Bijlage 3c - TAM-omgevingsplan Gendertoren - Regels
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
TAMomgevingsplan Gendertoren
April 2026
TAM-omgevingsplan Gendertoren
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
7
Artikel 1
Toepassingsbereik
7
Artikel 2
Begripsbepalingen
9
Artikel 3
Meet- en rekenbepalingen
15
Hoofdstuk 2 Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken, regels over gebruik
17
Artikel 4
Toepassingsbereik
17
Artikel 5
Gebruik in overeenstemming met aan locatie gegeven gebruiksdoel
19
Artikel 6
Ondergeschikte vormen van gebruik
21
Artikel 7
Vangnetbepaling strijdig gebruik
23
Artikel 8
Groen
25
Artikel 9
Wonen
27
Hoofdstuk 3 Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken
29
Artikel 10 erfbebouwing
Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, 29
Artikel 11
Parkeernormen voor auto's en fietsen
31
Artikel 12
Het realiseren van een gebouw met een geluidgevoelige functie
33
Hoofdstuk 4 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
35
Artikel 13
Toepassingsbereik
35
Artikel 14
Vergunningplicht bouwen, in stand houden en gebruiken bouwwerk
37
Artikel 15
Beoordelingsregels, vergunningvoorschriften en aanvraagvereisten
39
Artikel 16 Algemene mogelijkheid om bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit af te wijken van ruimtelijke regels over bouwwerken
43
Hoofdstuk 5 Ruimtelijke regels over bouwwerken
45
Artikel 17
Toepassingsbereik
45
Artikel 18
Vangnetbepaling ruimtelijke regels bouwwerken
47
Artikel 19
Gebruik van bouwwerken
49
Artikel 20
Gebouwen
51
Artikel 21
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
53
Hoofdstuk 6 Aanlegactiviteiten
55
Artikel 22
55
Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'beschermingszone archeologie'
Hoofdstuk 7 Algemene regels
57
Artikel 23
Anti-dubbeltelbepaling
57
Hoofdstuk 8 Overgangsregels
59
Artikel 24
59
2
Overgangsrecht
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Regels
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Algemene bepalingen
Toepassingsbereik
Onderdeel omgevingsplan Eindhoven
Dit TAM-omgevingsplan Gendertoren is onderdeel van het omgevingsplan Eindhoven. 1.2
Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in lid 1.4. 1.3
Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan. 1.4
Verwijzing naar verbeelding
De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Gendertoren, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0772.010Gendertoren-0301.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
7
8
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 2 2.1
Begripsbepalingen
Van toepassing verklaring
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij artikel 2.3 tot en met 2.45 een afwijkende begripsomschrijving bevat. 2.2
Aanvullende begrippen
In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit TAM-omgevingsplan de begrippen als bedoeld in artikel 2.3 tot en met 2.45 gehanteerd. 2.3
plan
het omgevingsplan van de gemeente Eindhoven. 2.4
bedrijf aan huis
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend (niet zijnde prostitutie). 2.5
Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing
Beleidsregels over kamerbewoning en woningsplitsing, gepubliceerd op 14 mei 2021 en in werking getreden op 15 mei 2021. 2.6
Beleidsregels kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen
Bij collegebesluit van 20 april 2021 vastgestelde nadere regels ter uitwerking van de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019). 2.7
beroep aan huis
een vrij beroep, dat in of bij een woongebouw wordt uitgeoefend, waarbij het woongebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Bijvoorbeeld gastouderopvang; detailhandel via internet zonder opslag en/of verkoop aan huis; of het enkel uitoefenen van een administratie ten behoeve van een bedrijf. 2.8
Besluit activiteiten leefomgeving
Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten die in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht. 2.9
Besluit kwaliteit leefomgeving
Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden, met inbegrip van wijzigingen die nadien zijn aangebracht. 2.10
Besluit bouwwerken leefomgeving
Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
9
2.11
bestaand
bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het wijzigingsbesluit, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit. 2.12
bevoegd gezag
het college van burgemeester en wethouders, tenzij op grond van of krachtens de Omgevingswet een ander bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen. 2.13
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 2.14
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 2.15
buitenplanse omgevingsvergunning
omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet. 2.16
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 2.17
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum, internetwinkel/webwinkel, afhaalpunten en supermarkt. 2.18
dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen kapperszaken, belwinkels, internetcafé, schoonheidsinstituten, fotostudio´s en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 2.19
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. 2.20
garagebox
gebouwen voor de stalling van auto´s en andere voertuigen. 2.21
gedeeltelijk geluidluwe gevel
een deel van een gevel (geveldeel) dat niet rechtstreeks wordt belast met een geluidniveau boven de standaardwaarde. 2.22
huishouden
een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen waarvan er ten minste één meerderjarig is, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. 10
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
2.23
internetwinkel
Internetwinkels worden aangemerkt als een specifieke vorm van detailhandel waarbij: de transactie via internet of andere media tot stand komt, en; de goederen ter plaatse kunnen worden afgehaald; en/of de goederen ter plaatse kunnen worden afgerekend; en/of de goederen ter plaatse kunnen worden bekeken of geprobeerd. 2.24
