Bijlage 4 - Participatieverslag
Tekst van het document
Bijlage 4. Participatieverslag VCP en Ring, april 2025
1. Inleiding In oktober 2024 heeft het college van B&W een participatieplan vastgesteld voor de totstandkoming van het Verkeerscirculatieplan Eindhoven binnen de Ring (VCP) en het Verbeterplan voor de Ring zelf. De raad is hierover op 1 november 2024 met een Raadsinformatiebrief geïnformeerd; ook heeft de portefeuillehouder bij de mededelingen in de raadscommissie van 29 oktober hier actief op gewezen. Dit verslag bevat een beschrijving van hoe de participatie heeft plaatsgevonden, wat het heeft opgeleverd en hoe de resultaten zijn verwerkt in de plannen, waarover de gemeenteraad op 20 mei 2025 besluiten neemt. Het gemeentebestuur vindt het belangrijk dat inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden – met het Masterplan Mobiliteit 2050 als kader – konden participeren in de totstandkoming van het VCP en het Verbeterplan Ring. Concreet was het doel om: 1. Inzicht te krijgen in de belangen van de inwoners, ondernemers en bezoekers van de stad; 2. Argumenten op te halen om de analyse en varianten voor het VCP aan te scherpen en een gedegen keuze te maken voor een variant; 3. Aandachtspunten op te halen om de analyse en voorgestelde maatregelen aan te scherpen in het Verbeterplan Ring. 2.
Hoe heeft de participatie plaatsgevonden en wat heeft het opgeleverd? Op hoofdlijnen is het participatieproces als volgt verlopen, met de volgende opbrengst: • Participatieronde 1, eind 2024: in twee bijeenkomsten in Muziekgebouw Eindhoven (op 28 november en 12 december 2024) zijn de varianten voor het VCP en de analyse voor het Verbeterplan Ring besproken met vertegenwoordigers van inwoners, ondernemers en belangenorganisaties. Uitgenodigd daarvoor zijn vertegenwoordigers van inwoners en ondernemers binnen en rondom de Ring en aan de buitenkant van de Ring. De uitnodiging was specifiek gericht op vertegenwoordigers die actief betrokken zijn bij verkeersvraagstukken. Hiermee organiseerden we enerzijds een breed perspectief van direct belanghebbenden en anderzijds deden we hiermee een beroep op de aanwezige kennis en ervaring van betrokkenen om mee te denken over een – met name wat betreft het VCP – complex vraagstuk. Aanvullend op de informatie die tijdens de bijeenkomst over het VCP is aangereikt, hebben de deelnemers ook het concept-rapport ontvangen waarin beide varianten met elkaar zijn vergeleken. Op basis van deze uitvoerige informatie hebben zij meegedacht over de twee varianten en daarbij aangegeven welke voor- en nadelen van beide varianten en welke aandachtspunten zij zien.
Voor het Verbeterplan Ring hebben ze aangegeven op welke locaties zij aandachtspunten zien en aan welke oplossingen zij daarbij denken. Met deze reacties zijn bovengenoemde participatiedoelstellingen 2 en 3 gerealiseerd. In totaal zijn circa 370 reacties binnengekomen, waarmee de analyse en concept-maatregelen zijn aangevuld en aangescherpt. Zie bijlage 4a voor het totaaloverzicht van reacties en de manier waarop deze zijn verwerkt. •
Participatieronde 2, begin 2025: via een online enquête is breder uitgevraagd welke onderwerpen en verbeterpunten inwoners en bezoekers belangrijk vinden. De enquête is uitgezet via DigiPanel en een sociale media campagne. Ook is de enquête via alle bewoners- en ondernemersorganisaties in de stad onder de aandacht gebracht, met de uitnodiging deze ook onder de eigen achterban te verspreiden. Doel van de enquête was om de verschillende belangen die spelen rondom beide plannen in beeld te brengen, zodat de gemeenteraad een zorgvuldige afweging van die belangen kan maken in haar besluitvorming. Vanwege de complexiteit van de plannen is ervoor gekozen om in de enquête niet te vragen naar specifieke reacties op de plannen of een keuze voor één van de varianten van het VCP. Dit zou veel uitleg vergen. Bijeenkomsten zoals in de eerste participatieronde bieden daarvoor de ruimte, maar in een vragenlijst ontbreekt dat. Wel is respondenten gevraagd na het starten van de vragenlijst een kort animatiefilmpje over de plannen te bekijken. En aan het einde van de vragenlijst is de ruimte geboden om een open antwoord in te vullen.
