CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 - Omgevingsvisie Eindhoven

Raadsvergadering 26 november 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvisie Eindhoven28.342 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingsvisie Eindhoven Gemeente Eindhoven November 2024

1

inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Een omgevingsvisie voor Eindhoven 1.2 Proces 1.3 Omgevingsvisie en Omgevingswet 1.4 Leeswijzer

3 3 3 4 4

2. Eindhoven 2040; Stad waar de toekomst gemaakt wordt

5

Stedelijke opgaven in één oogopslag

8

3. Verstedelijkingprincipes voor Eindhoven in 2040 3.1 Inleiding 3.2 Verstedelijkingsprincipes 3.3 De verstedelijkingsprincipes gekoppeld aan de deelambities

12 12 15 24

4. Eindhoven de verbonden stad 4.1 Inleiding 4.2 Oude stad, gekenmerkt door grote transformaties 4.3 Tweede Wereldoorlog en wederopbouw 4.4 Economische wereldspeler 4.5 Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven 4.6 Verbonden met een sterke regio 4.7 Trends en ontwikkelingen

32 32 32 33 33 35 36 36

5. Stedelijke opgaven 5.1 Inleiding 5.2 Eindhoven wordt klimaatneutraal 5.3 Eindhoven vergroent en wordt gezonder met oog voor mens en dier 5.4 Eindhoven bouwt aan een vitale stad met ruimte voor iedereen en meerdere centra 5.5 Eindhoven investeert in leefbare, sociale en veilige wijken 5.6 Eindhoven biedt ruimte aan een sterke, concurrerende en duurzame Brainporteconomie 5.7 Eindhoven werkt aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid: vlot, veilig en schoon 5.8 Eindhoven werkt aan een levendige stad met goede basis- en topvoorzieningen

40 41 41 47 53 57 60 64 68

6. Gebieden 6.1 Gebieden 6.2 Gebiedsuitwerking

70 70 72

7. Rollen, uitvoering en ­monitoring 7.1 Inleiding 7.2 Samen werken aan de uitvoering: rollen en ­instrumenten 7.3 Sturen op kwaliteit 7.4 Financiering van ambitie en opgaven uit de ­omgevingsvisie 7.5 Behalen van ambities en opgaven uit de omgevingsvisie 7.6 Monitoring

85 85 85 87 90 90 91

Colofon Uitgave: gemeente Eindhoven Foto’s: gemeente Eindhoven, Paul Raats Datum: februari 2024

2

1

inleiding 1.1 Een omgevingsvisie voor Eindhoven Eindhoven is in trek. De regio trekt mensen uit binnen- en buitenland die hier graag komen wonen en werken. Tot 2040 komen er in Eindhoven 40.000 woningen en 36.000 arbeidsplaatsen bij. Deze omgevingsvisie beschrijft hoe we omgaan met deze groei en hoe we onze ambities voor de toekomst verwezenlijken. Een stad die groeit heeft ruimte nodig voor woningen, voorzieningen, groen, vervoer, klimaatmaatregelen en de energietransitie. Deze ruimte is beperkt. Dit vraagt om scherpe keuzes, slim ruimtegebruik en een goede organisatie van de stad. In de omgevingsvisie beschrijven we de ambitie voor Eindhoven in 2040, de opgaven die we hebben om de ambitie te bereiken en de strategische keuzes die we moeten maken om de ambitie te verwezenlijken.

1.2 Proces 1.2.1 Participatie Deze omgevingsvisie is opgesteld in samenwerking met de stad, volgens het Partici­ patiebeleid Omgevingswet. Dit beleid geeft aan dat we kiezen voor een getrapte participatieaanpak. We organiseerden een dialoog met een mix van (semi -) professionele ketenpartners, grote bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, woningcorporaties, vertegenwoordigers van ondernemersverenigingen, bewonersvertegenwoordigers, belangenorganisaties en de jeugdraad van Eindhoven. Daarna raadpleegden we inwoners van de stad. Zij reflecteerden op de uitkomsten van de dialoog met genoemde partijen, met als inzet de omgevingsvisie te verrijken. We d ­ eden dat door het uitvoeren van een digitale enquête (1083 deelnemers) en het

3

­ rganiseren van straatgesprekken (100 deelnemers). Op deze manier bereiken we ook o het stille midden, dit zijn inwoners waarvan we de mening niet zo snel horen, bijvoorbeeld omdat ze niet fel vóór of tegen zijn, of niet zijn aangesloten bij een belangen­ organisatie. Ook gingen we in gesprek met (semi-) overheden. Daarna was er de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze, na de terinzage­ legging van de visie. Het participatieproces en de opbrengsten daarvan zijn weer­ gegeven in de bijlage: Verslag participatie omgevingsvisie 2.0.

In 2020 is de eerste Eindhovense omgevingsvisie vastgesteld, vooruitlopend op de komst van de Omgevingswet: ‘Eindhoven kloppend hart van Brainport’. Deze omgevingsvisie is gemaakt op basis van het toen vastgestelde beleid. De nieuwe omgevingsvisie bouwt voort op de eerste omgevingsvisie en vult deze aan met strategische keuzes en een gebiedsuitwerking.

1.4 Leeswijzer

1.2.2. Omgevingseffectrapport Voor het opstellen van de omgevingsvisie is gebruik gemaakt van een Omgevingseffect­ rapport (OER). Hierin wordt beschreven wat de (milieu) effecten zijn van de groei op de leefbaarheid van de stad. De uitkomsten van het OER hebben ons handvatten gegeven voor de strategische keuzes in de omgevingsvisie. De strategische keuzes zijn vervolgens doorgerekend in het voorkeursalternatief dat als onderdeel is opgenomen in het Omgevingseffectrapport.

Hoofdstuk 2: Eindhoven in 2040, Stad waar de toekomst gemaakt wordt. In dit hoofdstuk schetsen we de toekomst van Eindhoven, met een ­hoofdambitie en vier deelambities. Hoofdstuk 3: Verstedelijkingsprincipes voor Eindhoven in 2040. Dit hoofdstuk beschrijft hoe we onze ambities gaan verwezenlijken. De verstedelijkingsprincipes zijn integraal. Ze geven inzicht in de wijze waarop omgegaan wordt met de samenhang tussen de verschillende opgaven om zo de ambities van Eindhoven waar te maken. Hoofdstuk 4: Eindhoven Verbonden stad. In dit hoofdstuk we in op het ontstaan, de ligging en de bijzonderheden van Eindhoven. Ook komen trends en ontwikkelingen aan bod. Hoofdstuk 5: Stedelijke opgaven. Welke opgaven heeft Eindhoven om haar ambitie te bereiken? Deze opgaven komen voort uit het verschil tussen de huidige en de toekomstige stad. Hoofdstuk 6: Gebieden. Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de stad aan de hand van de ­verschillende gebieden. Hoofdstuk 7: Rollen, uitvoering en monitoring. Dit hoofdstuk beschrijft het gebruik van de omgevingsvisie. Het beschrijft de rol van de gemeente en welke beleidsdocumenten een wisselwerking met de omgevingsvisie kunnen hebben. Tot slot beschrijft dit hoofdstuk hoe de financiering en monitoring geregeld worden.

De omgevingsvisie inclusief Omgevingseffectrapport is vastgesteld door de gemeenteraad van Eindhoven op *****

1.3 Omgevingsvisie en Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Thematische beleidsvelden zoals gezondheid, mobiliteit, wonen en groen komen samen in de Omgevingswet die gaat over de hele fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is een van de instrumenten van de Omgevingswet. Ze biedt een strategisch kader voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming van de fysieke leefomgeving. Zij geeft een stip op de ­horizon en handvatten voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. De omgevingsvisie is zelfbindend, dat wil zeggen dat de gemeente zich verbindt aan de ambitie en opgaven beschreven in de omgevingsvisie. Voor andere partijen geldt dat er geen dwingende werking is. De ambitie, opgaven en strategische keuzes uit de ­omgevingsvisie worden uitgewerkt in omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan voor Eindhoven. 4

Eindhoven 2040; Stad waar de toekomst gemaakt wordt In 2040 is Eindhoven, binnen haar stadsgrenzen, gegroeid naar een compacte, ­gezonde, groene stad met een wereldse uitstraling. Het is plezierig om er te wonen, met veel groen, goede voorzieningen en prettige wijken. De stad is slim ingedeeld, met verdichting rondom (H)OV-knooppunten en omgeven door parken en groene ruimtes voor ­ontmoeting, beweging en ontspanning. Ondanks de verdichting voelt de stad aangenaam en natuurlijk aan. Eindhoven heeft zich ontwikkelt naar een slimme, gezonde duurzame stad voor iedereen. Stevig verbonden met de Brainportregio en de verdere omgeving. Dit gewenste beeld voor 2040 kunnen we alleen bereiken door middel van een goede balans tussen groei, welzijn en ecologie. Dit vertaalt zich in een integrale ambitie.

