CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Plan-mer-beoordeling-Gebiedskader Kanaalzone-Zuid (22-08)

Raadsvergadering 9 september 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Concept gebiedskader Kanaalzone Zuid8.425 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Eindhoven: Plan-mer-beoordeling Gebiedskader Kanaalzone-Zuid 20 augustus 2025

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Inhoud 1

2

3

4

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................... 4

1.2

Procedure mer-beoordeling ............................................................................................... 5

1.3

Initiatiefnemer en bevoegd gezag ...................................................................................... 7

1.4

Leeswijzer .......................................................................................................................... 7

Plaats en kenmerken van het voorgenomen project ................................................................. 7 2.1

Huidige situatie ................................................................................................................... 7

2.2

Toekomstige situatie .......................................................................................................... 8

2.3

Relatie tot andere projecten ............................................................................................. 10

Kenmerken van potentiële effecten ......................................................................................... 13 3.1

Verkeer en parkeren ........................................................................................................ 13

3.2

Natuur en stikstofdepositie ............................................................................................... 14

3.3

Lucht, geluid en trillingen ................................................................................................. 19

3.4

Bodem .............................................................................................................................. 22

3.5

Archeologie en cultuurhistorie .......................................................................................... 23

3.6

Klimaatadaptatie .............................................................................................................. 25

3.7

Externe veiligheid ............................................................................................................. 27

3.8

Milieuzonering .................................................................................................................. 28

3.9

Geur ................................................................................................................................. 29

Conclusie ................................................................................................................................. 29

3/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De Kanaalzone-Zuid ondergaat een transformatie van industrieel bedrijventerrein naar een groene en gevarieerde wijk aan het Eindhovensch Kanaal, met een gemengd programma van wonen, werken, onderwijs en voorzieningen. Om deze stedelijke ontwikkeling te sturen, heeft de gemeente Eindhoven het Gebiedskader Kanaalzone-Zuid opgesteld. Dit gebiedskader legt de ambities, randvoorwaarden en kansen vast voor de toekomstige planvorming en dient als eerste stap in de doorontwikkeling van het gebied. Het gebiedskader wordt vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Eindhoven. Het gebiedskader wordt beschouwd als kaderstellend plan voor andere toekomstige besluiten over projecten in het plangebied waarvoor een milieueffectrapportage (mer) en mer-beoordeling geldt. Vanwege het kaderstellend karakter van dit gebiedskader is in deze fase al een plan-merbeoordeling nodig (zie verder paragraaf 1.2.2).

Figuur 1.1 Aanduiding ontwikkellocatie en invloedssfeer (bron: Concept Gebiedskader Kanaalzone-Zuid, gemeente Eindhoven, 2025).

4/30

Kenmerk

1.2

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Procedure mer-beoordeling

1.2.1 Doel van de aanmeldnotitie Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over het gebiedskader, wordt getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Op basis van het Omgevingsbesluit moet voor deze ontwikkeling een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd. In deze notitie is de plan-mer-beoordeling voor het gebiedskader Kanaalzone-Zuid opgenomen. 1.2.2 Waarom een mer-beoordeling? In de mer-regelgeving, afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob), wordt onderscheid gemaakt tussen projecten waar een mer-plicht geldt en projecten waar een mer-beoordelingsplicht geldt. Mer-beoordelingsplichtige projecten zijn projecten waarvoor de beslissing of de mer-procedure moet worden doorlopen niet bij wet vastligt, maar door bevoegd gezag moet worden genomen. Bevoegd gezag moet dan bepalen of er sprake is van ‘aanzienlijke milieueffecten’, die het doorlopen van de mer-procedure wenselijk en noodzakelijk maken. Tabel 1.1 Categorie J11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit

De voorgenomen ontwikkeling van Kanaalzone-Zuid valt binnen categorie J11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Daarbij is er geen directe mer-plicht (kolom 2), maar wel een mer-beoordelingsplicht (kolom 3) bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Dit geldt voor een omgevingsplan, waaronder ook de wijziging van zo’n plan met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) gezien mag worden (kolom 4). Het voorgenomen project betreft een stedelijk ontwikkelingsproject met een omvang van circa 235.000 m² bruto vloeroppervlak (BVO) aan functies. Het woonprogramma zal hierbij dominant zijn, met een verwachte verdeling van 80-90 % wonen en 10-20 % niet-wonen. Het gaat in potentie om meer dan 2.000 woningen. Het niet-wonen programma biedt ruimte voor werken en voorzieningen.

5/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Het gebiedskader wordt aangemerkt als een programma onder de Omgevingswet. Het gebiedskader stelt ook kaders voor opvolgende ruimtelijke besluiten zoals het omgevingsplan en/of een BOPA. Aangezien dergelijke opvolgende besluiten voor ontwikkelingen in dit plangebied volgens Bijlage V van het Omgevingsbesluit een mer-beoordelingsplicht geldt, kent het gebiedskader als kaderstellend document een plan-mer-plicht. Het Omgevingsbesluit kent echter een uitzondering daarop, als het om een klein gebied op lokaal niveau gaat. Een klein gebied op lokaal niveau wordt uitgelegd als een percentage van het totale oppervlak van een gemeente. Het plangebied Kanaalzone-Zuid waar het gebiedskader over gaat, beslaat minder dan 1 % van het gemeentelijk grondgebied. Daarom volstaat een plan-mer-beoordeling in plaats van een plan-mer voor het gebiedskader van Kanaalzone-Zuid. 1.2.3 Procedure mer-beoordeling De procedure onder het Omgevingsbesluit is als volgt: • •

•

Door de initiatiefnemer wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken een mer-beoordelingsbesluit: Wanneer geen MER benodigd is, hoeft onder de Ow het besluit niet meer in de Staatscourant gepubliceerd te worden De initiatiefnemer voegt het mer-beoordelingsbesluit bij het besluit over het gebiedskader

1.2.4 Inhoud (plan)mer-beoordeling De initiatiefnemer beschrijft in zijn mededeling aan het bevoegd gezag de milieueffecten van het voornemen. Er zijn een aantal eisen verbonden aan de inhoud. Deze eisen in bijlage III bij de merrichtlijn zijn omgezet naar artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. De beoordelingsnotitie moet een beschrijving bevatten van: • • •

De fysieke kenmerken van het project De locatie van het project Kenmerken van de mogelijke aanzienlijke milieueffecten

Waar het bij de criteria 'fysieke kenmerken van het project' en ‘locatie van het project' vooral gaat om beschrijvingen van de voorgenomen activiteiten, de locatie en de omgeving, gaat het bij de 'kenmerken van mogelijke aanzienlijke milieueffecten' juist om de interactie tussen beiden. Hier worden dan ook de effectbeschrijvingen voor de beschouwde milieuaspecten weergegeven en de waarschijnlijkheid van de effecten. De mer-beoordeling maakt gebruik van de direct beschikbare informatie over het plangebied, waaronder eventueel beschikbare milieuonderzoeken die zijn uitgevoerd in het gebied. Indien deze niet voorhanden of gebiedsdekkend zijn, wordt gebruik gemaakt van een kwalitatieve beoordeling.

6/30

Kenmerk

1.3

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Initiatiefnemer en bevoegd gezag

De gemeente Eindhoven is in deze fase zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. In verband met nieuwe Europese jurisprudentie is het van belang dat er een passende scheiding is tussen initiatiefnemer en bevoegd gezag nu deze rollen in deze fase beide bij de Gemeente Eindhoven liggen. Bij vervolgfases zijn er mogelijk ook andere initiatiefnemers, zoals bijvoorbeeld een ontwikkelaar.

