Bijlage 4 - Concept plan-mer-beoordeling MMC Peppelrode
Tekst van het document
Gem. Eindhoven - Plan MER beoordeling MMC Peppelrode
Concept
10 december 2025
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Verantwoording Titel
Gem. Eindhoven - Plan MER beoordelingsplicht MMC Peppelrode
Opdrachtgever
Gemeente Eindhoven
Projectleider
Paul Lammers
Auteur(s)
Lot van Berkel
2e lezer
Juul Osinga
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Aantal pagina’s
31 (exclusief bijlagen)
Datum
10 december 2025
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking.
Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
Concept
Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
2/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Inhoud
2
3
4
Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding .......................................................................................................................... 4
1.2
Procedure mer-beoordeling ............................................................................................... 4
1.3
Initiatiefnemer en bevoegd gezag ...................................................................................... 6
1.4
Leeswijzer .......................................................................................................................... 6
Plaats en kenmerken van het voorgenomen project ................................................................. 7 2.1
Huidige situatie ................................................................................................................... 7
2.2
Toekomstige situatie .......................................................................................................... 8
2.3
Relatie tot andere projecten ............................................................................................... 9
Kenmerken van potentiële effecten ......................................................................................... 11 3.1
Verkeer en parkeren ........................................................................................................ 11
3.2
Natuur en stikstofdepositie ............................................................................................... 12
3.3
Lucht, geluid en trillingen ................................................................................................. 17
3.4
Bodem .............................................................................................................................. 20
3.5
Archeologie en cultuurhistorie .......................................................................................... 21
3.6
Klimaatadaptatie .............................................................................................................. 24
3.7
Externe veiligheid ............................................................................................................. 28
3.8
Milieuzonering .................................................................................................................. 29
3.9
Geur ................................................................................................................................. 30
Conclusie ................................................................................................................................. 31
Concept
1
3/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Het terrein van het Maxima Medisch Centrum en Peppelrode in Eindhoven staat aan de vooravond van een grote verandering. Het nieuw te bouwen ziekenhuis, het woonzorg complex en het nieuwe revalidatiecentrum maken in de toekomst onderdeel uit van een geheel nieuwe wijk. In deze nieuwe wijk worden woningen en andere voorzieningen gerealiseerd. Om deze ontwikkelingen te sturen heeft de gemeente Eindhoven het Gebiedskader MMC - Peppelrode terrein opgesteld. Dit gebiedskader legt de ambities, randvoorwaarden en kansen vast voor de toekomstige planvorming en dient als eerste stap in de doorontwikkeling van het gebied. Het gebiedskader wordt vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Eindhoven. Het gebiedskader wordt beschouwd als kaderstellend plan voor andere toekomstige besluiten over projecten in het plangebied waarvoor een milieueffectrapportage (mer) en mer-beoordeling geldt. Vanwege het kaderstellend karakter van dit gebiedskader is in deze fase al een plan-merbeoordeling nodig (zie verder paragraaf 1.2.2.).
1.2
Procedure mer-beoordeling
1.2.1 Doel van de aanmeldnotitie Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over het gebiedskader, wordt getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Op basis van het Omgevingsbesluit moet voor deze ontwikkeling een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd. In deze notitie is de plan-mer-beoordeling voor het gebiedskader MMC - Peppelrode terrein opgenomen. 1.2.2
Waarom een mer-beoordeling
In de mer-regelgeving, afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob), wordt onderscheid gemaakt tussen projecten waar een mer-plicht geldt en projecten waar een mer-beoordelingsplicht geldt. Mer-beoordelingsplichtige projecten zijn projecten waarvoor de beslissing of de mer-procedure moet worden doorlopen niet bij wet vastligt, maar door bevoegd gezag moet worden genomen. Bevoegd gezag moet dan bepalen of er sprake is van ‘aanzienlijke milieueffecten’, die het doorlopen van de mer-procedure wenselijk en
Concept
noodzakelijk maken.
4/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Tabel 1.1 Categorie J11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit
De voorgenomen ontwikkeling van het MMC - Peppelrode terrein valt binnen categorie J11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Daarbij is er geen directe mer-plicht (kolom 2), maar wel een mer-beoordelingsplicht (kolom 3) bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Dit geldt voor een omgevingsplan, waaronder ook de wijziging van zo’n plan met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) gezien mag worden (kolom 4). Het voorgenomen project betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Het terrein behoudt zijn functie als zorg- en woonzorglocatie, met de modernisering van het MMC, de uitbreiding van Peppelrode en de realisatie van een nieuw revalidatiecentrum. Deze ontwikkelingen hebben een oppervlakte van circa 16.000 m2. Daarnaast worden functies zoals horeca, winkels en circa 2.500 woningen toegevoegd aan het plangebied. Het gebiedskader wordt aangemerkt als een programma onder de Omgevingswet. Het gebiedskader stelt ook kaders voor opvolgende ruimtelijke besluiten zoals het omgevingsplan en/of een BOPA. Aangezien dergelijke opvolgende besluiten voor ontwikkelingen in dit plangebied volgens Bijlage V van het Omgevingsbesluit een mer-beoordelingsplicht geldt, kent het gebiedskader als kaderstellend document een plan-mer-plicht.
Het Omgevingsbesluit kent echter een uitzondering daarop, als het om een klein gebied op lokaal niveau gaat. Een klein gebied op lokaal niveau wordt uitgelegd als een percentage van het totale oppervlak van een gemeente. Het plangebied MMC - Peppelrode terrein waar het gebiedskader over gaat, beslaat minder dan 1 % van het gemeentelijk grondgebied. Daarom volstaat een plan-mer-beoordeling in plaats van een plan-mer voor het gebiedskader van het MMC – Peppelrode terrein. Procedure mer-beoordeling
De procedure onder het Omgevingsbesluit is als volgt: • Door de initiatiefnemer wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld • Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken een mer-beoordelingsbesluit: •
Wanneer geen MER benodigd is, hoeft onder de Ow het besluit niet meer in de Staatscourant gepubliceerd te worden De initiatiefnemer voegt het mer-beoordelingsbesluit bij het besluit over het gebiedskader.
Concept
1.2.3
5/31
Kenmerk
1.2.4
R000-1302534-001-V00
Inhoud (plan)mer-beoordeling
De initiatiefnemer beschrijft in zijn mededeling aan het bevoegd gezag de milieueffecten van het voornemen. Er zijn een aantal eisen verbonden aan de inhoud. Deze eisen in bijlage III bij de merrichtlijn zijn omgezet naar artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. De beoordelingsnotitie moet een beschrijving bevatten van: • De fysieke kenmerken van het project • •
De locatie van het project Kenmerken van de mogelijke aanzienlijke milieueffecten
Waar het bij de criteria 'fysieke kenmerken van het project' en ‘locatie van het project' vooral gaat om beschrijvingen van de voorgenomen activiteiten, de locatie en de omgeving, gaat het bij de 'kenmerken van mogelijke aanzienlijke milieueffecten' juist om de interactie tussen beiden. Hier worden dan ook de effectbeschrijvingen voor de beschouwde milieuaspecten weergegeven en de waarschijnlijkheid van de effecten. De mer-beoordeling maakt gebruik van de direct beschikbare informatie over het plangebied, waaronder eventueel beschikbare milieuonderzoeken die zijn uitgevoerd in het gebied. Indien deze niet voorhanden of gebiedsdekkend zijn, wordt gebruik gemaakt van een kwalitatieve beoordeling.
