CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Nota van zienswijzen en wijzigingen Paraplu-bp-plan Archeologie 2023

Raadsvergadering 23 januari 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023'4.174 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

gemeente Eindhoven Ruimtelijke Ordening 25 oktober 2023

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

Colofon Uitgave Gemeente Eindhoven. Ruimtelijk Beleid en Ontwikkeling, Ruimtelijke Ordening Datum 25 oktober 2023

2

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................... 3 Gemeentelijk standpunt op de zienswijze ............................................................................... 4 Bewoner Bokt 4................................................................................................................... 4 Ambtshalve wijzigingen .......................................................................................................... 9 Regels ................................................................................................................................. 9 Toelichting ......................................................................................................................... 15 Verbeelding ....................................................................................................................... 16

3

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

Gemeentelijk standpunt op de zienswijze Bewoner Bokt 4 Reclamant voert in zijn zienswijze het volgende aan. 1. In het kader van het ‘ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023’ heeft reclamant eerder een zienswijze ingediend tegen de daarin opgenomen dubbelbestemming Archeologie. Reclamant vindt het niet handig dat er naast het ontwerp bestemmingsplan voor het Buitengebied van Eindhoven nog een ontwerp paraplubestemmingsplan in procedure wordt gebracht met een vrijwel zelfde regeling voor archeologie, omdat je als burger dan wederom moet opkomen tegen dat ontwerpbestemmingsplan. De burger wordt zo door de tijd ingehaald. Het wordt het een herhaling van zetten, inclusief beroep. 2. De normen met betrekking tot de oppervlakte en diepte zijn zodanig hoog dat voor bijna iedere binnenplanse ontwikkeling een extra aanvullend onderzoek nodig is. Dat is buitenproportioneel en onredelijk. Bij het vaststellen van het beleid heeft destijds geen concrete motivering of afweging plaats gevonden met betrekking tot de gevolgen van dit beleid bij vertaling naar het bestemmingsplan. 3. Zowel in het beleid als in het bestemmingsplan zijn geen inhoudelijke argumenten te vinden om zwaardere normen met betrekking tot oppervlakte en diepte te hanteren dan gebruikelijk in de regio. Het beleid en de vertaling daarvan is onvoldoende gemotiveerd.

ln het voortraject met betrekking tot het tot stand komen van het beleid is ook niet concreet aangegeven dat de dubbelbestemmingen ook voor de bestaande bouwvlakken worden gehanteerd. 4. Vergeleken met alle 20 andere gemeenten in de MRE regio rond Eindhoven is het beleid in Eindhoven veel strenger. 5. Reclamant verzoekt de bouwvlakken, waar al bestaande directe (bouw)mogelijkheden zijn, uit te sluiten van deze dubbelbestemmingen ‘Archeologie’ de huidige binnenplanse en directe bouwmogelijkheden te behouden zonder dat een initiatiefnemer op onnodige kosten wordt gejaagd. Planologisch zijn er bestaande rechten verworven. 6. Reclamant is het eens met de dubbelbestemmingen voor gronden buiten de bestaande bouwvlakken, wat los staat van de bezwaren geuit tegen de gehanteerde normen voor oppervlakte en diepte. 7. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is niet onderbouwd. Onvoldoende is rekening gehouden met mogelijke planschadeclaims als gevolg van het toekennen van

4

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

archeologische dubbelbestemmingen aan gronden in het plangebied. 8. Reclamant verzoekt om de normen voor de dubbelbestemmingen ‘Archeologie’ met betrekking tot oppervlakte en diepte te verruimen en daarmee gelijk te trekken met het beleid van 20 andere gemeenten in de MRE regio. Reactie van de gemeenteraad Ad. 1 Het klopt dat reclamant eerder een zienswijze heeft ingediend op het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023. In dat bestemmingsplan zijn voor het perceel van reclamant eveneens de dubbelbestemmingen ‘Waarde- Archeologie 3’ en ‘Waarde-Archeologie 4’ opgenomen. De regeling in het paraplubestemmingsplan is inhoudelijk gelijk, zij het dat ten behoeve van de leesbaarheid de regeling op een aantal onderdelen tekstueel is aangepast. Op die tekstuele aanpassing ziet de zienswijze echter niet. Het is niet gebruikelijk om voor de vaststelling van het ene ontwerp bestemmingsplan een ontwerp bestemmingsplan voor een ander bestemmingsplan in procedure te brengen, waarin gedeeltelijk dezelfde (dubbel)bestemmingen worden geregeld. In zoverre kan reclamant in zijn zienswijze worden gevolgd. Verboden is het echter op grond van de Wet ruimtelijke ordening niet. Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om te besluiten over de vaststelling van een bestemmingsplan en ook wanneer hij dat doet.