Eindhoven is de stad waar de ­toekomst gemaakt wordt, met een goede balans tussen onze unieke economie, ecologie en welzijn.

2 5

De integrale ambitie is opgedeeld in vier deelambities, die niet los van elkaar kunnen worden gezien. De vier deelambities zijn in evenwicht en vullen elkaar aan en vormen samen de integrale ambitie. Ze zijn: ▪ Eindhoven als toekomstbestendige stad: een klimaatadaptieve, gezonde, biodiverse en duurzame stad. ▪ Eindhoven als stad voor iedereen: een sociale, inclusieve en gastvrije stad. ▪ Eindhoven als hart van de Brainport regio: een innovatieve economische wereld­ speler waar iedereen mee doet. ▪ Eindhoven als stad in ontwikkeling: een veranderende stad met oog voor eigenheid en historie.

Toekomstbestendige stad In 2040 is Eindhoven een compacte, gezonde, groene toekomstbestendige stad met veel nieuw groen en water. Hiermee helpen we met het aanpakken van de klimaat­crisis, spelen we in op klimaatverandering en versterken we de biodiversiteit. De grootste groengebieden worden gevormd door de drie landschapsparken (groene wiggen). ­Samen met de Dommel zorgen ze voor een gezonde leefomgeving en vormen een ecologische verbindingszone die dwars door de stad heen loopt. De groene gebieden komen vanuit het omliggende landschap diep de stad in en helpen bij de bescherming van onze drinkwaterwinning. De bebouwde omgeving is groener geworden, met vergroende straten, pleinen, gevels, daken en nieuwe grote en kleine parken. Op warme dagen zijn er genoeg, goed bereikbare, schaduwrijke plekken om af te koelen. In natte periode is er voldoende groen om veel regen op te vangen. De openbare ruimte is aantrekkelijk voor mensen van alle leeftijden. Er zijn routes om te bewegen, speelplekken in wijken waar alle kinderen kunnen spelen, parken waar mensen elkaar ontmoeten en stedelijke plekken zoals het Urban Sports park. Eindhoven heeft een wereldse en hoogstedelijke uitstraling. In 2040 hebben we flink geïnvesteerd in het verduurzamen van Eindhoven. We wekken zo veel mogelijk energie zelf op en gebruiken geen fossiele brandstoffen voor verwarming en vervoer.

We streven naar een volledig circulaire economie in 2050 en willen het gebruik van primaire abiotische grondstoffen1 in 2030 halveren. We werken samen met kennisinstellingen en bedrijven om innovaties te benutten voor onze energietransitie. Er is genoeg ruimte gereserveerd in de stad, zowel boven als onder de grond, om deze transitie mogelijk te maken. Het vervoer in de stad is schoon en bij voorkeur actief. De stad is zo ontworpen dat je binnen 15 ­minuten lopen of fietsen alle basisvoorzieningen kunt bereiken, zoals winkels, 1: Grondstoffen die ontstaan uit lange koolstofkringlopen. Zoals olie en metalen.

6

s­ cholen en huisartsen. Omdat we een compacte stad zijn, is alles dichtbij. Hierdoor ­lopen of fietsen inwoners vaker en nemen het OV in plaats van met de auto te gaan. Als we toch de auto gebruiken, kiezen we voor milieuvriendelijke opties. Binnen de ring is vooral ruimte voor voetgangers en fietsers. Eindhoven is goed bereikbaar met verschillende vervoermiddelen, zowel regionaal, nationaal als internationaal. Ook voor digitaal verkeer beschikken we over hoogwaardige kanalen.

helix samenwerking tussen de overheid, regio, bedrijven en kennisinstellingen is heel erg goed. Er zijn veel verschillende banen op elk niveau in de regio. Vernieuwde gebieden, zoals Knoop XL en Groots Gestel, zijn toegevoegd aan de stad. Deze gebieden hebben een wereldse en hoogstedelijke sfeer met een mix wonen, werken, voorzieningen, duurzaam vervoer, groen en water. Eindhoven heeft een bruisend stadscentrum en meerdere bruisende stadsdeelcentra. Door de groei van het aantal inwoners, zijn er ook meer banen in horeca, cultuur, dienstverlening, winkels en vrijetijdsbesteding. Ook is er ruimte voor het reguliere MKB, zoals bakkers, groenbedrijven en schilders, wat hard nodig is om de stad en regio draaiende te houden. De economie groeit en draagt bij aan de balans tussen economische, sociale en ecologische doelen; de brede welvaart.

Stad voor iedereen Eindhoven is een stad voor iedereen: sociaal, inclusief en gastvrij. We investeren in ­sociale en economische gelijkheid. Er zijn meer woningen gebouwd in gezonde en veilige buurten. Deze woningen zijn betaalbaar en van goede kwaliteit. Voor iedereen is er een passende woning te vinden. Er is hierbij speciale aandacht voor kwetsbare groepen. In de wijken heerst saamhorigheid, mensen kennen elkaar en de openbare ruimte nodigt uit tot ontmoeting en beweging. Inwoners voelen zich gewaardeerd, gezien en gesteund. Eindhoven is een sociale stad waar iedereen mee kan doen en het sociale netwerk sterk is. Alle jongeren hebben gelijke kansen op een goede toekomst, ongeacht waar ze opgroeien. De kwaliteit en leefbaarheid van de wijken is hoog. Overal zijn voldoende basisvoor­zieningen, zoals de supermarkt, huisarts, scholen en groen.

Eindhoven is een plek waar je wil zijn: een levendige stad waar je kunt winkelen, van cultuur genieten, ontspannen en recreëren. Er zijn allerlei grote evenementen, zoals de Dutch Design Week, GLOW en andere nieuwe interessante initiatieven, die veel mensen uit binnen- en buitenland aantrekken. Kleine evenementen in de wijken brengen mensen samen. Stad in ontwikkeling Het verleden, heden en de toekomst zijn op een respectvolle manier verweven in onze stad. We ontwikkelen, groeien en transformeren met aandacht voor erfgoed, kwaliteit en identiteit. De unieke geschiedenis van de stad blijft herkenbaar en versterkt het karakter van de stad. Erfgoed is beter zichtbaar gemaakt en vrijkomende historische plekken krijgen een nieuwe betekenis.

Economische wereldspeler Eindhoven is aantrekkelijk om te wonen en werken. In 2040 heeft Eindhoven haar economische koppositie versterkt in Nederland, Europa en de wereld. Het vestigingsklimaat in de stad is verbeterd. De werkmilieus, zoals de campussen, bedrijventerreinen, Binnenstad, Groots Gestel, internationale Knoop XL en Strijp-S floreren en vullen elkaar aan. Hier vinden bedrijven, van midden- en kleinbedrijf tot High tech innovatiebedrijven, een plek. Samen vormen ze het hart van de Brainportregio. Onze regio is uniek en van nationaal en internationaal belang op het gebied van HTSM (high tech systems en materials), design en kennis. Eindhoven is een innovatieve economische wereldspeler waar iedereen meedoet. We hebben bedrijven aangetrokken die passen bij onze innovatieve stad. Toptalent van overal ter wereld studeert en werkt hier aan de uitvindingen van de toekomst. De triple

De stad ontwikkelt en groeit en er zijn nieuwe gebieden toegevoegd. Tijdens de groei kan het voorkomen dat er tijdelijke leegstand is, of dat tijdelijk terreinen braak liggen. We benutten deze ‘vrije’ ruimte optimaal. Dit kan bijvoorbeeld door de ruimte te gebruiken als creatieve broedplaats, atelierruimte, voor een maatschappelijke invulling en door middel van placemaking bij gebiedsontwikkelingen.

7

De stedelijke opgaven van Eindhoven in één oogopslag Eindhoven wordt klimaatneutraal

Eindhoven vergroent en wordt gezonder met oog voor mens en dier

Ons klimaat verandert. Zomers worden warmer en droger, winters worden natter en het aantal weersextremen neemt toe. Eindhoven werkt aan een stad die stevig bijdraagt aan het tegengaan van de klimaatverandering én bestand is tegen de weersveranderingen. De aanpak van klimaatverandering draagt bij aan een groene, fijne stad om in te wonen en te leven. We houden bij nieuwe ontwikkelingen rekening met het veranderende klimaat en richten de stad ­klimaatadaptief en klimaatrobuust in. Water en bodem zijn hierbij leidend.

