CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a - BestemmingsplanI Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier)

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier)’38.762 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Vastgesteld bestemmingsplan

I Achtse Barrier Heizoom 2015 (Hartje Barrier)

Mei 2024

I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

7

1.3

Voorgaande plannen

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

11

2.1

Historisch perspectief

11

2.2

Stedenbouwkundige structuur

13

2.3

Projectprofiel

15

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

19

3.1

Inleiding

19

3.2

Rijksbeleid

19

3.3

Provinciaal beleid

29

3.4

Gemeentelijk beleid

33

3.5

Volkshuisvesting

37

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

42

3.7

Verkeer en parkeren

45

3.8

Groen

52

3.9

Detailhandel

55

3.10

Kabels, leidingen

59

3.11

Hoogbouwvisie

60

3.12

Windhinder, privacy en bezonning

61

3.13

Explosieven

62

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

63

4.1

Milieueffectrapportage

63

4.2

Bedrijven en milieuzonering

64

4.3

Geluid

65

4.4

Luchtkwaliteit

66

4.5

Externe veiligheid

69

4.6

Duurzaamheid

71

4.7

Bodem

73

4.8

Natuur

74

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

85

5.1

Inleiding

85

5.2

Beleid

85

5.3

Eindhovense klimaattoets

90

5.4

Beschrijving watersysteem

92

2

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

5.5

Toekomstige situatie van het watersysteem

93

5.6

Afspraken waterschap

94

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

95

6.1

Algemeen

95

6.2

Planmethodiek

95

6.3

Verbeelding

95

6.4

Planregels

95

Hoofdstuk 7 Handhaving

97

7.1

Algemeen

97

7.2

Handhaving

98

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

101

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

103

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

103

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro

103

9.3

Inspraak en samenspraak

103

9.4

Zienswijzen

104

Bijlagen bij toelichting

105

Regels

107

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

109

Artikel 1

Begrippen

109

Artikel 2

Wijze van meten

117

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

119

Artikel 3

Detailhandel

119

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

121

Artikel 5

Wonen

123

Artikel 6

Waarde - Archeologie 3

127

Artikel 7

Waarde - Archeologie 4

129

Artikel 8

Waterstaat - Waterbergingsgebied

131

Hoofdstuk 3 Algemene regels

133

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

133

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

135

Artikel 11

Parkeren

137

Artikel 12

Parkeren bij wijziging gebruiksfunctie

139

Artikel 13

Voorwaardelijke verplichting waterberging

141

Artikel 14

Groenopgave

143

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

145

Artikel 15

Overgangsrecht

145

Artikel 16

Slotregel

147

Bijlagen bij regels

149

Bijlage 1

150

Lijst van horeca-activiteiten

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

3

Bijlage 2

4

Lijst van bedrijfsactiviteiten bij woonfunctie

153

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Aanleiding en doel van dit bestemmingsplan is de invulling van een locatie aan de Ardechelaan in Woensel met een woongebouw alsmede een nieuw vormgegeven winkelcentrum. Het project “Hartje Barrier” bestaat uit 55 bestaande woningen, 112 nieuwe woningen (waarbij 14 bestaande woningen worden geamoveerd) alsmede een toevoeging van circa 1.550 m² detailhandelsfuncties. De voorgenomen herontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan, vanwege de ligging van de bestaande bouwvlakken en de beperkte bouwhoogte (waardoor de woontoren niet binnen het bestemmingsplan past). Dit bestemmingsplan is opgesteld om te voorzien in een passende juridische en planologische regeling om de herontwikkeling mogelijk te maken. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De vaststelling van dit bestemmingsplan vindt echter plaats op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zoals geldig was op het moment van voor inwerkingtreding van de Omgevingswet (omdat het ontwerpbestemmingsplan voor 1 januari 2024 ter visie is gelegd en daardoor onder de "oude" wetgeving valt). Dit bestemmingsplan zal deel uit gaan maken van het tijdelijk Omgevingsplan Eindhoven.

1.2

Het plangebied

De locatie ligt in de wijk Woensel in het noorden van Eindhoven. Het plangebied is thans bebouwd en de locatie (kadastraal: gemeente Woensel sectie S, nummer(s) 3261, 3452 en 3453 zal worden getransformeerd middels het project.

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

7

Luchtfoto van het plangebied

De locatie is alzijdig omgeven door woonbebouwing. Aan de zuidzijde is sprake van enig groen en een waterpartij. Ten oosten van het plangebied liggen Wijkcentrum De Mortel en Sporthal Achtse Barrier.

1.3

Voorgaande plannen

Het bestemmingsplan "Achtse Barrier - Heizoom 2015" (vastgesteld 5 april 2016) wordt voor wat betreft het plangebied vervangen door het bestemmingsplan "Hartje Barrier". Hieronder is een gedeelte van de verbeelding van het bestaande bestemmingsplan opgenomen met daarin het plangebied met de bestemmingen “Centrum”, “Wonen - 1” en “Verkeer - Verblijfsgebied”.

