CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Participatieverslag behorend bij Beeldkwaliteitsplan

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Masterplan openbare ruimte Stadhuisplein en omgeving4.746 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Participatieverslag Beeldkwaliteitsplan; 10 Ontwerpprincipes voor bebouwing rondom Stadhuisplein Reactie van gemeente op schriftelijke input van erfgoedstichtingen, SBE en vijf individuele inwoners, eind 2023. NB: Bij de ingezonden brieven en reacties werden ook vaak andere thema’s aangehaald zoals het masterplan voor de openbare ruimte. Deze opmerkingen staan niet in dit overzicht. Onderwerp Eindhovense Architectuur

Van wie? HvA Stichting

HvA Stichting

HvA Stichting

HvA Stichting

HvA Stichting

Eindhovense Architectuur

SBE

Eindhovense Architectuur

SBE

Input Het Eindhovens DNA wordt afgebeeld met een aantal plaatjes van diverse locaties die weinig van doen hebben met de identiteit van de binnenstad met soms vreemde, nietszeggende kwalificaties eronder. Jammer is dat voor het DNA en de identiteit van Eindhoven niet is teruggegrepen naar het rapport “Eindhoven binnenstad en tramkwartier” van SteenhuisMeurs uit januari 2012, een cultuurhistorisch onderzoek en input bestemmingsplan. Dit zeer uitgebreide rapport geeft een gedegen analyse en waardering en een schat aan informatie over de historische context van Eindhoven. Nergens in het rapport wordt ingegaan op een afstemming met de historische context en dan met name met het Stratumseind. Ook al mag de “Brainport-laag” contrasteren met de historische kleinsteedse bebouwing, de nieuwe laag moet er zich wel toe verhouden. Bovendien zal de bouw van de (o.i. veel te) kolossale toren grote risico’s met zich mee brengen voor de erachter gelegen cultuurhistorisch waardevolle maar kwetsbare panden, die ook deels als monument zijn aangewezen. Men bedient zich vervolgens van een aantal onduidelijke algemeenheden (optimisme, generositeit, nationaal, centrum, zorgvuldig materiaalgebruik, leesbaar) waar je alle kanten mee uit kunt. De gebruikte voorbeelden zijn niet verhelderend. Niet te volgen is waarom bij een colonnade geen set back noodzakelijk is. De relatie ontgaat ons.

Er blijft toch behoefte van onderscheid tussen de Eindhoven laag en Brainportlaag. Het feit dat dit juist speelt bij het versmalde Begijnenhof doet ook vreemd aan. Overigens juichen wij het toepassen van colonnades wel toe en zouden dat willen doortrekken over het hele Begijnenhof en de hoek om bij het Stadhuisplein. Een levendig plintprogramma hoort daar wel bij. Het materiaal en kleurgebruik wordt alleen in algemene termen omschreven. Betekent dat dat de plannen die nu voorlopen dit vooral gaan bepalen? De analyse inzake bestaande gebouwen die een voor de stad waardevolle en kenmerkende bijdrage vormen onderschrijven wij. Wel maken wij op dat de getoonde gebouwen op een enkele uitzondering na allemaal recht-toe-rechtaan massa’s vormen. De gebogen lijn, het hellende, of schuine vlak(bijv. de diametraal) mogen wat ons betreft meer gewaardeerd worden. De vermelde kenmerken voor de ‘Eindhovenlaag’ en die van de ‘Brainportlaag’ die vervolgens samengebracht worden in een basislijstje van ‘Uitgangspunten voor het

Wat vinden wij hiervan en/of wat doen we hiermee? Wij hebben de keuze gemaakt om het onderzoek te laten doen door de architecten die actief zijn rondom het Stadhuisplein. Zij hebben diverse bronnen gebruikt. Daarbij zijn we vooral op zoek gegaan wat het Eindhovens DNA betekent voor het Stadhuisplein. Dat is immers iets anders dan het DNA van de Rechtestraat of het DNA van de oude Philipscomplexen. Het rapport van SteenhuisMeurs is op zichzelf een waardevol document en er is dan ook geen reden waarom dit document niet óók als inspiratie gebruikt kan worden bij de herontwikkeling. Wij zullen de ontwikkelaars hier dan ook op wijzen.

