Bijlage 3d - TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant - Bijlagen bij regels
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
TAMomgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C)
November 2025
TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C)
Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels
3
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen
4
Bijlage 2
Lijst van bedrijfsactiviteiten
6
Bijlage 3
Lijst van horeca-activiteiten
31
Bijlage 4
Nota parkeernormen 2024
33
2
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
Bijlagen bij de regels
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
3
Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen
4
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
! " $ $%
#
"
&'
$ +
,
#
"
( ) &
-
.
,
/
*
*
$*
*
$*
$
*
*
$*
*
$*
$
*
$*
$*
*
$*
$
*
*
$*
$*
$*
$
*
*
$*
$*
$*
$
*
*
$* !
*
$*
$
*
*
$*
*
$*
$
/ 0$ 5 +%
+
% %7
% +*%
1
""
" # 1 23 4 4 4
-
.
8" 29 # ; 1 = 3
" " " " 3 < ! 3 " 3
"
- )
.
" 28" ! 2
2
"
#
%7 5 +
,
A$
3 "
A+ A+
& //
"
! /, /
1
5A*+ 5A*5
1
> ?& 4
&
.
2
& &' 3
414 4
@ !"
5A 5A*$0
&
2 ! ##
! # 3 ! ; #" !8
:3
" "
4-4 4 , /
: 0
-4 4 6 +** /+
-
:
4 4
2
B
(
*
*
$*
*
$*
$
,, &' '
.
*
*
$*
*
$*
$
*
*
$*!
*
$*
$
.)
4 4 4
Bijlage 2 Lijst van bedrijfsactiviteiten
6
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
Bijlage V Lijst van bedrijfsactiviteiten SBI-code Nr. Omschrijving
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
Categorie
01
-
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
016
0
Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
016
1
10
50
10
50 D
3.1
016
2
10
30
10
30
2
016
3
- algemeen (o.a. loonbedrijven): 30 b.o. > 500 m2 - algemeen (o.a. loonbedrijven): 30 b.o. <= 500 m2 - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: 30 b.o. > 500 m2
10
50
10
50
3.1
016
4
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: 30 b.o. <= 500 m2
10
30
10
30
2
KI-stations
30
10
30 C
0
30
2
10
10
50
0
50
3.1
0162 02
-
021, 022, 024
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
101, 102 0
Slachterijen en overige vleesverwerking:
10, 11
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
101, 102 1
- slachterijen en pluimveeslachterijen
100 0
100 C
50 R
100 D
3.2
101
2
- vetsmelterijen
700 0
100 C
30
700
5.2
101
3
- bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval
300 0
100 C
50 R
300
4.2
101
4
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m2
100 0
100 C
50 R
100
3.2
101
5
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m2
50
0
50 C
30
50
3.1
101
6
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m2
30
0
50
10
50
3.1
- loonslachterijen
50
0
50
10
50
3.1
101, 102 7
50
0
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant- en klaarmaaltijden p.o. < 2.000 m2 Visverwerkingsbedrijven:
102
1
- drogen
102
2
102
108
8
102
0
10
50
3.1
700 100 200 C
30
700
5.2
- conserveren
200 0
100 C
30
200
4.1
3
- roken
300 0
50 C
0
300
4.2
102
4
- verwerken anderszins: p.o. > 1000 m2
300 10
50 C
30
300 D
4.2
102
5
- verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m2
100 10
50
30
100
3.2
102
6
- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m2
50
30
10
50
3.1
1031
-
Aardappelproductenfabrieken:
1031
1
- vervaardiging van aardappelproducten
300 30
200 C
50 R
300
4.2
1031
2
50
10
50
50 R
50
3.1
1032, 1039
0
- vervaardiging van snacks met p.o, < 2.000 m2 Groente- en fruitconservenfabrieken:
1032, 1039
1
- jam
50
10
100 C
10
100
3.2
1032, 1039
2
- groente algemeen
50
10
100 C
10
100
3.2
1032, 1039
3
- met koolsoorten
100 10
100 C
10
100
3.2
10
50
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
300 10
100 C
10
300
4.2
1032, 1039
5
- met uienconservering (zoutinleggerij)
104101
0
Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
104101
1
- p.c. < 250.000 t/j
200 30
100 C
30 R
200
4.1
104101
2
- p.c. > 250.000 t/j
300 50
300 CZ
50 R
300
4.2
104101
0
Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
104102
1
- p.c. < 250.000 t/j
200 10
100 C
100 R
200
4.1
104101
2
- p.c. >= 250.000 t/j
300 10
300 CZ
200 R
300
4.2
1042
0
Margarinefabrieken:
1042
1
- p.c. < 250.000 t/j
100 10
200 C
30 R
200
4.1
1042
2
- p.c. >= 250.000 t/j
200 10
300 CZ
50 R
300
4.2
1051
0
Zuivelproductenfabrieken:
1051
1
- gedroogde producten, p.c. >= 1,5 t/u
200 100 500 CZ
50 R
500
5.1
1051
2
- geconcentreerde producten, verdamp.cap. >= 20 t/u
200 30
500 CZ
50 R
500
5.1
1051
3
- melkproductenfabrieken v.c. < 55.000 t/j
50
0
100 C
50 R
100
3.2
1051
4
- melkproductenfabrieken v.c. >= 55.000 t/j
100 0
300 CZ
50 R
300
4.2
1051
5
- overige zuivelproductenfabrieken
50
50
300 C
50 R
300
4.2
1052
1
Consumptie-ijsfabrieken p.o. > 200 m2
50
0
100 C
50 R
100
3.2
1052
2
- consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m2
10
0
30
0
30
2
1061
0
Meelfabrieken:
1061
1
- p.c. >= 500 t/u
200 100 300 CZ
100 R
300
4.2
1061
2
- p.c. < 500 t/u
100 50
50 R
200
4.1
Grutterswarenfabrieken
50
50
200 D
4.1
1061
200 C
100 200 C
1062
0
Zetmeelfabrieken:
1062
1
- p.c. < 10 t/u
200 50
200 C
30 R
200
4.1
1062
2
- p.c. >= 10 t/u
300 100 300C Z
50 R
300
4.2
1091
-
Veevoerfabrieken:
1091
1
- destructiebedrijven
700 30
50
700 D
5.2
200 C
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
1091
2
- beender-, veren-, vis- en vleesmeelfabriek
700 100 100 C
30 R
700 D
5.2
1091
3
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. < 10 t/u water
300 100 200 C
30
300
4.2
1091
4
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap. >= 10 t/u water
700 200 300 CZ
50
700
5.2
1091
5
- mengvoeder, p.c. < 100 t/u
200 50
30
200
4.1
1091
6
- mengvoeder, p.c. >= 100 t/u
300 100 300 CZ
50 R
300
4.2
Vervaardiging van voer voor huisdieren
200 100 200 C
30
200
4.1
1092
200C
1071
0
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1071
1
- v.c. < 7500 kg meel/week
30
10
30 C
10
30
2
1071
2
- v.c. >= 7500 kg meel/week
100 30
100 C
30
100
3.2
Banket-, biscuit- en koekfabrieken
100 10
100 C
30
100
3.2
1072 1081
0
Suikerfabrieken:
1081
1
- v.c. < 2.500 t/j
500 100 300 C
100 R
500
5.1
1081
2
- v.c. >= 2.500 t/j
1000 200 700 CZ
200 R
1000
5.3
10821
0
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
10821
1
100
50 R
500
5.1
10821
2
- cacao- en chocoladefabrieken: 500 50 p.o. > 2.000 m2 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen 100 30 van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m2
50
30
100
3.2
10821
3
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen 30 van chocoladewerken met p.o. <= 200 m2
10
30
10
30
2
10821
4
- suikerwerkfabrieken met suiker branden
300 30
50
30 R
300
4.2
10821
5
- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: 100 30 p.o. > 200 m2
50
30 R
100
3.2
10821
6
- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: 30 p.o. <= 200 m2
10
30
10
30
2
Deegwarenfabrieken
30
10
10
50
3.1
1073
50
1083
0
Koffiebranderijen en theepakkerijen:
1083
1
- koffiebranderijen
500 30
200 C
10
500 D
5.1
1083
2
- theepakkerijen
100 10
30
10
100
3.2
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
108401
Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden 200 30
50
10
200
4.1
1089
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen 200 30
50
30
200 D
4.1
1089
Bakkerijgrondstoffenfabrieken
200 50
50
50 R
200
4.1
1089
0
Soep- en soeparomafabrieken:
1089
1
- zonder poederdrogen
100 10
50
10
100
3.2
1089
2
- met poederdrogen
300 50
50
50 R
300
4.2
1089
Bakmeel- en puddingpoederfabrieken
200 50
50
30
200
4.1
110101
Destilleerderijen en likeurstokerijen
300 30
200 C
30
300
4.2
110102
0
Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:
110102
1
- p.c. < 5.000 t/j
200 30
200 C
30 R
200
4.1
110102
2
- p.c. >= 5.000 t/j
300 50
300 C
50 R
300
4.2
1102 t/m 1104
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
10
0
30 C
0
30
2
1105
Bierbrouwerijen
300 30
100 C
50 R
300
4.2
1106
Mouterijen
300 50
100 C
30
300
4.2
1107
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
10
0
100
50 R
100
3.2
200 30
50 C
30
200
4.1
10
50
100
30
100
3.2
12
-
120 13
VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie
-
131
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels
132
0
Weven van textiel:
132
1
- aantal weefgetouwen < 50
10
10
100
0
100
3.2
132
2
- aantal weefgetouwen >= 50
10
30
300 Z
50
300
4.2
133
Textielveredelingsbedrijven
50
0
50
10
50
3.1
139
Vervaardiging van textielwaren
10
0
50
10
50
3.1
1393
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken
100 30
200
10
200
4.1
139, 143
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
0
50
10
50
3.1
14
-
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
10
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
141
