CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3c - TAM-omgevingsplan Doorstroming HOV4 - Regels

Raadsvergadering 16 juni 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling wijzigingsbesluit TAM omgevingsplan HOV412.386 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

158 alinea's met “omgevingsplan”: 4 80 83 97 144 148 150 153 158 159 160 162 163 165 166 169 173 175 177 196 214 224 232 233 234 235 236 237 240 241 242 243 250 253 257 276 279 283 284 287 …

Vastgesteld bestemmingsplan

TAMomgevingsplan Doorstroming EindhovenVeldhoven (HOV4)

April 2026

TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven (HOV4)

Inhoudsopgave Regels

5

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

7

Artikel 1

Toepassingsbereik

7

Artikel 2

Begripsbepalingen

9

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

13

Hoofdstuk 2 Vanwege instructieregels aangewezen gebieden en locaties

15

Artikel 4

Instructieregel van het Rijk

15

Artikel 5

Instructieregel van de provincie Noord-Brabant

17

Hoofdstuk 3 Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken, regels over gebruik

19

Artikel 6

Toepassingsbereik

19

Artikel 7

Gebruik in overeenstemming met aan locatie gegeven gebruiksdoel

21

Artikel 8

Vangnetbepaling strijdig gebruik

23

Artikel 9

Beschermingszone ondergrondse hoogspanningsverbinding

25

Artikel 10

Detailhandel

27

Artikel 11

Groen

29

Artikel 12

Natuur

31

Artikel 13

Overige zone - natuur netwerk brabant

33

Artikel 14

Verkeer

35

Artikel 15

Water

37

Hoofdstuk 4 Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken

39

Artikel 16

Het realiseren van een gebouw met een geluidgevoelige functie

39

Artikel 17 erfbebouwing

Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf,

Artikel 18

Parkeernormen voor auto's en fietsen

43

Hoofdstuk 5 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

45

Artikel 19

Toepassingsbereik

45

Artikel 20

Vergunningplicht bouwen, in stand houden en gebruiken bouwwerk

47

Artikel 21

Beoordelingsregels, vergunningvoorschriften en aanvraagvereisten

49

Artikel 22

Omgevingsplanactiviteit slopen

55

41

Artikel 23 Algemene mogelijkheid om bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit af te wijken van ruimtelijke regels over bouwwerken

57

Hoofdstuk 6 Ruimtelijke regels over bouwwerken

59

Artikel 24

Toepassingsbereik

59

Artikel 25

Vangnetbepaling ruimtelijke regels bouwwerken

61

Artikel 26

Gebruik van bouwwerken

63

2

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 27

Gebouwen

65

Artikel 28

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

67

Artikel 29

Ondergronds bouwen

69

Hoofdstuk 7 Aanlegactiviteiten

71

Artikel 30 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'overige zone beschermingszone archeologie'

71

Artikel 31 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'overige zone beschermingszone ondergrondse hoogspanningverbinding'

73

Artikel 32 brabant'

75

Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'overige zone - natuur netwerk

Artikel 33 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten ter plaatse van 'milieuzone boringsvrije zone'

77

Artikel 34

79

Vergunningplichtige aanlegactiviteiten ter plaatse van 'natuur'

Artikel 35 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten ter plaatse van 'overige zone ecologische verbindingszone'

81

Artikel 36

Vergunningplichtige aanlegactiviteiten ter plaatse van 'water'

83

Artikel 37

Vergunningplichtige aanlegactviteiten 'verkeer'

85

Artikel 38 Vergunningplichtige activiteiten ter plaatse van 'Waarde Cultuurlandschappen'

87

Artikel 39 Vergunningplichtige activiteiten ter plaatse van 'overige zone attentiezone waterhuishouding'

89

Artikel 40 Vergunningplichtige activiteiten ter plaatse van 'overige zone - behoud en herstel watersystemen'

91

Hoofdstuk 8 Milieubelastende activiteiten

93

Hoofdstuk 9 Algemene regels

95

Artikel 41

95

Hoofdstuk 10 Artikel 42

Anti-dubbeltelbepaling

Overgangsregels Overgangsrecht

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

97 97

3

4

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Regels

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

Artikel 1 1.1

Algemene bepalingen

Toepassingsbereik

Onderdeel omgevingsplan Eindhoven

Dit TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven (HOV4) is onderdeel van het omgevingsplan Eindhoven. 1.2

Tijdelijk omgevingsplan-bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in lid 1.4. 1.3

Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat

De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan. 1.4

Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven (HOV4), waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0772.024HOV4Eindhoven-0301.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

7

8

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 2 2.1

Begripsbepalingen

Van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij artikel 2.3 tot en met 2.36 een afwijkende begripsomschrijving bevat. 2.2

Aanvullende begrippen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit TAM-omgevingsplan de begrippen als bedoeld in artikel 2.3 tot en met 2.36 gehanteerd. 2.3

plan

het omgevingsplan van de gemeente Eindhoven. 2.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 2.6

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en werkend volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 2.7

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden). 2.8

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden). 2.9

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 2.10

behoud ex situ

behoud van archeologische informatie door middel van een opgraving. 2.11

behoud in situ

behoud van archeologische resten op dezelfde plaats door planaanpassing (behoudsmaatregelen). 2.12

Beleidsregels kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen

Vastgestelde nadere regels ter uitwerking van de Nota parkeernormen 2024, d.d. 15 april 2025.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

9

2.13

Besluit activiteiten leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten die in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht. 2.14

Besluit kwaliteit leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden, met inbegrip van wijzigingen die nadien zijn aangebracht. 2.15

Besluit bouwwerken leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving, met inbegrip van de wijzigingen die nadien zijn aangebracht. 2.16

bestaand

bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het wijzigingsbesluit, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning. bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit. 2.17

bevoegd gezag

het college van burgemeester en wethouders, tenzij op grond van of krachtens de Omgevingswet een ander bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen. 2.18

bouwgrens

de grens van een bouwvlak. 2.19

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 2.20

buitenplanse omgevingsvergunning

omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet. 2.21

dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 2.22

gemeentelijk adviseur archeologie

een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen aantoonbaar ervaringsdeskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 2.23

gemeentelijk archeologisch monument

archeologisch monument dat overeenkomstig de erfgoedverordening als beschermd monument is aangewezen en is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister. 2.24

kunstwerk

bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.

10

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

2.25

kunstobject

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten. 2.26

Nota parkeernormen 2024

Nota parkeernormen 2024, d.d. 15 april 2025 2.27

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d. 2.28

omgevingsplanactiviteit bouwwerken

omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. 2.29

omgevingsplanactiviteit slopen

omgevingsplanactiviteit bestaande uit het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk. 2.30

omgevingsplanactiviteit wijziging gebruik

omgevingsplanactiviteit bestaande uit het wijzigen van het bestaand gebruik van gronden of bouwwerken. 2.31

Omgevingsregeling

Regeling van 11 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, met inbegrip van wijzigingen die nadien zijn aangebracht. 2.32

omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken

omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 5.8 van dit omgevingsplan. 2.33

ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan

ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht als tijdelijk deel zijn van het omgevingsplan, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn vervallen. 2.34

water

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 2.35

waterberging

voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk. 2.36

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.).

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

11

12

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 3 3.1

Meet- en rekenbepalingen

Algemeen

De meet- en rekenbepalingen bedoeld in artikel 1.8 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in artikel 3.2 tot en met artikel 3.8. 3.2

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.3

bebouwingspercentage

een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 3.4

de goothoogte vaneen bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.5

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.6

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.7

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.8

ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, ventilatiekanalen, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken e.d. buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 1 m bedraagt. 3.9

bruto-vloeroppervlakte

Op het bepalen van de bruto-vloeroppervlakte is NEN 2580 van toepassing. 3.10

norm op locatie

Als in een regel een norm is gegeven die geldt ter plaatse van een locatie, geldt de betreffende norm per afzonderlijke locatie.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

13

14

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2 Vanwege instructieregels aangewezen gebieden en locaties

Artikel 4

Instructieregel van het Rijk

Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven (HOV4).

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

15

16

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 5 5.1

Instructieregel van de provincie Noord-Brabant

Milieuzone - Boringsvrije zone

Ter plaatse van 'milieuzone - boringsvrije zone' geldt dat de gronden zijn aangewezen voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening als bedoeld in artikel 5.18 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. 5.2

Overige zone - Behoud en herstel watersystemen

Ter plaatse van 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' geldt dat de gronden zijn aangewezen voor het behoud en herstel van watersystemen als bedoeld in artikel 5.42 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. 5.3

Overige zone - Attentiezone waterhuishouding

Ter plaatse van 'overige zone - attentiezone waterhuishouding' geldt dat de gronden zijn aangewezen tot attentiezone waterhuishouding als bedoeld in artikel 5.41 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. 5.4