1.3
Initiatiefnemer en bevoegd gezag
De gemeente Eindhoven is in deze fase zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. In verband met nieuwe Europese jurisprudentie is het van belang dat er een passende scheiding is tussen initiatiefnemer en bevoegd gezag nu deze rollen in deze fase beide bij de Gemeente Eindhoven liggen. Bij vervolgfases zijn er mogelijk ook andere initiatiefnemers, zoals bijvoorbeeld een ontwikkelaar.
1.4
Leeswijzer
Deze aanmeldingsnotitie bestaat uit vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleiding. Hoofdstuk 2 beschrijft de kenmerken van de voorgenomen activiteit. In hoofdstuk 3 worden de
Concept
milieugevolgen beschreven en mogelijke cumulatieve effecten behandeld. Hoofdstuk 4 presenteert de conclusies.
6/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
2 Plaats en kenmerken van het voorgenomen project 2.1
Huidige situatie
Het plangebied van circa 10,3 hectare bevindt zich in de wijk Woensel-Zuid. Het plangebied wordt omsloten door de Orpheuslaan, John F. Kennedylaan, de Ring (Onze Lieve Vrouwestraat) en de Dominee Theodor Fliednerstraat, en is weergegeven in figuur 2-1. Binnen het terrein bevinden zich gebouwen van het Máxima Medisch Centrum (MMC). Hieronder vallen de units gebruikt door Sanquin bloedvoorziening, het orthopedisch centrum, Medsim en de personeelsflat. Op het terrein staat ook locatie Peppelrode, een zorglocatie voor ouderen van Woonzorg Nederland. Het gebied is volledig gericht op medische- en woonzorg. Uitzondering hierop is de tijdelijke unit voor de huisvesting van Oekraïense vluchtelingen. Op het MMC-terrein ligt een groot parkeerterrein van circa 14.000 m². Het bebouwingspercentage in het plangebied is ongeveer
Figuur 2.1 Ligging van het plangebied binnen de Eindhoven (bron: Atlas van de Leefomgeving)
In het plangebied zelf is een groen areaal aanwezig met een oppervlakte van circa 36.000 m². Het terrein is ook aan de buitenkant omsloten met veel groen. Er is een bomenlaan aanwezig langs de Dominee Theodor Fliednerstraat en een dichtgegroeide groene wal die de scheiding vormt tussen het plangebied en de John F. Kennedylaan.
Concept
25%.
7/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Het plangebied kent de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’. De voorgenomen ontwikkelingen op het MMC - Peppelrode terrein past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘’Oude Gracht 2017’’. Dit omdat er ook reguliere woningen gerealiseerd zullen worden die niet vallen onder de omschrijving van ‘zorgwoningen’. Voor de realisatie van de beoogde functies en dichtheden zal daarom een planologische procedure moeten worden doorlopen.
Figuur 2.2 Ligging van het plangebied (bron: Street Smart).
2.2
Toekomstige situatie
een hoog-stedelijk gemengd gebied. Hier komen wonen, werken, voorzieningen en zorg samen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de ambitie van de gemeente Eindhoven om meer gemengde stedelijke milieu’s te realiseren. Met slimme functiecombinaties en groei in gebieden die goed bereikbaar zijn en dicht bij voorzieningen liggen.
Concept
Het MMC-Peppelrode terrein transformeert van een locatie met een dominante zorgfunctie naar
8/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
De zorgfunctie blijft een belangrijk fundament en wordt verder versterkt: • •
Een modern, toekomstbestendig ziekenhuis met polikliniek (5.000–10.000 m²) vervangt de huidige verspreide poliklinieken en ziekenhuisgebouwen. Realisatie van een nieuw revalidatiecentrum in samenwerking met Vitalis en Archipel.
• •
Behoud en versterking van verpleeghuis Peppelrode. Uitbreiding van eerstelijns- en tweedelijnszorg, sport- en welzijnsvoorzieningen.
Door de sloop van verouderde gebouwen ontstaat ruimte voor een levendige woonomgeving met circa 2.000–2.500 woningen, aangevuld met stedelijke en maatschappelijke voorzieningen zoals horeca, winkels en kennisinstellingen. De nieuwe gebouwen krijgen een natuurinclusief ontwerp met oog voor duurzaamheid. Het binnengebied wordt autoluw, ingericht met een fijnmazig netwerk van wandel- en fietsroutes, en het gehele terrein wordt een 30 km/uur-zone. Parkeren wordt geclusterd en zoveel mogelijk uit het straatbeeld gehaald. In het ontwerp van het terrein worden waardevolle bomen zoveel mogelijk meegenomen. Hierdoor blijven bestaande biotopen behouden. Er wordt ingezet op het versterken van vergroening en de ecologische kwaliteiten van het gebied. Verbinding met de omgeving Routes naar omliggende gebieden, zoals het Dommeldal en de Karpendonkse Plas, worden groener en aantrekkelijker ingericht. Daarnaast worden nieuwe verbindingen tussen het plangebied en de omgeving gerealiseerd. Het gebiedskader bepaalt dat deze routes zowel aantrekkelijk als sociaal veilig moeten zijn. Met de toevoeging van extra verbindingen wordt de relatie tussen het plangebied en de omliggende gebieden verder versterkt. In de directe omgeving van het MMC-terrein liggen onder meer het Cassandraplein, de Oude Gracht, Sportpark De Hondsheuvels, de Karpendonkse Plas en de TU/e-campus.
Door nieuwe verbindingen aan te leggen tussen het plangebied en het sportpark ontstaat een betere toegang tot sportvoorzieningen en het achterliggende natuurgebied. De integratie van stedelijke en maatschappelijke functies draagt bij aan een leefbare, inclusieve en toekomstbestendige wijk. De gebiedsontwikkeling vindt gefaseerd plaats en verloopt via een interactief proces. Binnen deze fasering zijn schuifruimte, aanpasbaarheid en flexibiliteit essentiële uitgangspunten. Daarbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheid om kavels te bundelen die gelijktijdig ontwikkeld kunnen worden
Relatie tot andere projecten
Binnen Woensel-Zuid wordt er aan verschillende projecten gewerkt. Het gebiedsprogramma Woensel-Zuid is hierin leidend. Figuur 2-3 geeft een weergave van de gebiedsopgave van het fysiek, ruimtelijke, economische domein. In het gebied wordt de komende jaren een aanzienlijke investeringsopgave verwacht. Dit betreft voornamelijk de delen die in de jaren ’60 en ’70 zijn aangelegd. Ook de ondergrondse infrastructuur wordt hierin meegenomen. Deze ontwikkelingen zijn nog niet concreet genoeg om mee rekening te houden in het kader van cumulatie van milieueffecten.
