CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Nota reserves voorz en weerstvermogen 2024

Raadsvergadering 17 december 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot het vaststellen van de reserveringen 2024, overige wijzigingen in reserves en voorzieningen en nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen 20245.602 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen 2024

gemeente Eindhoven Control vastgesteld Raad oktober 2024

1

Colofon Uitgave Gemeente Eindhoven Control, Kaders en richtlijnen Datum Oktober 2024

2

Inhoudsopgave Colofon

2

Inhoudsopgave

3

1 Inleiding 1.1 Introductie 1.2 Landelijk wettelijk kader 1.3 Leeswijzer 2 Kaders in één oogopslag 3 Kaders voor reserves 4 Kaders voor voorzieningen 5 Algemene kaders voor reserves en voorzieningen 6 Kaders voor het weerstandsvermogen Bijlage 1: Relevante artikelen uit het BBV

3

4 4 4 4 5 7 1110 13 15 18

1

Inleiding

1.1

Introductie

Deze nota bevat de kaders voor reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen.. Het vaststellen van deze kaders is een raadsbevoegdheid. De kaders zijn ingesteld om de raad zoveel mogelijk transparantie en grip te geven. Door goed inzicht in de reserves en voorzieningen wordt de beleidsruimte beter zichtbaar. Door te streven naar een minimaal aantal reserves, worden zo min mogelijk middelen in hun besteding geblokkeerd. Er blijven meer middelen breed inzetbaar. De kaders zijn er op toegesneden het budgetrecht van de raad maximaal tot zijn recht te laten komen. Dat betekent dat de raad blijft bepalen hoe reserves worden ingezet.

1.2

Landelijk wettelijk kader

Gemeenten hebben zich te houden aan landelijke wet- en regelgeving. Het wettelijk kader voor de gemeente, in dit verband, is de gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het BBV gaat in op de balanspresentatie van de soorten passiva, en worden de soorten reserves en voorzieningen toegelicht. Het kader voor reserves en voorzieningen wordt gevormd door artikel 42 tot en met 45 van het BBV. Daarnaast heeft de commissie BBV via notities, stellige uitspraken en richtlijnen het kader verder ingevuld.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk twee vindt u alle kaders in één oogopslag. In de hoofdstukken 3 t/m 6 worden de kaders per onderwerp toegelicht. In bijlage 1 zijn de relevante artikelen uit het BBV bijgevoegd.

4

2

Kaders in één oogopslag

In dit hoofdstuk zijn alle relevante kaders in relatie tot reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen in één overzicht opgenomen. Hoofdstuk 3 t/m 6 geven een nadere toelichting op onderstaande kaders.

Kaders voor reserves (zie hoofdstuk 3) 1. Reserves zijn een onderdeel van het Eigen vermogen. In de balans wordt

onderscheid gemaakt tussen algemene reserve en bestemmingsreserves. 2. Een bestemmingsreserve wordt ingesteld, gewijzigd en opgeheven door de raad. 3. De inzet van bestemmingsreserves met bestedingsfunctie wordt integraal bij de begroting geraamd. 4. Alle mutaties in reserves worden op één taakveld geboekt. 5. Reservering van middelen voor het volgende begrotingsjaar is alleen toegestaan indien het reserveringsvoorstel voldoet aan de criteria voor reservering. 6. Incidentele inzet van de algemene reserve kan pas plaatsvinden na integrale afweging en alleen voor het meerdere boven de norm van het weerstandsvermogen (met uitzondering van een negatief rekeningresultaat).

Kaders voor voorzieningen (zie hoofdstuk 4) 7. Voorzieningen zijn een onderdeel van het Vreemd vermogen. 8. Een voorziening wordt ingesteld en opgeheven door het college van B&W. 9. Een voorziening mag niet groter of kleiner zijn dan de verplichting of risico waarvoor ze is gevormd. Deze analyse vindt plaats bij de jaarrekening. 10. Stortingen in een voorziening zijn een last in de exploitatie; aanwendingen geschieden rechtstreeks.

