CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Advies CRSD op Koers Sociaal (2)040

Raadsvergadering 10 september 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Koers Sociaal (2)0405.236 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Cliëntenraad Sociaal Domein Eindhoven Onderwerp : Advies over Koers Sociaal (2)040 Datum : 11 juni 2024 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Inleiding De gemeente stelt in de kernboodschap van haar nota Koers Sociaal (2)040 dat de stad in de periode van 2025 tot 2040 groeit en dat ook de vraag naar hulp en ondersteuning groeit. Dit vindt plaats tegen de achtergrond van minder beschikbare middelen en gebrek aan zorgpersoneel. Deze feiten dwingen de lokale overheid om keuzen te maken. In de Koers Sociaal (2)040 worden op hoofdlijnen keuzen gemaakt voor de periode 2025 - 2040. De nota Koers Sociaal (2)040 betreft een groot aantal thema’s in het sociaal domein die ook wij deels in ons Verkiezingsmanifest 2022 – 2026 hebben aangegeven. Wij gaven daarbij de opgaven weer die wij voor de aanstaande jaren zien voor onze stad en gaven daarbij onze prioriteiten weer. Omdat onze keuzen daarin voldoende verwoord zijn, hebben wij dit manifest als bijlage toegevoegd bij dit advies. De cliëntenraad heeft pas op 21 mei een presentatie gekregen van de Koers Sociaal (2)040 en nadien de nota zelf. Hierdoor moesten wij dit advies in een te korte tijd tot stand brengen. Wij betreuren deze gang van zaken en hopen dat dit in de toekomst niet meer plaatsvindt.

Ons advies betreft een reactie op deze koersnota en we hebben we voor de leesbaarheid de hoofdstukindeling van de nota aangehouden. Data en onderzoek Onder deze titel wordt een cijfermatige onderbouwing gegeven van de problematiek. Hierbij wordt mensen in een kwetsbare situatie nader geduid. Dit zijn met name mensen die te maken hebben met een stapeling van problemen en weinig hulpbronnen. Dit zijn volgens Koers Sociaal (2)040: 65plussers, alleenstaanden, eenoudergezinnen en mensen met een migratieachtergrond. Wij vinden dit niet de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Volgens ons zijn dit wel: chronisch zieken, mensen lichamelijke handicaps, mensen met psychiatrische aandoeningen, mensen met verstandelijks beperkingen, mensen in armoede, mensen zonder huis en mensen zonder werk. Wij zijn van mening dat deze mensen veel kwetsbaarder zijn dan de in de nota genoemde groepen. In de nota wordt kort ingegaan op het inwonersperspectief. Hierbij wordt gewezen naar 2000 gesprekken met Eindhovenaren tijdens het project “Blik op Eindhoven” uit 2021. Hieruit kwam de behoefte aan samenhorigheid en gemeenschapsvorming naar voren. Wij merken dat dit tijdens de Coronaperiode was en dus mede in dat perspectief moet worden gezien. Daarnaast zijn er een aantal stadsgesprekken en inwonerssessies geweest. Daarmee nota is wat ons betreft op beperkte data gebaseerd.

Wij vinden dat het perspectief van de inwoner van Eindhoven meer moet worden meegenomen. Wijkbewoners weten immers wat er leeft in hun wijk en hun input is zeer waardevol. Zeker als je wijkgericht wil gaan werken is het belangrijk om goed op de hoogte zijn van de situatie en leefklimaat in de betreffende wijk. Wij adviseren om de inwoners in de verdere uitwerking van deze nota beter mee te nemen.

1

De leidende principes De cliëntenraad kan zich in beginsel vinden in de drie leidende principes die zijn gekozen voor Koers Sociaal (2)040. Met name het derde principe dat er ongelijk geïnvesteerd zal moeten worden om gelijke kansen te creëren juichen wij toe. In het eerste principe wordt uitgegaan van kracht van de inwoners. Het is goed dat de gemeente verder wil bouwen op de kracht van de inwoners. Het aantal vrijwilligers in Eindhoven neemt af is het belangrijk om deze actieve inwoners te koesteren en wellicht niet verder te belasten. Wij adviseren om te kijken op welke wijze vrijwilligerswerk aantrekkelijker kan worden gemaakt zodat er meer schouders kunnen zijn om op te bouwen. Wij maken ons zorgen over het in de nota vermelde “aanpakken van de grondoorzaken”. Het is ons niet duidelijk welke grondoorzaken hiermee bedoeld worden. Bij de meest kwetsbaren hebben we te maken met ouderen in hun laatste levensfase, mensen met levenslange handicaps, mensen met verstandelijke beperkingen, mensen met chronische ziektes, mensen met psychiatrische aandoeningen. Deze groepen hebben allemaal te maken met oorzaken die niet weg te nemen zijn. Om ervoor te zorgen dat ook deze groepen meer kansen hebben om deel te nemen aan de samenleving vinden dat wij de gemeente hiervoor het VN-Verdrag handicap en de Lokale Inclusie Agenda beter als onderlegger kan gebruiken.