Eindhoven is de groenste stad van de vijf grote steden. Het groen draagt bij aan identiteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid. Eindhoven zet in op een gezonde en groene woon- en leefomgeving met groene gebieden, meer biodiversiteit, ruimte voor klimaatadaptatie, voldoende sportvoorzieningen en een aantrekkelijke openbare ruimte die uitnodigt om te ontmoeten en bewegen. We benutten de stedelijke verdichting om de stad voor mens, dier en natuur gezonder te maken. Verdichten en vergroenen gaan hand in hand. Voor iedere nieuwe woning voegen we nieuw groen toe. Dit doen we gezondheidsbevorderend én gezondheidsbeschermend. We zorgen voor een sterk groen-blauw netwerk waarbij bodem en water sturend zijn. We versterken de bestaande groenstructuren en leggen nieuw groen aan. Hierbij leggen we de nadruk op het versterken en verbinden van de bestaande groenstructuren en het vergroenen binnen de ring en in groenarme gebieden.

Eindhoven streeft ernaar om in 2050 klimaatneutraal te zijn. We zetten stevig in op de energie- en warmtetransitie. Daarnaast zetten we in op een circulaire economie.

8

Eindhoven bouwt aan een vitale stad met ruimte voor iedereen en meerdere centra

Eindhoven investeert in leefbare, sociale en veilige wijken

Eindhoven is in trek. De stad ontwikkelt zich en de bevolking groeit. We hebben een stevige bouwopgave. Tot 2040 bouwen we 40.000 nieuwe woningen en voegen we extra arbeidsplaatsen toe. Betaalbaarheid van woningen is een belangrijke voorwaarde voor brede welvaart en economische groei. Voor iedere levensfase en portemonnee moet binnen Eindhoven een passende woning te vinden zijn. We verdichten vooral rondom bestaande en vernieuwde centrumgebieden, (H)OV-knooppunten en –assen en in de wijken rondom (buurt)centra. We bouwen aan een stad met meerdere levendige centra met een slimme mix van woningen, werken, horeca, voorzieningen, groen en duurzame mobiliteit. Eindhoven blijft op deze manier een fijne en leefbare stad met een goede balans tussen wonen, bedrijvigheid, recreëren en voorzieningen. Een stad waar iedereen zich thuis voelt.

Eindhoven werkt aan fijne wijken met een sterke identiteit waar het prettig wonen, werken en leven is. Leefbare en sociale wijken zijn belangrijk voor het welzijn van inwoners. Mensen hechten zich aan hun buurt en de mensen in de omgeving. Binnen de wijken zijn er verschillende woonvormen beschikbaar zodat inwoners, als ze dit willen, de hele wooncarrière binnen hun wijk kunnen doormaken. Dit vraagt om een gemengd woningaanbod voor iedere levensfase en portemonnee. We zorgen voor wijken met een sterke identiteit. Verdichting en transformatie gaan hand in hand met het behouden en versterken van de erfgoedwaarden. Nieuwe ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de sociale cohesie, ruimtelijke kwaliteit, inclusiviteit en leefbaarheid.

9

Eindhoven biedt ruimte aan een sterke, concurrerende en duurzame Brainporteconomie

Eindhoven werkt aan duurzame mobiliteit en ­bereikbaarheid: vlot, veilig en schoon

In de technologieregio Brainport Eindhoven werken we als denkers en doeners slim samen. De lijnen tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs zijn kort. Met het unieke Techniek, Design en Kennis (TDK) profiel is Brainport de kennismotor van de Nederlandse economie. De regio is van internationaal belang voor Europa en trekt veel nieuwe bedrijven en inwoners. Tot 2040 komen er binnen de Brainportregio ruim 70.000 nieuwe banen bij, waarvan ongeveer de helft in Eindhoven. Om dit te mogelijk te maken zorgen we voor bereikbare, aantrekkelijke en duurzame campussen, bedrijventerreinen, kantorenlocaties en atelierruimtes. We zetten in op het aantrekken en behouden van talenten het versterken van het woon-, leef- en vestigingsklimaat. Het centrum van Eindhoven wordt doorontwikkeld tot een levendige internationale hotspot met ruimte voor evenementen en creatief ondernemerschap.

Eindhoven is in beweging en groeit. Mobiliteit zorgt ervoor dat we elkaar kunnen ontmoeten, dat mensen de stad kunnen bezoeken en dat we onze dagelijkse voorzieningen kunnen bereiken. Dit doen we op een veilige, gezonde, schone en ontspannen manier. De wijze waarop we ons nu en in de toekomst verplaatsen in de groeiende stad bepaalt sterk hoe goed de stad bereikbaar blijft. Hierbij hoort niet alleen een veilig, slim, robuust, duurzaam en toekomstvast, maar ook een ruimte-efficiënt mobiliteitssysteem. De stedelijke verdichting helpt ons bij het maken van de mobiliteitstransitie. Stadsbreed werken we aan een stad, waar inwoners de basisvoorzieningen te voet of per fiets snel, gemakkelijk en veilig kunnen bereiken. Met het oog op duurzaamheid en gezondheid geven we vooral ruimte aan de voetganger, fiets, het openbaar vervoer en slimme mobiliteit. In het centrum en binnen de Ring geven we voorrang aan lopen, fietsen en openbaar (deel) vervoer. De automobiliteit blijft belangrijk, maar wordt vooral gebundeld naar de Ring, de radialen en de Randweg.

10

Eindhoven werkt aan een ­leven­dige stad met goede ­basis- en topvoorzieningen

Eindhoven ontwikkelt zich en de bevolking groeit tot 2040 naar ruim 300.000 inwoners. De groei van de stad vraagt om meer dan het stapelen van stenen en het toevoegen van wegen. De ontwikkeling richt zich op alles wat inwoners dagelijks nodig hebben voor een leefbare en aantrekkelijke stad; zoals het park, de winkel om de hoek, het station, de fietsenmaker, de huisarts, crèche, de bibliotheek, de bioscoop en de school. We zetten in op een voorzieningenaanbod dat meegroeit en mee verandert met de stad, waarvan bestaande en nieuwe inwoners profiteren. In de hele stad hebben alle inwoners binnen 15 minuten lopen of fietsen toegang tot alle basisvoorzieningen. Nieuwe stedelijke en regionale voorzieningen worden bij voorkeur geconcentreerd in de centra en langs HOV-lijnen.

11

3

Verstedelijkingprincipes voor Eindhoven in 2040 3.1 Inleiding Eindhoven is in trek om in te wonen en te werken. Het is een prettige, compacte, ­groene, leefbare en innovatieve stad die steeds in verandering is. De Brainporteconomie zorgt voor een prettig werkklimaat, met een goede samenwerking tussen bedrijven, ­onderwijs en overheid. Bedrijven willen zich hier graag vestigen, huidige bewoners willen hier blijven wonen en nieuwe inwoners willen hier graag komen wonen. Door de groei van de stad is er meer behoefte aan woningen, ruimte om je door de stad te verplaatsen, groen, water, voorzieningen, energie en ruimte om te werken. Maar de ruimte in de stad is schaars. Dit zorgt ervoor dat we slim om moeten gaan met de ruimte die we hebben. Daarnaast biedt de groei van de stad ook kansen voor het verbeteren van de leefbaarheid, sociale gelijkheid en de gezonde leefomgeving. Bijvoorbeeld door groen toe te voegen op plekken in de stad waar het nog niet zo groen is, door het verbeteren van het HOV- en fietsnetwerk en het verbeteren van de voorzieningen in de stad. Het combineren van verschillende functies in één gebied, zoals wonen, werken, groen en voorzieningen heeft veel voordelen. We behalen ruimtewinst en verbeteren de kwaliteit en levendigheid van die gebieden. Het mengen van functies zorgt ervoor dat mensen elkaar gemakkelijker ontmoeten.

