Bijlage 4 - Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan: Strijp-S fase 4
gemeente Eindhoven Ruimtelijke Expertise – Ruimtelijke Ordening Oktober 2023
1 Inleiding Deze nota van zienswijzen hoort bij het bestemmingsplan Strijp-S fase 4. Het ontwerpbestemmingsplan en het vormvrije m.e.r.beoordelingsbesluit van 11 september 2022 heeft van donderdag 22 juni 2023 tot en met woensdag 2 augustus 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om digitaal, schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp bestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de terinzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het Gemeenteblad van 21 juni 2023 gepubliceerd. Ook is kennis gegeven van de mogelijkheid om een digitale versie van het ontwerpbestemmingsplan te raadplegen via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. In deze nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zijn de zienswijzen opgenomen en samengevat. De samenvatting heeft uitsluitend tot doel om de leesbaarheid van deze nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijzen zijn de volledige brieven met bijlagen, zoals deze bij de gemeente zijn binnengekomen, betrokken. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn twee zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn in hoofdstuk 2 van deze nota van een gemeentelijk standpunt voorzien. Verder zijn ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn in hoofdstuk 3 opgenomen.
2 Zienswijzen Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan Strijp-S fase 4 zijn twee zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend. De zienswijzen zijn ontvankelijk. Hieronder wordt een samenvatting van de zienswijzen weergegeven en worden ze voorzien van een gemeentelijk standpunt. In verband met de privacy zijn de naam- en adresgegevens van de indieners van de zienswijzen in een aparte bijlagen opgenomen. Deze bijlage is niet digitaal beschikbaar, maar wel analoog. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn zienswijzen kenbaar gemaakt door:
2.1
Bewoner ir. Kalffstraat
Algemeen Indiener geeft aan dat de bezonning ter plaatse van zijn woning zal verminderen als gevolg van deze ontwikkeling. Daarnaast merkt indiener op dat er meerdere bestaande woningen zijn waarbij de vermindering van zonlicht geheel weggenomen wordt, dan wel tot een minimum beperkt wordt. Indiener wenst dat het plan aangepast wordt zodat de schaduw van dit plan op het Boschgebouw gaat vallen en niet op de woningen.
Gemeentelijk standpunt Uiteraard is de gemeente van mening dat zonlicht belangrijk is. Dat is ook de reden waarom het bezonningsonderzoek is uitgevoerd. Uit het bezonningsonderzoek komt naar voren de dat afname van het zonlicht ter plaatse van de woning van de indiener in de maanden februari en oktober aan de orde is. Het betreft een afname van 2 uur en 10 minuten, waardoor er nog sprake is van 1 uur en 20 minuten zon per dag. Het gaat slechts om een paar weken per jaar waarin niet voldaan kan worden aan de beleidsregels ten aanzien van het aantal uur zonneschijn in de woning.
Strijp-S Fase 4 draagt bij aan een modern stedenbouwkundig milieu, dat bestaat uit een duurzame ruimtelijke inrichting van het gebied, de noodzaak om de woningbouw in de stad te intensiveren en de financieel economische haalbaarheid van de bouwplannen. De verdichting van Strijp-S is al vanaf 2001 ingezet. Aanpassingen aan de bouwvolumes om op alle punten aan het beleid te voldoen leidt tot een significante reductie van de mogelijk bouwhoogte en een reductie van het (woon)programma, wat niet wenselijk is. De periode dat niet wordt voldaan aan de beleidsregels voor bezonning betreft daarbij een zeer korte periode (enkele weken per jaar). De effecten van deze ontwikkeling zijn daarmee relatief beperkt. Daarom wordt voorgesteld voor deze ontwikkeling de belangenafweging te maken dat het algemeen belang van een modern stedenbouwkundig milieu, waarin 1.480 woningen mogelijk worden gemaakt prevaleert boven individuele bezonningssituatie van de woning van de indiener. Conclusie zienswijze De zienswijze wordt ongegrond geacht. Het plan wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.
2.2
Provincie Noord-Brabant
Algemeen De provincie geeft aan dat er in het kader van het vooroverleg geen overleg heeft plaatsgevonden ten aanzien van dit plan. De provincie geeft aan dat de wijziging interim omgevingsverordening, actualisatie april 2022, op 15 april 2022 is vastgesteld. De omgevingsvisie en omgevingsverordening zullen gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treden. Het plan voldoet in de basis aan het provinciale ruimtelijke beleid en de regels van de IOV. Echter, op één onderdeel mist de provincie in het plan nog een nadere onderbouwing/ uitwerking. Het betreft de regionale afstemming in het kader van Werken. Op basis van artikel 3.42 IOV kan de ontwikkeling alleen plaatsvinden als er sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling Dit houdt onder andere in dat het plan (geheel) moet passen binnen gemaakte regionale afspraken (in MRE en SGE). Dit is voor wat betreft het onderdeel Werken hier nog niet het geval.