In de nota wordt aangegeven dat de gemeente de beweging van 2e naar 1e naar 0e lijnsondersteuning wil continueren. Wij merken op dat om in de 2e lijnsondersteuning te komen een doorverwijzing nodig is. Wij zijn van mening dat de inwoners die van deze specialistische zorg gebruik maken deze ook daadwerkelijk nodig hebben om goed geholpen te worden. De huidige wachtlijsten geven ook de noodzaak van 2e lijnsondersteuning aan. Wij pleiten ervoor dat de gemeente niet op voorhand inzet van specialisten moet afhouden, maar in goed overleg met specialisten moet gaan kijken naar de mogelijkheden zoals: integraal samenwerken van de eerste en de tweede lijn waardoor efficiëntere inzet van specialisten mogelijk is en de client beter geholpen wordt. Graag zien wij een verdere uitwerking van het derde principe. Als gekeken wordt naar de kwetsbare groepen dan zien we dat deze zich concentreren in een aantal wijken in Eindhoven. Dat roept bij ons de vraag op of de inzet van beperkte middelen, voldoende zal zijn om deze inwoners in deze wijken betere kansen bieden. De opgaven Wij ondersteunen de gedachte om uit te gaan van eigen kracht (individueel en collectief). U geeft aan erop te vertrouwen dat inwoners in staat zijn met elkaar tot goede oplossingen te komen en sluit daarbij aan bij de krachten en kansen die al aanwezig zijn in gemeenschappen en wijken.

Waarbij ook uitgegaan wordt van het eigenaarschap van de burger. U geeft aan dat actief luisteren naar de inwoner hierbij zeer belangrijk is, wat in onze ogen inderdaad een basisvoorwaarde is. Wij vragen ons af of hierbij niet te veel gesteund wordt op de gemeenschappen en inwoners, zeker nu Eindhoven grote veranderingen doormaakt in de samenstelling van bevolking die, zoals u zelf ook al aangeeft, de verbinding tussen de inwoners op de proef zal stellen. Daarom pleiten wij ervoor dat er ook gekeken wordt naar scenario’s waarbij de gemeente de regie behoudt als blijkt dat de draagkracht van een wijk/gemeenschap onvoldoende is. In deze opgave geeft u aan de overtuiging te hebben dat veel ondersteuningsvraagstukken het beste opgelost kunnen worden dichtbij de inwoner in diens eigen netwerk. De zorg- en ondersteuning wordt dan zoveel als mogelijk collectief georganiseerd in de sociale basis. Wij ondersteunen de gedachte dat hulp laagdrempelig en in de nabije omgeving aangeboden moet worden. Voor de meeste inwoners zal dit voldoende zijn. Wij zien hier echter wel een paar risico’s waar wij u op w wijzen.

2

Er wordt veel aandacht besteed aan het versterken van het collectief waarbij meer Eindhovenaren meedelen in de ‘collectieve trots’ van onze stad. Dit zal voor het grootste deel van de inwoners werken, maar voor een kleine groep niet. Wij merken op dat met deze benadering het risico aanwezig is dat individuen niet meer in beeld zijn. Deze kleine groep heeft niet mogelijkheden om hier deel van uit te maken. Eerder benoemde meest kwetsbare mensen zullen mogelijk niet in staat om mee te komen met het collectief of kunnen niet terugvallen op een sociaal netwerk. Juist deze meeste hulpbehoevende hebben juist behoefte aan meer persoonlijke aandacht. Dit komt ook terug in de inrichting van de fysieke omgeving. Hierbij geeft u aan dat de maatschappelijke voorzieningen in de wijk gericht moet zijn op ontmoeting en laagdrempelige toegang tot ondersteuning bieden. Dit volgens het principe van de 15 minutenstad. Ook hierbij willen wij opmerken dat deze voorzieningen niet geschikt of bereikbaar zijn voor de meest kwetsbare groepen. Wij adviseren om apart extra aandacht te geven aan deze meest kwetsbare mensen aan de hand van het VN-Verdrag handicap om te borgen dat ook deze mensen kunnen met de nieuwe Koers (2(040 en kunnen delen in de collectieve trots van onze stad.