Algemene kaders voor reserves en voorzieningen (zie hoofdstuk 5) 11. Het aantal reserves en voorzieningen wordt zo veel mogelijk beperkt. 12. Jaarlijks wordt bij de jaarrekening in de toelichting op de balans de aard en reden van elke reserve en voorziening en de toevoegingen, onttrekkingen/aanwendingen en vrijval ten gunste van de rekening toegelicht. 13. Jaarlijks, bij het opstellen van de jaarrekening beoordelen we de reserves en voorzieningen op toereikendheid, nut en noodzaak. 14. Aan reserves en voorzieningen wordt geen rente toegevoegd. 5

15. De rente over reserves en voorzieningen wordt berekend over de openingsbalans.

Kaders voor het weerstandsvermogen (zie hoofdstuk 6) 16.In de paragraaf weerstandsvermogen wordt de relatie gelegd tussen de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. 17. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de algemene reserve (Eigen kapitaal). 18. De norm voor de benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 10% van het begrotingstotaal (primaire begroting).

6

3

Kaders voor reserves

1. Reserves zijn een onderdeel van het Eigen vermogen. In de balans wordt onderscheid gemaakt tussen algemene reserve en bestemmingsreserves. In artikel 43 en 54 behandelt het BBV de reserves. Reserves zijn vemogensbestandsdelen die behoren tot het eigen vermogen en die theoretisch vrij besteedbaar zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen algemene reserves en bestemmingsreserves. Algemene reserve De algemene reserve vormt het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente. De belangrijkse functie is het vormen van een buffer voor onvoorziene financiele tegenvallers (risico’s), en is daarmee ook het belangrijkste onderdeel van het weerstandsvermogen. De algemene reserve wordt gevoed door resultaatbestemming. Dit betekent dat het resultaat van de gemeentelijke jaarrekening wordt toegevoegd of onttrokken aan de algemene reserve. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves worden ingesteld met een specifiek doel. Het BBV kent geen nader onderscheid tussen bestemmingsreserves. De besteding is naar tijd en omvang onzeker en er staat (nog) geen verplichting tegenover. Voor de beheersing van de bestemmingsreserves maken we wel een onderscheid naar verschillende functies: 1. bestemmingsreserves met een bestedingsfunctie: deze hebben als doel om gereserveerde middelen in de toekomst uit te geven voor een specifiek bestedingsdoel.

Jaarlijks bij de begroting worden de stortingen en onttrekkingen voor het komende jaar begroot. 2. bestemmingsreserve ter risicoafdekking (risicoreserve): deze reserves zijn ter dekking van eventueel toekomstige risico’s/claims die een substantiele impact hebben op de resultaten van de gemeente Eindhoven. Als de verwachte omvang van een risico redelijkerwijs niet kan worden geschat, mag voor het risico een reserve worden gevormd (als het risico redelijkerwijs wel kan worden geschat, moet een voorziening worden gevormd). Er worden pas middelen uit de reserve onttrokken indien het risico zich voor doet (realisatiebasis), dan wel als de reserve boven het maximum komt. De voeding vindt plaats met door de raad geoormerkte middelen, meestal ontvangen van derden die bijvoorbeeld een risicoopslag betalen. 3. bestemmingsreserves met een egalisatiefunctie: met deze reserves worden jaarlijkse fluctuaties in de lasten geegaliseerd en daardoor worden ongewenste schommelingen in de exploitatie opgevangen. Onttrekking danwel storting vindt plaats op basis van realisatie.

7

2. Een bestemmingsreserve wordt ingesteld, gewijzigd en opgeheven door de raad. Zowel het instellen van een reserve, het wijzigen, als het opheffen vraagt om een raadsbesluit. Het instellen van een reserve kan op de volgende momenten:  bij het vaststellen van de begroting. Dit moment heeft de voorkeur, maar is niet altijd te realiseren omdat enkele maanden voor aanvang van het nieuwe begrotingsjaar mogelijk nog niet alle relevante informatie beschikbaar is;  tussentijds via een afzonderlijk raadsvoorstel;  bij het vaststellen van de jaarrekening. In het raadsbesluit voor instellen van een reserve moet worden onderbouwd waarom wordt gekozen voor een reserve en niet voor een ander dekkingsmiddel. Er kan alleen een reserve worden ingesteld als er geen normaal exploitatiebudget kan worden opgenomen in de begroting.