Vervaardiging kleding van leer
30
0
50
0
50
3.1
141
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
10
10
30
10
30
2
142, 151
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
50
10
10
10
50
3.1
15
-
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)
151, 152
Lederfabrieken
300 30
100
10
300
4.2
151
Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)
50
10
30
10
50D
3.1
152
Schoenenfabrieken
50
10
50
10
50
3.1
0
50
100
50 R
100
3.2
16
-
16101
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen
16102
0
Houtconserveringsbedrijven:
16102
1
- met creosootolie
200 30
50
10
200
4.1
16102
2
- met zoutoplossingen
10
30
50
10
50
3.1
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
100 30
100
10
100
3.2
1621 162
0
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige 0 artikelen van hout
30
100
0
100
3.2
162
1
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige 0 artikelen van hout, p.o. < 200 m2
30
50
0
50
3.1
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
10
30
0
30
2
200 100 200 C
50 R
200
4.1
50 C
30 C
50
3.1
162902 17
-
1711
10
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp
1712
0
Papier- en kartonfabrieken:
1712
1
- p.c. < 3 t/u
50
1712
2
- p.c. 3 - 15 t/u
100 50
200 CZ
50 R
200
4.1
1712
3
- p.c. >= 15 t/u
200 100 300 CZ
100 R
300
4.2
Papier- en kartonwarenfabrieken
30
30 R
100
3.2
172 17212
0
Golfkartonfabrieken:
30
30
100 C
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
17212
1
- p.c. < 3 t/u
30
30
100 C
30 R
100
3.2
17212
2
- p.c. >= 3 t/u
50
30
200 CZ
30 R
200
4.1
58
-
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
581
Uitgeverijen (kantoren)
0
0
10
0
10
1
1811
Drukkerijen van dagbladen
30
0
100 C
10
100
3.2
1812
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) 30
0
100
10
100
3.2
18129
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
30
0
30
2
1814
A
Grafische afwerking
0
0
10
0
10
1
1814
B
Binderijen
30
0
30
0
30
2
1813
Grafische reproductie en zetten
30
0
10
10
30
2
1814
Overige grafische activiteiten
30
0
30
10
30D
2
182
Reproductiebedrijven opgenomen media
0
0
10
0
10
1
19
-
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN
19202
A
Smeerolieën- en vettenfabrieken
50
0
100
30 R
100
3.2
19202
B
Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie
300 0
100
50 R
300
4.2
19202
C
Aardolieproductenfabrieken n.e.g.
300 0
200
50 R
300D
4.2
20
-
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN
2011
0
Vervaardiging van industriële gassen:
2011
1
- luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 t/d lucht 10
0
700 CZ
100 R
700
5.2
2011
2
- overige gassenfabrieken, niet explosief
100 0
500 C
100 R
500
5.1
2011
3
- overige gassenfabrieken, explosief
100 0
500 C
300 R
500
5.1
Kleur- en verfstoffenfabrieken
200 0
200 C
200 R
200D
4.1
2012 2012
0
Anorg, chemische grondstoffenfabrieken:
2012
1
- niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
100 30
300 C
300 R
300D
4.2
2012
2
- vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
300 50
500 C
700 R
700 D
5.2
20141
A0 Organ. chemische grondstoffenfabrieken:
20141
A1 - niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
300 10
200 C
300 R
300D
4.2
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
1000 30
500 C
700 R
1000 D
5.3
20141
A2 - vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
20141
B0 Methanolfabrieken:
20141
B1 - p.c. < 100.000 t/j
100 0
200 C
100 R
200
4.1
20141
B2 - p.c. >= 100.000 t/j
200 0
300 CZ
200 R
300
4.2
20149
0
Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.):
20149
1
- p.c. < 50.000 t/j
300 0
200 C
100 R
300
4.2
20149
2
- p.c. >= 50.000 t/j
500 0
300 CZ
200 R
500
5.1
2015
Kustmeststoffenfabrieken
500 300 500 C
500 R
500
5.1
2016
Kunstharsenfabrieken e.d.
700 30
300 C
500 R
700
5.2
202
0
Landbouwchemicaliënfabrieken:
202
1
- fabricage
300 50
100 C
1000 R
1000
5.3
202
2
- formulering en afvullen
100 10
30 C
500 R
500 D
5.1
Verf-, lak- en vernisfabrieken
300 30
200 C
300 R
300D
4.2
203 2110
0
Farmaceutische grondstoffenfabrieken:
2110
1
- p.c. < 1.000 t/j
200 10
200 C
300 R
300
4.2
2110
2
- p.c. >= 1.000 t/j
300 10
300 C
500 R
500
5.1
2120
0
Farmaceutische productenfabrieken:
2120
1
- formulering en afvullen geneesmiddelen
50
10
50
50 R
50
3.1
2120
2
- verbandmiddelenfabrieken
10
10
30
10
30
2
2041
Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken
300 100 200 C
100 R
300
4.2
2042
Parfumerie- en cosmeticafabrieken
300 30
50 C
50 R
300
4.2
2051
Kruit-, vuurwerk- en springstoffenfabrieken
30
10
50
1000 V
1000
5.3
2052
-
Lijm- en plakmiddelenfabrieken:
2052
1
- zonder dierlijke grondstoffen
100 10
100
50
100
3.2
2052
2
- met dierlijke grondstoffen
500 30
100
50
500
5.1
Fotochemische productenfabrieken
50
10
100
50 R
100
3.2
10
50
50 R
50
3.1
205902 205903
A
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken 50
205903
B
Overige chemische productenfabrieken n.e.g. 200 30
100 C
200 R
200 D
4.1
Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken
300 C
200 R
300
4.2
2060
300 30
SBI-code Nr. Omschrijving
22
-
221101
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
300 50
300 C
100 R
300
4.2
VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF Rubberbandenfabrieken
221102
0
Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
221102
1
- vloeropp. < 100 m2
50
10
30
30
50
3.1
221102
2
- vloeropp. >= 100 m2
200 50
100
50 R
200
4.1
Rubber-artikelenfabrieken
100 10
50
50 R
100 D
3.2
2219 222
0
Kunststofverwerkende bedrijven:
222
1
- zonder fenolharsen
200 50
100
100 R
200
4.1
222
2
- met fenolharsen
300 50
100
200 R
300
4.2
222
3
- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststof bouwmaterialen
50
30
50
30
50
3.1
23
-
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN
231
0
Glasfabrieken:
231
1
- glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j
30
30
100
30
100
3.2
231
2
- glas en glasproducten, p.c. >= 5.000 t/j
30
100 300 CZ
50 R
300
4.2
231
3
- glaswol en glasvezels, p.c. < 5.000 t/j
300 100 100
30
300
4.2
231
4
- glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 t/j
500 200 300 CZ
50 R
500
5.1
231
Glasbewerkingsbedrijven
10
30
50
10
50
3.1
232, 234 0
Aardewerkfabrieken:
232, 234 1
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW 10
10
30
10
30
2
232, 234 2
30
50
100
30
100
3.2
30
200 200
30
200
4.1
50
200 200
100 R
200
4.1
233
A
- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW Baksteen en baksteenelementenfabrieken
233
B
Dakpannenfabrieken
2351
0
Cementfabrieken:
2351
1
- p.c. < 100.000 t/j
10
300 500 C
30 R
500
5.1
2351
2
- p.c. >= 100.000 t/j
30
500 1000CZ 50 R
1000
5.3
235201
0
Kalkfabrieken:
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
235201
1
- p.c. < 100.000 t/j
30
200 200
30 R
200
4.1
235201
2
- p.c. >= 100.000 t/j
50
500 300 Z
50 R
500
5.1
235202
0
Gipsfabrieken;
235202
1
- p.c. < 100.000 t/j
30
200 200
30 R
200
4.1
235202
2
- p.c. >= 100.000 t/j
50
500 300 Z
50 R
500
5.1
23611
0
Betonwarenfabrieken:
23611
1
- zonder persen, triltafels en bekistingtrillers
10
100 200
30
200
4.1
23611
2
- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. 10 < 100 t/d
100 300
30
300
4.2
23611
3
- met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. 30 >= 100 t/d
200 700 Z
30
700
5.2
23612
0
Kalkzandsteenfabrieken:
23612
1
- p.c. < 100.000 t/j
10
50
30
100
3.2
23612
2
- p.c. >= 100.000 t/j
30
200 300 Z
30
300
4.2
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken
50
50
100
30
100
3.2
100
100 R
100
3.2
2362
100
2363, 2364
0
Betonmortelcentrales:
2363, 2364
1
- p.c. < 100 t/u
10
50
2363, 2364
2
- p.c >= 100 t/u
30
200 300 Z
50 R
300
4.2
2365, 2369
0
Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips):
2365, 2369
1
- p.c. < 100 t/d
10
50
50 R
100
3.2
2365, 2369
2
- p.c. >= 100 t/d
30
200 300 Z
200 R
300
4.2
237
0
Natuursteenbewerkingsbedrijven:
237
1
10
30
100
0
100 D
3.2
237
2
10
30
50
0
50
3.1
237
3
- zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m2 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m2 - met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j
10
100 300
10
300
4.2
100
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
30
200 700 Z
10
700
5.2
10
30
50
10
50 D
3.1
2391
- met breken, zeven of drogen, v.c. >= 100.000 t/j Slijp- en polijstmiddelenfabrieken
2399
A0 Bitumineuze materialenfabrieken:
2399
A1 - p.c. < 100 t/u
300 100 100
30
300
4.2
2399
A2 - p.c. >= 100 t/u
500 200 200 Z
50
500
5.1
2399
B0 Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol):
2399
B1 - steenwol, p.c. >= 5.000 t/j
100 200 300 CZ
30
300
4.2
2399
B2 - overige isolatiematerialen
200 100 100 C
50
200
4.1
2399
C
50
2399
237
4
Minerale productenfabrieken n.e.g.
