Bijlage 3 - Nota van zienswijzen VVGB VDMA
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Behorende bij de vergunning gebruik in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van het realiseren van short stay eenheden en een gedeeltelijke logiesfunctie (Zaaknummer EHV-ZP2023-006000)
Gemeente Eindhoven Ruimtelijk Beleid en Ontwikkeling – Omgevingsrecht 5 februari 2025
1 Inleiding Deze nota van zienswijzen hoort bij de (aanvraag) omgevingsvergunning voor het realiseren van de functie short stay en gedeeltelijk een logiesfunctie (zaaknummer EHV-ZP2023-006000). Het ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de activiteit ‘gebruik in strijd met het bestemmingsplan’ en het besluit van de gemeenteraad van 1 oktober 2024 tot afgifte van een ontwerp verklaring van geen bedenkingen heeft van donderdag 19 december 2024 tot en met woensdag 29 januari 2025 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar te maken ten aanzien van: - het ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de activiteit gebruik in strijd met het bestemmingsplan, en - het besluit van de gemeente raad tot afgifte van een ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Kennisgeving van de terinzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het Gemeenteblad van 19 december 2024 gepubliceerd. Ook is kennisgegeven van de mogelijkheid om een digitale versie van het ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de activiteit gebruik in strijd met het bestemmingsplan te raadplegen via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. In deze nota van zienswijze is de zienswijze opgenomen en samengevat voor zover dit ziet op het besluit tot afgifte van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen.
De samenvatting heeft uitsluitend tot doel om de leesbaarheid van deze nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijze is de volledige brief voor zover deze betrekking heeft op het besluit tot afgifte van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen, betrokken. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn drie (gelijkluidende) zienswijzen ontvangen. De zienswijze is in hoofdstuk 2 van deze nota van een gemeentelijk standpunt voorzien.
2
2 Zienswijzen Ten aanzien van het besluit tot afgifte van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de functie short stay en gedeeltelijk een logiesfunctie zijn drie (gelijkluidende) zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend. De zienswijzen zijn ontvankelijk. Omdat verschillende besluiten1 voor de realisatie van fase 1 van het VDMA-terrein tegelijk zijn voorbereid en bekendgemaakt, zien de ingediende zienswijzen op onderdelen ook op andere ontwerpbesluiten dan het besluit tot afgifte van een ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor de functie short stay en gedeeltelijk een logiesfunctie. Volledigheidshalve wordt vermeld dat de onderdelen van de zienswijzen die zien op andere ontwerpbesluiten hier niet zijn opgenomen. Deze onderdelen worden behandeld bij de ontwerpbesluiten waarop het onderdeel van de zienswijze betrekking heeft. Hiervoor is het college van burgemeester en wethouders het bevoegde gezag. In verband met de privacy zijn de naam- en adresgegevens van de indieners van de zienswijzen in een aparte bijlagen opgenomen. Deze bijlage is niet digitaal beschikbaar, maar wel analoog. Zienswijzen zijn kenbaar gemaakt door: 1. Stichting Beter Eindhoven (SBE); 2. Bewoner Tramstraat; 3. Bewoner Tramstraat De onder punt 2 en 3 genoemde bewoners hebben onder andere de brief van SBE als zienswijze ingediend.
Hieronder wordt alleen een samenvatting van de zienswijzen weergegeven voor zover dit ziet op het besluit tot afgifte van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Dit betreft alleen de onderdelen onder punt 1, 10, 11, 12 en 13 van de zienswijze die door SBE is ingediend. Daarnaast worden de zienswijzen voorzien van een gemeentelijk standpunt.
1 Het gaat om de volgende besluiten: ontwerp omgevingsvergunning activiteit
‘gebruik ism het bestemmingsplan’, ontwerpbesluit verklaring van geen bedenkingen, ontwerp omgevingsvergunning activiteit ‘bouwen’ en ontwerp omgevingsvergunning activiteit ‘wijzigen rijksmonument’.