Bovendien zorgt het mengen voor nabijheid doordat wonen, werken, groen en voorzieningen dichter bij elkaar liggen. Dit zorgt ervoor dat mensen vaker kiezen voor lopen of fietsen wat leidt tot een verbetering van de gezondheid en luchtkwaliteit. Op deze manier helpt het creëren van nabijheid en het verbeteren

12

van de leefomgeving bij het verminderen van sociale ongelijkheid en gezondheids­ verschillen2, doordat iedereen hiermee goed toegang krijgt tot basisvoorzieningen en de leefbaarheid in wijken- en buurten en de algemene gezondheid en luchtkwaliteit in de stad verbeteren. De verstedelijking benut de bestaande kwaliteiten en identiteit van de buurten en wijken in de stad, vult deze aan en verbetert ze. Ze benut de natuurlijke ontwikkeling van buurten en vervlecht de groeiende stad in de bestaande stad. Hierdoor wordt de bestaande structuur van de stad versterkt en worden nieuwe kwaliteiten toegevoegd. Dit vraagt om randvoorwaarden voor de verstedelijking. Deze randvoorwaarden zijn uitgewerkt in zes verstedelijkingsprincipes. De verstedelijkingsprincipes zijn integraal en geven inzicht in de wijze waarop de verschillende stedelijke opgaven in samenhang tot elkaar opgepakt worden. Ze zijn noodzakelijk om de ruimtelijke ambities van Eindhoven waar te maken. De verstedelijkingsprincipes zijn: ▪ De groene hoofdstructuur is leidend voor de gezonde ontwikkeling van de stad. ▪ Voldoende ruimte voor energievoorziening is noodzakelijk. ▪ Eindhoven is een compacte stad waar nabijheid en meervoudig ruimtegebruik het uitgangspunt zijn. ▪ De mobiliteit zorgt voor een verbonden, ruimte-efficiënte en gezonde stad.

▪ De Brainporteconomie krijgt ruimte op bestaande en nieuwe economische toplocaties. ▪ De ruimtelijke structuur van de stad blijft herkenbaar en we voegen hoogwaardige architectuur toe. De ontwikkelkaart geeft de verdichtingsprincipes weer. Deze worden in de volgende paragrafen uitgelegd.

2 Bron: Essay gezondheidsverschillen voorbij, Raad voor volksgezondheid en Samenleving

13

14

3.2 Verstedelijkingsprincipes

We behouden het bestaande water in de stad en geven de Dommel en Gender bovengronds meer ruimte. Dit combineren we met groen dat toegankelijk is voor recreatie (sport, spel en ontspanning). We behouden en versterken de bestaande groene hoofdstructuur en gaan voorzichtig om met nieuwe grootschalige ontwikkelingen in de bestaande groenstructuren, omdat ze de kwetsbare bodem en watersystemen kunnen aantasten. Door het versterken van het groen investeren we in een gezonde en biodiverse stad die is aangepast aan het veranderende klimaat.

3.2.1 De groene hoofdstructuur is leidend voor de gezonde ontwikkeling van de stad Ons bodem- en watersysteem is de basis voor een gezonde, groene en leefbare stad. Door de kwaliteit van het bodemwatersysteem te versterken zijn we beter bestand tegen hitte, droogte en wateroverlast. Eindhoven is omringd door verschillende landschappen die via de groene wiggen (Eindhoven Noordwest, Genneper Parken en De Karpen) diep de stad in komen. Ze vallen grotendeels samen met het stroomgebied van de riviertjes de Gender, de Tongelreep en de Dommel die van zuid naar noord door Eindhoven stromen. De groene wiggen vormen samen met de stadsparken (waaronder Henri Dunantpark, Philips-Van Lenneppark en het Stadswandelpark) de groene hoofdstructuur van Eindhoven.

De ruimte in de ondergrond is beperkt. Ook komen de ecologische en waterhuishoudkundige kwaliteiten van de bodem steeds verder onder druk te staan door werkzaamheden aan de bodem. Daarom streven we ook in de ondergrond naar meervoudig ruimtegebruik. We beperken het graven en roeren in de bodem en combineren grondwerkzaamheden en functies met elkaar.

Door de groei van de stad maken meer mensen gebruik van het groen in de stad. Hierdoor komt de groene ruimte onder druk te staan. Daarom zorgt Eindhoven ervoor dat verdichten en vergroenen hand in hand gaan.

In het centrum wordt de Dommel versterkt als ecologische verbindingszone. Daarnaast wordt de beleving van de Dommel in de stad vergroot door bijvoorbeeld het aanleggen van toegankelijke oevers. De versterkte Dommel (de Superdommel) verbindt de Genneper Parken met De Karpen. De Karpen en Eindhoven Noordwest worden met elkaar verbonden via de Fellenoord. Hiermee zorgen we ervoor dat alle wiggen met elkaar verbonden zijn.

Eindhoven behoudt en versterkt haar stedelijke en landschappelijke kwaliteiten. Gebieden die in de groene hoofdstructuur liggen, zoals de campussen, kunnen alleen ontwikkeld worden met een goede balans tussen groen en bebouwing. De groene hoofdstructuur, met de groene wiggen en de stadsparken, vormt de basis voor de stedelijke ontwikkeling van de stad. Vanuit deze basis breiden we de groenstructuur in de stad uit. Niet alleen in de groene hoofdstructuur, maar ook bij gebiedsontwikkelingen en in bestaande buurten en wijken. Hierbij hebben we extra aandacht voor de groenarme gebieden. We versterken het bestaand stedelijk groen en voegen nieuw groen toe door bijvoorbeeld het vergroenen van straten en pleinen en het toevoegen van parken. We verbinden de groene gebieden in de stad (groot en klein) zoveel mogelijk met elkaar. Dit zorgt voor prettige en koele groene verbindingen en versterkt de biodiversiteit.

De Superdommel. Rondom de Dommel wordt de biodiversiteit van de beek versterkt en de beleefbaarheid vergroot. Bijvoorbeeld door het verbreden en toegankelijk maken van de oevers.

15

Vanuit het centrum wordt via het Eindhovensch kanaal een nieuwe groene verbinding met het buitengebied gemaakt. Deze groenstructuur vormt een nieuwe groenblauwe verbinding richting Nuenen en Geldrop, waardoor we in alle windrichtingen een aantrekkelijke en gebruiksvriendelijke verbinding met het buitengebied hebben.

De stad is zo ingericht dat iedere inwoner vanaf de woning binnen vijf minuten lopen op een koele schaduwrijke plek is, binnen tien minuten fietsen op een groene verblijfsplek (zoals een klein park) en binnen 15 minuten fietsen in een groot park is. Het groen in de stad wordt voor meerdere functies gebruikt. Er wordt gesport, gespeeld, mensen recreëren er en ontmoeten elkaar. We zorgen ervoor dat het grondwater vrij kan stromen en dat bij regen het water de grond in kan zakken. Straten, wandel- en fietsroutes worden groen en schaduwrijk ingericht. Het groen zorgt voor een koelere stad in de zomer en geeft de mogelijkheid om water op te vangen en op te slaan bij hevige regen.

Ook in andere delen van de stad voegen we groen in de openbare ruimte toe. Dit doen we vooral in groenarme gebieden en op plekken waar veel verdichting plaatsvindt. Bij nieuwe projecten realiseert de ontwikkelaar direct nieuw groen, of draagt bij aan de aanleg van een nieuwe grotere groenstructuur die de bestaande stedelijke groenstructuren versterkt. Naast groen op de grond worden ook meer gevels en daken groen ingericht. Ook dit groen is zoveel mogelijk voor iedereen toegankelijk. In het centrum is door de verstedelijking behoefte aan een extra park. Nieuwe en bestaande inwoners kunnen in de toekomst recreëren en verkoeling vinden aan de Superdommel, de Gender en het Kanaalpark, dat bij het Eindhovensch kanaal wordt aangelegd.

WIGGEN GROENE VERBINDINGEN WATER

WIGGEN GROENE VERBINDINGEN WATER

16

3.2.2 Voldoende ruimte voor energievoorziening is noodzakelijk De beschikbaarheid van voldoende energie is essentieel voor de energietransitie en de ontwikkeling van de stad. We zetten steeds meer in op hernieuwbare energie en faseren fossiele brandstoffen uit. Dat is nodig om onze bijdrage te leveren aan het beperken van de klimaatverandering en goed voor onze directe leefomgeving.

hiervoor kunnen inzetten. Ook maken we per gebied afwegingen over het opwekken van energie op daken. Vanwege de beperkte ruimte in de stad willen we alle daken gebruiken, niet alleen voor energieopwekking, maar ook voor groen, een dakterras, sport of een combinatie van functies.

