Bijlage 3b - Toelichting subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-2028
Tekst van het document
Toelichting op subsidieverordening Cultuur Eindhoven 20252028 Achtergrond Het belang van kunst en cultuur voor de stad wordt onderschreven door de gemeenteraad vanwege het belang van verbeelding, levendigheid in de stad, verbinding met de inwoners en een bloeiend vestigingsklimaat. De artistieke, sociale en economische waarde van kunst en cultuur zijn evident en vormen het fundament voor het draagvlak in de politiek en in de samenleving. Deze subsidieverordening wil een breed en pluriform aanbod mogelijk maken zodat het aanbod aan kan sluiten bij de diversiteit aan inwoners van Eindhoven en bezoekers van de stad. Om recht te doen aan deze verscheidenheid van doelstellingen en doelgroepen is de verordening opgedeeld in verschillende onderdelen. Deze onderdelen maken meerjarige subsidies (voor vier of twee jaar) mogelijk én bieden ruimte voor eenmalige subsidies voor projecten (voor rechtspersonen en voor natuurlijke personen). In samenhang bieden ze het hele (professionele) culturele veld de mogelijkheid om voor financiële ondersteuning in aanmerking te komen. Algemeen De Algemene Subsidieverordening van de gemeente Eindhoven (ASV Eindhoven) is niet van toepassing op deze verordening.
Op 31 maart 2015 is besloten tot het oprichten van Stichting Cultuur Eindhoven om op afstand van de gemeente uitvoering te geven aan de kunst-, cultuur- en designbeleidskaders van de raad en het verdelen van de door de raad ter beschikking gestelde kunst-, cultuur- en designsubsidiebudgetten in Eindhoven. Wegens juridische belemmeringen is delegatie van de bevoegdheid tot het vaststellen van regelgeving niet mogelijk, waardoor daarover aan de zijde van de gemeente besloten dient te worden. Hoewel de ASV Eindhoven het mogelijk maakt om subsidieregelingen door het college vast te laten stellen ligt het op dit beleidsterrein voor de hand dat de Cultuurbrief en in het verlengde daarvan de Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-2028 beiden door de raad worden vastgesteld. De Algemene wet bestuursrecht (Awb), meer specifiek titel 4.2 bevat algemene bepalingen die van toepassing zijn op deze verordening. Artikel 1 tot en met artikel 17 zijn algemene artikelen die op alle deelregelingen van toepassing zijn. Vervolgens komt elke deelregeling in een apart hoofdstuk aan bod. Per deelregeling worden in ieder geval de volgende onderwerpen artikelsgewijs behandeld: Subsidievereisten In dit artikel staan (inhoudelijke) criteria vermeld waar de aanvraag aan getoetst wordt. Aanvraagtermijn Binnen de gestelde termijn kan een aanvraag worden ingediend.
Aanvragen die buiten de gestelde termijn ingediend worden komen niet voor subsidie in aanmerking. Beoordelingscriteria De hieronder uitgewerkte beoordelingscriteria komen in alle hoofdstukken – met uitzondering van Snelgeld – terug als vereisten en rangschikkingscriteria. Een subsidieaanvraag komt enkel voor
subsidie in aanmerking als er voldoende wordt gescoord op de criteria artistiek-inhoudelijke kwaliteit, zakelijke kwaliteit en maatschappelijke relevantie. Het criterium maatschappelijke relevantie wordt nader uitgesplitst in vier onderdelen, waarbij minimaal vijf punten voor het criterium als geheel behaald moeten worden. Op die manier wordt alleen subsidie toegekend indien aanvragen op deze drie criteria van voldoende kwaliteit zijn, ongeacht of het subsidieplafond wordt bereikt. Indien het aangevraagde subsidiebedrag het subsidieplafond te boven gaat, worden de aanvragen vervolgens op grond van het aantal toegekende punten op die criteria gerangschikt om te bepalen welke aanvragen voor subsidie in aanmerking komen. Bij de advisering over deze criteria door de Cultuurraad wordt in acht genomen binnen welke regeling wordt aangevraagd. Artistiek-inhoudelijke kwaliteit Artistiek-inhoudelijke kwaliteit betreft de culturele waarde van de organisatie, beoordeeld op het gebied van vakmanschap, oorspronkelijkheid en zeggingskracht. Er moet sprake zijn van een visie in relatie tot de positie die de organisatie inneemt in de sector en de discipline. Oorspronkelijkheid vertaalt zich in onderscheidende activiteiten. Bij vakmanschap gaat het om vaardigheid waarmee de activiteiten tot stand komen en worden uitgevoerd.