3
2.1.
Stichting Beter Eindhoven (SBE)
Procedure (punt 1 van de zienwijze) SBE geeft aan dat door een aantal rectificaties het niet duidelijk was welke tekeningen bekeken moesten worden en op welke tekeningen gereageerd kon worden. Daarnaast wordt aangegeven dat tekeningen niet altijd opvraagbaar waren via internet. Volgens SBE is het niet informeren van burgers over waarom rectificaties hebben plaatsgevonden een bestuurlijk gebrek. Verder geeft SBE aan dat participatie minimaal is geweest. Gemeentelijk standpunt Het klopt dat een aantal rectificaties heeft plaatsgevonden. Verschillende besluiten voor de ontwikkeling van fase 1 van het VDMAterrein zijn gecoördineerd behandeld. Dit betekent dat de verschillende besluiten tegelijk worden voorbereid en tegelijk bekend worden gemaakt maken. Doordat de publicatie van besluiten veelal geautomatiseerd is, wordt door het systeem automatisch bij een ontwerpbesluit een publicatie doorgezet. Hierdoor zijn de afzonderlijke ontwerpbesluiten gepubliceerd. Dit is gerectificeerd. Aan dit ‘softwaregebrek’ wordt gewerkt om dit in de toekomst te voorkomen. In de juiste publicatie in het Gemeenteblad van 19 december 20242 waren de links bij elk ontwerpbesluit naar de ter inzage gelegde stukken en tekeningen opgenomen. Er zijn tijdens de ter inzagelegging geen vragen binnen gekomen over onduidelijkheden met betrekking tot de publicatie en de ter inzage gelegde stukken.
SBE geeft aan dat de tekeningen niet altijd opvraagbaar waren via internet, maar gelet op de inhoud van de zienswijze heeft SBE wel kennis kunnen nemen van de tekeningen. Er is van SBE geen melding gekomen tijdens de ter inzage legging dat de tekeningen niet geraadpleegd konden worden. Indien een publicatie in het Gemeenteblad niet juist is of niet had moeten plaatsvinden is de juiste weg om dit in het Gemeenteblad te rectificeren. Dat is gedaan. Dit hoeft vervolgens niet gecommuniceerd te worden op de gemeentelijke website. Van een bestuurlijk gebrek is geen sprake. In hoofdstuk 6 van de ruimtelijke onderbouwing is ingegaan op de participatie. Vrij recent, in maart 2022, is het bestemmingsplan voor de herontwikkeling van het VDMA-terrein vastgesteld (bestemmingsplan III 2 Gemeenteblad 2024, 538958 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
4
Binnenstad (VDMA-terrein). In het kader van dat proces is een participatietraject doorlopen. Deze aanvraag omgevingsvergunning ziet op het toestaan van de functie short stay en gedeeltelijk logies. Deze functies hebben in vergelijking tot de functies die al zijn toegestaan op deze locatie geen wezenlijk andere ruimtelijke effecten. In het kader van participatie voor de omgevingsvergunning zijn (een afvaardiging van) omwonenden en stakeholders geïnformeerd. Stikstof (punt 10 van de zienswijze) SBE vraagt zich af of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk is gelet op de recente stikstofuitspraken. Gemeentelijk standpunt De recente uitspraken geven aan dat intern salderen niet meer mogelijk is in de voortoets. Voor dit project is geen gebruik gemaakt van intern salderen. In de ruimtelijke onderbouwing (paragraaf 4.4.1) is ingegaan op de stikstofdepositie. Hieruit volgt dat er geen significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn. Short stay eenheden en logiesfuncties (punt 11 van de zienswijze) SBE geeft aan dat juist woningen nodig zijn in dit project en geen short stay eenheden en een eventuele logiesfunctie (SBE geeft aan dat verwezen wordt naar een verouderd rapport). Volgens SBE gaan deze functies ten koste van de sociale buurtcohesie en een succesvolle planinvulling van het VDMA-terrein.