Het huidige energiesysteem is niet voldoende om de stedelijke ontwikkeling en de energietransitie van de bestaande stad op te vangen. Het elektriciteitssysteem loopt vol doordat we steeds meer elektriciteit gebruiken voor bijvoorbeeld mobiliteit en verwarming. Ook bij de industrie neemt de elektriciteitsvraag toe. Daarom zoeken we naar verschillende mogelijkheden om huizen te verwarmen en energie op te wekken en op te slaan. Dit doen we samen met het rijk, de regio en onze energiepartners. Voor een aantal bedrijven is de energievraag zo hoog dat elektriciteit hier niet de oplossing is. Voor deze bedrijven zoeken we andere oplossingen, bijvoorbeeld waterstof. De energietransitie heeft veel ruimte nodig in de stad, zowel boven als onder de grond. De concrete uitwerking hiervan gebeurt gebiedsgericht via wijzigingen van het omgevingsplan. Daarom reserveren we ruimte om energie op te wekken, op te slaan en te transporteren. Bijvoorbeeld voor het verzwaren en uitbreiden van bestaande electriciteitsstations of het aanleggen van nieuwe transportinfrastructuur zoals warmtenetten en waterstofleidingen. Dit combineren we met opslag van elektriciteit in batterijen om energiepieken te kunnen opvangen, bijvoorbeeld op een heel zonnige dag.

UITBREIDEN HS/MS STATION HS TRACÉ TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING MIDDENSPANNING INFRASTRUCTUUR TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING WARMTESTRUCTUUR

Om te voldoen aan de vraag naar warmte zetten we in op natuurlijke bronnen zoals bodemwarmte, warmte uit oppervlaktewater (zoals kanalen en rivieren) en de afvalwaterzuivering. Ook dit vraagt om ruimte boven en onder de grond.

ZOEKGEBIED OPWEK, OPSLAG & DISTRIBUTIE VAN ENERGIE

We ontwerpen het energiesysteem ruimte efficiënt en combineren functies. We maken gebruik van meerdere energiebronnen en passen innovaties toe. We streven ernaar om in de toekomst voor het hoogspanningstracé dat door Eindhoven Noord loopt een alternatieve oplossing te zoeken binnen of buiten de gemeente. Per gebied wordt zorgvuldig afgewogen of de aanleg van een warmtenet zinvol en verstandig is en welke bronnen we

UITBREIDEN HS/MS STATION HS TRACÉ TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING MIDDENSPANNING INFRASTRUCTUUR TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING WARMTESTRUCTUUR ZOEKGEBIED OPWEK, OPSLAG & DISTRIBUTIE VAN ENERGIE

17

3.2.3 Eindhoven is een compacte stad waar nabijheid en meervoudig ruimtegebruik het uitgangspunt zijn Eindhoven is een compacte stad. De open ruimte binnen de gemeentegrens wordt gevormd door de groene hoofdstructuur waarin we in principe niet willen bouwen. Dit betekent dat de groei van de stad binnen het bestaande stedelijk gebied opgevangen moet worden. Gebieden die in de groene hoofdstructuur liggen, zoals de campussen, kunnen alleen ontwikkeld worden met een goede balans tussen groen en bebouwing. De gemeente Eindhoven houdt hierbij een sterke regie, vooral op grootschalige en langjarige ontwikkelingen. Dit gebeurt in overleg met partners en overheden.

Emmasingelkwadrant. Deze en andere toekomstige locaties worden beoordeeld aan de hand van de hierboven beschreven principes. De nabijheid van mobiliteit en voorzieningen zijn randvoorwaardelijk. Als één van de voorwaarden niet aanwezig is moet deze in de ontwikkeling meegenomen worden. Als er bijvoorbeeld een locatie wordt ontwikkeld in de buurt van het HOV terwijl hier nog geen voorzieningen in de buurt liggen, dan moeten eventueel ontbrekende voorzieningen worden toegevoegd. Belangrijke ontwikkellocaties zijn: Centrum De grootste ontwikkeling vindt plaats binnen de ring. Hier worden ongeveer 20.000 woningen toegevoegd. Hiervan worden ruim 9.000 woningen rondom het station en Knoop XL gebouwd. Dit gebied krijgt een hoogstedelijke uitstraling met een combinatie van wonen, werken, voorzieningen, en groen.

We kiezen voor een compacte stad waar alles dichtbij is. We gaan slim om met de beschikbare ruimte en combineren functies, in alle nieuwe en bestaande gebieden. Wijken worden ingericht met een gemengd woningaanbod. Dagelijkse voorzieningen zoals de huisarts, basisschool en supermarkt zijn dichtbij en toegankelijk. Dit zorgt niet alleen voor ruimtewinst, maar verbetert ook de kwaliteit, leefbaarheid, gezondheid, sociale gelijkheid en levendigheid in gebieden en wijken. Stedelijke en regionale voorzieningen zoals musea, horeca, ziekenhuizen, middel­ bare scholen en vervolgonderwijs worden verspreid over de stad, bij voorkeur rondom HOV-lijnen, het centrum en stadsdeelcentra. Op deze manier zorgen we voor nabijheid, waardoor afstanden korter worden en inwoners sneller kiezen voor lopen, fietsen en (H)OV. De behoefte aan verschillende voorzieningen werken we uit in het programma voorzieningen.

De Kanaalzone wordt een uitloopgebied van het centrum. Hiermee ontstaat een langgerekt centrum dat loopt vanaf Strijp-S ten noordwesten van het centrum tot aan de Kanaalzone, ten oosten van het centrum. De ontwikkelingen van onder meer het Stadhuisplein, Nieuw Bergen en VDMA vormen onderdeel van de inbreiding in het centrumgebied. Groots Gestel De tweede grote opgave ligt in Groots Gestel. Dit is een nieuwe HOV-as, van het centraal station via het vernieuwde Kastelenplein naar de ASML-campus in Veldhoven. Op deze as worden in totaal ongeveer 11.000 woningen gebouwd. Driekwart hiervan komt in Eindhoven. Het gebied heeft een heel andere uitstraling dan het centrumgebied. Het wordt een gemengd gebied dat met respect voor de historische ruimtelijke structuur en het karakter van de buurt wordt ontwikkeld.

Verdichting vindt vooral plaats op plekken waar veel voorzieningen zijn en het (H)OV dichtbij is. De grootste ontwikkelingen vinden plaats in het centrum, de stadsdeelcentra en aan de HOV-assen. In de wijken vindt verdichting vooral plaats in de buurt van wijkcentra. Hierbij zorgen we ervoor dat elk gebied een eigen identiteit en ­program­mering heeft. Eindhoven houdt hierdoor één (vergroot) stadscentrum en meerdere grote en kleine subcentra.

De HOV-as wordt via dwarsverbindingen met de omliggende wijk verbonden. Op deze kruisingen worden HOV-haltes gecombineerd met een hoge bebouwingsdichtheid en voorzieningen. Het hele gebied wordt sterk vergroend waarbij de dwarsstructuren in de wijk de Dommel en Gender met elkaar verbinden. Het Kastelenplein wordt door-

Binnen Eindhoven zijn meerdere locaties waar grotere en kleinere ontwikkelingen plaatsvinden, bijvoorbeeld het centrum, Groots Gestel, Strijp-S fase 4, De Caai en het

18

ontwikkeld tot een nieuw stadsdeelcentrum. Het vormt een hoogstedelijk accent met ­woningen, basis- en stedelijke voorzieningen op de HOV-as. Het gebied wordt ontwikkeld in nauwe samenwerking met Veldhoven, regio, Provincie en Rijk.

3.2.4 De mobiliteit zorgt voor een verbonden ruimte-efficiënte en gezonde stad Mobiliteit heeft altijd een belangrijke rol gehad in de ontwikkeling van Eindhoven. Dit begon al met de verbinding van de dorpen Woensel, Tongelre, Stratum, Gestel en Strijp met de stad Eindhoven. Eindhoven heeft vanuit de historie een duidelijke verkeersstructuur met de ring, radialen en de randweg, waarbij de oude dorpslinten voor een groot deel nog steeds zichtbaar zijn. Het is een compacte stad waardoor alles met de fiets goed bereikbaar is. Er is een goede verbinding met de regio en de rest van Nederland via het spoor en de snelweg. Internationaal zijn we verbonden via spoor, snelweg en Eindhoven Airport. Door de groei van inwoners, bedrijven en bezoekers uit regio en het (buiten)land, neemt de druk van de mobiliteit op de stad toe. Meer mensen verplaatsen zich immers van, naar en door de stad. Daarom is (gezonde)mobiliteit randvoorwaardelijk bij verdichting.

WoensXL WoensXL bevindt zich op de as van HOV 2 vanuit het centrum richting Nuenen en HOV 3 richting Eindhoven Airport. Winkelcentrum WoensXL wordt doorontwikkeld tot stadsdeelcentrum ‘Stads-Hart Woensel’ Het gebied krijgt een gemengde uitstraling met ­nieuwe woningen, extra dagelijkse en stedelijke voorzieningen en groen. Het vormt hiermee een nieuw stadsdeelcentrum voor Eindhoven Noord.