Tenslotte wordt beoordeeld of de activiteiten zeggingskracht hebben en het (beoogde) publiek zullen aanspreken. Artistiek-inhoudelijke kwaliteit beperkt zich niet alleen tot het eindproduct, maar heeft ook betrekking op het proces waarbij dat tot stand komt. Zakelijke kwaliteit Onder zakelijke kwaliteit wordt verstaan dat de organisatie een gezonde bedrijfsvoering dient te hebben. Die geeft voldoende vertrouwen om de voorgenomen activiteiten inhoudelijk te realiseren en het beoogde publiek te bereiken. Van belang daarbij is dat er sprake is van een realistische mix van inkomstenbronnen, inclusief een visie op het omgaan met risico's. Ook de invulling van de principes van de Governance Code Cultuur wordt meegewogen bij de beoordeling. Aanvragers dienen in hun toelichting op de begroting te reflecteren op hun beloningsbeleid en het hanteren van eerlijke beloning conform de Fair Practice Code. Reflectie op de toepassing van deze codes vormt tevens een verplicht onderdeel van de verantwoording. Maatschappelijke relevantie Maatschappelijke relevantie omvat de rol en positie die de aanvrager met haar programma of project inneemt in de stad waarbij de samenhang met de regio en opereren binnen landelijke en internationale context niet uit het oog wordt verloren. Dit criterium is onderverdeeld in vier aspecten: a.
meerwaarde voor het culturele ecosysteem in de stad – De aanvrager heeft een relevante rol binnen het Eindhovense culturele ecosysteem en geeft een heldere visie en strategie ten opzichte van hun betekenis binnen de gehele keten. De rol die hij invult wordt helder beschreven. Er zijn relevante verbindingen met Eindhovense makers en/of andere culturele initiatieven.
b.
meerwaarde voor de inwoners van de stad en regio - Met dit aspect wordt beoordeeld of er een duidelijke visie is op het (duurzaam) bereiken van inwoners van de stad en regio. Het gaat dan om bestaand publiek maar ook om verbreden van het publieksbereik. Op basis van een strategie en heldere doelstellingen kan worden beoordeeld of de beoogde doelgroep passend wordt benaderd en het aannemelijk is dat de doelen gerealiseerd worden. Hierbij wordt in acht genomen dat de ambitie passend is bij de aard van de organisatie. Er zijn heldere en realistische doelstellingen geformuleerd in het kader van toegankelijkheid en de Code
Diversiteit en Inclusie met betrekking tot Publiek. c.
meerwaarde voor het sociaal-maatschappelijk milieu in de stad – De aanvrager heeft een duidelijke strategie op het verbinden van eigen culturele activiteiten met andere (maatschappelijke) sectoren zoals onderwijs, zorginstellingen, buurtinitiatieven, bedrijfsleven, et cetera. De aanvrager integreert op passende wijze maatschappelijke vraagstukken (zoals duurzaamheid, sociale cohesie en kansengelijkheid) in eigen culturele activiteiten.
d.
diversiteit en inclusie – De aanvrager omschrijft duidelijk zijn visie/ambitie inzake diversiteit en inclusie. De aanvrager heeft (minimaal drie) duidelijke en realistische doelstellingen geformuleerd ten aanzien van de code Diversiteit en Inclusie. De ambities die gesteld zijn met betrekking tot de aspecten Programma en Partners sluiten aan bij de code, zijn passend bij de aard van de culturele activiteiten en zijn vertaald naar concrete stappen/acties.