50
100
50
100 D
3.2
D0 Asfaltcentrales p.c. < 100 ton/uur
100 50
200
30
200
4.1
2399
D1 - asfaltcentrales, p.c. >= 100 ton/uur
200 100 300 Z
50
300
4.2
24
-
VERVAARDIGING VAN METALEN
241
0
Ruwijzer- en staalfabrieken:
241
1
- p.c. < 1.000 t/j
700 500 700
200 R
700
5.2
245
0
IJzeren- en stalenbuizenfabrieken:
245
1
- p.o. < 2.000 m2
30
30
500
30
500
5.1
245
2
- p.o. >= 2.000 m2
50
100 1000 Z
50 R
1000
5.3
243
0
Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen:
243
1
- p.o. < 2.000 m2
30
30
300
30
300
4.2
243
2
- p.o. >= 2.000 m2
50
50
700 Z
50 R
700
5.2
244
A0 Non-ferro-metaalfabrieken:
244
A1 - p.c. < 1.000 t/j
100 100 300
30 R
300
4.2
244
A2 - p.c. >= 1.000 t/j
200 300 700 Z
50 R
700
5.2
244
B0 Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d.:
244
B1 - p.o. < 2.000 m2
50
50 R
500
5.1
244
B2 - p.o. >= 2.000 m2
200 100 1000 Z
100 R
1000
5.3
2451, 2452
0
IJzer- en staalgieterijen/-smelterijen:
50
500
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
2451, 2452
1
- p.c. < 4.000 t/j
100 50
300 C
30 R
300
4.2
2451, 2452
2
- p.c. >= 4.000 t/j
200 100 500 CZ
50 R
500
5.1
2453, 2454
0
Non-ferro-metaalgieterijen/-smelterijen:
2453, 2454
1
- p.c. < 4.000 t/j
100 50
300 C
30 R
300
4.2
2453, 2454
2
- p.c. >= 4.000 t/j
200 100 500 CZ
50 R
500
5.1
25, 31
-
VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDDELEN)
251, 331 0
Constructiewerkplaatsen:
251, 331 1
- gesloten gebouw
30
30
100
30
100
3.2
251, 331 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2
30
30
50
10
50
3.1
251, 331 2
- in open lucht, p.o. < 2.000 m2
30
50
200
30
200
4.1
251, 331 3
- in open lucht, p.o. >= 2.000 m2
50
200 300 Z
30
300
4.2
2529, 3311
0
Tank- en reservoirbouwbedrijven:
2529, 3311
1
- p.o. < 2.000 m2
30
50
30 R
300
4.2
2529, 3311
2
- p.o. >= 2.000 m2
50
100 500 Z
50 R
500
5.1
2521, 2530, 3311
Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels
30
30
200
30
200
4.1
255, 331 A
Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven
10
30
200
30
200
4.1
255, 331 B
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.
50
30
100
30
100 D
3.2
255, 331 B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2
30
30
50
10
50 D
3.1
2561, 3311
0
Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:
300
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
50
50
100
50
100
3.2
2561, 3311
1
2561, 3311
10 - stralen
30
200 200
30
200 D
4.1
2561, 3311
11 - metaalharden
30
50
100
50
100 D
3.2
2561, 3311
12 - lakspuiten en moffelen
100 30
100
50 R
100 D
3.2
2561, 3311
2
- scoperen (opspuiten van zink)
50
50
100
30 R
100 D
3.2
2561, 3311
3
- thermisch verzinken
100 50
100
50
100
3.2
2561, 3311
4
- thermisch vertinnen
100 50
100
50
100
3.2
2561, 3311
5
- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)
30
50
100
30
100
3.2
2561, 3311
6
- anodiseren, eloxeren
50
10
100
30
100
3.2
2561, 3311
7
- chemische oppervlaktebehandeling
50
10
100
30
100
3.2
2561, 3311
8
- emailleren
100 50
100
50 R
100
3.2
2561, 3311
9
- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen e.d.)
30
30
100
50
100
3.2
2562, 3311
1
Overige metaalbewerkende industrie
10
30
100
30
100 D
3.2
2562, 3311
2
Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. < 200 m2
10
30
50
10
50 D
3.1
259, 331 A1 - p.o. < 2.000 m2
30
50
200
30
200
4.1
259, 331 A2 - p.o. >= 2.000 m2
50
100 500 Z
30
500
5.1
269, 331 B
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.
30
30
100
30
100
3.2
259, 331 B
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig p.o. < 200 m2
30
30
50
10
50
3.1
- algemeen
259, 331 A0 Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
27, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN
27, 28, 33
0
Machine- en apparatenfabrieken:
27, 28, 33
1
- p.o. < 2.000 m2
30
30
100
30
100 D
3.2
27, 28, 33
2
- p.o. >= 2.000 M2
50
30
200
30
200 D
4.1
28, 33
3
- met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW
50
30
300 Z
30
300 D
4.2
26, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
26, 28, 33
A
Kantoormachines- en computerfabrieken
30
10
30
10
30
2
26, 27, 33
-
VERVAARDIGING VAN OVERIGE ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDHEDEN
271, 331
Elektromotoren- en generatorenfabrieken
200 30
30
50
200
4.1
271, 273
Schakel- en installatiemateriaalfabrieken
200 10
30
50
200
4.1
273
Elektrische draad- en kabelfabrieken
100 10
200
100 R
200 D
4.1
272
Accumulatoren- en batterijenfabrieken
100 30
100
50
100
3.2
274
Lampenfabrieken
200 30
30
300 R
300
4.2
293
Elektrotechnische industrie n.e.g.
30
10
30
10
30
2
261, 263, 264, 331
Vervaardiging van audio-, video- en telecom- 30 apparatuur e.d.
0
50
30
50 D
3.1
2612
Fabrieken voor gedrukte bedrading
50
10
50
30
50
3.1
30
0
30
0
30
2
26, 33
-
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN BENODIGDHEDEN
26, 32, 33
-
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
26, 32, 33
A
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
29
-
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS
291
0
Autofabrieken en assemblagebedrijven:
291
1
- p.o. < 10.000 m2
100 10
200 C
30 R
200 D
4.1
291
2
- p.o. >= 10.000 m2
200 30
300 Z
50 R
300
4.2
29201
Carrosseriefabrieken
100 10
200
30 R
200
4.1
29202
Aanhangwagen- en opleggerfabrieken
30
10
200
30
200
4.1
293
Auto-onderdelenfabrieken
30
10
100
30 R
100
3.2
30
-
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)
301, 3315
0
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:
301, 3315
1
- houten schepen
30
30
50
10
50
3.1
301, 3315
2
- kunststof schepen
100 50
100
50 R
100
3.2
301, 3315
3
- metalen schepen < 25 m
50
100 200
30
200
4.1
301, 3315
4
- metalen schepen >= 25 m en/of proefdraaien motoren >= 1 MW
100 100 500 CZ
50
500
5.1
3831
Scheepssloperijen
100 200 700
100 R
700
5.2
302, 317 -
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:
302, 317 1
- algemeen
50
30
100
30
100
3.2
302, 317 2
- met proefdraaien van verbrandingsmotoren 50 >= 1 MW
30
300 Z
30 R
300
4.2
303, 3316
0
Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:
303, 3316
1
- zonder proefdraaien motoren
50
30
200
30
200
4.1
303, 3316
2
- met proefdraaien motoren
100 30
1000 Z
100 R
1000
5.3
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
309
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken
30
10
100
30 R
100
3.2
3099
Transportmiddelenindustrie n.e.g.
30
30
100
30
100 D
3.2
31
-
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
310
1
Meubelfabrieken
50
50
100
30
100 D
3.2
9524
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
0
10
10
0
10
1
321
Fabricage van munten, sieraden e.d.
