CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - VRBZO Ontwerpbegroting 2025

Raadsvergadering 28 mei 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze Ontwerpbegroting 2025 Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost16.555 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbegroting 2025 Veiligheidsregio

Provincie

Dienstjaar

Brabant-Zuidoost

Noord-Brabant

2025

Het Algemeen Bestuur van voormelde gemeenschappelijke regeling

BESLUIT: de begroting van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost voor bovengenoemd dienstjaar vast te stellen; Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 10 juli 2024. Het Algemeen Bestuur voornoemd,

De voorzitter

De heer J.R.V.A. Dijsselbloem

Begroting 2025

Colofon Opdrachtgever Directeur Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost Auteur(s) Ruud Ceelen Erik Grummels Eindredactie MT VRBZO

Versie: 1.1

Begroting 2025

Inhoudsopgave Inleiding ..............................................................................................................................................................................6

1

Algemene ontwikkelingen ........................................................................................................................................7 1.1

Ontwikkelingen bedrijfsvoering................................................................................................................................7

1.2

Ontwikkelingen nieuw regionaal beleidsplan ...........................................................................................................7

1.3

Versterking brandweerzorg .....................................................................................................................................7

1.4

Versterking crisisbeheersing en informatiemanagement.........................................................................................8

1.5

Overige ontwikkelingen met financiële onzekerheid ................................................................................................9

2

Opbouw gemeentelijke bijdrage en investeringsbegroting .................................................................................11 2.1

Indexering ............................................................................................................................................................. 11

2.2

Loonontwikkeling...................................................................................................................................................12

2.3

Samenvatting gemeentelijke bijdrage 2025 ..........................................................................................................12 Programma’s............................................................................................................................................................ 13

3 3.1

Inleiding .................................................................................................................................................................13

3.2

Programma Brandweerzorg ..................................................................................................................................15

3.3

Programma Crisisbeheersing ................................................................................................................................ 20

3.4

Ondersteuning organisatie ....................................................................................................................................26

4

Financiële overzichten ............................................................................................................................................30 4.1

Schatkistbankieren ................................................................................................................................................30

4.2

Investeringsbegroting ............................................................................................................................................30

4.3

Overzicht incidentele baten en lasten ...................................................................................................................30

5

Verplichte paragrafen..............................................................................................................................................31 5.1

Risicomanagement en weerstandsvermogen .......................................................................................................31

5.2

Staat van reserves en voorzieningen ....................................................................................................................38

5.3

Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................................ 39

5.4

Financiering .......................................................................................................................................................... 41

5.5

Bedrijfsvoering ......................................................................................................................................................42

5.6

Wet open overheid (WOO) ....................................................................................................................................42

5.7

Verbonden partijen ................................................................................................................................................43

5.8

Lokale heffingen en grondbeleid ........................................................................................................................... 43

Bijlagen .............................................................................................................................................................................44

Bijlage 1: Staat met gemeentelijke bijdragen ................................................................................................................45

Bijlage 2: overzicht van baten en lasten ........................................................................................................................46

4

Begroting 2025

Bijlage 3: Meerjarenraming 2025 – 2028......................................................................................................................... 47

Bijlage 4: Begroting ingedeeld naar taakvelden ............................................................................................................48

Bijlage 5: Renteschema ...................................................................................................................................................49

Bijlage 6: EMU saldo ........................................................................................................................................................50

Bijlage 7: Meerjarenbalans en weerstandsvermogen ...................................................................................................51

Bijlage 8: Investeringsbegroting .....................................................................................................................................53

5

Begroting 2025

Inleiding Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) ontwikkelde zich de afgelopen jaren verder op basis van de visie 2025. In een wereld die voortdurend verandert en waarin nieuwe crises en uitdagingen zich aandienen, is het cruciaal dat wij als veiligheidsregio voorbereid zijn om adequaat te reageren op noodsituaties en de behoeften van onze samenleving. Om ook klaar te staan voor onverwachte, langdurige crisis op geheel nieuwe terreinen. Dit lieten we zien tijdens de coronaepidemie en de vluchtelingencrises. Hier toonden we onze meerwaarde. Echter, we ervaarden ook dat het een grote druk op de organisatie legde om dit soort crises langdurig te kunnen volhouden. Dat is ten koste gegaan van de ontwikkeling van de hele organisatie. Het zijn van een crisisorganisatie vergt versterking voor alle onderdelen van de organisatie, inclusief de ondersteunende taken van bedrijfsvoering. In 2024 bespreken we met het bestuur de hoofdlijnen van ons meerjarenbeleidsplan voor de periode tot 2030. We verwachten inhoudelijk geen grootse veranderingen, wel extra accenten. In de uitvoering van onze huidige visie 2025 zien we waar extra investeringen nodig zijn. Daarbij horen vooral (nieuwe) ontwikkelingen op gebied van brandweerzorg, duurzaamheid, huisvesting, informatieveiligheid.

Bijkomend knelpunt dat we in toenemende mate ervaren is een gebrek aan capaciteit, deels veroorzaakt door krapte op de arbeidsmarkt. Dat betekent dat we slim om moeten gaan met de beschikbare capaciteit. En keuzes moeten maken. Dit is dan ook een belangrijk proces waarvan de uiteindelijke keuzes meenemen in de bespreking van de koers tot 2030 en vertalen we in de kadernota 2026. In het algemeen bestuur zal een vervolggesprek plaatvinden over de toekomstbestendigheid van onze veiligheidsregio. Dat betekent dat we in deze begroting 2025, naast de gebruikelijke inflatiecorrectie, geen extra middelen vragen. We geven vooral inzicht in de vraagstukken die we uitwerken en het proces richting de beleidscyclus 2026 – 2030.

6

Begroting 2025

1

Algemene ontwikkelingen

1.1

Ontwikkelingen bedrijfsvoering

De primaire processen van de organisatie zijn volop in beweging. Dat heeft niet alleen gevolgen voor brandweerzorg en crisisbeheersing maar ook voor het werk bij bedrijfsvoering. Want wijzigingen in brandweerzorg en informatiegestuurde crisisbeheersing, vragen om aanpassingen aan ICT, datamanagement, recruitment en ontwikkeling van medewerkers. Bij deze vakgebieden rekent bedrijfsvoering bijvoorbeeld arbeidsrechtelijke en financiële consequenties door. En ze beoordelen of oplossingen passen binnen de bestaande of te ontwikkelen informatie-architectuur en kunnen voldoen aan de eisen van informatiebeveiliging. De afgelopen jaren waren er veel ontwikkelingen die de bedrijfsvoering raakten. Enerzijds betrof het nieuwe wet- en regelgeving zoals privacy wetgeving, informatiebeveiliging, de rechtmatigheidsverklaring, de Wet Open Overheid (WOO), en diverse landelijke personeels- en verlof(spaar)regelingen. Al deze items vragen om zelfstandig beleid en uitvoering. Anderzijds worden de werkzaamheden complexer, bijvoorbeeld door ontwikkelingen op het gebied van informatiegericht sturen en business intelligence, veranderende ICT-serviceconcepten en cybersecurity. Ook zijn de eisen op het gebied van duurzaamheid bij huisvesting, mobiliteit, personeel en inkoopprocessen landelijk én maatschappelijk flink aangescherpt.

De risico’s en kosten bij een data- of informatiebeveiligingslek stijgen flink. De kosten bestaan bijvoorbeeld uit boetes en herstel na een lek of uit kosten voor de uitval en herstart van de operatie. Dit zijn vooral incidentele kosten. We zien ook dat de structurele kosten sterk stijgen, omdat de eisen steeds strenger worden. Die eisen liggen vast in bijvoorbeeld de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Network & Information Security richtlijn (NIS2). We moeten investeren in personele capaciteit en ict-middelen, om op het vereiste niveau te komen en blijven. Naast de onderwerpen die we hierboven noemen, gaan ook de Wet open overheid (Woo) en het besluit digitale toegankelijkheid leiden tot meer structurele kosten. Gemeenschappelijke regelingen krijgen hier niet zelf een extra bijdrage voor van het Rijk. Deze kosten zijn onderdeel van de vergoeding die gemeenten extra ontvangen vanuit het gemeentefonds.