Wij vinden dat de contrasten in gebouwen juist een belangrijk onderdeel zijn van de Eindhovense identiteit. Juist door deze te omarmen ontstaat een onderscheidend stadsbeeld dat herkenbaar is. Monumenten zijn van rechtswege beschermd. Daar brengen de nieuwe ontwikkelingen geen verandering in. Wel zijn er vaak kansen om het monument voor een toekomst veilig te stellen en (weer) te activeren.

We respecteren uw kritische oordeel, maar hebben zelf gemerkt in de gesprekken met de architecten dat deze uitgangspunten als verhelderend en inspirerend zijn ontvangen.

Het belangrijkste uitgangspunt is dat nieuwe hoogbouw op een goede manier wordt aangesloten op het maaiveld. De Eindhovense laag moet daarbij invulling geven aan de menselijke maat, de herkenbare stad. Dit kan met een set back, maar ook met een colonnade. De Eindhovense laag krijgt door verrijking in de architectuur met aansluiting met de maat en schaal van de bestaande stad. De uitgangspunten op dit thema zijn, n.a.v. deze vraag, verder aangescherpt en toegelicht in de ontwerpprincipes.

Het specifieke materiaal en kleurgebruik van de nieuwe ontwikkelingen wordt ter beoordeling voorgelegd aan het AOKE (voorheen CRK). De eerste bouwontwikkeling kan hierin richting geven, maar er blijft ruimte voor interpretatie. In de zoektocht naar het karakter van de Eindhovense architectuur in het algemeen en aan het Stadhuisplein in bijzonder, troffen we juist veel ‘rechte’ gebouwen met een afwisseling van verticaliteit en horizontaliteit.

De interpretatie is aan de supervisor en het AOKE.

Hiërarchie Stedelijke Ruimtes

SBE

Hiërarchie Stedelijke Ruimtes

SBE

Leesbare opzet van gebouwen

SBE

Stadhuisplein’ geven naar onze mening veel ontwerpmogelijkheden. In welke mate die benut gaan worden hangt ook af van de interpretatie(s) en uitwerkingen van de andere ontwerpuitgangspunten. Wij zijn echter bezorgd dat ‘het verblijven’ te statisch wordt benaderd. Juist de vorm/uitvoering van de beoogde koppelingen met het de Begijnhof, het Stratumseind, het Moleneind, het Dommelgebied en De Wal-Keizersgracht kunnen – mits goed uitgevoerd - een veel grotere functionaliteit (gebruik en beleving) teweegbrengen. Slimme koppelingen (in dimensionering, in vormgeving en in materialisatie) kunnen de openbare ‘hot’ spots in het gehele gebied makkelijker bereikbaar maken. Hiërarchie is goed om verrommeling tegen te gaan. Het geeft ‘waarde(n)’ aan laagbetekenis. Echter kan laagvorming juist leiden tot ‘wegzetting’. In fysieke zin gaat het dan om discriminatie van waardevolle bestaande gebouwen en hun directe omgeving door een alles overheersende nieuwbouw. Dat moet ten allen tijde worden voorkomen. Wij denken dat het Masterplan voor de inrichting van het Stadhuisplein heel bepalend zal zijn voor de correlatie tussen (semi-)openbare ruimten en de gebouwen eromheen. De supervisor heeft dat op 13 september ook expliciet aangegeven: “Het wordt géén 4 aaneenschakeling van iconische gebouwen.

Het plein speelt de hoofdrol, de gebouwen zijn daar ondersteunend aan!” Daarom adviseren wij om deze ontwerprichtlijn op onderdelen helderder te maken in wat met hiërarchie in praktische zin bedoeld wordt t.a.v. massa’s, materialen, kleuren en het (bio-)leefmilieu zodat deze met de andere richtlijnen beter afgestemd kan worden. Nu kan men nog teveel alle kanten op. De ‘leesbare’ opzet is in feite terug te brengen tot 2 hoofdmassa’s: de Eindhovenlaag en de Brainportlaag. Beiden kennen een eigen verbindingsgebied met de omgeving: de Eindhovense laag is via de Plint verbonden met het openbaar gebied, terwijl de Brainportlaag een eigen ‘plint’ kent: de Belvédèrelaag. Uiteraard zijn er allerlei functionele interacties tussen beide plinten mogelijk. Dat geldt ook tussen beide hoofdmassa’s. Hoe vertalen deze relaties zich in de ontwerpregels? Dat zien wij niet duidelijk terug. In de ‘massa lagentekening’ kent de Eindhovenlaag ook een directe koppeling zonder plint. Voor de Brainportlaag zien we geen directe koppeling met het openbaargebied (begane grond) als ontwerpmogelijkheid aangegeven. Het is voor te stellen dat juist niet te rigide principes tot een boeiender massamix kunnen leiden.