Want dat kan alleen, zoals u zelf ook aangeeft, als iedereen deel kan nemen aan de maatschappij en daartoe gelijke kansen krijgt. Met een ‘plus’ voor inwoners en wijken met een samenloop van problemen met de opgaven: Kansrijk opgroeien, Een financieel zeker bestaan en Eerst een thuis. In de Koers Sociaal (2)040 geeft u aan voor een aantal groepen inwoners de komende jaren extra in te zetten op drie fundamentele zekerheden: de zekerheid van mee kunnen doen in de samenleving en je kunnen ontwikkelen; voldoende en voorspelbaar inkomen; een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning. Wij vinden dat deze drie opgaven een noodzakelijke voorwaarde zijn voor de sociale basis. Zonder deze voorwaarde kunnen mensen ook niet bijdrage aan een sterkere sociale basis in Eindhoven. U stelt voor dat de gemeente individueel georganiseerde jeugdhulp collectief gaan organiseren op school. Wij staan achter het idee om meer te investeren in de scholen en de spilfunctie die ze hebben als essentieel te zien voor een goede sociale basis. Echter veel jeugdigen met problemen hebben samen met hun ouders en leerkrachten een gezamenlijk aanpak nodig. Bij veel problemen voor jeugdigen ligt de oorzaak in de thuissituatie. Dit vraagt in onze ogen echt om een individuele aanpak omdat geen enkele situatie gelijk is.

Wij pleiten er dan ook voor dat er voldoende mogelijkheden voor individuele hulp beschikbaar blijven. U geeft aan de pedagogische basis te willen versterken voor alle kinderen en te willen normaliseren waar het kan. Hierbij wordt de aandacht verlegd van kind naar gezinszorg met aandacht voor de oorzaken van problemen. Hierbij is het on onze ogen wel belangrijk om opvoedondersteuning in de sociale basis voor alle inwoners beschikbaar te maken. Hiermee kan er op een laagdrempelige manier en in een vroeg stadium hulp worden geboden. Waarmee er zonder grote ingrepen een kind een goede basis gegeven kan worden om zo kansrijk op te groeien. Wij vinden het positief dat de gemeente verder kijkt dan enkel de mogelijkheden van een inwoner voor betaald werk, maar ook kijkt naar een sterke verbinding tussen meedoen en inkomensstabiliteit. Gezien worden en je kunnen ontwikkelen in de samenleving is inderdaad ook belangrijk. Wij hopen echt dat het Eindhoven gaat lukken om het systeem dat uitgaat van wantrouwen en controleren, om te zetten naar een systeem van vertrouwen en stimuleren. Het is goed dat ook de werkgevers binnen de gemeente hierbij worden betrokken om op die manier meer passende banen te creëren waarmee meer mensen de mogelijkheid krijgen om naar eigen vermogen zinvol mee te doen in de maatschappij.

3

Op het gebied van huisvesting kunnen wij ons vinden in de plannen die in de Koers Sociaal (2)040 worden beschreven. Wij zijn ons echter wel bewust van de lastige omstandigheden in de huidige situatie. Wij gaan ervan uit dat zoveel mogelijk punten worden uitgevoerd, maar begrijpen dat het lastig is om aan alle wensen te kunnen voldoen. Conclusie Wij kunnen ons op hoofdlijnen vinden in de plannen die de gemeente heeft met Koers Sociaal (2)040. Er zijn echter wel een aantal punten die in onze ogen meer aandacht en uitwerking vereisen. Het is spijtig dat wij door het zeer korte tijdsbestek tussen de presentatie en deadline voor ons advies dit niet verder hebben kunnen uitwerken en verduidelijken. Zeker gezien het feit dat dit onderwerp zoveel raakvlakken heeft met ons manifest en de zaken waar wij ons als cliëntenraad hard voor maken. In de nota komen wij een aantal opmerkingen tegen die in onze ogen meer uitwerking behoeven.

Opmerkingen zoals “de informele sociale basis ruimte geven om te floreren door gemeenschapsvorming te stimuleren” en ook “er komt een actieve programmeringsstrategie voor de institutionele sociale basis” en “we gaan laagdrempelige collectieve dienstverlening in de buurt vormgeven in nauwe verbinding met stedelijk/regionaal aanbod van aanvullende individuele zorg- en ondersteuning” zijn breed uit te leggen en moeilijk te begrijpen voor een inwoner van Eindhoven. Wij verwachten dat dit in de verdere uitwerking duidelijk gaat worden. Verder merken wij op dat er de afgelopen tijd meerdere nota’s over het sociaal domein zijn verschenen, onder meer: Vereenvoudiging sociaal domein, Transformatie sociaal domein, De sociale 7 en nu Koers Sociaal (2)040. Wij adviseren om bij de verdere uitwerking van deze nota’s integratie te laten plaatsvinden. Tot slot We gaan ervan uit dat we betrokken worden bij de verdere uitwerking van deze Koers Sociaal (2)040. Wij zijn graag bereid om onze reactie nader toe te lichten. De Cliëntenraad Sociaal Domein