In de aanleiding van de toelichting op het bestemmingsplan is aangegeven wat de reden is voor het in procedure brengen van een paraplubestemmingsplan dat het hele grondgebied van de gemeente Eindhoven betreft. Het Paraplubestemmingsplan archeologie 2023 trekt in één keer alle dubbelbestemmingen Archeologie binnen de gehele gemeente gelijk, op basis van het daartoe eerder door de gemeenteraad vastgestelde beleid. Bestemmingsplannen die nadien nog ter vaststelling aan de raad worden aangeboden, nemen de dubbelbestemmingen Archeologie over uit het dan geldende paraplubestemmingsplan, zodat de dubbelbestemmingen nadien niet meer wijzigen. Nu de Omgevingswet sinds 1 januari 2024 in werking is getreden, is het des te belangrijk om binnen de gemeente zoveel mogelijk uniforme regels te hebben. Doordat het paraplubestemmingsplan opgaat in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, is het aspect archeologie binnen het Omgevingsplan voor de hele gemeente op dezelfde wijze geregeld. Voor het bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023 betekent dit, dat de dubbelbestemmingen Archeologie zoals die in het Paraplubestemmingsplan archeologie 2023 worden vastgesteld, bij de vaststelling van dat bestemmingsplan integraal zullen worden

5

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

overgenomen, waarna ook dat bestemmingsplan op zal gaan in het tijdelijke Omgevingsplan. Ad. 2 De Archeologische verwachtingen- en waardenkaart is door de gemeenteraad vastgesteld op 21 juni 2022. De archeologische verwachtingen- en waardenkaart is juist opgesteld om als basis te dienen voor het maken van zowel een inhoudelijke als een maatschappelijke belangenafweging binnen het proces van de ruimtelijke ordening. Om die reden is het beleid verwerkt in dit bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’. Ter plaatse van het perceel van reclamant geldt grotendeels categorie 4 (hoge archeologische verwachting), waarbij een onderzoeksplicht van toepassing is bij bodemingrepen groter dan 100 m2 én dieper dan 30 cm. Deels geldt categorie 3 (terrein van archeologische waarde), waarbij een onderzoeksplicht van toepassing is bij bodemingrepen groter dan 50 m2 én dieper dan 30 cm. Op basis van het BAG-register is het aannemelijk dat de bebouwing op het perceel voor het grootste deel vóór 1980 is gerealiseerd. Op deze locatie wordt de ondergrond onder de bebouwing daarom als ‘niet verstoord’ beschouwd.

Uit de raadsvoordracht tot vaststelling van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart blijkt overigens dat de raad zich ook toen al rekenschap heeft gegeven van het feit dat de Erfgoedwet en de Omgevingswet van gemeenten verlangen dat in bestemmingsplannen en nu omgevingsplannen rekening wordt gehouden met het behoud van erfgoed, waaronder bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. Ad. 3, 4, 6 en 8 De inhoudelijke argumenten voor het stellen van de normen zijn terug te vinden in en gebaseerd op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart en de daarbij behorende bijlagen. In de Toelichting wordt gesteld: “Voor de geactualiseerde archeologische verwachtingen- en waardenkaart is gebruik gemaakt van een regionaal verwachtingsmodel, zoals die al eerder voor een groot aantal regiogemeenten in ZuidoostBrabant werd toegepast, waarbij vindplaatsen uit heel Zuidoost-Brabant zijn geanalyseerd ten opzichte van hun landschappelijke ligging. Dit zorgde voor een goed onderbouwd uitgangspunt van de verwachtingenkaart, zoals dat in de nieuwe Omgevingswet ook wordt gevraagd”. Op deze wijze heeft de gemeente Eindhoven invulling gegeven aan haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet.

Het paraplubestemmingsplan is een beleidsneutrale omzetting van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart naar een bestemmingsplan, dat opgaat in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan.