Wij adviseren dan ook om principe 3 sterker te maken door het te benoemen als ‘conditio sine qua non’: ofwel alle ontwerpen moeten een duidelijke samenhang vertonen tussen zowel de Eindhovenlaag, als de Brainportlaag. Dit is de verticale binding

De functionaliteit van de openbare ruimte komt terug in het Masterplan Openbare Ruimte voor het Stadhuisplein.

De genoemde hiërarchie gaat hier pas in de tweede plaats over de gebouwen. De hiërarchie geeft aan welke stedelijke ruimte het voornaamst is. De meest voorname ruimte verdient de beste gevels. De gevels hebben de beste materialen en de beste detaillering. Dat staat dus los van alle bestaande bebouwing. Het Masterplan voor de openbare ruimte geeft de mogelijkheid om de hiërarchie van de stedelijke ruimtes verder te benadrukken. Daarbij is het belangrijk om te melden dat de bevindingen in het Masterplan Openbare Ruimte zorgen voor een verdere aanscherping van de ontwerpprincipes.

Het onderscheid tussen de Eindhovense laag en de Brainportlaag is vastgelegd in de Verdichtingsvisie Binnenstad. Het is onder andere een middel om te komen tot een verdichting waarbij nog steeds ruimte is voor de menselijk maat met een goed straatprofiel. De verbinding tussen de Brainportlaag en de openbare ruimte gebeurt via de Belvedère, deze is immers, rondom het plein, openbaar toegankelijk. Wat betreft de ‘horizontale binding’, de ambitie om hier een nieuw ensemble te creëren is reeds vastgelegd in het integraal gebiedskader voor het Stadhuisplein. De begeleiding door de supervisor bij de individuele ontwikkelingen zorgt voor de juiste afstemming.

2

Architectuur vd Eindhovense Laag

SBE

Architectuur vd Eindhovense Laag

SBE

Architectuur vd Eindhovense Laag

SBE

Architectuur vd Brainportlaag

SBE

Wat in onze ogen tot nu toe volledig ontbreekt is het afstemmen van een gebouw op de aangrenzende omgeving. Dit is de horizontale binding. Deze zal vooral voor de Eindhovenlaag moeten gaan gelden. Graag zien wij hiervoor nadere ontwerpprincipes opgenomen. Wel vinden wij de genoemde maten in hoogte en breedte te star: het is goed denkbaar dat vooral bij overgangspunten tussen de 3 stedelijke ruimten er een interessante mix mogelijk is, waarbij ‘schurende’ vormgevingsinterpretaties tot mooie spanning(en) kunnen leiden. Juist omdat het Stadhuisplein de hoofdrolspeler is, kan door een slimme verbinding met de aangrenzende openbare ruimtes en de koppeling ervan met de gebouwen eromheen een grote meerwaarde voor het gehele gebied ontstaan. Dan worden er meerdere doelen op een slimme manier bereikt. Speciale aandacht heeft het reeds bebouwde gebied langs de Oude Stadgracht nodig. De (her-) ontwikkeling van dit gebied in samenhang met het Stratumseind en de Dommel onder de naam “Het Moleneind” behoeft meer aandacht dan nu in het Gebiedskader Stadhuisplein is opgenomen. Hier kunnen ‘bruteske ingrepen’ de fijnmazige historische structuren ernstig schaden. Het gebied wordt geduid als hoofdruimte, maar kent een geheel andere structuur dan bijvoorbeeld het Begijnhof. Graag zien wij ook hier helderder duiding van de massasamenhangvoorwaarden.

