog afwijken. Zo is er bijvoorbeeld geen rekening gehouden met onvoorziene zaken op de bouwlocatie, aanpassingen aan de bestaande infrastructuur, energieaansluitingen, niveau van verduurzamen, groenvoorziening, uitstraling van het gebouw en dergelijke. Onderstaand overzicht geeft een 1e beeld van de geschatte extra kosten voor de nieuwe posten.
De bestaande kosten voor bijvoorbeeld huur zijn hier al in verrekend. Post
Krediet
Kapitaalslasten
Exploitatie
Totaal
Gemert
€ 170.800
€ 17.100
€ 101.400
€ 118.500
Hapert
€ 170.800
€ 17.100
€ 114.200
€ 131.300
Eindhoven zuidoost
€ 234.900
€ 23.500
€ 243.400
€ 266.900
Totaal
€ 576.500
€ 57.700
€ 459.000
€ 516.700
3.4.5
Duurzaamheid
In 2030 moeten overheidsinstanties op diverse vlakken voldoen aan duurzaamheidseisen. Het gaat hierbij om klimaatneutrale huisvesting, mobiliteit en bedrijfsvoering, duurzaam inkoopbeleid en duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Op deze deelgebieden moeten we als organisatie investeren om op het minimale niveau te komen. We hebben hierin nog een achterstand in te halen. Duurzaamheid is een van de thema’s dat we de komende jaren nog verder moeten uitwerken. In 2026 bieden we het bestuur ons nieuwe inkoopbeleid aan waarin duurzaamheid een belangrijke factor is. Het vormt de kapstok voor toekomstige bestedingen, inkopen en aanbestedingen.
3.4.6
Investeringen in nieuw materieel en materiaal
Komende jaren moeten we conform ons meerjareninvesteringsplan (MIP) investeren in de vervanging van diverse voertuigen, apparaten en andere activa. Daarbij constateren we dat we onvoldoende vervangingsbudget (krediet en kapitaalslasten) om deze vervangingen uit te voeren. Het gaat hierbij specifiek om:
12
Kadernota 2027
a)
Vervanging bluskleding De bluskleding (uitrukpak) van brandweermensen moet conform de regulier cyclus worden vervangen. We constateren bij de marktverkenning en uit navraag bij andere veiligheidsregio’s dat de prijzen fors zijn gestegen, waardoor ons huidige vervangingskrediet onvoldoende is. We stellen voor het krediet met € 298.900 te verhogen. We stellen voor om de hogere kapitaalslasten van € 42.700 per jaar op te nemen in de kadernota 2027.
b)
Vervanging Meetapparatuur (CO/CO2- en explosiegevaarmeters) In de 4e begrotingswijziging 2025 vroegen we het bestuur om extra krediet voor de vervanging van meetapparatuur. De brandweer gebruikt diverse meetapparatuur om gevaren te meten bij een inzet. Denk hierbij aan gevaarmeters voor explosiegevaar en CO/CO2 gevaar. De huidige meetapparatuur moet worden vervangen omdat deze het einde van de economische en technische levensduur heeft bereikt. We constateren bij de marktverkenning en uit navraag bij andere veiligheidsregio’s dat de prijzen fors zijn gestegen, waardoor ons huidige vervangingskrediet van € 111.000 onvoldoende blijkt. We stellen voor het krediet met € 159.100 te verhogen tot € 270.100. We stellen voor om de structureel hogere kapitaalslasten van € 31.800 per jaar op te nemen in de kadernota 2027.
c)
Vervangen redvoertuigen Bij de 3e begrotingswijziging 2025 (in juli 2025) stemde het bestuur in met de vervanging van onze redvoertuigen. De aanbesteding loopt en de voertuigen worden vanaf 2027 geleverd. Dat betekent dat de kredieten in 2027 beschikbaar moeten zijn en de kapitaalslasten vanaf 2028. Vanuit het meerjarenperspectief nemen we dit nu al mee in deze kadernota naar prijspeil 2027. Het heeft nog geen effect op de gemeentelijke bijdrage voor 2027.