8

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

Uitsnede uit het oude bestemmingsplan

In het nu voorliggende bestemmingsplan is de bestemming "Centrum" vervangen door "Detailhandel", omdat detailhandel de belangrijkste functie is. Daarnaast geldt voor de locatie het paraplubestemmingsplan parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing zoals vastgesteld op 12 juni 2018 alsmede het paraplubestemmingsplan waterberging, zoals vastgesteld op 24 november 2020. De in deze parapluplannen geregelde onderwerpen zijn in onderhavig bestemmingsplan ook opgenomen.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

9

10

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving plangebied

Historisch perspectief

Eindhoven Eindhoven is ontstaan op het punt waar de riviertjes de Dommel en de Gender bij elkaar komen. In 1232 kreeg de nederzetting stadsrechten, maar tot het begin van de 19e eeuw blijft de stad klein en heeft deze slechts een beperkte regionale betekenis. Door de aanleg van het Eindhovens Kanaal in 1846 wordt de economische reikwijdte van de stad vele malen groter. De aanleg van de spoorlijn in 1866 versterkt dat proces. Naast de opkomst van de grotere industrieën zoals de textiel aan de randen van de stad, is er ook een opleving van de bedrijvigheid in kleinere industrieën zoals de tabaksverwerking, leerlooierijen, brouwerijen en hoedenmakerijen. In 1874 wordt de stad daartoe uitgebreid met delen van Woensel en Tongelre. In 1891 vestigt Philips zich met een gloeilampenfabriek in het pand Emmasingel 31. Gaandeweg koopt Philips veel grond om naast de fabrieken ook woningbouw en allerlei maatschappelijke en culturele voorzieningen voor haar werknemers te kunnen bouwen. Om de snelle groei die de stad doormaakt te accommoderen worden in 1920 de dorpen Stratum, Strijp, Gestel, Tongelre en Woensel toegevoegd aan de stad. Van een verzameling dorpen groeit Eindhoven zo uit tot een industriële stad, waar de oude dorpslintstructuur nog goed in de huidige stadsplattegrond is terug te vinden.

Om de nieuwe relatie tussen de dorpen en de stad te verbeteren, worden in de loop der tijd verschillende uitbreidingsplannen gemaakt. In alle plannen is de vraag of en zo ja hoe de binnenstad vergroot moet worden, hoe de verkeersfuik van het noord-zuidverkeer in en door het centrum opgelost kan worden en tenslotte, hoe er een structurele verbinding gelegd kan worden tussen de dorpen en de binnenstad. Het meest bekende plan dat gemaakt is, is van de planoloog De Casseres in 1929, dat uitgaat van eerdere plannen, maar waarin de verkeerscirculatie nog verder is verbeterd. Het duurt echter tot na de 2e Wereldoorlog voordat de belangrijkste onderdelen van dit plan, namelijk de Rondweg en haar radiale ontsluitingswegen van en naar het centrum, worden gerealiseerd. In de Tweede Wereldoorlog wordt de binnenstad van Eindhoven meerdere keren getroffen door bombardementen. De Wederopbouwplannen hebben enerzijds herstel van deze schade en opbouw van de stad tot doel, anderzijds wordt de vooroorlogse ambitie om het verkeer rondom en naar de binnenstad te verbeteren voortgezet, samen met hoe de binnenstad vergroot kan worden. De grootste ingreep die gedaan wordt is het aanleggen van het hoog spoor in noordelijke richting.

Daardoor wordt een deel van Woensel bij de binnenstad gevoegd en ontstaat er een langgerekte zone direct naast het hoog spoor, waar ruimte is voor nieuwe grootstedelijke functies zoals een modern station, een stadspostkantoor, warenhuizen en kantoren. Tevens maakt het hoog spoor een einde aan de barrière tussen het centrum en het stadsdeel Woensel. Dit betekent een grote verbetering voor het doorgaande verkeer in de noord-zuidrichting. De bereikbaarheid van de binnenstad wordt vergroot door het completeren van de binnenring. Vanaf 1961 is Eindhoven qua inwonertal de vijfde stad van Nederland en gaat de verkeersafwikkeling met de opkomst van de auto een bepalende rol spelen in de stadsontwikkeling. Verkeer i.c.de auto wordt als stimulans voor de groei van de stad gezien en als middel om grote functies in de binnenstad te faciliteren. In het midden van de jaren '80 neemt de ruimte en de dominantie van de industrie op de stad af. Dit is vooral merkbaar in het centrum. Leegstaande bedrijfs- en industriegebouwen worden gesloopt of hergebruikt. De gerenoveerde bedrijfsgebouwen bieden plek aan de opkomende creatieve- en kennisindustrie. Bekende voorbeelden hiervan zijn de Witte Dame, de Lichttoren vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