6

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

Dat in het voortraject met betrekking tot de totstandkoming van het beleid niet concreet is aangegeven dat de dubbelbestemmingen ook voor de bestaande bouwvlakken worden gehanteerd, is op zich juist maar dat was bij de vaststelling van het beleid ook geen aspect om bij stil te staan. Het onderzoek dat aan de archeologische verwachtingenen waardenkaart ten grondslag ligt, ziet immers op het hele grondgebied van de gemeente en daarmee dus ook op de bouwvlakken. Overigens zijn op het perceel van reclamant in het geldende bestemmingsplan Buitengebied geen bouwvlakken aangeduid, maar zijn uitsluitend bestemmingsvlakken opgenomen. Ook in het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023 zijn geen bouwvlakken op het perceel van reclamant opgenomen. Ad. 5 Aan dit verzoek kan niet worden tegemoetgekomen, omdat dit indruist tegen de wettelijke taak en verantwoordelijkheid die de gemeente heeft om het archeologische erfgoed te behouden. Bovendien doet de regeling geen afbreuk aan planologische rechten, de overige bestemmingen blijven immers onverkort van toepassing en worden als gevolg van het paraplubestemmingsplan niet gewijzigd. Ad. 7 Het paraplubestemmingsplan betreft een bestemmingsplan dat door de gemeente wordt gefinancierd en behoort tot de reguliere taak die de gemeente heeft in het kader van de ruimtelijke ordening/ fysieke leefomgeving.

Het paraplubestemmingsplan vervangt de regelingen waarmee het archeologische erfgoed in oudere bestemmingsplannen wordt beschermd. Op dit moment geldt nog het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Het perceel waar de woning van reclamant op staat heeft daarin de bestemming ‘Bijzondere doeleinden en/of woondoeleinden’ en kent geen beschermingsregeling voor archeologische waarden. De aangrenzende gronden met de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschappelijke waarden’ en ‘Bos en Natuur’ kennen wel een regeling die is gericht op de bescherming van archeologische waardevolle informatie in de bodem. Voor een groot gedeelte van de gemeente Eindhoven geldt dat – zelfs in de oude bestemmingsplannen zoals het Buitengebied – beperkende regelingen zijn opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed. Het is dus niet zo dat nergens beperkingen golden vanwege archeologische waarden. Voor de eventuele beperkingen die als gevolg van het paraplubestemmingsplan worden opgelegd, is het de vraag of deze tot een gegronde nadeelcompensatie/planschadeclaim aanleiding geven. Het is immers voor de gronden van reclamant in ieder geval niet zo, dat iedere te ondernemen bouw- en/of aanlegactiviteit tot een

7

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

vergunningsplicht leidt. Zo geldt binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ een bouw- en uitvoeringsverbod voor een oppervlakte waarbij meer dan 50 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld werkzaamheden plaatsvinden. Van dit verbod kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken door het college na uitvoering van archeologisch onderzoek. Voor de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt een bouw en uitvoeringsverbod voor een oppervlakte waarbij meer dan 100m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld werkzaamheden plaatsvinden. Ook van dit verbod kan worden afgeweken door het college na uitvoering van archeologisch onderzoek. Net als voor andere 'beperkingen' in het bestemmingsplan, geldt ook voor de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie’ dat er in sommige gevallen een beroep gedaan kan worden op compensatie voor planschade. De eigenaar van een onroerend goed kan een dergelijk verzoek bij de gemeente indienen op grond van artikel 15.1 Omgevingswet.

8

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

Ambtshalve wijzigingen Regels Ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’ 1. Na artikel 1.23 wordt ingevoegd: Artikel 1.24 ‘onevenredige verstoring van archeologische waarden’ Van een onevenredige verstoring is in ieder geval sprake als naar het oordeel van het college archeologische resten in de bodem bij voorkeur behouden moeten worden. Artikel 1.24 ‘oppervlakte van een bodemingreep’ wordt vernummerd tot 1.25. 2. In de leden 4.4.1, 5.4.1, 6.4.1, 7.4.1, 8.4.1, 9.4.1 en 10.4.1 onder j worden de woorden “van gebouwen,” vervangen door het woord “en”, waarna het volledige sublid komt te luiden: “het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt”. 3. Lid 4.3.1 wordt gewijzigd door onder sub a het 3e sublid dat luidt: “van een onevenredige aantasting is in ieder geval sprake als naar het oordeel van het college archeologische resten in de bodem behouden moeten worden en het treffen van technische maatregelen niet mogelijk is om aantasting te voorkomen.” te verwijderen. In sublid 1 wordt aan het einde van de zin het woord “én” toegevoegd. In sublid 2 wordt het woord “aantasting” vervangen door “verstoring”. Onder b worden aan de eerste zin toegevoegd de woorden “uit het archeologisch onderzoek blijkt dat”, waarna het volledige lid 4.3.1.