30
10
10
10
30
2
322
Muziekinstrumentenfabrieken
30
10
30
10
30
2
323
Sportartikelenfabrieken
30
10
50
30
50
3.1
324
Speelgoedartikelenfabrieken
30
10
50
30
50
3.1
32991
Sociale werkvoorziening
0
30
30
0
30
2
32999
Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
30
10
50
30
50 D
3.1
30
100 500 Z
30
500
5.1
38
-
VOORBEREIDING TOT RECYCLING
383201
Metaal- en autoschredders
383202
A0 Puinbrekerijen en -malerijen:
383202
A1 - v.c. < 100.000 t/j
30
100 300
10
300
4.2
383202
A2 - v.c. >= 100.000 t/j
30
200 700
10
700
5.2
383202
B
Rubberregeneratiebedrijven
300 50
50 R
300
4.2
383202
C
Afvalscheidingsinstallaties
200 200 300 C
50
300
4.2
35
-
PRODUCTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
35
A0 Elektriciteitsproductiebedrijven (elektrisch vermogen >= 50 MWe)
35
A1 - kolengestookt (incl. meestook biomassa), thermisch vermogen > 75 MWth
100 700 700 CZ
200
700
5.2
35
A2 - oliegestookt, thermisch vermogen >= 75 MWth A3 - gasgestookt (incl. bijstook biomassa), thermisch vermogen > 75 MWth
100 100 500 CZ
100
500
5.1
100 100 500 CZ
100 R
500
5.1
35
100
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
30
500 CZ
100 R
500
5.1
35
A5 - warmtekrachtinstallaties (gas), thermisch vermogen > 75 MWth
35
B0 bio-energieinstallaties elektrisch vermogen < 50 MWe:
35
B1 - covergisting, verbranding en vergassing van 100 50 mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie
100
30 R
100
3.2
35
B2 - vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa
35
C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:
35
30
50
50
100
30 R
100
3.2
C1 - < 10 MVA
0
0
30 C
10
30
2
35
C2 - 10 - 100 MVA
0
0
50 C
30
50
3.1
35
C3 - 100 - 200 MVA
0
0
100C
50
100
3.2
35
C4 - 200 - 1000 MVA
0
0
300 CZ
50
300
4.2
35
C5 - >= 1000 MVA
0
0
500 CZ
50
500
5.1
35
D0 Gasdistributiebedrijven:
35
D1 - gascompressorstations vermogen < 100 MW 0
0
300 C
100
300
4.2
35
D2 - gascompressorstations vermogen >= 100 MW
0
0
500 C
200 R
500
5.1
35
D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinstallaties, cat. A
0
0
10 C
10
10
1
35
D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C
0
0
30 C
10
30
2
35
D5 - gasontvang- en verdeelstations, cat. D
0
0
50C
50 R
50
3.1
35
E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:
35
E1 - stadsverwarming
30
10
100 C
50
100
3.2
35
E2 - blokverwarming
10
0
30 C
10
30
2
36
-
36
A0 Waterwinning-/bereiding bedrijven:
36
A1 - met chloorgas
50
0
50 C
1000 R
1000 D
5.3
WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
10
0
50 C
30
50
3.1
36
A2 - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling
36
B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:
36
B1 - < 1 MW
0
0
30 C
10
30
2
36
B2 - 1 - 15 MW
0
0
100 C
10
100
3.2
36
B3 - >= 15 MW
0
0
300 C
10
300
4.2
41, 42, 43
-
BOUWNIJVERHEID
41, 42, 43
0
Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m2
10
30
100
10
100
3.2
41, 42, 43
1
- bouwbedrijven algemeen: b.o <= 2.000 m2
10
30
50
10
50
3.1
41, 42, 43
2
Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m2
10
30
50
10
50
3.1
41, 42, 43
3
- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. < 1000 m2
0
10
30
10
30
2
45, 47
-
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS
451, 452, 454
Reparatie- en servicebedrijven van auto’s en 10 motorfietsen
0
30
10
30
2
451
Groothandel in vrachtauto's (incl. import en reparatie)
10
10
100
10
100
3.2
45204
A
Autoplaatwerkerijen
10
30
100
10
100
3.2
45204
B
Autobeklederijen
0
0
10
10
10
1
45204
C
Autospuitinrichtingen
50
30
30
30 R
50
3.1
Autowasserijen
10
0
30
0
30
2
45205 473
0
Benzineservicestations:
473
1
- met LPG > 1000 m3/jr
30
0
30
200 R
200
4.1
473
2
- met LPG < 1000 m3/jr
30
0
30
50 R
50
3.1
473
3
- zonder LPG
30
0
30
10
30
2
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
30 R
50
3.1
4621
0
Groothandel in akkerbouwproducten en veevoeders
30
4621
1
Groothandel in akkerbouwproducten en veevoeders met een verwerkingscapaciteit van 500 ton/uur of meer
100 100 300 Z
50 R
300
4.2
4622
Groothandel in bloemen en planten
10
10
30
0
30
2
4623
Groothandel in levende dieren
50
10
100 C
0
100
3.2
4624
Groothandel in huiden, vellen en leder
50
0
30
0
50
3.1
46217, 4631
Groothandel in ruwe tabak, groenten, fruit en 30 consumptie-aardappelen
10
30
50 R
50
3.1
4632, 4633
Groothandel in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsolieën
10
0
30
50 R
50
3.1
4634
Groothandel in dranken
0
0
30
0
30
2
4635
Groothandel in tabaksproducten
10
0
30
0
30
2
4636
Groothandel in suiker, chocolade en suikerwerk
10
10
30
0
30
2
4637
Groothandel in koffie, thee, cacao en specerijen
30
10
30
0
30
2
4638, 4639
Groothandel in overige voedings- en genotmiddelen
10
10
30
10
30
2
464, 46733
Groothandel in overige consumentenartikelen 10
10
30
10
30
2
10
0
30
10 V
30
2
10
0
30
50 V
50
3.1
10
0
30
500 V
500
5.1
30
50
46499
0
Groothandel in vuurwerk en munitie:
46499
1
46499
2
46499
3
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton - professioneel vuurwerk, netto expl.massa per bewaarplaats < 750 kg (en > 25 kg theatervuurwerk)
46499
4
professioneel vuurwerk, netto expl.massa per 10 bewaarplaats 750 kg tot 6 ton
0
30
1000 V
1000
5.3
46499
5
- munitie
0
0
30
30
30
2
46711
0
Groothandel in vaste brandstoffen:
46711
1
- klein, lokaal verzorgingsgebied
10
50
50
30
50
3.1
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
50
500 500 Z
100
500
5.1
46711
2
- kolenterminal, opslag opp. >= 2.000 m2
46712
0
Groothandel in vloeibare en gasvormige brandstoffen:
46712
1
- vloeistoffen, o.c. < 100.000 m3
50
0
50
200 R
200 D
4.1
46712
2
- vloeistoffen, o.c >= 100.000 m3
100 0
50
500 R
500 D
5.1
46712
3
- tot vloeistof verdichte gassen
50
0
50
300 R
300 D
4.2
Groothandel in minerale olieproducten (excl. brandstoffen)
100 0
30
50
100
3.2
46713 46721
0
Groothandel in metaalertsen:
46721
1
- opslag opp. < 2.000 m2
30
300 300
10
300
4.2
46721
2
- opslag opp. >= 2.000 m2
50
500 700 Z
10
700
5.2
Groothandel in metalen en -halffabrikaten
0
10
100
10
100
3.2
46722, 46723 4673
0
Groothandel in hout en bouwmaterialen:
4673
1
- algemeen: b.o. > 2.000 m2
0
10
50
10
50
3.1
4673
2
- algemeen: b.o. <= 2.000 m2
0
10
30
10
30
2
46735
4
zand en grind:
46735
5
- algemeen: b.o. > 200 m2
0
30
100
0
100
3.2
46735
6
- algemeen: b.o. <= 200 m2
0
10
30
0
30
2
4674
0
Groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:
4674
1
- algemeen: b.o. > 2.000 m2
0
0
50
10
50
3.1
4674
2
- algemeen: b.o. < = 2.000 m2
0
0
30
0
30
2
46751
Groothandel in chemische producten
50
10
30
100 R
100 D
3.2
46752
Groothandel in kunstmeststoffen
30
30
30
30 R
30
2
4676
Groothandel in overige intermediaire goederen
10
10
30
10
30
2
4677
0
Autosloperijen: b.o. > 1000 m2
10
30
100
30
100
3.2
4677
1
- autosloperijen: b.o. <= 1000 m2
10
10
50
10
50
3.1
4677
0
Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m2
10
30
100
10
100 D
3.2
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
10
10
50
10
50
3.1
4677
1
- overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m2
466
0
Groothandel in machines en apparaten:
466
1
- machines voor de bouwnijverheid
0
10
100
10
100
3.2
466
2
- overige
0
10
50
0
50
3.1
Overige groothandel (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.)