1.2

Ontwikkelingen nieuw regionaal beleidsplan

Onze visie schetste de koers van de organisatie tot 2025. We gaan in 2024 een nieuw regionaal beleidsplan maken. In dit plan voor meerdere jaren, komen verschillende onderwerpen te staan die om een doorontwikkeling vragen. Ons uitgangspunt is om hierbij zoveel mogelijk aan te sluiten op landelijke ontwikkelingen. Belangrijke leidraad zijn de acties die voortkomen uit de contourennota ‘Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’ en de gemeenschappelijke landelijke strategische agenda crisisbeheersing. We beschrijven hierbij ook welke bedrijfsvoering hierbij past. We willen in tijd en tempo gelijk op kunnen trekken met landelijke initiatieven om geen achterstand op te lopen en tijdig in te spelen op landelijke en (boven)regionale ontwikkelingen.

1.3

Versterking brandweerzorg

De commissie Muller evalueerde in 2020 de Wet veiligheidsregio’s (Wvr). Eind 2022 stelde het Kabinet een contourennota ‘Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’ op. In de contourennota staan acties om de verschillende

7

Begroting 2025

aandachtsgebieden binnen crisisbeheersing en brandweerzorg te vernieuwen en veranderen. De contourennota geeft aan dat de brandweerzorg moet veranderen, omdat de maatschappij voortdurend te maken krijgt met nieuwe risico’s. Een toekomstbestendige brandweer moet over voldoende capaciteit en slagkracht beschikken om naast de lokale en regionale basisbrandweerzorg het hoofd te kunnen bieden aan grootschalige en nieuwe incidenttypen. De brandweer moet doorontwikkelen om adequaat te kunnen anticiperen op nieuwe risico’s. Voor die verandering van (nationale) brandweerzorg zijn de belangrijkste acties uit de landelijke contourennota: a)

Versterking regierol minister van Justitie en Veiligheid voor brandweerzorg, door onder meer opstellen van een landelijk dekkingsplan en onderzoek naar verbreden en borgen adviesfunctie brandveiligheid.

b)

Wettelijk verankeren van brandweerzorg als cyclisch proces.

c)

Verkennen mogelijkheden instellen Besluit brandweerzorg.

d)

Organiseren actueel inzicht in de parate slagkracht.

e)

Onderzoek naar het stelsel van brandweeronderwijs.

f)

Onderzoeken aanpassing huidige aanwijzing voor bedrijfsbrandweer.

Uit de Toekomstverkenning Brandweer 2030 door het NIPV (Brandweer Nederland) zijn voor de komende jaren 3 grote opgaven (zogenaamde “3 Grote Werken”) benoemd voor de landelijke strategische agenda: 1.

Versterken (boven)regionale crisisbeheersing en daaraan gerelateerde informatievoorziening (aansluiting op KCR2).

2.

Organiseren van toekomst vaste brandweerzorg.

3.

Verbeteren en vereenvoudigen van het brandweeronderwijsstelsel, en inrichting van een daarop geïnspireerd stelsel voor crisisonderwijs.

Bij deze opgaven moeten we expliciet aandacht geven aan ‘goed werkgeverschap’, ‘boeien, binden en behouden van personeel’ en inspelen op ‘de medewerker van de toekomst’. Regionaal vormen de ontwikkelrichtingen van deze thema’s belangrijke bouwstenen voor het nieuwe meerjarenbeleidsplan en daaraan gekoppelde brandweerzorgbeleid. Op sommige vlakken vraagt dit om een stevige investering in de beleidsmatige uitvoering om de aansluiting met het land niet te verliezen. En om te kunnen (blijven) voldoen aan het niveau van brandweerzorg waarover we met het bestuur afspraken maken. In het programma brandweerzorg benoemen we de belangrijkste inhoudelijke ontwikkelingen. De keuzes die nodig zijn leggen we voor bij het bestuur.

1.4

Versterking crisisbeheersing en informatiemanagement

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) werkte aan een contourennota ‘Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg’. Aanleiding van deze nota was de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s door de commissie Muller. In de contourennota staan acties om verschillende aandachtsgebieden binnen crisisbeheersing en brandweerzorg te vernieuwen en veranderen. De inhoud van de contourennota sluit voor crisisbeheersing aan bij de speerpunten uit onze visie 2025. Door de val van het kabinet is de contourennota nog niet inhoudelijk besproken in de Tweede Kamer. De minister erkende de noodzaak om veiligheidsregio’s nu al tegemoet te komen. Voordat de Kamer de inhoud van de contourennota bespreekt, krijgen zij al een extra structurele rijksbijdrage van JenV. Ze kunnen hiermee het domein van crisisbeheersing en informatiemanagement versterken. Via de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) stelt het Rijk dit (landelijke) extra budget beschikbaar. Landelijk loopt het bedrag op van €46 miljoen in 2023 tot €83 miljoen in 2026. We weten welk deel van de extra middelen voor VRBZO is bestemd in 2024. We verwachten een structurele stijging van ongeveer €1,7 miljoen. De jaren daarna zal het bedrag stapsgewijs toenemen, maar we weten nog niet met hoeveel. Als de verhouding ten opzichte van de totale verhoging gelijk blijft, komen we in 2025 op een extra bijdrage van ongeveer €2,2

8

Begroting 2025

miljoen. Dit loopt op tot een structurele bijdrage van ongeveer €2,5 miljoen voor crisisbeheersing in 2026. Wanneer wij de besteding van de budgetten begroten, houden we rekening met de beoogde besteding van het ministerie. Denk hierbij aan landelijk overeengekomen thema's in dit verband zoals risicomonitoring, dynamische planvorming, informatiemanagement, leiding en coördinatie, opleiden, trainen en oefenen, evalueren en leren, herstel en nafase, middelen en voorzieningen en netwerkmanagement.

1.5

Overige ontwikkelingen met financiële onzekerheid

Er zijn nog andere ontwikkelingen binnen VRBZO, die te onzeker zijn om daar nu al op te anticiperen in de begroting. We benoemen ze wel in de paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen, want het gaat om inhoudelijk en financieel grote onderwerpen. En ze zullen meerdere jaren invloed hebben op de organisatie. Huisvesting en onderhoud kazernes VRBZO huurt de kazernes van de gemeenten in de regio. Met gemeenten maakten we afspraken over onderhoud. Het is een grote uitdaging om het onderhoudsniveau van de kazernes op het juiste niveau te krijgen en houden. Eerste schattingen voor groot gebruikersonderhoud voor 2027 en daarna, laten een tekort zien. Daarnaast moeten de kazernes voldoen aan steeds strengere eisen voor arbeidsveiligheid. En we moeten de kazernes meer duurzaam maken, om te voldoen aan de normen voor duurzaamheid van overheidsgebouwen. We hebben nog geen goed beeld van de kosten hiervan. Daarnaast moeten we er afspraken over maken met de gemeenten, als eigenaren van de kazernes. Omdat we op lange termijn een tekort verwachten voor het onderhoud van de kazernes, zien we eventuele voordelen tussendoor als incidenteel. Verloop vrijwilligers We hadden veel verloop van vrijwilligers. Dat leidde tot een hogere instroom van nieuwe vrijwilligers. En betekende voor ons hogere kosten, onder andere bij vakbekwaamheid om de mensen op te leiden.