Overige zone - Natuur Netwerk Brabant

Ter plaatse van 'overige zone - natuur netwerk brabant' geldt dat de gronden zijn aangewezen voor het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden, als bedoeld in artikel 5.30 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

17

18

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken, regels over gebruik

Artikel 6

Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk heeft betrekking op het gebruiksdoel en het gebruik van gronden en bouwwerken.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

19

20

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 7 Gebruik in overeenstemming met aan locatie gegeven gebruiksdoel Tot een gebruik dat in overeenstemming is met een aan een locatie gegeven gebruiksdoel behoren in elk geval het inrichten en/of gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. b. c. d. e. f.

erven en terreinen; wegen en paden; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

21

22

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 8

Vangnetbepaling strijdig gebruik

1. Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in hoofdstuk 3 van dit TAM-omgevingsplan aan een locatie gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 4 van dit TAM-omgevingsplan. 2. In afwijking van het eerste lid is het ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming en de daarop betrekking hebbende regels over gebruik, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 4, voor zover die van toepassing zijn. 3. In afwijking van het eerste lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 4, voor zover die van toepassing zijn. 4.

In aanvulling op het tweede lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, zonder dat daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

23

24

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 9 Beschermingszone ondergrondse hoogspanningsverbinding 9.1

Toepassingsbereik

1. Dit artikel is van toepassing op 'beschermingszone ondergrondse hoogspanningsverbinding'. 2. Ter plaatse van 'beschermingszone ondergrondse hoogspanningsverbinding' mogen de gronden en bouwwerken uitsluitend worden gebruikt voor: a. de aanleg, het beheer en de instandhouding van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, zodat geen aantasting kan plaatsvinden van het doelmatig en veilig functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding; b. met daarbij behorende: c. belemmeringenstrook; d. voorzieningen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

25

26

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 10 10.1

Detailhandel

Toepassingsbereik

1. Dit artikel is van toepassing op 'detailhandel'. 2. Ter plaatse van 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' mogen de gronden en bouwwerken uitsluitend worden gebruikt voor: a. een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg met bijbehorend detailhandelsverkooppunt tot een maximum van 100 m2; b. bijbehorende parkeervoorzieningen.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

27

28

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 11 11.1

Groen

Toepassingsbereik

1. Dit artikel is van toepassing op 'groen'. 2. Ter plaatse van 'groen' mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor: a. bermen en beplanting; b. speelvoorzieningen; c. beheer en/of zuivering van oppervlakte- en rioolwater; d. kunstobjecten; e. kunstwerken zoals bruggen, tunnels en duikers; f. geluidwerende voorzieningen; met daarbij behorende: g. verhardingen; h. (ondergrondse) parkeervoorzieningen. 11.2

Specifieke regels over gebruik

1. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken voor: a. het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op het gebruiksdoel gerichte gebruik van de grond; b. lawaaisporten; c. kamperen.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

29

30

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 12 12.1

Natuur

Toepassingsbereik

1. Dit artikel is van toepassing op 'natuur'. 2. De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor: a. het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. extensief recreatief medegebruik; d. instandhouding van (onverharde) wegen, voet- en fietspaden; met daarbij behorende: e. voorzieningen, zoals informatieborden, banken, picknicktafels en prullenbakken. 12.2

Specifieke regels over gebruik

1. Tot een gebruik strijdig met het toepassingsbereik, zoals bedoeld in artikel 12.1, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover dit plaatsvindt in het kader van het op het toepassingsbereik gerichte gebruik; b. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- en verwerken van producten, behoudens voor zover dit plaatsvindt in het kader van het op het toepassingsbereik gerichte gebruik; c. handel en dienstverlening zonder dat direct verband houdt met het toepassingsbereik; d. het uitoefenen van lawaaisporten en -hobby's, zoals racen/crossen met en beproeven van motoren en motorvoertuigen en het vliegen met modelvliegtuigen en drones uitgerust met verbrandings- en elektromotoren; e. verblijfsrecreatie, waarbij gebruik gemaakt wordt van kampeermiddelen, met uitzondering van kamperen in scoutingverband; f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor het plaatsen van teeltondersteunende voorzieningen of zend-, ontvang- en/of sirenemasten.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