0
0
30
0
30
2
0
0
10
10
10
1
466, 469 47
-
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
952 49
REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN
-
VERVOER OVER LAND
491, 492 0
Spoorwegen:
494
0
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m2
0
0
100 C
30
100
3.2
494
1
- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. <= 1000 m2
0
0
50 C
30
50
3.1
Pomp- en compressorstations van pijpleidingen
0
0
30 C
10
30 D
2
495 52
-
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER
52242
0
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:
52242
1
- containers
0
10
300
50 R
300
4.2
52242
2
- stukgoederen
0
10
100
50 R
100 D
3.2
52242
3
30
200 300
30
300
4.2
52242
4
50
500 700 Z
50
700
5.2
52242
5
- ertsen, mineralen e.d., opslagopp. < 2.000 M2 - ertsen, mineralen e.d., opslagopp. >= 2.000 M2 - granen of meelsoorten, v.c. < 500 t/u
50
300 200
50 R
300
4.2
52242
6
- granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u
100 500 300 Z
100 R
500
5.1
52242
7
- steenkool, opslagopp. < 2.000 m2
50
300 300
50
300
4.2
52242
8
- steenkool, opslagopp. >= 2.000 m2
50
500 500 Z
100
500
5.1
52242
9
- olie, LPG, e.d.
100 0
50
700 R
700
5.2
52102, 52109
A
Distributiecentra, pak- en koelhuizen
30
50 C
50 R
50 D
3.1
10
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
52109
B
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
0
0
30 C
10
30
2
5221
2
Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)
10
0
100 C
30
100
3.2
53
-
POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten
0
0
30 C
0
30
2
0
0
10 C
0
10
1
531, 532 61
A
Telecommunicatiebedrijven
77
-
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN
7711
Personenautoverhuurbedrijven
10
0
30
10
30
2
7712, 7739
Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's)
10
0
50
10
50 D
3.1
773
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen
10
0
50
10
50 D
3.1
772
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
10
10
30
10
30 D
2
0
0
30 C
0
30
2
30
10
30
30 R
30
2
62
-
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE
58, 63
B
Datacentra
72
-
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
721
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
63, 69 t/m 71, 73, 74, 77, 78, 80 t/m 82
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
812
Reinigingsbedrijven voor gebouwen
50
10
30
30
50 D
3.1
74203
Foto- en filmontwikkelcentrales
10
0
30 C
10
30
2
37, 38, 39
-
3700
A0 RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks:
3700
A1 - < 100.000 i.e.
200 10
100 C
10
200
4.1
3700
A2 - 100.000 - 300.000 i.e.
300 10
200 CZ
10
300
4.2
3700
A3 - >= 300.000 i.e.
500 10
300 CZ
10
500
5.1
3700
B
rioolgemalen
30
0
10 C
0
30
2
381
A
Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d.
50
30
50
10
50
3.1
381
B
Gemeentewerven (afval-inzameldepots)
30
30
50
30 R
50
3.1
381
C
Vuiloverslagstations
200 200 300
30
300
4.2
382
A0 Afvalverwerkingsbedrijven:
382
A1 - mestverwerking/korrelfabrieken
500 10
100 C
10
500
5.1
382
A2 - kabelbranderijen
100 50
30
10
100
3.2
382
A3 - verwerking radio-actief afval
0
10
200 C
1500
1500
6
382
A4 - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen)
50
10
30
10
50
3.1
382
A5 - oplosmiddelterugwinning
100 0
10
30 R
100 D
3.2
382
A6 - afvalverbrandingsinrichtingen, thermisch vermogen > 75 MW
300 200 300 CZ
50
300 D
4.2
382
A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval
10
30 R
30
2
382
B
300 200 300
10
300
4.2
382
C0 Composteerbedrijven:
382
C1 - niet-belucht v.c. < 5.000 ton/jr
300 100 50
10
300
4.2
382
C2 - niet-belucht v.c. 5.000 tot 20.000 ton/jr
700 300 100
30
700
5.2
MILIEUDIENSTVERLENING
Vuilstortplaatsen
10
30
SBI-code Nr. Omschrijving
Categorie
Afstanden in meters geur stof geluid
gevaar
grootste afstand
382
C3 - belucht v.c. < 20.000 ton/jr
100 100 100
10
100
3.2
382
C4 - belucht v.c. > 20.000 ton/jr
200 200 100
30
200
4.1
382
C5 - GFT in gesloten gebouw
200 50
100
100 R
200
4.1
96
-
OVERIGE DIENSTVERLENING
96011
A
Wasserijen en strijkinrichtingen
30
0
50 C
30
50
3.1
96011
B
Tapijtreinigingsbedrijven
30
0
50
30
50
3.1
Chemische wasserijen en ververijen
30
0
30
30 R
30
2
Wasverzendinrichtingen
0
0
30
0
30
2
96012 96013
A
Bijlage 3 Lijst van horeca-activiteiten
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
31
Lijst van horeca-activiteiten Categorie
Omschrijving / Typologie
1.
Maaltijdverstrekkers:
2.
Horeca subcategorie
cafetaria, snackbar, automatieken
1a
lunchroom, ijssalons, kiosk
1a
pannenkoekenhuis, shoarmazaak, poffertjeszaak creperie
1a
restaurant
1b
Drankverstrekkers café, bar, nachtclub
2a
tearoom, koffiehuis
2b
3.
Multifunctioneel horecabedrijf
3
4.
Vermaak, ontspanning en discotheken
5.
6.
snooker- of biljartcentrum
4a
casino of amusementhal
4a
bowling- of kegelcentrum, lasergamecentrum
4a
bioscoop
4a
discotheek, dancing
4b
Logiesverstrekkend hotel
5
motel
5
pension
5
Ontmoetingscentra / Maatschappelijke instellingen
6
Bijlage 4 Nota parkeernormen 2024
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
33
GEMEENTEBLAD
Nr. 170379 15 april 2025
Officiële uitgave van de gemeente Eindhoven
Nota parkeernormen 2024 Nota parkeernormen 2024
1. Inleiding
In een grote stad als Eindhoven nemen mobiliteit en parkeren veel ruimte in beslag. Dagelijks verplaatsen inwoners en bezoekers zich via het uitgebreide netwerk van infrastructuur in de stad. En nadat iemand zijn of haar verplaatsing heeft gemaakt, heeft het gebruikte voertuig ook stilstaand nog een plek nodig. Met gemeentelijk mobiliteitsbeleid wordt dit zo veel mogelijk in goede banen geleid. Gezien de behoefte aan woningen en de werkgelegenheidsontwikkeling in de Brainportregio gaat de mobiliteitsvraag in de toekomst alleen nog maar verder toenemen. Eindhoven heeft te maken met een grote verdichtingsopgave en tegelijkertijd wordt geprobeerd om de stad goed bereikbaar te houden. Om te voorkomen dat de groei van de stad leidt tot problemen op het gebied van bereikbaarheid en leefbaarheid, is het nodig dat ook bij nieuwe initiatieven bijbehorende mobiliteit goed wordt georganiseerd. Het gaat daarbij niet alleen om parkeerplaatsen, maar ook om duurzame alternatieve vervoerswijzen zoals fietsen, het openbaar vervoer en deelmobiliteit. Om te waarborgen dat een ruimtelijk plan een goede mobiliteitsoplossing realiseert, hanteert de gemeente parkeernormen. Een plan moet in de basis voldoen aan de vereisten op het gebied van parkeren voor auto’s en fietsen om gerealiseerd te kunnen worden. De parkeernormen en de bijbehorende rekensystematiek zijn vastgelegd in deze nota.
1.1 Doelstelling parkeernormennota Welke mobiliteitsbehoefte een ruimtelijk plan exact met zich meebrengt, is per definitie onbekend. De eindgebruiker is er immers nog niet. Het plan moet evenwel voorzien in een adequate mobiliteitsoplossing. Om de mobiliteitsbehoefte wel zo goed mogelijk in te schatten worden parkeernormen gebruikt. Dit zijn theoretische normen die gestoeld zijn op de gemiddelde behoefte aan (fiets)parkeerplaatsen bij functies van gebouwen en voorzieningen in de Nederlandse praktijk, aangevuld met lokale gegevens. Door uit te gaan van deze normen zal de parkeer/mobiliteitsoplossing van een plan tegemoet komen aan de mobiliteitsvraag van dat plan. Het oorspronkelijke doel van parkeernormen is het voorkomen van parkeerproblemen als gevolg van nieuwbouwplannen. Een bouwplan mag niet leiden tot parkeeroverlast in de omgeving. Inmiddels is de parkeernormensystematiek ook gericht op minimalisatie van het autoverkeer dat een plan met zich meebrengt. Naast het voorkomen van parkeeroverlast is het doel van deze nota parkeernormen daarom ook plannen zo veel mogelijk te sturen op de gewenste mobiliteitstransitie in het belang van een bereikbare en leefbare stad.