Concept
2.3
9/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
In tabel 2.1 zijn nog een enkele plannen opgenomen in de nabije omgeving die reeds zijn vergund. Het vaststellen van het gebiedskader van MMC en Peppelrode staat gepland in 2026. De realisatie vindt echter pas later plaats. Het is niet de verwachting dat de realisatie van deze projecten gelijktijdig gaat plaatsvinden. Cumulatie van milieueffecten kan vooral plaatsvinden als gevolg van verkeersbewegingen, hiermee is al rekening gehouden in de toegepaste modellen. Tabel 2.1 Andere initiatieven en ontwikkelingen van enige omvang in de nabije omgeving Locatie
Beoogd programma
Verwachte datum
Generaal Dibbetslaan - Generaal van
Circa 157 wooneenheden
Tweede kwartaal van 2026
Bakkerstraat/Verwerstraat
Circa 33 wooneenheden
Startdatum nog niet bekend
Faunuslaan, Icaruslaan, Argonautenlaan,
Reconstructie van de straten
September 2025 – augustus 2027
Herinrichting
Augustus 2026
Nijnattenstraat
Odysseuslaan en Xanthippehof Willem de Bruynstraat
Figuur 2.3 Het roodomrande plangebied binnen het gebiedsprogramma Woensel zuid Gebiedsopgave fysiek /
Concept
ruimtelijk / economie (bron: Gemeente Eindhoven l Gebiedsprogramma Woensel-Zuid).
10/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
3 Kenmerken van potentiële effecten In dit hoofdstuk wordt ingegaan op te verwachten milieueffecten die kunnen voortkomen uit de beoogde ontwikkelingen van het gebiedskader.
3.1
Verkeer en parkeren
3.1.1 Verkeer De herontwikkeling leidt tot een toename van verkeer van en naar het plangebied. De verkeerssituatie is onderzocht door middel van een verkeersonderzoek1. In deze analyse is er op basis van de programmatische uitgangspunten van uitgegaan dat de verkeersgeneratie van het plan tot circa 9.400 verkeersbewegingen per dag kan bedragen. De toename ten opzichte van de huidige situatie is minder, aangezien er nu ook al verkeersbewegingen van en naar het plangebied zijn. Uit het verkeersonderzoek blijkt verder dat het verkeersnetwerk in de toekomst overbelast is tijdens de avondspitsperiode. Deze overbelasting is deels ook al zichtbaar in huidige situatie, maar neemt dus verder toe. Mogelijke opties om het verkeersnetwerk rondom het plangebied aan te passen zodat dit beter past bij de huidige en toekomstige verkeerssituatie zijn als volgt: •
Een goede eerste oplossingsrichting is daarom om te onderzoeken wat een passende configuratie van de groene golf zou zijn om de capaciteit van de John F. Kennedylaan beter te benutten. Bij oplossingsrichtingen wordt geadviseerd naast de groene golf ook vergroting van de capaciteit van de hele Bundelroute te onderzoeken. Dit valt echter buiten de scope van het plangebied MMC Peppelrode, maar moet regionaal worden opgepakt, bijvoorbeeld in kader van het BO MIRT.
•
•
Door aanvullende maatregelen toe te passen om de Orpheuslaan te ontlasten ontstaat meer ruimte voor het plan. Daarnaast is het verkennen van optimalisatie van de cyclustijd van het kruispunt Orpheuslaan met de Dominee Fliednerstraat een mogelijkheid om de capaciteit beter te benutten. Naast aanpassingen in de infrastructuur kan aandacht besteed worden aan sturing op de verkeersbewegingen. Zo kan voor bijvoorbeeld het ziekenhuis worden nagegaan of de werknemerstijden zo aan te passen zijn dat zij buiten de spitsuren aankomen en/of vertrekken.
1
Verkeersonderzoek MMC Peppelrode Eindhoven 2025 | Goudappel
Concept
Nader verkeerskundig onderzoek moet uitwijzen welke maatregelen nodig zijn om de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling te waarborgen.
11/31
Kenmerk
3.1.2
R000-1302534-001-V00
Parkeren
In het gebiedskader wordt ingezet op deelmobiliteit en een lage afhankelijkheid van autobezit. De parkeerplaatsen die worden gerealiseerd worden zoveel mogelijk geclusterd en uit de buitenruimte omtrokken. De bewoners van de (te bouwen) wijk en bezoekers van het ziekenhuis en Peppelrode moeten parkeren in de te bouwen parkeergarages. Dit draagt bij aan het voorkomen van parkeeroverlast in de nabije omgeving. Voor de parkeerplekken in de openbare ruimtes worden betaald parkeren ingevoerd. Dit om parkeeroverlast in de openbare ruimte te beperken.
3.2
Natuur en stikstofdepositie
De Omgevingswet (Ow) is in Nederland het wettelijke kader voor natuurbescherming. De wet beschermt gebieden, planten- en diersoorten en houtopstanden. De wet doet dat door middel van een aantal verbodsbepalingen die zijn opgenomen in één van de uitvoeringsbesluiten van de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Zo kunnen activiteiten die significante effecten hebben op beschermde (Natura 2000-) gebieden alleen plaatsvinden met een ‘omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit’ als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet. 3.2.1
Beschermde dier- en plantsoorten
Het opstellen van een gebiedskader voor de transformatie van het MMC-Peppelrode terrein moet, in de zin van de Omgevingswet, beschouwd worden als een kaderstellend plan. Dit plan maakt ontwikkelingen mogelijk en kan daarmee mogelijk negatieve effecten hebben op de leefomgeving van beschermde diersoorten en plantsoorten. Hieronder vallen flora, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en broedvogels. Een natuurtoets kan een eerste indicatie geven van de effecten van het plan op beschermde natuur. Op dit moment is er nog geen natuurtoets uitgevoerd voor het MMC-Peppelrode terrein. Tabel 3.1 geeft een overzicht van alle beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegevens mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen2. Op basis van verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (tabel 3-1) zijn er in het plangebied soorten waargenomen, waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze vaak voorkomen in
2
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
Concept
stedelijk gebied. Voorbeelden hiervan zijn de waarneming van de ree, vos en de das in het plangebied.