Scores 0 – Voldoet niet aan het criterium Er is stevige kritiek op het criterium zoals blijkt uit het ingediende aanvraag en er zijn bijna geen positieve elementen te benoemen. Er is gerede twijfel aan de uitvoerbaarheid/ het realiteitsgehalte. De aanvraag roept veel vragen op ten aanzien van het criterium omdat deze slecht is uitgewerkt, essentiële informatie ontbreekt of de informatie is inconsistent. 5 – voldoet aan het criterium Het criterium is voldoende uitgewerkt en helder in de aanvraag opgenomen. Er zijn punten van kritiek, maar deze doen weinig afbreuk aan de inhoud van de aanvraag en de verwachting is dat de aanvrager deze punten bij de uitvoering van het plan kan verbeteren. De vragen die de aanvraag oproept ten aanzien van het criterium staan de uitvoering van het plan niet in de weg. 10 – Voldoet in grote mate aan het criterium Er zijn weinig tot geen punten van kritiek ten aanzien van het criterium. De aanvraag is zeer goed uitgewerkt op het criterium, de inhoud is helder beschreven, zorgvuldig en overtuigend onderbouwd. De aanvraag roept geen wezenlijke vragen op ten aanzien van dit criterium.
Artikelsgewijs Artikel 6 Subsidieaanvrager Eerste lid - Artikel 2:3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en stichtingen rechtspersoonlijkheid bevatten. Deze privaatrechtelijke rechtspersonen komen voor subsidie in aanmerking. Er bestaan nog andere samenwerkingsvormen in het privaatrecht, te weten de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap. Deze rechtsvormen hebben echter geen rechtspersoonlijkheid. Dit betekent dat zij niet zelfstandig rechtshandelingen kunnen verrichten, maar dat de maten of vennoten dat moeten doen. Deze samenwerkingsvormen kunnen alleen een subsidieaanvraag doen op grond van artikel 47 (Snelgeld). Artikel 7 Subsidieaanvraag
Derde lid - Voor een aanvraag voor Snelgeld (hoofdstuk 6, artikel 47) mag het activiteitenplan ook in het Engels worden ingediend. Alle communicatie vanuit SCE blijft in het Nederlands. Vierde lid – Voor het activiteitenplan wordt per regeling een format gepubliceerd. Het maximaal aantal woorden (en MB) verschilt per deelregeling. De begroting moet aansluiten bij de periode waarin de activiteiten plaats vinden inclusief een sluitend dekkingsplan (niet begroten op een tekort of overschot). Een bankafschrift moet worden geüpload (om het bankrekeningnummer te checken). Tot slot wordt een aanvraag afgesloten met een ondertekend voorblad. In het geval van een privaatrechtelijk rechtspersoon dient het voorblad getekend te worden door een bevoegd bestuurder. In geval van gezamenlijke bevoegdheid dienen ten minste twee bevoegde personen te tekenen. De bevoegdheid dient te blijken uit de statuten of het KvK uittreksel. Indien sprake is van machtiging, dient de machtiging mee te worden gestuurd. Een aanvraag ondertekend bij afwezigheid (b.a.) of in opdracht (i.o) wordt niet geaccepteerd. In het geval van een natuurlijk persoon volstaat ondertekening door de aanvrager. Vijfde t/m zevende lid - Indien van toepassing zijn ook de volgende documenten vereist: een overzicht van gelieerde rechtspersonen en de relatie met de aanvrager. Bijvoorbeeld een vrienden vereniging of B.V.
waarin de horeca is ondergebracht. Daarnaast is een vermelding vereist van het bestaan van (zakelijke) relaties op het niveau van bestuur of directie van de aanvrager met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, eigen stichtingen of andere eigen rechtspersonen en de aard van deze verhoudingen alsmede de financiële impact er van. Tot slot wordt bij de subsidieaanvraag indien er sprake is van een negatief eigen vermogen (balansdatum van het meest recent afgesloten boekjaar) een plan van aanpak verstrekt waaruit blijkt dat er geen gevaar is voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Achtste lid - Een aanvraag door een privaatrechtelijk rechtspersoon bevat ook een oprichtingsakte/statuten welke door een notaris zijn ondertekend, een uittreksel van de Kamer van Koophandel die niet ouder dan 12 maanden is en de meest recente jaarrekening en jaarverslag. Indien deze niet beschikbaar zijn, bijvoorbeeld doordat de rechtspersoon recentelijk is opgericht, volstaat een verklaring van ontbreken. Artikel 8 Btw en subsidiabele kosten Eerste lid – De hoogte van het subsidiebedrag wordt gewoonlijk berekend op basis van een begroting van de kosten die nodig zijn voor het uitvoeren van een subsidieactiviteit. Wanneer de aanvrager btwplichtig is dan mag de btw niet worden opgevoerd in de begroting.