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Leden van de cliëntenraad zijn: Hans Schalkwijk, Ad den Hartog, Erik de Ridder, Sito Panchoe, Diane van de Mortel, Martien Asveld, Sylvia Kwarten, Thijs Arnts, Simon de Waal, Richard Witvoet, Sabine Gijzen, Jeanny Steens, Loubna Bakra en Jack Jansen. Onafhankelijk voorzitter is Ab Czech, 06 2000 4451 Cliëntenraad sociaal domein, Postbus 90.150, 5600 RB Eindhoven, secretariaat_crsd@eindhoven.nl, tel 06 2149 7612

4

Bijlage: Manifest CRSD

Cliëntenraad Sociaal Domein Eindhoven Onderwerp : Manifest voor een leefbare en veerkrachtige stad 2022 – 2026 Datum : 29 maart 2022 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Voorwoord De CRSD zet zich dagelijks in voor een leefbare en veerkrachtige stad waarin iedereen meedoet. Op een aantal onderdelen van het sociaal domein heeft Eindhoven de afgelopen periode duidelijk vooruitgang geboekt, we noemen onder meer het vastgestelde armoedebeleid, de implementatie van de stads brede basisdagbesteding en de verbetering in de clientbejegening (omgekeerde toets). Eindhoven heeft al veel bereikt, maar de stad heeft meer nodig. Als we nu niets doen dan gaan we dat straks merken in de veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en vitaliteit van onze stad. In dit manifest schetsen we onze visie op de stand van zaken en de dilemma’s in het sociaal domein. Vervolgens geven wij de maatschappelijke opgaven weer zoals wij die zien voor onze stad. Tot slot presenteren wij onze speerpunten die hard nodig zijn om de stad in de toekomst leefbaar en veerkrachtig te houden. Inleiding De gemeente heeft, op grond van haar opdracht in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet, de regie.

Zij stellen de komende tijd, na de gemeenteraadsverkiezingen, hun ambities opnieuw vast, en zullen daarbij een visie moeten formuleren op hoe de lokale opgaven in het sociaal domein het beste het hoofd kunnen worden geboden. Met dit manifest dragen wij als cliëntenraad bij aan antwoorden die gegeven moeten worden op de verwachte ontwikkelingen de aanstaande vier jaar. De gemeente speelt een belangrijke rol in het zorgen dat iedereen, ook mensen in een kwetsbare positie, kan meedoen in de samenleving. Zorg en ondersteuning voor mensen die dat nodig hebben speelt zich voor een belangrijk deel af in de lokale gemeenschap. Vertrouwen in elkaar, de overheid en de instanties is daarbij van belang. De gemeente biedt die ondersteuning niet alleen, maar samen met tal van actoren. Het gaat daarbij onder andere om de vraag hoe, binnen het beschikbare budget, de doelen van de drie grote decentralisaties in het sociaal domein te realiseren, zoals meer participatie, samenhangende ondersteuning en een minder complex en beter toegankelijk stelsel. Lokaal en integraal Met de decentralisaties in het sociaal domein is ervoor gekozen sociale problematiek in de samenleving meer lokaal aan te pakken. Mensen in kwetsbare posities zouden beter gesteund kunnen worden door lokale overheden, in samenwerking met de lokale samenleving, in plaats van door een overheid die meer op afstand staat. 5

Bij de invoering van de Jeugdwet, Participatiewet en de Wmo waren uitgangspunten als ‘één huishouden, één plan en één regisseur’, ‘hulpverlening zo kort als mogelijk, zo lang als nodig’, ‘geef de professional de ruimte’ en ‘bevorder integrale samenwerking’ veelbelovende startpunten voor een beter beleid dat burgers ‘in hun kracht zou zetten om zelfredzaam door het leven te gaan’. Uit talloze evaluatierapporten komt naar voren dat we van het realiseren van deze doelen nog ver verwijderd zijn. Gemeenten hebben namelijk ook te maken met aanpalende wetgeving waar zij niet zelf de regie hebben zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Woningwet, de Arbeidswet, pensioenregelingen, CAO’s (Werkgevers/werknemers), Sociale verzekeringswetten zoals Ziektewet, WW en WIA en het kerndeel van de onderwijswetgeving. Ook deze omvangrijke wetgeving is van grote invloed op het dagelijks leven van mensen en het beroep dat zij doen op het sociaal domein. Al deze actoren hebben eigen doelen, regels en werkwijzen, en de verantwoordelijkheden zijn niet altijd duidelijk. Professionals hebben niet altijd de integrale blik die nodig is voor zulke samenwerking. Tot slot wordt samenwerking ook gehinderd door privacywetgeving die informatieuitwisseling belemmert.

