CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Oplegvel 4GR

Raadsvergadering 30 mei 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijzen concept werkprogramma 2023-2024 en conceptbegroting 2024 Metropoolregio Eindhoven (MRE)2.018 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Control 27 maart 2023

Oplegvel 4GR Betreft: Oplegvel t.b.v. de begroting 2024 van de vier Gemeenschappelijke Regelingen De regio Zuidoost-Brabant telt 21 gemeenten. Deze gemeenten nemen deel aan diverse Gemeenschappelijke Regelingen. Aan vier Gemeenschappelijke Regelingen nemen alle 21 gemeenten deel, namelijk Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, GGD Brabant-Zuidoost, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en Metropoolregio Eindhoven (hierna: 4GR). Op initiatief van de Kring van Gemeentesecretarissen hebben deze 4GR samenwerking gezocht op het gebied van planning en control, zowel ten aanzien van de procedure als van de inhoud. Hierbij zijn afspraken zijn gemaakt over financiële onderwerpen, zodat gemeenteraden eenduidiger regie kunnen voeren. De laatste actualisatie hiervan heeft plaatsgevonden in het najaar van 2022, via de “Actualisatie Beleidsnotitie kaders P&Cdocumenten 4GR”. Het doel van de geactualiseerde beleidsnotitie is om met elkaar kaders af te spreken en harmonisatie te bereiken op de financiële onderwerpen, zodanig dat dit eenduidiger wordt voor de gemeenteraden en ook efficiency oplevert voor de 4GR. Om deze reden wordt dit oplegvel aan de dossiers van de 4GR toegevoegd. Indexeringsmethodiek De gewenste harmonisatie heeft geleid tot een gelijke indexeringsmethodiek van de inwonerbijdrage.

De wegingsfactor wordt bepaald door de verdeling van de totale lasten in de begroting van de GR over prijzen en lonen. Dit kan ‘organisatie specifiek’ zijn en wordt door de eigen organisatie bepaald. Door de wegingsfactor te vermenigvuldigen met de index wordt een gewogen index verkregen. Actualisatie “Beleidsnotitie kaders P&C documenten 4GR” In mei 2021 is in 4GR-verband reeds een geactualiseerd regionaal kader opgesteld over de wijze van indexeren van de begrotingen van de 4GR. In elk algemeen bestuur is dit geactualiseerd kader medio 2021 vastgesteld, zodat dit kon dienen als uitgangspunt voor de kadernota en begroting voor 2023. Recent is duidelijk geworden dat dit geactualiseerde uitgangspunt niet jaarlijks toepasbaar is. Enkel in een jaar waarin er een nieuw kabinet is geformeerd, rekent het CPB de loon- en prijsverwachtingen voor meerdere jaren door. In andere jaren gebeurt dat niet. Ter voorkoming van jaarlijks wisselende uitgangspunten wordt ervoor gekozen om terug te keren naar de uitgangspunten die eerder golden. Daarom is in het najaar van 2022 afgesproken, in de geactualiseerde “Beleidsnotitie kaders P&C documenten 4GR”, om als methode voor indexering van de begroting van het jaar t gebruik te maken van de percentages die in de Macro Economische Verkenning t-1 (uitgebracht in jaar t-2) zijn opgenomen voor het jaar t-1.

Het gaat om de Loonvoet sector overheid voor de index van de lonen en de Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) voor de index van de prijzen. Voortschrijdend inzicht leidt er toe dat vanaf 2023 (voor de kadernota en begroting 2024) deze kaders opnieuw als uitgangspunt gelden.

Zoals tot nu toe het geval was, wordt ook in de geactualiseerde kaders geen nacalculatie toegepast op de indexering. De loonindex en de prijsindex die de 4GR hanteren zijn aan elkaar gelijk, maar de gewogen index kan verschillen per GR. Het CPB hanteert doorgaans meer behoudende c.q. behoedzame ramingen naar mate de periode waar de indexering betrekking op heeft verder in de toekomst ligt. Indien blijkt dat de 4GR als gevolg van deze methodiek met structureel nadelige effecten worden geconfronteerd, dan kan de GR aan het eigen bestuur een voorstel doen ter compensatie van deze nadelige effecten. In de tabel hieronder is de gewogen index per GR opgenomen. Begroting