Bovenstaande leidt tot onderstaand overzicht van benodigde financiële middelen. Item
Soort investering
Extra krediet
a) Bluskleding
Vervanging
€
298.900
7 jaar
€
42.700
b) Meetapparatuur
Vervanging
€
159.100
5 jaar
€
31.800
€
458.000
€
74.500
€
2.196.200
€
190.300
€
2.654.200
€
264.800
Subtotaal c) Redvoertuigen
Vervanging
Totaal
Afschrijving
3.5
Overige ontwikkelingen en risico’s
3.5.1
Algemene reserve
15 jaar
Extra benodigde kapitaalslasten
2027 2028 e.v.
De algemene reserve gebruiken we tevens als weerstandsvermogen voor risico’s. Door de onttrekkingen uit de algemene reserve in 2027 loopt deze leeg naar € 0. Dat betekent dat we geen reserve hebben om onverwachte grote incidentele tegenvallers op te vangen binnen de organisatie. De gemeenten in de gemeenschappelijke regeling staan garant voor de financiële positie van de veiligheidsregio. Toekomstige positieve exploitatiesaldo’s zullen in overleg met het Algemeen Bestuur worden gebruikt voor het weer aanvullen van de algemene reserve.
13
Kadernota 2027
4
Indexering en gemeentelijke bijdrage
4.1
Indexeringsmethodiek 4 Gemeenschappelijke Regelingen
De wijze van indexeren door de 4 Gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, GGD Brabant-Zuidoost en Metropoolregio Eindhoven is vastgelegd in de Beleidsnotitie kaders P&Cproducten GR-en. In 2025 is op verzoek van de deelnemende gemeenten een onderzoek gestart naar de indexeringssystematiek binnen deze vier gemeenschappelijke regelingen. De aanleiding hiervoor was de toenemende behoefte aan een actualisering van de wijze waarop indexering wordt toegepast, zodat deze beter aansluit bij zowel de gemeentelijke financieringssystematiek als bij de werkelijke kostenontwikkeling binnen de regelingen. Dit onderzoek wordt naar verwachting afgerond in 2026 en zal vertaling krijgen in de Kadernota 2028 en de Begroting 2028. In deze Kadernota 2027 zijn de geldeden afspraken over indexering toegepast.
4.1.1
Indexering baten
Indexering gemeentelijke bijdrage We stellen voor om de gemeentelijke bijdrage voor 2027 aan te passen aan de verwachte inflatie en daarom te indexeren met 2,71%. Conform het beleidskader P&C 4-GR is dit voorstel gebaseerd op de index voor de loonvoet sector overheid en de index voor prijs overheidsconsumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning 2026 van het Centraal Planbureau2.
Onderdeel Kengetal jaarschijf 2026 Loonvoet sector overheid Lonen Prijs materiële overheidsconsumptie (IMOC) Prijzen Gewogen indexpercentage
Wegingsfactor 62,50% 37,50%
Indexeringspercentage 2,90% 2,40% 2,71%
Indexering rijksuitkering De afgelopen jaren indexeerde het Rijk elk jaar haar uitkering. De omvang van deze indexering wordt altijd pas tijdens het begrotingsjaar bekend. De afgelopen jaren bleek de indexering van de rijksuitkering een grotere prijscomponent te hebben dan de gemeentelijke bijdrage. In de begroting nemen we daarom aan, dat de indexering van de rijksuitkering voor 75% gebaseerd is op prijzen en voor 25% op lonen.
2 Kerngegevenstabel MEV 2026, september 2025 (cpb.nl)
14
Kadernota 2027
Indexering overige inkomsten In de begroting van 2027 zullen de overige inkomsten even hoog worden geïndexeerd als de gemeentelijke bijdrage, tenzij is specifieke overeenkomsten een andere index is afgesproken.
4.1.2
Indexering lasten
Indexering loonkosten We weten nog niet hoe de loonkosten zich in 2027 ontwikkelen. De huidige CAO loopt tot en met 1 augustus 2025 en geldt in 2027 niet meer. De nieuwe cao is bij het opstellen van deze kadernota nog niet bekend. VRBZO gaat daarom voor de begroting van 2027 uit van een gelijke verhoging van de loonkosten als er via indexering beschikbaar komt. Indexering overige kosten Voor de overige kosten reserveren we een budget in de begroting, waarmee we indexeringen kunnen toepassen als dat nodig is. We reserveren een bedrag per programma, waardoor we de daadwerkelijke verhoging van individuele budgetten als administratieve wijziging kunnen uitvoeren. We hoeven het bestuur niet nog eens om goedkeuring te vragen. We houden in de begroting dezelfde indexering voor overige kosten aan, als de indexering van de gemeentelijke bijdrage. In 2023 is de gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd in verband met de extreem hoge inflatie op dat moment. Over de eerder geconstateerde bovenmatige inflatie bij onze investeringen hebben we geen aanvullende inflatiecorrectie ontvangen. De kredieten en bijhorende kapitaallasten voor de jaren na 2023 zijn niet extra verhoogd dan de reguliere indexatie.