inwoning
a. woonvorm, waarbij de volledig eigenaar/volledig eigenaren van de woning die gedurende de inwoning door hem/hen en eventueel zijn/hun gezin ten minste één jaar in ongewijzigde samenstelling (behoudens naar algemene maatstaven passende wijzigingen) wordt bewoond, in die woning één (of meerdere) kamer(s) in gebruik geeft/geven aan maximaal één persoon en maximaal twee minderjarige kinderen van die persoon; b. woonvorm, waarbij de hoofdhuurder van de woning van een woningcorporatie die gedurende de inwoning door hem en eventueel zijn gezin ten minste één jaar in ongewijzigde samenstelling (behoudens naar algemene maatstaven passende wijzigingen) wordt bewoond, in die woning één (of meer) kamer(s) in gebruik geeft aan maximaal één persoon en maximaal twee minderjarige kinderen van die persoon. 2.25
kamerbewoning
woonvorm - niet zijnde inwoning in de zin van artikel 2.24 - waarbij sprake is van woonruimte die bestaat uit één of meer verblijfsruimten, die geen eigen afzonderlijke toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche/bad en/of toilet) buiten die onzelfstandige woonruimte, met dien verstande dat hieronder niet wordt verstaan maatschappelijke voorzieningen in de vorm van beschermd en/of verzorgd wonen. De huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren wordt niet als kamerbewoning aangemerkt. 2.26
kunstwerk
bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. 2.27
lijst van bedrijfsactiviteiten
de bedrijvenlijst ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering van de VNG en opgenomen in Bijlage 2 bij deze regels. 2.28
Nota parkeernormen 2024
Nota parkeernormen 2024, d.d. 15 april 2025 gepubliceerd op 15 april 2025 en in werking getreden op 16 april 2025. 2.29
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d. 2.30
omgevingsplanactiviteit bouwwerken
omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. 2.31
Omgevingsregeling
Regeling van 11 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, met inbegrip van wijzigingen die nadien zijn aangebracht.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
11
2.32
omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken
omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 5.8 van dit TAM-omgevingsplan. 2.33
onzelfstandige woonruimte
woonruimte (kamer) in een (deel van een) gebouw, die door de aard van de inrichting en het gebruik het privédomein van de bewoner is, die (mede) is aangewezen op het gebruik van gezamenlijke wezenlijke voorzieningen elders in dat (deel van het) gebouw. 2.34
peil
hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 2.35
prostitutiebedrijf
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin tegen vergoeding seksuele handelingen worden verricht. 2.36
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 2.37
tuincentrum
een kwekerij en/of een verkoopplaats waar artikelen voor verwerking/gebruik in tuin en huis, daaronder ook begrepen dierbenodigdheden voor huisdieren, direct aan particulieren ter verkoop worden aangeboden, van welke verkoopplaats een koffiehoek deel kan uitmaken ter ondersteuning van de tuincentrumfunctie. 2.38
verkoopvloeroppervlakte
de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel. 2.39
voorgevel
de naar de weg of aan het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 2.40
voorgevelrooilijn
De denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen. 2.41
water
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 2.42
waterberging
voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk. 12
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
2.43
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.). 2.44
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel voor de huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren. Een woonwagen wordt niet tot een woning gerekend. 2.45
woongebouw
een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
13
14
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 3 3.1
Meet- en rekenbepalingen
Algemeen
De meet- en rekenbepalingen bedoeld in artikel 1.8 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in artikel 3.2 tot en met artikel 3.9. 3.2
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.3
bebouwingspercentage
een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 3.4
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.5
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.6
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.7
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.8
hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 3.9
Ondergeschikte bouwdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, ventilatiekanalen, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken e.d. buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 1 m bedraagt. 3.10
Bruto-vloeroppervlakte
Op het bepalen van de bruto-vloeroppervlakte is NEN 2580 van toepassing. 3.11
Norm op locatie
Als in een regel een norm is gegeven die geldt ter plaatse van een locatie, geldt de betreffende norm per afzonderlijke locatie.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
15
16
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2 Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken, regels over gebruik
Artikel 4
Toepassingsbereik
1. Dit hoofdstuk heeft betrekking op het gebruiksdoel en het gebruik van gronden en bouwwerken.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
17
18
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 5 Gebruik in overeenstemming met aan locatie gegeven gebruiksdoel Tot een gebruik dat in overeenstemming is met een aan een locatie gegeven gebruiksdoel behoren in elk geval het inrichten en/of gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. b. c. d. e. f.