12/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Tabel 3.1 Beschermde soorten onder de Omgevingswet die op basis van verspreidingsgegevens mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen (bron: Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)). Soortgroep
Mogelijk aanwezige beschermde soorten
Flora
Kluwenklokje,
Grondgebonden
Bever, Bosmuis, Das, Dwergmuis, Eekhoorn, Haas, Ree, Vos
zoogdieren Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Rosse Vleermuis, Ruige dwergvleermuis
Vogels – jaarrond
Huismus, Gierzwaluw, Kerkuil, Steenuil, Ooievaar, Roek, Slechtvalk, Oehoe,
beschermde dieren
Torenvalk (vaak honkvast), Havik, Ransuil, Bosuil, Zeearend, Zwarte ooievaar
Vogels – Jaarrond
Koolmees, Pimpelmees, Boomkruiper, Spreeuw, Staartmees, Merel, Vink, Roodborst,
beschermd: afhankelijk
Zanglijster, Winterkoning, Koperwiek, Sijs, Groenling, Appelvink, Goudvink
van ecologische factoren Vogels – in gebruik
Blauwe reiger, Purperreiger, Lepelaar, Meerkoet, Wilde eend, Wintertaling, Waterral,
zijnde nesten
Watersnip, Fuut, Boerenzwaluw, Bijeneter, Blauwe kiekendief, Bruine kiekendief, Buizerd, Visarend, Rode wouw, Zwarte wouw, Slangenarend. Slechtvalk
Amfibien
Alpenwatersalamander, Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kamsalamander, Kleine watersalamander
Vlinders
Grote vos, Kleine ijsvogelvlinder, Teunisbloempijlstaart
Libelle
Oostelijke witsnuitlibel
Mogelijke effecten op in het plangebied aanwezige soorten moeten worden bepaald. Bij mogelijke negatieve effecten op soorten, dienen voorafgaand aan de daadwerkelijke werkzaamheden vervolgstappen te worden genomen. Het kan dan gaan om soortgericht onderzoek, waaronder veldonderzoek, mitigerende maatregelen en/of een aanvraag van een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Zo kunnen bijvoorbeeld voor het behoud van vleermuizen nachtelijke activiteiten rondom vleermuisverblijven worden beperkt, waarbij rekening wordt gehouden met de verlichting. Ook kan er rekening worden gehouden met beschermde soorten door enkel in bepaalde seizoenen te werken. Wat voor mitigerende maatregelen er precies genomen dienen te worden, is afhankelijk van de soorten die voorkomen in het gebied.
kan effect hebben op bepaalde beschermde dier- en plantensoorten. Bestaande gebouwen kunnen dienen als nestplaatsen en broedgebieden voor vogels, en spleten en holtes in gebouwen kunnen door vleermuizen worden gebruikt als schuilplaatsen of voor kraamkolonies. Het weghalen of aantasten van deze structuren zou, zonder mitigerende maatregelen, negatieve gevolgen kunnen hebben voor de lokale populaties van deze soorten. Op dit moment ontbreekt een volledig natuuronderzoek waaruit blijkt welke soorten in het plangebied te verwachten of aanwezig zijn. Geadviseerd wordt om hier tijdig onderzoek naar te doen. In het gebiedskader worden kansen benoemd om de bestaande biodiversiteit te versterken door ook de verbinding te zoeken tussen
Concept
De voorgenomen sloop, herbouw en nieuwbouw van gebouwen op het MMC-Peppelrode terrein
13/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
het MMC-Peppelrode terrein en het (nabij gelegen) Dommeldal. Op het MMC-Peppelrode terrein staan enkele waardevolle en monumentale bomen deze zullen zoveel mogelijk worden opgenomen in het ontwerp om biotopen te behouden. Een nadere toelichting over de monumentale bomen wordt gegeven in paragraaf 3.5.2 Cultuurhistorie. Indien beschermde soorten aanwezig blijken en compenserende en/of mitigerende nodig zijn dan worden bij het in acht nemen van deze maatregelen voor beschermde dier- en plantsoorten geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. 3.2.2
Beschermde gebieden
In figuur 3-1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden weergegeven. Ten oosten en zuiden van het plangebied zijn verschillende natuurgebieden zoals de Dommel, de Hondsheuvels, het Dutmalapad en de Karpen. Deze gebieden zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied grenst niet direct aan deze NNN-gebieden. Daarom kan het worden uitgesloten dat de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied resulteren in directe effecten zoals areaalverlies of versnippering. Wel dient bij de verdere uitwerking van de plannen aandacht te worden besteed aan de zogenaamde externe werking van NNN-gebied de Dommel, bijvoorbeeld door middel van een ‘nee, tenzij toets’. De meest nabij gelegen gebieden met een Natura 2000-status zijn de Strabrechtse Heide & Beuven en de Groote Heide & De Plateaux. Deze gebieden liggen op ruim 5,5 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Gezien de aard en het lokale karakter van het plan, de onderlinge afstand tot deze gebieden en de aanwezigheid van andere bebouwde gebieden tussen het plangebied en deze gebieden, zijn directe negatieve effecten door verstoring (met uitzondering van stikstofdepositie) uit te sluiten. Op het onderdeel stikstofdepositie wordt in de volgende paragraaf (3.2.3) ingegaan.
Met betrekking tot beschermde natuurgebieden worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht, mits de voorgestelde maatregelen en de ambities uit het gebiedskader zorgvuldig
Concept
worden uitgewerkt en geborgd in de vervolgstappen.
14/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Figuur 3.1 Beschermde gebieden gelegen in de nabijheid van het plangebied (punt i) (bron: Atlas van de
Concept
Leefomgeving).
15/31
Kenmerk
3.2.3
R000-1302534-001-V00
Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden
De achteruitgang van de biodiversiteit in Europa heeft geleid tot de aanwijzing van circa 160 Natura 2000-gebieden in Nederland met een Europese beschermingsstatus. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden gericht om achteruitgang van biodiversiteit tegen te gaan en natuurwaarden te versterken. Een toename van stikstofdepositie kan leiden tot ‘significant negatieve effecten’ op deze beschermde natuurgebieden. Om de mogelijke effecten van een initiatief op een Natura 2000-gebied in beeld te brengen, dient een stikstofonderzoek uitgevoerd te worden, inclusief een AERIUS-berekening. Dit geldt voor alle werkzaamheden en activiteiten binnen een straal van 25 kilometer van een Natura 2000 gebied. Dit onderzoek onderscheidt twee fasen: de aanlegfase (bouwfase) en de gebruiksfase (bijvoorbeeld verkeer). Indien een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op een Natura 2000-gebied wordt berekend dan is het niet uit te sluiten dat er geen significante effecten optreden. Vervolgstappen zijn in dat geval het uitvoeren van een voortoets en/of passende beoordeling om te bepalen of stikstofdepositie ook daadwerkelijk leidt tot significante effecten.
Gezien de omvang van de mogelijk gemaakte ontwikkelingen in het gebiedskader, de daarmee gepaard gaande verkeerstoename en inzet van mobiele werktuigen en de afstand tot Natura 2000 gebieden (zie ook figuur 3-1) is het aannemelijk dat de activiteiten zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase tot stikstofdepositie leiden op nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. In de aanlegfase is het mogelijk om bronmaatregelen te treffen of de uitvoering te faseren waarmee uitstoot van stikstofdepositie kan worden teruggedrongen. Daarbij is ook te denken aan inzet van elektrisch of schoner materieel. Wanneer er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden is het noodzakelijk om nader te beoordelen of deze toename ook (significant) negatieve gevolgen heeft voor het halen van de Natura 2000-doelen. Indien in de voortoets niet kan worden uitgesloten dat er significante effecten optreden, is vervolgonderzoek nodig in de vorm van een passende beoordeling. In een passende beoordeling worden alle effecten, inclusief cumulatie met andere projecten in de omgeving, integraal beoordeeld. Het plan kan alsnog worden vastgesteld als er geen significant negatieve effecten zijn in Natura 2000-gebieden.