1.4

Leeswijzer

Deze aanmeldingsnotitie bestaat uit vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleiding. Hoofdstuk 2 beschrijft de kenmerken van de voorgenomen activiteit. In hoofdstuk 3 worden de milieugevolgen beschreven en mogelijke cumulatieve effecten behandeld. Hoofdstuk 4 presenteert de conclusies.

2 Plaats en kenmerken van het voorgenomen project 2.1

Huidige situatie

De regionale ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 2-1. Eindhoven ligt ingebed tussen diverse landschappen. De karakteristieke Dommelvallei brengt het landschap tot diep in het centrum en de vergroening van Strijp legt de verbinding met de bossen en landgoederen erachter. De Kanaalzone fungeert daarin als blauwe corridor, die het centrum met het achterliggende valleilandschap van de Kleine Dommel verbindt. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Kanaalzone. De Kanaalzone is een gebied dat zich uitstrekt van de Dommel tegen het stadscentrum, tot de oostelijke gemeentegrens en vormt daarmee de overgang naar het buitengebied. Binnen en buiten de Ring heeft het gebied een ander karakter. Dat geldt ook voor de noord- en zuidzijde.

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied in relatie tot Eindhoven (Bron: PDOK)

De begrenzing van het plangebied Kanaalzone-Zuid is weergegeven in figuur 2-2. Het gebied wordt begrensd door de noordelijke oever van het Eindhovensch Kanaal aan de noordzijde, de Breitnerstraat aan de westzijde, De Caai aan de oostzijde en de Dirk Boutslaan aan de zuidzijde.

7/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Figuur 2.2 Plangebied (Bron: StreetSmart)

Het plangebied Kanaalzone-Zuid is op huidig moment primair in gebruik als bedrijventerrein. Het terrein kenmerkt zich door de aanwezigheid van veel bebouwing en verharding, met diverse bedrijven en bedrijfspanden en bijbehorende logistieke- en parkeervoorzieningen. Het Eindhovensch Kanaal zelf is te klein voor moderne schepen en heeft haar oorspronkelijke rol verloren. De huidige bedrijven aan het kanaal keren veelal hun rug naar het water. Deze situatie resulteert in het functioneren van het kanaal als een fysieke barrière in de noord-zuid richting tussen de wijken Tongelre en Stratum. De ruimtelijke kwaliteit langs het kanaal is stenig en heeft weinig verblijfskwaliteit. Er is sprake van beperkt groen binnen het plangebied, met uitzondering van een kenmerkend 'bosje' aan de westzijde van het plangebied. De Kanaaldijk-Zuid en de Dirk Boutslaan ontsluiten het gebied. Het plangebied kent binnen het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Kade’ (onderdeel van het tijdelijk Omgevingsplan) de bestemmingen ‘Bedrijf - 2’, ‘Water’, ‘Verkeer’ en ‘Waarde - Ecologie’. De voorgenomen ontwikkelingen binnen Kanaalzone-Zuid zullen niet passen binnen deze vigerende bestemmingen. Voor de realisatie van de beoogde functies en dichtheden zal daarom een planologische procedure moeten worden doorlopen.

2.2

Toekomstige situatie

De visie voor de Kanaalzone-Zuid is om een gemengd milieu van wonen, werken, voorzieningen en recreatie te realiseren, waarbij ook kansen voor hoge dichtheden worden gezien. Het voorgenomen programma omvat circa 235.000 m² bruto vloeroppervlak (BVO) aan functies. Het woonprogramma zal hierbij dominant zijn, met een verwachte verdeling van 80-90 % wonen en 10-20 % niet-wonen. Het gaat in potentie om meer dan 2.000 woningen. Het niet-wonen programma biedt ruimte voor werken en voorzieningen. Qua werken ligt de focus op het bieden van ruimte aan een onderscheidende werkomgeving met focus op innovatie, ontwerp en creatieve industrie, waaronder de vestiging van Design Academy Eindhoven. De voorzieningen betreffen functies die het stedelijk leven ondersteunen en de leefkwaliteit versterken, zoals zorg- en welzijnsfuncties, maatschappelijke en culturele voorzieningen.

8/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

De ontwikkeling zal in fasen plaatsvinden en bouwt voort op zes geformuleerde ambities die richting geven en inzichten bundelen vanuit verschillende invalshoeken. De zes leidende ambities voor de Kanaalzone-Zuid omvatten: • De Kanaalzone-Zuid is een levendig stuk stad dat voortbouwt op het creatieve en innovatieve karakter - Dit betekent onder meer de vestiging van de Design Academy Eindhoven en de ontwikkeling van de overige drie 'brandpunten' langs het kanaal die reuring en activiteit toevoegen

Figuur 2.3 Ruimtelijke schets maquette (bron: Gebiedskader)

•

De Kanaalzone-Zuid benut het kanaal als basis voor een groene en gezonde leefomgeving. Het Eindhovensch Kanaal wordt de drager van de ontwikkeling en vormt een groenblauwe stad-landverbinding, het Kanaalpark. Dit omvat ontharding, vergroening en verbetering van de waterkwaliteit

Figuur 2.4 Gebiedskaderkaart Kanaalzone-Zuid (bron: Gebiedskader)

9/30

Kenmerk

•

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

De Kanaalzone-Zuid faciliteert de mobiliteitstransitie en zet voetganger en fiets op één Dit houdt in dat de Kanaaldijk-Zuid autovrij wordt gemaakt ten gunste van een recreatieve wandelroute en stadsfietsroute, en dat de Dirk Boutslaan de hoofdontsluiting wordt voor verkeer

•

De Kanaalzone-Zuid is robuust en toekomstbestendig - Gebouwen en buitenruimte worden ontworpen als één systeem, met aandacht voor hemelwaterberging, koeling en hergebruik van materialen. Alle nieuwbouw, transformatie en buitenruimte (inclusief infrastructuur) wordt zo circulair mogelijk ontworpen en gebouwd. De woningen, werklocaties en voorzieningen worden bovendien niet meer aangesloten op aardgas (fossiele brandstof) en kennen een hoge energieprestatie

Figuur 2.5 Ambities omgang regenwater/koeling en natuurinclusieve ontwikkeling (bron: Gebiedskader)

•

•

De Kanaalzone-Zuid laat ruimte voor onvoorspelbaarheid door slimme flexibiliteit - Dit betekent een geleidelijk en gefaseerd proces, waarbij gebouwstructuren flexibel worden ontworpen om toekomstige functieveranderingen mogelijk te maken De Kanaalzone-Zuid stimuleert eigenaarschap en verbinding, met elkaar en met de plek - Dit wordt bevorderd door onder andere ruimte voor zelfbouw, CPO-projecten (collectief particulier opdrachtgeverschap) en het creëren van collectieve ruimtes die ontmoeting stimuleren

2.3

Relatie tot andere projecten

De transformatie van de Kanaalzone en haar directe omgeving is reeds ingezet vanuit twee zijden: vanuit het Havenhoofd aan de westzijde met onder andere Mariënhage, Picuskade en het NRE-terrein, en vanuit het ten oosten gelegen Campina-terrein. In figuur 2-6 zijn relevante ontwikkelingen in de omgeving van Kanaalzone-Zuid weergegeven. Ontwikkellocatie De Caai betreft het voormalige terrein van de melkinrichting Campina, gelegen aan de oostzijde van ontwikkellocatie Kanaalzone-Zuid. Het bestemmingsplan voor deze locatie is in 2021 vastgesteld en inmiddels onherroepelijk.