31

32

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 13

Overige zone - natuur netwerk brabant

1. Dit artikel is van toepassing op 'overige zone - natuur netwerk brabant'. 2. Ter plaatse van 'overige zone - natuur netwerk brabant' is het niet toegestaan af te wijken van de gebruiksregels die zijn opgenomen in de daar voorkomende functies. 3. Onder gebruik in strijd met 'overige zone - natuur netwerk brabant' wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor: a. het plaatsen van teeltondersteunende voorzieningen; b. het plaatsen van zend-, ontvang- en/of sirenemasten; c. het plaatsen van kampeermiddelen.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

33

34

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 14 14.1

Verkeer

Toepassingsbereik

1. Dit artikel is van toepassing op 'verkeer'. 2. De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor: a. wegen en straten, busstroken en busbanen, alsmede opstelstroken, in- en uitvoegstroken en op- en afritten; b. voet- en fietspaden; c. aanleg en gebruik van groenvoorzieningen; d. (ondergrondse) parkeervoorzieningen; e. nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie; f. geluidwerende voorzieningen; g. ter plaatse van 'specifieke vorm van verkeer - ongelijkvloerse kruising HOV4' een ongelijkvloerse kruising; h. ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding – lichtring HOV4' een lichtkunstwerk; i. kunstwerken zoals bruggen, tunnels en duikers; met daarbij behorende: j. bushaltes; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

35

36

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 15 15.1

Water

Toepassingsbereik

1. Dit artikel is van toepassing op 'water'. 2. De gronden en bouwwerken ter plaatse van 'water' mogen worden gebruikt voor: a. alle oppervlaktewateren, zoals kanalen, rivieren, beken en andere waterlopen, alsmede sloten, greppels, (infiltratie)vijvers ook als deze incidenteel of structureel droogvallen; b. waterberging; c. waterhuishouding; d. kunstwerken zoals bruggen, tunnels en duikers; e. oevers en taluds; f. andere voorzieningen voor de waterhuishouding. 15.2

Specifieke regels over gebruik

1. Het is verboden de gronden te gebruiken voor het aanleggen van woonschepen. 2. Het is verboden de gronden te gebruiken voor het opslaan, storten, of bergen van voorwerpen, stoffen, materialen of chemicaliën, en soortgelijke producten, behoudens voor zover zulks nodig is voor het op de gebruiksactiviteit gerichte gebruik.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

37

38

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4 Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken

Artikel 16 functie

Het realiseren van een gebouw met een geluidgevoelige

Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven (HOV4).

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

39

40

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 17 Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, erfbebouwing 17.1

Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, erfbebouwing

1. Het gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf is in overeenstemming met een in Hoofdstuk 3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel. 2. Onder het gebruik van een bij een hoofdgebouw behorend erf dat in overeenstemming is met een in Hoofdstuk 3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel wordt verstaan een inrichting en gebruik op een wijze die naar algemene maatstaven als een normale inrichting en gebruik van het bijbehorende erf wordt beschouwd.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

41

42

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 18

Parkeernormen voor auto's en fietsen

Niet relevant voor TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven (HOV4).

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

43

44

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 5 bouwwerken

Artikel 19

Activiteiten met betrekking tot

Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van: a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken; b. een omgevingsplanactiviteit slopen.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

45

46

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 20 Vergunningplicht bouwen, in stand houden en gebruiken bouwwerk 20.1

Vergunningplicht bouwwerken

Voor bouwactiviteiten zoals opgenomen in het omgevingsplan geldt een vergunningplicht zoals opgenomen in artikel 5.8 van het Omgevingsplan. 20.2

Algemene beoordelingsregel

De omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels over het verlenen van de omgevingsvergunning die in Artikel 21 en Hoofdstuk 6 zijn gesteld.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

47

48

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 21 Beoordelingsregels, vergunningvoorschriften en aanvraagvereisten 21.1

Toepassingsbereik

De in dit artikel opgenomen beoordelingsregels gelden in aanvulling op paragraaf 5.2.4 van dit omgevingsplan op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in afdeling 5.2 van dit omgevingsplan. 21.2

Waarde - Archeologische (verwachtings-)waarde categorie 3

21.2.1 Toepassingsbereik Dit artikel is alleen van toepassing voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen in 'categorie 3: terrein van archeologische verwachtingswaarde'.

21.2.2 Beoordelingsregels 1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt uitsluitend verleend als: a. het gaat om gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; b. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd; en c. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder b, is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk als het gaat om: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 50 m2 van de grond wordt geroerd; of b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 50 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 21.2.3 Vergunningvoorschriften 1. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken de volgende regels verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); en/of b. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen.