De landelijke trend is dat deze ontwikkeling zich doorzet en zelfs erger wordt. De periode dat een brandweervrijwilliger actief is, daalt. We moeten sneller nieuwe vrijwilligers zoeken, om paraat te kunnen blijven. We zien in onze regio de uitstroom minder worden. Het is onzeker hoe dit zich in de toekomst ontwikkelt. We proberen actief onze vrijwilligers te boeien en aan ons te binden, onder andere met hulp van de posthoofden. 2e loopbaanbeleid beroepsbrandweer Medewerkers die vanaf 2006 in dienst kwamen bij de beroepsbrandweer, werken in principe maximaal 20 jaar in een repressieve functie. De eerste medewerkers begonnen daarom in 2021 met de voorbereidingen voor hun 2 e loopbaan. De kosten voor deze medewerkers zijn nog beperkt. We deden toezeggingen, die vooral waardevol waren voor de medewerker. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om een jaar parttime te werken of een terugkeergarantie voor een jaar. Oplossingen, waardoor een medewerker relatief veilig een eigen bedrijf kan starten of ergens anders ervaring op kan doen. Maar ze kostten de organisatie weinig. We dachten dat de daling van de FLO-kosten groter zou zijn dan de kosten voor het 2 e loopbaanbeleid. Zodat de kosten van het nieuwe beleid, die van het oude beleid konden vervangen. Per saldo zouden daardoor de financiële effecten worden gedempt.

Inmiddels weten we dat de FLO-kosten, na opnieuw een wijziging in het landelijke beleid, nog tot ten minste 2029 per saldo stijgen. Dit brengt een risico met zich mee voor kosten rondom het 2 e loopbaanbeleid. We verwachten wel extra kosten te moeten maken, maar we hebben nog geen uitgebreide ervaringscijfers om die te onderbouwen. We zien andere regio’s bedragen opnemen in hun begroting tot €70.000 per medewerker of een bedrag

9

Begroting 2025

van €750.000 reserveren. Als we kijken naar de cijfers van nu en de genoemde ervaringen met de eerste uittreders, denken we dat dit voor VRBZO nog niet nodig is. We bekijken dit periodiek en stellen ons beleid bij als er aanleiding voor is. Op verzoek van de sector en sociale partners doet de Universiteit van Maastricht onderzoek naar de regeling en naar mogelijkheden om de regeling aan te passen. Het onderzoek startte in 2022 en duurt tenminste 4 jaar. Tijdens het onderzoek moeten de medewerkers wel een plan voor een 2 e loopbaan maken, maar ze hoeven de organisatie nog niet te verlaten. Ook in de begroting van 2025 gaan we nog uit van beperkte meerkosten voor omscholing. Loonkosten vrijwilligers De Wet normalisering rechtpositie ambtenaren (WNRA) is uitgesteld voor medewerkers van veiligheidsregio’s. Door te kijken naar landelijke gemiddelden, namen we aan dat de kosten konden oplopen tot €1.500.000 per jaar. Inmiddels weten we dat onze regio minder nadeel heeft dan andere regio’s. Het financiële nadeel zal daarmee ook lager uitkomen. Er wordt landelijk nog onderzoek gedaan naar het effect van de invoering en naar manieren om daar invloed op uit te oefenen. Daarom zijn de ontwikkelingen rondom de invoering van de WNRA voor vrijwilligers nog onzeker. We kunnen ze dan ook nog niet noemen in de begroting van 2025.

10

Begroting 2025

2

Opbouw gemeentelijke bijdrage en investeringsbegroting

2.1

Indexering

We stellen voor om de gemeentelijke bijdrage voor 2025 met 5,50% te indexeren. We baseren dit voorstel op de index voor de loonvoet voor de sector overheid en de index voor de prijs voor overheidsconsumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning 2024 van het Centraal Planbureau1. De indexatie baseren we op de methodiek die we samen met de andere grote gemeenschappelijke regelingen in onze regio (GGD, ODZOB en MRE) hanteren en is opgenomen in de beleidsnotitie kaders P&C-documenten 4GR. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van december 2022 is dit beleid opnieuw vastgesteld. Onderdeel

Kengetal jaarschijf 2024

Wegingsfactor

Indexeringspercentage

Lonen

Loonvoet sector overheid

62,50%

6,70%

Prijzen

Prijs materiële overheidsconsumptie (IMOC)

37,50%

3,50%

Gewogen indexpercentage

5,50%

Indexering rijksuitkering De afgelopen jaren indexeerde het Rijk elk jaar haar uitkering. De omvang van deze indexering wordt altijd pas tijdens het begrotingsjaar bekend. De afgelopen jaren bleek de indexering van de rijksuitkering een grotere prijscomponent te hebben dan de gemeentelijke bijdrage. In de begroting nemen we daarom aan, dat de indexering van de rijksuitkering voor 75% gebaseerd is op prijzen en voor 25% op lonen. Indexering overige inkomsten In de begroting van 2025 indexeren we de overige inkomsten even hoog als de gemeentelijke bijdrage. Tenzij in specifieke overeenkomsten een andere index is afgesproken. Indexering loonkosten We weten nog niet hoe de loonkosten zich in 2025 ontwikkelen. De huidige cao loopt tot en met 2024 en geldt in 2025 niet meer. VRBZO gaat daarom voor de begroting van 2025 uit van een gelijke verhoging van de loonkosten als er via indexering beschikbaar komt. Indexering overige kosten Voor de overige kosten reserveren we een budget in de begroting. Waar nodig passen we daarmee indexeringen toe. We reserveren een bedrag per programma, waardoor we de echte verhoging van individuele budgetten als administratieve wijziging kunnen uitvoeren. We hoeven dan niet steeds goedkeuring te vragen aan het bestuur. In de begroting indexeren we voor overige kosten hetzelfde percentage als de indexering van de gemeentelijke bijdrage.

1 Kerngegevenstabel MEV 2024, september 2023 (cpb.nl)

11

Begroting 2025

2.2

Loonontwikkeling

Het grootste deel van onze kosten is loonkosten. Vooral voor medewerkers die we zelf in dienst hebben en voor de exploitatie van de meldkamer brandweer, samen met Veiligheidsregio Brabant-Noord (VRBN). Inclusief deze kosten voor het personeel van de meldkamer, is 62,5% van onze kosten loonkosten. Deze kosten beïnvloedt VRBZO voor een deel zelf. Bijvoorbeeld door de hoeveelheid medewerkers die we inzetten, het functieniveau waarop we medewerkers inzetten en specifieke afspraken over de beloning van medewerkers. De basis van onze lonen wordt bepaald door de hoogte van de salarisontwikkeling in de cao veiligheidsregio’s en de ontwikkeling van sociale premies. Hierop heeft VRBZO geen invloed. Vanuit gemeenten ontvangen we elk jaar een indexering voor stijging van prijs- en loonkosten. Deze indexering is gebaseerd op een prognose van het Centraal Planbureau en wordt ongeveer 1,5 jaar voor de start van het begrotingsjaar bepaald. De echte kostenstijging wijkt altijd af van de indexering die we van gemeenten ontvangen. Op zich is dat geen probleem; een tegenvaller in het ene jaar wordt vaak gecompenseerd door een meevaller in een ander jaar. Daarnaast spraken we met gemeenten af dat we een aanvullende verhoging voorstellen, als we structureel nadelige effecten verwachten. Onze ervaring is dat deze methode de afgelopen jaren goed werkte.

In 2018 en 2019 constateerden we dat de stijging van de pensioenpremies onvoldoende werd gecompenseerd via indexering. Gemeenten gaven daar toen een aanvullende bijdrage voor. Ook in 2023 ontvingen we een aanvullende structurele verhoging. Dat kwam door de ongebruikelijk hoge inflatie en cao-loonkostenstijging. De cao veiligheidsregio’s loopt tot 1 mei 2024. De onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers starten pas na het opstellen van deze begroting. In de kadernota en de begroting voor 2025 gaan we er daarom vanuit dat de ontwikkeling van de loonkosten gelijk opgaat met de indexering die we ervoor ontvangen. Als dat niet zo is, vragen we gemeenten weer om een aanvullende bijdrage.

