CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a - bij Nota van zienswijzen - 20220209 memo zienswijze provincie

Gemeenteraad 19 april 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied (Clarissenklooster Sint Claralaan)4.385 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

_________________________________________________________________

Memo Aan: T.a.v. Van Inzake Dossiernr. Datum

: CRA Ontwikkel B.V. : de heer ir. S.J.M. Dikker : mr. L.C.G. Hoenselaar : CRA Vastgoed/Advies bestemming Clarissenklooster : 10611-001 : 14 februari 2022

Paradijslaan 159 Postbus 480 5600 AL EINDHOVEN tel: 040 - 21 20 400 fax: 040 - 21 21 487 mob: 06-30 28 0104 e-mail: l.hoenselaar@vastgoedadvocaten.nl

Verzonden per e-mail: bd@cravastgoed.nl _________________________________________________________________ I.

Inleiding

De Provincie Noord-Brabant, hierna: ‘de provincie’, heeft een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied (Clarissenklooster Sint Claralaan)’ dat ter visie heeft gelegen van 1 juli tot en met 11 augustus 2021. Het ontwerpbestemmingsplan heeft betrekking op het transformeren van het Clarissenklooster aan de Sint Claralaan 1 naar een hotel in het hogere segment met restaurant. Dit plan wordt ontwikkeld door CRA Ontwikkel B.V., hierna ‘CRA’. Het luxe hotel met restaurant voorziet in een behoefte, aangezien binnen de gemeente een tekort aan luxe overnachtingsmogelijkheden bestaat. Het restaurant in het bestaande kloostergebouw zal ook geopend zijn voor niet-hotelgasten, zodat het monumentale gebouw en de kloostertuin (met ommuring) niet alleen kwalitatief verbeteren maar ook publiek toegankelijk worden. Naast de transformatie van het voormalige klooster wordt nieuwbouw mogelijk gemaakt. Mede rekening houdend met het behoud en de versterking van de cultuurhistorische waarden van het bestaande kloostergebouw, is uiteindelijk gekozen voor de toevoeging van één losstaand/solitair gebouw dat zich qua verschijningsvorm, bouwvolume en bouwhoogte goed verhoudt tot de bestaande bebouwing. De nieuwbouw wordt op gepaste afstand van het bestaande kloostergebouw gerealiseerd, waarbij tevens rekening is gehouden met de oorspronkelijke indeling van de kloostertuin.

Het materiaalgebruik voor de nieuwbouw zorgt ervoor dat het geen ‘eigenstandig/icoonachtig’ gebouw wordt, maar dat het gebouw op terughoudende wijze aansluit op het bestaande kloostergebouw dat qua verschijningsvorm het belangrijkste gebouw blijft. De herbestemming van het klooster geeft een nieuwe, duurzame economische betekenis aan dit betekenisvolle ensemble. En daarmee een fundament voor instandhouding op de langere termijn. De aanvullende nieuwbouw is nodig voor de financiële haalbaarheid van het plan (‘behoud door ontwikkeling’).

Weebers Vastgoed Advocaten is een handelsnaam van Weebers Vastgoed Advocaten N.V. Kamer van Koophandel nr. 50104861. Op alle werkzaamheden zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Deze kunnen worden geraadpleegd op www.vastgoed-advocaten.nl. Al uw opdrachten worden uitsluitend aanvaard door Weebers Vastgoed Advocaten N.V. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in desbetreffend geval door onze beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar wordt uitbetaald, vermeerderd met het bedrag van het eigen risico.