21.2.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt een archeologisch rapport verstrekt dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd door middel van planaanpassing (behoud in situ) of door middel van opgraving (behoud ex situ); b. de (te verwachten) archeologische waarden door de verstoring naar oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad; of c. naar oordeel van het bevoegd gezag geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden. vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

49

21.3

Waarde - Archeologische (verwachtings-)waarde categorie 4

21.3.1 Toepassingsbereik Dit artikel is alleen van toepassing voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen in 'categorie 4: Hoge verwachting, historische kern'.

21.3.2 Beoordelingsregels 1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt uitsluitend verleend als: a. het gaat om gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; b. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd; en c. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder b, is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk als het gaat om: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 100 m2 van de grond wordt geroerd; of b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 100 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 21.3.3 Vergunningvoorschriften 1. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken de volgende regels verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); en/of b. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen.

21.3.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt een archeologisch rapport verstrekt dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd door middel van planaanpassing (behoud in situ) of door middel van opgraving (behoud ex situ); b. de (te verwachten) archeologische waarden door de verstoring naar oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad; of c. naar oordeel van het bevoegd gezag geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden. 21.4

Waarde - Archeologische (verwachtings-)waarde categorie 5

21.4.1 Toepassingsbereik Dit artikel is alleen van toepassing voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen in 'categorie 5: hoge archeologische verwachting'.

21.4.2 Beoordelingsregels 1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt uitsluitend 50

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

verleend als: a. het gaat om gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; b. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd; en c. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder b, is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk als het gaat om: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 250 m2 van de grond wordt geroerd; of b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 250 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 21.4.3 Vergunningvoorschriften 1. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken de volgende regels verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); en/of b. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. 21.4.4 Aanvraagvereisten 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt een archeologisch rapport verstrekt dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd door middel van planaanpassing (behoud in situ) of door middel van opgraving (behoud ex situ); b. de (te verwachten) archeologische waarden door de verstoring naar oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad; of c. naar oordeel van het bevoegd gezag geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden. 21.5

Waarde - Archeologische (verwachtings-)waarde categorie 6

21.5.1 Toepassingsbereik Dit artikel is alleen van toepassing voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen in 'categorie 6: middelhoge archeologische verwachting'.

21.5.2 Beoordelingsregels 1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt uitsluitend verleend als: a. het gaat om gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; b. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd; en c. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder b, is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk als het gaat om: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 2.500 m2 van de grond wordt geroerd; of vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

51

b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 2.500 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 21.5.3 Vergunningvoorschriften 1. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken de volgende regels verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); en/of b. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. 21.5.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt een archeologisch rapport verstrekt dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd door middel van planaanpassing (behoud in situ) of door middel van opgraving (behoud ex situ); b.

de (te verwachten) archeologische waarden door de verstoring naar oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad; of c. naar oordeel van het bevoegd gezag geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden. 21.6

Waarde - Archeologische (verwachtings-)waarde categorie 7

21.6.1 Toepassingsbereik Dit artikel is alleen van toepassing voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen in 'categorie 7: lage archeologische verwachting'.

21.6.2 Beoordelingsregels 1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt uitsluitend verleend als: a. het gaat om gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; b. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd; en c. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder b, is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk als het gaat om: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 25.000 m2 van de grond wordt geroerd; of b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 25.000 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 21.6.3 Vergunningvoorschriften 1. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken de volgende regels verbonden: 52

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ); en/of b. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. 21.6.4 Aanvraagvereisten 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt een archeologisch rapport verstrekt dat voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld dat: a. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd door middel van planaanpassing (behoud in situ) of door middel van opgraving (behoud ex situ); b. de (te verwachten) archeologische waarden door de verstoring naar oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden geschaad; of c. naar oordeel van het bevoegd gezag geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden. 21.7

Waarde - Cultuurlandschappen

21.7.1 Toepassingsbereik Dit artikel is alleen van toepassing voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen ter plaatse van waarde - cultuurlandschappen.

21.7.2 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als met het bouwen van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen. Hierbij wordt advies is ingewonnen bij de gemeentelijk cultuurhistorisch adviseur en/of Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven.

21.7.3 Vergunningvoorschriften In de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken kunnen voorschriften worden opgenomen waarmee waardoor cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen kunnen worden behouden.