10/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

De werkzaamheden zijn in 2021 gestart en hebben een omvang van 3,5 hectare grond, met ruimte voor circa 700 woningen en circa 18.000 m² aan commerciële voorzieningen. Wat betreft cumulatie is de aanlegfase niet van belang, de herontwikkeling van De Caai is afgerond zodra die van Kanaalzone-Zuid start. Voor de gebruiksfase wordt ook geen cumulatie verwacht. Effecten hangen vooral samen met verkeer en de verkeersgeneratie van De Caai is naar verwachting al onderdeel van de referentiesituatie in het gemeentelijk verkeersmodel. Ontwikkellocatie Nefkens omvat het gebied langs de Hugo van der Goeslaan, tussen de Dirk Boutslaan en de Geldropseweg. De ontwikkellocatie zal worden uitgebreid tot een stadsbuurt voor wonen, werken en verblijven, met ruimte voor circa 1.100 woningen. Er is nog geen planologische procedure doorlopen voor deze ontwikkellocatie. In tabel 2.1 zijn tot slot een aantal andere ontwikkelingen ten noordwesten van het plangebied benoemd. Ook voor deze locaties is momenteel nog geen planologische procedure doorlopen. Gelet daarop is er op dit moment geen aanleiding om rekening te houden met cumulatieve effecten. Tabel 2.1 Andere initiatieven en ontwikkelingen van enige omvang in de nabije omgeving Locatie

Beoogd programma

Bleekstraat 23-35 (The Blake)

circa 130 wooneenheden

Geldropseweg 61A-61C, 63, 67

circa 58 wooneenheden

Geldropseweg 75-83

circa 78 wooneenheden

Stuiverstraat 82-88

circa 26 wooneenheden

Geldropseweg 37-39

circa 14 wooneenheden

Andere omvangrijke stedelijke ontwikkelingen in Eindhoven, zoals de plannen rondom Eindhoven Internationale Knoop XL (het stationsgebied) en de verdere verdichting op locaties als Strijp-S, Strijp-T en de binnenstad liggen op dermate grote afstand dat er geen sprake is van cumulatie van milieueffecten.

11/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Figuur 2.6 Andere ontwikkelingen in de Kanaalzone (Bron: Gemeente Eindhoven)

12/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

3 Kenmerken van potentiële effecten In dit hoofdstuk wordt ingegaan op te verwachten milieueffecten die kunnen voortkomen uit de beoogde ontwikkelingen van het gebiedskader.

3.1

Verkeer en parkeren

3.1.1 Verkeer De herontwikkeling van de Kanaalzone leidt tot een toename van verkeer van en naar het plangebied. Uit een indicatieve berekening op basis van minimale CROW normen en een indicatieve programmatische invulling blijkt dat de verkeersgeneratie van het plan tot 8.500 verkeersbewegingen per dag kan bedragen. Dit is een worst-case benadering zonder extra reductie en saldering met de nu aanwezige functies. Extra reductie van circa 25 % lijkt mogelijk door aanwezigheid van (hoogwaardig) openbaar vervoer, inzet van deelauto’s en hoge ambities op het gebied van langzaam vervoer. In dit geval bedraagt de verkeersgeneratie van het plan tot 6.500 verkeersbewegingen per dag. Verder zijn er in de huidige situatie ook al vervoersbewegingen van en naar het plangebied, dagelijks lijkt dit om circa 2.000 bewegingen te gaan. De netto toename bedraagt dan 4.500 verkeersbewegingen per dag. De afgeleide effecten hiervan op het milieu zijn beoordeeld bij de paragrafen over luchtkwaliteit, stikstofdepositie en geluid. Momenteel ontsluiten de Kanaaldijk-Zuid en de Dirk Boutslaan het gebied, maar ook delen van het centrum, waardoor een groot deel van het gebied in dienst staat van de auto. De herontwikkeling van de Kanaalzone vraagt om een nieuwe mobiliteitsstructuur. De Dirk Boutslaan wordt voor gemotoriseerd verkeer de belangrijkste ontsluitingsroute voor de Kanaalzone-Zuid.

Kanaaldijk-Zuid komt tussen Breitnerstraat en de ring te vervallen voor gemotoriseerd verkeer om ruimte te maken voor verblijfskwaliteit in de vorm van het Kanaal-park met een recreatieve wandelroute en een stadsfietsroute langs het kanaal. Het gebied tussen de Dirk Boutslaan en de Kanaaldijk-Zuid wordt autoluw waardoor er ruimte ontstaat voor een hoogwaardige inrichting van de buitenruimte en verblijfsplekken. Gabriël Metsulaan krijgt in het verlengde een nieuwe langzaamverkeersbrug over het kanaal, waar in de toekomst ook openbaar vervoer gebruik van kan maken. Zo wordt met name het langzaam verkeer van, naar en door het gebied gefaciliteerd. De aansluiting van de Dirk Boutslaan op de ring is momenteel een knelpunt, wat zal groeien als de Kanaalzone-Zuid tot ontwikkeling komt. Daarom is het aanpakken van dit knooppunt randvoorwaardelijk voor de gebiedsontwikkeling. Nader verkeerskundig onderzoek moet uitwijzen welke maatregelen nodig zijn om de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling op aansluiting van de Dirk Boutslaan met de ring te waarborgen.

13/30

Kenmerk

3.1.2

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Parkeren

Om aan de parkeerbehoefte te voldoen en tegelijkertijd de leefbaarheid en kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen, wordt in de Kanaalzone-Zuid ingezet op een gebiedsgerichte parkeerhub. Deze parkeerhub wordt zo dicht mogelijk bij de Ring gepositioneerd. Binnen deze hub zullen ook voorzieningen voor deelmobiliteit (zowel auto's als tweewielers) worden gerealiseerd. De resterende parkeervoorzieningen voor bewoners zullen op eigen terrein en inpandig worden opgelost. Deze worden direct ontsloten op de Dirk Boutslaan, wat bijdraagt aan een autoluw binnengebied. De volledige parkeerbehoefte die voortvloeit uit de ontwikkeling van de Kanaalzone-Zuid wordt dus binnen de scope van het gebiedskader opgelost. Dit betekent dat er geen parkeeroverlast is te verwachten in de omliggende wijken en buurten als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Aanzienlijke milieueffecten zijn dus niet te verwachten voor dit thema.

3.2

Natuur en stikstofdepositie

De Omgevingswet (Ow) is in Nederland het wettelijke kader voor natuurbescherming. De wet beschermt gebieden, planten- en diersoorten en houtopstanden. De wet doet dat door middel van een aantal verbodsbepalingen die zijn opgenomen in één van de uitvoeringsbesluiten van de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Zo kunnen activiteiten die significante effecten hebben op beschermde (Natura 2000-) gebieden alleen plaatsvinden met een ‘omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit’ als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet. 3.2.1

Beschermde dier- en plantsoorten

Het opstellen van een gebiedskader voor de transformatie van een bedrijventerrein naar een gemengd leefgebied moet – in de zin van de Omgevingswet – beschouwd worden als een kaderstellend plan dat ontwikkelingen mogelijk maakt, die mogelijk negatieve effecten op de leefomgeving van beschermde diersoorten en plantsoorten kan hebben. Namelijk flora, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, jaarrond beschermde vogels en broedvogels. Een natuurtoets geeft een eerste indicatie van effecten van het plan op beschermde natuur. Tabel 1.1 geeft een overzicht van alle beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegevens mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen1 2. Hoewel op basis van verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna en mogelijk geschikt habitat het zo kan zijn dat er in het verleden een ree of das heeft gefoerageerd in het plangebied, is het voorkomen van deze soorten in stedelijke gebieden niet zo waarschijnlijk. In 2024 is in een klein deel van het gebied, ter hoogte van de te realiseren Design Academy, een natuurtoets uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat in dit deel van het plangebied alleen algemene beschermde zoogdieren en amfibieën te verwachten zijn. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde andere soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud.