Inzake de hoven geven wij ter overweging die functioneler te maken door deze explicieter te gebruiken t.b.v. ‘doorwaadbaarheid’: e.e.a. kan bijvoorbeeld vertaald worden in overdag in principe voor iedereen toegankelijk omdat er voldoende sociale controle mogelijk is en ’s avonds/’s nachts afgesloten en enkel toegankelijk voor bewoners/geregistreerde gebruikers. Dit moet wat ons betreft als duidelijke ontwerprandvoorwaarde sterker benadrukt worden. Ook de maatvoering van deze doorgangen (zie ook de principes 2. en 3.) is erg belangrijk: te klein kan snel leiden tot ‘steegvorming’, of tot een ‘afwerend’ karakter. Dit is ongewenst en daarvoor moet gewaakt worden. In hetgeen de gemeente als massa voor ogen heeft met deze laag kunnen wij ons minder vinden dan in de Eindhovenlaag. Van de 3 genoemde voorbeelden is o.i. vooral het gebouw van Jo Coenen aan de Vestdijk interessant om als inspiratiebron te dienen: het is duidelijk zonder te overheersen. “In der Beschränkung zeigt sich der Meister“ moet volgens ons voor het gehele Stadhuispleingebied gelden. Wat wij tot nu toe aan ‘verkenningen’ hebben gezien heeft niet die intentie. Vooral de grove schaalsprongen tussen de oostkant van het Stadhuisplein richting het Stratumseind zijn verontrustend. Dat moet echt beter!

De genoemde hoogtes en breedtes zijn genoemd om een minimale kwaliteit af te dwingen. Een hogere plint biedt veel meer flexibiliteit en is daarmee ook meer toekomstbestending. Daarnaast geven harde eisen (waar nodig) duidelijkheid naar ontwikkelaars en bieden ze een toetsingskader voor o.a. het AOKE.

Voor het gebied Moleneind wordt een apart proces opgesteld. In concept is dit al eerder gedeeld met de stad. Over het verdere proces wordt ook nog samenspraak georganiseerd. De afspraken die gemaakt worden zijn dan leidend voor het Moleneind.

De juiste vormgeving van de hoven is van groot belang voor het functioneren. We maken per hof afspraken over de toegankelijkheid (=uitgangspunt) en eventuele ingrepen die nodig zijn voor de veiligheid (bv afsluitbaarheid in de avonduren).

De bouwhoogtes die hier toegestaan zijn, zijn opgenomen in het reeds door de raad vastgestelde Integrale Gebiedskader voor het Stadhuisplein. De invulling van het gebiedskader vraagt natuurlijk nog wel om maatwerk. Er komen veel ambities samen op deze plek. Hiervoor is de supervisor aan zet. De ontwerpprincipes werken niet beperkend in de bouwhoogte of massa.

3

Belvedère en Daklandschappen

SBE

Belvedère en Daklandschappen

SBE

Innovatie

SBE

De Mens

SBE

Algemeen

SBE

Algemeen

SBE

Algemeen

SBE

Algemeen

SBE

Algemeen

SBE

Dit is een echt nieuwe stedelijke component die bij kan dragen tot de uniciteit van het gehele gebied. Wij zijn groot voorstander van een tweede (semi-)openbaar gebied als ‘stadhuispleinbalkon’. Daarmee wordt het stadhuisplein functioneel ook veel groter. Prima! Wel mag in de ontwerpprincipes sterker benadrukt worden dat er visueel sterke / uitnodigende koppelingen moeten komen tussen de begane grond en de Belvédère. Het succes van de Belvédère zal daarvan geheel afhankelijk zijn. Zie daarvoor ook onze bemerkingen inzake de horizontale binding bij ontwerpprincipe 3. Inzake de (private) Daklandschappen merken wij op dat indien deze als één ononderbroken lint visueel gekoppeld kunnen worden aan de Belvédère, deze tussenlaag voor het gehele gebied een uitermate sterk belevingselement gaat vormen. Zie ook ontwerpprincipe 8. Wij stellen voor minimaal 2 innovaties als voorwaarde op te nemen. Veel innovaties zijn vaak helemaal niet zo duur en lastig toe te passen als men aanneemt. Naast de vier genoemde innovaties stellen wij voor dat er en vijfde innovatie wordt toegepast: namelijk de digitale innovatie. Hierbij kan men denken aan ‘moving walls’, het 3D kunnen beleven van gebeurtenissen op het Stadhuisplein als men ook elders is. Glow ‘in vaste vorm’. Ook in deze verwoording van ambities betreffende de positionering van de mens kunnen wij ons vinden.