Het betrekken van mitigerende maatregelen zoals intern salderen, extern salderen of een ADC-toets zijn altijd onderdeel van een Passende Beoordeling.
intern salderen wordt de stikstofruimte die ontstaat door het verdwijnen of reduceren van stikstofemissie veroorzakende bedrijven ingezet voor de nieuwe ontwikkeling ter plaatse. Echter, intern salderen is momenteel alleen mogelijk in combinatie met een passende beoordeling (inclusief additionaliteitstoets). In de projectfase is het voornemen in dat geval vergunningplichtig (Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteiten). Intern salderen is naar alle waarschijnlijkheid niet of beperkt mogelijk. Dit omdat de functies in het gebied worden uitgebreid van primair zorg naar primair zorg en wonen.
Concept
Vanwege het provinciaal beleid in Noord-Brabant wordt extern salderen momenteel niet gezien als een reële optie, aangezien de Provincie geen vergunningen verleent omdat vrijkomende stikstofruimte nodig is voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Bij
16/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Samenvattend wordt vanuit het aspect stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden geconcludeerd dat hier een opgave ligt om de gevolgen in het vervolgproces nader uit te werken. De eerste stap in dit onderzoeksproces is het uitvoeren van gedetailleerde stikstofberekeningen. Op basis daarvan kan worden beoordeeld of er een noodzaak is tot het uitvoeren van verdiepende studies zoals een voortoets of een passende beoordeling. Op basis van verwachte verkeersgeneratie (zie paragraaf 3.1.1.) en expert judgement is de verwachting dat er sprake zal zijn van stikstofdepositie, waardoor in de nadere planuitwerking ook een passende beoordeling zal moeten worden uitgevoerd. Het uitvoeren van een passende beoordeling leidt in deze situatie niet tot een mer-plicht omdat sprake is van een klein gebied op lokaal niveau (zie ook paragraaf 1.2.2 voor nadere duiding).
3.3
Lucht, geluid en trillingen
3.3.1 Luchtkwaliteit De indicator luchtkwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van concentraties stikstof (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Eindhoven valt onder een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit voor zowel NO2 als PM10. Dit betekent dat toetsing aan de luchtkwaliteitsregels plaats dient te vinden. De luchtkwaliteitsregels zijn uitgewerkt in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet. Daarin zijn omgevingswaarden voor luchtkwaliteit opgenomen waaraan moet worden voldaan. Vanaf 2030 gaan strengere Europese luchtkwaliteitseisen gelden, ook in Nederland. De huidige omgevingswaarden en strengere luchtkwaliteitseisen vanaf 2030 zijn weergegeven in tabel 3-2. Tabel 3.2 Omgevingswaarden luchtkwaliteit Bkl en Europese luchtkwaliteitseisen 2030 Indicator
Omgevingswaarde volgens BKL
Omgevingswaarde 2030
NO2
40 µg/m
3
20 µg/m3
PM10
40 µg/m3
20 µg/m3
PM2,5
3
10 µg/m3
25 µg/m
In het Bkl zijn vervolgens regels opgenomen (artikel 5.54) over wanneer een activiteit niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een activiteit binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft of de toename van de emissie naar de lucht kleiner is dan 3%. De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit. Het gebruikte instrument voor de monitoring van luchtkwaliteit is het CIMLK. In
Tabel 3.3 luchtkwaliteitsgegevens CIMLK monitoringspunt 17272738_235080 Indicator
2025
2030
NO2
25,1 µg/m3
22,0 µg/m3
PM10
16,8 µg/m3
15,8 µg/m3
PM2,5
3
9,3 µg/m
8,2 µg/m3
Concept
tabel 1.2 zijn de luchtkwaliteitsgegevens voor 2025 en 2030 uit het CIMLK van een ten zuiden van het plangebied gelegen monitoringspunt opgenomen.
17/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Uit de luchtkwaliteitsgegevens blijkt dat de luchtkwaliteit in 2030, uitgaande van de dan geldende nieuwe omgevingswaarden, niet voldoet aan de geldende luchtkwaliteitseisen. Dit geldt alleen voor de parameter stikstof (NO2). Als gevolg van de toename van verkeer van en naar het plangebied zal een extra emissie naar de lucht ontstaan. Het is niet de verwachting dat hiermee ook overschrijdingen gaan ontstaan voor de parameter fijnstof (PM10 en PM2,5). 3.3.2
Geluid
Geluidbelasting in Eindhoven wordt veroorzaakt door diverse bronnen: wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai, industrielawaai en luchtverkeerslawaai. Voor het plangebied MMC-Peppelrode is vooral wegverkeer van belang. De ontwikkeling van het terrein MMC-Peppelrode zal leiden tot veranderingen in de geluidsituatie ter plaatse en in de directe omgeving. Het plan zelf bevat geen bijzondere bedrijfsmatige of industriële geluidsbronnen. De beoogde bedrijfsmatige functies en voorzieningen kennen een geringe geluiduitstraling. Daarentegen zal er wel een toename zijn door verkeer als gevolg van het plan. Deze verkeersbewegingen kunnen zowel binnen als buiten het plangebied tot een toename van de geluidsbelasting op geluidgevoelige gebouwen leiden. De gemeente Eindhoven is, als onderdeel van de agglomeratie Eindhoven, verplicht een Actieplan Geluid op te stellen in het kader van de Europese Richtlijn Omgevingslawaai (END), welke is geïmplementeerd in de Omgevingswet. Dit Actieplan, waarvan het Algemene Deel A en het gemeentelijke Deel B (voor Eindhoven) zijn opgesteld, heeft als doel het geluidklimaat in kaart te brengen en waar mogelijk te verbeteren, met een focus op gezondheidsaspecten. De meest recente END-geluidbelastingskaarten voor Eindhoven, met peiljaar 2021, zijn in 2022 vastgesteld. Het MMC-Peppelrode terrein ligt gelegen grenzend de Onze Lieve Vrouwestraat en de John F.
Kennedylaan, beide belangrijke doorgaande wegen. De geluidscontouren van wegverkeer rondom het MMC-Peppelrode terrein (weergegeven in Figuur 3.2 en 3.3) laten zien dat op het terrein zelf voornamelijk de klassen 55-60 dB, 60-65 dB en 65-70 dB Lden aanwezig zijn. Aan de randen van het terrein is een hogere geluidsbelastingen van 75 dB of meer aanwezig. Met de geplande ontwikkelingen wordt het plangebied zelf een autoluw terrein met een maximale snelheid van 30km/uur. Geluidhinder van voertuigen op het terrein is daarmee van kleine invloed.
geluidsbelasting van alle relevante bronnen op de nieuwe en eventueel bestaande geluidgevoelige objecten te bepalen en te toetsen aan de geldende standaard- en grenswaarden zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor gemeentewegen gelden standaardwaarden van 53 Lden en grenswaarden van 70 Lden. Afwijken van de standaardwaarden kan mits maatregelen zijn getroffen, zoals het treffen van bron- of overdrachtsmaatregelen of maatregelen aan gevels. Door het treffen van maatregelen kunnen negatieve effecten op geluid worden beheerst. Aanzienlijke milieueffecten worden niet verwacht voor het thema geluid.