Complexe hulpvragen Een van de uitgangspunten van de decentralisaties in het sociaal domein was dat kosten bespaard konden worden door meer in te zetten op ‘de kracht van de lokale samenleving’. Voorkomen moest worden dat mensen met een hulpbehoefte te snel bij de overheid aankloppen, terwijl hun problemen ook zelf of via hun netwerk kunnen worden opgelost, zo is de gedachte van de wetgever. De uitgangspunten van de decentralisaties blijken in de praktijk vaak niet reëel. De verwachte ‘eigen kracht’ of hulp uit het eigen netwerk is niet altijd mogelijk of voldoende. Ook is het aandeel werkgevers dat mensen met een arbeidsbeperking in dienst neemt laag, en niet gestegen sinds de decentralisaties. Uit de wetsevaluaties blijkt dat niet alle groepen in het sociaal domein goed worden geholpen. Juist de mensen met complexe zorgvragen, bijvoorbeeld in de jeugdzorg, en mensen die door een arbeidsbeperking moeilijk bij een reguliere werkgever aan de slag komen, lijken buiten de boot te vallen. Integraal werken, binnen de beleidsdomeinen maar vooral over de schotten van de verschillende beleidsdomeinen heen, komt in veel gemeenten nog moeizaam van de grond. Mensen met enkelvoudige problematiek en een duidelijke hulpvraag zijn vaak ook zonder dat de gemeentelijke organisatie volledig is ingericht op integraal werken goed te helpen.

De grootste knelpunten in het sociaal domein doen zich echter voor wanneer mensen problemen hebben op meerdere levensdomeinen. Juist groepen met complexe problemen op het snijvlak van verschillende beleidsterreinen vragen veel tijd en aandacht. De kosten voor ondersteuning van multiprobleem-huishoudens kunnen hoog oplopen. Voor huishoudens is het ook juist van belang om de verbinding te leggen met ándere onderdelen van het brede sociaal domein en flankerende wetten, zoals met schuldhulpverlening, (passend) onderwijs en medische of langdurige zorg. Maatwerk versus willekeur Ondanks de wijdverspreide roep om meer maatwerk, is dit voor de gemeentelijke uitvoering in de praktijk makkelijker gezegd dan gedaan. Niet alleen doen zich organisatorische vragen voor, 6

bijvoorbeeld of professionals in de uitvoering voldoende ruimte hebben (en deze ook durven nemen) om af te wijken van de regels als de individuele situatie van de cliënt daarom vraagt. Maar het gaat ook om het meer wezenlijke dilemma tussen ‘maatwerk en willekeur’. Een zekere mate van bureaucratie en procedures zijn belangrijk om burgers te beschermen tegen willekeur van de dienstverlener of van de gemeenten waar zij wonen. Niet voor niets zijn er eisen ten aanzien van zorgvuldige besluitvorming en motivering in het kader van de rechtsbescherming en rechtszekerheid van burgers. Ook zijn er vaak regels opgesteld om de kwaliteit van de dienstverlening en bijvoorbeeld de privacy van de cliënt te borgen. Daarnaast is er een spanningsveld tussen de menselijke maat en meer maatwerk enerzijds en het streven zoveel mogelijk mensen te helpen anderzijds. Uitvoerende professionals hebben vaak een grote werkdruk en weinig tijd per individuele cliënt. De CRSD vindt het daarom verheugend dat de gemeente Eindhoven desondanks afgelopen jaar gekozen heeft voor het model van de omgekeerde toets; niet de regels strikt volgen maar handelen in de geest van de wet. Kostenbesparing en efficiënter werken Aanvankelijk was de verwachting van de decentralisaties in het sociaal domein dat gemeenten de wetten beter en goedkoper zouden kunnen uitvoeren dan de hogere bestuurslagen.

Gemeenten blijken echter minder mogelijkheden te hebben om het goedkoper te doen dan verwacht. Zo was de veronderstelling dat investering in preventie zou leiden tot een afname van het gebruik van zwaardere voorzieningen, maar dit lijkt vooralsnog niet aan de orde te zijn. De gemeente staat daarbij voor keuzes zoals: • de gewenste verantwoordelijkheidsverdeling tussen inwoners en professionals, over welke groepen het meest te ondersteunen; • hoe een zorgvuldige afweging te maken tussen enerzijds het toepassen van de menselijke maat en anderzijds het voorkomen van willekeur; • het beter bereiken van de mensen in de meest kwetsbare posities en integraal werken in tijden van financiële krapte; • een antwoord vinden op demografische ontwikkelingen die zullen leiden tot een groter beroep op ondersteuning. Maatschappelijke opgaven Het sociaal domein is zeer divers: van jongeren met een licht verstandelijke beperking tot ouderen met dementie en van ouders met zorgen over een verslaafde puber tot mantelzorgers die overbelast dreigen te raken. Investeren in bestaanszekerheid, gezondheid en kansengelijkheid rendeert in het sociaal domein en breder in de maatschappij, wij zijn dan ook voorstander van één sterk sociaal domein.