11

en het gebied Strijp S. Meer en meer wordt duidelijk dat een prettig (be)leefbare stad, die ruimte biedt aan wonen, winkelen, werken, horeca en leisure van groot belang is voor de aantrekkingskracht van Eindhoven. Het verbeteren en verdichten van de binnenstad wordt daarmee een belangrijk doel, mede in verband met de positie van de stad als 'hart' van de regio Zuidoost Brabant, beter bekend als Brainport. Woensel Het vroegere zelfstandige Woensel bestond uit verschillende gehuchten. De middeleeuwse kern was De Oude Toren. De naam 'Woensel' komt van Wodan, de godheid die door de Germaans-Frankische bewoners werd vereerd op het Begijnenbroek. Veel namen herinneren nog aan vroeger tijden. Erp, het westelijk deel van Woensel-Zuid, was een gehucht aan de oude weg naar Son. De wijk Kronehoef is genoemd naar een boerderij die al in 1378 werd genoemd. De naam 'Rapenland' stamt uit de zeventiende eeuw en duidt erop dat hier vroeger rapen werden verbouwd. De naam 'Begijnenbroek' in het oostelijk deel van Woensel-Zuid is terug te voeren op het begijnenhof dat in de vijftiende eeuw bij de Oude Toren lag. De Oude Gracht heette vroeger de 'Dooiegraef' en is een restant van een dode Dommelarm. Rond 1900 werden door 'Eindhoven Vooruit', een voorloper van een woningcorporatie, twaalf arbeiderswoningen in twee rijen gebouwd. Van buurtvorming was nog geen sprake.

De woningen werden gebouwd aan de reeds bestaande radialen. Vanaf 1920 werd het steeds drukker met bebouwing aan de radialen, terwijl zich daarachter een landelijk gebied uitstrekte met akkers en weiden. De behoefte aan een sterke stedelijke structuur groeide. De architecten Cuypers en Kooken kregen de opdracht een ontwerp voor een stad te maken, oftewel tot het maken van 'een gezonde, mooie, praktisch aangelegde industriestad'. Belangrijk element voor het ontwerpen van de hele stad Eindhoven was het 'spinnenweb-idee'. Het annexatieproces om tot één sterke gemeente te komen, waarbij de vijf aanliggende dorpen, waaronder Woensel, samen zouden gaan met Eindhoven, was in 1920 al een feit. Woensel werd een buitenwijk van Eindhoven. In de jaren dertig werd een aantal buurten gebouwd waarin de op Frank Lloyd Wright geïnspireerde architectuur van de twintiger en dertiger jaren herkenbaar aanwezig is. In de Barrier zijn de stedenbouwkundige elementen uit die periode goed te zien: een heldere hoofdstructuur met gesloten bouwblokken, straatgericht wonen, eenheid van architectuur, openbare pleinen en ontmoetingsplekken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had met name het Fellenoordgebied met de spoorwegovergang veel te lijden van bombardementen. Dit gebied werd dan ook een belangrijk onderdeel van het wederopbouwplan waarbij voor een goede spoorwegverbinding veel moest worden gesloopt.

In de wederopbouwplannen stond de wijkgedachte centraal. In de jaren zestig en zeventig richtte de aandacht van de gemeente zich vooral op het centrumgebied en de stadsontwikkeling. Daartussen lag een vergeten gebied dat werd gebruikt voor verkeersdoorbraken. Langs de Veldmaarschalk Montgomerylaan en de John F. Kennedylaan ontstond de 'uitvalswegenarchitectuur' met hoge flats. De Ring werd van grote betekenis voor de verbinding met de aanliggende wijken Strijp en Tongelre. In de jaren negentig ontstond meer visie op de stedenbouwkundige ruimtelijke kwaliteit, waaronder tevens de wens om meer ruimtelijk te gaan verdichten en open plekken in de bebouwde kom te bebouwen. Door de economische welvaart werden eind jaren negentig veel kantoren gebouwd. Ook werd aandacht gevraagd voor een hoogwaardiger architectuur met heldere ontwerpprincipes. Het plangebied en haar omgeving In Woensel-Noord is eind jaren '50, begin jaren '60 een zeer groot aantal onbebouwde 12

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

terreinen gelegen met een zodanige oppervlakte dat hier nieuwe woonwijken met de daarbij behorende voorzieningen tot stand moeten komen die het gezicht van het "nieuwe Eindhoven" moeten gaan vormen. Na het bouwen van 'parochies' ten tijde van de woningnood, werd eind jaren '70 het gebied Achtse Barrier ontwikkeld, gevolgd door Acht en Blixembosch. Er wordt hoofdzakelijk gewoond in de wijk Achtse Barrier. Verspreid door het gehele gebied liggen enkele andere functies, zoals de winkelvoorzieningen aan het Biarritzplein en de Ardèchelaan, scholen en enkele andere maatschappelijke voorzieningen. Het gebied wordt omgeven door wegen met een belangrijke verkeersfunctie. Het gaat daarbij om wegen met een bovenlokale en/of wijkontsluitingsfunctie. De woonwijk toont daardoor aan de buitenkant een gesloten karakter. Dat wordt versterkt door het geluidsschermen langs de Huizingalaan en langs een deel van de Boschdijk en de geluidswal langs de A2/A58. De woonbebouwing bestaat voornamelijk uit grondgebonden laagbouw, bereikbaar vanaf de hoofdwegen via een interne weg in de vorm van een lus, de Franse baan. Binnen deze lus bevinden zich geen doorgaande routes voor het gemotoriseerde verkeer en is de woonbebouwing het meest intensief. Er zijn relatief weinig meergezinshuizen/appartementen in de wijk. Deze liggen met name nabij de beide buurtcentra.