We spraken met het bestuur af dat we bij onderwerpen waar we onvoldoende krediet en/of kapitaallasten constateren naast de algemene indexatie, dat we in dat geval per onderwerp een voorstel bij het bestuur voorleggen en het vervolgens meenemen in de betreffende kadernota. In deze kadernota is dit bijvoorbeeld het geval bij bluskleding en meetapparatuur.
4.2
Gemeentelijke bijdrage
De totale gemeentelijke bijdrage bedraagt € 72.263.799 in 2027. In deze paragraaf lichten we de opbouw nader toe. De basis van de gemeentelijke bijdrage voor 2027 is gelijk aan die van 2026. In 2026 bedroeg de gemeentelijke bijdrage € 58.104.180. Dit is bedrag is inclusief een structurele gemeentelijke bijdrage van € 2.130.000. Over dit structurele deel van de gemeentelijke bijdrage wordt een indexering van 2,71% toegepast. Hieronder staat een uitsplitsing naar de loonen prijscomponent. Uitsplitsing indexering Waarvan loonkosten uit indexering Waarvan prijzen Totaal
Wegingsfactor 62,50% 37,50%
Indexeringspercentage 2,90% 2,40% 2,7100%
Totaal € 1.051.686 € 522.938 € 1.574.623
15
Kadernota 2027
Daarbovenop nemen we de zaken uit de jaarschijven vanaf 2027 voor bestuurlijke deelopdrachten 1, 2 en 3 (hoofdstuk 2) en reguliere inhoudelijke beleidsontwikkelingen (hoofdstuk 3) op.
4.2.1
Bestuurlijke deelopdracht 1
In de plannen van bestuurlijke deelopdracht 1 “Voldoen aan wet- en regelgeving” is uitgegaan van een totaal plan van € 7,2 miljoen (prijspeil 2025) vanaf 2027. In het voorjaar van 2025 is bestuurlijke deelopdracht 1 vastgesteld, waarbij is afgesproken dat voor € 1,2 miljoen nog nadere besluitvorming moet plaatsvinden. Voor het overige is het financiële plan voor bestuursopdracht 1 “Voldoen aan wet- en regelgeving” vastgesteld, in 2027 is dit een bedrag van € 6.162.600 (prijspeil 2027). In afstemming met het Algemeen Bestuur lossen we in 2027 incidenteel € 1.330.000 zelf op. Dit gebeurt via een onttrekking uit de algemene reserve. In 2026 is de begroting reeds structureel verhoogd met een bedrag van € 2.130.000. Voor gemeenten resteert hiermee nog een bedrag van € 2.702.600 (prijspeil 2027) aan extra bijdrage voor 2027. Vanaf 2028 zijn er geen incidentele middelen meer in te zetten en wordt de structurele bijdrage van de gemeenten € 6.162.600. Wat nog overblijft is besluitvorming over de financiering van resterende € 1,2 miljoen uit het vastgestelde plan voor deze bestuurlijke deelopdracht. Bij de bestuursrapportage over het 1e halfjaar van 2025 constateren we dat we mogelijk een relatief hoge indexatie hebben ontvangen van gemeenten gelet op de verwachte cao loonontwikkeling. We verwachten hierop een structurele onderbesteding van € 1,2 miljoen.
Wanneer de nieuwe cao bekend wordt hebben we hier meer zekerheid over. We gaan dan voorstellen om de onderbesteding op de loonindexatie in te zetten als financiering voor het restant van de plannen van bestuurlijke deelopdracht 1. Met het vaststellen van het beleidsplan zal voor 2027 en verder worden bepaald wat de structurele bijdrage uiteindelijk gaat worden om te kunnen voldoen aan het in een beleidsplan geformuleerd niveau van veiligheid. In de volgende paragraaf staat hier meer over.