21.8

Nadere onderzoeken milieuaspecten

1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit 'werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid' voor de aanleg van het HOV4-tracé wordt alleen verleend wanneer op basis van onderzoek van de desbetreffende ter zake deskundigen kan worden geconcludeerd: a. of binnen verdacht gebied ontplofbare oorlogsrechten in de bodem aanwezig zijn en zo ja, hoe dit geadresseerd wordt; b. welke risico's op trillingshinder/-schade aan bouwwerken bestaan tijdens de aanlegfase en hoe deze geadresseerd worden; c. welke akoestische maatregelen benodigd zijn en hoe deze gerealiseerd worden. 21.9

Groencompensatie

1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit 'werk, niet zijnde bouwwerk, of vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

53

werkzaamheid' voor de aanleg van het HOV4-tracé wordt alleen verleend als vaststaat dat wordt voorzien in compensatie van te verwijderen bestaand groen door realisatie van: a. minimaal 1.922 m2 groen binnen 'overige zone – realisatie m2 groen HOV4 projectdeel 1; b. minimaal 14.390 m2 groen binnen 'overige zone – realisatie m2 groen HOV4 projectdeel 2; c. minimaal 19.685 m2 groen binnen 'overige zone – realisatie m2 groen HOV4 projectdeel 3; d. minimaal 4.865 m2 groen binnen 'overige zone – realisatie m2 groen HOV4 projectdeel 4. 2. Hierbij geldt dat het minimaal aantal m2 groen binnen één jaar na ingebruikname van het HOV4-tracé binnen het betreffende projectdeel gerealiseerd dient te worden en het minimaal aantal m2 groen per projectdeel vervolgens in stand dient te worden gehouden. 3. Bij de vergunningaanvraag wordt een groenplan ter goedkeuring aangeleverd volgens het format groenplan dat ter beschikking wordt gesteld door de gemeente. 21.10

Waterberging en toestromend debiet Gender

1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit 'werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid' voor de aanleg van het HOV4-tracé wordt alleen verleend: a. als vaststaat dat wordt voorzien in de vereiste waterberging volgens het Waterhuishoudkundig Plan (WHP), met dien verstande dat deze na realisatie in stand wordt gehouden. b. als vaststaat dat het toestromend debiet op de watergang de Gender niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie conform het Samenwerkings- en Ontwikkelkader gemeente Eindhoven, gemeente Veldhoven en Waterschap De Dommel. 2. Als de onder lid 1 sub a en/of b bedoelde (beleids)regelingen wordt/worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.

54

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 22

Omgevingsplanactiviteit slopen

Niet relevant voor dit TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven (HOV4).

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

55

56

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 23 Algemene mogelijkheid om bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit af te wijken van ruimtelijke regels over bouwwerken 23.1

Gevallen waarin kan worden afgeweken van de regels

Als een omgevingsplanactiviteit bouwwerken in strijd is met de ruimtelijke regels, bedoeld in Artikel 25, kan de omgevingsvergunning in afwijking van artikel 5,18, eerste lid van het omgevingsplan, toch worden verleend als de omgevingsplanactiviteit bouwwerken betrekking heeft op: a. een bouwwerk, bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor zover dat vanwege artikel 2.30 van het Besluit bouwwerken leefomgeving niet vergunningvrij is toegestaan; b. een bouwwerk dat is uitgezonderd van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 5.14 van het omgevingsplan, voor zover daarop vanwege artikel 5.15 of artikel 5.16 van het omgevingsplan, toch de vergunningplicht uit artikel 20.1, van toepassing is; c. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan binnen de bebouwde kom tot 1.000 m2 bruto vloeroppervlak; d. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2.29, onderp sub 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, dat niet voldoet aan de in dat artikel genoemde eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 5 meter, en; 2. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; e. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: 1. niet hoger dan 10 m, en; 2. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; f.

een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; g. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 meter; h. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; i. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages, (dak)hellingen tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen, percentages en (dak)hellingen; j. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot 10 meter, met dien verstande dat de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen 2 meter is; k. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten 20 meter is; l. de overschrijding van het bouwvlak met maximaal 40 centimeter ten behoeve van gevelisolatie om energie te besparen; m. de realisatie van bouwwerken ten behoeve van het opwekken van duurzame energie en toestaan dat de maximum oppervlakte wordt vergroot tot maximaal 100 m2.