Maar om het belang ervan te benadrukken adviseren wij het juist als ontwerpprincipe nr. 1. te kwalificeren! Wij spreken liever van DE EINDHOVENLAAG i.p.v. de Eindhovense laag als gelijkwaardig begrip van de Brainportlaag. Het Eindhovens D.N.A. moet explicieter worden gedefinieerd. Nu is het veel te vaag geformuleerd. Voor alle principes geldt dat er één heel duidelijke formulering moet zijn van het betreffende begrip. Die formulering moet niet knellend zijn, maar ook niet te algemeen. Daarom is een duidelijkere toelichting met verwijzing naar direct verwante(vak-) literatuur nodig dan nu wordt voorgesteld. Onlosmakelijk is daarbij ook een duiding van de mate waarop er ‘gewogen’ moet/kan worden. Ontwerpen moeten in hun ontwikkeling in verschillende fasen beoordeeld worden. Vooral de schetsplanfase met meerdere varianten is van essentieel belang om te weten of de juiste ontwerprichting ingeslagen is. Dat kan bijv. ook via een brede raadpleging (openbare digitale stemronde) om de burgers er direct bij te betrekken. De positie van de supervisor en van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit moet duidelijker worden vastgelegd om verwarring te voorkomen. Daarin is belangrijk dat de wisselwerking tussen de stedenbouwkundige en de architectonische uitgangspunten de nodige ruimte voor discussie en onderzoek krijgt alvorens de Raad definitieve plannen voorgelegd krijgt ter goedkeuring.

Haast is hier echt uit den boze!

De bereikbaarheid van de Belvedère is een belangrijk thema. Dit wordt bij elk individueel bouwplan uitgewerkt. Ook het masterplan voor de openbare ruimte heeft hier invloed op.

Het onderscheid is dat de ene openbaar is en de andere niet. De suggestie om visuele koppeling te bevorderen met groen is overgenomen in de ontwerpprincipes.

De ontwikkelaars in het gebied staan op dit moment onder grote druk om haalbare plannen met betaalbare woningen te maken. Daarbij zijn we als stad erbij gebaat dat dit snel verloopt. Daarom overwegen wij niet om nog een extra ambitie toe te voegen.

Een charmante suggestie die wij ook overwogen hebben. Nu staat het punt juist opvallend als hekkensluiter, feitelijk maakt dit geen verschil.

Taalkundig heeft u een punt, maar de term Eindhovense laag wordt al toegepast in diverse vastgestelde documenten en wordt als duidelijk ervaren. We laten het daarom zo, om onnodige verwarring te voorkomen. Het DNA van Eindhoven is onderzocht in voorbereiding op het opstellen van de ontwerpprincipes. Oa het calendarium maakt onderdeel van dit onderzoek. De ontwerpprincipes zijn richtinggevend, niet maatgevend. De principes zijn bedoeld om het karakter van de plek te duiden en handvaten te geven bij herontwikkeling. Daarom was de samenwerking met de verschillende architecten die hier actief zijn ook zo waardevol. De teksten van het concept document zijn nogmaals kritisch bekeken. Bij de inhoudsopgave is bij elk thema een ondertitel toegevoegd om duidelijker aan te geven waar de nadruk ligt.

Voor alle nieuwe ontwikkelingen in het centrum geldt dat deze onder begeleiding van de supervisor tot stand komen. Als er sprake is van een akkoord van de supervisor wordt het plan voorgelegd aan het AOKE (voorm. CRK). In dit gremium zijn meerdere disciplines vertegenwoordigd en is ook altijd een burgerlid aanwezig. Verdere raadpleging met (alle) burgers in de stad leidt al snel tot een discussie over smaak. Hier kiezen we daarom niet voor. De positie van de supervisie en het AOKE ligt vast in de welstandsnota van de Gemeente Eindhoven. De rollen zijn aan het Stadhuisplein niet anders gedefinieerd dan elders. Daarnaast is er bewust gekozen voor een verzameldossier richting de Raad komend najaar. Daarin worden dus zowel het masterplan openbare ruimte als de (eventueel daarop aangepaste) ontwerpprincipes opgenomen.