Ook in de toekomst zorgen we ervoor dat de stad verbonden is. We werken aan veilige en schone manieren om ons te verplaatsen. Om dit te bereiken zorgen we voor nabijheid. Dit zorgt niet alleen voor een beter verbonden stad, maar ook dat we vaker kiezen voor lopen of fietsen. Alle dagelijkse voorzieningen zoals de winkel, basisschool, huisarts, apotheek en ontspanning zijn binnen een kwartier lopen of fietsen bereikbaar. De auto neemt een veel minder dominante plaats in en is niet leidend. Hierdoor wordt vervoer schoner en gezonder en neemt het minder ruimte in beslag. Daarnaast zorgen we voor een passend en veilig netwerk voor elke vervoerswijze. Binnen de ring heeft lopen en fietsen, in combinatie met het openbaar vervoer, de hoofdrol. Hubs vormen de verbindende schakels. Binnen de verblijfsgebieden, op de kortste afstanden, vormen de voetgangers het uitgangspunt. We zorgen dat dit mogelijk is door de inrichting van een fijnmazig loopnetwerk. Binnen de stad is de fiets de belangrijkste vorm van vervoer. Daarvoor wordt het netwerk van stads- en doorfietsroutes verder ontwikkeld en verbeterd. Ook met aansluitingen op de regionale doorfietsroutes.

VERDICHTINGSAS STEDEL K VERDICHTINGSAS HOOGSTEDEL K STADSDEELCENTRUM HOV BESTAAND HOV BESTAAND TOEKOMST SPOOR VERDICHTINGSAS STEDEL K STATION BESTAAND

STATION ZOEKGEBIED VERDICHTINGSAS HOOGSTEDEL K A2

STADSDEELCENTRUM HOV BESTAAND HOV BESTAAND TOEKOMST SPOOR

Voor grotere afstanden en grote vervoersstromen versterken we het HOV-netwerk. Dit doen we door de aanleg van de HOV 3 (WoensXL-Airport) naar het noordwesten, HOV 4

STATION BESTAAND STATION ZOEKGEBIED A2

19

P+R

(ontwikkel-as Zuid-West) naar het zuidwesten, de HOV 5 (DAF, Geldrop) naar het zuidoosten. Zo zijn er goede OV-verbindingen met het centraal station en hubs aan de rand van de stad. Eindhoven Centraal is hét vervoerknooppunt van de stad en daarmee de belangrijkste stadsentree.

P+R

In het noordwesten en oosten van Eindhoven nemen we zoekgebieden op voor nieuwe treinstations om het bereik van het vervoer per spoor in de stad te vergroten. Dit combineren we met slimme verstedelijking en verdichting rondom HOV-knooppunten en HOV-assen. Een nieuw aan te leggen Brainportlijn vormt een westelijke verbinding in het HOV-netwerk tussen onze economische toplocaties.

P+B

P+B

C

Het autoverkeer wordt vooral via de hoofdwegen (randweg, ring en hoofdradialen) geleid, die waar nodig voor veiligheid en afwikkeling worden verbeterd. Doorgaand autoverkeer door het centrum wordt voorkomen doordat het gebied binnen de ring in zones (sectoren) verdeeld wordt. Vanaf de ring is het mogelijk om een sector in of uit te rijden. Tussen de sectoren zelf is geen doorgaand autoverkeer mogelijk. Hierdoor blijven alle bestemmingen wel autobereikbaar voor bestemmingsverkeer. Dit noemen we het sectorenmodel. Waar het kan wordt de snelheid voor het autoverkeer verlaagd en het parkeren ruimte-efficiënt en omgevingsvriendelijk opgelost.

C P+R P+B

DOORFIETSROUTES HOV BESTAAND

C P+B

P+B

HOV TOEKOMST

P+B

BRAINPORTL N SPOOR STATION BESTAAND STATION ZOEKLOCATIE RING + HOOFDRADIALEN A2

C

ZOEKGEBIED HUBS

C

P+R

P+R P+B

DOORFIETSROUTES HOV BESTAAND

C P+B

HOV TOEKOMST

We realiseren mobiliteitshubs waar verschillende vervoerswijzen samen komen zodat je kan overstappen op gepast vervoer naar je bestemming in de stad. De hubs komen bijvoorbeeld aan de rand van de stedelijke regio, aan de autosnelwegen met een aantrekkelijke overstap in OV naar de belangrijke werkgebieden, aan de rand van de stad waar meer Park & Ride (P&R) locaties aangelegd worden. En aan de ring waar vooral Park & Bike (P&B) locaties gerealiseerd worden voor het laatste deel van je rit per fiets naar de bestemming.

BRAINPORTL N SPOOR STATION BESTAAND STATION ZOEKLOCATIE RING + HOOFDRADIALEN A2 ZOEKGEBIED HUBS P+R

In de stad vormt deelmobiliteit een belangrijk onderdeel van het mobiliteitsaanbod. Kleinschalige hubs zorgen ervoor dat iedereen een duurzaam vervoersalternatief binnen bereik heeft.

20

3.2.5 D  e Brainporteconomie krijgt ruimte op bestaande en toekomstige ­economische toplocaties Eindhoven ligt in het hart van de Brainportregio. Een innovatief ecosysteem dat zich kenmerkt door een sterke High Tech maakindustrie waar intensief samengewerkt wordt tussen overheid, bedrijven en kennisinstellingen (de triple helix). De Brainportregio heeft een aantrekkelijk vestigingsklimaat met een goede bereikbaarheid.

waar een mix van wonen, werken en groen te vinden is dicht bij een HOV-knooppunt. KnoopXL vormt de hoogstedelijke schakel tussen het centrum en de TU/e campus. Dit is bij uitstek de plek voor samenwerking tussen het bedrijfsleven en de onderwijs­ instellingen op de TU/e. Naast ruimte voor Brainport-innovaties biedt KnoopXL, net zoals Strijp- S, veel ruimte voor kantoren. Het gebied rondom Eindhoven Airport wordt opgewaardeerd naar een gemixt gebied met werken, groen en voorzieningen.

Samen met de regio werken we aan een sterk economisch systeem waarbij de vijf ­campussen (High Tech campus, Brainport Industries Campus, Strijp-T, Strijp-S en TU/e campus) een sterk voorbeeld zijn van het innovatieve werkklimaat. Nieuwe bedrijven willen zich graag vestigen en bestaande bedrijven breiden uit. Dit vraagt om ruimte in de stad en de regio voor verschillende vormen van bedrijvigheid. Regionale samenwerking is belangrijk om de bestaande economie te versterken en nieuwe bedrijven aan te trekken.

Daarnaast onderzoeken we waar werkgebieden aangelegd en uitgebreid of geïntensi­ veerd kunnen worden. Hierbij kijken we vooral naar de uitbreiding van de Brainport Industries Campus (BIC), Park Forum Oost en Esp. We behouden Trade Forum, in het westen van Eindhoven, als reservelocatie voor een (boven)regionale economische functie.

Eindhoven kiest ervoor om de Brainporteconomie te behouden en versterken. Dit doen we door het versterken van het Technologie, Design en Kennis (TDK) profiel. Regionaal maken we afspraken over de benodigde vierkante meters bedrijventerreinen, welk bedrijfsprofiel een toevoeging is en voor welke soorten nieuwe bedrijvigheid we geen ruimte willen maken in de regio. Na verkoop van de laatste kavels op het GDC zien we in Eindhoven geen ruimte meer voor het toevoegen van grootschalige logistiek. Ook zien we in Eindhoven geen ruimte voor het toevoegen van grootschalige warehousing (opslag van goederen voor verkoop of distributie) en datacenters. We versterken de bestaande campussen en grote werkgebieden en onderzoeken, net zoals in groen- en woongebieden, wat de mogelijkheden zijn voor functiemenging in deze gebieden. We hanteren hierbij het uitgangspunt: ‘mengen waar het kan, scheiden waar noodzakelijk’. De bestaande ruimte op deze terreinen wordt efficiënt benut en de bedrijven­locaties worden verduurzaamd. Daarnaast voegen we nieuwe economische toplocaties toe die de bestaande werkmilieus in de stad aanvullen. Op KnoopXL ontwikkelen we een hoogstedelijk gebied High Tech Campus Eindhoven 21

Naast het specifieke TDK-profiel heeft Eindhoven, net als iedere economisch gezonde stad, een sterk regulier midden- en kleinbedrijf (MKB) buiten de TDK-sector. Het MKB is vooral gevestigd op bedrijventerreinen verspreid door de stad. Op deze terreinen is vaak ook de perifere detailhandel zoals bouwmarkten, autohandel en tuincentra gevestigd. Omdat veel werk niet meer zo vervuilend of geluidsintensief is als vroeger, onderzoeken we de mogelijkheden om op de kleinere bedrijventerreinen verschillende functies, zoals werken, wonen en voorzieningen, te combineren. Dit kan door de functies in het gebied te mengen en door elkaar te plaatsen, maar ook door wonen, voorzieningen en werk naast elkaar te programmeren. Bij het toevoegen van functies op bedrijventerreinen is het belangrijk dat er voldoende MKBwerkruimte beschikbaar blijft. Dit kan bereikt worden door een vast percentage van het gebied als werkruimte te reserveren. Daarnaast is het juist voor het behoud van de MKBfuncties en de perifere detailhandel van belang dat de terreinen autobereikbaar zijn. Door mix van functies worden de gebieden levendiger en aantrekkelijker, terwijl de economische diversiteit en het karakter behouden blijven.