De parkeernormen dragen hiermee bij aan de doelstellingen voor een autoluw centrum en aan de verdichtingsopgave in de hele stad en maken het daarom ook mogelijk om plannen in het centrum te realiseren zonder de aanleg van parkeerplaatsen (nulnorm) voor auto’s. De groei van de stad vereist efficiënt ruimtegebruik en slimme mobiliteit, waar met de parkeernormen zoveel mogelijk naartoe wordt gestreefd. 1.2 Scope De parkeernormering heeft betrekking op het parkeren van auto’s en fietsen. In de systematiek wordt ook ingezet op n ook duurzame alternatieve vervoerswijzen, zoals fietsen en openbaar vervoer (OV). Dit is onder meer uitgewerkt in de vorm de verplichte reductie bij Hoogwaardig OV en het stimuleren van deelmobiliteit en mobiliteitshubs. De parkeernormen en bijbehorende systematiek zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: De parkeernormen voor woningen zijn gebaseerd op het daadwerkelijke autobezit in Eindhoven • in 2022. De parkeernormen voor niet-woonfuncties hebben de meest recente CROW-parkeerkencijfers als basis. Er wordt gestreefd naar efficiënt ruimtegebruik. Onbenutte parkeercapaciteit mag worden aange• wend om de aanleg van nieuwe (extra) parkeerplaatsen te voorkomen. Parkeerregulering heeft een aanzienlijke invloed op parkeerbehoefte- en gedrag.
Het streven is • dat het gebied binnen de Ring van Eindhoven volledig betaald parkeren wordt, aangezien zowel de parkeer- als ruimtelijke druk op dit gebied het grootst is. Met name voor grootschalige ontwikkelingen is een adequate mix van parkeren en mobiliteits• diensten gewenst, zodat de mobiliteitsbehoefte optimaal en op een duurzame manier ingevuld kan worden. Het beleid is erop gericht in het centrumgebied geen nieuwe parkeerplaatsen voor auto’s toe te • voegen (“nulnorm”). Dit draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen voor een autoluw centrum dat primair het domein van de voetganger en fietser is. De mobiliteitsvoorzieningen zijn in het centrum optimaal met ook veel voorzieningen op loopafstand. Voor plannen binnen het centrum-
1
Gemeenteblad 2025 nr. 170379
15 april 2025
gebied is het alleen mogelijk voor de woonfunctie nog parkeerplaatsen te realiseren. De oplossing voor het bezoekersparkeren bestaat uit de bestaande parkings en in Park+Ride voorzieningen op afstand van het centrum. Buiten het centrum zijn de reductiemogelijkheden beperkter. Niet tot de scope behoort: Het parkeren van vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen. Dit behoort tot de bedrijfsvoering. De be• nodigde ruimte hiervoor moet zijn opgenomen in het bouwprogramma, wat op eigen terrein wordt gerealiseerd. Logistiek/laden en lossen. Met name in grotere plannen is logistiek een onderwerp waarin voorzien • moet worden, maar daar zijn in deze nota geen normen voor opgenomen. Uitgangspunt is dat logistiek op eigen terrein wordt georganiseerd. Luchthavenparkeren. Het parkeren van luchthavenpassagiers bij Eindhoven Airport is een speci• fieke vorm van parkeren waar de nota parkeernormen geen norm voor geeft. Voor airportparkeren wordt het kader gegeven door de Gebiedsvisie Eindhoven Airport District (november 2021) en zijn de parkeercijfers en prognoses van de luchthaven richtinggevend. 1.3 Samenhang met andere beleidskaders Parkeren is een onderdeel van het grotere beleidsveld mobiliteit. De doorvertaling van Eindhoven op weg (2013; actualisatie 2022) is neergelegd in het Masterplan Mobiliteit 2050 ‘Wij gaan vooruit’ Masterplan Mobiliteit.
Hierin zijn met de stad en stakeholders 7 dromen voor de mobiliteit van de toekomst uitgewerkt en vertaald naar richtinggevende keuzes en acties voor de komende jaren, met een doorkijk naar 2030. Het masterplan gaat uit van een versterkte inzet op een autoluw centrum met meer actieve vormen van mobiliteit (lopen en fietsen) en de verdere uitbouw van het fietsnetwerk en hoogwaardig openbaar vervoernetwerk, deelmobiliteit en hubs als integraal onderdeel van het mobiliteits-systeem voor de stad. Deze parkeernota sluit hierop aan. Andere relevante (sub)beleidsthema’s zijn: Omgevingsvisie • Ontwikkelperspectief Eindhoven • Aanwijs- en uitwerkingsbesluit parkeren • Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen • NEN-norm 2443 parkeren en stallen op terreinen en in garages De systematiek voor autoparkeren wordt toegelicht in hoofdstuk 2 (parkeerbehoefte) en 3 (parkeeroplossing). Hoofdstuk 4 gaat over het fietsparkeren. Het laatste hoofdstuk beschrijft de juridische aspecten aangaande de normering en bijbehorende rekensystematiek. In de bijlagen zijn de parkeernormen opgenomen en nadere informatie met betrekking tot de toepassing van de nota parkeernormen. De laatste bijlage (11) bevat het stappenplan van de systematiek van deze nota.
2. Van parkeernorm naar parkeereis
Functies/voorzieningen/activiteiten kennen een bepaalde parkeerbehoefte voor auto’s en voor fietsen. Afhankelijk van het type functie is deze behoefte voor zowel de auto als de fiets hoger of lager. Ook is deze per gebied anders. In centrumgebieden, die ontsloten worden door goede OV- en fietsvoorzieningen en een hogere mate van functiemenging is er minder behoefte aan autoparkeerplaatsen dan in meer monofunctionele gebieden met minder OV. In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe voor een planontwikkeling in Eindhoven de normatieve parkeerbehoefte voor auto’s wordt bepaald en hoe deze leidt tot de parkeereis die uiteindelijk wordt gesteld. 2.1 Parkeernormen als vertrekpunt Om vooraf een zo goed mogelijke inschatting te kunnen maken van de initiële, normatieve parkeerbehoefte worden parkeernormen gebruikt. Parkeernormen geven per eenheid functie of voorziening (bijvoorbeeld per 100 m2) de te verwachte parkeerbehoefte. In Eindhoven zijn de parkeernormen voor woningen gebaseerd op een analyse van het daadwerkelijke autobezit (onderzoek Goudappel Coffeng maart 2023). De parkeernormen voor niet-woonfuncties zijn gebaseerd op de meest recente parkeerkencijfers van CROW. Hierbij wordt geen bandbreedte gehanteerd; per functie geldt maar één norm.
Bij het berekenen van de parkeerbehoefte van een plan aan de hand van de normen (de normatieve parkeerbehoefte) wordt onderscheid gemaakt in drie gebiedsnormeringen: centrum, de schilwijken en het restgebied. De gebiedsindeling wordt weergegeven in bijlage 1. Hierin is de gebiedsontwikkeling Fellenoord als apart gebied weergegeven, omdat er (behalve voor het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte) voor de berekening en invulling van de parkeereis andere regels van toepassing zijn dan voor de rest van het gebied centrum.
2
Gemeenteblad 2025 nr. 170379
15 april 2025
De parkeernormen beschikken (vaak) over een bezoekersaandeel. Dit geeft het deel van de parkeernorm aan dat beschikbaar en toegankelijk moet zijn voor bezoekers van de functie. 2.2 Berekening normatieve parkeerbehoefte Bepalen normatieve parkeerbehoefte (stap 1) Bij elke planontwikkeling wordt eerst berekend welke normatieve parkeerbehoefte geldt. Per functie/voorziening/activiteit wordt het normatieve aantal parkeerplaatsen van het betreffende plan berekend op basis van de geldende normen per eenheid van de betreffende voorziening. De parkeernormen zijn opgenomen in bijlage 2. Dubbelgebruik en salderen (stap 2) Als binnen een ontwikkeling verschillende functies/voorzieningen/activiteiten worden gerealiseerd, is het mogelijk om bij berekening van de parkeerbehoefte rekening te houden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen, bijvoorbeeld overdag door werknemers en ’s avonds door bewoners. Hierdoor kan volstaan worden met minder parkeerplaatsen dan de som van de parkeernorm van de verschillende functies. Voorwaarde voor de dubbelgebruikscorrectie is dat de voor dubbelgebruik meegerekende parkeercapaciteit ook daadwerkelijk door de beoogde doelgroepen beschikbaar is en de parkeerplaatsen uitwisselbaar zijn. Dit is een punt van aandacht bij de eventuele afsluiting van parkeerfaciliteiten.
Als dat betekent dat de parkeerplaatsen niet door alle functies gebruikt kunnen worden, vervalt de mogelijkheid tot dubbelgebruik. Parkeerplaatsen die exclusief voor één functie/voorziening/activiteit worden bestemd/gereserveerd, bijvoorbeeld parkeerplaatsen voor bewoners op eigen terrein of parkeerplaatsen die worden verkocht of verhuurd aan specifieke gebruikers, moeten buiten het dubbelgebruik worden gehouden. Dubbelgebruik wordt berekend volgens de gangbare methodiek van CROW (Kenniscentrum voor Verkeer en Vervoer), gebruik makend van aanwezigheidspercentages zoals deze zijn opgenomen in bijlage 4. Met de aanwezigheidspercentages wordt per functie/voorziening/acti-viteit in tijd uitgezet wat de parkeerbehoefte per moment van de week is. Salderen De parkeernorm is gericht op de toekomstige parkeerbehoefte van plannen die nog gerealiseerd moeten worden. Als een plan in de plaats komt van een bestaande functie, is er al sprake van een bestaande parkeerbehoefte. In de berekening kan ook de parkeerbehoefte worden meegenomen van de bestaande functies/voorzieningen/activiteiten die komen te vervallen (bij verbouwing of sloop-nieuwbouw). Dit heet salderen. Het principe salderen geldt alleen als bestaande parkeerplaatsen opnieuw kunnen worden ingezet om de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s) op te lossen.