Concept
Gezien de functieverandering en de verwachte verkeersgeneratie, is bij de nadere planuitwerking een akoestisch onderzoek noodzakelijk voor het MMC-Peppelrode terrein. Dit onderzoek dient de
18/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Figuur 3.3 Geluidkaart Lden peiljaar 2021, plangebied met een zwarte stippellijn (bron: Actieplan geluid Eindhoven).
Concept
Figuur 3.2 Geluidkaart Lden peiljaar 2021, plangebied met een zwarte stippellijn (bron: Atlas Leefomgeving)
19/31
Kenmerk
3.3.3
R000-1302534-001-V00
Trillingen
Het plangebied MMC-Peppelrode ligt niet direct langs een spoorlijn, waardoor een belangrijke potentiële bron van significante trillinghinder afwezig is. De ontwikkeling zelf bevat geen specifieke bronnen die trillingen genereren, met uitzondering van de verkeersaantrekkende werking. Trillingen door verkeer over wegen, veroorzaakt door de toegenomen verkeersintensiteit als gevolg van de transformatie, zijn in dit geval een beperkt aandachtspunt. Dergelijke trillingen kunnen echter, afhankelijk van de intensiteit en de aard van de ondergrond, met passende maatregelen worden beheerst. De beoordeling en aanpak van trillingen door wegverkeer vindt plaats conform de geldende kaders en rekenmethoden (zoals de SRM). Gezien de aard van de ontwikkeling, de afwezigheid van een directe spoorlijn en het feit dat trillingen door wegverkeer over het algemeen goed beheersbaar en oplosbaar zijn, wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van het MMC-Peppelrode terrein niet zal leiden tot aanzienlijke milieueffecten op het gebied van trillingen.
3.4
Bodem
Er zijn verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd voor het plangebied tussen 1997 en 2022, in het kader van toen beoogde bouwwerkzaamheden. Deze onderzoeken zijn door verschillende partijen uitgevoerd, DHV Zuid Nederland Bv (1996, 1997 en 2000), Inpijn-Blokpoel Milieu (2002 en 2006) Fugro Ingenieursbureau B.V. (2003 en 2005), Archimi BV. (2005) en Tritium Advies (2022). Op basis van bovengenoemde onderzoeken zijn er meerdere lichte verontreinigingen in zowel de bodem als het grondwater. Het gaat om verontreinigingen met arseen en chroom (1997 en 2000), verhoogde concentraties PAK en minerale olie in de bovengrond (2003), lichte verontreiniging met PAK en minerale olie in de bovengrond (2005) en lichte verontreiniging van het grondwater met kwik en chroom (2005). De bovengenoemde gevonden verontreinigingen waren lokaal van aard. Op het terrein zijn in het verleden ondergrondse tanks voor huisbrandolie (3.000 liter) en afgewerkte olie (1.500 liter) aanwezig geweest. In 2003 is een BRL-K902 tanksaneringscertificaat afgegeven, waaruit blijkt dat er geen verontreiniging rondom de tanks is aangetroffen. In 2022 werd onder de grond van het grasveld een lichte verontreiniging met kwik, lood en PCB vastgesteld. Asbest werd niet aangetroffen.
Deze kaart geeft een actueel en dekkend beeld van de te verwachten chemische bodemkwaliteit in de gemeente. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem tot 3 meter diepte en omvat het standaard NEN5740 stoffenpakket, aangevuld met PFAS-verbindingen. Met betrekking tot de ontgravingskaart zijn zowel de boven- als ondergrond van de locatie gelegen binnen de bodemfunctieklasse ‘’Landbouw/natuur’’. Met betrekking tot de bodemkwaliteitszone zijn zowel de boven- als ondergrond gelegen in de zone ‘’Wonen en industrie vanaf 1960’’. In de bovengrond kunnen de parameters PCB en PAK verhoogd voorkomen. De parameter PCB kan in de ondergrond verhoogd voorkomen. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor.
Concept
De gemeente Eindhoven heeft een geactualiseerde Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 vastgesteld.
20/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Het gebiedskader voorziet in verschillende activiteiten die tot grondroerende werkzaamheden leiden, daarbij worden er bodemgevoelige gebouwen gerealiseerd. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. In het Omgevingsplan van de gemeente Eindhoven zijn aanvullende regels gesteld voor het realiseren van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Voor de realisatie dient beoordeeld te worden of de toelaatbare kwaliteit van de bodem (Interventiewaarde bodemkwaliteit, aangeduid in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving) niet wordt overschreden. Ook bij graafwerkzaamheden zal in het kader van ARBO-wetgeving inzicht moeten zijn in de kwaliteit van de bodem. Een integraal bodemonderzoek zal ten behoeve van de verdere planuitwerking dan ook nodig zijn om de milieu hygiënische bodemkwaliteit te bepalen. Met het oog op de ingrepen zal de bodemkwaliteit in het gebied naar verwachting verbeteren, eventuele verontreinigingen kunnen namelijk (gedeeltelijk) worden weggenomen. Verder worden er geen activiteiten mogelijk gemaakt die een risico vormen voor de milieu-hygiënische bodemkwaliteit. Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht voor dit thema.
3.5
Archeologie en cultuurhistorie
3.5.1
Archeologie
Op het terrein MMC-Peppelrode bevinden zich volgens het Paraplubestemmingsplan archeologie 2023 van de gemeente Eindhoven gebieden met een archeologische verwachting, zie figuur 3.4 t/m 3.6. Dit zijn archeologische verwachtingen van categorie 4, 5 en 6. De regels omtrent bodemingrepen verschillen per categorie archeologische waarde: • Voor Categorie 4 (gebied met een hoge archeologische verwachting) is het noodzakelijk om archeologisch onderzoek uit te voeren wanneer meer dan 100 m² van de grond wordt geroerd
•
of wanneer werkzaamheden plaatsvinden op een oppervlakte vanaf 100 m² tot een maximale diepte van 0,3 meter onder maaiveld. Voor Categorie 5 (gebied met een hoge archeologische verwachting) geldt dat het noodzakelijk is om archeologisch onderzoek uit te voeren wanneer meer dan 250 m² van de grond wordt geroerd of wanneer werkzaamheden plaatsvinden op een oppervlakte vanaf 250 m² tot een diepte van 0,3 meter onder maaiveld.
•
Voor Categorie 6 (gebied met een middelhoge archeologische verwachting) is het noodzakelijk om archeologisch onderzoek uit te voeren wanneer meer 2.500 m² van de grond wordt geroerd of wanneer werkzaamheden plaatsvinden op een oppervlakte vanaf 2.500 m²
Het is aannemelijk dat, gelet op de omvang van de herontwikkeling, bovengenoemde vrijstellingsgrenzen worden overschreden waardoor archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. De geldende juridische kaders omtrent archeologie zijn gericht op het beschermen van eventueel aanwezige archeologische waarden. Bodemverstorende werkzaamheden die de vrijstellingsgrenzen overschrijden zijn pas mogelijk wanneer afdoende archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Bovendien geldt een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten.