4

Algemeen

SBE

Algemeen

SBE

Algemeen

SBE

Algemeen

SBE

Algemeen

Inwoner

Algemeen

Inwoner

Er moet rekening gehouden worden dat het Masterplan voor de openbare ruimte zoals Bygg gaat maken, tot een (in-)directe bijstelling kan leiden van zowel het Ruimtelijke Kader, als van de definitieve versie van de Architectonische Ontwerpprincipes. De Gemeenteraad moet daarover bijtijds worden geïnformeerd. Dit is helemaal niet erg want het gaat hier om een heel langdurige ontwikkeling waarbij ‘herijking op basis van nieuwe inzichten’ nodig kan zijn. Juist omdat momenteel alleen Geva en Van der Meeren bezig zijn met daadwerkelijk bouwplannen te ontwikkelen, alsmede Bygg een inrichting (masterplan) voor de openbare ruimte, is het van groot belang dat hun plannen ook makkelijk ‘aanhaakbaar’ zijn voor de andere ontwikkelende partijen als die op later moment (weer) actief gaan worden. Hierin is voor de supervisor een belangrijke sturende rol weggelegd. Goed voorbeeld doet ook goed volgen en kan veel positiefs in beweging zetten. Voorkomen moet worden dat de Belvédère, één van de belangrijkste dragers van de gehele gebiedsontwikkeling, verloren zal gaan als gevolg van de fasering in de tijd door het afhaken van ontwikkelaars. De (soms zeer voorlopige) presentaties van de plannen van Geva en van Van der Meeren houden nog geen rekening met de “poort benadering” van Bygg: beide massa- en vormstudies zijn daarop niet afgestemd.

De nieuwe architectuurprincipes moeten met veel strakkere regievoering door de supervisor op deze plannen worden toegepast. Als laatste punt, maar zeker niet onbelangrijk wijzen wij hierbij naar het artikel in het Eindhovens Dagblad van maandag 27 november jl. “Veel Nederlandse nieuwbouw is verschrikkelijk” waarin Aaron Betsky en Francesco Veenstra ongezouten hun mening geven. Eindhoven moet hun adviezen zeer serieus ter harte nemen om inderdaad later trots op z’n Brabants te kunnen zeggen dat we ‘ons koppie er goed bij hebben gehouden’! Het DNA van EHV is niet te vangen in formele ontwerpprincipes, het is meer dan dat! Ontwerpprincipes, eenmaal toegepast, dragen de illusie in zich dat 'eindhovense architectuur' maakbaar is; het biedt een vorm van houvast en geruststelling voor makers én bewoners; stedenbouwkundig is het toverwoord 'ensemble': een verzameling gebouwen die onderling qua vorm en materiaal op elkaar worden afgestemd, ook dat biedt zekerheid; maar de Binnenstad (dus niet Emmasingelkwadrant en/of Stationsgebied) kenmerkt zich nu juist door alles behalve ontwerpprincipes en afstemming! In mijn ogen is het één en al bricolage, een botsen en schuren van verschillende schalen, materialen en typologieen; de kunst zal zijn om dat onconventionele karakter, dat ongepolijste van de binnenstad voort te laten duren ;) Vertical plants was nice on the 2. one.

Dommel idea was nice on the 1st one. But first one can be greener instead

Mee eens, het principe wie het eerst komt… geldt hier. Zij zetten de toon en moeten het goede voorbeeld geven.

Mee eens, de supervisor en gemeentelijk stedebouwkundige(n) zijn hier waakzaam op.

Afstemming tussen het masterplan openbare ruimte en de plannen van de ontwikkelaars vindt op dit moment plaats.

Het vak van de Architect staat onder druk. Dit is niet alleen lokaal. Wel willen we juist de lokale en jonge talenten ondersteunen en een kans geven in Eindhoven.

We zijn het eens dat de kracht van Eindhoven ligt in het botsen en schuren van allerlei stijlen, schalen en materialen. Juist de schaalsprongen die Eindhoven maakt de laatste 150 jaar maakt dat deze stad zijn onderscheid van andere. En de volgende schaalsprong geven we juist op het stadhuisplein vorm.

Deze reactie gaat in op de verschillende pitches voor de openbare ruimte. Met dank voor de suggesties leidt dit niet tot wijzigingen in de ontwerpprincipes.

5

of that stair. There can be some strong things to appeal curiosity of the people. For example, smelling is underrated in general I think. We can have an area which smell fantastic in every season with some flowers/plants. That can be the most beautiful fragrant area in the world. People will come to smell. A silent waterfall can be another thing. Is it possible? Algemeen

Inwoner

In z'n algemeenheid een zeer complete totale visie die alle zaken aanstipt, mijn complimenten. Sterk: - veel groen - materialisatie - duidelijke verschillen in de 3 functies: plein, hoofdruimten en hoven, echt een goede en duidelijke visie hierop - de toevoeging van de Belvedère en de daklandschappen Geen toevoegingen.