De genoemde maatschappelijke keuzen hangen sterk met elkaar samen en vragen daarom om een langjarige en niet vrijblijvende samenwerking van de overheid en alle maatschappelijke partners in en rondom het sociaal domein. Maatschappelijke opgaven hierbij zijn: • het vormgeven van samenleven in verscheidenheid; • het zorgen voor zinvol meedoen; • het herstellen van bestaanszekerheid; • het vergroten van kansengelijkheid; • het makkelijker maken van gezond leven; • het werken van systeem- en probleem-georiënteerd naar mens- en herstelgericht werken; • het zorgen voor ondersteuning aan mensen in een kwetsbare positie, • het zorgen voor vertrouwen in elkaar en in de overheid.

7

Samenhang die de huidige grenzen en blokkades opheft tussen vraagstukken, domeinen en financiers. Dat is veel gevraagd, maar alleen in samenhang rendeert de aanpak en creëren we meerwaarde voor inwoners. Daarvoor zijn de juiste randvoorwaarden nodig zoals het beschikken over voldoende financiële middelen en het realiseren van een logisch en voorspelbaar systeem met sturing vanuit wat werkt in de uitvoering. Het werken aan vertrouwen in de overheid wordt bevorderd door het zo goed mogelijk in het beleidsproces betrekken van tal van belangenorganisaties (bijvoorbeeld die van ouders met een kind met een verstandelijke beperking), specifieke clientorganisaties (bijvoorbeeld die van de GGZ) en de talloze wijkorganisaties en buurtcomités. Speerpunten In de samenleving zien we een steeds groter wordende kloof ontstaan tussen burgers die mee kunnen komen en burgers die alsmaar meer moeite hebben om mee te komen. Problemen stapelen zich op voor burgers die niet mee kunnen komen, hun veerkracht, autonomie, lichamelijke en geestelijke gezondheid nemen af terwijl de mentale belasting, stress en zorgen toenemen. Door deze vicieuze cirkel is het voor burgers bijna niet mogelijk om hier zonder hulp uit te komen. Schaamte en stigma zorgen dat burgers te laat aan de bel trekken en de problemen zich opstapelen. Dit heeft gevolgen voor ieders veiligheid.

Aan welke kant van de kloof je ook staat, het raakt iedereen in de stad. De werkgroepen van de CRSD hebben in het jaarverslag reeds hun belangrijkste onderwerpen vermeld. Vanuit voorgaande noties in dit stuk, onze advisering en onze ervaring als CRSD de afgelopen 4 jaar hebben wij de navolgende speerpunten voor de komende periode vastgesteld. 1. VN-verdrag Het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking is inmiddels ruim vijf jaar van kracht. Het VN-verdrag gaat over basale mensenrechten. Meestal wordt alleen gedacht aan mensen met een lichamelijke beperking (bijvoorbeeld rolstoelgebruikers) maar wij kijken hierbij breed: ook mensen met een verstandelijke beperking, laaggeletterden, psychisch kwetsbare mensen, eenzame mensen en ouderen met dementie. Het gaat om toegang tot zorg, vervoer, gebouwen, onderwijs, arbeid, verkiezingen en informatie. Maar ook om een toereikend inkomen, een passende woning en mogelijkheden voor duurzaam contact met anderen. Veel mensen met een beperking ervaren nog niet dat zij op voet van gelijkheid kunnen meedoen. Ondanks meer aandacht voor het onderwerp staan mensen met een beperking op al deze terreinen nog steeds op achterstand.