Bij het instellen van een reserve dient de volgende informatie te worden opgenomen:  Het soort reserve: algemene reserve of bestemmingsreserve;  Het type bestemmingsreserve (bestemmingsreserve, egalisatiereserve, risicoreserve) met motivatie van het gekozen type en waarom een reserve noodzakelijk is;  Het doel en de functie waarvoor de reserve wordt gevormd;  De minimale en maximale hoogte van de reserve;  De omvang en de wijze van stortingen (voeding);  De criteria voor onttrekkingen;  In geval van bestemmingsreserve met bestedingsfunctie concreet bestedingsplan met uitgaven per jaarschijf toevoegen.  De start- en looptijd van de reserve. Het merendeel van de bestemmingsreserves heeft een bestedingsfunctie. Elke nieuwe reserve heeft een bestedingsfunctie. Alleen indien dit bij de instelling van de reserve expliciet wordt onderbouwd kan hiervan worden afgeweken. De gemeenteraad kan te allen tijde het doel of de bestemming van een reserve wijzigen. Daarvoor is altijd een raadsbesluit nodig. Indien de raad besluit tot opheffen van een reserve worden de vrijvallende middelen ten gunste van de exploitatie gebracht als algemeen dekkingsmiddel.

Begrotingswijzigingen in verband met onttrekkingen vanuit bestemmingsreserves waarvoor door de raad reeds een bestemming is gegeven, zijn formeel eveneens een raadsbevoegdheid maar zijn gedelegeerd naar het college (technische begrotingswijziging). Dit geldt ook voor begrotingswijzigingen ten laste van de saldireserve specifiek, voor zover de raad inhoudelijk en financieel in een eerder stadium reeds heeft ingestemd. Deze bevoegdheden zijn vastgelegd in de financiele verordening. Alle begrotingswijzigingen voor stortingen en onttrekkingen dienen voor 31 december van het verslagjaar genomen te zijn. Elke bestemmingsreserve kent slechts één budgethouder, analoog aan de toewijzing van bevoegdheden bij exploitatiebudgetten. 8

3. De inzet van bestemmingsreserves met bestedingsfunctie wordt integraal bij de begroting geraamd Bij het opstellen van de begroting (en eventueel gedurende het jaar via een begrotingswijziging) worden de stortingen en onttrekkingen uit bestemmingsreserves met bestedingsfunctie geraamd. De onttrekking van de reserves in de realisatie vindt conform begroting plaats. De stortingen waar mogelijk eveneens. Indien realisatie niet plaatsvindt vallen de middelen vrij in het rekeningresultaat. Uitzondering hierop vormt de bestemmingsreserve met bestedingsfunctie ‘Samen Morgen Mooier Maken’ die op realisatiebasis wordt afgewikkeld. De niet bestede middelen uit het bestuursakkoord 2022-2026 worden teruggestort in de reserve en maken geen onderdeel uit van het rekeningresultaat of reserveringsdossier. In afwijking van het instellingsbesluit dat de middelen bestuursakkoord aan het einde jaar op realisatiebasis terugvloeien naar de reserve ‘Samen Morgen Mooier Maken’ kunnen de reeds uit de reserve onttrokken maar niet-bestede middelen, waarvan de inzet in een volgend jaar noodzakelijk blijft en/of waarvan de uitvoering langer heeft geduurd, door besluitvorming bij het reserveringendossier rechtstreeks overgeheveld worden naar het volgende jaar, waardoor het restant budget direct in de exploitatie beschikbaar komt. 4. Alle mutaties in reserves worden op één taakveld geboekt.

Het is niet toegestaan om via de exploitatie stortingen in of onttrekkingen aan reserves te doen, en dus om mutaties in reserves direct op het relevante taakveld te boeken. Alle reservemutaties moeten via taakveld 0.10 lopen. Per reserve kunnen meerdere kostenplaatsen worden gebruikt. Op basis van BBV voorschriften (artikel 17 lid d en artikel 27 lid 1d) presenteren we de mutaties op de reserves per programma onderverdeeld naar taakveld.

5. Reservering van middelen voor het volgende begrotingsjaar is alleen toegestaan indien het reserveringsvoorstel voldoet aan de criteria voor reservering. Niet bestede budgetten vallen vrij bij de jaarrekening in het rekeningresultaat en kunnen door de raad opnieuw bestemd worden bij de integrale afwegingen. Het aantal reserves wordt zoveel mogelijk beperkt en reserves worden niet onnodig instant gehouden. Indien de werkelijke kosten in een boekjaar lager zijn dan de uit de reserve onttrokken middelen, of indien incidentele budgetten niet geheel besteed zijn, kan bij het reserveringendossier ( een deel van) het overtollige deel gereserveerd worden mits voldaan wordt aan de voorwaarden. Dit raadsvoorstel wordt opgesteld in het vierde kwartaal en voorgelegd aan de raad in december. Eigen middelen: Reserveringsvoorstellen voor eigen middelen dienen te voldoen aan vijf criteria: - Het budget is naar verwachting aan het einde van dit jaar nog niet op; EN 9