Concept
tot een maximale diepte van 0,3 meter onder maaiveld.
21/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Figuur 3.5 Locaties in het plangebied met archeologische waarde categorie 5 (bron: Gemeente Eindhoven).
Concept
Figuur 3.4 locaties in het plangebied met archeologische waarde categorie 4 (bron: Gemeente Eindhoven).
22/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Figuur 3.6 locaties in het plangebied met archeologische waarde categorie 6 (bron: Open data gemeente Eindhoven).
3.5.2 Cultuurhistorie Op het terrein van het MMC-Peppelrode bevinden zich geen gebouwen die behoren tot het Werelderfgoed, Rijksmonumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten. Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente blijkt dat op het terrein waardevolle bomen staan, zie figuur 3.7. Het gebiedskader benadrukt dat waardevolle bomen zoveel mogelijk moeten worden behouden en worden ingepast in het ontwerp. Indien deze toch moeten worden gekapt zal
Concept
er compensatie moeten plaatsvinden, bij voorkeur op eigen terrein.
23/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Figuur 3.7 Locaties van waardevolle bomen op de planlocatie.
3.5.3
Conclusie
Met inachtneming van deze wettelijke procedures en meldingsplicht, worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht ten aanzien van archeologische waarden als gevolg van de ontwikkeling van het MMC-Peppelrode terrein. Aanzienlijke milieueffecten op cultuurhistorie als gevolg van het plan worden ook niet verwacht.
3.6
Klimaatadaptatie
open en stenig ingericht. De buitenruimte wordt onthard en vergroend om bij te dragen aan de verblijfskwaliteit, klimaatopgaven, biodiversiteit en het verbeteren van de gezondheid. Een van de uitgangspunten van het gebiedskader is dat nature-based oplossingen altijd de voorkeur hebben boven technische. Deze aspecten zijn integraal onderdeel van het gebiedskader. Gelet op de hoge ambities en integraliteit van het gebiedskader worden voor. Dit wordt hieronder toegelicht.
Concept
De gemeente Eindhoven streeft ernaar om van het gebied een klimaatadaptieve en natuurvriendelijke buurt te maken, waarbij vergroening, biodiversiteit en watergerichte maatregelen centraal staan. Op dit moment is het overgrote deel van het MMC-Peppelrode terrein
24/31
Kenmerk
3.6.1
R000-1302534-001-V00
Waterkwaliteit en-kwantiteit
Binnen het plangebied zal actief worden bijgedragen aan de waterbergingsopgave, die gebaseerd is op een norm van 60 mm neerslag in één uur. Dit vereist de aanleg van waterberging, waarbij water zoveel mogelijk wordt hergebruikt (bijvoorbeeld voor irrigatie van groen of spoelen van toiletten), geïnfiltreerd, opgevangen en vertraagd afgevoerd bijvoorbeeld richting het kanaal. Het opvangen van regenwater is een belangrijk thema in de doorontwikkeling van het gebied. Daken worden in het gebiedskader genoemd als mogelijke locatie om deze wateropvang te realiseren. Uitgangspunt hierbij is dat het opvangen van hemelwater niet tot wateroverlast leiden bij bewoners. Nieuwe bouwwerken moeten waterneutraal worden aangelegd en dienen te voldoen aan de meest recente Eindhovense Klimaattoets. Er wordt gestreefd naar een samenhangend rioleringssysteem met volledige scheiding van vuilen schoonwater. Hierin geeft het gebiedskader de randvoorwaarde dat wanneer de Dominee Theodor Fliednerstraat niet wordt heringericht in het kader van dit gebiedskader, het voorstel is om het hemelwaterriool van het noordelijk deel van het plangebied aan te sluiten op het hemelwaterriool van de Orpheuslaan. In het zuidelijk deel van het plangebied ligt een hemelwaterriool met aansluiting op een afvoerslootje naar de Dommel. Deze afvoer kan worden gebruikt voor het zuidelijke gedeelte van het plangebied.
Het gemengde rioolstelsel gelegen onder de Dominee Theodor Fliednerstraat wordt niet gebruikt voor de lozing van hemelwater vanuit het plangebied. Ten opzichte van de bestaande situatie zal de waterhuishouding als gevolg van het plan verbeteren. 3.6.2
Hittestress
De verwachte klimaatverandering, met warmere zomers en frequentere hittegolven, maakt hittestress tot een belangrijk aandachtspunt voor stedelijke gebieden. Figuur 3.7 geeft een weergave van het stedelijk hitte-eiland effect. Hierbij houden gebouwen, wegen en stenen veel warmte vast. Vergeleken met de bebouwingen ten westen van het plangebied, houden de bebouwingen in het plangebied minder warmte vast.
Concept
Figuur 3.8 toont aan dat het plangebied MMC-Peppelrode, in de huidige stenige inrichting en zonder adaptieve maatregelen, zich in de toekomstige situatie (2050) zou ontwikkelen tot een potentieel extreem hete omgeving.
25/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
Figuur 3.9 Hittekaart verwachte gevoelstemperatuur in 2050 (bron: Klimaatatlas van Eindhoven)
Concept
Figuur 3.8 Stedelijke hitte-eiland effect op het plangebied (bron: Atlas van de Leefomgeving).
26/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
De gemeente Eindhoven erkent deze opgave en streeft ernaar dat het MMC-Peppelrode terrein te transformeren tot een klimaat adaptieve en gezonde leefomgeving. Het gebiedskader benoemd de ambitie om minimaal 10% van de openbare ruimte te ontharden en te vergroenen. Met maatregelen zoals aandacht besteden in het ontwerp aan het creëren van schaduwplekken en een verkoelend briesje in de zomer. De effectiviteit van deze maatregelen zal in de verdere planuitwerking moeten worden gemonitord en, indien nodig, worden bijgestuurd. 3.6.3
Leefbaarheid
Voor deelplannen waar hoogbouw is voorzien (> 30 meter) is bij de nadere planuitwerking een windhinder- en bezonningonderzoek nodig. Hoogbouwvolumes kunnen het microklimaat en de verblijfskwaliteit op straatniveau beïnvloeden. Er wordt gestreefd naar een slimme oriëntatie van gebouwen in relatie tot de zuidwestenwind. In het ontwerp wordt rekening gehouden met de beschutting die gebouwen bieden aan andere bebouwing en de openbare ruimte. Indien er gekozen wordt voor hoogbouwvolumes dan zijn onderwerpen zoals creativiteit, community en collectiviteit leidend. Er wordt voldoende groen en beweegvriendelijke openbare ruimte aangebracht op het terrein. Dit draagt bij aan een leefbaar en prettig woon- en leefmilieu. Er wordt een fijnmazig weg netwerk door het gebied aangelegd waar voetgangers voorrang hebben en auto’s te gast zijn. De maximale snelheid op deze wegen is 30km/u. Op dit moment is de buitenruimte vrij stenig ingericht. Door de bescherming van reeds aanwezige groene elementen en de biodiversiteit op andere plekken te vergroten draagt het ontwerp bij aan een klimaat adaptief en natuur inclusief terrein. In het gebiedskader is een groennorm opgenomen van ten minste 8m2 per nieuwe woning. Het groen in dit gebied biedt de mogelijkheid om aan te sluiten bij de ambitie om hier een soort gezondheidscampus te ontwikkelen.