In de noordoosthoek van het plangebied is aan de Brestlaan een woonwagencentrum gesitueerd. Centraal in het gebied ligt een wijkpark in de vorm van een langgerekte groenzone met een stedelijke waterpartij, welke wordt gevoed door de Ekkersrijt. De aanwezigheid van oude landweggetjes (bijvoorbeeld de Oude Bossche baan) zorgt voor een goede ontsluiting van het plangebied voor het langzaam verkeer. Bedrijventerrein Achtse Barrier/Heizoom heeft een duidelijke werkgelegenheidsfunctie met enige bovenwijkse voorzieningen. Het bedrijventerrein is in de jaren 70 tot ontwikkeling gekomen. In eerste instantie was uitsluitend het noordelijk deel voor bedrijfsdoeleinden bestemd. Later is dit verder doorgetrokken naar het zuidelijk deel van het plangebied. De bovenwijkse voorzieningen, brandweer en scholen voor middelbaar onderwijs, zijn in het zuidelijk deel van het plangebied gesitueerd. In dit deel is ook voorzien in kantoorfuncties. De woonwijk Achtse Barrier wordt omgeven door wegen met een belangrijke verkeersfunctie. Het gaat daarbij om wegen met een bovenlokale en/of wijkontsluitingsfunctie; de Boschdijk aan de westzijde en de Marathonloop aan de zuidzijde van het plangebied.

Het plangebied wordt ontsloten via de Fransebaan - de verkeerslus in het gebied Achtse Barrier - die middels de Spaaihoefweg, de Rijssellaan, de Roubaixlaan, Artoislaan en de Montpellierlaan is aangesloten op de omliggende wegenstructuur. De Ambachtsweg vormt de verkeersontsluiting voor het bedrijventerrein. De overige wegen in het plangebied hebben een duidelijk verblijfskarakter. Het totale gebied is 30 kilometer zone. Ten zuiden van het plangebied is voorzien in een ontsluiting voor langzaam verkeer op de Marathonloop.

2.2

Stedenbouwkundige structuur

Woensel is een van de vijf lobben die rond het centrum van Eindhoven zijn ontwikkeld. De stad Eindhoven is te vergelijken met een bloem waarvan de blaadjes (de lobben) rondom het hart zijn geformeerd. De scheiding tussen de lobben is duidelijk waarneembaar en wordt gevormd door groengebieden of bedrijfsterreinen. Voor Woensel wordt de scheiding tussen de lobben gevormd door de westelijk en oostelijk gelegen groengebieden die vanuit het buitengebied lopen tot aan De Ring. De structuur van het stadsdeel Woensel wordt bepaald door de radiale- en tangentstructuur ('rasterstructuur') van Eindhoven. De radialen verdelen Woensel als het ware in 'taartpunten' en worden gevormd door de toegangswegen naar het centrum van Eindhoven zoals de John F. Kennedylaan, de Huizingalaan, Dr. Cuyperslaan en de Boschdijk. De taartpunten worden vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

13

doorsneden door zogenaamde ringwegen waarvan De Ring de belangrijkste is. De ringwegen verbinden de radiale wegen, die als spaken in een wiel naar het centrum lopen. Belangrijke ringwegen, naast de reeds genoemde Ring, zijn: Marathonloop - Hondsruglaan - Tempellaan en 1e Lieven de Keylaan - Winston Churchilllaan - Sterrenlaan. De woongebieden die geïnspireerd zijn op de ideeën van het Nieuwe Bouwen zijn veelal in de jaren '60 en '70 gerealiseerd. Kenmerkend voor de opbouw van deze gebieden is de duidelijke functiescheiding tussen wonen, werken, winkelen, groen en verkeer. In het verkeerssysteem is een duidelijke hiërarchie aanwezig in ontsluitingswegen, woonstraten en autovrije zones. Binnen de gebieden is vaak sprake van strokenverkaveling en hofverkaveling waarbij parkeren wordt geconcentreerd en autovrije woonstraten ontstaan. De gebouwen en gebouwencomplexen bestaan uit eenvoudige, rechthoekige bouwblokken die als abstracte composities in de open ruimte zijn geplaatst. Herhalingen van gelijke complexen, ook wel 'stempels' genoemd, treden op. Deze stempels zijn veelal opgebouwd uit een mix van verschillende woningtypes zoals vrijstaande woningen, rijenhuizen en flatgebouwen waarbij de hogere bouwmassa's aan de randen zijn geplaatst met laagbouwcomplexen daartussen. Wijkvoorzieningen zijn geaccentueerd door middel van middelhoogbouw.

In de gebieden is veel open ruimte voor verkeer en groen. De industriële bouwmethoden bepalen het uiterlijk van de architectuur. Soms zijn zelfsgeprefabriceerde bouwdelen en betonskeletten van gebouwen zichtbaar in het ontwerp. Veel rijtjeshuizen zijn voorzien van een langskap en in de vrije sectorclusters zijn vooral semibungalows gebouwd in traditionele stijl vrijstaand, één tot twee bouwlagen met kap. Bij oudere flatgebouwen is veel aandacht besteed aan de plasticiteit van de gevel, detaillering en ornamentering, wat bijvoorbeeld naar voren komt in de uitwerking van portieken, dakranden en balkons. De groenstructuur van de wijk is een wezenlijk element en wordt bepaald door groene zones, groene aders en solitaire groenelementen. Zij bepalen voor een belangrijk deel de kwaliteit van het woongebied. De groene aders die door het gebied lopen geven een sterke groenimpressie en leggen een ruimtelijke relatie tussen de groene zones en andere groengebieden. Deze groenstructuur wordt aangevuld met solitaire groenelementen zoals groenpleinen en kleine buurtparkjes. Naast de groene hofjes, plantsoenen en groene radialen zijn de kerkhoven, het buurtpark aan de Generaal Marshallweg en de groene inbedding van een aantal woonzorgcentra van eminent belang voor het groene karakter van de wijk Woensel buiten de Ring.

