CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - GGD BZO Wijziging GR

Raadsvergadering 16 juni 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze op diverse stukken van de GGD BZO13.472 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

“Met de toevoeging van ‘Nu Niet Zwanger’ aan het basisaanbod wordt dit programma regionaal aangeboden en bekostigd uit de inwonersbijdrage van de deelnemende gemeenten.”

Naast de gezamenlijke taken voert de GGD op contractbasis andere taken uit voor de deelnemers. De taken dienen te passen binnen de algemene doelomschrijving van de GGD.

De afname van contracttaken is vrijwillig en deze worden individueel door de afnemende gemeenten gefinancierd. Het onderscheid in gezamenlijke taken en contracttaken is ook relevant voor de afspraken die men wil maken over het dragen van financiële risico’s en het dragen van frictiekosten. Het is de GGD ook toegestaan contracten af te sluiten met niet deelnemende gemeenten of met derden over het uitvoeren van taken die passen binnen de doelstelling van de GGD. Een voorwaarde voor het accepteren van contracttaken ten behoeve van niet deelnemers is dat de dienstverlening aan derde partijen niet ten koste mag gaan van de dienstverlening aan de vaste deelnemers. Zo mag de GGD de taken alleen uitvoeren indien dat voor de deelnemers geen nadelige financiële consequenties heeft. Het spreekt voor zich dat in voorkomende gevallen ook rekening dient te worden gehouden met aanbestedingswetgeving. In het derde lid is zeker gesteld dat de GGD niet eigenstandig het (gezamenlijke) takenpakket kan wijzigen. Hier dient besluitvorming van de deelnemers onder te liggen, in de vorm van een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling. Voor die wijziging hebben de deelnemers toestemming nodig van hun raad. In het vierde lid is tot slot vastgelegd dat bij de uitvoering van de (gezamenlijke) taken ruimte is voor maatwerk.

De intensiteit van afname van gezamenlijke taken kan per deelnemer verschillen. Dit is mede afhankelijk van incidenten, door de GGD gepresenteerde keuze in het aanbod e.d. Artikel 5 - Bevoegdheden

In dit artikel is een algemene bevoegdheidsomschrijving gegeven die aansluit bij de Wet. Gehandhaafd is de bepaling dat in de Gr beperkingen kunnen worden gesteld aan bevoegdheden die de deelnemers overdragen aan het openbaar lichaam. Het eerste lid van artikel 5 geeft daar uitvoering aan. De GGD heeft geen verordende bevoegdheid, behalve als het gaat om aangelegenheden die de eigen bedrijfsvoering betreffen. Voorbeelden zijn een archiefverordening, klachtenregeling, financiële verordening en een aanvullende regeling voor de rechtspositie van het personeel. Voor het overige is de GGD een uitvoerende dienst, waaraan alleen collegebevoegdheden kunnen worden toegekend. In de sporadische gevallen dat de GGD rechtens bindende besluiten moet nemen, doet zij dat, v oor zover het gemeentelijke taken betreft, op basis van een expliciet mandaatbesluit. Dat is geregeld in het vijfde lid. De leden 2 tot en met 3 benoemen een aantal die ingevolge de Wgr. aan het Algemeen Bestuur van een openbaar lichaam toevertrouwd kunnen worden indien de Gr die mogelijkheid biedt. Het vierde lid stelt zeker dat aan het Dagelijks Bestuur de bevoegdheid toekomt om met andere publiekrechtelijke rechtspersonen een overeenkomst af te sluiten over het over en weer inzetten van personeel voor uitvoering van de zogenaamde PIOFACH -taken.

De GGD kan mede op deze wijze voldoen aan de wens van de gemeenten om de ambtelijke organisatie volgens het ‘lean and mean’ principe in te richten.

Speciale vermelding verdient het uitvoeren van taken door de GGD op het gebied van leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De colleges van de gemeenten hebben met toestemming van hun raden besloten deze taken over te dragen aan het Dagelijks Bestuur van de GGD.

De gemeenschappelijke regeling is met het oog hierop in 2017 voor een derde maal gewijzigd. In tegenstelling tot de taken die de GGD uitvoert op grond van artikel 4, eerste lid, onder a tot en met d, en het tweede lid, van de gemeenschappelijke regeling, is in dit geval sprake van taakoverdracht, dus van delegatie. De colleges hebben aan het Dagelijks Bestuur van de GGD al hun bevoegdheden overgedragen die hen op grond van de Leerplichtwet, artikel 118h van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b van de Wet op de expertisecentra. Concreet komt die overdracht neer op het uitvoeren van de volgende taken: a.

Het bespreken met de colleges van aangelegenheden die de coördinatie, planning en uitvoering van de taken op het gebied van de leerplichten voortijdig schoolverlaten betreffen

b.