23.2

Beoordelingsregels

1. Aan artikel 23.1 wordt alleen toepassing gegeven als: a. de activiteit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat; b. door de activiteit de stedenbouwkundige kwaliteit van de locatie en de omgeving daarvan niet onevenredig worden aangetast; c. door de activiteit de beeldkwaliteit van de locatie en de omgeving daarvan niet onevenredig worden aangetast; d. het belang van het behoud van cultureel erfgoed zich daartegen niet verzet; vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

57

e. het gebruik van het te bouwen bouwwerk in overeenstemming is met Artikel 8; f. het aantal woningen niet toeneemt ten opzichte van het maximum aantal dat in het omgevingsplan is bepaald of, wanneer er geen maximum is bepaald, is het toevoegen van woningen niet toegestaan, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg; g. voldaan wordt aan de beoordelingsregels zoals opgenomen in artikel 21. 2. Aan artikel 23.1 aanhef en onder c, wordt geen toepassing gegeven als sprake is van strijd met een instructieregel, zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, of in de provinciale omgevingsverordening.

23.3

Voorschriften

Bij toepassing van artikel 23.1 kunnen aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken met het oog op de bescherming van de in artikel 23.2 bedoelde belangen voorschriften worden verbonden.

23.4

Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken dat slechts vergund kan worden met toepassing van artikel 23.1, worden die gegevens verstrekt die naar het oordeel vanhet bevoegd gezag nodig zijn om de beoordeling, bedoeld in artikel 23.2, te kunnen doen.

58

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6

Artikel 24

Ruimtelijke regels over bouwwerken

Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op de omgevingsplanactiviteit bouwwerken en bevat regels over bouwwerken.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

59

60

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 25

Vangnetbepaling ruimtelijke regels bouwwerken

Het is verboden een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in dit hoofdstuk opgenomen ruimtelijke regels over bouwwerken.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

61

62

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 26

Gebruik van bouwwerken

Bouwwerken mogen uitsluitend worden gebruikt op een wijze die in overeenstemming is met: a. een ter plaatse geldend gebruiksdoel als bedoeld in Artikel 8; b. een verleende buitenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit om af te wijken van de regels over gebruik; c. een verleende omgevingsvergunning om af te wijken, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de toenmalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

63

64

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 27 27.1

Gebouwen

Waar zijn gebouwen toegestaan

1. Een gebouw is, tenzij in dit omgevingsplan anders bepaald, uitsluitend toegestaan ter plaatse van een bouwvlak. 2. Ter plaatse van 'natuur' en 'overige zone - ecologische verbindingszone' mogen geen gebouwen worden gebouwd, behoudens het bepaalde voor de andere daar voorkomende functies. 27.2

Bouwhoogte gebouwen

1. Ter plaatse van 'maximum bouwhoogte (m)' is de maximum bouwhoogte van een gebouw in meters de daar bepaalde waarde. 2. Voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder lid 1, gelden die maten als maxima. 27.3

Gebouwen voor het opwekken van duurzame energie

1. Gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie zijn binnen en buiten het bouwvlak toegestaan; 2. De maximale bouwhoogte bedraagt 3 m; 3. De maximale oppervlakte bedraagt 15 m2.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

65

66

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 28 28.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Waar zijn bouwwerken, geen gebouwen toegestaan

1. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen en buiten het bouwvlak toegestaan; 2. Behoudens het bepaalde voor de andere daar voorkomende functies, mogen ter plaatse van 'overige zone - ecologische verbindingszone' geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. 28.2

Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde

1. Tenzij elders anders is bepaald, bedraagt de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 5 meter; 2. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – lichtring HOV4' bedraagt, in afwijking van het eerste lid, de bouwhoogte maximaal 13 meter, gemeten vanaf het bovenste wegdek; 3. Voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde in het eerste lid, gelden die maten als maximum. 28.3

Erf- en terreinafscheidingen

1. Tenzij elders anders is bepaald, bedraagt de maximum hoogte van een erf- en terreinafscheiding: a. 2 meter, voor zover gelegen achter de voorgevelrooilijn; b. 1 meter, voor zover gelegen voor de voorgevelrooilijn. 2. Voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde in het eerste lid, gelden die maten als maximum. 28.4

Bouwwerken, geen gebouw zijnde 'overige zone - behoud en herstel watersystemen'

3. Ter plaatse van 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van 'overige zone behoud en herstel watersystemen'; 4. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' bedraagt 3 m. 28.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG'

1. Aanvullend op artikel 28.2 geldt ter plaatse van 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg': a. de maximum bouwhoogte van reclamezuilen bedraagt 15 m; b. de maximum bouwhoogte van een overkapping bedraagt 5,5 m; c. de maximum bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt 2,5 m; 2. Voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde in lid 1, sub a. t/m c., gelden die maten als maximum. 28.6