- Er is sprake van een meerjarige aanpak OF de uitvoering van een besluit vraagt langere tijd en blijft noodzakelijk; EN - Het budget moet betrekking hebben op projecten of incidentele budgetten; EN - Het te reserveren bedrag moet groter zijn dan € 50.000; EN - Een bedrag mag slechts één keer worden gereserveerd. OF - Het betreft niet-bestede middelen bedrijfsvoering die nodig zijn in de komende jaren om invulling te geven aan de doelstellingen van de organisatievisie en de bedrijfsvoering op een hoger plan te brengen. De reservering dient onderbouwd te zijn met een bestedingsplan. Het maximaal te reserveren bedrag betreft het saldo van alle voor- en nadelen binnen de bedrijfsvoering in het betreffende jaar. Dit criterium is alleen van toepassing op de middelen die zijn toegekend voor de periode 2020 2026. OF - Het betreft de middelen bestuursakkoord, waarvan de inzet in een volgend jaar noodzakelijk blijft en/of waarvan de uitvoering langer heeft geduurd. Via besluitvorming bij het reserveringendossier kunnen deze mddelen rechtstreeks overgeheveld worden naar het volgende jaar, waardoor het restant budget direct in de exploitatie beschikbaar komt. Zie ook kader 3.3. Middelen van derden: - Het betreft middelen van derden voor een specifiek doel, onder beheer van de gemeente Eindhoven.

Middelen waarop een terugbetalingsverplichting rust als ze niet uitgegeven zijn, komen als ‘vooruitontvangen post’ op de balans. Deze middelen worden dus niet als reserveringsvoorstel opgenomen. OF - Het betreft middelen uit een decentralisatie-uitkering gemeentefonds. Door een strikte toetsing aan de criteria, kan de raad de middelen optimaal inzetten voor de juiste prioriteiten. Indien er moverende redenen zijn om middelen, die niet voldoen aan de criteria, toch te reserveren, wordt dit expliciet bij het reserveringendossier ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.

6. Incidentele inzet van de algemene reserve kan pas plaatsvinden na integrale afweging en alleen voor het meerdere boven de norm van het weerstandsvermogen (met uitzondering van een negatief rekeningresultaat). Inzet van de algemene reserve is alleen toegestaan om incidentele tekorten of incidentele uitgaven te dekken. Structurele tekorten moeten worden afgedekt met structurele middelen door aanpassing van de begroting.

10

4

Kaders voor voorzieningen

7. Voorzieningen zijn een onderdeel van het Vreemd vermogen. In artikel 44, 45 en 55 behandelt het BBV de voorzieningen. Kenmerkend voor voorzieningen is dat ze moeten worden gevormd voor verplichtingen of risico’s. Om die reden behoren voorzieningen tot het vreemd vermogen en zijn niet vrij besteedbaar. In de regelgeving is sprake van verschillende soorten voorzieningen. 1. Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s (BBV artikel 44 lid 1a en 1b). Het gaat om verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijk in te schatten (zoals juridische claims in afwachting van een uitspraak van de rechter), en om lasten voorvloeiende uit op balansdatum bestaande risico’s waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten (zoals rechtsgedingen en reorganisaties); 2. Voorzieningen voor de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven (BBV artikel 44 lid 1d)( zoals riolen); 3. Voorzieningen ter egalisatie van kosten (BBV artikel 44 lid 1c) (zoals onderhoudskosten); 4. Voorzieningen voor ontvangen middelen van derden die specifiek besteed moeten worden (BBV artikel 44 lid 2), met uitzondering van de van Nederlandse en Europese overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek doel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