GGD-

Onderdeel

Verhouding

Prijzen

25,0%*

2021 1,60%

2022 1,50%

2,44%

BZO

Lonen

75,0%*

2,80%

Prijzen

37,5%

1,60%

VRBZO 62,5%

2,80%

Prijzen

10,0%

1,60%

MRE

1,80%

90,0%

2,80%

Prijzen

33,0%**

1,60%

ODZOB Lonen

67,0%**

5,90% 2,23%

2,30%

3,56% 3,30%

1,60% 1,50%

1,50%*

4,28% 3,30%

1,60%

1,50%

2,80%

5,90% 2,04%

1,77% 1,80%

3,95% 3,30%

2,30%

1,50%

2,58%

5,90%

1,60% 1,69%

1,80%

2024

2,13% 2,30%

1,50%

2,68% Lonen

1,60% 1,71%

2,35% Lonen

2023

5,90% 2,20%

2,30%

4,00% 3,30%

* Vanaf de begroting 2023 hanteert de GGD-BZO een ander wegingsfactor voor prijs-loon indices (resp. 25%75%) t.o.v. eerdere begrotingen (resp. 30%-70%). Deze wijziging is vastgesteld in de nieuwe ‘Beleidsnotitie kader indexeringen’ van de 4GR uit 2021. ** Voor de begroting 2024 hanteert de ODZOB een ander wegingsfactor voor prijs-loon indices (resp. 33%-67%) dan de wijziging die is vastgesteld in de nieuwe ‘Actualisatie Beleidsnotitie P&C-documenten 4GR’ uit najaar 2022 (daar hanteert ODZOB namelijk een andere verhouding van resp. 27%-73%). Dit heeft te maken met nieuwe ramingen bij de ODZOB inzake de verhouding tussen vast personeel en externe inhuur.

Hoogte algemene reserve In het najaar van 2022 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de “Actualisatie beleidsnotitie Kaders P&C documenten 4GR”. Hierin zijn o.a. kaders vastgesteld voor de streefwaarde van de algemene reserve, zijnde het weerstandsvermogen van de organisatie. De hoogte van de algemene reserve wordt aan het totaal van de baten gerelateerd aangezien dit een relatief stabiel beeld geeft in de meerjarenbegroting. Er wordt gewerkt met een staffel zodat de hoogte van de totale baten in de begroting niet voortdurend invloed heeft op de hoogte van de aan te houden algemene reserve. Totale baten

Minimum stand

Maximum stand

Huidige stand

Verschil t.o.v. minimum

Toelichting

Algemene reserve PG

47.075.000

2.000.000

2.400.000

1.700.000

-/- 300.000

• Totale baten primaire begroting 2023. • Reservestand per 31-12-2022 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar).

Algemene reserve AZ

32.380.000

1.500.000

2.000.000

1.350.000

-/- 150.000

61.022.754

2.000.000

2.400.000

1.777.183

-/- 222.817

GGD-BZO

VRBZO Algemene reserve

• Totale baten primaire begroting 2024. • Reservestand per 31-12-2022 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar).

2

MRE Algemene reserve MRE

13.408.679

600.000

1.200.000

1.000.000

400.000

Algemene reserve RHCe

3.398.258

150.000

300.000

300.000

150.000

Algemene reserve

30.591.255

1.200.000

1.500.000

530.774

-/- 669.226

TOTAAL

187.875.946

7.450.000

9.800.000

6.657.957

-/- 792.043

ODZOB

• Totale baten primaire begroting 2024. • Reservestand per 31-12-2022 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar).

• Totale baten primaire begroting 2024. • Reservestand per 31-12-2022 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar).

Om een bestendige gedragslijn te krijgen wordt, mede conform de geactualiseerde beleidsnotitie, voorgesteld om het jaarresultaat in principe te muteren op de algemene reserve als en voor zover deze zich binnen de marge van bovenstaand minimum en maximum bevindt. Dit betreft een kaderstellende bandbreedte. Het is aan het Algemeen Bestuur van de verbonden partij of de bandbreedte volledig wordt ingevuld. Dit is namelijk organisatie-specifiek en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Indien de algemene reserve lager is dan het minimum, en door aanvulling via resultaatbestemming van het jaarresultaat onder het minimum blijft, dan kan een aanvullende bijdrage aan de gemeenten gevraagd worden om de algemene reserve op te hogen tot aan het minimum. Het kan ook betekenen dat de GR efficiency- of bezuinigingsmaatregelen moet nemen. Het AB besluit over het jaarresultaat en eventuele bijstorting of onttrekking aan de algemene reserve. Besluitvormingsproces De begrotingen 2024 van de 4GR worden in de raadsvergadering van 30 mei 2023 aangeboden. Mocht één dossier worden aangehouden in het besluitvormingsproces verzoeken wij u niet alle vier de dossiers tot die tijd aan te houden. Er zal aandacht moeten blijven voor de eigenheid van de afzonderlijke GR-en.

Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen ODZOB, GGD en VRBZO Wij verwachten van de gemeenschappelijke regelingen goede onderlinge synergie in de bijdrage aan de opgaven van de Omgevingswet en het bereiken van resultaat op de door gemeente Eindhoven in de Omgevingsvisie (juni 2020) vastgestelde doelen “Gezonde en toekomstbestendige stad” en “Sociaal en inclusief”. Met blijvende aandacht voor optimalisering van efficiency, en de raad te informeren over wat daartoe is gedaan en wordt bereikt. Specifieke aandachtspunten per gemeenschappelijke regeling • GGD-BZO: De harmonisatie van de JGZ 0-4 tarieven is afgerond, deze is budgetneutraal voor de GGD maar leidt wel tot minimale herverdelingseffecten tussen gemeenten. Eind 2022 is er een verbeterplan opgesteld ten aanzien van de informatiehuishouding en het archiefbeheer. De financiële gevolgen hiervan zijn verwerkt in deze ontwerpbegroting. Het Meerjarig Beleidsplan plan (2022-2026) wordt momenteel verder uitgewerkt in uitvoeringsprogramma’s per thema inclusief een financieel meerjarig perspectief. Dit is nog niet verwerkt in de ontwerpbegroting 2024. Daarnaast heeft de GGD in de Kadernota 2024 aangekondigd dat de Omgevingswet een taakuitbreiding met zich meebrengt. Later in 2023 zullen deze taakuitbreiding en de financiële gevolgen inzichtelijk gemaakt worden en verwerkt in de begroting 2024. M.b.t.

de bestuursopdracht die eerder vertraging heeft opgelopen door corona, deze verwacht de GGD eind 2023 af te ronden waardoor er in de begroting van 2024 hiervoor geen middelen meer zijn opgenomen. De doorwerking van aangepaste indexering in 2023 naar volgende jaren is verwerkt in de ontwerpbegroting 2024.

3

•

VRBZO:

Het advies van de VRBZO is om naast de reguliere indexering, extra middelen vrij te maken voor de structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage vanaf 2023 als gevolg van de effecten van de inflatie. De voorgelegde kostenstijgingen zijn door de VRBZO grondig uitgezocht op basis van realisatie en toegelicht. Het zijn in vergelijking met andere jaren allemaal forse stijgingen en we zullen dit in de toekomst moeten blijven volgen. Ons voorstel voor de zienswijze op dit onderdeel is in te stemmen met de verhoging van de gemeentelijke bijdrage en daarbij de VRBZO te verzoeken om de huidige ontwikkelingen van kosten te blijven monitoren en bij toekomstige additionele kostenstijgingen deze te voorzien van een advies vanuit de VRBZO en daarbij ook te kijken naar de mogelijkheden van een eigen bijdrage c.q. bezuinigingsvoorstel. In de Kadernota van de VRBZO is aangegeven dat de bijdrage die gemeenten betalen aan VRBZO een verdeelsleutel kent die gebaseerd is op de uitkering die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds. Bij elke herijking van het gemeentefonds wordt de verdeelsleutel aangepast. In deze begroting is door de VRBZO het effect verwerkt van de meest recente herijking (dit betekent voor Eindhoven een stijging van het Eindhovens aandeel van 34,41% naar 34,79% en daarmee vanaf 2024 een structurele stijging van de bijdrage met € 195.215.

Wat de VRBZO daarbij buiten beschouwing laat is dat het nieuwe verdeelmodel gemeentefonds nog niet voor de volle 100% is ingevoerd, maar door middel van een ingroeipad maar voor een heel klein gedeelte. De gemeente Eindhoven heeft aan de inkomstenkant die extra middelen uit de herijking dus nog nauwelijks gekregen. In 2025 wordt de herijking geëvalueerd voor de jaren 2023-2025 waarna een keuze volgt op rijksniveau of het ingeslagen pad verder gevolgd wordt of niet. Ons voorstel voor de zienswijze op dit onderdeel is om niet in te stemmen met het effect van de herijking van het gemeentefonds op de verdeelsleutel en dit ten minste uit te stellen totdat de herijking op rijksniveau is geëvalueerd in 2025. •

MRE:

Binnen de concept begroting 2024 MRE is sprake van een herschikking van middelen binnen de inwonerbijdrage van ‘bijdrage stimuleringsfonds’ naar ‘bijdrage regionale opgaven’. Deze verschuiving is nodig om aanvullend op extra externe financiering de versterking van de regionale werkorganisatie MRE mogelijk te maken/te financiering. Dit voorkomt dat de inwonersbijdrage moet worden verhoogd. • ODZOB: De financiële doorwerking van de Meerjarenvisie 2023-2027 is niet in de (ontwerp)begroting 2024 ODZOB verwerkt. Dit omdat de meerjarenvisie nog niet door het AB ODZOB is vastgesteld. Het past niet hierop vooruit te lopen. Indien de meerjarenvisie leidt tot financiële aanpassingen van de begroting 2024 ODZOB, zal een begrotingswijziging worden opgesteld. De referentiecijfers begroting 2023 ODZOB hebben betrekking op de vastgestelde begroting 2023 ODZOB en niet op de (nog door het AB ODZOB vast te stellen) herziene begroting 2023 ODZOB. De zienswijzeprocedure herziene begroting 2023 ODZOB voor raden en Staten loopt gelijktijdig met de zienswijzeprocedure (ontwerp)begroting 2024 ODZOB. Op verzoek van AB ODZOB worden beiden zienswijzeprocedures tegelijkertijd doorlopen.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12623490/3