als volgt komt te luiden: a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde mits: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan;

9

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan wordt aan de omgevingsvergunning tot afwijking de verplichting verbonden tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen, tenzij het belang bij behoud van de archeologische waarden in de bodem zwaarder weegt dan het belang van de aanvrager. 4. Lid 4.4.3 “Toelaatbaarheid” wordt als volgt gewijzigd: Lid 4.4.3 wordt gewijzigd door onder sub a het 3e sublid dat luidt: “van een onevenredige aantasting is in ieder geval sprake als naar het oordeel van het college archeologische resten in de bodem behouden moeten worden en het treffen van technische maatregelen niet mogelijk is om aantasting te voorkomen.” te verwijderen. In de openingszin wordt het woord “slechts” verwijderd. In sublid 1 wordt aan het einde van de zin het woord “én” toegevoegd. In sublid 2 wordt het woord “aantasting” vervangen door “verstoring”. Onder b worden aan de eerste zin toegevoegd de woorden “uit het archeologisch onderzoek blijkt dat”, waarna het volledige lid 4.4.3 als volgt komt te luiden: a. De in lid 4.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2.

uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde, dat aan de omgevingsvergunning de verplichting wordt verbonden tot het doen van opgravingen (behoud ex situ) voorafgaande aan de werken of werkzaamheden, op basis van een Programma van Eisen, tenzij het belang bij behoud van de archeologische waarden in de bodem zwaarder weegt dan het belang van de aanvrager. 5. Lid 5.2.1 onder a en b wordt als volgt gewijzigd: Onder a. worden de woorden “minder dan 10m2” vervangen door de woorden “maximaal 10m2”, het woord “én” aan het einde van de zin wordt verwijderd. Onder b. worden na het woord “werkzaamheden” toegevoegd de

10

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

woorden “over een oppervlakte vanaf 10m2”, waarna het volledige lid 5.2.1. onder a en b als volgt komt te luiden: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 10 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 10 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 6. In de artikelen 5.3.1, 6.3.1, 7.3.1, 8.3.1, 9.3.1 en 10.3.1 wordt het woord “met” onder sub a. onder 1. verwijderd, toegevoegd wordt het woord “én”. Het woord “aantasting” onder sub a. onder 2. wordt vervangen door “verstoring”. Onder sub b. worden aan de eerste zin toegevoegd de woorden “uit het archeologisch onderzoek blijkt dat”. 7. Lid 5.4.1 wordt als volgt gewijzigd: In de eerste zin worden na het woord “oppervlakte” toegevoegd de woorden “meer dan” en worden de woorden “of meer” verwijderd waarna de volledige inleidende zin van lid 5.4.1 als volgt komt te luiden: “Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 10 m2 uit te voeren:” 8.

Lid 6.4.1 wordt als volgt gewijzigd: In de eerste zin worden na het woord “oppervlakte” toegevoegd de woorden “meer dan” en worden de woorden “of meer” verwijderd waarna de volledige inleidende zin van lid 6.4.1 als volgt komt te luiden: “Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 50 m2 uit te voeren:” 9. Lid 7.4.1 wordt als volgt gewijzigd: In de eerste zin worden na het woord “oppervlakte” toegevoegd de woorden “meer dan” en worden de woorden “of meer” verwijderd waarna de volledige inleidende zin van lid 7.4.1 als volgt komt te luiden: “Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen

11

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 100 m2 uit te voeren:” 10. Lid 8.4.1 wordt als volgt gewijzigd: In de eerste zin worden na het woord “oppervlakte” toegevoegd de woorden “meer dan” en worden de woorden “of meer” verwijderd waarna de volledige inleidende zin van lid 8.4.1 als volgt komt te luiden: “Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 250 m2 uit te voeren:” 11. Lid 9.4.1 wordt als volgt gewijzigd: In de eerste zin worden na het woord “oppervlakte” toegevoegd de woorden “meer dan” en worden de woorden “of meer” verwijderd waarna de volledige inleidende zin van lid 9.4.1 als volgt komt te luiden: “Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 uit te voeren:” 12.