Gemeentelijk standpunt Naast het gegeven dat woningen hard nodig zijn, is er ook een grote behoefte aan short stay eenheden. In paragraaf 3.2.1 van de ruimtelijke onderbouwing is uitgebreid ingegaan op deze behoefte. De behoefte is mede onderbouwd op basis van het rapport van Decisio3, die als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing voor de functiewijziging naar short stay en gedeeltelijk logiesfuncties is opgenomen. Dit rapport dateert uit 2021, maar de analyse en resultaten die in dit rapport zijn opgenomen, zijn nog voldoende actueel. Daarnaast is in paragraaf 3.3.1 van de ruimtelijke onderbouwing uitgebreid ingegaan hoe deze aanvraag voor short stay past binnen het beleidskader short stay initiatieven (vastgesteld door de gemeenteraad op 20 september 2023)4. Ook is bij de afgifte van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen in de nadere toelichting bij het raadsvoorstel ‘Planoptimalisatie VDMA’, uitgebreid
3 Decisio, ‘Quick-scan vraag en aanbod short stay’, d.d. 8 oktober 2021. 4 Beleidskader short stay initiatieven | Lokale wet- en regelgeving
5
ingegaan op de vraag waarom short stay op deze locatie nodig en passend is. Kortheidshalve wordt naar deze onderbouwing verwezen5. Wat betreft de opmerking van SBE mbt sociale buurtcohesie en succesvolle planinvulling wordt nog het volgende opgemerkt. Zoals uit het beleidskader short stay initiatieven volgt, moet bij een nieuw initiatief voor short stay minimaal 30 meter afstand zijn tussen het nieuwe initiatief en andere short stay voorzieningen. Dit criterium geldt ook voor de minimale afstand tussen een short stay voorziening en een gesplitst of verkamerd pand. Het short stay initiatief op VDMA zal door de type short stay eenheden (hogere kwaliteit) en de kwalitatieve inpassing in het totale stedenbouwkundig plan voorkomen dat er sprake zal zijn van verstoring van de openbare orde in de omgeving. Op het VDMA-terrein vindt een mix van functies plaats. Naast short stay voorziet fase 1 ook in de realisatie van 236 woningen en de realisatie van het stadsbos van circa 3.000 m². Het VDMA-terrein is (semi) openbaar toegankelijk waardoor voldoende dynamiek in het gebied aanwezig zal zijn. Het betreft een privaat terrein dat voor ieder openbaar toegankelijk is (semiopenbaar).
Omzetten short stay/logies eenheden naar volwaardige woningen (punt 12 van de zienswijze) SBE geeft aan dat ze nergens kunnen teruglezen dat voor short stay en logies eenheden dezelfde kwalitatieve eisen gelden als voor woningen en dat deze eenheden daarom in de toekomst niet als woningen kunnen worden verhuurd/verkocht. Daarnaast geeft SBE aan dat de norm voor het fietsparkeren voor de functie short stay lager is dan voor de functie wonen. Gemeentelijk standpunt Voor de short stay eenheden wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit voor de functie wonen ten aanzien van bruikbaarheid, energiezuinigheid en gezondheid. Deze eisen zijn strenger voor de functie wonen dan voor de functie logies. Voor brandveiligheid is juist weer getoetst aan de eisen die gelden voor de functie logies omdat deze eisen strenger zijn dan voor de functie wonen. De toetsing aan voornoemde eisen is opgenomen in de rapportage Bouwbesluit en rapportage brandveiligheid. Deze rapportages maken onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ (zaaknummer EHV-ZP2023-006001).