Bestaande parkeerplaatsen die bij een herontwikkeling komen te vervallen tellen dus niet mee. Salderen is niet verplicht. Het aantal te salderen parkeerplekken kan worden bepaald op basis van de actuele parkeernorm of worden vastgesteld aan de hand van gebruik in de praktijk. Hiervoor is dan een parkeeronderzoek vereist waarin de bezetting op verschillende momenten in beeld is gebracht. Het aantal parkeerplaatsen dat op het drukste moment bezet is, kan dan gesaldeerd worden. In de berekening van de parkeerbehoefte wordt het salderingsdeel afgetrokken. Als er in de bestaande situatie sprake is van parkeren in de openbare ruimte, mogen deze parkeerplaatsen ook in de nieuwe situatie weer worden ingezet tot het maximum volgens de norm of op basis van de parkeerbehoefte in de praktijk. Het is niet noodzakelijk deze parkeerbehoefte ook binnen het plan op te lossen, aangezien dat kan leiden tot overbodige capaciteit en een hogere druk op een plan. Saldering is evenwel niet verplicht. Het is een keuze om toch de gehele parkeerbehoefte in de bouwontwikkeling te faciliteren. Salderen is mogelijk tot een maximale termijn van vijf jaar. Als een gebouw of terrein meer dan vijf jaar ongebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn.
Tijdelijk gebruik ter overbrugging van een permanent gebruik wordt (als het niet langer dan vijf jaar heeft geduurd) buiten beschouwing gelaten. Op de berekende normatieve parkeerbehoefte inclusief eventueel dubbelgebruik en saldering zijn reducties mogelijk dan wel verplicht. Deze mobiliteitscorrectie leidt tot een lagere parkeereis. 2.3 Mobiliteitscorrectie HOV-correctie (stap 3a) De bereikbaarheid van een plan wordt onder andere bepaald door de aanwezigheid van OV. HOV betekent snel, hoogfrequent, betrouwbaar en comfortabel OV. In Eindhoven wordt dat naast de twee stations aangeboden op het HOV-netwerk waar de bus zoveel mogelijk over vrije infrastructuur beschikt en prioriteit bij verkeerslichten krijgt. Het centraal station is de multimodale knoop van de stad met frequente verbindingen naar treinstations in de regio en naar andere steden van het land. Op de overige HOV-haltes geldt een minimum frequentie overdag van 4x per uur. Het aandeel van het OV is hoger bij functies die nabij hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) liggen dan op locaties waar geen of beperkt OV aanwezig is. De aanwezigheid van HOV heeft daarom invloed op de behoefte aan parkeerruimte. Functies in de ruime omgeving van Eindhoven Centraal profiteren van de kwaliteit van het centraal station in de nabijheid.
Station Strijp-S en busstation WoensXL zijn de twee andere knooppunten in het OV-netwerk van Eindhoven met een kleiner invloedsgebied.
3
Gemeenteblad 2025 nr. 170379
15 april 2025
Eindhoven streeft er naar zo veel mogelijk te verdichten in de buurt van HOV-locaties. Op de verdichtingslocaties is de mobiliteitstransitie essentieel, waar ook een lagere parkeercapaciteit aan bijdraagt. Op grond hiervan is een HOV-correctie van toepassing. Deze is gekoppeld aan de ligging van een ontwikkeling in de buurt van het HOV-netwerk. De reducties zijn als volgt:
Een ontwikkelende partij hoeft geen maatregelen te nemen om in aanmerking te komen voor de reductie. De HOV-correctie is verplicht als een plan binnen de genoemde afstand wordt gerealiseerd. Inzet deel mobiliteit (stap 3b) De parkeerbehoefte kan ook lager worden als een plan voorziet in alternatief vervoer. Dit is geen verplichting maar beleidsmatig wenselijk, zeker in grotere (verdichtings)plannen. Een reductie is bij woonfuncties mogelijk op basis van de inzet van deelauto’s en/of de inrichting van een mobiliteitshub met meerdere vervoersopties binnen de acceptabele loopafstanden volgens bijlage 6. Deelauto Een deelauto is een auto die gebruikt wordt door meerdere gebruikers. Zo is het mogelijk over een auto te beschikken zonder er zelf een te bezitten. Het delen van een auto kan informeel gebeuren binnen de sociale kring, tussen particulieren (veelal via internetplatforms) en er zijn commerciële aanbieders van deelauto’s waar via een abonnement gebruik van gemaakt kan worden. Mobiliteitshub Een mobiliteitshub brengt mobiliteitsvormen samen op één plek. De hub moet verschillende soorten deelvervoer aanbieden zoals een elektrische fiets of een (elektrische) bakfiets. Het plan moet voorzien in de benodigde (stallings)ruimte voor het vervoeraanbod in de hub.
Een mobiliteitshub die naast minimaal één deelauto voorziet in een mix van in ieder geval deelfietsen, deelscooters en deelbakfietsen met minimaal 6 deeltweewielers, vervangt (bovenop de correctie voor de deelauto) maximaal 4 parkeerplaatsen met een maximum van 20% van de parkeerbehoefte. De hub moet op eigen terrein worden gesitueerd. Nieuwe mobiliteitsconcepten De markt voor mobiliteit is continu in beweging. Er komen nieuwe mobiliteitsdiensten op de markt en er worden nieuwe vervoersconcepten uitgeprobeerd, zoals free-floating deelauto’s. Dergelijke nieuwe mobiliteit kan ook invloed hebben op de behoefte aan parkeergelegenheid. Indien een planontwikkeling een slim mobiliteitsconcept heeft, dat onderbouwd effect heeft op de parkeerbehoefte, dan wordt de mogelijkheid geboden hier ook een mobiliteitscorrectie op toe te passen. In een mobiliteitsplan moet de nieuwe mobiliteitsdienst worden uitgewerkt. Of de correctie reëel is en wat de exacte reductie dan is, wordt bepaald door de gemeente (maatwerk). Reductiefactoren De inzet van deelmobiliteit leidt tot een lagere parkeerbehoefte. Een onderbouwing voor de reducties bij het toepassen van een deelauto is weergegeven in bijlage 8 en 9. De correctie voor de mobiliteitshub is gebaseerd op de mobiliteitshubs in een duurzame wijk in Eindhoven waar deze vorm van mobiliteit breed is ingevoerd.
Deze stap volgt na de reductie op basis van de aanwezigheid van HOV in de omgeving van het plan. De reductiefactoren zijn als volgt:
Buiten het centrum is toepassing van deze correctie beperkt tot een deel van de parkeereis ten einde zorg te dragen voor een passende mobiliteitsoplossing. Voorkomen moet worden dat de eindgebruikers bij onvoldoende belangstelling voor het deelvervoersaanbod alsnog in de omgeving parkeren. In de schilwijken en zeker in de rest van de stad zijn er minder of geen geschikte mogelijkheden om dit uitwijkgedrag te voorkomen. Op grond hiervan is de mobiliteitscorrectie hier ingeperkt tot de genoemde 40% in de schilwijk en 20% in het restgebied (waarbij afronden naar boven op basis van aantal deelauto’s is toegestaan).
4
Gemeenteblad 2025 nr. 170379
15 april 2025
Borging Voor deze mobiliteitscorrectie is borging van de alternatieve mobiliteitsdiensten een vereiste. Bij inzet van deelauto’s en/of mobiliteitshub is een mobiliteitsplan vereist waarin wordt onderbouwd hoe de mobiliteitsoplossing tot stand wordt gebracht en duurzaam beschikbaar blijft. Hierbij wordt ook een intentieverklaring van een aanbieder van deelmobiliteit verlangd. Binnen drie maanden na oplevering van het plan moeten de deelauto’s beschikbaar zijn. De ontwikkelende partij meldt dit aan de gemeente en moet verder bij de aanbieder van deelmobiliteit bedingen dat deze het gebruik ervan jaarlijks aan de gemeente rapporteert. 2.4 De parkeereis De normatieve parkeerbehoefte (stap 1), het eventueel toe te passen dubbelgebruik en salderen (stap 2), de verplichte HOV-reductie (stap 3a) en de facultatieve reductie van de inzet van deelmobiliteit (stap 3b) resulteert in de parkeereis.