De noodzaak voor toevoegingen aan en /of bestedingen ten laste van voorzieningen behorend tot categorie 1 wordt beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden die zich voordoen bij het opstellen van de jaarstukken. De bestedingen en toevoegingen van de andere categorien zijn gebaseerd op bestedingsplannen, onderhoudsplanningen, vervangingsschema’s etc. Nadere toelichting op ‘Voorzieningen ter egalisatie van kosten (BBV artikel 44 lid 1c)’:  Een onderhoudsvoorziening mag alleen gevormd worden voor cyclisch (terugkerend) onderhoud van kapitaalgoederen zoals wegen en gebouwen. Het vormen van een voorziening is niet verplicht; lasten kunnen ook ongelijkmatig in de exploitatie worden genomen. Een onderhoudsvoorziening kan alleen gevormd worden indien een meerjaren(onderhoud)beheersplan (min. vier jaar) beschikbaar is. Dit dient periodiek geactualiseerd te worden. Het groot onderhoud en de vervanging kunnen worden gedekt uit de voorziening. De paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ in de begroting en jaarrekening geeft inzicht in het gewenste onderhoudsniveau.  Er mogen geen voorzieningen worden gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, zoals vakantiegelden en pensioen- en wachtgeldverplichtingen. Deze kosten moeten opgenomen worden in de lopende exploitatie.

Voor verplichtingen waarvan het bedrag oploopt, bijvoorbeeld voor wachtgeldverplichtingen bij personele krimp, 11

kan een voorziening gevormd worden als in de exploitatie geen rekening wordt gehouden met deze kosten. Binnen de gemeente Eindhoven zijn de voorzieningen op de passief/creditzijde van de balans gegroepeerd in de volgende categorieën (met balansrekening): (09105) Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's (BBV art. 44.1a en 44.1b), (09100) Voorziening ter egalisering van kosten (BBV art. 44.1c), (09109) Voorziening voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven (BBV art. 44.1d), (09107) Voorziening voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is (BBV art. 44.2). Ook op de actief/debetzijde van de balans staan voorzieningen. Dit zijn voorzieningen voor debiteuren en voorraden, die een waardecorrectie zijn op het betreffende actief. Binnen de gemeente Eindhoven staan o.a. de volgende voorzieningen debet op de balans: de voorziening waardevermindering voorraad grond, de voorziening duurzame waardevermindering vastgoedobjecten en de voorziening dubieuze debiteuren.

8. Een voorziening wordt ingesteld en opgeheven door het college van B&W. Voorzieningen hebben een verplicht karakter en kennen daardoor vrijwel geen beleidsvrijheid bij het instellen hiervan. Het college besluit tot het instellen van een voorziening. Bij de jaarrekening wordt inzichtelijk gemaakt welke (nieuw gevormde) voorzieningen zijn opgenomen. Hiermee komt de bevoegdheid tot het doen van uitgaven te liggen bij het college. Via de jaarrekening legt het college vervolgens verantwoording af aan de raad. Als een verplichting of risico waarvoor de voorziening is ingesteld is weggevallen, wordt de voorziening opgeheven.

9. Een voorziening mag niet groter of kleiner zijn dan de verplichting of risico waarvoor ze is gevormd. Deze analyse vindt plaats bij de jaarrekening. Een voorziening moet de omvang hebben van de betreffende verplichting of het geschatte risico. Dit houdt in, dat iedere voorziening moet zijn onderbouwd met een berekening van de achterliggende verplichting of risico. Indien er een kans is dat een risico zich zal voordoen en de omvang van het risico is niet goed in te schatten, dan kan er geen voorziening worden gevormd. Het risico moet dan worden meegenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (paragraaf w&r) bij de begroting en jaarrekening. Kans op voordoen verplichting, verlies of risico Zeker

Waarschijnlijk

Niet uit te sluiten

Ja, exact

Crediteuren

Voorziening

Paragraaf w&r

Te schatten

Voorziening

Voorziening

Paragraaf w&r

12

Omvang

Nee

Paragraaf w&r

Paragraaf w&r

Paragraaf w&r

In enkele gevallen wordt een risicoreserve gevormd in plaats van vermelding in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. In deze gevallen ontvangt de gemeente middelen van derden, die door de raad specifiek ter dekking van dit risico zijn geoormerkt.

10. Stortingen in een voorziening zijn een last in de exploitatie; aanwendingen geschieden rechtstreeks Een voorziening wordt gevormd door het doen van een storting in de betreffende voorziening. Deze storting beïnvloedt het resultaat van de exploitatie en wordt direct in de jaarrekening verwerkt. Jaarlijks bij de begroting worden ramingen opgenomen van de bedragen die in het begrotingsjaar moeten worden toegevoegd aan de voorziening om ervoor te zorgen dat de bestaande voorzieningen voldoende omvang houden om aan de onderliggende verplichtingen te kunnen blijven voldoen c.q. het bestedingsplan kan worden uitgevoerd. Deze reguliere stortingen in voorzieningen in de realisatie vinden conform begroting plaats. Indien via een begrotingswijziging incidenteel geld beschikbaar komt, wordt gestort conform begrotingswijziging. Het aanwenden van een voorziening wordt rechtstreeks ten laste van de voorziening verantwoord en blijft buiten de exploitatie. Onttrekkingen uit voorzieningen worden niet begroot omdat zij de exploitatie niet raken. Elke voorziening kent slechts één budgethouder, analoog aan de toewijzing van bevoegdheden bij exploitatiebudgetten..