5 De nadere toelichting bij raadsvoorstel ‘Planoptimalisatie VDMA’ is hier te
vinden (raadsvergadering van 1 oktober 2024): 24bst01198+Nadere+toelichting+bij+raadsvoorstel+Planoptimalisatie+VDMA
6
Ook de stelling van SBE dat er te weinig fietsplekken zijn bij een gebruikswijziging in de toekomst van short stay naar wonen is niet juist. Bij wijziging van een gebruiksfunctie geldt ten aanzien van de parkeernorm voor fietsen de regeling die is opgenomen in het paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021 (dit bestemmingsplan maakt sinds 2024 onderdeel uit van het omgevingsplan). Hierin is geregeld dat het wijzigen van een gebruiksfunctie (in dit geval short stay) in een andere gebruiksfunctie passend binnen de bestemming (in dit geval wonen) in strijd is met het bestemmingsplan als niet voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Coördinatieregeling (punt 13 van de zienswijze) SBE geeft aan dat de coördinatieregeling mogelijk organisatorisch en juridisch belemmerend werkt voor de realisatie van fase 1 van het VDMA-terrein. Gemeentelijk standpunt In tegenstelling tot hetgeen SBE aangeeft, zorgt gecoördineerde besluitvorming6 over de aangevraagde omgevingsvergunningen7 voor de realisatie van fase1 van het VDMA-terrein juist voor een stroomlijning van de procedures. Zo zijn de drie aangevraagde omgevingsvergunningen tegelijk voorbereid en bekendgemaakt en worden de besluiten gelijktijdig of kort na elkaar genomen. Dat zorgt juist voor een vlotte besluitvorming.
Ook voorkomt de bundeling van beslisen beroepsmomenten voor de drie aangevraagde omgevingsvergunningen dat belanghebbenden op verschillende tijdstippen steeds verschillende maar met elkaar samenhangende besluiten ter discussie kunnen stellen. Gecoördineerde besluitvorming leidt overigens niet tot overdracht van de gecoördineerde beslisbevoegdheid aan een ander bestuursorgaan. Dit betekent dat de gemeenteraad bevoegd is een besluit te nemen over de afgifte van een verklaring van geen bedenkingen (daar is deze nota van zienswijze onderdeel van). De zienswijzen op de ontwerp verklaring van geen bedenkingen worden in de afweging tot de besluitvorming over de verklaring van geen bedenkingen meegenomen. 6 Met gecoördineerde besluitvorming wordt bedoeld dat besluiten zoveel
mogelijk dezelfde voorbereiding, totstandkoming en rechtsbescherming (bezwaar en beroep) hebben. 7 De volgende vergunningen zijn aangevraagd en worden gecoördineerd behandeld: aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘gebruik ism het bestemmingsplan’ (zaaknummer EHV-ZP2023-006000), aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ (zaaknummer EHV-ZP2023006001) en aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘wijzigen rijksmonument’ (zaaknummer EHV-ZP2023-006002)..
7
Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande achten wij de zienswijze ongegrond.
2.2 Bewoner Tramstraat Zienswijze Indiener ondersteunt de zienswijze van SBE voor zover dit ziet op het onderdeel ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Indiener heeft deze zienswijze ook als zodanig ingediend. Voor de samenvatting van de zienswijze wordt verwezen naar de zienswijze van SBE onder 2.1. Gemeentelijk standpunt Voor het gemeentelijk standpunt wordt verwezen naar hetgeen is aangegeven in zienswijze 2.1. Conclusie zienswijze Gelet op de overwegingen in het gemeentelijk standpunt onder zienswijze 2.1 achten wij de zienswijze ongegrond.
2.3 Bewoner Tramstraat Zienswijze Indiener ondersteunt de zienswijze van SBE voor zover dit ziet op het onderdeel ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Indiener heeft deze zienswijze ook als zodanig ingediend. Voor de samenvatting van de zienswijze wordt verwezen naar de zienswijze van SBE onder 2.1. Gemeentelijk standpunt Voor het gemeentelijk standpunt wordt verwezen naar hetgeen is aangegeven in zienswijze 2.1. Conclusie zienswijze Gelet op de overwegingen in het gemeentelijk standpunt onder zienswijze 2.1 achten wij de zienswijze ongegrond.
8