Met de respons op de enquête hebben we bovengenoemde eerste doelstelling van de participatie gerealiseerd. Aan de enquête hebben ruim 7.000 mensen deelgenomen. Naast inzicht in de verschillende belangen heeft dit ook nog veel aandachtspunten opgeleverd, die – nadat de raad besluiten heeft genomen over de hoofdpunten - in de uitwerking van de plannen worden betrokken. Zie bijlage 4b voor de rapportage van de enquêteresultaten. Naast individuele inwoners en ondernemers hebben ook veel bewoners- en ondernemersorganisaties gereageerd. Het betreft bewonersorganisaties uit de volgende buurten: De Bergen Engelsbergen Vonderkwartier Strijp binnen de Ring Palingstraat/Hoogstraat Sintenbuurt-Noord Villapark P.C. Hooftlaan Aanschot Bloemenplein Botenlaan Cingelshouck Hoogstraat/ Gestelsestraat Oude Gracht Geldropseweg/ Kanaalzone Tongelresestraat/ Hobbemastraat De Karpen Aan ondernemerszijde hebben de volgende georganiseerde partijen gereageerd: Binnenstad Haagdijk Kruisstraat/ Woenselse Markt De Kade Hermes/Connexxion Taxibranche Individuele ondernemers, o.a. Q-park en PSV Met alle bewoners- en ondernemersorganisaties die daarom hebben verzocht zijn we in gesprek gegaan. Deze gesprekken worden voortgezet bij de uitwerking van de plannen, nadat de gemeenteraad besluiten heeft genomen over de hoofdpunten. Tot slot heeft op 27 maart 2025 een informatiebijeenkomst plaatsgevonden.
Daarvoor zijn de deelnemers aan participatieronde 1 uitgenodigd en alle (overige) bewoners- en ondernemersorganisaties in de stad. Daarnaast konden mensen die de online enquête invulden aangeven hiervoor een uitnodiging te willen ontvangen. Tijdens de bijeenkomst, waaraan door ruim 250 mensen is deelgenomen, is een terugkoppeling gegeven van de opbrengst van beide participatierondes en een toelichting op de voorstellen die voorgelegd gaan worden aan het college en de raad. 3. Hoe is de opbrengst verwerkt in de plannen? Zoals hierboven gemeld zijn de 370 reacties uit participatieronde 1 op de (aanzetten voor) het VCP en Verbeterplan Ring stuk voor stuk beoordeeld, waarbij is afgewogen of ze aanleiding gaven om in de plannen te verwerken. Zo niet, dan is dat gemotiveerd (zie bijlage 4a).
2
In hoofdlijnen is de opbrengst voor het VCP: • De onderwerpen die als voor- en nadelen worden genoemd zijn bij beide varianten vergelijkbaar. Veel genoemde voordelen zijn: verbeteringen op gebied van leefbaarheid, verblijfskwaliteit, verkeersveiligheid, gezondheid, duurzaamheid en fietsvriendelijkheid. Nadelen die worden genoemd zijn: bereikbaarheidsproblemen, isolatie, verlies van verbindingen, complexiteit. • Het valt op dat bij de variant ‘Doorwaarbare Stad’ vaak als nadeel wordt genoemd dat deze variant minder ambitie heeft dan de variant ‘Levende Pleinen’. Bij ‘Levende Pleinen’ worden meer voordelen benoemd dan bij ‘Doorwaadbare stad’. Ook wordt door participanten aangegeven dat de positieve effecten bij ‘Levende Pleinen’ het grootste zijn. • Hoewel niet gevraagd is om een voorkeur uit te spreken wordt dit door veel stakeholders wel gedaan. Slechts een enkeling geeft daarbij aan een voorkeur te hebben voor de variant ‘Doorwaadbare Stad’. Een substantieel aandeel spreekt een voorkeur uit voor de variant ‘Levende Pleinen’. • De uitkomst van de eerste participatieronde laat daarmee een sterke voorkeur bij de betrokken stakeholders zien voor de ‘Levende Pleinen’. • Een bloemlezing van de voordelen van de variant Levende Pleinen: o “Echte keuze voor groenere, gezondere en leefbare stad. Veel openbare ruimte extra nodig wanneer meer mensen in de stad komen wonen en werken.