5

Algemene kaders voor reserves en voorzieningen

11. Het aantal reserves en voorzieningen wordt zo veel mogelijk beperkt. Reserves en voorzieningen worden ingesteld met een duidelijk doel. Om tot een goede, overzichtelijke besluitvorming tot komen houden we het aantal reserves en voorzieningen zo beperkt mogelijk. De lasten vangen we zo veel mogelijk op in de exploitatie.

12. Jaarlijks wordt bij de jaarrekening in de toelichting op de balans de aard en reden van elke reserve en voorziening en de toevoegingen, onttrekkingen/ aanwendingen en vrijval ten gunste van de rekening toegelicht. BBV artikel 54 en 55 definieert exact welke informatie jaarlijks moet worden verantwoord en waar. Naast het saldo aan het begin en het eind van het begrotingsjaar, moet ook inzicht gegeven worden in de toevoegingen en onttrekkingen.

13

13. Jaarlijks, bij het opstellen van de jaarrekening beoordelen we de reserves en voorzieningen op toereikendheid, nut en noodzaak Jaarlijks, bij het opstellen van de jaarrekening beoordelen we de reserves en voorzieningen op toereikendheid, nut en noodzaak. Als een voorziening niet toereikend is zal een aanvullende dotatie ten laste van het resultaat moeten plaatsvinden. Indien de voorziening te hoog is, dan wel de gehele voorziening kan worden opgeheven, dienen deze middelen altijd vrij te vallen ten gunste van de exploitatie. Dit is in het kader van de resultaat bestemming. Reserves, die niet meer nodig zijn voor het doel waarvoor ze zijn ingesteld, vallen vrij. Dit wordt expliciet bij de jaarrekening besloten. Tevens wordt bij de jaarrekening de ontwikkeling van de reservepositie toegelicht. De saldi reserve specifiek bevat middelen die bij de begroting door de raad bestemd zijn voor verschillende specifiek benoemde doeleinden. Deze worden vervolgens middels een dossier beschikbaar gesteld. Wordt dit niet binnen drie jaar nadat het geld in de reserve is geoormerkt gedaan, dan vervalt dit bedrag. Bij begroting, jaarrekening en reserveringendossier wordt een totaal overzicht van alle reserves (met subtotalen) toegevoegd inclusief begeleidende toelichting.

14. Reserves en voorzieningen mogen geen negatief saldo hebben. Voorzieningen kunnen niet negatief zijn omdat ze naar beste schatting dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Er kunnen nooit meer lasten aan een voorziening worden toegerekend dat er middelen in de voorziening beschikbaar zijn. Negatieve bestemmingsreserves zijn niet toegestaan (V&A deel8, vraag 19). Het opnemen van een negatieve bestemmingsreserve geeft een kunstmatige te hoog beeld van de algemene reserve.

15. Aan reserves en voorzieningen wordt geen rente toegevoegd Vanaf 2004 is het niet langer toegestaan om rente bij te schrijven op voorzieningen (BBV artikel 45) omdat voorzieningen naar beste schatting dekkend moeten zijn voor de achterliggende verplichtingen en risio’s. Rente toevoegen aan reserves is toegestaan, maar we kiezen ervoor om geen rente toe te voegen omdat dit ten koste gaat van de beschikbare bestedingsruimte van de gemeentelijke begroting.

16. Rente over reserves en voorzieningen wordt berekend over de openingsbalans. Over reserves en voorzieningen wordt wel rente berekend op basis van het interne rente percentage, maar deze rente wordt ingezet als algemeen dekkingsmiddel. De rente wordt met ingang van 2019 berekend over de openingsbalans, dus over de 1 januari stand van de reserves en voorzieningen. In onderstaande tabel is het onderscheid tussen de reserves en de voorzieningen 14

samengevat. Reserve

Voorziening

Onderdeel van

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Verantwoordelijkheid

De raad is bevoegd.