Toegankelijke scholen, sportverenigingen, stations en winkelcentra zijn onbruikbaar als de verbindingen ertussen niet toegankelijk zijn. Alleen als de openbare ruimte volledig toegankelijk is, kan iedereen zich zelfstandig verplaatsen. Zorg ervoor dat inclusief ontwerp geborgd wordt in het ontwerp, onderhoud en beheer van de openbare ruimte. Maak met lokale ondernemers afspraken over een toegankelijk winkelgebied, toegankelijke winkels en horeca. Ook cultuur- en sportfaciliteiten moeten bereikbaar en toegankelijk zijn voor iedereen. Zorg dat informatie en communicatie voor alle inwoners van de gemeente begrijpelijk, vindbaar en toegankelijk is. Afgelopen jaar hebben wij er meerdere keren voor gepleit om te komen tot een ambtelijk coördinator die het zicht houdt op de vorderingen van alle onderdelen van het VN-verdrag en die ons aanspreekpunt is. Sinds de laatste A-avond van de gemeente hierover (drie jaar geleden) hebben wij op dit punt nog geen vorderingen gemaakt. Dit vinden wij teleurstellend en wij hopen met het aantreden van het nieuwe college hierover goede afspraken te kunnen maken. Het speerpunt VN-verdrag staat niet voor niets bij ons op de eerste plaats. 2. Onafhankelijke clientondersteuning

8

Wij pleiten al jaren voor een goed zichtbare en bereikbare onafhankelijke clientondersteuning. Hier valt nog steeds een wereld te winnen. Wie nu op de website van de gemeente zoekt, ontdekt dat OCO in Eindhoven wel geboden wordt, maar dan in een soort folder waarin 15 aanbieders vermeld staan. Wij hebben hierover separaat een uitvoerig advies uitgebracht met als kernadvies: kom tot een herkenbaar aanspreekpunt. Een organisatie die kijkt welke ondersteuner uit welke organisatie het beste past. Bekendheid en vindbaarheid van OCO moet veel beter. Wij zijn voor één organisatie, een aanspreekpunt, vergelijkbaar met Wijeindhoven niet 15 organisaties die nu allemaal om voorrang strijden op websites en social media. Soms betreft het eenmansbedrijfjes die OCO als verdienmodel hebben en die beweren overal deskundig in te zijn. 3. Integraal en wijkgericht werken Onze ambitie: effectieve, domein overstijgende samenwerking. De kwetsbare Eindhovenaar staat centraal en maatwerk wordt zoveel mogelijk geboden. Voor de aanpak van kwetsbare Eindhovenaren met multiproblemen is het combineren van enkelvoudige oplossingen niet voldoende; met een samenhangende aanpak is de ondersteuning effectiever. Hiertoe moet met anderen worden samengewerkt.

Wij juichen de initiatieven toe die de gemeente momenteel neemt met betrekking tot de ontwikkeling van wijkgerichte GGZ. Hierbij wordt de specialistische GGZ-kennis minder bezien vanuit medische optiek (ziek zijn en genezen) maar meer vanuit de herstelgedachte (leren omgaan met kwetsbaarheid) en wordt daarbij sterk gekoppeld aan het sociaal domein. Onderwijs is naast de wijk ook een belangrijke vindplaats voor opgroei- en opvoedproblematiek. Wij vinden dat ouders en jeugdigen niet vanuit school naar huisarts en vervolgens naar GGZwachtlijst moeten worden doorverwezen maar dat deskundige hulp op school aanwezig moet zijn. Die hulp moet integraal gericht zijn op wat de jeugdige nodig heeft, wat ouders kunnen doen en wat de school kan doen. Het servicebureau als tussenconstruct was wellicht nodig om de uitgaven van jeugdhulp in de hand te krijgen. Dat is gelukt, maar deze extra organisatieschijf biedt geen soelaas in de toekomst waarin we naar één regisseur (van Wijeindhoven) willen. Die organisatie moet verantwoordelijkheid gaan dragen voor het gehele toewijzingstracject. De multi/mono-aanpak van de gemeente is ook een construct waarbij wij grote vraagtekens plaatsen: een budget overhandigen aan één specialist met de taak om andere specialisten in te huren en aan te sturen.

De gemeente geeft hierbij de regie uit handen aan specialisten (en niet aan generalisten) die onder dwang van een beperkt budget het samen mogen uitzoeken. Ook dit product is ontwikkeld ten tijde van financiële tekorten maar is om dezelfde reden niet houdbaar. De best opgeleide generalist (vergelijkbaar met een specialistisch verpleegkundige in het ziekenhuis) moet in staat zijn bij multiproblematiek om met verschillende specialisten en anderen in het sociaal domein tot één plan te komen. 4. Oog voor woningtekorten Het advies om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, wordt door velen onderschreven, maar het moet ook kunnen. Zorg dat er voldoende aanbod is voor alle doelgroepen. Ga speculatie en oneigenlijk gebruik van woningen tegen: wie een huis koopt moet er zelf gaan wonen en niet de mogelijkheid krijgen van het opknippen in kamertjes en die tegen de hoofdprijs verhuren. Zorg dat