Deelopdracht 1
Uit reserve
Uit onderbesteding loonindex 2026 (s)
Van gemeenten
Dit betekent een verhoging van:
2027
€ 7.362.600
€ 1.330.000
€ 1.200.000
€ 4.832.600
€ 2.702.600
2028
€ 7.362.600
€ 1.200.000
€ 6.162.600
€ 1.330.000
2029
€ 7.362.600
€ 1.200.000
€ 6.162.600
€-
Jaar
De algemene reserve gebruiken we tevens als weerstandsvermogen voor risico’s. Door de onttrekkingen uit de algemene reserve loopt deze leeg naar € 0. Dat betekent dat we geen reserve hebben om onverwachte grote incidentele tegenvallers op te vangen binnen de organisatie. De gemeenten in de gemeenschappelijke regeling staan garant voor de financiële positie van de veiligheidsregio. Met de onttrekking uit de algemene reserve in (2026 en) 2027 wijken we bewust af van de nota reserves en voorzieningen. Toekomstige positieve exploitatiesaldo’s zullen worden gebruikt voor het weer aanvullen van de algemene reserve.
16
Kadernota 2027
4.2.2
Bestuurlijke deelopdracht 2 en 3
Bestuurlijke deelopdracht 2 en 3 (regionaal beleidsplan 2027-2030) zijn in het najaar van 2025 aangeboden aan het bestuur voor besluitvorming. In deze kadernota 2027 gaan we er van uit dat dit document wordt vastgesteld. Onderstaande tabel is een doorvertaling van de financiële tabel in het beleidsplan. Het subtotaal uit de tabel komt herkenbaar terug in de bestuurlijk aangeboden documenten. Dit was gebaseerd op prijspeil 2025. Hieronder brengen we de bedragen naar prijspeil 2027. Bestuurlijke deelopdracht 2 en 3 (beleidsplan)
2027
2028
2029
2030
2e en 3e bestuurlijke opdracht structureel (prijspeil 2025)
€ 6.951.200
€ 7.678.600
€ 8.107.700
€ 8.107.700
2e en 3e bestuurlijke opdracht incidenteel (prijspeil 2025)
€ 1.623.000
€ 384.000
€ 10.000
Subtotaal 2e en 3e bestuurlijke opdracht
€ 8.574.200
€ 8.062.600
€ 8.117.700
€ 8.107.700
€ 580.220
€ 545.600
€ 549.328
€ 548.652
€ 9.154.420
€ 8.608.200
€ 8.667.028
€ 8.656.352
Indexatie naar prijspeil 2027 Totaal 2e en 3e bestuurlijke opdracht
4.2.3
Reguliere inhoudelijke beleidsontwikkelingen
Naast de bestuurlijke opdracht benoemden we in hoofdstuk 3 nog enkele andere onderwerpen die structureel meer geld kosten. Dit betreffen extra kosten voor huisvesting, bluskleding, meetapparatuur en bedrijfscontinuïteit. In onderstaande tabel is de financiering van deze onderwerpen meerjarig weergegeven. Item
2027
2028
2029
2030
Bedrijfscontinuïteit (noodstroom)
€ 136.700
€ 136.700
€ 136.700
€ 136.700
Post Gemert
€ 118.511
€ 118.511
€ 118.511
€ 118.511
Post Hapert
€ 131.323
€ 131.323
€ 131.323
€ 131.323
Post Eindhoven zuidoost
€ 266.918
€ 266.918
€ 266.918
€ 266.918
Bluskleding
€ 42.707
€ 42.707
€ 42.707
€ 42.707
Meetapparatuur
€ 31.817
€ 31.817
€ 31.817
€ 31.817
€ 727.976
€ 190.337 € 918.313
€ 190.337 € 918.313
€ 190.337 € 918.313
Redvoertuigen Totaal
4.2.4
Totale gemeentelijke bijdrage 2027