Het college is bevoegd.

Bestemming

De raad kan bestemming wijzigen / besluiten om middelen anders in te zetten

Gebonden, slechts voor het betreffende doel aanwendbaar

Toevoeging

Het resultaat binnen de exploitatie van de baten en lasten leidt tot een storting in respectievelijk onttrekking uit de reserve.

De storting komt direct ten laste van de exploitatie.

Onttrekking

Onttrekkingen lopen via de exploitatie.

Onttrekking gaat ten laste van de voorziening en blijft buiten de exploitatie (balansmutatie)

Financiële onderbouwing

Niet verplicht; wel wenselijk

Ja, verplichte onderbouwing.

6

Kaders voor het weerstandsvermogen

17. In de paragraaf weerstandsvermogen wordt de relatie gelegd tussen de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. In artikel 11 behandelt het BBV de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is om substantiële tegenvallers op te vangen zonder direct ingrepen in de begroting te hoeven doen. Het beschikbare weerstandsvermogen wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de risico’s. De risico’s behelzen alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen (bijv. in de vorm van een voorziening) en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Alle risico’s die benoemd zijn in de paragraaf weerstandsvermogen worden gekwantificeerd (bandbreedte). Indien dit niet mogelijk is, wordt dit onderbouwd. De nota risicomanagement beschrijft hoe het risicobewustzijn binnen de gemeente Eindhoven wordt gestimuleerd, en hoe de risico’s, die de gemeente loopt, inzichtelijk worden gemaakt en zoveel mogelijk beheerst. De nota benoemd drie soorten risico’s:  externe risico’s: risico’s waar je als organisatie geen invloed op hebt zoals (natuur)rampen, economische omstandigheden, vluchtelingenstromen, wet & regelgeving vanuit het Rijk (bijv. herziening van de financiele verhoudingen);

15

strategische risico’s: risico’s die inherent zijn aan de aard van de organisatie zoals risico’s op gebied van decentralisaties, subsidieverstrekking, grondexploitaties, investeringen, samenwerkingsverbanden en overige exploitatierisico’s; te voorkomen risico’s: interne risico’s als gevolg van gedrag en risico’s die beheersbaar zijn. Ze kunnen beheerst of voorkomen worden door actieve preventie.

18. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de algemene reserve (Eigen kapitaal) De beschikbare weerstandscapaciteit is het geheel aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. De vrij beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene reserve (Eigen kapitaal). Daarmee kunnen incidentele financiele tegenvallers worden opgevangen, evenals de eerste klap van structurele financiele tegenvallers, waardoor een zorgvuldige afweging gemaakt kan worden hoe deze structurele last structureel gedekt kan worden in toekomstige boekjaren. Naast beschikbare weerstandscapaciteit is er potentiele weerstandscapaciteit bestaande uit stille reserves en onbenutte belastingcapaciteit. Deze nemen we niet op voorhand mee als beschikbare capaciteit.  Stille reserves zijn bezittingen (financiele/materiele vaste activa, voorraden) waarvan de daadwerkelijke omvang en/of het bestaan niet uit de balans blijkt. Materiele vaste activa met maatschappelijk nut zijn niet verhandelbaar; materiele vaste activa met economisch nut kunnen meestal niet worden verkocht zonder aantasting van de gemeentelijke taakuitvoering. Daar waar dit wel mogelijk is, is vaak een taakstellende verkoopopbrengst opgenomen in de begroting (bijv. verkoop panden). Deelnemingen zijn beperkt of niet verhandelbaar.

 De onbenutte belastingcapaciteit wordt veelal gerelateerd aan de mogelijkheid om de woonlasten (OZB) te verhogen, daar de afvalstoffenheffing en het rioolrecht alleen ingezet kunnen worden voor deze specifieke taak. De financiele effecten van een OZB- verhoging zijn niet direct merkbaar omdat deze pas in een nieuw begrotingsjaar kunnen worden doorgevoerd. Omdat de gemeente in de begroting 2019 de OZB tarieven fors verhoogd heeft, nemen we onbenutte belastingcapaciteit niet standaard mee als vrij beschikbare weerstandscapactiteit.

19. De norm voor de benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 10% van het begrotingstotaal (primaire begroting) Er is geen wettelijke normering voor de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de risico’s waaraan de gemeente na het treffen van beheersmaatregelen nog kan worden blootgesteld en die niet kunnen worden opgevangen in de begroting. Dit kunnen externe en strategische risico’s zijn.