De provincie heeft laten weten zich niet te kunnen vinden in de positionering en omvang van de nieuwbouw. Omdat de nieuwbouw in de optiek van de provincie niet bescheiden en nederig is, en niet in harmonie met het klooster en het kloosterterrein, is het ontwerpbestemmingsplan volgens de provincie in strijd met artikel 3.31 van de Interim omgevingsverordening (IOV) en is sprake van aantasting van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied (maat en schaal van het buitengebied van het Genneper Park). Daarnaast geeft de provincie aan dat zij de gang van zaken ten aanzien van de voorbereiding van het plan, graag anders had gezien. Zo is geen gebruik gemaakt van het aanbod van de provincie om in geval van vragen of opmerkingen contact op te nemen en is pas nadat het ontwerpbestemmingsplan ter visie is gelegd een uitnodiging ontvangen voor een rondleiding op de locatie. In dit memo wordt nader ingegaan op de door de provincie ingediende zienswijze, waarbij tevens is onderzocht op welke wijze aan deze zienswijze kan worden tegemoet gekomen. Hierbij is gebruik gemaakt van de input die door de architect (Stefan de Bever, kleinzoon van de architect van het oorspronkelijke kloostergebouw) en adviesbureau Hylkema Erfgoed is aangeleverd.

Daarnaast wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op de gemaakte keuzes ten aanzien van de nieuwbouw en wordt nader ingegaan op de doorlopen (vooroverleg)procedure om tot het ontwerpplan te komen. II.

(Voor)overleg en reactie provincie

CRA is vanaf de aankoop van het kloostergebouw, in 2018, gestart met de planontwikkeling. Hierbij is direct een aantal stakeholders betrokken waaronder de gemeente Eindhoven (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit), de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), de Van Abbe Stichting, Trefpunt Groen, de (kleine) en in een later stadium ook de ‘grote’ klankbordgroep voor Genneper Parken en omwonenden. Aan deze grote klankbordgroep nemen ongeveer 20 stakeholders deel die zijn begaan met deze ontwikkeling in het algemeen en de omgeving van het Genneperpark in het bijzonder. De provincie is in dit vroege stadium, net als de andere bestuurlijke vooroverlegpartner Waterschap De Dommel, nog niet bij de planvorming betrokken. Vervolgens zijn de plannen verder uitgewerkt. Mede aan de hand van de bouwhistorische verkenning van adviesbureau Hylkema Erfgoed, die door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is vastgesteld, en de adviezen van de architect. In dat kader zijn ook diverse onderzoeken uitgevoerd (o.a. flora & fauna, parkeren en bomen). Pas toen de plannen meer vastomlijnd werden en de (anterieure) afspraken met de gemeente waren vastgelegd, is gestart met het opstellen van een voorontwerpbestemmingsplan. Begin maart 2021 is het voorontwerpplan, conform artikel 3.1.1, eerste lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), in het kader van het vooroverleg aangeboden aan de provincie.

De provincie is, als bestuurlijke vooroverlegpartner, gelet op artikel 3.31 IOV, immers ‘betrokken bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.’ In artikel 3.31 IOV is voor de gemeente een instructieregel bij de vaststelling van een bestemmingsplan opgenomen, waarin o.a. is bepaald dat een bestemmingsplan dat van toepassing is op een complex van cultuurhistorisch belang ‘strekt tot bescherming van de cultuurhistorische waarden van het complex zoals beschreven

Pagina 2 van 13

in de Cultuurhistorische Waardenkaart.’ Gelet op het (wettelijk) kader is het voorontwerpplan op het juiste moment ter beoordeling aan de provincie aangeboden. Mocht onverhoopt de indruk zijn ontstaan dat de provincie bij de planvorming is gepasseerd: dit is geenzins de bedoeling geweest. Een maand na ontvangst van het voorontwerpplan laat de provincie weten dat zij, vanwege de hoge werkdruk, geen voorrang kan geven aan dit plan, zodat hier buiten de termijn op zal worden gereageerd. Vervolgens vindt nog een aantal contactmomenten plaats, waarbij o.a. de provincie, ten behoeve van de beoordeling van de impact van het plan op de cultuurhistorische waarden, verzoekt om aanvullende informatie en CRA aanbiedt om de plannen nader toe te lichten. Van dit aanbod heeft de provincie geen gebruik gemaakt maar, begin juni, geeft zij een inhoudelijke reactie op het voorontwerpplan. In de vooroverlegreactie geeft de provincie aan dat het (voorontwerp)bestemmingsplan is getoetst aan de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Volgens de provincie is hierbij van belang dat het toevoegen van bebouwing in de kloostertuin in harmonie moet zijn met de erfgoedwaarden van het klooster en de kloostertuin in het bijzonder, en aansluit bij de ruimtelijke kwaliteit (maat en schaal) van het buitengebied van het Genneper Park.