Wanneer de aanvrager niet btwplichtig is kan de btw over bepaalde kostenposten worden meegenomen in de begroting. Er dient dan door de aanvrager worden aangetoond dat dit het geval is. Derde lid – Kosten ten behoeve van horeca exploitatie zijn niet subsidiabel tenzij ze direct gerelateerd zijn aan de culturele activiteit. Indien er sprake is van horeca exploitatie of andere commerciële activiteit moet door de aanvrager op de begroting worden aangetoond dat de inkomsten die hiermee gegenereerd worden tenminste kostendekkend zijn. Vierde lid - Er kan geen subsidie worden aangevraagd voor kosten die al gemaakt zijn voordat het besluit over subsidieverlening bekend is. Voor projecten betekent dit dat de kosten die gemaakt zijn vóór het besluit op de aanvraag niet subsidiabel zijn en in het financieel overzicht t.b.v. de verantwoording als voorbereidende kosten kunnen worden opgenomen. Voor meerjarige subsidies geldt dat alleen de kosten die gemaakt zijn in het jaar waarvoor de subsidie is verleend subsidiabel zijn.
Artikel 9 Weigeringsgronden Eerste lid onder a - Indien er voor een activiteit al subsidie is verleend, bijvoorbeeld een meerjarige subsidie, kan niet binnen deze verordening nogmaals voor dezelfde activiteit subsidie worden aangevraagd, bijvoorbeeld in de vorm van een projectsubsidie. Wel is het mogelijk om binnen deze verordening cofinanciering aan te vragen als door andere domeinen binnen de gemeente al subsidie is verleend. De aanvrager dient dan in de toelichting op de begroting aan te tonen dat de subsidie niet voor dezelfde activiteiten en kosten wordt ingezet. Eerste lid onder b – Staatssteun zie artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt (PB EU L 187). Tweede lid – Naast de weigeringsgronden genoemd in het eerste lid zijn er facultatieve weigeringsgronden. Op basis hiervan kán subsidie worden geweigerd, weigering is niet verplicht. Zo kan de ernst van de weigeringsgrond worden afgewogen tegen het belang van de subsidiëring. Deze weigeringsgronden vormen een aanvulling op de weigeringsgronden die zijn opgenomen in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht; in dit artikel is geregeld dat subsidie kan worden geweigerd: Indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: a.
de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
b.
de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c.
de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.
Indien de aanvrager: a.
in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
b.
failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
Derde lid - Dit betreft het geval dat de aanvrager de toets van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (Wet Bibob) niet kan doorstaan. De Wet Bibob geeft bestuursorganen een instrument om de integriteit te toetsen van aanvragers. Het gaat bij deze weigeringsgrond om de persoon, dan wel rechtspersoon van de aanvrager. Artikel 10 Betaling en bevoorschotting Bij subsidieverlening worden in de beschikking de hoogte en de termijnen van bevoorschotting opgenomen. Gebruikelijk is een voorschot van 95%. Het aantal termijnen kan liggen tussen één en twaalf per kalenderjaar of gedurende de projectduur, afhankelijk van de hoogte van het te verlenen bedrag en de aard van de activiteiten. Subsidiebedragen tot en met € 5.000 worden 100% in één termijn uitbetaald. Artikel 11 Reserves en voorzieningen
Eerste lid - Met betrekking tot artikel 11 worden in de beschikking maatwerkafspraken gemaakt. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met het percentage subsidie ten opzichte van de totale baten, het weerstandsvermogen en de hoogte van het te verlenen bedrag. In artikel 4:72, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve komt. Tweede lid – Over overschotten of niet gebruikte subsidiemiddelen dient vooraf te worden afgestemd door de subsidieaanvrager. Artikel 13 Verantwoording van de subsidie Accountantsproducten voor subsidies van meer dan respectievelijk € 100.000 en € 500.000: Zesde lid - Een beoordelingsverklaring is een verklaring waarbij de accountant een conclusie geeft met een beperkte mate van zekerheid. In de beoordelingsverklaring stelt de accountant dat ‘niet is
gebleken dat de jaarrekening geen getrouw beeld geeft van het vermogen en het resultaat van de onderneming’. Zevende lid - Een controle verklaring is een verklaring waarbij de accountant een oordeel geeft over de jaarrekening met een redelijke mate van zekerheid. Bij een controleopdracht controleert de accountant of de jaarrekening die het bestuur heeft opgesteld een goede weergave is van de financiële situatie van de onderneming. In de controleverklaring geeft de accountant zijn onafhankelijke mening hierover in de vorm van een oordeel. Voor een verklaring van rechtmatigheid controleert de accountant of de subsidie rechtmatig is besteed. Hiertoe stelt hij vast dat de in de financiële verantwoording van de instelling verantwoorde baten en lasten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat financiële transacties die betrekking hebben op publieke middelen in overeenstemming zijn met de in relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen (Awb, WNT en Aanbestedingswetgeving) en met de eventueel in de subsidieverleningsbeschikking opgenomen aanvullende verplichtingen. Inzake rechtmatigheid dient in de verklaring van de accountant behalve oordeel over financiële rechtmatigheid ook een oordeel over rechtmatige besteding van subsidie te worden opgenomen.
Dit houdt in dat de subsidiegelden zijn besteed conform het doel waarvoor ze beschikbaar zijn gesteld zoals vermeld in de subsidiebeschikking en er is voldaan aan de geldende subsidievoorwaarden. Artikel 15 Algemene verplichtingen De subsidieontvanger heeft in de genoemde gevallen meldingsplicht (schriftelijk). Bijvoorbeeld als het aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteit niet, niet tijdig, niet geheel of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen zal worden verricht. In dat geval kan de subsidie lager worden vastgesteld of zullen nadere afspraken worden gemaakt over het aanpassen van de verplichtingen. Als bij de desgevraagde verantwoording of controle blijkt dat niet aan de meldingsplicht is voldaan, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente. Artikel 16 Bijzondere verplichtingen Eerste lid - Bij verlening wordt in de beschikking vastgelegd of monitorgesprekken zullen plaatsvinden en/of tussentijds een evaluatie schriftelijk moet worden ingediend. Tweede lid – Voor de zichtbaarheid van Cultuur Eindhoven is het van belang dat Cultuur Eindhoven vermeld wordt in alle uitingen van de activiteiten die ondersteund worden. Het logo van de stichting is
te downloaden op de website www.cultuureindhoven.nl en dient te worden geplaatst op alle communicatie uitingen. Derde lid - Wanneer (delen van) de subsidieaanvraag of subsidieverantwoording openbaar worden gemaakt zal de subsidieontvanger daarvan op de hoogte gesteld worden. Hierbij wordt ook rekening gehouden met privacywetgeving. Vierde lid – Zoals bedoeld in artikel 4:37, 4:38 en 4:39 van de Awb. Artikel 17 Adviescommissie De Cultuurraad is het adviesorgaan van Stichting Cultuur Eindhoven en wordt ingesteld als adviescommissie van het college om te adviseren over de subsidieaanvragen (met uitzondering van Snelgeld). De Cultuurraad is een adviseur in de zin van artikel 3:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk 2 Meerjarige subsidie - Professionele kunsten in samenhang met Rijk en Provincie De gemeente Eindhoven cofinanciert culturele organisaties die ook financiering van het Rijk en/of provincie Noord-Brabant ontvangen. Voor specifieke functies sluiten de subsidievereisten aan op de vereisten in de landelijke rijksregeling. Bij de aanvraagprocedure worden dezelfde formats en richtlijnen in acht genomen. Hoofdstuk 3 Meerjarige subsidie – Eindhovense basis Elke stad is gebaat bij een goede, degelijke infrastructuur.