erven en terreinen; wegen en paden; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
19
20
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 6
Ondergeschikte vormen van gebruik
Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Gendertoren.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
21
22
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 7
Vangnetbepaling strijdig gebruik
1. Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in hoofdstuk 2 van dit TAM-omgevingsplan aan een locatie gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3 van dit TAM-omgevingsplan. 2. In afwijking van het eerste lid is het ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming en de daarop betrekking hebbende regels over gebruik, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3, voor zover die van toepassing zijn. 3. In afwijking van het eerste lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3, voor zover die van toepassing zijn. 4.
In aanvulling op het tweede lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, zonder dat daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
23
24
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 8 8.1
Groen
Toepassingsbereik
1. Dit artikel is van toepassing op 'groengebied'. 2. Ter plaatse van 'groen' mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. tuinen; e. speelvoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen (waterpartijen en waterberging); g. beheer en/of zuivering van oppervlakte- en rioolwater; h. kunstobjecten; met daarbij behorende: i. verhardingen; j. ondergrondse parkeervoorzieningen; k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen kunstwerken, bruggen, dammen en/of duikers. 8.2
Specifieke regels over gebruik
1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken voor: a. het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op het gebruiksdoel gerichte gebruik van de grond; b. lawaaisporten; c. kamperen.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
25
26
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 9 9.1
Wonen
Toepassingsbereik
a. Dit artikel is van toepassing op 'wonen'. b. De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor: 1. wonen in een woongebouw, waarbij inwoning is toegestaan, maar hieronder niet begrepen bewoning van woonwagens of woonschepen; 2. parkeren ten behoeve van wonen in een woongebouw. c. Een ander gebruik van een woongebouw, of van bij een woongebouw behorende opstallen, dan voor wonen, is uitsluitend toegestaan voor zover dit in deze paragraaf is aangegeven en met inachtneming van de daarvoor geldende regels. 9.2
Omvang en situering wonen
a. Ter plaatse van de aanduiding 'aantal woningen' is het maximum aantal woningen de daar bepaalde waarde. 9.3
Specifieke regels over gebruik
a. Het is verboden een bij een woongebouw behorend bijgebouw en/of garagebox te gebruiken voor zelfstandige woonruimte. b. Het is verboden een woongebouw en bijbehorend erf te gebruiken ten behoeve van een seksinrichting. c. Het is verboden het woongebouw en bijbehorend erf in gebruik te nemen als niet is aangetoond dat de bodem ter plaatse gesaneerd is en geschikt is gemaakt voor het beoogde gebruiksdoel. Dit ter beoordeling door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en in overeenstemming met hetgeen is geconcludeerd in de volgende onderzoeken: 1. Bijlage 3 Nader bodemonderzoek Maria van Bourgondiëlaan Eindhoven, Sweco, kenmerk 25689.003, d.d. 14 april 2025; 2. Bijlage 4 Rapport aanvullend nader bodemonderzoek Maria van Bourgondiëlaan (ong.) Eindhoven, Sweco, kenmerk 51030357, d.d. 10 juni 2025.
9.4
Omgevingsplanactiviteit beroep of bedrijf aan huis
9.4.1
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een gedeelte van de woning te gebruiken voor een bedrijf aan huis; b. een gedeelte van een woning te gebruiken voor een beroep aan huis. 9.4.2
Uitzondering verbod
Het verbod zoals opgenomen in artikel 9.4.1 sub a, geldt niet voor het gebruik van een gedeelte van een woning voor een beroep aan huis tot een vloeroppervlakte van maximaal 50 m².