Meeste maatschappelijke baten!“ o “4 sectoren model regelt het verkeer beter. Minder sluipverkeer in de wijken, meer ruimte voor de fiets, voetganger en OV. Meer leefbaarheid in de wijken.” o “Veel ruimte voor pleinen. Echt een vooruitstrevend plan dat bij een stad als Eindhoven past. We krijgen maar 1 kans de komende 20 jaar die we moeten pakken.” o “Veel minder doorgaand verkeer in het centrum, nog minder dan in het andere model. Ook geen oost-west meer nl.” o “Het uitgebreide verslag geeft eigenlijk al antwoord; op alle aspecten scoort Levende pleinen beter. Veiligheid, leefbaarheid, luchtkwaliteit. Het is prachtige ambitie en ik hoop dat dit door mag gaan. De enige reden om het niet te doen is omdat het meer werk is! Als we over 30 jaar terugkijken willen we toch trots zijn op alle pleinen die er bij zijn gekomen, en niet hoeven balen omdat we het niet gedaan hebben…” o Tegelijkertijd zijn er de nodige zorgen over de uitvoering en wordt hier aandacht voor gevraagd. • Bereikbaarheid: o Aandacht voor bereikbaarheid Kanaalzone/De Kade; o Goed functioneren OV belangrijk, incl. P+R en communicatie & informatie; o Houdt rekening met specifieke doelgroepen (bijv. mantelzorg.
• Leefbaarheid en Ruimte: o Waardering voor vergroening, veiligheid en ruimte; o Plan mag niet leiden tot scheiding Noord-Zuid met spoor als barrière; o Positief over Levende Pleinen, maar wel met doorstroming op de Ring; o Bereikbaarheid belangrijke voorzieningen blijven garanderen. • Aanpak en uitvoering: o In samenwerking met de stad; o Zorgvuldig en flexibel; monitoren en ruimte voor bijsturen. Voor het Verbeterplan Ring ging de meeste aandacht uit naar de volgende thema’s: • Verkeersveiligheid en oversteekbaarheid: o Veiliger oversteken voor fietsers en voetgangers. Veel reacties gaan over het gelijktijdig groen bij kruispunten met verkeerslichten van afslaande auto’s en rechtdoor gaande fietsers en voetgangers. Met name bewoners uit de Sintenbuurt Noord (Stratum) hebben dit vaak aangegeven. o Aandacht voor gebruik fietspaden langs Ring en parallelwegen, waar tweerichtingsverkeer soms voor gevaarlijke situaties zorgt. • Doorstroming: o Voorkomen vertraging bij verkeerslichten Ring Noordoost; o Beperkte doorstroming bij Dirk Boutslaan, met extra druk door het verkeer van DAF.
3
•
•
•
4.
Passend - in bestaande structuren: o Scheiding van buurten (Tongelresestraat); o Benut kans om buurten beter met elkaar te verbinden. Gezondheid – verkeersoverlast voor omgeving (geluid, lucht, sluipverkeer): o Sluipverkeer in woonwijken; o Geluidsoverlast; o Te hard rijden op de Ring, bijvoorbeeld op de Botenlaan. In veel reacties wordt als oplossingsvoorstel aangedragen om de maximumsnelheid op de Ring te verlagen, tegen verkeersoverlast en in het belang van de verkeersveiligheid. Herkenbaar: o Erfgoedstichtingen vragen aandacht voor de ambities Gezond, Trots, Passend en Herkenbaar.
Wat heeft participatieronde 2, de online enquête, opgeleverd? • De uitkomsten van de enquête geven inzicht in de verschillende belangen die spelen rondom VCP en Ring voor een zorgvuldige belangenafweging door de raad. Op hoofdlijnen (zonder verrassingen): o Alle aspecten van het VCP die zijn onderzocht zijn van belang; o Inwoners van het gebied binnen de Ring hebben het meeste belang bij vergroening van hun gebied. Mensen van buiten de Ring die binnen de Ring werken, studeren, hun dagelijkse boodschappen doen of anderszins op bezoek komen, hebben hier minder belang bij; o Inwoners van buiten de Ring hebben meer belang bij de bereikbaarheid met het OV; o Werkenden hebben meer dan andere groepen belang bij kortste, meest directe routes voor auto’s; studenten lijken het meeste belang te hebben bij bereikbaarheid met het OV en goede oversteekmogelijkheden; o Ruimte voor fietsers wordt door alle groepen belangrijk gevonden; o De tegenstellingen worden groter als je kijkt naar vervoerswijze: voetgangers en fietsers hechten het meeste belang aan ruimte voor fietsers. Automobilisten het minste; o Andersom hebben automobilisten het meeste belang bij de kortste, meest directe routes voor auto’s.