De totale gemeentelijke bijdrage komt in 2027 daarmee uit op € 72.263.799. In onderstaande tabel is dit nader uitgewerkt. Een uitwerking van de bijdrage per gemeente is opgenomen in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. 2027 Onderwerp Gemeentelijke bijdrage 2026 primair
Bijdrage regulier € 57.928.707
Piket bevolkingszorg € 175.473
Totaal € 58.104.180
17
Kadernota 2027
Indexering 2,71% Aanvullende verhoging 2027 bestuurlijke opdracht 1
€ 1.569.868 € 2.702.600
€ 4.755
€ 1.574.623
Subtotaal vastgesteld beleid
€ 62.201.175
€ 180.228
€ 62.381.403
Aanvullende verhoging 2027 bestuurlijke opdracht 2-3 structureel Aanvullende verhoging 2027 bestuurlijke opdracht 2-3 incidenteel
€ 6.951.200 € 1.623.000
Subtotaal bestuurlijke opdracht 2-3 conform beleidsplan
€ 8.574.200 € 580.220
Indexering bestuurlijke opdracht 2-3 Aanvullende verhoging regulier beleid
€ 727.976
Subtotaal bestuurlijke opdracht 2-3 en aanvullend beleid
€ 9.882.395
Gemeentelijke bijdrage 2027, inclusief bestuurlijke opdracht 1
€ 72.083.570
€ 180.228
€ 72.263.799
Totale gemeentelijke bijdrage 2027
€ 72.083.570
€ 180.228
€ 72.263.799
2028 Onderwerp
Bijdrage regulier
Piket bevolkingszorg
Totaal
Gemeentelijke bijdrage 2026 primair Indexering 2,71% Aanvullende verhoging 2027 bestuurlijke opdracht 1
€ 57.928.707 € 1.569.868 € 4.032.600
€ 175.473 € 4.755
€ 58.104.180 € 1.574.623
Subtotaal vastgesteld beleid
€ 63.531.175
€ 180.228
€ 63.711.403
Jaarschijf 2028 bestuurlijke opdracht 2-3 structureel Jaarschijf 2028 bestuurlijke opdracht 2-3 incidenteel
€ 7.678.600 € 384.000
Subtotaal bestuurlijke opdracht 2-3 conform beleidsplan
€ 8.062.600
€ 73.057.687
€ 180.228
€ 73.237.916
Indexering bestuurlijke opdracht 2-3 naar prijspeil 2027 Aanvullende verhoging regulier beleid Gemeentelijke bijdrage 2028, prijspeil 2027
€ 545.600 € 918.313
2029 Onderwerp
Bijdrage regulier
Piket bevolkingszorg
Totaal
Gemeentelijke bijdrage 2026 primair Indexering 2,71% Aanvullende verhoging 2027 bestuurlijke opdracht 1
€ 57.928.707 € 1.569.868 € 4.032.600
€ 175.473 € 4.755
€ 58.104.180 € 1.574.623
Subtotaal vastgesteld beleid
€ 63.531.175
€ 180.228
€ 63.711.403
Jaarschijf 2029 bestuurlijke opdracht 2-3 structureel
€ 8.107.700
18
Kadernota 2027
Jaarschijf 2029 bestuurlijke opdracht 2-3 incidenteel Subtotaal bestuurlijke opdracht 2-3 conform beleidsplan Indexering bestuurlijke opdracht 2-3 naar prijspeil 2027 Aanvullende verhoging regulier beleid Gemeentelijke bijdrage 2029, prijspeil 2027
€ 10.000 € 8.117.700 € 549.328 € 918.313 € 73.116.516
€ 180.228
€ 73.296.744
19
Kadernota 2027
2030 Onderwerp
Bijdrage regulier
Piket bevolkingszorg
Totaal
Gemeentelijke bijdrage 2026 primair Indexering 2,71% Aanvullende verhoging 2027 bestuurlijke opdracht 1
€ 57.928.707 € 1.569.868 € 4.032.600
€ 175.473 € 4.755
€ 58.104.180 € 1.574.623
Subtotaal vastgesteld beleid
€ 63.531.175
€ 180.228
€ 63.711.403
Jaarschijf 2030 bestuurlijke opdracht 2-3 structureel Jaarschijf 2030 bestuurlijke opdracht 2-3 incidenteel