Gelet op de omvang van het terrein en de diversiteit aan bebouwing is het niet mogelijk om deze conclusie als representatief te beschouwen voor het gehele plangebied. 1 2

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data

14/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Tabel 3.1 Beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegevens mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen

Soortgroep

Mogelijk aanwezige beschermde soorten

Flora

Muurbloem, naakte lathyrus, stijve wolfsmelk, brave hendrik, veenbloembies, wolfskers, dreps, kartuizer anjer, knolspirea,

Grondgebonden

Bever, bosmuis, bunzing, das, dwergmuis, eekhoorn, egel, huispitsmuis, konijn,

zoogdieren

ree, rosse woelmuis, steenmarter, vos, wezel

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis

Vogels - jaarrond

Gierzwaluw, sperwer, buizerd, steenuil, ransuil, roek, ooievaar, huismus, bosuil,

beschermde nesten

kerkuil, slechtvalk, boomvalk,

Vogels - jaarrond

Boomkruiper, boerenzwaluw, grote bonte specht, ekster, zwarte kraai, koolmees,

beschermd: afhankelijk

spreeuw, pimpelmees, blauwe reiger, groene specht, zwarte roodstaart, grauwe

van ecologische factoren

vliegenvanger, huiszwaluw, torenvalk, gekraagde roodstaart, oeverzwaluw, kleine bonte specht, zwarte specht, ijsvogel

Vogels – in gebruik zijnde

Algemene soorten als merel, houtduif, winterkoning etc.

nesten Amfibieën

Alpenwatersalamander, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, groene kikker (onb.), heikikker, kleine watersalamander, rugstreeppad, vinpootsalamander, vroedmeesterpad

Reptielen

Hazelworm, levendbarende hagedis, muurhagedis

Vlinders

Grote vos, weerschijnvlinder, iepenpage

Libellen

Beekrombout, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel,

Vissen

Beekprik

Overige ongewervelden

Vermiljoenkever

Mogelijke effecten op in het plangebied aanwezige soorten moeten worden bepaald. Bij mogelijke negatieve effecten op soorten, dienen voorafgaand aan de daadwerkelijke werkzaamheden vervolgstappen te worden genomen. Het kan dan gaan om soortgericht onderzoek, waaronder veldonderzoek, mitigerende maatregelen en/of een aanvraag van een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Zo kunnen bijvoorbeeld voor het behoud van vleermuizen nachtelijke activiteiten rondom vleermuisverblijven worden beperkt, waarbij rekening wordt gehouden met de verlichting. Ook kan er rekening worden gehouden met beschermde soorten door enkel in bepaalde seizoenen te werken. Wat voor mitigerende maatregelen er precies genomen dienen te worden, is afhankelijk van de soorten die voorkomen in het gebied. De voorgenomen sloop, herbouw en nieuwbouw van gebouwen in de Kanaalzone-Zuid kan effect hebben op bepaalde beschermde dier- en plantensoorten. Bestaande gebouwen kunnen dienen als nestplaatsen en broedgebieden voor vogels, en spleten en holtes in gebouwen kunnen door vleermuizen worden gebruikt als schuilplaatsen of voor kraamkolonies. Het weghalen of aantasten van deze structuren zou, zonder mitigerende maatregelen, negatieve gevolgen kunnen hebben voor de lokale populaties van deze soorten.

15/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Op dit moment ontbreekt een volledig natuuronderzoek waaruit blijkt welke soorten in het plangebied te verwachten of aanwezig zijn. Geadviseerd wordt om hier tijdig onderzoek naar te doen. Het gebiedskader zet actief in op een natuurinclusieve ontwikkeling. De ambitie is dat de Kanaalzone-Zuid een plek wordt voor zowel mens als dier. Maatregelen omvatten onder andere het ecologischer inrichten van de oevers en het stimuleren van waterplanten om de waterkwaliteit te behouden en te versterken. De buitenruimte wordt in samenhang met het kanaal ontworpen, waarbij aandacht is voor zowel grootschalige netwerken als lokale omstandigheden, met een focus op gebiedseigen soorten flora en fauna. Waardevolle bestaande bomen zullen zoveel mogelijk worden opgenomen in het ontwerp om biotopen te behouden. De gedachte hierachter is dat gebouw en buitenruimte samen een functioneel ecosysteem vormen. Deze integrale aanpak is gericht op het versterken van de ecologische kwaliteit van het gebied. Indien beschermde soorten aanwezig blijken en compenserende en/of mitigerende nodig zijn dan worden bij het in acht nemen van deze maatregelen voor beschermde dier- en plantsoorten geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. 3.2.2 Beschermde gebieden In figuur 3-1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden weergegeven.

Figuur 3.1 Beschermde gebieden

16/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Het Eindhovensch Kanaal is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het deel van dit kanaal dat parallel aan het plangebied ligt is ook onderdeel van het plangebied. Het plan voorziet echter niet in ingrijpende werkzaamheden in of aan het kanaal. Er ligt een opgave om de kwaliteit van het Eindhovensch kanaal te behouden en verbeteren, ook met het oog op KRW doelstellingen. Hierin zijn maatregelen voorzien zoals het toepassen van natuurvriendelijke oevers en het verbeteren van de waterkwaliteit door schoon regenwater af te koppelen op het kanaal. Deze maatregelen dragen potentieel bij aan een positieve ontwikkeling van de ecologische kwaliteit en de robuustheid van het NNN ter plaatse. Gezien de aard van de voorgenomen transformatie kunnen directe effecten zoals areaalverlies of versnippering van het NNN worden uitgesloten. De effecten van het plan op de ecologische waarden van het kanaal dienen echter wel zorgvuldig worden overwogen. De meest nabije beschermde gebieden met een Natura 2000-status, zoals het Leenderbos, Grote Heide & De Plateaux, en Stabrechtse Heide & Beuven, liggen op een afstand van minimaal 3,0 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Ten westen van het plangebied op het een afstand van meer dan 10 kilometer ligt Natura 2000 gebied Kempenland-West.

Gezien de aard en het lokale karakter van het plan, de onderlinge afstand tot deze gebieden en de aanwezigheid van andere bebouwde gebieden tussen het plangebied en deze gebieden, zijn directe negatieve effecten door verstoring (met uitzondering van stikstofdepositie) uit te sluiten. Op het onderdeel stikstofdepositie wordt in paragraaf 3.2.3 ingegaan. Met betrekking tot beschermde gebieden worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht, mits de voorgestelde maatregelen en de ambities uit het gebiedskader zorgvuldig worden uitgewerkt en geborgd in de vervolgstappen. Dit betekent dat voor de planuitwerkingen specifiek aandacht besteed zal worden aan: • •

De bescherming en versterking van de ecologische verbindingszone van het Kanaal Specifieke analyses van de externe werking op het NNN en de omliggende groene structuren, als onderdeel van de verdere uitwerking van het plan en eventuele ‘nee, tenzij toets’

3.2.3 Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden De achteruitgang van de biodiversiteit in Europa heeft geleid tot de aanwijzing van circa 160 Natura 2000-gebieden in Nederland met een Europese beschermingsstatus. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden gericht om achteruitgang van biodiversiteit tegen te gaan en natuurwaarden te versterken. Een toename van stikstofdepositie kan leiden tot ‘significant negatieve effecten’ op deze beschermde natuurgebieden. Om de mogelijke effecten van een initiatief op een Natura 2000-gebied in beeld te brengen, dient een stikstofonderzoek uitgevoerd te worden, inclusief een AERIUS-berekening. Dit onderzoek onderscheidt twee fasen: de aanlegfase (bouwfase) en de gebruiksfase (bijvoorbeeld verkeer). Indien een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/jaar op een Natura 2000-gebied wordt berekend dan is het niet uit te sluiten dat er geen significante effecten optreden. Vervolgstappen zijn in dat geval het uitvoeren van een voortoets en/of passende beoordeling om te bepalen of stikstofdepositie ook daadwerkelijk leidt tot significante effecten.