Voetgangers en fietsers het minste; o Precies tussen deze groepen met de grootste tegengestelde belangen bevinden zich de zogenaamde ‘keuzereizigers’ (die zowel met de auto als met de fiets of te voet reizen); o 55-Plussers hebben meer belang bij de bereikbaarheid met het OV en wat minder bij openbaar groen; o Praktisch opgeleiden vinden kortste, meest directe routes met de auto belangrijker dan theoretisch opgeleiden; o Wat betreft verbeteringen aan de Ring is het vlot kunnen doorrijden met de auto het belangrijkste. Alleen in Stratum wordt nog meer belang gehecht aan het veilig kunnen oversteken van de Ring door fietsers en voetgangers; ook in Gestel wordt hier opvallend veel belang aan gehecht. • Ruim 3.000 deelnemers aan de enquête hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om nog wat toe te voegen aan de gegeven antwoorden. Deze open antwoorden laten veel betrokkenheid en vaak ook kennis van de plannen zien. Thema's die benoemd worden, gaan over verkeerskundige zaken zoals doorstroming en veiligheid, maar ook over luchtkwaliteit en aantrekkelijkheid. Veel antwoorden bevatten persoonlijke ervaringen met bepaalde locaties, bijvoorbeeld gevaarlijke kruisingen voor fietsers of punten waar het autoverkeer vastloopt. Voor een bloemlezing van deze reacties, zie de rapportage van de enquêteresultaten in bijlage 4b.
5. Tot slot Voor alle duidelijkheid: • Er is niet gevraagd of mensen een sectorenmodel willen of niet noch wat ze van de invoering van een sectorenmodel vinden, omdat de raad in maart 2024 al heeft besloten tot de invoering van een sectorenmodel. Het zou dus valse verwachtingen wekken als we dit opnieuw ter discussie zouden stellen;
4
•
•
•
•
•
•
•
Het gaat er nu om dat de raad een keuze maakt tussen de varianten. Daarbij is vooraf bepaald - in het participatieplan dat door het college is vastgesteld en ter informatie is aangeboden aan de raad - dat het niveau van participatie meedenken is, en dus niet meebeslissen; Dit is één van de twee redenen waarom tijdens de participatie niet is gevraagd aan deelnemers om een keuze te maken tussen de twee varianten voor het sectorenmodel (Doorwaadbare Stad en Levende Pleinen); hiermee zouden we hoe dan ook de indruk wekken dat de variant die het meest gekozen werd door de raad wordt overgenomen; Om dat te voorkomen zijn de doelen van de participatie gekozen zoals in het participatieplan staat: argumenten ophalen waarmee de conceptplannen verbeterd kunnen worden (doelstellingen 2 en 3) en inzicht krijgen in de belangen die spelen zodat de raad een zorgvuldige belangenafweging kan maken (doelstelling 1); Daarom is ook in de 1e participatieronde voor een andere vraagstelling gekozen: 1. Welke voor- en nadelen ziet u in beide varianten? en 2. Welke (overige) aandachtspunten heeft u bij beide varianten. Uit de antwoorden op de eerste vraag blijkt overigens - impliciet en soms expliciet - welke variant de voorkeur heeft. Ook blijkt uit de reacties dat sommigen beide varianten - en feitelijk het sectorenmodel an sich - niet wenselijk vinden.
Los van het feit dat dit een minderheid is, stond dit dus niet meer ter discussie omdat de raad daartoe al had besloten; De uitkomst van de enquête is niet verrassend, in die zin dat de belangen die eruit naar voren tamelijk voor de hand liggend zijn. De meerwaarde zit enerzijds in de bevestiging ervan (de raad hoeft zich bij de afweging van belangen niet op aannames te baseren), anderzijds laat het zien dat er zeker ook tegenstanders zijn van het sectorenmodel, maar dat deze - met name op sociale media - meer en luidruchtiger van zich laten horen dan de voorstanders, en zeker dan het 'stille midden', dat via de enquête ook in beeld is gekomen; Inwoners, ondernemers en belangenorganisaties hebben meegedacht over het Masterplan Mobiliteit (2023-2024), nu over VCP en Verbeterplan Ring (2024-2025) en zullen ook bij de verdere uitwerking van de plannen weer mee kunnen denken. Daarbij is consistentie in de participatieaanpak cruciaal: enerzijds voldoende beïnvloedingsruimte blijven bieden om mee te denken (de gevolgen van keuzes worden steeds concreter), anderzijds genomen besluiten niet opnieuw ter discussie stellen (de raad maakt nu de keuze voor het gewenste sectorenmodel voor het VCP en stelt de hoofdpunten van het Verbeterplan Ring vast, in het vervolg gaat het dus om de uitwerking hiervan). Het woord is nu aan de gemeenteraad van Eindhoven.
Bijlagen: 4a. Totaaloverzicht van verwerking input voor VCP en Ring uit eerste participatieronde, eind 2024 4b. Rapportage van enquête in tweede participatieronde, begin 2025
20250325/KvD
5