CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3b - bij Nota van zienswijzen - RCE advies st. claralaan 1 5654 AS Eindhoven

Gemeenteraad 19 april 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied (Clarissenklooster Sint Claralaan)1.682 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

> Retouradres Postbus 1600 3800 BP Amersfoort

College van B&W van Gemeente Eindhoven T.a.v. T. van Lokven Postbus 90150 5600 RB Eindhoven

Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl Contactpersoon Emil Uriot E.Uriot@cultureelerfgoed.nl

Onze referentie

Olonummer

Datum Betreft

9 december 2021 préadvies conceptplan rijksmonument Clarissenklooster

Bijlagen 0

Gegevens beschermde monumenten Kloostertuin met gracht Naam St. Claralaan 1 Adres 5613BC Eindhoven Postcode/plaats Eindhoven; Noord-Brabant; Gemeente/provincie 531180 Monumentnummer Naam Adres Postcode/plaats Gemeente/provincie Monumentnummer Naam Adres Postcode/plaats Gemeente/provincie Monumentnummer

Ommuring met poort en brug St. Claralaan 1 5613BC Eindhoven Eindhoven; Noord-Brabant; 531181 Clarissenklooster St. Claralaan 1 5613BC Eindhoven Eindhoven; Noord-Brabant; 530876

Geacht college,

In het kader van het vooroverleg over de herbestemming, restauratie en verbouwing van het vm. Clarissenklooster aan de St. Claralaan 1 in Eindhoven, is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gevraagd te adviseren over het totaal aan plannen (samengevat in een voorlopig ontwerp). Voor het advies zijn meerdere documenten aangeboden. Het betreft de herbestemming en verbouwing van het voormalige kloostergebouw en de tuin t.b.v. een hotelfunctie. Daartoe wordt het gebouw en de tuin heringericht. Ten behoeve van voldoende kamers en wellness is nieuwbouw voorzien in de zuidwestelijke zijde van de tuin.

Advies

Pagina 1 van 5

Onze referentie

Centrale vraag is of het totaal aan plannen en de integratie daarvan voldoende rekening houdt met de cultuurhistorische waarden van de verschillende monumentonderdelen en de direct aangrenzende ruimte. Bij de beoordeling is het aanwijzingsbesluit met de registeromschrijving betrokken. Daarnaast is kennis genomen van de relevante planstukken, als ook de uitkomsten van de verschillende overleggen. Deze hebben plaats gevonden tussen 2019, 2020 en 2021. Belangrijke partijen waren en zijn de ontwikkelaar, gemeente, de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en vertegenwoordigers van de RCE. Tot slot is de locatie op verschillende momenten bezocht en bekeken. Naar aanleiding van de planstukken en het doorlopen proces is het preadvies positief. Omwille van de leesbaarheid is het advies ingedeeld op de thema’s marktconcept, bouwplan kloostergebouw, herinrichting tuin en nieuwbouw. Hieronder wordt het advies verder toegelicht. Toelichting o Hotelconcept versus soberheid klooster Onderwerp van gesprek is hoe de soberheid en ver doorgevoerde eenvoud van het kloostercomplex zich verhoud tot het hotelconcept (luxe en comfort)? Uit de plannen blijkt het narratief van de kloosterorde (slotzusters) en de weerslag daarvan (het gebouw) leidend voor het hotelconcept. De eenvoud wil men koesteren.

Dit wordt onder meer geïllustreerd door de verkavelings-, en materiaalstudies voor de hotelkamers en het behoud van de kenmerkende logistiek en doorwaadbaarheid van het gebouw (of het gebrek daaraan). Tevens wil men de tuin deels inrichten als productietuin t.b.v. de keuken. Hoe het concept tot op detailniveau doorwerkt op het monument is nog onderdeel van de ontwerpopgave. o