2.3

Samenvatting gemeentelijke bijdrage 2025

De gemeentelijke bijdrage voor 2025 is in de basis gelijk aan die van 2024. De incidentele verhoging van €200.000 die in 2024 wordt toegepast, vervalt in 2025. Over het structurele deel van de gemeentelijke bijdrage wordt een indexering van 5,50% toegepast. De gemeentelijke bijdrage komt in 2025 daarmee uit op €53.847.215. Een uitwerking van de bijdrage per gemeente is opgenomen in Bijlage 1: Staat met gemeentelijke bijdragen. Met het bestuur bespreken we wat de ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering betekenen voor onze financiën. Onderwerp Gemeentelijke bijdrage 2024 primair Waarvan incidenteel Waarvan tijdelijke opvang verlaging impuls omgevingsveiligheid Subtotaal structureel 2024 Indexering 5,50% Gemeentelijke bijdrage 2024 Waarvan ten behoeve FLO

Bijdrage regulier € 51.143.009 -€ 200.000

Piket bevolkingszorg € 160.005

Totaal € 51.303.014 -€ 200.000

-€ 63.000 € 50.880.009

€ 160.005

€ 51.040.014

€ 2.798.401 € 53.678.410

€ 8.800 € 168.805

€ 2.807.201 € 53.847.215 €1.617.683

12

Begroting 2025

Uitsplitsing indexering Waarvan loonkosten uit indexering Waarvan prijzen Totaal

3

Programma’s

3.1

Inleiding

Wegingsfactor Indexeringspercentage 62,50% 6,70% 37,50% 3,50% 5,50%

Totaal € 2.137.301 € 669.900 € 2.807.201

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost maakt de samenleving veiliger. We willen mensen en bedrijven bewust maken van risico’s in hun omgeving. Zodat ze beseffen dat ze incidenten en rampen vaak zelf kunnen voorkomen. Om dat te bereiken kijken we verder dan vandaag. We bereiden ons voor op de toekomst. We leren van het verleden, werken nu aan veiligheid en willen meer weten over de risico’s van morgen. Iedereen krijgt voor de eigen situatie een antwoord op de vraag: ‘Wat kan ík doen voor mijn veiligheid en die van mijn omgeving?’. Ons doel bereiken we door iedereen die over veiligheid gaat met elkaar te verbinden. Veiligheid is namelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid: van ons, onze netwerkpartners, gemeenten, bedrijven, instellingen en inwoners. Door het netwerk rondom veiligheid sterker te maken, de samenwerking op te zoeken en kennis met elkaar uit te wisselen, zorgen we samen voor een veilige regio. En gaat het toch mis? Dan bestrijden we snel en efficiënt het incident, waardoor we schade en leed zoveel mogelijk beperken. Incidentenbestrijding en crisisbeheersing zijn pure noodzaak voor de continuïteit van de samenleving. We kunnen niet alles voorkomen, maar zorgen er bij incidenten wel voor dat het dagelijkse leven weer zo snel mogelijk kan worden opgepakt. Dit vraagt van VRBZO dat we alert zijn: wat vandaag veilig is, kan morgen ineens anders zijn.

Een brand of een ongeval lijken vaak onschuldig, maar kunnen soms verstrekkende gevolgen hebben voor de omgeving en de infrastructuur. We zijn een deskundige partner die veiligheid bevordert, risico- en informatiegericht werkt, kansen grijpt om te innoveren en vragen beantwoordt, die mensen over veiligheid hebben. Laagdrempelig en oplossingsgericht. We willen mensen enthousiast maken en overtuigen om tot actie over te gaan. We zijn daarom niet belerend, maar motiveren en verbinden met onze adviezen. Door samen te werken met onze (nieuwe) partners ervaren we de kracht van het collectief: samen zorgen we voor veiligheid in Zuidoost-Brabant. We clusteren onze activiteiten in 2 inhoudelijke programma’s: brandweerzorg en crisisbeheersing. 1.

Brandweerzorg

Brandweerzorg is het grootste programma, met verschillende taken. Allereerst zetten we in op risicobeheersing met preventie. We geven voorlichting en adviseren (en controleren) gebouwen en evenementen op (brand)veiligheid. Ook adviseren we gemeenten over de inrichting van de ruimtelijke omgeving, vanuit een breed veiligheidsperspectief. En gebeurt er toch iets, dan bestrijden we het incident. We blussen branden en redden mens en dier uit onveilige situaties, bijvoorbeeld na een ongeval of extreem weer. Hiervoor zetten we specialistische voertuigen in en leiden we ons brandweerpersoneel op. Zodat ze vakbekwaam zijn en op ieder moment van de dag paraat en beschikbaar, om een incident te bestrijden.

13

Begroting 2025

2.

Crisisbeheersing

Het programma crisisbeheersing bestaat uit activiteiten van Bevolkingszorg, de GHOR (= de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en Crisisbeheersing. Bevolkingszorg ondersteunt de gemeenten bij hun belangrijke werk in de gemeentelijke crisisbeheersing. Bijvoorbeeld bij de communicatie over een incident of crisis en bij de opvang van betrokkenen. Ook zorgt Bevolkingszorg voor een overdracht van taken na de bestrijding van een incident. Als de hulpdiensten klaar zijn met hun inzet, moeten gemeenten vaak nog veel doen. Bijvoorbeeld interne en/of externe onderzoeken begeleiden of schade inventariseren en afwikkelen. De GHOR coördineert de samenwerking tussen de verschillende geneeskundige diensten (GGD, meldkamer ambulancezorg, ambulancedienst, ziekenhuizen, huisartsen en het Rode Kruis), tijdens grote ongevallen en rampen . Samen vormen ze dan één hulpverleningsketen. Dreigt er gevaar voor mens en/of milieu? Dan is de GHOR het aanspreekpunt van de geneeskundige keten voor het openbaar bestuur en voor de andere hulpverleningsketens zoals brandweer, politie en bevolkingszorg. Tot slot coördineert de GHOR de hele acute en niet-acute zorgketen. De GHOR coördineert de samenwerking tussen de verschillende geneeskundige diensten (GGD, meldkamer ambulancezorg, ambulancedienst, ziekenhuizen, huisartsen en het Rode Kruis), tijdens grote ongevallen en rampen.

Samen vormen ze dan één hulpverleningsketen. Dreigt er gevaar voor mens en/of milieu tijdens een ramp of crisis? Dan is de GHOR het aanspreekpunt van de geneeskundige zorgketen voor het openbaar bestuur en voor de andere hulpverleningsketens zoals brandweer, politie en bevolkingszorg. Tot slot is de GHOR verantwoordelijk voor de coördinatie en regie van de hele acute en niet-acute zorgketen. Binnen het domein crisisbeheersing begint het met het zicht op risico’s; de monitoring en signalering van risico’s waarmee we risicobeelden op operationeel en bestuurlijk niveau maken. Deze beelden helpen de crisisorganisatie om zich in de dreigingsfase voor te bereiden op crises: wat kunnen we doen om een crisis te vermijden of de impact te verkleinen? Want een crisis is niet altijd te voorkomen. Ook in de crisisfase kunnen we het risicobeeld gebruiken. Het geeft de crisisorganisatie inzichten bij het beheersen van de crisis. Crisisbeheersing coördineert en leidt de bestrijding van complexe incidenten. Het domein crisisbeheersing is de afgelopen jaren flink in ontwikkeling. Dat komt onder andere door verschillende crises de afgelopen jaren en de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Ook VRBZO gaat mee in deze ontwikkeling. We willen weten welke risico’s op ons afkomen en ons hier beter op voorbereiden. Het bestuur stelde in 2023 ons nieuwe regionaal crisisplan vast.