Alleen dan kan volgens de provincie sprake zijn van een passende herbestemming voor het voormalige klooster welke tevens in overeenstemming is met de IOV. De provincie verzoekt om haar reactie bij de verdere planuitwerking te betrekken. In reactie hierop heeft de gemeente Eindhoven getracht om de gemaakte keuzes zo volledig mogelijk aan de provincie toe te lichten. Volgens de gemeente is in de voorbereiding met de stakeholders een zeer zorgvuldig proces gevolgd wat heeft geresulteerd in een goed doordacht plan. De vooroverlegreactie van de provincie staat volgens de gemeente en CRA dan ook niet in de weg aan het verder in procedure brengen van het (ontwerp)bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt, mede vanwege het feit dat in Eindhoven gedurende de zomervakantie geen ontwerpbestemmingsplannen ter inzage worden gelegd en zodoende niet onnodig veel tijd verloren gaat, op 1 juli 2021 ter visie gelegd. Dit wordt op 2 juli 2021 (digitaal) gemeld bij de provincie. Kort daarna wordt de provincie door de gemeente en CRA (wederom) uitgenodigd voor een locatiebezoek zodat de plannen door de architect ter plaatse nader toegelicht kunnen worden. Van dit aanbod, en/of de mogelijkheid van een Teams-overleg, kan door de provincie, vanwege de hoge werkdruk en de naderende vakantie, helaas geen gebruik worden gemaakt.

Op 29 juli 2021 heeft de provincie vervolgens een zienwijze ingediend, waarbij zij aangeeft zich niet in de plannen te kunnen vinden. Volgens de provincie betreft de nieuwbouw geen bescheiden toevoeging en past de situering en omvang niet bij het bestaande kloostergebouw en de kloostertuin. De nieuwbouw van vier bouwlagen is volgens de provincie significant hoger dan de goot- en nokhoogte van het kloostergebouw en de goothoogte van de kapel. Hierdoor bestaat bij de provincie de vrees dat de bestaande centrale rol van de kapel in het klooster zal worden overgenomen door de nieuwbouw. Volgens de provincie laat de keuze voor een plat dak de nieuwbouw daarnaast eerder aansluiten bij de karakteristiek van een stad en veel minder bij het

Pagina 3 van 13

dakenspel van het klooster en het landelijke karakter van het Genneper park. Ten aanzien van de kloostertuin stelt de provincie zich op het standpunt dat de nieuwbouw niet past bij de opbouw van deze tuin met open carré direct ten zuiden van het gebouw en van gelijke omvang van het gebouw. Om het ontwerpbestemmingsplan hiermee in overeenstemming te brengen noemt de provincie de volgende opties: het kleiner maken van de nieuwbouw, deels ondergronds bouwen of tijdelijk/circulair bouwen. Naar aanleiding van de zienswijze is opnieuw contact gezocht met de provincie wat heeft geresulteerd in een Teamsoverleg op 5 november jl. waarbij de plannen door de architect nader zijn toegelicht. Op 10 december jl. heeft een locatiebezoek plaatsgevonden waarbij, behalve de gedeputeerde van de provincie, en wethouder Thijs van de gemeente, ook de directeur van Hylkema Erfgoed, de architect en CRA aanwezig waren. Tijdens dit bezoek, dat vooral was bedoeld om het bestaande kloostercomplex ter plaatse ‘te ervaren’, zijn de plannen door de betrokkenen nogmaals toegelicht, waarbij tevens is getracht om (meer) inzicht te geven in de gemaakte keuzes en afwegingen. Naar aanleiding van dit bezoek is afgesproken dat de CRK, de RCE, de architect en de provincie nog eens gezamenlijk, inhoudelijk naar de plannen zullen kijken.