Bouwplan kloostergebouw Ofschoon het kloostergebouw een sobere, kloeke en ogenschijnlijk dogmatische indruk maakt, zijn er opmerkelijk veel bouwkundige en architectonische variaties en ritmische accenten aan te wijzen, samengevat in ‘gelijk is ongelijk (timmermanswerk)’. Het gebouw kent weldegelijk frivoliteiten en afwijkingen, zoals het doorschieten van de vleugelhoeken, de variatie in raamtypologieën, de asymmetrie van de torenlocatie. Deze bieden aanknopingspunten voor het ontwerpwerk. De voorgestelde ingrepen in het kloostergebouw zijn bescheiden en passend. Het is verfrissend om te denken in ‘traditionele’ toevoegingen in plaats van eigentijdse. Gezien de eerder benoemde ambachtelijkheid en bescheidenheid van het gebouw in alle facetten is de strategie een zeer denkbare optie. Het wordt al gauw te veel gekunsteld: keep it simple. Ten aanzien van het interieur worden de volgende verkavelingsvoorstellen gedaan: o In de eerste bouwlaag wordt het interieur behouden. De tweede bouwlaag wordt gewijzigd, met behoud van leesbaarheid van de historische verkaveling. Er worden in één vleugeldeel 4 cellen aanéén geschakeld door gaten in de muur met behoud van de

Pagina 2 van 5

Onze referentie

o o

•

voormalige celdeuren. De overige vleugels worden gewijzigd met een rudimentaire verkavelingsduidingen. Voor de bereikbaarheid van de derde bouwlaag worden twee trappen en een lift toegevoegd (huidige lift wordt vervangen) De referentiebeelden voor het interieur benadrukken de inzet op ambacht en natuurlijke materialen

Herinrichting tuin Het huidige tuinontwerp onderkent de hoofdindeling van de kloostertuin. Een belangrijke, zo niet de belangrijkste vraag was waar de nieuwbouw een plek kon krijgen. Destijds zijn de volgende drie locatiescenario’s besproken: o Een tweede binnenhof: er wordt een massa aan het kloostercarré gebouwd tussen het klooster en de Dommel o Hoekvariant a op basis van oriëntatie kloostermuur (noordoosthoek) o Hoekvariant b op basis van oriëntatie kloostermuur (zuidwesthoek) De voorkeur gaat uit naar scenario 3 op basis van tuinhistorische en stedenbouwkundige argumenten. De oorspronkelijke inrichting van de kloostertuin is niet meer gaaf, maar de hoofdindeling van breviertuin en nutstuin is nog herkenbaar en biedt aanknopingspunten voor nieuwe toevoegingen. Het pleidooi is de voormalige breviertuin te ontzien (noordoostzijde) van bebouwing. Deze had immers een bijzondere en meer contemplatieve betekenis. Het ligt daarom meer voor de hand deze deels te herstellen of verder te verparken. Scenario 1 deelt de oorspronkelijk ongedeelde ruimte rondom het klooster te veel op en tast het solitaire karakter van het klooster aan. Daarmee verbasterd de typologie en de ruimte van de plek en gebouwen (slotklooster). Scenario 3 biedt programmatisch en logistiek de meest aanknopingspunten. Daarnaast bevindt de locatie zich in de voormalige nutstuin.

Eigen aan het historische gebruik van deze ruimte is deze pragmatisch en functioneel te benutten (de nutstuin is vrij indeelbaar en inrichtbaar). De afstand die ontstaat tussen oud- en nieuwbouw ondersteund de leesbaarheid van het complex (slotklooster omringd door tuin, muur en gracht). Het uitkragende koor kan een stedenbouwkundig en architectonisch relatie tussen beide gebouwen leggen. In ieder geval meer dan de gesloten en afstotende/afkerende gevels aan de noord en oostzijde. Wat ruimtelijk de juiste spanning en samenhang oplevert tussen beide gebouwen is verder te onderzoeken. Ten aanzien van scenario 3 zijn de volgende aandachtspunten meegegeven: o Het advies is de visuele relatie tussen het klooster en de Dommel en molen te behouden. o De huidig fysieke scheiding tussen het voorerf van het klooster en de nutstuin is niet onaantastbaar. Deze kan gewijzigd worden omwille van de functionele nabijheid van de nieuwbouw, de routing en keuken- en terrasfunctie. Wel is het wijzigen van de scheidende muur (open en toch gesloten) een ontwerpopgave.

Pagina 3 van 5

Onze referentie

o

o

De gedachte is de nutstuin zo open mogelijk te houden omwille van het behoud van de tuinfunctie. Het advies is een mogelijke droogloopcorridor tussen beide gebouwen weg te laten.