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde 'natuur'

1. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen 'natuur' gelden de volgende regels: a. het oprichten van perceelafscheidingen is niet toegestaan, met uitzondering van afrasteringen met een hoogte van maximaal 1 m; b. voor informatie- en entreevoorzieningen geldt een maximum bouwhoogte van 3 m; c. voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet zijnde zend-, ontvang- en/of sirenemasten, geldt een maximum bouwhoogte van 2 m. d. voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder sub a tot en met c, gelden die maten als maxima. 2. het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van lid 1 onder a tot en met c en een bouwhoogte van 4 m toestaan, mits dit noodzakelijk is voor het natuurbeheer.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

67

28.7

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde 'overige zone - natuur netwerk brabant'

Ter plaatse van 'overige zone - natuur netwerk brabant' is het niet toegestaan af te wijken van de bouwregels die zijn opgenomen in de daar voorkomende functies, dit met uitzondering van artikel 28.6 lid 2. 28.8 Bouwen ter plaatse van 'beschermingszone ondergrondse hoogspanningsverbinding' en 'beschermingszone bovengrondse hoogspanningsverbinding'

1. Op of in de gronden ter plaatse van 'beschermingszone ondergrondse hoogspanningsverbinding' en 'beschermingszone ondergrondse hoogspanningsverbinding' zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de betreffende hoogspanningsverbinding. 2. het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 1 en toestaan dat bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende basisfunctie(s) worden gebouwd, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder. Bij het bouwen zijn de regels van de betreffende (basis)functie(s) van toepassing. 28.9

Lichtmasten

1. Lichtmasten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van Groen en Verkeer; 2. De maximum bouwhoogte van een lichtmast bedraagt 10 m; 3. Voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde in het tweede lid, gelden die maten als maximum. 28.10

Kunstwerken

1. Kunstwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van Groen, Verkeer en Water. 2. Ter plaatse van Groen, Verkeer en Water bedraagt de maximum bouwhoogte van kunstwerken 8 m, met dien verstande dat de maximum bouwhoogte van een brug 6 m bedraagt en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – lichtring HOV4' bedraagt de bouwhoogte maximaal 13 meter, gemeten vanaf het bovenste wegdek. 28.11

Overkapping bushalte

1. Overkappingen ten behoeve van bushaltes zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding - overkapping bushalte HOV4'; 2. De maximum bouwhoogte van een overkapping is 10 meter.

68

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Artikel 29

Ondergronds bouwen

Ondergronds bouwen is toegestaan: a. binnen het bouwvlak; b. buiten het bouwvlak: uitsluitend ten behoeve van de aanleg van ondergrondse afvalcontainers.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

69

70

vastgesteld TAM-omgevingsplan Doorstroming Eindhoven-Veldhoven(HOV4) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7

Aanlegactiviteiten

Artikel 30 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'overige zone beschermingszone archeologie' 30.1

Toepassingsbereik

1. Deze afdeling is van toepassing op een aanlegactiviteit, voor zover die bestaat uit het verstoren van de bodem door: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verbandhoudende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen. 2. Deze afdeling geldt ter plaatse van 'overige zone - beschermingszone archeologie'; 3. De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het tegengaan van het ontstaan of kunnen ontstaan van een onevenredige aantasting van de archeologische waarden. 30.2

Vergunningplicht aanlegactiviteiten

Ter plaatse van 'overige zone - beschermingszone archeologie' is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit archeologische beschermingszone te verrichten conform de ter plaatse geldende archeologische (verwachtings-)waarde. 30.3

Uitzonderingen op de vergunningplicht

1. Het verbod bedoeld in artikel 30.2 geldt niet als de bedoelde activiteiten: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit regelonderdeel. 2. Het verbod bedoeld in artikel 30.2 geldt niet als de daar bedoelde activiteiten plaatsvinden ter plaatse van 'overige zone - beschermingszone archeologie' en het oppervlak van de bodemverstoring niet groter is dan is aangegeven in onderstaand 'Tabel Archeologische verwachting' bij de ter plaatse geldende archeologische verwachtingswaarde. 3. Het verbod bedoeld in artikel 30.2 geldt niet als de daar bedoelde activiteiten plaatsvinden ter plaatse van 'overige zone - beschermingszone archeologie' en de bodemverstoring niet dieper gaat dan is aangegeven in onderstaand 'Tabel Archeologische verwachting' bij de ter plaatse geldende archeologische verwachtingswaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16926589/1