Dit vraagt om een sterke regie van de gemeente om te voorkomen dat het ­percentage (MKB) werkfuncties teveel teruggebracht wordt of dat het gebied vooral kantoren, detailhandel en horeca aantrekt. Goede voorbeelden hiervoor zijn de kanaalzone in Brussel en het gebied MacDonald in Parijs. De bestaande en nieuwe werklocaties zijn goed bereikbaar. De locaties bevinden zich in de buurt van de randweg, het Beatrixkanaal, Eindhoven Airport of het spoor. De nieuwe Brainportlijn verbindt de economische toplocaties aan de westzijde van de stad op een duurzame manier. Daarnaast wordt de mogelijkheid onderzocht voor het realiseren van een nieuw treinstation in Eindhoven Noord-West en/of in Tongelre.

22

3.2.6 De ruimtelijke structuur van de stad is herkenbaar en we voegen ­hoogwaardige architectuur toe Eindhoven is een innovatieve stad die altijd in ontwikkeling is. De stad heeft een sterke ruimtelijke structuur. Dit zien we terug in de ruimtelijke opbouw van de stad. De oude dorpskernen en dorpslinten zijn nog steeds herkenbaar als wijkcentra in de verschillende stadsdelen en de historische radialen van de stad. De wederopbouw en industrialisatie zijn zichtbaar in het verhoogde spoor, de ring en beschermde en ­karakteristieke woonbuurten. En ook aan kenmerkende gebouwen en monumenten is de opbouw van de stad herkenbaar. Zoals het historische Evoluon, het Klokgebouw en het wederopbouw­erfgoed, maar ook aan nieuwe iconen zoals de Blob, de Bunkertoren en de Hovenring.

In de wijken sluiten we aan bij het karakter en de identiteit van de wijken, zonder daarmee de situatie te bevriezen. Want het verdichten van de stad gebeurt, op kleinere schaal, evengoed in bestaande woonbuurten. Op deze manier blijft de ruimtelijke structuur van Eindhoven herkenbaar en de menselijke maat aanwezig. Zo vervlechten we de groeiende stad met de bestaande, waardoor de structuur en leefbaarheid van de stad versterkt worden. Kenmerkende gebouwen en gebieden als Strijp-S, de Kanaalzone en het Evoluon krijgen een heel andere functie, maar blijven herkenbaar als iconen in de stad. We houden de historische ontwikkeling van de stad herkenbaar door het beschermen van bestaand erfgoed en stimuleren transformatie. We voegen nieuwe hoogwaardige architectuur toe, zowel in nieuwe gebouwen als in de openbare ruimte.

Maar de identiteit van de stad vinden we niet alleen terug in de stenen, ruimtelijke opbouw en architectuur. De identiteit van de stad en de verschillende wijken wordt gemaakt door de mensen die er wonen. Bij de groei van de stad worden oud en nieuw op een goede manier met elkaar verweven. De ontwikkeling van de stad mag, net zoals eerder gebeurd is, zichtbaar blijven. Deze verstedelijking gebeurt met respect voor de stad en de identiteit van wijken en buurten, waarbij de openbare ruimte van wezenlijk belang is. Het centrum maakt een enorme verandering door. Het wordt sterk verdicht en krijgt een hoogstedelijk karakter met meer ruimtelijke kwaliteit, meer groen, meer woningen en voorzieningen. We ontwikkelen hier volgens drie typologieën: De Eindhovense laag, Brainportlaag en Speciale gebouwen. De Eindhovense laag heeft een maximale hoogte van 17,5 meter en wordt afgerond met een daklandschap dat bruikbaar is voor groen en duurzaamheid en op bijzondere plekken ook toegankelijk, voor sport en ontmoeting. De Brainportlaag wordt gevormd door hoogbouw boven de 17,5 meter in daarvoor aangewezen gebieden. De Speciale gebouwen zijn bijzondere gebouwen op bijzondere plekken. Het zijn nieuwe iconen in de Binnenstad. Kruising Frederiklaan en De Jonghlaan

23

3.3 De verstedelijkingsprincipes gekoppeld aan de ­deelambities

De groene hoofdstructuur is leidend voor de gezonde ontwikkeling van de stad. Verdichten en vergroenen gaan hand in hand. Waar gebouwd wordt, wordt groen aangelegd op de grond, gevels en daken. Het groen in de stad wordt niet alleen gebruikt voor ontmoeten, sport- en spel en recreëren, maar versterkt ook de biodiversiteit en zorgt voor verkoeling en waterberging. Om dit te bereiken versterken we de groene hoofdstructuur. We leggen meer groen aan in de stad en verbinden de groenstructuren met elkaar.

Met de ambitie en deelambities beschrijven we wat voor stad Eindhoven in 2040 wil zijn. De stedelijke opgaven ontstaan uit het verschil tussen de stad van vandaag en de gewenste stad in 2040. Ze beschrijven de opgaven die we hebben om onze ambitie te bereiken. De verstedelijkingsprincipes geven in hoofdlijnen aan hoe we die opgaven invullen en hoe we onze ambities gaan bereiken. Per deelambitie beschrijven we hoe de belangrijkste verstedelijkingsprincipes ­terugkomen. We verbeelden dit met afbeeldingen van een fictieve stad.

Voldoende ruimte voor energievoorziening is noodzakelijk. Dit doen we door voldoende ruimte te reserveren voor het opwekken, transporteren en opslaan van energie, zowel boven als onder de grond. Omdat de ruimte in de stad beperkt is ontwerpen we het energiesysteem met zo min mogelijk ruimtebeslag, combineren we functies en gebruiken we de daken. Dit doen we niet alleen voor energie. We gebruiken daken ook voor bijvoorbeeld groen, sporten en ontmoeten.

De precieze invulling van de deelambities is voor ieder gebied in Eindhoven anders, maar de afbeeldingen geven een voorbeeld hoe de uitwerking van de verstedelijkingsprincipes in een deel van de stad eruit zou kunnen zien. Op deze manier kunnen de verstedelijkingsprincipes worden uitgewerkt in gebiedsontwikkelingen en gebiedsprogramma’s.

Eindhoven is een compacte stad waar nabijheid en meervoudig ruimtegebruik het uitgangspunt zijn. De stad is zo ontworpen dat je binnen 15 minuten lopen of fietsen alle basisvoorzieningen kunt bereiken We verdichten het meest bij HOV-knooppunten, HOV-lijnen en voorzieningen. Dankzij de nabijheid van voorzieningen zullen inwoners sneller kiezen voor lopen, fietsen of het OV in plaats van met de auto te gaan.

3.3.1 D  eelambitie: Eindhoven toekomstbestendige stad, een klimaatadaptieve gezonde biodiverse en duurzame stad In 2040 is Eindhoven een compacte, gezonde, groene toekomstbestendige stad met veel nieuw groen en water, waardoor de stad klimaatbestendig is ingericht. Daarnaast wekken wewekt de stad zoveel mogelijk energie zelf op en gebruiken we geen fossiele brandstoffen voor verwarming en vervoer. Om dit te bereiken maken we in ieder geval gebruik van de volgende verstedelijkingsprincipes:

De mobiliteit zorgt voor een verbonden, ruimte-efficiënte en ­gezonde stad. Het vervoer in de stad is schoon en actief. We richten de stad zo in dat lopen en fietsen prettig en veilig is. De exacte invulling van de principes is voor ieder gebied in de stad anders, maar de onderstaande afbeelding geeft een beeld hoe de verstedelijkingsprincipes vorm kunnen krijgen om de deelambitie te bereiken. Een uitgebreide beschrijving van de verstedelijkingsprincipes staat eerder in dit hoofdstuk. 24

Eindhoven als toekomstbestendige stad: ​ een klimaatadaptieve, gezonde, biodiverse en duurzame stad.