9.4.3
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 3.4.25 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
9.4.4
Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.4.1 wordt alleen verleend als: a. het bedrijf aan huis een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 30 m² heeft; vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
27
b. het beroep aan huis een vloeroppervlakte van maximaal 75 m² heeft; c. de totale oppervlakte voor een bedrijf aan huis en een beroep aan huis gezamenlijk niet meer dan 75 m² bedraagt; d. de verkeersaantrekkende werking niet zodanig is, dat ten gevolge daarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen op de openbare weg, noodzakelijk worden; e. het niet betreft detailhandel met uitzondering van detailhandel in ter plaatse vervaardigde en/of bewerkte producten; f. het niet betreft de vervaardiging van voedsel; g. deze activiteiten door ten hoogste twee personen worden uitgeoefend, waarvan minstens één persoon woonachtig in het betreffende pand; voor kapsalons geldt dat deze activiteit door maximaal één persoon, die tevens in het pand woonachtig is, mag worden uitgeoefend; de bedrijfsactiviteiten vallen onder de in Bijlage 2 opgenomen activiteiten betreft die niet in deze lijst zijn opgenomen maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten als genoemd in deze lijst; h. dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen betreffen die niet vallen onder de sub h genoemde lijst, maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder sub h. 9.5
Kamerbewoning en woningsplitsing
9.5.1
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een woning om te zetten naar kamerbewoning; b. een woning en/of kamersgewijs bewoonde woning te wijzigen naar twee of meer woningen; c. een als woning, dan wel tot woongebouw bestemde woning, die legaal in gebruik is voor een andere functie dan wonen, te wijzigen naar twee of meer woningen. 9.5.2
Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 3.4.25 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
9.5.3
Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5.1 sub a, wordt alleen verleend als de verkamering of splitsing niet leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat ter plaatse van en in de omgeving van het betreffende gebouw. Of sprake is van een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de hand van de 'Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing Eindhoven 2021', met dien verstande dat, indien deze beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels gelden.
28
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken
Artikel 10 Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, erfbebouwing 10.1
Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, erfbebouwing
1. Het gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf is in overeenstemming met een in Hoofdstuk 2 aan een locatie gegeven gebruiksdoel. 2. Onder het gebruik van een bij een hoofdgebouw behorend erf dat in overeenstemming is met een in Hoofdstuk 2 aan een locatie gegeven gebruiksdoel wordt verstaan een inrichting en gebruik op een wijze die naar algemene maatstaven als een normale inrichting en gebruik van het bijbehorende erf wordt beschouwd.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
29
30
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 11 11.1
Parkeernormen voor auto's en fietsen
Toepassingsbereik
Deze paragraaf is van toepassing op het aantal parkeerplaatsen voor auto's en fietsen dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken gerealiseerd en in stand gehouden moet worden. 11.2
Parkeernormen
Voor de toepassing van deze paragraaf gelden de parkeernormen volgens de beleidsregel Nota parkeernormen 2024, d.d. 15 april 2025 of diens rechtsopvolger. 11.3
Regels bij het binnenplans wijzigen van bestaand gebruik
In aanvulling op het bepaalde in Artikel 7 is het verboden om de gebruiksactiviteit van gronden en/of gebouwen te wijzigen in een andere gebruiksactiviteit, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, een en ander volgens de beleidsregel Nota parkeernormen 2024, d.d. 15 april 2025. 11.4
Maatwerkvoorschrift bij wijzigen bestaand gebruik
1. Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen waarmee kan worden afgeweken van artikel 11.3, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. sprake is van bijzondere gebieden of bijzondere situaties; en b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of fysieke leefomgeving. 2. Een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid kan inhouden een voorschrift met betrekking tot het behoud van een passend aantal parkeerplaatsen. 3. Bij het verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: a. het planologisch gebruik dat plaatsvindt en de omvang daarvan, en het aantal parkeerplaatsen dat daarbij op eigen terrein aanwezig is; b. een omschrijving van de beoogde wijziging waarop verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift betrekking heeft; en c. een motivering van het verzoek.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
31
32
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 12 functie 12.1
Het realiseren van een gebouw met een geluidgevoelige