Die bestaat onder andere uit professionele organisaties die onmisbaar zijn voor het presenteren van een breed aanbod (podia en stedelijke musea), bieden van een breed palet aan educatieve programma’s voor jeugd en jongeren en stimuleren van cultuurparticipatie (bemiddelingsfunctie voor onderwijs en huis voor amateurkunst en cultuureducatie). Deze organisaties zijn voor hun financiering primair afhankelijk van de gemeentelijke subsidie. Het gaat om stedelijke voorzieningen die primair voor (inwoners van) de stad van belang zijn, maar ook een belangrijke functie voor de regio hebben. Eindhoven is centrumstad van de regio Brainport en stedelijke basisvoorzieningen bereiken met hun activiteiten de inwoners van de hele regio. Artikel 28 Subsidieplafond en wijze van verdeling van beschikbare middelen Per functie wordt een deelplafond bepaald. Vanwege het belang voor de stad van alle functies, komt een deelplafond niet te vervallen ten gunste van een ander deelplafond wanneer een functie niet ingevuld wordt. Als na de openstellingsperiode blijkt dat er voor een van de functies in artikel 25 geen subsidie wordt verstrekt, kan het college besluiten het subsidieplafond opnieuw open te stellen. Het college publiceert in dat geval gedurende welke periode de aanvragen voor die functie kunnen worden ingediend.
Hoofdstuk 4 Meerjarige subsidies – Programma’s De programmaregeling biedt met tweejarige subsidies enerzijds stabiliteit, maar maakt ook dynamiek en doorstroming mogelijk. Deze organisaties bieden activiteiten voor een divers publiek en zijn bij voorkeur sterk gericht op het belang van makers uit en inwoners van Eindhoven. Tevens zijn ze verbonden met het stedelijke culturele ecosysteem en netwerken van andere domeinen. Artikel 38 Beslistermijn Het besluit op de subsidieaanvraag wordt uiterlijk 31 december voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt verleend genomen.
Hoofdstuk 5 Projectsubsidies Eenmalige subsidies zijn van belang voor experiment en vernieuwing, maar ook voor terugkerende projecten en evenementen. Met eenmalige subsidies wordt levendigheid in het cultureel aanbod in de stad gestimuleerd. Er kan subsidie worden aangevraagd voor zowel nieuwe activiteiten als terugkerende activiteiten of evenementen Artikel 41 Aanvraagtermijnen/tranches In het subsidiesysteem kun je vanaf 00.00 op de eerste dag van de maand indienen. De deadlines voor het indienen van een subsidieaanvraag zijn als volgt: a.
30 september 2024
b.
31 januari, 30 mei, 30 september 2025
c.
30 januari, 29 mei, 30 september 2026
d.
29 januari, 31 mei, 30 september 2027
e.
31 januari, 31 mei 2028.
Het subsidiesysteem sluit op die dag om 17.00 uur. Hoofdstuk 6 Snelgeld Deze regeling is als enige – naast voor privaatrechtelijke rechtspersonen - toegankelijk voor natuurlijke personen. Subsidie kan worden verleend voor onderzoek, ontwikkeling, presentatie en productie en culturele publieksactiviteiten. Deze deelregeling richt zich vooral op individuele makers, natuurlijke personen, omdat deze bij de andere deelregelingen geen mogelijkheid tot aanvragen hebben. Artikel 48 Subsidievereisten Eerste lid onder a – Onder gevestigd of werkzaam in de gemeente Eindhoven wordt verstaan dat de aanvrager woonachtig is of een werkruimte heeft in de gemeente Eindhoven. Eerste lid onder e - De criteria waarop een aanvraag binnen deze regeling getoetst wordt, zijn afgeleid van de algemene criteria maar gespecificeerd voor het doel en de doelgroep van het Snelgeld. Artikel 49 Aanvraagtermijnen/tranches Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend binnen de gestelde termijn (vanaf 00.00 op de eerste dag tot 00.00 op de laatste dag) of tot dat het subsidieplafond voor de betreffende tranche is bereikt.