Net voor het locatiebezoek, op 9 december 2021, heeft de RCE haar eindadvies uitgebracht ten aanzien van de plannen. In dit advies concludeert de RCE dat het plan ‘overtuigd’ en dat het ‘‘voldoende rekening houdt met de cultuurhistorische waarden van het monument en de individuele onderdelen. Voor zover nu bekend is het totaal aan plannen in samenhang. Alles lijkt op zijn plaats te vallen. Het doorontwikkelde en verder uitgewerkte plan wordt met belangstelling tegemoet gezien.” Wellicht kan, mede op basis van dit advies, in de verdere planuitwerking derhalve nog ruimte worden gevonden om aan de zienswijze van de provincie tegemoet te komen.

Pagina 4 van 13

III.

Toelichting nieuwbouw

III.1 Het bestaande kloostergebouw Het bestaande kloostergebouw is ontworpen door Cees de Bever. De architectuur van Cees de Bever is kenmerkend voor de naoorlogse periode, toen de vraag naar reconstructie van voor WO II toenam. Een groot deel van zijn oeuvre (jaren ‘30-‘65) vindt zijn oorsprong in de wederopbouwperiode, zijn gebouwen ontstonden in de eerste plaats als louter functionele constructies, waar alles wat aan het ontwerp werd toegevoegd een doel had. Hij creëerde als het ware een blokkendoos bestaande uit primaire vormen. Elke vorm stond voor een functie. Zijn pragmatische aanpak waarbij eenvoud in detaillering en gebrek aan versiering uitgangspunt waren, combineerde hij met de vormgeving van ruimtes met een serene en sobere sfeer. De schoonheid van zijn ontwerp ligt in het gebruik van ritme, verhoudingen, cadans en algehele directheid, waarbij af en toe ook een uitzondering op de regel werd gemaakt. III.2 Positionering nieuwbouw De positionering van de nieuwbouw ten opzichte van het bestaande kloostergebouw is met grote zorgvuldigheid gekozen. Een aantal posities zijn de revue gepasseerd, zie ook onderstaande afbeelding: 1. 2. 3.

4. 5.

Ten noorden van het klooster: het kleine open veld is te klein voor nieuwbouw, omdat deze tegen het klooster aan zou komen te liggen. Dit is niet mogelijk en niet wenselijk; Ten noordoosten van het klooster: hier staat een aantal monumentale bomen die we uiteraard willen behouden; Ten zuidoosten van het klooster, aan de Dommel-zijde: hiervoor geldt hetzelfde als voor locatie 1. De nieuwbouw komt te dicht op het klooster, waardoor deze letterlijk en figuurlijk in de schaduw van de nieuwbouw zou komen te staan; De patiotuin van het klooster: dit is uiteraard geen optie, omdat dit het hele idee van een serene patiotuin teniet zou doen; en 6: De oude productietuin: in deze tuin is ruim plaats om op gepaste afstand, ruim 17m van de bestaande bebouwing, de nieuwbouw te positioneren (6). Zoals vroeger deze tuin er ter ondersteuning was, zo staat de nieuwbouw er straks ook, ter ondersteuning. Een groot deel van de productietuin komt terug (5), de gewassen uit eigen tuin zullen gebruikt worden in de keuken van het restaurant. Door de positionering in de zuidwesthoek van de kloostertuin (6), worden de belangrijke zichtlijnen vanuit de Genneper parken en met name vanuit de watermolen intact gelaten. De nieuwbouw vormt zo, samen met de tuin, tuinmuren en het klooster een evenwichtig ensemble.