17/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Gezien de omvang van de mogelijk gemaakte ontwikkelingen in het gebiedskader, de daarmee gepaard gaande verkeerstoename en inzet van mobiele werktuigen en de afstand tot Natura 2000 gebieden (zie ook figuur 3-1) is het aannemelijk dat de activiteiten zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase tot stikstofdepositie leiden op nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. In de aanlegfase is het mogelijk om bronmaatregelen te treffen waarmee uitstoot van stikstofdepositie kan worden teruggedrongen. Daarbij is te denken aan inzet van elektrisch of schoner materieel. Wanneer sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000gebieden is het noodzakelijk om nader te beoordelen of deze toename ook (significant) negatieve gevolgen heeft voor het halen van de Natura 2000-doelen. Indien in de voortoets niet kan worden uitgesloten dat er significante effecten optreden, is vervolgonderzoek nodig in de vorm van een passende beoordeling. In een passende beoordeling worden alle effecten, inclusief cumulatie met andere projecten in de omgeving, integraal beoordeeld. Het plan kan alsnog worden vastgesteld als er geen significant negatieve effecten zijn in Natura 2000-gebieden. Het betrekken van mitigerende maatregelen zoals intern salderen, extern salderen of een ADC-toets zijn altijd onderdeel van een Passende Beoordeling.

Vanwege het provinciaal beleid in Noord-Brabant wordt extern salderen momenteel niet gezien als een reële optie, aangezien de Provincie geen vergunningen verleent omdat vrijkomende stikstofruimte nodig is voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. De Kanaalzone-Zuid biedt kansen voor intern salderen vanwege de nu aanwezige functies die komen te vervallen. Dit maakt intern salderen, mits gecombineerd met een passende beoordeling en additionaliteitstoets, tot de primaire oplossingsrichting. Bij intern salderen wordt de stikstofruimte die ontstaat door het verdwijnen of reduceren van stikstofemissie veroorzakende bedrijven ingezet voor de nieuwe ontwikkeling ter plaatse. Echter, intern salderen is momenteel alleen mogelijk in combinatie met een passende beoordeling (inclusief additionaliteitstoets). In de projectfase is het voornemen in dat geval vergunningplichtig (Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteiten) De ligging van het gebied binnen de ring is van belang in relatie tot de Zero-emissiezone en milieuzone die de gemeente Eindhoven kent. Hoewel op dit moment nog geen vastgesteld beleid, zijn er in Eindhoven ambities om vanaf 2030 binnen de ring een zero-emissiezone in te stellen voor alle voertuigen. In die situatie zou het verkeer van en naar het plangebied geen extra emissie van stikstof veroorzaken.

Samenvattend wordt vanuit het aspect stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden geconcludeerd dat hier een opgave ligt om de gevolgen in het vervolgproces nader uit te werken. De eerste stap in dit onderzoeksproces is het uitvoeren van gedetailleerde stikstofberekeningen. Op basis daarvan kan worden beoordeeld of er een noodzaak is tot het uitvoeren van verdiepende studies zoals een voortoets of een passende beoordeling. Op basis van verwachte verkeersgeneratie (zie paragraaf 3.1.1.) en expert judgement is de verwachting dat er sprake zal zijn van stikstofdepositie, waardoor in de nadere planuitwerking ook een passende beoordeling zal moeten worden uitgevoerd.

18/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Het uitvoeren van een passende beoordeling leidt in deze situatie niet tot een mer-plicht omdat sprake is van een klein gebied op lokaal niveau (zie ook paragraaf 1.2.2 voor nadere duiding).

3.3

Lucht, geluid en trillingen

3.3.1 Luchtkwaliteit De indicator luchtkwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van concentraties stikstof (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Eindhoven valt onder een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit voor zowel NO2 als PM10. Dit betekent dat toetsing aan de luchtkwaliteitsregels plaats dient te vinden. De luchtkwaliteitsregels zijn uitgewerkt in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet. Daarin zijn omgevingswaarden voor luchtkwaliteit opgenomen waaraan moet worden voldaan. Vanaf 2030 gaan strengere Europese luchtkwaliteitseisen gelden, ook in Nederland. De huidige omgevingswaarden en strengere luchtkwaliteitseisen vanaf 2030 zijn weergegeven in tabel 1-2. Tabel 3.2 Omgevingswaarden luchtkwaliteit Bkl en Europese luchtkwaliteitseisen 2030 Indicator

Omgevingswaarde volgens BKL

Omgevingswaarde 2030

NO2

40 µg/m3

20 µg/m3

PM10

40 µg/m

3

20 µg/m3

PM2,5

25 µg/m3

10 µg/m3

In het Bkl zijn vervolgens regels opgenomen (artikel 5.54) over wanneer een activiteit niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een activiteit binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft of de toename van de emissie naar de lucht kleiner is dan 3 %. De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit. Het gebruikte instrument voor de monitoring van luchtkwaliteit is het CIMLK. In tabel 1.2 zijn de luchtkwaliteitsgegevens voor 2025 en 2030 uit het CIMLK van een ten oosten van het plangebied gelegen monitoringspunt opgenomen. Tabel 3.3 luchtkwaliteitsgegevens CIMLK monitoringspunt 17272738_235080 Indicator

2025

NO2

14,8 µg/m3

12,5 µg/m3

3

14,1 µg/m3

PM10

15,2 µg/m

PM2,5

8,6 µg/m3

2030

7,6 µg/m3

Uit de luchtkwaliteitsgegevens blijkt dat de luchtkwaliteit nu en in 2030 voldoet aan de geldende luchtkwaliteitseisen. Het project Kanaalzone-Zuid zal mogelijk een effect hebben op de luchtkwaliteit als gevolg van de toename van verkeer. Dit effect is inzichtelijk gemaakt door met behulp van de NIBM-tool te berekenen wat de bijdrage is van het extra verkeer op de emissie van PM10 en NO2. Hiervoor is de verkeersgeneratie gehanteerd zoals opgenomen in paragraaf 3.1, dat wil zeggen 6.500 extra voertuigbewegingen waarvan 2 % vrachtverkeer. In tabel 1.3 zijn de uitkomsten hiervan weergegeven.