Achtse Barrier De randen van de wijk Achtse Barrier worden grotendeels bepaald door doorgaande wegen: aan de noordzijde de autosnelweg A58/John F. Kennedylaan, aan de overige zijden respectievelijk de Huizingalaan, de Marathonloop en de Boschdijk. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige structuur is het organiserende principe van het hof en de lus: het hof voor de situering van de woningen, de lus voor de ligging van de wegen. Dit is zichtbaar zowel op het schaalniveau van de directe woonomgeving als op het niveau van de wijk in zijn totale uitleg. De Fransebaan is de verkeerslus die via vier verbindingen de wijk met haar verkeersranden verbindt en ontsluit. De waterloop Ekkersrijt is ingebed in een parkachtige setting en volgt het tracé van de Oude Bosschebaan met daarin een langzaam-verkeersroute voor voetgangers en fietsers. Deze groenstructuur doorsnijdt de wijk in noord-zuidrichting. Dwars hierop is het Savoiepad de langzaam-verkeersroute die de wijk in oost-west richting doorsnijdt. De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit twee bouwlagen met veelal een zadeldak, soms een plat dak en op een enkele plek een bouwlaag met plat dak. Gestapelde bouw is met name te 14

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

vinden nabij de beide buurtcentra. Dit bestaande stedenbouwkundige karakter van de wijk vormt een belangrijke, te handhaven, ruimtelijke kwaliteit. In het grootste deel van de wijk wordt gewoond. Een in het oog springende karakteristiek hiervan is direct het gevolg van de structuur van lus en hof, namelijk dat het wonen veelal is georiënteerd naar binnen toe (op de hof) en dat de achterkanten (schuren, garages) verschijnen aan de straat die hier (als een lus) omheen ligt. Dit geeft in een aantal gevallen een rommelig en onaantrekkelijk straatbeeld, waar ook nog eens parkeerdruk fors is toegenomen. In de noordoosthoek van het plangebied ligt een woonwagenterrein (woonwagenlocatie Brestlaan). Aan de Avignonlaan 1 is een school voor voortgezet onderwijs gelegen.

2.3

Projectprofiel

Op het snijpunt van Fransebaan, Groene Long en diverse hoofdroutes voor fietsers en wandelaars ligt het winkelcentrum ‘Ardèchelaan’. Het winkelcentrum is opgebouwd uit dagwinkels en een supermarkt. Winkelconcept, beeldkwaliteit en uitstraling zijn gedateerd en passen niet meer bij de actuele vraag. De rommelige en inefficiënte stedenbouwkundige samenstelling maken het gebied tot een sociaal onveilige en weinig gastvrije plek. Er is veel verharding en weinig groen(beleving). Achterkanten voor parkeren, vuilcontainers, laden en lossen staan in schril contrast met de verblijfswaarden van de Groene Long. Flankerend aan het winkelcentrum ligt een gestapeld woongebouw voor senioren. Dit woongebouw Cantershoef keert zich af van het winkelplein door zowel vorm als oriëntatie. Er is mede daardoor nog meer sprake van een achterkantsituatie en weinig sociale controle. Op wijk- en buurtniveau is aldus behoefte aan een integrale aanpak om te komen tot een nieuw en levendig ‘hart’ voor de Achtse Barrier. Hierbij kunnen drie kaders worden onderscheiden: Het winkelconcept dient te worden omgezet en geactualiseerd naar een nieuw en attractief winkelhart op wijkniveau. Het ruimtelijk stedenbouwkundig concept kan sterker worden verankerd aan hoofdstructuur en wijkse waarden van de Groene Long en de Fransebaan om aldus de stedenbouwkundige waarde van de locatie te markeren.

Een toevoeging van wonen gekoppeld aan het winkelhart geeft meer zicht op winkelplein en de Groene Long. Dat heeft een positief effect op de kwaliteit, beleving en authenticiteit van het winkelhart. Het planconcept bestaat uit drie pijlers: Revitalisering van het bestaande winkelcentrum. Toevoeging en gevarieerdheid van extra woning- en winkelaanbod. Vergroening en kwaliteitsverbetering van het openbare gebied. De openbare ruimte van het huidige winkelplein wordt opnieuw ingericht. Het versnipperde parkeren wordt geoptimaliseerd en eenduidig gemaakt in ‘eigen parkeerpleinen’ voor de verschillende gebruiksgroepen. Door de bestaande dagwinkels in een nieuwe winkelformule te koppelen aan de huidige supermarkt komt in het hart van het winkelplein extra ruimte vrij. ‘Voor- achterplein’ worden aan elkaar gekoppeld. Daardoor ontstaat er een open ruimtelijke verankering met de Groene Long en de Ardèchelaan. Toevoeging van extra groen en een heldere organisatie van de parkeerplaatsen voeren tot een attractieve en functionele centrale ruimte zonder achterkanten. Ook ter plaatse van Cantershoef wordt ruimte gemaakt. Door onttrekking van het lage haakse vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