Gevels en daken worden gebruikt Voor groen, sport, ontmoeting en energieopwekking. Nabijheid​ We verdichten bij voorzieningen en (H)OV.

Gezonde mobiliteit​ Binnen de ring hebben de voetganger en fiets de ruimte. We versterken het fietsnetwerk in de hele stad.

Versterken stedelijke en landschappelijke ­kwaliteiten​ We kiezen voor hoogwaardig groen en versterken dat. Verstedelijking en groen zijn in balans.

Versterken groene hoofdstructuur​ We verbinden de groene wiggen. De kanaalzone wordt een groen-blauwe verbinding en we brengen de Gender bovengronds.

Ruimte voor energie​ We reserveren onder en boven de grond ruimte om energie op te wekken, op te slaan en te transporteren.

25

3.3.2. Deelambitie: Eindhoven als stad voor iedereen: een sociale, inclusieve en gastvrije stad Eindhoven is een stad voor iedereen: sociaal, inclusief en gastvrij. We investeren in sociale en economische gelijkheid waarbij iedereen mee kan doen. In de wijken heerst saamhorigheid, mensen kennen elkaar en de openbare ruimte is gezond en groen en ­nodigt uit tot ontmoeting en beweging. Om dit te bereiken maken we in ieder geval gebruik van de volgende verstedelijkingsprincipes:

▪ De Brainporteconomie krijgt ruimte op bestaande en nieuwe economische ­toplocaties. We zorgen ervoor dat er binnen de stad werklocaties voor ieder niveau te vinden zijn. Naast het voor Eindhoven specifieke Techniek Design en Kennis (TDK) profiel koesteren we het sterke midden- en kleinbedrijf (MKB), de detailhandel, horeca en werk in ondersteunende voorzieningen. Waar mogelijk worden gebieden voor werken gemengd met wonen en voorzieningen.

▪ De groene hoofdstructuur is leidend voor de gezonde ontwikkeling van de stad. Verdichten en vergroenen gaan hand in hand. Waar gebouwd wordt, wordt groen aangelegd op de grond, gevels en daken. We versterken het bestaand stedelijk groen en hebben aandacht voor groenarme gebieden. We verbinden de groene gebieden in de stad (groot en klein) zoveel mogelijk met elkaar. Groen wordt gebruikt voor ontmoeten, sport en spel en recreëren. Het versterkt ook de biodiversiteit en zorgt voor verkoeling en waterberging.

▪ De ruimtelijke structuur van de stad blijft herkenbaar en we voegen hoogwaardige architectuur toe. In de wijken sluiten we aan bij het karakter en de identiteit van de wijk. Op deze ­manier blijft de ruimtelijke structuur van Eindhoven herkenbaar en de menselijke maat ­aanwezig. ▪ Een slimme verdeling zorgt voor een betrouwbare en betaalbare energie­ voorziening. Dit doen we door de energievoorraad eerlijk over de stad te verdelen. Dit draagt bij aan het beschikbaar en betaalbaar houden van energie.

▪ Eindhoven is een compacte stad waar nabijheid en meervoudig ruimtegebruik het uitgangspunt zijn. We verdichten het meest bij HOV-knooppunten, HOV-lijnen en voorzieningen. In de wijken verdichten we vooral rondom wijk- en buurtcentra. Hierdoor zijn vervoer en alle dagelijkse voorzieningen zoals de winkel, basisschool, huisarts, apotheek en ont­ spanning dichtbij. Op deze manier versterken we buurt- en wijkcentra, creëren we een plek waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en zorgen we dat de basisvoorzieningen in de buurt aanwezig blijven.

De exacte invulling van de principes is voor ieder gebied in de stad anders, maar de onderstaande afbeelding geeft een beeld hoe de verstedelijkingsprincipes vorm kunnen krijgen om de deelambitie te bereiken. Een uitgebreide beschrijving van de ­verstedelijkingsprincipes staat eerder in dit hoofdstuk.

▪ De mobiliteit zorgt voor een verbonden, ruimte-efficiënte en gezonde stad. De mobiliteit in de stad is schoon en gezond. Dankzij de nabijheid van voorzieningen is het voor inwoners makkelijker om te kiezen voor lopen, fietsen of het OV in plaats van met de auto te gaan. Binnen de stad realiseren we mobiliteitshubs waar inwoners en bezoekers over kunnen stappen op een andere vervoersvorm. Hierdoor wordt vervoer schoner en gezonder en neemt het minder ruimte in beslag.

26

Eindhoven als stad voor iedereen: ​ een sociale, gastvrije en inclusieve stad.

Gevels en daken worden gebruikt Voor groen, sport, ontmoeting en energieopwekking.

Groen is multifunctioneel​ Stedelijk groen dient meerdere functies zoals biodiversiteit, spelen, sport en ontmoeten.

Nabijheid en functiemenging​ We verdichten in het centrum bij stadsdeelcentra en bij wijk- en buurtcentra, bij voorzieningen en (H)OV

Gezonde mobiliteit​ We zetten in op gezonde mobiliteit (lopen, fietsen en (H)OV). Gezonde mobiliteit​ In de stad komen meerdere mobiliteitshubs.

Ruimtelijke structuur van de stad herkenbaar​ Verdichten gebeurt met respect voor de identiteit van wijken en buurten en met oog voor de menselijke maat.

Versterken stedelijke en landschappelijke ­kwaliteiten​ We kiezen voor hoogwaardig groen en versterken dat. Verstedelijking en groen zijn in balans. Brainporteconomie​ In een aantal gebieden werken we aan een goede mix van werken en wonen.

27

3.3.3.Deelambitie: Eindhoven als Hart van de Brainportregio: een innovatieve ­economische wereldspeler waar iedereen mee doet In 2040 heeft Eindhoven haar economische koppositie en het vestigingsklimaat in de stad versterkt. De werkmilieus floreren en vullen elkaar aan. Om dit te bereiken maken we in ieder geval gebruik van de volgende verstedelijkingsprincipes:

▪ De ruimtelijke structuur van de stad blijft herkenbaar en we voegen hoogwaardige architectuur toe. Eindhoven is een aantrekkelijke stad. Zowel in de werkgebieden als het overig stedelijk gebied. We beschermen het bestaande erfgoed en stimuleren transformatie. We voegen nieuwe hoogwaardige architectuur toe, zowel in nieuwe gebouwen als in de openbare ruimte.

▪ De groene hoofdstructuur is leidend voor de gezonde ontwikkeling van de stad. Werkgebieden worden groen ingericht. Verdichting en groen zijn in balans. We gaan zorgvuldig om met de ruimte en benutten ook gevels en daken voor energieopwekking en groen.

De exacte invulling van de principes is voor ieder gebied in de stad anders, maar de onderstaande afbeelding geeft een beeld hoe de verstedelijkingsprincipes vorm kunnen krijgen om de deelambitie te bereiken. Een uitgebreide beschrijving van de verstedelijkingsprincipes staat eerder in dit hoofdstuk.

▪ Voldoende ruimte voor energievoorziening is noodzakelijk. Binnen de stad is voldoende ruimte om energie op te wekken, te transporteren en op te slaan, zowel boven als onder de grond. ▪ De mobiliteit zorgt voor een verbonden, ruimte-efficiënte en gezonde stad. De werkgebieden zijn goed bereikbaar via water, spoor, HOV en de weg. Tussen de High Tech campus, de Brainport Industries Campus (BIC), de TU/e campus en het centraal station wordt de Brainportlijn aangelegd. In het noordwesten en oosten van Eindhoven nemen we zoekgebieden op voor nieuwe treinstations om het bereik van het vervoer per spoor in de stad te vergroten. ▪ De Brainporteconomie krijgt ruimte op bestaande en nieuwe economische ­toplocaties. We versterken de bestaande campussen en werkgebieden en voegen we nieuwe complementaire werkgebieden, zoals Knoop XL en Groots Gestel, toe. Naast het voor Eindhoven specifieke Techniek Design en Kennis (TDK) profiel koesteren we het sterke midden- en kleinbedrijf (MKB), de detailhandel, horeca en werk in ondersteunende voorzieningen. Waar mogelijk worden gebieden voor werken gemengd met wonen en voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14638378/1