19/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Tabel 3.4 luchtkwaliteitsgegevens CIMLK monitoringspunt 17272738_235080 Indicator

2025 – achtergrond-

2025 - extra bijdrage

2030 –

2030 - extra

concentratie

plan

achtergrond-

bijdrage plan

concentratie NO2

14,8 µg/m3

3,38 µg/m3

12,5 µg/m3

2,05 µg/m3

PM10

15,2 µg/m3

0,65 µg/m3

14,1 µg/m3

0,61 µg/m3

PM2,5

8,6 µg/m

3

<0,1 µg/m

3

7,6 µg/m

3

<0,1 µg/m3

Wanneer de achtergrondconcentatie uit het CIMLK en het planeffect op basis van het NIBM bij elkaar worden opgeteld dan wordt geconcludeerd dat er nog steeds wordt voldaan aan de omgevingswaarden uit het Bkl en de strengere Europese luchtkwaliteitseisen in 2030. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er voor luchtkwaliteit geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn als gevolg van het plan. Tot slot is de ligging van het gebied binnen de ring van belang in relatie tot de Zero-emissiezone en milieuzone die de gemeente Eindhoven kent. Hoewel op dit moment nog geen vastgesteld beleid, zijn er in Eindhoven ambities om vanaf 2030 binnen de ring een zero-emissiezone in te stellen voor alle voertuigen. In die situatie zou het verkeer van en naar het plangebied geen extra emissies naar de lucht veroorzaken. 3.3.2 Geluid De geluidbelasting in Eindhoven wordt veroorzaakt door diverse bronnen: wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai, industrielawaai en luchtverkeerslawaai. Voor het plangebied Kanaalzone-Zuid zijn vooral wegverkeer en industrielawaai van belang. De ontwikkeling van de Kanaalzone-Zuid zal leiden tot veranderingen in de geluidsituatie ter plaatse en in de directe omgeving. Het plan zelf bevat geen bijzondere bedrijfsmatige of industriële geluidsbronnen. De beoogde bedrijfsmatige functies en voorzieningen kennen een geringe geluiduitstraling.

Daarentegen zal er wel een toename zijn door verkeer als gevolg van het plan. Deze verkeersbewegingen kunnen zowel binnen als buiten het plangebied tot een toename van de geluidsbelasting op geluidgevoelige gebouwen en terrein leiden. De gemeente Eindhoven is, als onderdeel van de agglomeratie Eindhoven, verplicht een Actieplan Geluid op te stellen in het kader van de Europese Richtlijn Omgevingslawaai (END), welke is geïmplementeerd in de Omgevingswet. Dit Actieplan, waarvan het Algemene Deel A en het gemeentelijke Deel B (voor Eindhoven) zijn opgesteld, heeft als doel het geluidklimaat in kaart te brengen en waar mogelijk te verbeteren, met een focus op gezondheidsaspecten. De meest recente END-geluidbelastingskaarten voor Eindhoven, met peiljaar 2021, zijn in 2022 vastgesteld.

20/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

De Kanaalzone-Zuid ligt nabij de Ring (o.a. Hugo van der Goeslaan), een belangrijke doorgaande weg. De geluidcontouren van wegverkeer in en rondom de Kanaalzone-Zuid (weergegeven in Figuur 3.2) laten zien dat het gebied momenteel voornamelijk valt binnen de klassen 0 – 55, 55-60 dB en 60-65 dB Lden (jaargemiddeld etmaalniveau), de hogere geluidbelastingen tot 70-75 dB Lden direct langs de Ring vallen niet binnen het plangebied.

Figuur 3.2 Geluidkaart Lden peiljaar 2021, plangebied is aangeduid met zwarte stippellijn

De herinrichting van de Dirk Boutslaan als hoofdontsluitingsroute voor gemotoriseerd verkeer en het autoluw maken van de Kanaaldijk-Zuid zal ook leiden tot een verschuiving en concentratie van verkeersgeluid. De toename zal een directe invloed hebben op de geluidsbelasting langs de ontsluitingswegen en in het plangebied. Gezien de omvangrijke functieverandering, de wijzigingen in de ontsluiting van het gebied en de verwachte verkeersgeneratie, is bij de nadere planuitwerking een akoestisch onderzoek noodzakelijk voor de Kanaalzone-Zuid. Dit onderzoek dient de geluidsbelasting van alle relevante bronnen op de nieuwe en eventueel bestaande geluidgevoelige objecten te bepalen en te toetsen aan de geldende standaard- en grenswaarden zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor gemeentewegen gelden standaardwaarden van 53 Lden en grenswaarden van 70 Lden. Afwijken van de standaardwaarden kan mits maatregelen zijn getroffen, zoals het treffen van bron- of overdrachtsmaatregelen of maatregelen aan gevels. Door het treffen van maatregelen, bijvoorbeeld bij de herinrichting van de Dirk Boutslaan, kunnen negatieve effecten op geluid worden beheerst. Aanzienlijke milieueffecten worden niet verwacht voor het thema geluid.

21/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Wat betreft industrielawaai is van belang dat het gebied in de huidige situatie overwegend industrieel is, met bijbehorende industriële geluidsbronnen. De transformatie van de Kanaalzone brengt een substantiële functiewijziging met zich mee die invloed heeft op het geluidsbeeld. De 'Zone Campina', die de huidige industriële status van het gebied weerspiegelt, komt te vervallen. Dit betekent dat de huidige geluidsbijdrage van de industriële activiteiten binnen dit specifieke deel van het plangebied zal afnemen of verdwijnen. 3.3.3 Trillingen Het plangebied Kanaalzone-Zuid ligt niet direct langs een spoorlijn, waardoor een belangrijke potentiële bron van significante trillinghinder afwezig is. De ontwikkeling zelf bevat geen specifieke bronnen die trillingen genereren, met uitzondering van de verkeersaantrekkende werking. Trillingen door verkeer over wegen, veroorzaakt door de toegenomen verkeersintensiteit als gevolg van de transformatie, zijn in dit geval het meest relevante aandachtspunt. Dergelijke trillingen kunnen echter, afhankelijk van de intensiteit en de aard van de ondergrond, met passende maatregelen worden beheerst. De beoordeling en aanpak van trillingen door wegverkeer vindt plaats conform de geldende kaders en rekenmethoden (zoals de Standaard Rekenmethode Trillingen, SRM).

Gezien de aard van de ontwikkeling, de afwezigheid van een directe spoorlijn en het feit dat trillingen door wegverkeer over het algemeen goed beheersbaar en oplosbaar zijn, wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van de Kanaalzone-Zuid niet zal leiden tot aanzienlijke milieueffecten op het gebied van trillingen.

3.4

Bodem

Uit het bodeminformatiesysteem van de Gemeente Eindhoven blijkt dat er in het plangebied de nodige bodemonderzoeken zijn uitgevoerd in de afgelopen decennia. Uit het recent uitgevoerde bodemonderzoek voor de locatie Kanaaldijk-Zuid 3-5a blijkt dat de locatie verdacht wordt beschouwd voor het voorkomen van heterogene verontreinigingen als gevolg van een diffuse bodembelasting. Dit beeld sluit aan op de historie van het plangebied en geldt naar verwachting ook voor de rest van het plangebied. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het gebied omstreeks 1900 hoofdzakelijk in agrarisch gebruik was. Omstreeks 1929 werd de eerste bebouwing gerealiseerd. Door de jaren heen is deze bebouwing uitgebreid en werd het gebied ingericht als industrieterrein. Vanaf de jaren ’60 zijn de contouren van het gebied zoals het er nu bijligt herkenbaar. Uit de BAG-viewer blijkt dat een groot deel van de bebouwing in de periode 1930 – 1970 is gerealiseerd. Een integraal bodemonderzoek zal ten behoeve van de verdere planuitwerking nodig zijn om de mogelijke milieu hygiënische bodemkwaliteit te bepalen. De gemeente Eindhoven heeft een geactualiseerde Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 vastgesteld. Deze kaart geeft een actueel en dekkend beeld van de te verwachten chemische bodemkwaliteit in de gemeente.

De kaart onderscheidt bodemfunctieklassen ('Industrie', 'Wonen', 'Landbouw/natuur') en bodemkwaliteitszones. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem tot 3 meter diepte en omvat het standaard NEN5740 stoffenpakket, aangevuld met PFAS-verbindingen.