15

bouwblok met 14 woningen en de ontmoetingsruimte, kan het plein worden verruimd en kan een nieuw pleinwand met woningen en winkels worden samengesteld. Daarmee kan een nieuw passend winkelaanbod met discounter en drogist worden toegevoegd. Aan het water komt een nieuwe ontmoetingsruimte met terras voor de bewoners (en hun bezoekers). Het wonen concentreert zich aan plein en het water. Aan bestaand Cantershoef wordt een nieuw woongebouw gekoppeld. In het hart van alle gebouwen bevinden zich de bergingen en de opslag. Zo zijn alle gevelwanden voorkanten geworden. In de toekomstige situatie omvat de woonfunctie 55 bestaande woningen en 112 nieuwe gestapelde woningen in de vorm van een hoogteaccent. In overleg met de gemeente - en in de anterieure overeenkomst concreet vastgelegd - is een woonprogramma gedefinieerd op basis van het vastgestelde woningbouwoffensief van de gemeente Eindhoven. Er zullen 40 appartementen in de sociale huur, 40 appartementen in de categorie "Middenhuur laag" en 32 appartementen in de categorie "Middenhuur hoog" worden toegevoegd en 14 bestaande woningen zullen worden geamoveerd. De detailhandel wordt gesitueerd in het bestaande winkelcentrum en een nieuw te realiseren (Lidl) winkel aan de overzijde van het middengebied. In totaal is sprake van een toename van circa 1.550 m² aan detailhandel.

Tevens wordt voorzien in parkeergelegenheid zoals nader in paragraaf 3.7. beschreven. Diverse stedenbouwkundige studies zijn gedaan om het gewenste programma voor wonen, winkelen, parkeren en groen op een afgewogen wijze bij elkaar te brengen. Belangrijk is om een graduele aansluiting te krijgen die passend is bij zowel het grondgebonden wonen, alsook het hoge gestapelde gebouw van Cantershoef. Gekozen is voor een trapsgewijze opbouw van bouwvolumes, die aansluit bij de omgeving. Aan de Ardèchelaan is het volume afgestemd op de woonstraten met laagbouw. Aan het winkelplein is ruimte voor een gebouwvolume dat aansluit bij Cantershoef. Het vergroot de levendigheid en sociale interactie met het plein. In het parkachtige gebied van de Groene Long is de meeste ruimte en openheid. Daar kan een hoogte accent worden geplaatst zonder hinderlijk te zijn voor het bestaande wonen. Het accent markeert bovendien het hart van de wijk. Zo ontstaan drie verschillende bouwhoogten in het planconcept. De (verhoogde) plint van de bebouwing wordt voornamelijk gebruikt voor winkels en toegangen naar de woningen. Op het tweede niveau komt een nieuw woongebouw van 4 bouwlagen. Door dit gebouw van een corridorontsluiting te voorzien worden de woningen intern ontsloten en ontstaat een alzijdig gebouw met louter voorkanten en veel ‘ogen en oren’.

Een gezamenlijke daktuin en een parkeerdek verbinden oud- en nieuw Cantershoef. Het hoogteaccent van de woontoren vormt het derde niveau. Door de lichte uitkraging en de insnoering van het bouwvolume wordt gespeeld met de rankheid en oriëntatie van het gebouw. De gebouwhoogten variëren daarmee tussen 6 meter tot 45 meter hoog. Stedenbouwkundig zijn twee combinatiegebouwen te onderscheiden. De bestaande supermarkt (Jan Linders) wordt ter plaatse van de kassazone gekoppeld aan een overdekte passage en dagwinkels. Deze supermarkt is intern al recent aangepakt en opnieuw ingericht. Een nieuwe gevel voor het totale gebouw zorgt ook aan het exterieur voor een upgrade. Het andere combinatiegebouw is gekoppeld aan het bestaande Cantershoef. Het gebouw bestaat uit een commerciële - c.q. gemengde plint met daarboven parkeren. De nieuwbouw en bestaande bouw bieden een variatie aan wooneenheden met verschillende oriëntaties op de omgeving. Een fietsenberging in de plint wordt verbonden met Cantershoef. Het bestaande bergingenblok van Cantershoef blijft behouden. In de plint wordt voorzien in een ontmoetingsruimte met terras, welke is bedoeld voor de bewoners (van de nieuwe appartementen en Cantershoef) en hun bezoek. De ontmoetingsruimte wordt geplaatst aan het water. Het terras van de ontmoetingsruimte geeft een verblijfsplaats aan het water en zorgt voor reuring in de avonduren.

De nieuwbouw en bestaande bouw bieden een variatie aan wooneenheden met verschillende oriëntaties op de omgeving. De woningen van de nieuwbouw zijn gericht op de sociale en 16

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

midden huur. Totaal komen er 112 nieuwe woningen. Er zijn drie categorieën woningen: type S, M en L. Door de oriëntatie en ligging in het gebouw ontstaan verschillen en variaties binnen elk woningtype: 40 stuks woningtype S – tweekamer appartement van ± 50 m2, sociale huur. 40 stuks woningtype M – tweekamer appartement van ± 60 m2, middenhuur laag. 32 stuks woningtype L – driekamer appartement van ± 70 m2, middenhuur hoog. De woningen worden duurzaam volgens de meest actuele normen gerealiseerd. In de uitwerking van de woningplattegronden wordt extra rekening gehouden met de wensen van een ‘minder-mobiele’ doelgroep.

