Bijlage 3 - Inrichtingsmaatregelen
Tekst van het document
Bijlage Inrichtingsmaatregelen: De volgende inrichtingsmaatregelen worden (per perceel) uitgevoerd om de natuurpotenties en natuurkwaliteit van 84 hectare nieuw natuur optimaal te benutten: Hydrologische maatregelen Om de natuurpotenties optimaal te benutten is het van belang dat de hydrologie op orde is. Dat wil zeggen dat er zo weinig mogelijk regen- en grondwater via sloten afgevoerd wordt maar kan inzijgen en als kwel in lage delen aan maaiveld kan uittreden. Om dit te bereiken is bij de inrichting voorzien om zoveel mogelijk sloten te dempen of te verondiepen. Dit kunnen sloten zijn in of grenzend aan de in te richten percelen. Soms zijn het ook sloten buiten de in te richten percelen omdat ze invloed hebben op de hydrologie binnen het int te richten perceel. Verschralen en enten maaisel graslanden Veel graslanden zijn te voedselrijk, door agrarische bemesting in het verleden, voor ontwikkeling van soortenrijke natte schraallanden, vochtige hooilanden of kruiden- en faunarijk grasland. Om de graslanden te verschralen wordt ingezet om gedurende 10 jaar extra te maaien en het maaisel af te voeren. Het tijdstip van maaien is afhankelijk van de uitgangssituatie en eventuele broedvogels. De meest voedselrijke graslanden worden zo vroeg mogelijk in het jaar gemaaid. Naar mate de voedselrijkdom afneemt verschuift het maaitijdstip naar later in het jaar.
Waarbij rekening gehouden wordt met eventueel broedende vogels. Naast verschralen wordt voor een aantal graslanden gekozen om de soortenrijkdom te vergroten door de dominantie van grassen te doorbreken en maaisel te enten. Dit gebeurt door tijdelijke braak in het eerste jaar waarbij in droge perioden verschillende keren de grasmat geëgd wordt zodat er een open vegetatiestructuur ontstaat. Vervolgens wordt maaisel opgebracht van soortenrijke graslanden uit de omgeving. Inrichten akkers Verschillende percelen worden al langer door de gemeente op een extensieve manier als akker beheerd. Op plaatsen waar dat historisch verantwoord is (hoge en lage enkeerdgronden bijvoorbeeld) of op plaatsen waar nog akkerkruiden groeien wordt ervoor gekozen om dit beheer voort te zetten. Om de natuurkwaliteit van de akkers te verhogen wordt ingezet op een tijdelijke braaklegging waarbij meerdere keren per jaar geëgd wordt om de akkeronkruiden te bestrijden. Daarnaast wordt samenwerking gezocht met akkerspecialisten van natuurbalans voor begeleiding, beheeradviezen en leveren van zadenmengsels voor akkerkruiden. Aanplant struweel Voor ontwikkeling van kruiden- en faunarijke graslanden wordt van de gemeente verwacht dat er minimaal 5% van de oppervlakte aan landschapselementen aangelegd wordt.
In het verleden zijn door de gemeente Eindhoven veel struweelsingels, poelen en houtsingels aangelegd waardoor ruimte voor nieuwe aanleg beperkt is en de noodzaak ook niet hoog is. Waar mogelijk worden nieuwe singels aangelegd of bestaande singels versterkt. Dunning Op de oevers van een waterplas en op zeer natte terreindelen zal een dunning plaatsvinden. Deze dunning zorgt voor meer structuur en licht, waarbij ook het doeltype Moeras tot ontwikkeling kan komen. Verwijderen opslag Door de aanwezigheid van gewenste soorten voor het doeltype Kruiden- en Faunarijk grasland, is het verwijderen van de opslag benodigd om dit doeltype verder te ontwikkelen.