Pagina 5 van 13

III.3 Primaire gebouwvormen Het Clarissenklooster weerspiegelt de filosofie van Cees de Bever door haar gestructureerde vormgeving. Het gebouw diende het leven van de nonnen, die gescheiden leefden van de alledaagse wereld. Daarom werd het op dezelfde manier gebouwd als een fort en zorgde het voor bepaalde niveaus van bescherming door het water, de omringende muren en door het klooster zelf, waardoor het een nog intiemere binnenplaats vormde. De functionaliteit is ook zichtbaar op esthetisch vlak. De buitenkant bedient de binnenkant; de uitstraling van de gevel is een weerspiegeling van wat er achter zit, waar alles weer duidelijk gezoneerd is. Deze integriteit van de ruimte was nodig voor het leven van de nonnen, aangezien hun hele bestaan gebaseerd was op duidelijke routines die ondersteund werden door een architectuur die een functionele en stille omgeving creëert. Het klooster is opgebouwd uit primaire vormen, welke alle een andere functie vertegenwoordigen. De nieuwbouw krijgt een nieuwe primaire vorm: de kubus. Doordat dit volume geen beëindiging (accent/kroon) krijgt in de vorm van een schuine kap of puntdak, zoals bij het klooster wel het geval is, blijft het ondergeschikt aan het hoofdvolume. Het is geen onderdeel van het kloostergebouw, het staat ten dienste van het ‘kloosterbedrijf’ en is ook als zodanig gesitueerd in het bedrijfsgedeelte van de tuin.

Net zoals vroeger de productietuin, die hier gesitueerd was, in dienst stond van de levensbehoefte van het klooster. Op gepaste afstand, maar toch zichtbaar.

Pagina 6 van 13

Door het aflopende maaiveld komt de nieuwbouw op een hoogte van 12,60m + peil en blijft daarbij ruim onder de bovenkant van de (dak)nok van de kapel, die 16,80m + peil meet. De architectuur is sober, net zoals de architectuur van het klooster. De raamopeningen, die allemaal tot dezelfde “familie” behoren, worden meer of minder open door toepassing van vullingen met filters in open baksteenverband enerzijds, en reageren op het gebruik door lichte verschillen in de hoofdafmetingen van de openingen zelf (met of zonder borstwering, iets lagere of iets bredere openingen). De combinatie van deze ingrepen maakt het generiek- specifiek, en toont de spanning tussen expressie en introversie.

Pagina 7 van 13

III.4 De kloostertuin Oorspronkelijk was de kloostertuin als volgt ingedeeld en had deze de volgende functies:

a. b. c. d.

de publieke presentatietuin die duidelijk is afgebakend door de kloostermuur en het klooster; de sier-/devotietuin die een wezenlijk onderdeel is van het religieus erfgoed; de nuts-/ productietuin, die dienst voor de zelfvoorzienendheid van het klooster. De zusters wilden deze tuin zo groot mogelijk hebben met een optimale bezonning. binnenhof

In de redengevende omschrijving van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, bij de aanwijzing als rijksmonument, is de kloostertuin met gracht apart beschreven. De (monumentale) waarde van het terrein wordt met name gebaseerd op de ligging in het park van het voormalige kasteel Rapelenburg en het feit dat door het groen rondom het kloostercomplex de besloten leefwijzen van de Clarissen wordt benadrukt.