Lid 10.4.1 wordt als volgt gewijzigd: In de eerste zin worden na het woord “oppervlakte” toegevoegd de woorden “meer dan” en worden de woorden “of meer” verwijderd waarna de volledige inleidende zin van lid 10.4.1 als volgt komt te luiden: “Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 25.000 m2 uit te voeren:” 13. In lid 5.4.3, 6.4.3, 7.4.3, 8.4.3, 9.4.3 en 10.4.3 wordt het woord “met” onder sub a. onder 1. verwijderd, toegevoegd wordt het woord “én”. Het woord “aantasting” sub a. onder 2. wordt vervangen door “verstoring”. Onder sub b. worden aan de eerste zin toegevoegd de woorden “uit het archeologisch onderzoek blijkt dat”, waarna het volledige lid als volgt komt te luiden: a. De in lid ….4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als:

12

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid ….4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. 14. Lid 6.2.1 onder a en b wordt als volgt gewijzigd: Onder a. worden de woorden “minder dan 50m2” vervangen door de woorden “maximaal 50m2”, het woord “én” aan het einde van de zin wordt verwijderd. Onder b. worden na het woord “werkzaamheden” toegevoegd de woorden “over een oppervlakte vanaf 50m2”, waarna het volledige lid 6.2.1. onder a en b als volgt komt te luiden: a.

het bebouwen van gronden waarbij maximaal 50 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 50 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 15. Lid 7.2.1 onder a en b wordt als volgt gewijzigd: Onder a. worden de woorden “minder dan 100m2” vervangen door de woorden “maximaal 100m2”, het woord “én” aan het einde van de zin wordt verwijderd. Onder b. worden na het woord “werkzaamheden” toegevoegd de woorden “over een oppervlakte vanaf 100m2”, waarna het volledige lid 7.2.1. onder a en b als volgt komt te luiden: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 100 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 100 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld.

13

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

16. Lid 8.2.1 onder a en b wordt als volgt gewijzigd: Onder a. worden de woorden “minder dan 250m2” vervangen door de woorden “maximaal 250m2”, het woord “én” aan het einde van de zin wordt verwijderd. Onder b. worden na het woord “werkzaamheden” toegevoegd de woorden “over een oppervlakte vanaf 250m2”, waarna het volledige lid 8.2.1. onder a en b als volgt komt te luiden: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 250 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 250 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 17. Lid 9.2.1 onder a en b wordt als volgt gewijzigd: Onder a. worden de woorden “minder dan 2.500m2” vervangen door de woorden “maximaal 2.500m2”, het woord “én” aan het einde van de zin wordt verwijderd. Onder b. worden na het woord “werkzaamheden” toegevoegd de woorden “over een oppervlakte vanaf 2.500m2”, waarna het volledige lid 9.2.1. onder a en b als volgt komt te luiden: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 2.500 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 2.500 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 18. Lid 10.2.1 onder a en b wordt als volgt gewijzigd: Onder a.

worden de woorden “minder dan 25.000m2” vervangen door de woorden “maximaal 25.000m2”, het woord “én” aan het einde van de zin wordt verwijderd. Onder b. worden na het woord “werkzaamheden” toegevoegd de woorden “over een oppervlakte vanaf 25.000m2”, waarna het volledige lid 10.2.1. onder a en b als volgt komt te luiden: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 25.000 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 25.000 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 19. Artikel 11 wordt gewijzigd door het woord “gehele” toe te voegen, waarna de gehele tekst van artikel 11 Samenloop als volgt luidt:

14

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

“Indien een bodemingreep plaats vindt op één of meerdere bouwpercelen, welke in meerdere dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie (Waarde - Archeologie 1 t/m Waarde - Archeologie 7) is of zijn gelegen, geldt de dubbelbestemming met het hoogste beschermingsniveau als beoordelingskader voor het geheel, tenzij de gronden met het hoogste beschermingsniveau voor minder dan 10% deel uitmaken van de gronden waar het gehele project betrekking op heeft.”

Toelichting Aan de toelichting worden bijlagen 6 en 7 toegevoegd. Dit betreffen de archeologische onderzoeken op grond waarvan is vastgesteld dat voor de gebieden in Meerhoven die op de verbeelding gewijzigd worden vastgesteld geen archelogische verwachtingen meer gelden.

15

Oktober 2023

nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’

Verbeelding Op de verbeelding worden verschillende deelgebieden met een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ in Meerhoven gewijzigd naar gebieden zonder archeologische verwachting. Onderstaande afbeelding uit de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan PM wordt gewijzigd naar PM

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13515456/2