In de toelichting van het bestemmingsplan ontbreekt een onderbouwing hoe de ontwikkeling past binnen de regionale detailhandelsafspraken. Eén van de afspraken hierin is bijvoorbeeld dat supermarkten worden gerealiseerd in, of aan de rand van, bestaande winkelgebieden. In de regels van het bestemmingsplan worden supermarkten echter niet uitgesloten, terwijl Strijp-S geen winkelgebied is. Ook ten aanzien van de afspraken omtrent kantoren (regionale kantorenbrief) ontbreekt in het plan een onderbouwing. Indien van toepassing: dient ook te worden opgenomen wanneer, en op welke wijze, er in de regio afstemming heeft plaatsgevonden. Gemeentelijk standpunt Het standaard digitaal vooroverlegformulier van de provincie is ingevuld. Het klopt dat de toelichting nog onvoldoende gemotiveerd was ten aanzien van regionale afspraken over detailhandel en kantoren. Ten aanzien van het ontbreken van de onderbouwing op deze aspecten is de toelichting aangevuld. Om te voldoen aan de regionale detailhandelsafspraken wordt in de regels een supermarkt uitgesloten en het aantal m2 voor detailhandel gemaximeerd tot 2.000m2. Planologisch gezien is nu ook al 2.000m2 detailhandel toegestaan. Dit blijft dus gehandhaafd.
Het aantal m2 voor publiekgerichte functies (waaronder detailhandel valt) ten opzichte van het nu geldende bestemmingsplan is in dit bestemmingsplan met 1.500 m2 uitgebreid (van 2.000m2 naar 3.500m2). Deze uitbreiding van m2 mogen niet ingezet worden voor detailhandelsfuncties. Conclusie zienswijze De zienswijze wordt gegrond geacht. De toelichting en regels van het bestemmingsplan zijn aangepast naar aanleiding van de zienswijze van de provincie. De regels van het bestemmingsplan zijn als volgt aangepast: - Artikel 3, lid 1 sub u is toegevoegd: “in aanvulling op het bepaalde in sub t geldt voor detailhandel een maximum bruto vloeroppervlak van 2.000 m2;” De overige subleden zijn doorgenummerd. -
In artikel 3.3, lid 1 sub c is een supermarkt toegevoegd en luidt als volgt: “het gebruik van gronden en bouwwerken voor perifere detailhandel en een supermarkt”.
De toelichting, paragraaf 3.3.3, is aangevuld met het beschrijven van het beleidskader. Daarnaast is paragraaf 3.13 (Kantoren) geactualiseerd en wordt verwezen naar de regionale kantorenbrief.
3 Ambtshalve wijzigingen De regels van het bestemmingsplan worden aangepast om de Design Academy Eindhoven een (mogelijke) plek te geven binnen het plangebied. Op het moment dat de onderwijsfunctie wordt toegekend, betekent dat dat het programma voor werken minder groot kan worden. Het programma werken kent een bvo van 47.900 m2. De Design Academy Eindhoven mag maximaal 10.000 m2 gebruiken, waardoor er in dit geval nog 37.900 m2 voor het werkprogramma overblijft. Mocht de Design Academy Eindhoven zich toch niet in Strijp-S fase 4 vestigen, dan kan het volledige programma van 47.900 m2 voor werken worden gebruikt. De regels van artikel 3 lid 1 sub s en t zijn daarom als volgt aangepast:
s. het maximum bruto vloeroppervlak van de gezamenlijke functies onder sub
t.
b niet meer mag bedragen dan 47.900 m2, tenzij een onderwijsfunctie (zijnde een publieksgerichte functie als bedoeld onder sub c) wordt gerealiseerd van maximaal 10.000 m2 bvo. In dat geval mag het maximum bruto vloeroppervlak van de gezamenlijke functies onder sub b niet meer bedragen dan 37.900m2; het maximum bruto vloeroppervlak van de gezamenlijke functies onder sub c niet meer mag bedragen dan 3.500 m² tenzij een onderwijsfunctie (zijnde een publieksgerichte functie als bedoeld onder sub c) wordt gerealiseerd van maximaal 10.000 m2 bvo. In dat geval mag het maximum bruto vloeroppervlak van de gezamenlijke functies onder sub c niet meer bedragen dan 13.500 m2;