Pagina 8 van 13

Ook in de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart wordt slechts een summiere beschrijving gegeven van het (provinciaal) cultuurhistorisch belang van de kloostertuin. In de waardenkaart wordt de tuin als volgt omschreven: “Het klooster ligt in een tuin die is omgeven door een muur en een gracht. De binnentuin is in gebruik als begraafplaats. In de buitentuin staan een stenen beeld van het Heilig Hart van Jezus en een stenen beeld van Jozef met de jonge Jezus en veel altijd groene coniferen.” Als gevolg van de transformatie van het bestaande gebouw wordt het restaurant ook geopend voor niethotelgasten. Hierdoor worden het te restaureren monumentale gebouw, de tuin en de kloostermuur niet alleen kwalitatief verbeterd maar ook publiek toegankelijk, waardoor eenieder het ensemble van het klooster, het interieur en de historie kan beleven. De historische functie van de moestuin blijft behouden en wordt tevens gebruikt voor het restaurant. Hiermee blijft dus ook het zelfvoorzienende karakter van de moestuin intact. Zoals ook blijkt uit onderstaande impressies (aanzichten zuidoost en noordwest), zal de nieuwbouw worden opgenomen in de tuin en daar geheel door worden omsloten:

Aanzicht zuidoost (zijde Genneper parken)

Aanzicht noordwest (zijde St. Claralaan)

Bovendien wordt na de transformatie van het kloostergebouw, een poortje gemaakt om een verbinding te leggen naar de Genneper parken. Deze ‘opening’ was er oorspronkelijk niet maar betekent een toevoegde waarde voor de beleving van de kloostertuin in relatie tot het park en vice versa.

Pagina 9 van 13

IV.

Inhoudelijke bezwaren

IV.1

Nieuwbouw

Positionering De locatie van de nieuwbouw aan de zuidzijde van het bestaande kloostergebouw is, in samenspraak met de diverse stakeholders en rekening houdend met de bestaande kwaliteiten en het voormalige gebruik van de kloostertuin, de stedenbouwkundige en landschappelijke visie van de locatie in relatie met de omgeving en de visie vanuit erfgoed, zorgvuldig gekozen. De diverse stakeholders hebben, na afweging van diverse alternatieven (zie III.2) ingestemd met deze locatie mits de nieuwbouw vrijstaand en op gepaste afstand van het bestaande kloostergebouw wordt gerealiseerd. Aangezien de kortste afstand van de nieuwbouw tot aan het voormalige kloostergebouw (minimaal) 15 meter bedraagt en 22 meter tot de lage toren met tentdak en dakruiter, wordt hier (ruimschoots) aan voldaan. In de zienswijze stelt de provincie tevens dat: Ook de positionering van het gebouw voor de vluchtlijn van het klooster maakt dat bij de benadering van het kloostercomplex de nieuwbouw door de perspectiefwerking dominant aanwezig zal zijn. Dit argument zal vooral aan de orde zijn bij de benadering van het kloostercomplex vanuit het noordwesten (zijde St. Claralaan). Hierbij wordt opgemerkt dat vanwege de afstand tot aan het kloostergebouw en de op het perceel aanwezige begroeïng, de nieuwbouw niet dominant aanwezig zal zijn.

Verhouding tot bestaande kloostergebouw Daarnaast is de nieuwbouw in maat, opbouw en verschijning ondergeschikt aan het bestaande kloostergebouw en zijn tevens de gelaagdheid (met maar enkele materialen) en verschijningsvorm afgestemd op het klooster (volume) zodat de nieuwbouw hiermee een ensemble vormt. Onder deze voorwaarden hebben de diverse stakeholders, waaronder de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (welstands- en monumentencommissie) ook ingestemd met de vorm en het volume van de nieuwbouw. Er is bewust gekozen voor het architectenbureau De Bever Architecten, dat het gedachtengoed van Cees de Bever nog altijd volgt, om daarmee de continuïteit en samenhang maximaal te garanderen. Bouwhoogte Ook qua bouwhoogte hebben de diverse stakeholders ingestemd met de realisatie van vier bouwlagen. Volgens het merendeel van hen zou de nieuwbouw zelfs hoger mogen zijn, mits deze maar niet hoger wordt dan de toren van het bestaande kloostergebouw. Dit stemt ook overeen met het eerdergenoemde (eind) advies van de RCE waarin staat dat: “De RCE heeft geen absoluut standpunt over hoe hoog de nieuwbouw kan reiken. Wel dient de kloostertoren het (dominant) hoogste punt te blijven en het beeld te bepalen.”