Daarin maken we verschil tussen monitoring en signalering (vooral identificeren en beoordelen) en de mogelijke inzet van een planningsstaf (anticiperen). Vaak zijn daar meer hulpdiensten, netwerkpartners en gemeente(n) bij betrokken. In de crisisfase zijn er verschillen tussen de aanpak van kortlopende crises, die plotseling optreden (acute ‘flitscrises’) en crises die lang duren, en zich opbouwen (‘sluimercrises’). Beide typen crises vragen om een andere aanpak en bepalen hoe we de crisisorganisatie opbouwen en inzetten. Soms, vooral bij grote incidenten, doen we dit volgens de GRIPstructuur (Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure). Samen zorgen we ervoor dat de situatie zo snel mogelijk stabiel en veilig is, zodat het dagelijkse leven weer kan worden opgepakt.

14

Ontwerpbegroting 2025 3.2

Programma Brandweerzorg

15

Begroting 2025

3.2.1

Ontwikkelingen Brandweerzorg

Robuust en paraat Toekomstbestendig Brandweerstelsel De brandweer moet zich voorbereiden op nieuwe, grotere en complexere incidenten, met impact buiten de eigen regio. Een belangrijk deel van het werk van de brandweer vindt lokaal en regionaal plaats en dat blijft zo. Maar we krijgen te maken met nieuwe risico’s, die om een andere benadering en risico-inschatting vragen. We werken landelijk aan een toekomstbestendige brandweer, die voldoende capaciteit en slagkracht heeft. Zodat we ook grootschalige en nieuwe incidenttypen aankunnen; lokaal, regionaal én landelijk. Na de evaluatie Wet veiligheidsregio’s kwam er wetgeving om de brandweerzorg te versterken. Bijvoorbeeld door het brandweeronderwijs te verbeteren en een toekomstvaste brandweerzorg te ontwikkelen. Bij deze opgaven moet elke regio duidelijk aandacht geven aan ‘goed werkgeverschap’, ‘boeien en binden van personeel’ en inspelen op ‘de medewerker van de toekomst’. Het huidige brandweerstelsel bestaat uit een mix van vrijwilligers en beroepsbrandweer. Alle brandweermensen hebben in principe dezelfde taken en opleidingseisen. Door internationale regels en jurisprudentie kan dit veranderen. Dit zijn langlopende trajecten en we weten nog niet welke inhoudelijke en financiële effecten we in 2025 kunnen verwachten.

Vrijwilligheid (verloop vrijwilligers) Het is een maatschappelijke trend dat vrijwilligers korter bij de brandweer blijven en het steeds moeilijker wordt om nieuwe vrijwilligers te werven. Ook in onze regio zien we dat het een uitdaging blijft om voldoende vrijwilligers te vinden voor onze posten, vooral in de kleine kernen. Om een vrijwillige brandweerpost op sterkte te houden of te krijgen, zijn steeds vaker intensieve wervingscampagnes nodig. En veel verloop van vrijwilligers betekent dat we vaker nieuwe vrijwilligers moeten opgeleiden. Beide activiteiten zorgen voor extra kosten. Ook in 2025 zal dit zo zijn. Daarbij komen opleidingskosten om achterstanden weg te werken, bijvoorbeeld in de bijscholing van bevelvoerders en chauffeurs. De komende jaren houden we goed in de gaten hoeveel mensen we nodig hebben. Om paraat te kunnen blijven, moeten we onze vrijwilligers blijven binden en boeien. Herijking beroepsbrandweer In 2022 startten we met het toekomstbestendig maken van onze repressieve beroepsdienst. De repressieve beroepsdienst is belangrijk in de stedelijke gebieden Helmond en Eindhoven. En ze zorgen in de rest van de regio voor paraatheid, vakbekwaamheid en spreiding van de eenheden. Hierbij speelt onder andere dat we steeds meer uren moeten opvangen voor verschillende soorten verlof, zoals bijvoorbeeld de nieuwe regeling voor ouderschapsverlof.

We verwachten dat we in 2025 zo’n 5 tot 10 extra fte beroepskrachten nodig hebben. We investeren daarnaast in leiderschapsontwikkeling en we onderzoeken of er aanpassingen nodig zijn in organisatie en structuur. De herijking van de repressieve beroepsdienst heeft ook een relatie met de thema’s duurzame inzetbaarheid en de stedelijke verdichting, die we in de volgende alinea’s bespreken. Stedelijke verdichting Landelijk is de stedelijke verdichting een thema geworden; veel steden groeien door te verdichten en hoogbouw. Inwonersaantallen en bedrijvigheid nemen toe. Er wordt volop gewerkt aan (her)ontwikkeling van wijken. Er komt steeds meer en hogere hoogbouw. En er komen steeds meer bedrijventerreinen, met meer bedrijven die nieuwe technologieën toepassen. Stedelijke verdichting betekent meer en soms andere risico’s (bijvoorbeeld vanuit de energietransitie) en daar zijn we nu nog niet goed op voorbereid. Zuidoost-Brabant is een groeiregio, onder andere door Brainport. Dat betekent ook meer druk op de brandweer in de steden. Daar komen de leefbaarheidseisen bij, zoals 30-km zones, zero-emissiezones en eenrichtingswegen.

16

Begroting 2025

Al deze ontwikkelingen hebben effect op onze brandweerzorg. Denk bijvoorbeeld aan druk op de (beroeps)brandweer, aanpassingen in het soort voertuigen en inzettactieken en -technieken die veranderen door nieuwe opleidingen en materieel. Daarbij zou de transitiefase van de stedelijke verdichting met al haar verbouwingen wellicht een groter risico kunnen zijn dan de gerealiseerde fase. Voor extreem grootschalige en complexe en langdurige gebiedsontwikkelingen is het noodzakelijk dat we intern een schakelpunt gaan creëren. We willen met de kennis uit al onze vakgebieden, zodat we met een integrale blik nauw verbonden zijn bij die gebiedsontwikkelingen. Hiervoor moeten we nog capaciteit organiseren. 2e loopbaan / duurzame inzet repressieve beroepsbrandweer Beroepsmedewerkers die vanaf 2006 in dienst zijn gekomen mogen maximaal 20 jaar in een repressieve functie werken. Deze groep medewerkers helpen we in de voorbereiding op hun 2e loopbaan. We volgen hier in de basis landelijke lijn, maar we willen meer doen voor onze medewerkers vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap. We moeten hiervoor zelf beleid ontwikkelen en we moeten de benodigde financiële dekking nader onderzoeken. Landelijk wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden om deze regeling aan te passen. Dit onderzoek wordt in 2026 afgerond.

Tijdens het onderzoek moeten de medewerkers wel een plan voor een tweede loopbaan maken maar ze hoeven de organisatie nog niet te verlaten. Voor 2025 gaan we nog uit van beperkte meerkosten voor omscholing. Vroegpensioen beroepsbrandweer: functioneel leeftijdsontslag (FLO) Medewerkers die voor 2006 in dienst kwamen bij de beroepsbrandweer hebben recht op een vorm van vroegpensioen: de regeling Functioneel Leeftijdsontslag (FLO). We hebben een voorziening getroffen om de kosten van deze regeling te dekken. De werkelijke kosten van de regeling komen ten laste van die voorziening. We volgen de ontwikkelingen goed, we laten ons door specialisten adviseren en waar mogelijk werken we samen met andere veiligheidsregio’s. Inmiddels is duidelijk geworden dat de kosten nog tot ten minste 2028 op het huidige niveau blijven. We volgen die ontwikkeling goed en laten ons door externe specialisten adviseren. Als het kan werken we samen met andere veiligheidsregio’s.