Gezamenlijk geluid
Ter plaatse van 'gezamenlijk geluid' geldt dat het gezamenlijk geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw vanwege gemeentewegen en hoofdspoorwegen ten hoogste 58 dB Lden bedraagt. 12.2
Geluidluwe gevel
a. Elke woning dient te beschikken over een geluidluwe gevel. b. De gevel is geluidluw als voldaan wordt aan de standaardwaarde vanwege de geluidbronsoort gemeentewegen en hoofdspoorwegen tegelijkertijd.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
33
34
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4 bouwwerken
Artikel 13
Activiteiten met betrekking tot
Toepassingsbereik
Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van: a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken; b. een omgevingsplanactiviteit slopen.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
35
36
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 14 Vergunningplicht bouwen, in stand houden en gebruiken bouwwerk 14.1
Vergunningplicht bouwwerken
Voor bouwactiviteiten zoals opgenomen in het omgevingsplan geldt een vergunningplicht zoals opgenomen in artikel 5.8. 14.2
Algemene beoordelingsregel
De omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels over het verlenen van de omgevingsvergunning die in Artikel 15 en Hoofdstuk 5 zijn gesteld.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
37
38
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 15 Beoordelingsregels, vergunningvoorschriften en aanvraagvereisten 15.1
Toepassingsbereik
De in dit artikel opgenomen beoordelingsregels gelden in aanvulling op paragraaf 5.2.4 van dit omgevingsplan op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in afdeling 5.2 van dit omgevingsplan. 15.2
Ruimtelijke kwaliteit
1.
De omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.
3.
Of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
4.
Voor zover nog geen beleidsregels als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet zijn vastgesteld, wordt de vraag of sprake is van strijd met de goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het eerste lid beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
15.3
Parkeernormering auto's en fietsen
15.3.1 Beoordelingsregel parkeerplaatsen a. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat aan de hand van de beleidsregeling Nota parkeernormen 2024, d.d. 15 april 2025 en de Beleidsregels kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen wordt bepaald of hieraan voldaan is. b. Als de onder sub a genoemde beleidsregelingen worden gewijzigd, wordt aan de hand van de nieuwe beleidsregeling(en) bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 15.3.2 Met vergunningvoorschrift afwijken van de parkeernormen Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken kunnen voorschriften worden verbonden waarmee kan worden afgeweken van lid 15.3.1 indien naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. sprake is van bijzondere gebieden of bijzondere situaties; en b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of ruimtelijke situatie. 15.3.3 Maatwerkvoorschrift maatvoering (fiets) parkeervoorzieningen Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over de maatvoering van de parkeervoorzieningen, zoalsbedoeld in lid 15.3.1 onder a, indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
39
15.3.4 Aanvraagvereisten beoordeling normering auto's en fietsen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken worden gegevens en bescheiden verstrekt over de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein. 15.4
Groen en waterberging
1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat dat wordt voorzien in voldoende groenopgave, en indien van toepassing compensatie bestaand groen, en waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid. Aan de hand van de ‘Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven’ wordt bepaald of hieraan voldaan is. 2. Als de onder het eerste lid bedoelde beleidsregeling wordt gewijzigd, wordt aan de hand van de nieuwe beleidsregeling bepaald of sprake is van voldoende groenopgave, en indien van toepassing compensatie bestaand groen, en waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid.
15.5
Windklimaat
15.5.1 Beoordelingsregel windhinder a. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als wordt voorzien in een acceptabel windklimaat, overeenkomstig de beleidsregel 'gemeentelijke normen windhinder'. b. Als de onder sub a genoemde beleidsregel wordt gewijzigd, wordt aan de hand van de nieuwe beleidsregel(s) bepaald of sprake is van een acceptabel windklimaat. 15.5.2 Instandhouding acceptabel windklimaat De eventueel te treffen maatregelen om tot een acceptabel windklimaat te komen dienen in stand gehouden te worden. 15.6
Bodemgeschiktheid
Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als op basis van een onderzoek van een ter zake deskundige vaststaat dat de bodem geschikt is, dan wel geschikt kan worden gemaakt voor de beoogde functie(s).
15.7
Archeologische (verwachtings-)waarde categorie 3
15.7.1 Toepassingsbereik Deze subsubparagraaf is alleen van toepassing voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen in 'categorie 3: terrein van archeologische verwachtingswaarde'.