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

17

18

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden opgenomen waar bij de realisatie van het bestemmingsplan rekening mee dient te worden gehouden. De voorgenomen ontwikkeling moet passen in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling in dit hoofdstuk een complete samenvatting te geven van het beleid. Uitsluitend de meest relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven. Niet-ruimtelijk beleid is per onderwerp apart in dit hoofdstuk opgenomen. Het beleid dat gericht is op verschillende milieu- en andere planologische aspecten wordt toegelicht in de milieuparagraaf. Beleid met betrekking tot het aspect water wordt beschreven in de waterparagraaf.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor. vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

19

Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig).

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro.

Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 3.2.2

Duurzaamheidsladder

Op 1 oktober 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder vormt daarmee een bindend toetsingskader voor alle gemeentelijke bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen en provinciale ruimtelijke verordeningen. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6. lid 2 Bro gewijzigd en komen te luiden als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk 20

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

gebied wordt gerealiseerd en dat eerst als dat niet mogelijk is wordt gemotiveerd waarom die ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De volgende stappen dienen doorlopen te worden: 1. Uitgangspunten vaststellen: Wat zal met het bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? 2. Afweging locatiekeuze: valt het bestemmingsplan binnen of buiten bestaand stedelijk gebied. 3. Beschrijving van de behoefte: voorzien de diverse functies die het plan mogelijk maakt in een behoefte. Ad. 1 Nieuwe stedelijke ontwikkeling Algemeen De eerste vraag die aan de orde blijft, is - op basis van planvergelijking - of het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij is van belang wat het voorgaande bestemmingsplan aan ruimtelijke mogelijkheden bood en in hoeverre het nieuwe bestemmingsplan hierop een toevoeging of wijziging mogelijk maakt. In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”.

Als een bestemmingsplan voorziet in functiewijziging en nieuwbouw van een zekere omvang dan is in beginsel sprake van een “stedelijke ontwikkeling” als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Consequentie daarvan is dat dan de plantoelichting een verantwoording aan de Ladder moet bevatten (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen “sec” die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag kwalificeren niet als een stedelijke ontwikkeling. In dat geval hoeft de Ladder niet te worden toegepast. Het bestemmingsplan voorziet in invulling van een locatie met gestapelde woonbebouwing en detailhandel in de vorm van de herontwikkeling van een bestaand winkelcentrum, deels in een nieuw vorm te geven winkelcentrum en deels in de plint behorende bij de nieuwe woonbebouwing. Het plan is gelegen op een binnenstedelijke locatie. Wonen De bestemming wonen was in het plangebied voorhanden. Voor een woningbouwlocatie volgt uit de jurisprudentie dat vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De hoeveelheid woningen neemt met 98 stuks toe, zodat op basis van geldende jurisprudentie op dit onderdeel zeker sprake is van een ontwikkeling die de grens van een kleinschalige ontwikkeling overstijgt en aldus een stedelijke ontwikkeling vormt als hier bedoeld.

Aldus is een laddertoets aan de orde ten aanzien van de functie “wonen”. Overige functies Dit plan voorziet verder in circa 1.550 m2 b.v.o. aan extra detailhandel. Voor andere stedelijke ontwikkelingen, niet zijnde woningbouw blijkt uit vaste jurisprudentie, dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Dit betekent dat dit bestemmingsplan ook voor wat betreft de overige functies een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt en dat de locatiekeuze gemotiveerd moet worden en dat een beschrijving van de behoefte nodig is.

Ad. 2 Ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied dient gemotiveerd te worden of deze vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

21

behoefte niet in stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Daarom is het van belang om te weten of het plangebied binnen of buiten stedelijk gebied is gelegen. In artikel 1.1.1 Bro wordt het stedelijk gebied als volgt gedefinieerd: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Dit plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Eindhoven. Zoals in deze toelichting beschreven kiest de gemeente voor toevoeging van gestapelde woningbouw op deze locatie om hiermee te komen tot opwaardering van de locatie en afronding van een bestaand woonmilieu. Op basis van vaste jurisprudentie hoeft de gemeente - indien een behoefte bestaat waarin kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied - te beoordelen of ook elders binnen bestaand stedelijk gebied in de gemeente of de regio in deze behoefte zou kunnen worden voorzien.