Snel en flexibel Dynamisch Risicoprofiel Brandweerzorg en visie op de kerntaken In 2024 starten we met het ontwerpen en uitwerken van het Dynamisch Risicoprofiel Brandweerzorg. Een nieuwe aanpak, met als doel een integraal risicoprofiel op basis van een meer dynamische benadering van de veiligheidsrisico’s in onze regio. Het nieuwe profiel helpt ons om samenhangende en afgewogen keuzes te maken, wanneer we risicobeperkende maatregelen moeten nemen, of erover adviseren. We verwachten dat we in 2025 weten wat de eenmalige en structurele kosten zijn om een dynamisch risicoprofiel te maken en te onderhouden. Omdat dit een langdurig traject is en er al eerder behoefte was aan een geactualiseerd risicoprofiel, actualiseerden we in 2023 het (statische) risicoprofiel uit het Brandweerzorgplan 2019. Dit vormt het fundament voor de ontwikkeling van een visie op de (repressieve) kerntaken. Die visie hebben we nodig om landelijke visies te vertalen naar onze organisatie. En we kunnen hiermee keuzes maken voor aankomende (vervangings)investeringen van materiaal en materieel. Dit gaat concreet in 2025 spelen. Professioneel (vakkundig en goed) Bij ons advies over de Omgevingswet en veilige energietransitie, rekening houden met de risico’s We kijken naar het risico, en minder naar de regel.

Met de Omgevingswet kunnen gemeenten en provincie meer ruimte bieden aan ontwikkeling en beheer van de leefomgeving. Ook VRBZO bereidt zich daarop voor, samen met gemeenten en andere partners. Aan de Omgevingstafel proberen we al te zorgen voor veiligheid, zodat belanghebbenden in vroeg stadium weten waar ze aan toe zijn. Het gaat vaak om ingewikkelde adviesaanvragen, waarbij we alle onderdelen van risico- en crisisbeheersing moeten meenemen. Daarom investeren we in de kennis en vaardigheden van onze mensen. Daarnaast brengen we processen en ICT-systemen op orde, zodat het adviesproces goed loopt.

17

Begroting 2025

De energietransitie is nodig in de strijd tegen klimaatverandering. De afgelopen jaren zagen we steeds meer nieuwe innovatieve manieren van energieopwekking en -opslag. Deze relatief nieuwe technieken zorgen ook voor nieuwe vragen over veiligheid. We verwachten dat we meer adviesaanvragen krijgen, die met de energietransitie te maken hebben en impact hebben op (brand)veiligheid. Denk daarbij aan grootschalige opslag van batterijen, buurtbatterijen, zonnevelden, windmolens en gebruik van waterstof. Dit zijn relatief nieuwe energiedragers die nieuwe risico’s in de (bebouwde) omgeving brengen en specifiek advies nodig hebben. Vakbekwaamheid brandweermedewerkers De

brandweer

moet

sneller

inspelen

op

ontwikkelingen

in

de

omgeving.

Daar

moeten

we

ons

vakbekwaamheidsprogramma op aanpassen, zodat we het kwaliteitsniveau behouden en veilig blijven werken. Daarnaast weten we dat medewerkers minder lang bij de brandweer blijven en dus minder incidenten meemaken, die wel steeds complexer worden. We gaan dus van een ervaringsgerichte organisatie naar een lerende organisatie. Door al deze ontwikkelingen staat de vakbekwaamheid van onze repressieve brandweermedewerkers al jaren onder druk. Het huidige vakbekwaamheidsprogramma is onvoldoende toegerust om dit te ondervangen. Dat zien we onder andere terug in: -

langere doorlooptijden van bijscholingen;

-

het uitblijven van opleidingen voor nieuwe medewerkers voor de regionale specialisaties;

-

het onvolledig invullen van de oefenruimte voor opschalingsfunctionarissen;

-

het ontbreken van goede begeleiding bij het oefenen bij (risicovolle) bedrijven, en;

-

zeer beperkte ruimte voor vakbekwaamheid van onderwijsondersteunend personeel.

Het aantal opleidingen voor nieuwe brandweermedewerkers is sinds 2020 meer dan verdubbeld om aan de vraag te blijven voldoen. Dit is nog niet vertaald in een structurele financiële behoefte. Terwijl we niet denken dat het verloop de komende jaren afneemt. Ook verwachten we dat we vrijwilligers die al opgeleid zijn, niet meer als beroepskrachten kunnen binnenhalen. Dit betekent hogere kosten om nieuwe beroepskrachten op te leiden. Informatiegestuurde brandweerzorg Incidenten worden steeds complexer. Dit komt door nieuwe ontwikkelingen, zoals alternatief aangedreven voertuigen of een mix van wonen, werken en transport in één groot complex. Om onze brandweermensen goed te faciliteren in hun repressieve taken investeren we onder andere al jaren in mobiele geografische informatiesystemen. Deze ‘operationele informatievoorziening’ is doorgegroeid in wat we nu ‘informatiegestuurde incidentbestrijding’ (IGIB) noemen. Door alle ontwikkelingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie, groeien de mogelijkheden om datasets en systemen te koppelen. Het doel is dat we operationeel leidinggevenden ‘real time’ informatie op maat kunnen aanbieden. Die leidinggevenden krijgen een handelingsperspectief op de plek van een incident en kunnen betere besluiten nemen.

De hoger liggende doelen zijn minder risico's voor ons personeel (een veilige inzet) en een kwalitatief sterke inzet (goede hulpverlening). Hiervoor moeten we diverse systemen upgraden en doorontwikkelen, zoals de nieuwe geo-viewer (die ook beschikbaar is voor gemeenten), de voertuignavigatie en het systeem waarop we voertuigdata opzoeken. Natuurbrandbeheersing Natuurbrand is voor de brandweer in onze regio al ruim 10 jaar het zogenaamde ‘maatgevende scenario’. Dat wil zeggen dat vooral de effecten van natuurbranden bepalend zijn voor onze repressieve slagkracht. Omdat het natuurbrandrisico groeit als gevolg van de klimaatverandering heeft dit thema landelijk veel aandacht gekregen. Er is in 2023 een nieuwe landelijke visie op natuurbrandbeheersing vastgesteld en in 2024 wordt het implementatieplan hiervoor vastgesteld. Deze plannen gaan ook in onze regio impact hebben en zullen vragen om diverse investeringen die in 2025 concreter zullen worden. Op landelijk niveau is aan het Rijk een financiële bijdrage gevraagd. In de Tweede Kamer wordt dit besproken na

18

Begroting 2025

de aanstelling van een nieuw kabinet. Eén van de zaken die we zelf al oppakken is onderzoeken hoe we de natuurbrandbestrijding vanaf 2025 slimmer kunnen organiseren. Dit kan leiden tot aangepaste eisen aan het materieel en het materieel, deze nemen we ook mee in de aankomende vervanging van tankautospuiten. MIP: duurzaam investeren in materieel en materiaal Tijdens een inzet moeten onze brandweermensen op straat kunnen vertrouwen op de voertuigen en hulpmiddelen die ze gebruiken. Het materieel (voertuigen) en materiaal (gereedschappen) moet de taken tijdens de inzet ondersteunen. Brandweermensen moeten er veilig en effectief mee kunnen werken. Daarbij worden de eisen voor duurzaamheid steeds belangrijker. op een gegeven moment afgeschreven en moeten we dan vervangen. Dit betekent investeringen, waarbij we keuzes moeten maken. Vanaf 2024 starten we daarvoor verschillende projecten op. Duurzaamheid nemen we daarin mee. In 2024 onderzoeken we bijvoorbeeld hoe we de piket- en dienstvoertuigen het beste kunnen vervangen. De financiële gevolgen hiervan merken we vanaf 2025. We ronden in 2024 ook een analyse af van het meerjaren investeringsplan (MIP). We weten dat er fouten in de planning zitten, maar we weten nog niet wat de financiële effecten daarvan zijn in 2025. We weten ook dat we de beoogde investeringen opnieuw moeten toetsen.