Pagina 10 van 13

Met betrekking tot de bouwhoogte maakt de provincie zich vooral zorgen over het feit dat de kapel ‘wegvalt’ ten opzichte van de nieuwbouw. Volgens bureau Hylkema heeft de kapel echter een onderscheidende architectonische vorm waardoor die (ondanks de beoogde nieuwbouw) opvalt. Mede daarom wordt de vorm van de nieuwbouw zo neutraal en sober mogelijk wordt gehouden. Door het aflopende maaiveld blijft de hoogte van de nieuwbouw (12,60m + peil) bovendien ruim onder de bovenkant van de (dak)nok van de toren van de kapel (16,80m + peil). Rekening houdend met de aflopende (maaiveld)hoogte sluit de bouwhoogte van de nieuwbouw aan bij de hoogte van het bestaande kloostergebouw (10,42m + peil) die bestaat uit 3 bouwlagen (2 lagen met een kap). Omdat de nieuwbouw een stuk lager is gelegen, sluit de bouwhoogte van vier lagen goed aan bij de hoogte van het bestaande gebouw. De nieuwbouw is, conform het advies van de RCE, nergens hoger dan de kloostertoren. Gelet op de maximale bouwhoogte van de nieuwbouw van 12,60 m + peil, zou de maximale bouwhoogte in het ontwerpbestemmingsplan teruggebracht kunnen worden van 15m naar (maximaal) 14m. Hierbij moet, ten behoeve van de nadere uitwerking en realisatie van de nieuwbouwplannen, rekening worden gehouden met enige flexibiliteit.

Bebouwde oppervlakte In het ontwerpbestemmingsplan is voor de nieuwbouw een bouwvlak opgenomen met een oppervlakte van circa 625 m2 . Binnen dit bouwvlak is een gebouw met een oppervlakte van maximaal 480 m2 toegestaan met een maximale bouwhoogte van 15 meter. De oppervlakte van alleen de begane grond laag van het bestaande kloostergebouw bedraagt 1.320 m2. Hierbij is de oppervlakte van het binnenhof (481m2) niet meegeteld. De oppervlakte van de nieuwbouw is minder dan de helft zo groot als de oppervlakte van het bestaande gebouw, waarbij dus geen rekening is gehouden met het bestaande binnenhof. Daarnaast betekent de nieuwbouw slechts een geringe toevoeging van de totale bebouwing op het perceel. De totale oppervlakte van het perceel bedraagt ca. 11.643 m2 (incl. brug + grachten) zodat na de realisatie van de nieuwbouw 9.843m2 van het perceel onbebouwd blijft. Dit betekent dat, inclusief de nieuwbouw, in totaal dus slechts circa 15% van het perceel wordt bebouwd. De totale kaveloppervlakte binnen de kloostermuren is ca 8.700 m2. Na realisatie van de nieuwbouw blijft ca. 6.900 m2 onbebouwde oppervlakte over. Keuze dakvorm

De keuze voor een plat dak voor de nieuwbouw is hierboven reeds toegelicht: door de nieuwbouw niet uit te voeren met een schuine kap of puntdak, zoals bij het bestaande klooster wel het geval is, blijft het ondergeschikt aan het hoofdvolume. Hiermee wordt duidelijk dat de nieuwbouw, net als de productietuin die hier vroeger gesitueerd was, in dienst staat van het kloostergebouw.