Nieuwbouw Het ontwerp voor de nieuwbouw is meerdere malen aan de orde geweest. De toren van het klooster bepaald de hiërarchie van de bebouwing (blikvanger, skyline en gebouwde hiërarchie). De RCE heeft geen absoluut standpunt over hoe hoog de nieuwbouw kan reiken. Wel dient de kloostertoren het (dominant) hoogste punt te blijven en het beeld te bepalen. De hoogte van de nieuwbouw hangt sterk af van de architectuur, de “nabijheid” van beide (klooster en nieuwbouw) gebouwen ten opzichte van elkaar, de tuinsetting, schaal en korrelgrootte. De laatste versies zijn tijdens de vergadering van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit aan de orde gesteld. De RCE had hier bij gelegenheid ook zitting. De positie van de RCE t.a.v. de nieuwbouw is positief. Hieronder wordt het advies verder toegelicht. o

‘Maakbare’ architectuur De studie naar de nieuwbouw overtuigd, want benoemd op navolgbare wijze de kansen en mogelijkheden. De eerder georganiseerde logistiek is vereenvoudigd. De typering van de architectuur is kernachtig: zuiverheid door eerlijke materialen en ambacht: het moet ten allen tijden maakbaar zijn. Interessant is de frivoliteit van Kooken die nog doorschemert.

o

Ontspanning en spanning tussen oud en nieuw De nieuwbouw zoekt bewust ontspanning en spanning op tussen het bestaande en nieuwe. In willekeurige volgorde: o Door een gelijke baksteen te gebruiken ontstaat ruimtelijke en bouwkundige eenheid met de overige ensemble-onderdelen. De gepresenteerde baksteen en voeg draagt bij aan de maakbaarheid en leesbaarheid van het gebouw (maat en schaal). o Het wordt een ‘kaal’ gebouw in de goede zin van het woord; de nog te detailleren muren/gevelopeningen en detailleringen kunnen zo nog meer spreken/verbijzonderen. o Zo ‘stenig’ als het kloostergebouw, zo kristallijn is de nieuwbouw (verhouding muur/glas). Hierin is het gebouw eigentijds. o De ietwat eigenwijze positie van het gebouw t.o.v. de kloostermuur (lichte draaiing) brengt enige speelsheid.

o

Enkele suggesties bij de nieuwbouw o Interessant is te onderzoeken hoe de nieuwbouw op het maaiveld en in de tuin staat. En hoe beide onderdelen met elkaar iets gaan doen (bouwkundig en landschappelijk). Op de renders mist bv. de ‘spie’ (de ruimte tussen de muur en het gebouw) nog spanning of een doel. Hoe ontstaat spanning?

Pagina 4 van 5

Onze referentie

o o

o

o

Het advies is na te denken over het type glas. Te veel reflectie maakt het gebouw wellicht te ongenaakbaar/kil. Suggestie is enige frivoliteit/speelsheid te maken in de detaillering van de gevels, gevelopeningen en interieur. Ook als knipoog naar de architectuur van Kooken. Alhoewel, keep it simple. In lijn met het kloostergebouw is een meer geprononceerde entree overdenkbaar. De positie van de ingang is nu ‘verstopt’. Hierin vormt de logistiek en architectuur een trendbreuk met het klooster (alle ingangen zijn naar het openbaargebied en de padenstructuur gekeerd). Vraag is of de kaalheid/puurheid van het gebouw robuust genoeg is en intact blijft, ook bij verduurzamingswensen (zonnepanelen op het dak bv) en licht- en luchtwensen (bv. luifels, roosters, buitenverlichting en armaturen) of logistieke en informatieve wensen (bordjes, info).

Conclusie Gelet op het voorgaande is de conclusie dat het plan overtuigd. Het plan houdt voldoende rekening met de cultuurhistorische waarden van het monument en de individuele onderdelen. Voor zover nu bekend is het totaal aan plannen in samenhang. Alles lijkt op zijn plaats te vallen. Het doorontwikkelde en verder uitgewerkte plan wordt met belangstelling tegemoet gezien.

Vragen Mocht u nog vragen hebben over de inhoud van dit advies, dan kunt u contact opnemen met de contactpersoon die in het briefhoofd vermeld staat.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,

Emil Uriot Adviseur architectuurhistorie regio Zuid, Noord-Brabant

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11753149/1