En dat de verplichte procedures voor de aanbesteding, extra werk betekenen. Zoals we nu inschatten hebben we daarvoor tijdelijk extra mensen nodig, en misschien zelfs structureel.

3.2.2

Wat mag het kosten?

De kosten voor brandweerzorg bedragen in 2025 €47,8 miljoen. De stijging van de lasten ten opzichte van 2023 komt door indexering van budgetten en verandering in de verwachte rentelasten. We verwachten in 2025 €0,7 miljoen inkomsten. Dit sluit aan bij de begroting van 2024. Wel is het wat lager dan de realisatie van 2023. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat we in 2023 enkele medewerkers gedetacheerd hebben en door opbrengsten die samenhangen met lasten voor crisisnoodopvang. Omdat deze detacheringen incidenteel zijn, begroten we deze inkomsten niet volledig.

19

Begroting 2025 3.3

Programma Crisisbeheersing

20

Begroting 2025

3.3.1

Ontwikkelingen crisisbeheersing

Belangrijk onderdeel van onze visie 2025 is het versterken van crisisbeheersing en informatiemanagement. Het Rijk herkent deze noodzaak en stelt (landelijk) extra budget beschikbaar via een brede doeluitkering (BDUR). De ambities voor die aanvullende budgetten voor de toekomstgerichte en toekomstbestendige crisisbeheersing, staan in de Gemeenschappelijk Landelijke Agenda Crisisbeheersing. Deze agenda bepaalt de koers op het gebied van de crisisbeheersing voor een periode van 6 jaar (2024-2029). De focus ligt vooral op de eerste 3 jaar, daarna is er een integrale actualisatie. De agenda formuleert de ambities langs 3 pijlers: 1.

het versterken van de voorbereiding en paraatheid;

2.

het versterken van een weerbare samenleving;

3.

het bevorderen van kwaliteit en professionaliteit.

In een landelijke werkgroep bepalen we de thema’s die doorontwikkeling vergen. VRBZO gebruikt deze eindstaat als uitgangspunten voor het programma crisisbeheersing waarin deze worden vertaald in de ambities en bijbehorende doelstellingen van VRBZO. Om deze doelen te bereiken krijgen we van Rijk extra structureel budget via de BDUR. Het totale bedrag loopt landelijk op van €46 miljoen in 2023 tot €83 miljoen in 2026. Voor 2024 verwachten we ongeveer € 1,7 miljoen extra BDUR voor VRBZO. De jaren daarna zal het bedrag stapsgewijs toenemen, maar het is nog niet bekend met hoeveel. Als de verhouding ten opzichte van de totale verhoging gelijk blijft, komen we in 2025 op een extra bijdrage van ongeveer € 2,2 miljoen. Dit loopt op tot een structurele bijdrage van ongeveer €2,5 miljoen in 2026 voor de versteviging van crisisbeheersing en informatiemanagement in onze regio. Zicht op risico’s We leven in een tijd waarin een goede informatiepositie en -analyse van vitaal belang is. Afgelopen jaren hebben data- en informatiemanagement in het domein crisisbeheersing zich enorm ontwikkeld. Dat biedt ons kansen om beter zicht te krijgen op veiligheidsrisico’s en ons hierop in een vroeg stadium voor te bereiden. We noemen dat monitoring en signalering. Dat betekent wel dat we moeten investeren in deze vorm van informatiegestuurde veiligheid.

Versterken voorbereiding en paraatheid Het Rijk en de veiligheidsregio’s versterken komende jaren de samenwerking in de prioritering van (landelijke) risico’s en de uitwerking hiervan in planvorming. Dit is één van de lessen uit eerdere crises en de aanbevelingen uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. We werken toe naar plannen voor meerdere regio’s (soms ook landelijk), het in de praktijk oefenen van deze plannen met de partners en capaciteitsplanning voor de paraatheid en (langdurige) inzetbaarheid van crisisfunctionarissen. Doel is om op deze manier beter voorbereid te zijn op nieuwe crises, die over de grenzen van de regio kunnen gaan en lang kunnen duren. Informatiegestuurde veiligheid via Fieldlab Zuid 6 In de voorbereiding op crises maken we al veel gebruik van data, business intelligence, impactanalyses en scenarioontwikkeling. De 6 veiligheidsregio’s uit het zuiden van het land werken in het Fieldlab Zuid 6 samen aan innovaties op het gebied van informatiegestuurde veiligheid. Dit vanuit het besef dat goede informatie richting geeft aan het optreden van hulporganisaties en professionals in het domein van (fysieke) veiligheid. Dat is van toepassing op alle aspecten van veiligheid. De opbrengsten voor de zuidelijke regio’s zijn divers: •

Verbeterde informatiedeling: door samenwerking kunnen we beter en sneller relevante informatie uitwisselen, wat cruciaal is tijdens crisissituaties.

•

Innovatie in veiligheidsmaatregelen: door samen te werken aan nieuwe technologieën en methoden kunnen we innovatieve oplossingen ontwikkelen die de veiligheid van burgers verbeteren.

21

Begroting 2025

•

Efficiëntere inzet van middelen: met behulp van informatiegestuurd optreden kunnen we onze capaciteit en middelen, zoals personeel en materieel, efficiënter inzetten.

•

Kennisopbouw en kennisdeling: het Fieldlab faciliteert kennisopbouw en kennisdeling tussen de deelnemende regio's, wat leidt tot een beter begrip van goede ervaringen en succesvolle strategieën.

•

Verhoogde veerkracht en responsiviteit: door de focus op informatiegestuurde veiligheid kunnen we sneller en adequater reageren op incidenten en crisissen, wat de veerkracht van de samenleving ten goede komt.

VRBZO investeert jaarlijks in deze samenwerking (ongeveer € 100.000) en we zetten medewerkers in, die de ontwikkelingen bijhouden en uitvoeren. We maken al elke week een operationeel veiligheidsbeeld en ontwikkelen informatiegestuurde veiligheid. Samen bedenken we bijvoorbeeld hoe we data van partners bereikbaar kunnen maken voor elkaar en maken we afspraken over datauitwisseling en verrijking, technische standaarden en informatieveiligheid. VRBZO moet aansluiten bij deze ontwikkelingen, ontwikkelingen in de rest van het land en op informatie-uitwisseling met het Rijk. Informatievoorziening naar crisisfunctionarissen We moeten de manier waarop we informatie delen met crisisfunctionarissen, verbeteren. We werken aan een informatieomgeving, waarin we relevante informatie voor crisisfunctionarissen snel en makkelijk bereikbaar maken. Denk aan risicobeelden, contactgegevens van ketenpartners en actuele, operationele crisisplannen. De juiste actuele informatie is dan altijd beschikbaar op het moment dat het er toe doet. Is er geen crisis, dan helpt het platform om VRBZO te verbinden met crisisfunctionarissen buiten de eigen organisatie, zoals gemeenten, politie en andere partners. Planvorming zorgrisicoprofiel In 2023 stelde het bestuur het zorgrisicoprofiel vast.