Pagina 11 van 13

IV.2

Kloostertuin

Zoals aangegeven in bovenstaande toelichting, is de locatie van de nieuwbouw in de kloostertuin zorgvuldig gekozen. De aanleg, inrichting en/of de door de provincie gestelde ‘openheid’ van de tuin, maakt geen onderdeel uit van de waardering door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en/of van de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart. Op basis hiervan doet de beoogde bebouwing/nieuwbouw in de tuin geen afbreuk aan de bescherming en instandhouding van de monumentale (cultuurhistorische) waarden van de kloostertuin. De nieuwbouw doet derhalve geen afbreuk aan de (puur functionele) opbouw van de tuin. Voor zover met deze zienswijze wordt bedoeld dat het open carré van belang is voor de uitstraling van het kloostergebouw en zorgt voor evenwicht in de opbouw van het totale complex, leidt de nieuwbouw niet tot een onaanvaardbare aantasting hiervan. De hoofdstructuur van het complex blijft immers intact. De provincie verwijst in haar zienswijze tevens naar de motie (‘Groen licht voor de kloostertuin’) die op 26 maart 2021, door Provinciale Staten (PS) is aangenomen. In deze motie wordt, in het kader van het Jaar van het Brabantse Kloosterleven, aandacht gevraagd voor de functie en waarden van kloostertuinen als onderdeel van het cultureel erfgoed.

Daarnaast wordt in de motie verzocht om een overzicht te maken van de kloostertuinen en inzichtelijk te maken op welke wijze deze tuinen beschermd kunnen worden. De motie bevat derhalve een aanzet tot het maken van een inventarisatie, er wordt nog geen opdracht gegeven voor het opstellen van beleid o.i.d. op basis waarvan de provincie gehouden zou zijn om (de waarden/openheid van) de kloostertuin te beschermen. V.

Conclusie

Het plan voor de nieuwbouw is, mede op basis van de bouwhistorische verkenning van adviesbureau Hylkema Erfgoed en de adviezen van de architect, in samenspraak met de diverse betrokken stakeholders zorgvuldig tot stand gekomen. Ook de procedure is zorgvuldig doorlopen waarbij de provincie, conform de wettelijke vereisten, zowel in de voorontwerp als in de ontwerpfase van het bestemmingsplan in de gelegenheid is gesteld om een reactie te geven op het planvoornemen. De gekozen locatie van de nieuwbouw aan de zuidzijde van het bestaande kloostergebouw is ruimtelijk aanvaardbaar. Het past bij bestaande kwaliteiten en het voormalige gebruik van de kloostertuin, de stedenbouwkundige en landschappelijke visie van de locatie in relatie met de omgeving en de visie vanuit erfgoed. Daarnaast wordt de nieuwbouw vrijstaand en op voldoende afstand van het bestaande kloostergebouw gerealiseerd, waarbij het bouwvlak zal worden verkleind om deze afstand te borgen Qua maat, opbouw en verschijning is de nieuwbouw ondergeschikt aan het bestaande kloostergebouw en zijn tevens de gelaagdheid (met diverse materialen) en verschijningsvorm afgestemd op het klooster (volume) zodat

Pagina 12 van 13

de nieuwbouw hiermee een ensemble vormt. Gelet op het aflopende maaiveld, is er ruimte om de maximale bouwhoogte van de nieuwbouw te verlagen tot 14 meter. Gelet op al het vorenstaande is geen sprake van een onaanvaardbare aantasting van de cultuurhistorische waarden van het complex en draagt het plan voor de nieuwbouw bij aan het behoud en herstel van het cultuurhistorische karakter van het complex zoals genoemd in artikel 3.31 van de Verordening. Daarbij wordt overwogen dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) positief is over de gepresenteerde planuitwerking en de ‘poëtische verdieping’ duidelijk waarneembaar vindt. Ook de overige stakeholders, de gemeente Eindhoven, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), de Van Abbe Stichting, Trefpunt Groen, en de kleine en ‘grote’ klankbordgroep voor Genneper Parken, hebben ingestemd met de planontwikkeling. De voorwaarden die zij hierbij hebben gesteld zijn meegenomen in het (ontwerp)bestemmingsplan. Geen van deze stakeholders heeft tegen dit plan een zienswijze ingediend. Wellicht kan, na vaststelling van het bestemmingsplan, in de verdere planuitwerking nog ruimte gevonden worden om aan de zienswijzen van de provincie tegemoet te komen.

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11753154/1