3 Invullen parkeereis De parkeereis uit hoofdstuk 2 kan op verschillende manieren worden ingevuld. De gemeente Eindhoven streeft naar efficiënt ruimtegebruik door bestaande parkeercapaciteit beter te benutten. Het is daarom niet per se noodzakelijk (volledig) op eigen terrein in de parkeereis te voorzien. Er moet voldaan worden aan de parkeereis om het plan te mogen realiseren. Het is niet toegestaan om meer parkeerplaatsen dan de parkeereis te realiseren, behalve bij een parkeerfaciliteit op eigen terrein die (vrijwillig) ook een oplossing biedt voor een parkeervraagstuk in de omgeving. 3.1 Voldoen aan de parkeereis Alternatieve private parkeeroplossing (stap 4a) De parkeereis kan worden opgelost op een privaat terrein of in een private parkeervoorziening buiten de grenzen van het bouwplan. Aangetoond moet worden dat deze parkeerplaatsen ten behoeve van het betreffende bouwplan kunnen worden aangewend.
De externe parkeergelegenheid moet binnen acceptabele loopafstand van het plan (conform bijlage 6) zijn gelegen en de initiatiefnemer moet kunnen aantonen dat de parkeervoorziening langjarig beschikbaar is voor het plan door: een onderbouwing van het gebruik van de parkeerplaatsen aan te leveren en aan te tonen dat er • voldoende restcapaciteit beschikbaar is (parkeerbezetting); een overeenkomst te overleggen met daarop het overeengekomen gebruik van het aantal plaatsen • en de eventueel daarbij behorende voorwaarden. Deze overeenkomst moet zijn vastgelegd voor minimaal 10 jaar met een kettingbeding en boeteclausule voor eventuele rechtsopvolgers van de initiatiefnemer. Na afloop van de contractperiode moet in de parkeerbehoefte blijven worden voorzien. Een eventuele private parkeeroplossing op grotere afstand van het plan kan worden ingebracht als voorzien wordt in vervoer en het realistisch is dat deze oplossing gebruikt gaat worden (op basis van reistijd, parkeerregulering, parkeertarief e.d.), ter beoordeling aan de gemeente. Openbaar toegankelijke parkeervoorzieningen zoals parkeergarages/terreinen met een slagboom behoren ook tot deze oplossing.
Benutten restcapaciteit/openbare ruimte (stap 4b) Als er in de omgeving van een plan buiten het centrum ruimte is om de desbetreffende parkeerbehoefte geheel of gedeeltelijk op te vangen, dan wordt de mogelijkheid geboden om daar gebruik van maken. Dit draagt bij aan efficiënt ruimtegebruik doordat voorkomen wordt dat er nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd terwijl daar al ruimte voor is. Het gaat hierbij enkel om restcapaciteit in de openbare ruimte (op straat of openbaar parkeerterrein en niet om openbaar toegankelijke parkeervoorzieningen, zoals (commerciële) parkeergarages of andere parkeerfaciliteiten achter een slagboom). Of er voldoende restcapaciteit in de omgeving is om de extra parkeerbehoefte te kunnen faciliteren, wordt bepaald door de aanwezige parkeerdruk. De bezetting mag inclusief de parkeereis op het maatgevende moment niet hoger worden dan 90% binnen de acceptabele loopafstand van het plan (conform bijlage 6). Als grens wordt 90% gehanteerd om het zoeken naar een parkeerplaats in de omgeving binnen de perken te houden. Daarbij moet gekeken worden naar de beschikbare restcapaciteit op verschillende momenten, waaronder in ieder geval het maatgevende moment van het plan en het piekmoment van de parkeerdruk in de omgeving. De inzet van openbare parkeercapaciteit is niet onbeperkt mogelijk.
De ruimtelijke context van een plan en andere doeleinden voor de openbare ruimte kunnen, naast de bestaande parkeerdruk, van invloed zijn in hoeverre openbare capaciteit door een plan benut kan worden. Om te voorkomen dat een plan parkeren te veel afwentelt op de openbare ruimte, geldt het volgende:
5
Gemeenteblad 2025 nr. 170379
15 april 2025
•
•
•
In het centrum is het uitgangspunt dat de parkeerbehoefte in de openbaar toegankelijke parkeergarages wordt opgevangen, uitgezonderd desgewenst het bewonersdeel van de woonfuncties. Het is in het centrum niet mogelijk om parkeerplaatsen in de openbare ruimte voor nieuwe ontwikkelingen in te zetten. Buiten het centrum is het bij voldoende restcapaciteit mogelijk om 10 parkeerplaatsen in de openbare ruimte voor een plan in te zetten. Dit aantal kan opgehoogd worden met 20% van de parkeereis zolang de bezetting onder de 90% blijft (zowel op het maatgevende moment van het plan als op het piekmoment van de parkeerdruk in de omgeving) met een maximum van 25 parkeerplaatsen in totaal. Binnen het schilgebied kan het gehele bezoekersaandeel worden toebedeeld aan het openbare aanbod als daarvoor voldoende capaciteit (bezetting blijft onder de 90%) beschikbaar is met een maximum van 25 parkeerplaatsen. In de schil kan het bewonersdeel niet met deze stap worden opgelost in verband met de uitsluiting van (nieuw)bouwplannen voor een parkeervergunning van de gemeente.
Het is uiteindelijk aan de gemeente Eindhoven om aan te geven of de door de initiatiefnemer benoemde parkeerplaatsen geschikt en beschikbaar zijn om (een deel van) de parkeereis te faciliteren. De gemeente heeft daarbij altijd het recht om het toekennen van bestaande overcapaciteit op openbare parkeerplaatsen als oplossing geheel of gedeeltelijk te weigeren. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de relatie met andere (voorziene) planontwikkelingen, de ontwikkeling van het autobezit en de wens voor ontharding. Bij toepassing van deze stap moet onafhankelijk parkeeronderzoek door een deskundig bureau/adviseur worden uitgevoerd. De eisen waaraan een dergelijk parkeeronderzoek moet voldoen zijn opgenomen in bijlage 6. Indien een plan er op basis van dit onderzoek voor kiest gebruik te maken van bestaande capaciteit in de openbare ruimte in de omgeving van de ontwikkeling, moet dat deel van de parkeereis worden afgekocht met een financiële bijdrage aan het mobiliteitsfonds (zie bijlage 5). Woningbouwcorporaties worden vrijgesteld van de afkoopsom in deze stap. Deelauto’s in de openbare ruimte Deelauto’s kunnen ook in de openbare aanbod worden geplaatst. Voor deelauto’s met een vaste plek geldt een maximum van (parkeerplaatsen voor) twee deelauto’s in de openbare ruimte per project.
Deelauto’s in de openbare ruimte moeten door eenieder (met een deelautoabonnement) gebruikt kunnen worden. Een eventueel hoger aandeel deelauto’s in de openbare ruimte is mogelijk met zonefloating deelauto’s. Dit zijn deelauto’s die geen vaste parkeerplek hebben, maar altijd binnen een bepaalde zone geparkeerd moeten worden. Indien de ontwikkelaar hier gebruik van wenst te maken, dient de afspraak met de deelauto-aanbieder en de beoogde zone-vergunningsaanvraag toegelicht te worden in het mobiliteitsplan. Voor deelauto’s in het centrum is een afkoopbedrag van toepassing conform bijlage 5. Nieuwe parkeercapaciteit in de openbare ruimte Het faciliteren van nieuwe parkeerbehoefte als gevolg van een (bouw)plan is geen verant-woordelijkheid van de gemeente. De gemeente legt zelf ook geen nieuwe parkeercapaciteit aan. Wel kan sprake zijn van uitbreiding van het openbare parkeerareaal als gevolg van overdracht van de openbare ruimte rond nieuwbouw (inclusief parkeerplaatsen) aan de gemeente. Daarnaast kan de gemeente de aanleg van parkeerplaatsen in de openbare ruimte toestaan als betere invulling van het gebruik van bestaande openbare ruimte, bijvoorbeeld door parkeervakken aan te leggen ter vervanging van parkeren op de rijbaan.
In deze gevallen gaat het niet om benutting van bestaande parkeercapaciteit maar om nieuwe openbare plaatsen die binnen de projectgrens door het plan tot stand wordt gebracht. De afkoopbedragen zijn hierop niet van toepassing aangezien de parkeervoorziening in het plan wordt gerealiseerd. Een randvoorwaarde is dat de gemeente bereid is de parkeerplaatsen in beheer te nemen. Binnen het schilgebied zijn de mogelijkheden voor nieuwe parkeerplaatsen beperkt tot het bezoekersaandeel, aangezien bewoners niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. De gemeente maakt de (integrale) afweging of deze oplossing wordt toegestaan. Parkeeroplossing op eigen terrein (stap 5) De parkeereis (inclusief parkeerplaatsen voor deelauto’s) kan ook geheel of gedeeltelijk op eigen terrein worden opgelost. Hiertoe worden de benodigde parkeerplaatsen binnen de eigendomsgrenzen van het plan aangelegd die ook duurzaam voor de functie beschikbaar moeten blijven. Dat betekent dat deze parkeerplaatsen niet voor een ander doel of externe doelgroepen mogen worden gebruikt, behalve als dit leidt tot een betere benutting van parkeerruimte zonder dat de hoofdfunctie hierdoor benadeeld wordt (bijv. bewonersparkeren bij kantoor buiten werktijden). Als er parkeerplaatsen aan de gemeente worden overgedragen, is geen sprake van parkeren op eigen terrein maar van nieuwe openbare capaciteit.