16

Risico’s zijn niet te kwantificeren in één absoluut getal. Kenmerk van risico’s, die niet op de balans verschijnen, is dat ze gepaard gaan met grote onzekerheid (zowel qua financiele impact als qua kans van voordoen). Toch is het belangrijk om een relatie te leggen tussen risico’s en benodigde weerstandscapaciteit. Deze wordt gevonden door het hanteren van de norm 10% begrotingstotaal als benodigde weerstandscapaciteit. Dit bedrag ligt in lijn met het gemiddeld meerjarig berekende totaal bedrag aan externe en strategische risico’s. Onzekerheden en niet te kwantificeren risico’s worden daarbij gecompenseerd door mogelijk positieve risico’s. De norm van 10% van het begrotingstotaal beweegt mee met de omvang van de begroting en daarmee met extra risico’s uit een hogere exploitatie. Het bedrag aan externe en strategische risico’s is als volgt benaderd. Externe risico’s zijn niet opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen omdat deze niet bekend en voorspelbaar zijn. Maar indien ze zich voordoen, kunnen ze substantiele impact op de begroting hebben. Daarvoor is een basis bedrag aan weerstandscapaciteit nodig.

Daarnaast moet de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend zijn om de strategische risico’s af te dekken: juridische risico’s (claims, bezwaren, rechtzaken, onderhandelingen), projectrisico’s van het grondbedrijf, risico’s aan de inkomstenkant en overige exploitatierisico (bijv. restrisico’s binnen het sociaal domein), zoals o.a. vermeld in de paragraaf weerstandsmogen. Deze risico’s vertonen per jaar een grillig verloop. Omdat het de beschikbare weerstandscapaciteit niet binnen een jaar substantieel te verhogen is, is een meerjarig gemiddelde van de gemelde en gekwantificeerde risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen een goede graadmeter voor de benodigde weerstandscapaciteit voor strategische risico’s. Grote fluctuaties in de norm voor weerstandscapaciteit zijn niet wenselijk. Daar wordt met deze norm aan voldaan.

17

Bijlage 1: Relevante artikelen uit het BBV Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Geldend van 09-12-2017 t/m heden

Titel 2.3. De paragrafen Artikel 11 1. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. 2. a. b. c. d.

e. 3.

De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste: een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; een kengetal voor de: 1a°. netto schuldquote; 1b°. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2°. solvabiliteitsratio; 3°. grondexploitatie; 4°. structurele exploitatieruimte; en 5°. belastingcapaciteit. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het tweede lid, onderdeel d, door provincies en gemeenten worden vastgesteld en in de begroting en het jaarverslag worden opgenomen.

Titel 2.4. Het overzicht van baten en lasten en de toelichting Artikel 17 Het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat: a. per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in artikel 8, vierde lid, de raming van de baten en lasten en het saldo; b. het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen, de geraamde kosten van de overhead, het geraamde bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting en het geraamde bedrag voor onvoorzien; c. het geraamde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; d. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; e. het geraamde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d. Titel 4.4. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting Artikel 27 1

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat: a. per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in artikel 8, vierde lid, de gerealiseerde baten en lasten en het saldo daarvan; b. het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen, de gerealiseerde 18

c. d. e. 2

kosten van de overhead en het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting; het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; het gerealiseerde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d.

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat van de onderdelen genoemd in het eerste lid ook de ramingen uit de begroting voor en na wijziging.

Titel 4.5. De balans en de toelichting Paragraaf 4.5.3. Vaste activa Artikel 35 1. In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. investeringen met een economisch nut; b. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 2. Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. Paragraaf 4.5.5. Vaste passiva Artikel 43 1. In de balans worden de reserves onderscheiden naar: a. de algemene reserve; b. de bestemmingsreserves. 20. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Artikel 44 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d.

de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. 2.

Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.

3.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

Artikel 45 Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan. 19

Paragraaf 4.5.7. Toelichting op de balans Artikel 54 1. In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht. 2.

Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar; c. de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening; d. de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd; e. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 55 1. In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht. 2.

Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de toevoegingen; c. ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen; d. de aanwendingen; e. saldo aan het einde van het begrotingsjaar.

Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 2.

In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. 21. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.

Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 76 1. …. 2.

In afwijking van artikel 62, eerste lid, worden alle activa waar voor 31 december 2003 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2003 aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.

20

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14774429/1