€ 8.107.700 €0
Subtotaal bestuurlijke opdracht 2-3 conform beleidsplan
€ 8.107.700
€ 180.228
€ 73.286.068
Indexering bestuurlijke opdracht 2-3 naar prijspeil 2027 Aanvullende verhoging regulier beleid Gemeentelijke bijdrage 2030, prijspeil 2027
€ 548.652 € 918.313 € 73.105.839
20
Kadernota 2027
Bijlage 1: Staat met gemeentelijke bijdrage
Gemeente
Aandeel in bijdrage
Aanvullende verhoging Subtotaal 2027 vastgesteld Piket Basis van Indexering bestuurlijke beleid ex bevolkingszorg Indexering 2026 2027 opdracht 1 bevolkingszorg 2026 2027
Asten Bergeijk Gemeente Best Bladel Cranendonck Deurne Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Heeze-Leende Helmond Laarbeek Nuenen c.a. Oirschot Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre
2,03% 2,68% 3,39% 2,73% 2,59% 3,75% 2,55% 34,79% 4,57% 3,59% 1,90% 10,82% 2,72% 2,79% 2,19% 1,73% 2,39% 1,85% 3,78% 5,23% 1,94%
€ 1.175.490 € 1.551.215 € 1.962.277 € 1.584.241 € 1.498.222 € 2.169.754 € 1.475.749 € 20.152.354 € 2.646.685 € 2.078.107 € 1.100.959 € 6.268.175 € 1.573.270 € 1.619.021 € 1.271.074 € 1.003.002 € 1.384.905 € 1.069.195 € 2.189.944 € 3.031.738 € 1.123.329
Totaal
100,0%
€ 57.928.707
€ 31.856 € 42.038 € 53.178 € 42.933 € 40.602 € 58.800 € 39.993 € 546.129 € 71.725 € 56.317 € 29.836 € 169.868 € 42.636 € 43.876 € 34.446 € 27.181 € 37.531 € 28.975 € 59.348 € 82.160 € 30.442 € 1.569.868
Piket Bijdrage 2027 bevolkingszorg vastgesteld 2027 beleid
Subtotaal bestuurlijke opdracht 2-3 en overig regulier beleid
Totale bijdrage 2027
Stijging 2028
2028
Stijging 2029
2029
Stijging 2030
2030
€ 54.841 € 72.370 € 91.548 € 73.911 € 69.898 € 101.228 € 68.849 € 940.186 € 123.478 € 96.952 € 51.364 € 292.435 € 73.399 € 75.534 € 59.301 € 46.794 € 64.611 € 49.882 € 102.169 € 141.442 € 52.408
€ 1.262.187 € 1.665.623 € 2.107.003 € 1.701.085 € 1.608.722 € 2.329.782 € 1.584.591 € 21.638.669 € 2.841.888 € 2.231.375 € 1.182.159 € 6.730.477 € 1.689.305 € 1.738.430 € 1.364.821 € 1.076.977 € 1.487.047 € 1.148.053 € 2.351.461 € 3.255.341 € 1.206.179
€ 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356 € 8.356
€ 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226 € 226
€ 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582 € 8.582
€ 1.270.770 € 1.674.205 € 2.115.585 € 1.709.668 € 1.617.304 € 2.338.364 € 1.593.173 € 21.647.251 € 2.850.471 € 2.239.957 € 1.190.742 € 6.739.060 € 1.697.887 € 1.747.012 € 1.373.403 € 1.085.560 € 1.495.630 € 1.156.635 € 2.360.043 € 3.263.923 € 1.214.762
€ 200.534 € 264.631 € 334.756 € 270.265 € 255.590 € 370.151 € 251.757 € 3.437.907 € 451.513 € 354.516 € 187.819 € 1.069.325 € 268.393 € 276.198 € 216.840 € 171.108 € 236.259 € 182.400 € 373.595 € 517.202 € 191.635
€ 1.471.303 € 1.938.836 € 2.450.341 € 1.979.933 € 1.872.894 € 2.708.515 € 1.844.930 € 25.085.158 € 3.301.984 € 2.594.474 € 1.378.561 € 7.808.384 € 1.966.281 € 2.023.210 € 1.590.243 € 1.256.668 € 1.731.889 € 1.339.035 € 2.733.639 € 3.781.125 € 1.406.397