15.7.2 Beoordelingsregels 1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt uitsluitend verleend als: a. het gaat om gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; b. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd; en c. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder b, is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk als het gaat om: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 50 m2 van de grond wordt geroerd; of 40
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 50 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 15.7.3 Vergunningvoorschriften 1. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken de volgende regels verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); en/of b. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. 15.7.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt een archeologisch rapport verstrekt dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd door middel van planaanpassing (behoud in situ) of door middel van opgraving (behoud ex situ); b.
de (te verwachten) archeologische waarden door de verstoring naar oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad; of c. naar oordeel van het bevoegd gezag geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
41
42
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 16 Algemene mogelijkheid om bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit af te wijken van ruimtelijke regels over bouwwerken 16.1
Gevallen waarin kan worden afgeweken van de regels
Als een omgevingsplanactiviteit bouwwerken in strijd is met de ruimtelijke regels, bedoeld in Artikel 18, kan de omgevingsvergunning in afwijking van artikel 22.29, eerste lid van het omgevingsplan, toch worden verleend als de omgevingsplanactiviteit bouwwerken betrekking heeft op: a. een bouwwerk, bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor zover dat vanwege artikel 2.30 van het Besluit bouwwerken leefomgeving niet vergunningvrij is toegestaan; b. een bouwwerk dat is uitgezonderd van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 22.27 van het omgevingsplan, voor zover daarop vanwege artikel 22.28 of artikel 5.16 van het omgevingsplan, toch de vergunningplicht uit artikel 14.1, van toepassing is; c. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan binnen de bebouwde kom; d. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2.29, onderp sub 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, dat niet voldoet aan de in dat artikel genoemde eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 5 meter, en; 2. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; e. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 10 m, en; 2. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; f.
een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; g. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; h. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; i. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages, (dak)hellingen tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen, percentages en (dak)hellingen; j. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot 10 m, met dien verstande dat de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen 2 m is; k. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten 20 m is; l. de overschrijding van het bouwvlak met maximaal 40 cm ten behoeve van gevelisolatie om energie te besparen; m. de realisatie van bouwwerken ten behoeve van het opwekken van duurzame energie en toestaan dat de maximum oppervlakte wordt vergroot tot maximaal 100 m. 16.2
Beoordelingsregels
1. Aan artikel 16.1 wordt alleen toepassing gegeven als: a. de activiteit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat; b. door de activiteit de stedenbouwkundige kwaliteit van de locatie en de omgeving daarvan niet onevenredig worden aangetast; c. door de activiteit de beeldkwaliteit van de locatie en de omgeving daarvan niet onevenredig worden aangetast; d. het belang van het behoud van cultureel erfgoed zich daartegen niet verzet; e. het gebruik van het te bouwen bouwwerk in overeenstemming is met Artikel 7; f. het aantal woningen niet toeneemt ten opzichte van het maximum aantal dat in het vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
43
omgevingsplan is bepaald of, wanneer er geen maximum is bepaald, is het toevoegen van woningen niet toegestaan, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg; g. voldaan wordt aan de beoordelingsregels zoals opgenomen in artikel 15. 2. Aan artikel 16.1 aanhef en onder c, wordt geen toepassing gegeven als sprake is van strijd met een instructieregel, zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, of in de provinciale omgevingsverordening. 16.3
Voorschriften
Bij toepassing van artikel 16.1 kunnen aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken met het oog op de bescherming van de in artikel 16.2 bedoelde belangen voorschriften worden verbonden. 16.4
Aanvraagvereisten
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken dat slechts vergund kan worden met toepassing van artikel 16.1, worden die gegevens verstrekt die naar het oordeel vanhet bevoegd gezag nodig zijn om de beoordeling, bedoeld in artikel 16.2, te kunnen doen.