22/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Met betrekking tot de bodemfunctieklassenkaart zijn zowel de boven- als ondergrond van de locatie gelegen binnen de bodemfunctieklasse ‘’Industrie’’. Met betrekking tot de bodemkwaliteitszone zijn zowel de boven- als ondergrond gelegen in de zone ‘’Wonen en industrie voor 1960’’. In de bovengrond kunnen de parameters PCB en PAK verhoogd voorkomen. De parameter PCB kan in de ondergrond verhoogd voorkomen. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. Het gebiedskader voorziet in verschillende activiteiten die tot grondroerende werkzaamheden leiden, daarbij worden er bodemgevoelige gebouwen gerealiseerd. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. In het Omgevingsplan van de gemeente Eindhoven zijn aanvullende regels gesteld voor het realiseren van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Voor de realisatie dient beoordeeld te worden of de toelaatbare kwaliteit van de bodem (Interventiewaarde bodemkwaliteit, aangeduid in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving) niet wordt overschreden. Ook bij graafwerkzaamheden zal in het kader van ARBO-wetgeving inzicht moeten zijn in de kwaliteit van de bodem.

Met het oog op de ingrepen zal de bodemkwaliteit in het gebied naar verwachting verbeteren, eventuele verontreinigingen kunnen namelijk (gedeeltelijk) worden weggenomen. Verder worden er geen activiteiten mogelijk gemaakt die een risico vormen voor de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht voor dit thema.

3.5

Archeologie en cultuurhistorie

3.5.1 Archeologie In Kanaalzone Zuid bevinden zich volgens het Paraplubestemmingsplan archeologie 2023 van de gemeente Eindhoven gebieden met een hoge archeologische verwachting, zie Figuur 3.3. Het gaat hier hoofdzakelijk om hoger gelegen dekzandruggen en hoge verwachtingszones rond oude vennen en voorden. Het grootste deel van alle bekende archeologische vindplaatsen in Eindhoven bevindt zich in deze zones.

23/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Figuur 3.3 Paraplubestemmingsplan archeologie 2023

In het gebied is momenteel al bebouwing aanwezig, op die plekken is de bodem waarschijnlijk al geroerd, zeker ter plaatse van funderingen en kelders. Vanwege de hoge archeologische verwachtingswaarde in het gebied, is het noodzakelijk om archeologisch onderzoek uit te voeren indien er dieper dan 30 cm gegraven moet worden en het om een bodemingreep van meer dan 250 m2 gaat. Bij de geplande ontwikkeling zal de bestaande bebouwing gesloopt worden en vervangen door nieuwbouw, waarbij naar verwachting de bodemingrepen samen groter zullen zijn dan 250 m² en op plekken ook dieper dan 30 cm. Het doel van het onderzoek is om te achterhalen of er waardevolle archeologische vondsten of structuren aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan worden bepaald of er maatregelen moeten worden genomen om de archeologische waarde te behouden tijdens de herontwikkeling of dat deze voorafgaand worden opgegraven. Voor enkel het plangebied Kanaaldijk-Zuid 3-5a te Eindhoven is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek bekend. Uit het onderzoek blijkt dat in dit deel van het plangebied geen archeologische monumenten of vindplaatsen aanwezig zijn. De geldende juridische kaders omtrent archeologie zijn gericht op het beschermen van eventueel aanwezige archeologische waarden.

Bodemverstorende werkzaamheden die de vrijstellingsgrenzen overschrijden zijn pas mogelijk wanneer afdoende archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Bovendien geldt een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Met inachtneming van deze wettelijke procedures en meldingsplicht, worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht ten aanzien van archeologische waarden als gevolg van de ontwikkeling in de Kanaalzone-Zuid.

24/30

Kenmerk

3.5.2

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Cultuurhistorie

In Kanaalzone Zuid is geen sprake van Werelderfgoed, Rijksmonumenten of beschermde stadsof dorpsgezichten. Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente blijkt dat alleen aan de zuidwestzijde van het plangebied zich een waardevolle bomenrij bevindt, die onderdeel is van de bestaande groenstructuur en behouden dient te blijven in de ontwikkeling. Aanzienlijke milieueffecten op cultuurhistorie als gevolg van het plan worden niet verwacht.

Figuur 3.4 Cultuurhistorische waardenkaart

3.6

Klimaatadaptatie

Op dit moment is de Kanaalzone-Zuid erg stenig ingericht, met veel bebouwing en verharding. De gemeente Eindhoven streeft ernaar om van het gebied een klimaatadaptieve en natuurvriendelijke buurt te maken, waarbij vergroening, biodiversiteit en watergerichte maatregelen centraal staan. De buitenruimte wordt onthard en hoogwaardig vergroend om bij te dragen aan de verblijfskwaliteit, klimaatopgaven, biodiversiteit en het verbeteren van de gezondheid. Deze aspecten zijn integraal onderdeel van de gebiedskader. Gelet op de hoge ambities en integraliteit van het gebiedskader worden voor waterkwaliteit en -kwantiteit, hittestress en leefbaarheid geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Dit wordt hieronder toegelicht. 3.6.1 Waterkwaliteit en -kwantiteit Het gebiedskader benadrukt de maximale benutting van de mogelijkheden van het kanaal op het gebied van recreatie, ecologie, waterbuffering, koeling, energietransitie en mobiliteit. Het behoud en de verbetering van de waterkwaliteit is een belangrijke doelstelling, onder meer door het realiseren van natuurvriendelijke oevers en het afkoppelen van schoon regenwater op het kanaal. De gemeente onderzoekt ook de mogelijkheden om het kanaal te gebruiken voor aquathermie. Of dit kan is op dit moment technisch nog niet zeker. De gemeente Eindhoven stelt momenteel een warmteprogramma op.

Voor het warmteprogramma wordt een milieueffectrapportage (mer) uitgevoerd. In dit MER worden de effecten van aquathermie in beschouwing genomen.

25/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Binnen het plangebied zal actief worden bijgedragen aan de waterbergingsopgave, die gebaseerd is op een norm van 60 mm neerslag in één uur. Dit vereist de aanleg van waterberging, waarbij water zoveel mogelijk wordt hergebruikt (bijvoorbeeld voor irrigatie van groen of spoelen van toiletten), geïnfiltreerd, opgevangen en vertraagd afgevoerd richting het kanaal. Nieuwe bouwwerken dienen te voldoen aan de meest recente Eindhovense Klimaattoets. Er wordt gestreefd naar een samenhangend rioleringssysteem met volledige scheiding van vuil- en schoonwater. Ten opzichte van de bestaande situatie zal de waterhuishouding als gevolg van het plan verbeteren. 3.6.2

Hittestress

De verwachte klimaatverandering, met warmere zomers en frequentere hittegolven, maakt hittestress tot een belangrijk aandachtspunt voor stedelijke gebieden. Figuur 3-5 toont aan dat het plangebied Kanaalzone-Zuid, in de huidige stenige inrichting en zonder adaptieve maatregelen, zich in de toekomstige situatie (2050) zou ontwikkelen tot een potentieel extreem hete omgeving. De gevoelstemperatuur in het gebied kan dan significant oplopen. Dit onderstreept de noodzaak tot actieve klimaatadaptatie in het gebied.