De GHOR beschrijft daarin de risico’s voor de acute en niet-acute medische hulpverlening en publieke geneeskundige zorg. We leggen uit welke gevolgen die risico’s kunnen hebben. Het gaat hierbij om risico’s in de zorgsector in onze regio. Dit helpt bestuurders en ketenpartners om besluiten te nemen, wanneer tijdens rampen en crises vraag en aanbod naar geneeskundige zorg niet in balans zijn. Het zorgrisicoprofiel geeft de GHOR en de zorginstellingen inzicht om samen gerichte plannen te maken voor de belangrijkste risico’s. In 2025 gaan we plannen maken voor de incidenttypen ‘aantasting cybersecurity/cyberdreigingen’, ‘verstoring telecommunicatie & ICT’ en ‘verstoring energievoorziening’. Deze incidenten hebben een grote impact op de continuïteit van de zorg, wanneer ze zich voordoen. Aansluiten bij landelijk platform voor crisismanagement Met het Knooppunt Coördinatie regio’s-Rijk (KCR2) maken het ministerie van Justitie en Veiligheid, veiligheidsregio’s en crisispartners een functionaliteit die nu en in de toekomst hard nodig is om de crisisbeheersing te versterken. KCR2 wordt het centrale koppelvlak voor bovenregionale en landelijke informatiestromen. Onder andere vanuit de vitale ketens naar regio’s en andersom. KCR2 ontwikkelt het landelijke beeld, heeft het overzicht en verbindt de ketens in iedere fase (koud, lauw en warm) met elkaar.

Het onderhoudt en activeert netwerken voor een eenduidig informatiebeeld, duiding en gezamenlijke coördinatie, en draagt bij aan eenduidige communicatie richting inwoners. In de komende jaren volgt KCR2 een zorgvuldig ontwikkelingsproces om te kunnen voldoen aan de gezamenlijke ambities. Wij sluiten aan op dit ontwikkelingsproces en zorgen voor de verbinding met de regionale informatieknooppunten.

22

Begroting 2025

Beinvloeden van risico’s We willen niet alleen weten welke risico’s op ons afkomen. We proberen ook goed advies te geven en af te stemmen met ons netwerk, om te voorkomen dat een risico echt een crisis wordt. Dat is niets nieuws. We werken al jaren samen met onze partners, om de voorkant van de veiligheidsketen te versterken. Het beïnvloeden van risico’s doen we vanuit een breed perspectief. Natuurlijk zetten we onze brandweer expertise in, maar samen met onze partners kijken we verder. En proberen we de samenleving weerbaarder te maken. Versterken van een weerbare samenleving Via een landelijke aanpak willen veiligheidsregio’s, samen met het Rijk, de weerbaarheid van de samenleving versterken. Dit doen we door ons voor te bereiden op crises, samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. We maken gebruik van de maatschappelijke veerkracht die er al is. We vertellen inwoners wat ze wel en niet van de overheid kunnen verwachten tijdens crises. We ondersteunen het eigen initiatief van mensen, zowel voor een crisis als tijdens. We streven naar een samenleving die samen met de overheid actief kan bijdragen aan zowel de aanpak van crises, als het herstel. Onze doelen zijn onder andere: •

Maak het voor inwoners, (vitale) bedrijven en maatschappelijke organisaties mogelijk om zelf verantwoordelijkheid te nemen bij crises. Landelijk beleid lokaal toepasbaar maken, bijvoorbeeld door informatie makkelijk en snel beschikbaar te maken of belemmeringen weg te nemen.

•

Meer risicocommunicatie vanuit de overheid. Risicocommunicatie moet de bewustwording vergroten van risico’s in de samenleving. En duidelijk maken wat je zelf kunt doen. Dit verbetert de veerkracht en samenredzaamheid van de maatschappij.

•

Meer en specifieke aandacht voor de voorbereiding op nazorg en herstel na een crisis.

Omgevingswet Met de Omgevingswet kunnen gemeenten en provincie meer ruimte bieden aan ontwikkeling en beheer van de leefomgeving. We kijken naar het risico, en minder naar de regel. Ook VRBZO bereidt zich daarop voor, samen met gemeenten en andere partners. Aan de Omgevingstafel proberen we al te zorgen voor veiligheid, zodat belanghebbenden snel weten waar ze aan toe zijn. Het gaat vaak om ingewikkelde adviesaanvragen, waarbij we alle onderdelen van risicoen crisisbeheersing moeten meenemen. Daarom investeren we in de kennis en vaardigheden van onze mensen. Daarnaast brengen we processen en ICT-systemen op orde, zodat het adviesproces goed loopt. Welke taken we uitvoeren staat in de producten- en dienstencatalogus die we opstelden op basis van de behoeften van de gemeenten. Veilige energietransitie De energietransitie is nodig in de strijd tegen klimaatverandering. De afgelopen jaren zagen we steeds meer nieuwe innovatieve manieren van energieopwekking en -opslag. Deze relatief nieuwe technieken zorgen ook voor nieuwe vragen over veiligheid. We verwachten dat we meer adviesaanvragen krijgen, die met de energietransitie te maken hebben. Denk daarbij aan grootschalige opslag van batterijen, buurtbatterijen, zonnevelden, windmolens en gebruik van waterstof.

Dit zijn relatief nieuwe energiedragers die nieuwe risico’s in de (bebouwde) omgeving brengen en specifiek advies nodig hebben.

23

Begroting 2025

Crisismanagement De ontwikkelingen die we hierboven noemen, staan voor proactief crisismanagement. Het doel is om te weten welke risico’s op ons afkomen en ons daarop voor te bereiden. Bij reële dreigingen bepalen we met onze netwerkpartners wat nodig is om een crisis te vermijden of de impact te verkleinen. Dit betekent dat onze werkwijzen tijdens een crisis veranderen. En dat we de nieuwe werkwijze goed moeten afstemmen met onze crisisfunctionarissen en -partners. Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit crisisorganisatie Rijk en veiligheidsregio’s blijven samen de crisisbeheersing en de crisisfunctionarissen professionaliseren. Ons doel is om tijdens de voorbereiding en bij de aanpak van crises, effectief samen te werken. Daarbij de meest actuele inzichten en innovatieve werkwijzen en middelen te gebruiken. En te blijven leren. We willen voor het hele land: •

Een opleidingsniveau voor professionals in crisismanagement, dat we samen met kennisinstellingen ontwikkelen vanuit een gedeelde landelijke doctrine.

•

Een succesvolle leercultuur opzetten en kennisontwikkeling en innovatie coördineren, en bevorderen.

•

Een netwerk opbouwen, zodat organisaties en professionals elkaar weten te vinden in de praktijk.

Crisisplan De crisisorganisatie moet beter aansluiten bij de crises van de toekomst. Dit zijn niet meer alleen de plotselinge crises, binnen gemeente- of regiogrenzen. Maar ook crises die zich langzaam ontwikkelen, sluimeren en die over grenzen gaan. Bij een echte inzet richten we de crisisprocessen zo in, dat we de crisis in een flexibele structuur kunnen bestrijden. Hiervoor stelden we - samen met Veiligheidsregio Brabant-Noord - een nieuw crisisplan op dat in 2023 is vastgesteld. De implementatie ronden we af in 2024 en daarna stellen we bij, als dat nodig is. Een van de ontwikkelingen die we daarbij zien, is dat veiligheidsregio’s steeds meer samenwerken in netwerken. Ze zijn daarom vaker bezig met vragen als: wat kan ik voor de ander betekenen? En hoe lossen we samen een crisis op? Doorontwikkeling dynamische preparatie Planvormig bestaat vooral uit wettelijke rampenbestrijdingsplannen en crisisbeheersplannen maken voor enkele risicovolle bedrijven en luchthavens (BRZO-bedrijven; bedrijven die vallen onder het Besluit risico's zware ongevallen en die werken met veel gevaarlijke stoffen). We onderhouden deze plannen en maken afspraken met de vitale partners, om in crisissituaties goed samen te werken aan maatschappelijke continuïteit. Ons goed voorbereiden op nieuwe gekende en ongekende crisistypen, betekent dat we meer mensen nodig hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002878/1