44
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 5
Artikel 17
Ruimtelijke regels over bouwwerken
Toepassingsbereik
Dit hoofdstuk is van toepassing op de omgevingsplanactiviteit bouwwerken en bevat regels over bouwwerken.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
45
46
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 18
Vangnetbepaling ruimtelijke regels bouwwerken
Het is verboden een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in dit hoofdstuk opgenomen ruimtelijke regels over bouwwerken.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
47
48
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 19
Gebruik van bouwwerken
Bouwwerken mogen uitsluitend worden gebruikt op een wijze die in overeenstemming is met: a. een ter plaatse geldend gebruiksdoel als bedoeld in Artikel 7; b. een verleende buitenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit om af te wijken van de regels over gebruik; c. een verleende omgevingsvergunning om af te wijken, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
49
50
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 20 20.1
Gebouwen
Waar zijn gebouwen toegestaan
Een gebouw is, tenzij in dit omgevingsplan anders bepaald, uitsluitend toegestaan ter plaatse van een bouwvlak. 20.2
Bouwhoogte gebouwen
1. Ter plaatse van 'maximum bouwhoogte' is de maximum bouwhoogte van een gebouw in meters de daar bepaalde waarde. 2. In afwijking van het gestelde onder 1, mag de maximum bouwhoogte met 1 m worden overschreden ten behoeve van het verhogen van de gevel van een gebouw met de daarbij behorende bouwconstructie. 20.3
Gebouwen voor het opwekken van duurzame energie
1. Gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie zijn binnen enbuiten het bouwvlak toegestaan. 2. De maximale bouwhoogte bedraagt 3 m. 3. De maximale oppervlakte bedraagt 15 m.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
51
52
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Artikel 21 21.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
1. Tenzij elders anders is bepaald, bedraagt de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 5 meter. 2. Voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde in het eerste lid, gelden die maten als maximum. 21.2
Erf- en terreinafscheidingen
1. Tenzij elders anders is bepaald, bedraagt de maximum hoogte van een erf- en terreinafscheiding: a. 2 m, voor zover gelegen achter de voorgevelrooilijn; b. 1 m, voor zover gelegen voor de voorgevelrooilijn. 2. Voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde in het eerste lid, gelden die maten als maximum. 21.3
Lichtmasten
1. Lichtmasten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van Groen en Wonen 2. De maximum bouwhoogte van een lichtmast bedraagt 10 m.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
53
54
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6
Aanlegactiviteiten
Artikel 22 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'beschermingszone archeologie' 22.1
Toepassingsbereik en oogmerk
1. Deze afdeling is van toepassing op een aanlegactiviteit, voor zover die bestaat uit het verstoren van de bodem door: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verbandhoudende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen. 2. Deze afdeling geldt ter plaatse van 'beschermingszone archeologie'; 3. De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het tegengaan van het ontstaan of kunnen ontstaan van een onevenredige aantasting van de archeologische waarden. 22.2
Vergunningplicht aanlegactiviteiten
Ter plaatse van 'beschermingszone archeologie' is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit archeologische beschermingszone te verrichten. 22.3
Uitzonderingen op de vergunningplicht
1. Het verbod bedoeld in artikel 22.2 geldt niet als de bedoelde activiteiten: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit regelonderdeel. 2. Het verbod bedoeld in artikel 22.2 geldt niet als de daar bedoelde activiteiten plaatsvinden ter plaatse van 'beschermingszone archeologie' en het oppervlak van de bodemverstoring niet groter is dan is aangegeven in tabel 22.1 bij de ter plaatse geldende archeologische verwachtingswaarde. 3. Het verbod bedoeld in artikel 22.2 geldt niet als de daar bedoelde activiteiten plaatsvinden ter plaatse van 'beschermingszone archeologie' en de bodemverstoring niet dieper gaat dan is aangegeven in tabel 22.1 bij de ter plaatse geldende archeologische verwachtingswaarde.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
55
Tabel 22.1 Archeologische verwachting 22.4
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologische beschermingszone wordt verleend als: a. archeologisch onderzoek is uitgevoerd; en b. uit het onderzoek blijkt dat door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan. 22.5
Aanvraagvereisten
gereserveerd 22.6
Advies gemeentelijk adviseur archeologie
Voordat wordt besloten over een aanvraag omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologische beschermingszone, wordt advies gevraagd bij de gemeentelijk adviseur archeologie. 22.7
Vergunningvoorschriften
Als het uitvoeren van de aanlegactiviteit archeologische beschermingszone waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; b. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen.
56
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 7
Artikel 23
Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
57
58
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 8
Artikel 24 24.1
Overgangsregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 24.2
Afwijken
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 24.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 24.1 met maximaal 10%. 24.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 24.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 24.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 24.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 24.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 24.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 24.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
59