Ad 3. Beschrijving van de behoefte Kwantitatief Het bestemmingsplan maakt de bouw van 112 woningen (appartementen) mogelijk, waarvoor 14 woningen moeten worden geamoveerd. Voor de beschrijving van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan de nieuwe woningen wordt verwezen naar de paragraaf 3.5. Volkshuisvesting met de sub paragrafen “regionaal beleid” en “gemeentelijk beleid”. Detailhandel De bij vaststelling bestemmingsplan aanwezige winkelfunctie omvat 1.840 m2 bestaande supermarkt en 1.230 m2 overige winkels, derhalve in totaal circa 3.050 m2 bedrijfsoppervlak detailhandel. De nieuwe winkelfunctie omvat 1.540 m2 bestaande supermarkt, 1.880 m2 nieuwe supermarkt (exclusief inpandige laad- en los (docking) en hellingbaan tbv bereiken parkeerdek) en 1.170 m2 overige winkels (dagwinkels 720 m2 en retail 450 m2), zijnde in totaal circa 4.600 m2 bedrijfsvloeroppervlak detailhandel. Aldus is sprake van een toename van 1.550 m2 aan bedrijfsvloeroppervlak. In het vigerende bestemmingsplan is binnen de gebruiksfunctie “detailhandel” (bestemming "Centrum") geen onderscheid gemaakt tussen reguliere detailhandel en supermarkten. Dit onderscheid wordt thans wel gemaakt door de supermarktfunctie in het plangebied te beperken tot in totaal maximaal 3.500 m2 bedrijfsvloeroppervlak supermarkt binnen 4.600 m2 aan detailhandelsruimte.

Aldus is op basis van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ook wat betreft de detailhandelsfuncties in het plangebied sprake van een stedelijke ontwikkeling stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2. Bro en is een laddertoets aan de orde ten aanzien van de functie “detailhandel”. Deze is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. Hieruit blijkt dat de detailhandel in het plangebied voorziet in een behoefte die passend is in het plangebied c.q. het bestaande stedelijk gebied en niet leidt tot onevenredige c.q. onaanvaardbare effecten. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat deze functie ter plaatse toelaatbaar is.

22

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

3.2.3

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio’s. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.

3.2.4

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen, waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. De 380 KV-hoogspanningsleiding is niet in het plangebied gelegen. Ook valt het plangebied niet in het NNB.

3.2.5

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied is het obstakelbeheergebied van militair luchtvaartterrein Vliegbasis Eindhoven relevant. Dit gebied is op onderstaande kaart aangegeven. De kaart behoort bij de Rarro.

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

23

3.2.6

Luchthavenbesluit

In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit zijn het terrein van de luchthaven (het luchthavengebied), de gebruiksmogelijkheden (openstellingstijden, de geluidsruimte voor het militaire luchtverkeer en het burgerluchtverkeer, en het maximum aantal recreatieve vliegbewegingen per jaar) en het beperkingengebied vastgelegd. Voor dit bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer. Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van luchthaven Eindhoven. Wel is het plangebied gelegen binnen het obstakelbeheergebied en vogelbeheersgebied van de luchthaven.

De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Vliegfunnel De vliegfunnel wordt bepaald door de start- en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van hoge obstakels (van 20 tot 170 meter boven NAP). Het plangebied ligt niet binnen deze funnel. IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een obstakelvrije zone van 45 meter hoog met een straal van 4 km rond de landingsbaan. De hoogte van deze obstakelvrije zone is gerelateerd aan de ligging van de start en landingsbaan ten opzichte van NAP. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. Het bestemmingsplan laat geen bouwhoogte hoger dan 45 meter toe.

24

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

Het obstakelbeheergebied voor de vliegfunnels en IHCS

ILS Daarnaast beschikt de Luchthaven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Het plangebied ligt binnen het ILS-verstoringsgebied en mag obstakels voor het vliegverkeer bevatten welke hoger zijn dan 75 meter t.o.v. NAP. Het bestemmingsplan dergelijke bouwhoogtes niet toe, waardoor het voorgenomen plan geen verstoring kan opleveren voor de ILS.

Kaart ILS-verstoringsgebied

Het vogelbeheersgebied

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

25

Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Kaart Vogelbeheersgebied Geen van deze categorieën wordt binnen het plangebied mogelijk gemaakt. Het planvoornemen vormt dan ook geen belemmering voor het vogelbeheersgebied van luchthaven Eindhoven.

3.2.7

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

Bak ens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB; Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte (45 meter) geen consequenties. 26

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB.

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. In onderhavig plangebied is geen bebouwing hoger dan 45 meter toegestaan.

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

27

Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnenarcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

Outer-horizontal Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (= rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht.

Uitsnede uit kaart Outer horizontals luchthavens Oost Brabant. Oranje= gebied kansarm voor hoge obstakels. Groen= gebied kansrijk voor hoge obstakels. Rood= gebied ongeschikt voor hoge obstakels Het plangebied is gelegen binnen het rood gekleurd gebied, waardoor het plangebied ongeschikt is voor hoge obstakels. In dit plan worden geen objecten > 150 meter mogelijk gemaakt (maximale bouwhoogte binnen het plangebied is 45 meter). De outer-horizontal is daarom niet relevant voor de voorgenomen ontwikkeling.

28

vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

3.2.8

Conclusies Rijksbeleid

Het bestemmingsplan voorziet in een transformatie van een binnenstedelijke locatie met toevoeging van enkele winkels en een woontoren in binnenstedelijk gebied, conflicteert niet met nationale belangen. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan artikel 3.1.6. lid 2 Bro.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. 3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden (hierna: Structuurvisie). Deze Structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De Structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter-)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1.

de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. 2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, vastgesteld I Achtse Barrier - Heizoom 2015 (Hartje Barrier) Gemeente Eindhoven

29

water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. 3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen. 4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers.

Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter-)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14150151/1