Wanneer er gestart wordt met de bouw is erg afhankelijk van de te doorlopen procedures en eventuele bezwaren. Via de website van de ontwikkelaar (City-Wall-Straks.nl) en de website van de gemeente (OpenEindhoven.nl) kunt u op de hoogte blijven.

Wat is de verwachting m.b.t. aanvang eerste delen van het geheel? Algemeen

Inwoner

Sterk: dat er veel aandacht is voor groen, maar hoe zichtbaar is dat met veel neergegooide fietsen en plasticbekers

In een binnenstad is er altijd veel druk op de openbare ruimte. Daarom maken we nu een Masterplan openbare ruimte. Daarin proberen we de juiste keuzes te maken. De problematiek qua daklozen hoort ook bij de uitdagingen van een binnenstad. We streven naar een menselijke stad met goede leefkwaliteit. Niet voor niets is heet van de 10 principes ‘De Mens’.

Wat mis je: er zijn nogal wat daklozen in de stad, hoe ga je voorkomen dat het een daklozencamping wordt. Door de hoogte van de gedachte gebouwen rondom dit plein lijkt het mij erg moeilijke bewoners echt bij de stad beneden te betrekken. Vraag: tijdens GLOW en bij vieringen rondom PSV is het huidige plein heel vol. Hoe gaat dat met dat eventuele verleggen van de Dommel op het plein of met de geplande bomen en zitjes ? Niet alles kan tegelijk :bovendien vind ik alle skaters op het huidige plein best gezellig. Algemeen

Inwoner

Voor een reactie op stadhuisplein ben ik wat laat, maat ik ben ook zojuist terug van een verlate vakantie. Ambitieuze plannen heeft Eindhoven volop en wil dit met alle betrokkenen en ook inwoners transparant maken. Dit geeft hoop en zeker geeft dit een onderscheid t.a.v. andere ambitieuze gemeenten met grootschalige plannen. Groenstroken, waterpartijen, bijeenkomende mensen in de ochtend zon in de open groenstroken tussen de hoogbouw. Wat ik mis in deze plannen is de belichting van "De mens" op een juiste en eerlijke waarde. In vele steden vallen me

Hartelijk dank voor uw mail. Wij waarderen het dat u zo betrokken bent bij de ontwikkelingen in onze stad. U stipt meerdere aandachtspunten en suggesties aan. Een aantal zaken gaan over de openbare ruimte, andere over de nieuwe bouwontwikkelingen in de stad. Ik wil in deze mail enkele aspecten toelichten. Maar los daarvan staat de ontwikkeling van de stad nooit stil. Er is altijd ruimte voor verbetering en uw opmerkingen dragen voor ons bij aan een beter beeld van wat de inwoners belangrijk vinden in onze stad. Ze zijn altijd waardevol bij het maken van plannen. Openbare ruimte is een van de belangrijkste aspecten die ervoor zorgen dat een stad prettig functioneert. De openbare ruimte is ook vrijwel altijd in eigendom van de Gemeente. Daar staan we dus voor aan de lat. Wat het een grote uitdaging maakt, is dat er in de openbare ruimte heel veel moet gebeuren en het voor iedereen moet functioneren. Dat maakt het een complexe puzzel, zowel boven als onder de grond. Als voorbeeld het Stadhuisplein; daar willen we graag vergroenen, maar er worden ook evenementen