De aanwezigheid van groen draagt bij aan de fysieke, mentale en sociale gezondheid van mensen Het gebiedskader ziet een mogelijke kans om de leefbaarheid te vergroten door het ziekenhuis te
Concept
plaatsen als buffer tussen de wegen en de woonontwikkelingen.
27/31
Kenmerk
3.7
R000-1302534-001-V00
Externe veiligheid
Voor de beoordeling van externe veiligheid in en rondom het plangebied is gebruik gemaakt van de Atlas Leefomgeving. De analyse van de risicobronnen in de omgeving is weergegeven op de risicokaart in figuur 3.9. Hieruit blijkt dat er twee aardgas stations gelegen zijn op het terrein, deze hebben een zeer geringe invloed op het gebied van externe veiligheid. In de verdere omgeving liggen geen risicobronnen die van directe invloed zijn op het plangebied. Een groot deel van de bestaande bebouwingen aangemerkt als ‘’zeer kwetsbaar’’, vanwege de zorgfunctie. Daar komen in de toekomst nog woningen bij, deze worden als kwetsbare gebouwen beschouwd. Het plan voor het MMC-Peppelrode terrein introduceert zelf geen nieuwe risicobronnen die een effect hebben op de omgeving. De transformatie van MMC-Peppelrode terrein naar een gemengde wijk zal naar verwachting geen invloed hebben op de externe veiligheidsrisico's voor de omliggende wijken. Er zijn dus geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten op het gebied van externe veiligheid.
Concept
Figuur 3.10 De externe veiligheid op en rondom het plangebied (bron: Atlas van de leefomgeving)
28/31
Kenmerk
3.8
R000-1302534-001-V00
Milieuzonering
Milieuzonering heeft als doel het waarborgen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies, dit om hinder en risico's te voorkomen of te beperken. Het ziekenhuis zelf heeft een milieuzonering categorie 2. Bij de verdere planuitwerking dient er aandacht te zijn voor de hinderveroorzakende bedrijfsonderdelen van het ziekenhuis in relatie tot nieuwe woningen. Daarbij zal vooral het aspect geluid van belang zijn. In de directe omgeving van het plangebied ligt een veldsportcomplex (cat. 3.1), een golfbaan (cat.1), onderzoeksinstituut Vector (cat. 2) en een studievereniging (cat. 2). Vooral de richtafstand van het veldsportcomplex overlapt met het oostelijk deel van het plangebied. Bij de inpassing van woningen in dit deel van het plangebied dient hiermee rekening te worden gehouden.
Figuur 3.11 Milieuzonering in de omgeving van het plangebied.
aanwezige nieuwe bedrijvigheid zal van vergelijkbaar aard zijn als de huidige functies. De introductie van nieuwe milieugevoelige functies (woningen) binnen het plangebied nabij bestaande bedrijven en functies vereist een zorgvuldige afweging. De concrete invulling en beoordeling van de milieuzonering, inclusief het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe functies en de samenhang met omliggende (bestaande) bedrijvigheid, zal nader worden uitgewerkt en beoordeeld bij de verdere planuitwerking. Er worden echter geen grote uitdagingen op het gebied van milieuzonering verwacht, gezien de aard van de bedrijvigheid in de omgeving en de afstand tot het plangebied.
Concept
Het plan introduceert zelf introduceert geen zware milieubelastende bedrijvigheid en de eventueel
29/31
Kenmerk
3.9
R000-1302534-001-V00
Geur
In het plangebied en de directe omgeving zijn geen agrarische of aan industrie gerelateerde geurbronnen aanwezig of beoogd. Geurhinder als gevolg van agrarische of industriële activiteiten is dus niet aan de orde. Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht op het gebied van
Concept
geur.
30/31
Kenmerk
R000-1302534-001-V00
4 Conclusie Het MMC-Peppelrode terrein ondergaat een transformatie van terrein met een primaire zorgfunctie naar een groene en gevarieerde wijk met een gemengd programma van zorg, wonen en voorzieningen. Om deze stedelijke ontwikkeling te sturen, heeft de gemeente Eindhoven het Gebiedskader MMC-Peppelrode opgesteld. Dit gebiedskader legt de ambities, randvoorwaarden en kansen vast voor de toekomstige planvorming en dient als eerste stap in de doorontwikkeling van het gebied. Het gebiedskader wordt vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Eindhoven. Gelet op het kaderstellende karakter van dit gebiedskader voor andere toekomstige besluiten over projecten in het plangebied is een plan-mer-beoordeling opgesteld. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat het gebiedskader uitgangspunten en ambities bevat die, mits consequent doorvertaald en geborgd in de verdere planuitwerking, de verwachte milieugevolgen beheersbaar maken of zelfs leiden tot verbeteringen (zoals voor bodem, archeologie, natuur (met uitzondering van stikstof), hittestress en milieuzonering). De transformatie van het MMC-Peppelrode terrein zal tot een toename van de verkeersgeneratie van en naar het gebied leiden. De toename van verkeer kan tot effecten leiden op het gebied van geluid, stikstof en luchtkwaliteit.
De luchtkwaliteit voldoet in de toekomst, voor de parameter NO2, mogelijk niet aan de dan geldende strengere luchtkwaliteitseisen, maar verbetert wel ten opzichte van de huidige situatie. De effecten op het gebied van geluid zijn beheersbaar door vroegtijdig na te denken over bron- en overdrachtsmaatregelen en/of oplossingen in de gevels van gebouwen. Het is op dit moment niet uit te sluiten dat er aanzienlijke effecten optreden als gevolg van stikstofdepositie, waardoor het zeer waarschijnlijk noodzakelijk is om ten behoeve van de nadere planuitwerking een passende beoordeling uit te voeren waarin de effecten van de stikstofdepositie worden onderzocht en inzicht wordt verkregen in de toepasbaarheid van maatregelen. Het uitvoeren van een passende beoordeling leidt in deze situatie niet tot een mer-plicht omdat sprake is van een klein gebied op lokaal niveau (zie ook paragraaf 1.2.2 voor nadere duiding). Ondanks deze aandachtspunten en de noodzaak tot nadere, gedetailleerde studies in de vervolgfasen, kan, mits alle benodigde onderzoeken worden uitgevoerd en de voorgestelde milieumaatregelen en ambities strikt worden geïmplementeerd, de conclusie worden getrokken dat er voor de ontwikkeling van MMC-Peppelrode in Eindhoven geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht die niet beheersbaar zijn binnen de wettelijke kaders. Het opstellen van een
Concept
milieueffectrapport (MER) is derhalve op basis van deze plan-mer-beoordeling niet noodzakelijk.
31/31