€ 19.767 € 26.085 € 32.997 € 26.640 € 25.194 € 36.486 € 24.816 € 338.878 € 44.506 € 34.945 € 18.514 € 105.404 € 26.456 € 27.225 € 21.374 € 16.866 € 23.288 € 17.979 € 36.826 € 50.981 € 18.890
€ 1.491.070 € 1.964.921 € 2.483.338 € 2.006.573 € 1.898.088 € 2.745.001 € 1.869.746 € 25.424.035 € 3.346.490 € 2.629.419 € 1.397.074 € 7.913.789 € 1.992.736 € 2.050.435 € 1.611.617 € 1.273.534 € 1.755.177 € 1.357.014 € 2.770.464 € 3.832.106 € 1.425.286
€ 1.194 € 1.575 € 1.993 € 1.609 € 1.522 € 2.203 € 1.499 € 20.465 € 2.688 € 2.110 € 1.118 € 6.366 € 1.598 € 1.644 € 1.291 € 1.019 € 1.406 € 1.086 € 2.224 € 3.079 € 1.141
€ 1.492.264 € 1.966.496 € 2.485.331 € 2.008.182 € 1.899.609 € 2.747.205 € 1.871.245 € 25.444.501 € 3.349.178 € 2.631.529 € 1.398.192 € 7.920.154 € 1.994.334 € 2.052.080 € 1.612.908 € 1.274.552 € 1.756.584 € 1.358.100 € 2.772.688 € 3.835.185 € 1.426.427
€ -217 € -286 € -362 € -292 € -276 € -400 € -272 € -3.714 € -488 € -383 € -203 € -1.155 € -290 € -298 € -234 € -185 € -255 € -197 € -404 € -559 € -207
€ 1.492.047 € 1.966.210 € 2.484.970 € 2.007.890 € 1.899.333 € 2.746.805 € 1.870.973 € 25.440.787 € 3.348.690 € 2.631.146 € 1.397.989 € 7.918.999 € 1.994.044 € 2.051.781 € 1.612.674 € 1.274.368 € 1.756.328 € 1.357.903 € 2.772.285 € 3.834.626 € 1.426.220
€ 2.702.600
€ 62.201.175
€ 175.473
€ 4.755
€ 180.228
€ 62.381.403
€ 9.882.396
€ 72.263.799
€ 974.117
€ 73.237.916
€ 58.829
€ 73.296.744
-€ 10.677
€ 73.286.068
21
Gemeente
Totale bijdrage 2027
2028
2029
2030
Asten
€ 1.471.303
€ 1.491.070
€ 1.492.264
€ 1.492.047
Bergeijk
€ 1.938.836
€ 1.964.921
€ 1.966.496
€ 1.966.210
Best
€ 2.450.341
€ 2.483.338
€ 2.485.331
€ 2.484.970
Bladel
€ 1.979.933
€ 2.006.573
€ 2.008.182
€ 2.007.890
Cranendonck
€ 1.872.894
€ 1.898.088
€ 1.899.609
€ 1.899.333
Deurne
€ 2.708.515
€ 2.745.001
€ 2.747.205
€ 2.746.805
Eersel
€ 1.844.930
€ 1.869.746
€ 1.871.245
€ 1.870.973
Eindhoven
€ 25.085.158
€ 25.424.035
€ 25.444.501
€ 25.440.787
Geldrop-Mierlo
€ 3.301.984
€ 3.346.490
€ 3.349.178
€ 3.348.690
Gemert-Bakel
€ 2.594.474
€ 2.629.419
€ 2.631.529
€ 2.631.146
Heeze-Leende
€ 1.378.561
€ 1.397.074
€ 1.398.192
€ 1.397.989
Helmond
€ 7.808.384
€ 7.913.789
€ 7.920.154
€ 7.918.999
Laarbeek
€ 1.966.281
€ 1.992.736
€ 1.994.334
€ 1.994.044
Nuenen c.a.
€ 2.023.210
€ 2.050.435
€ 2.052.080
€ 2.051.781
Oirschot
€ 1.590.243
€ 1.611.617
€ 1.612.908
€ 1.612.674
Reusel-De Mierden
€ 1.256.668
€ 1.273.534
€ 1.274.552
€ 1.274.368
Someren
€ 1.731.889
€ 1.755.177
€ 1.756.584
€ 1.756.328
Son en Breugel
€ 1.339.035
€ 1.357.014
€ 1.358.100
€ 1.357.903
Valkenswaard
€ 2.733.639
€ 2.770.464
€ 2.772.688
€ 2.772.285
Veldhoven
€ 3.781.125
€ 3.832.106
€ 3.835.185
€ 3.834.626
Waalre
€ 1.406.397
€ 1.425.286
€ 1.426.427
€ 1.426.220
Totaal
€ 72.263.799
€ 73.237.916
€ 73.296.744
€ 73.286.068
22