6

bouwkundige en toevoegingen met meerwaarde op die in bijna iedere grote stad in Nederland ontbreken. Enkele hiervan zijn: • Bij rondwegen rondom een stad de verkeerslichten (stoplichten) minimaliseren door meer rotondes aan te brengen en juist daar deze te voorzien van fonteinen met verlichting. (Lichtstad kernmerk je) Voordeel klein en midden ondernemers verlaten de stad minder snel en trekt nieuw publiek aan. • Plaatsing van luxe openbare toiletten in de binnenstad met een onopvallend maar duidelijke aanwijzing en materiaal gebruik. (Bijv wit metselwerk) Voordeel: meer ouderen naar de stad en hopend op minder urine plaatsen onder viaducten/ braak terrein/ kerkgebouwen/ monumenten/ hoek van 't café. • Meer en juist bij deze gratis openbare toiletten voorzieningen voor 1 á 2 douches, eigen warmtevoorziening in technische ruimte en warmte opwekking door bijv. Zonnepanelen • Meer rustpunten in de binnenstad en vooral bij station/ pleinen, half beschut door boomgroei. • Centraliseren van hoogbouw meer naar elkaar en niet her en der hoogbouw plaatsen waar we maar een plekje zien, hoe efficiënt en praktisch dit ook mag lijken. Zo komt zelf de Catharina kerk verschuilt te liggen achter de hoogbouw en zijn laten nog maag 2 kerkpuntjes zichtbaar. Men dit niet en voorkom stadvervuiling van gebouwen door deze niet te dicht op elkaar te plaatsen.

Realiseer ook dat hoogbouw een kwestie is van jaren bouwen, aanpassen en moderniseren van de omgeving (nader veranderlijk inzicht) en dat de directe omgeving hiermee wordt opgezadeld. Dit kan betekenen dat mensen voor jaren uit de stad wegblijven en in een andere gezellige stad gaan winkelen. • Pleinbehoud: bouw de huidige pleinen niet vol met gebouwen of terrassen waar je maar ruimte ziet. Laat de huidige pleinen intact of stel je als gemeente de verplichting in de nadere buurt eenzelfde gemoderniseerde plein te herbouwen. Denk aan het wegvallen van een school wat niet meer nodig is en geeft hiervoor een stukje groen terug aan de buurt. • Geef bij 'Leesbare opzet van gebouwen' ook ruimte tussen de gebouwen die er al bestaan. Bij concentraties van hoogbouw plaatsing niet direct in de binnen stad of meer bij bestaande hoogbouw voldoe je hieraan meer. Dat je Den Haag slechts nog herkent aan de hoogbouw en z'n typerende daken daarvan is kwalijk te noemen. Zo kent Eindhoven prachtige

en manifestaties gehouden. Sommige bewoners zien het plein graag als skatepark, terwijl anderen er hun toekomstige woonomgeving in zien. Onder de grond wordt geparkeerd en liggen veel kabels en leidingen, maar moet ook nog ruimte gemaakt worden voor een nieuw warmtenet in verband met de energietransitie. We hebben de openbare ruimte die we hebben dus hard nodig! Ontwikkelingen vinden bijna altijd plaats op grond die reeds in bezit is van een derde, of als te ontwikkelen grond is aangemerkt (denk aan het plan VDMA). Wat betreft de leesbare stad; juist met het opstellen van regels zoals de ‘ontwerpprincipes voor het stadhuisplein’ proberen we identiteit te geven aan de stad. Juist om te voorkomen dat een nieuwbouwplan zo in Den Haag had kunnen staan. Nog wat extra informatie over enkele aspecten die u noemt: Mobiliteit en verkeer: Het op een goed manier je kunnen verplaatsen in de stad is van groot belang. Daarom wordt er nu gewerkt aan een nieuw Masterplan Mobiliteit. Via deze link kunt u op de website zien waar we in het proces staan en hoe u mee kunt denken. Hoogbouw: Voor hoogbouw in de binnenstad is in 2020 de Verdichtingsvisie Binnenstad vastgesteld. Daarin staan omschreven waar en onder welke voorwaarde hoogbouw realiseert mag worden in de binnenstad. Voor de Spoorzone is ook een visie opgesteld. Informatie daarover vindt u hier.

De voornaamste reden om dit beleid op te stellen is de grote woningbouwopgave die we als stad hebben. Met Den Haag is afgesproken dat wij 40.000 woningen bij bouwen. Ongeveer de helft daarvan moet een plek vinden binnen de ring.

7

gebouwen en het zou jammer zijn dat Eindhoven door haar ambitie de weg van Dan Haag opvolgt. De nieuwe hoogbouw projecten en gebouwen zouden juist door hun ligging minder tot uitdrukking komen en niet echt een beeldvormer kunnen zijn voor deze stad in ontwikkeling. Met deze punten probeer ik gemeente Eindhoven iets meer inzicht te geven hoe een inwoner kijkt naar zijn stad die zich wil profileren als de Lichtstad van Nederland, maar waar nog zoveel aan moet veranderen. Ik wens de betrokken veel succes.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15718308/1