Figuur 3.5 Hittekaart gevoelstemperatuur 2050 (Bron: Klimaatatlas van Eindhoven)

De gemeente Eindhoven erkent deze opgave en streeft ernaar de Kanaalzone-Zuid te transformeren tot een klimaatadaptieve en gezonde leefomgeving. Zoals reeds aangegeven zal actief aandacht worden besteed aan het verkoelen van de buitenruimte en het tegengaan van hittestress. Het gebiedskader benoemt specifieke maatregelen en ambities om de hitte in het gebied te mitigeren, zoals: • Vergroening en ontharding - De buitenruimte wordt hoogwaardig vergroend om te zorgen voor

• •

verkoeling. Hierbij worden bijvoorbeeld bomen toegepast om schaduw te creëren en de omgevingstemperatuur te verlagen Koele daken, koele routes door schaduw en het kanaal als koeltebuffer Materiaalgebruik - De gebouwen worden ontworpen met lichte kleuren. Lichte kleuren zorgen ervoor dat zonlicht wordt weerkaatst in plaats van geabsorbeerd, waardoor de opwarming van gebouwen en de directe omgeving wordt beperkt

De effectiviteit van deze maatregelen zal in de verdere planuitwerking moeten worden gemonitord en, indien nodig, worden bijgestuurd.

26/30

Kenmerk

3.6.3

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Leefbaarheid

Voor elk deelplan is een windhinder- en bezonningonderzoek nodig, de nieuwe bouwvolumes zullen het microklimaat en de verblijfskwaliteit op straatniveau beïnvloeden. Er wordt gestreefd naar een slimme oriëntatie van gebouwen in relatie tot de zuidwestenwind, het toepassen van getrapte hoeken en set-backs in de hoogte om hinder te beperken.

3.7

Externe veiligheid

Voor de beoordeling van externe veiligheid in en rondom het plangebied Kanaalzone-Zuid is gebruik gemaakt van de Atlas Leefomgeving. De analyse van de risicobronnen in de omgeving, zoals weergegeven op de risicokaart in figuur 3-9, toont aan dat er geen directe aandachtspunten zijn voor het plangebied. Hoewel er risicobronnen in de bredere omgeving aanwezig zijn, liggen deze op een afstand die, gezien de aard van deze ontwikkeling, geen significante belemmeringen vormen. Bovendien introduceert het plan zelf geen nieuwe risicobronnen die een effect hebben op de omgeving. De transformatie van het bedrijventerrein naar een gemengde wijk zal naar verwachting geen invloed hebben op de externe veiligheidsrisico's voor de omliggende wijken. Er zijn dus geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten op het gebied van externe veiligheid.

Figuur 3.6 Portaal Atlas Veiligheid, Register externe veiligheid

27/30

Kenmerk

3.8

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Milieuzonering

Milieuzonering heeft als doel het waarborgen van een goede ruimtelijke ordening door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies, dit om hinder en risico's te voorkomen of te beperken. Het plangebied Kanaalzone-Zuid is momenteel primair een industrieel bedrijventerrein. Binnen het plangebied bevinden zich zones met milieucategorie toelaatbaar tot 3.2. In de directe omgeving van het plangebied zijn tevens zones met hogere milieucategorieën aanwezig, in het specifieke de locatie van DAF ten oosten van het plangebied. Deze locatie ligt echter op geruime afstand van het plangebied.

Figuur 3.7 Milieuzonering omgeving ten opzichte van het plangebied

Het plan zelf introduceert geen zware milieubelastende bedrijvigheid en de eventueel aanwezige nieuwe bedrijvigheid zal van lichtere aard zijn dan de huidige industriële functies. Hierdoor zijn de effecten van het plan op de omgeving gering of niet aanwezig, en kan de transformatie zelfs als een verbetering worden gezien ten opzichte van de huidige situatie als industrieterrein. De introductie van nieuwe milieugevoelige functies (woningen, onderwijs) binnen het plangebied nabij bestaande bedrijven vereist een zorgvuldige afweging. De concrete invulling en beoordeling van de milieuzonering, inclusief het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe functies en de compatibiliteit met omliggende (bestaande) bedrijvigheid, zal nader worden uitgewerkt en beoordeeld bij de verdere planuitwerking. Er worden echter geen grote uitdagingen op het gebied van milieuzonering verwacht, gezien de aard van de bedrijvigheid in de omgeving en de afstand tot het plangebied.

28/30

Kenmerk

3.9

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Geur

In het plangebied en de directe omgeving zijn geen agrarische geurbronnen aanwezig of beoogd. Geurhinder als gevolg van agrarische activiteiten is dus niet te aan de orde. In de omgeving zijn mogelijk nog wel industriële geurbronnen aanwezig. Vooral van belang is een tabaksverwerkend bedrijf aan de Kanaaldijk Noord ten oosten van het ontwikkelgebied Kanaalzone-Zuid. De afstand tussen deze locatie en het plangebied is meer dan 600 meter. Gelet op die afstand is er geen sprake van geurhinder in het plangebied. In het plangebied zelf zijn ook geen industriële geurbronnen voorzien. Er zijn dus geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten op het gebied van geur.

4 Conclusie De Kanaalzone-Zuid ondergaat een transformatie van industrieel bedrijventerrein naar een groene en gevarieerde wijk aan het Eindhovensch Kanaal, met een gemengd programma van wonen, werken, onderwijs en voorzieningen. Om deze stedelijke ontwikkeling te sturen, heeft de gemeente Eindhoven het Gebiedskader Kanaalzone-Zuid opgesteld. Dit gebiedskader legt de ambities, randvoorwaarden en kansen vast voor de toekomstige planvorming en dient als eerste stap in de doorontwikkeling van het gebied. Het gebiedskader wordt vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Eindhoven. Gelet op het kaderstellende karakter van dit gebiedskader voor andere toekomstige besluiten over projecten in het plangebied is een plan-mer-beoordeling opgesteld. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat het gebiedskader uitgangspunten en ambities bevat die, mits consequent doorvertaald en geborgd in de verdere planuitwerking, de verwachte milieugevolgen beheersbaar maken of zelfs leiden tot verbeteringen (zoals voor bodem, natuur (met uitzondering van stikstof), hittestress en milieuzonering). De transformatie van de Kanaalzone-Zuid zal tot een toename van de verkeersgeneratie van en naar het gebied leiden. De toename van verkeer kan tot effecten leiden op het gebied van geluid, stikstof en luchtkwaliteit.

De effecten op het gebied van luchtkwaliteit zijn beperkt en leiden niet tot overschrijding van geldende en toekomstige luchtkwaliteitseisen. De effecten op het gebied van geluid zijn beheersbaar door vroegtijdig na te denken over bron- en overdrachtsmaatregelen en/of oplossingen in de gevels van gebouwen. Het is op dit moment niet uit te sluiten dat er aanzienlijke effecten optreden als gevolg van stikstofdepositie, waardoor het zeer waarschijnlijk noodzakelijk is om ten behoeve van de nadere planuitwerking een passende beoordeling uit te voeren waarin de effecten van de stikstofdepositie worden onderzocht en inzicht wordt verkregen in de toepasbaarheid van maatregelen als intern salderen. Het uitvoeren van een passende beoordeling leidt in deze situatie niet tot een mer-plicht omdat sprake is van een klein gebied op lokaal niveau (zie ook paragraaf 1.2.2 voor nadere duiding).

29/30

Kenmerk

R001-1299727NLB-V01-hgm-NL

Ondanks deze aandachtspunten en de noodzaak tot nadere, gedetailleerde studies in de vervolgfasen, kan, mits alle benodigde onderzoeken worden uitgevoerd en de voorgestelde milieumaatregelen en ambities strikt worden geïmplementeerd, de conclusie worden getrokken dat er voor de ontwikkeling van de Kanaalzone-Zuid in Eindhoven geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht die niet beheersbaar zijn binnen de wettelijke kaders. Het opstellen van een milieueffectrapport (MER) is derhalve op basis van deze plan-mer-beoordeling niet noodzakelijk.

30/30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15882400/1