9

iedereen in Eindhoven een fatsoenlijk dak boven het hoofd heeft. Wonen is een mensenrecht. Niemand slaapt op straat of in het portiek van iemand. Maak van betaalbaar en veilig wonen voor elke Eindhovenaar een prioriteit. Dit geldt ook voor de tallozen tussenvormen zoals voorzieningen voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang, woonvormen voor mensen met fysieke en/of verstandelijke beperkingen, re-integratie, jongeren- en ouderenhuisvesting, asielzoekers en vluchtelingen. 5. Inkoop- en subsidiebeleid Contracteer instellingen op basis van concrete prestatie-eisen, hoge mate van participatie van cliënten en de samenwerking met andere instellingen. In onze ogen zouden bijvoorbeeld zorgaanbieders efficiënter kunnen werken als zij van elkaars specialismen gebruik maken. De huidige aanbestedingsregels staan veel vormen van samenwerking in de weg. Afschaffing van dit soort regels zou een mooie eerste stap zijn op weg naar betere samenwerking.

Echter, aanbestedingsregels betreft alle vormen van inkoop: die van kopieerapparatuur tot catering. Dat het sociaal domein ook onder het inkoopregime ressorteert is een echte misser. In het sociaal domein moet men juist samenwerken in plaats van concurreren. Gemeenten hebben zich in de fuik van inkoop laten drijven en daar vervolgens hele afdelingen voor opgetuigd. Waarom kan onder meer de GGD, Wijeindhoven en basisdagvoorzieningen voor ouderen enz. wel gesubsidieerd worden in plaats van ingekocht? Er zijn gemeenten in Nederland die niet aan het inkoopcircus meedoen maar alles in het sociaal domein subsidiëren. Het kan dus wel .... 6. Armoedebestrijding Maak dat iedereen in Eindhoven een stabiele financiële situatie heeft en er geen kinderen opgroeien in armoede. Dat betreft niet alleen de aanpak van schulden, maar ook het verbeteren van inkomen en uitbannen van armoede. Het adagium moet zijn: in Eindhoven bouw je schulden af in plaats van op. 7. Onderzoeksthema’s sociaal domein De gemeente Eindhoven laat dit jaar door het Verweij Jonker Instituut onderzoek verrichten naar het sociaal domein. Dat vinden wij een goede zaak. Echter, in het vastgestelde onderzoeksprogramma was helaas geen plaats meer voor het thema dat wij aangedragen hadden: opvoedondersteuning in de sociale basis.

In veel beleidstheorieën en ook in de optiek van de gemeente Eindhoven wordt het vroegtijdig ondersteunen van ouders bij opvoedvragen en opvoedproblemen als een goed antwoord gezien om effectiever te werken (minder specialistisch behandelen en meer dagelijks opvoeden) en om veel te grote vraag naar specialistische jeugdhulp te verminderen. Dat laagdrempelig aanbieden van opvoedhulp moet dan wel gedaan worden door generalisten die verstand hebben van opvoedondersteuning en deze ondersteuning moet goed georganiseerd zijn, zowel op wijk als op stedelijk niveau. Zo’n 5 jaar gelden heeft er een onderzoek plaatsgevonden naar opvoedondersteuning in Eindhoven en zijn er aanbevelingen gedaan. Vervolgens zijn er een tiental pilots gestart en ook geëvalueerd. Hierna is het proces echter onder druk van de tekorten in het sociaal domein gestopt en werd het stil rond dit thema. Wij zijn benieuwd naar de stand van zaken in Eindhoven op het terrein van opvoedondersteuning: welk beleid wordt gevoerd, wie voert dit uit, kwantiteit, kwaliteit, bereik specifieke doelgroepen enz.

10

Tot slot Wij verwachten met dit manifest een constructieve bijdrage te leveren aan de input voor het nieuwe collegeprogramma 2022 – 2026. Wij hebben dit stuk verzonden naar de formateur en de fractie-voorzitters die volop bezig zijn om dat programma op te stellen. Wij zijn graag bereid dit stuk desgewenst toe te lichten. Wij hebben dit stuk ook ambtelijk verspreid, zodat ook zij kunnen meedenken. Te zijner tijd zullen we met de nieuwe wethouder over dit stuk graag in discussie gaan. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Leden van de cliëntenraad zijn Hans Schalkwijk, Ad den Hartog, Erik de Ridder, Sito Panchoe, Diane van de Mortel, Andries de Wit, Jan Schripsema, Martien Asveld, Sylvia Kwarten, Thijs Arnts, Nienke Lazeroms, Simon de Waal, Loubna Bakra en Jack Jansen. Onafhankelijk voorzitter is Ab Czech en ambtelijk secretaris is Ellen Pulles. Cliëntenraad sociaal domein, Postbus 90.150, 5600 RB Eindhoven, secretariaat_crsd@eindhoven.nl, tel 06 2149 7612

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14377139/1