Het uitoefenen van de bevoegdheden die de colleges toekomen op grond van de leerplichtwet, artikel 118h van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b van de Wet op de expertisecentra

c.

Alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die met de uitoefening van bevoegdheden als bedoeld onder b, gepaard gaan

Meest in het oog springende handeling is het aanbesteden en inkopen van een geautomatiseerd systeem waarin de gegevens worden geregistreerd en geraadpleegd, als bedoeld in de Leerplichtwet en de overige genoemde wetten.

Artikel 6

Organen

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 7

Samenstelling Algemeen Bestuur

Onderwerp van deze gemeenschappelijke regeling is de uitoefening van collegebevoegdheden. Op grond van de wet kunnen alleen leden van het college van burgemeester en wethouders lid zijn van het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam. Elk college kan een lid voor het Algemeen Bestuur aanwijzen. Ook dient er per gemeente een plaatsvervangend lid aangewezen te worden. Op deze manier is men steeds verzekerd van de bestuurlijke betrokkenheid van de deelnemende gemeente bij het bestuur over het openbaar lichaam.

Artikel 8

Werkwijze Algemeen Bestuur

In de wet is geregeld dat het Algemeen Bestuur een reglement van orde vaststelt. In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: •

vaststellen vergaderschema

•

opstellen agenda, uitnodiging c.q. kennisgeving vergadering en verslaglegging

•

wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming

•

handhaving van de orde tijdens de vergadering

•

besloten- c.q. openheid van vergadering. In beginsel zijn de vergaderingen openbaar

Onder voorwaarden kan besloten worden tot een besloten vergadering. De onderwerpen waarover niet in een besloten vergadering kan worden beraadslaagd of besloten, zijn limitatief opgesomd in het vierde lid. De verwijzing naar de artikelen uit de Gemeentewet hebben betrekking op het functioneren van de gemeenteraad (b.v. ordehandhaving, onthouden van deelname aan stemmingen). In de Wgr. wordt de gemeenteraad gelijk gesteld aan het Algemeen Bestuur.

De vergaderfrequentie van het Algemeen Bestuur is gebonden aan het wettelijke minimum van twee keer per jaar. Bij die gelegenheden wordt over de begroting respectievelijk jaarrekening beraadslaagd. Het tweede lid kent een procedure voor het houden van meer vergaderingen. Doorgaans zal het bijeenroepen van het Algemeen Bestuur op instigatie van het Dagelijks Bestuur gebeuren. In de praktijk vergaderen DB en AB ca. 5 keer per jaar.

Artikel 9

Besluitvorming

Het Algemeen Bestuur bestaat uit 21 leden. Dat is inclusief de stemmen van het Dagelijks Bestuur. Ingevolge de monistische opzet van de Wet, behoren de leden van het Dagelijks Bestuur tot het Algemeen Bestuur.

Bij de besluitvorming geldt het principe van ‘one man one vote’. Uitzondering hierop is de besluitvorming over de begroting, begrotingswijzigingen en jaarrekening. Over die dossiers beslist het Algemeen Bestuur met gewogen stemmen.

Artikel 10

Bevoegdheden

In de wet bepaald dat de bevoegdheden bij de regeling worden overgedragen aan het Algemeen Bestuur tenzij bij de wet of in de regeling anders is bepaald. In artikel 33 van de Wgr zijn bevoegdheden opgesomd die in elk geval behoren bij het Dagelijks Bestuur. Met het toekennen van eigen bevoegdheden aan het Dagelijks Bestuur is een duaal element in de onderlinge verhouding van het geleed bestuur van een openbaar lichaam toegevoegd. Bij het toekennen van bevoegdheden aan het Dagelijks Bestuur heeft de wetgever zoveel mogelijk aangesloten bij de collegebevoegdheden zoals die zijn omschreven in artikel 160, van de Gemeentewet. Zo is het Dagelijks Bestuur nu bevoegd om regels te stellen over de organisatie van het openbaar lichaam en over de rechtspositie van de e igen medewerkers. Voorheen lagen die bevoegdheden bij het Algemeen Bestuur.

Artikel 11

Geheimhouding

Bepaling is gelijk aan bepalingen uit de Gemeentewet die gelden voor raadsvergaderingen (artikel 25, van de Gemeentewet).

Artikel 12

Samenstelling Dagelijks Bestuur

De gemeenten Eindhoven en Helmond hebben volgens gewoonterecht standaard een vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur ervoor gekozen dat de volgende clusters van gemeenten een vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur hebben: De Peel, De Kempen, A2-gemeenten, Dommelvallei Plus en het cluster Best-Oirschot-Veldhoven.

Op grond van artikel 14 derde lid Wgr mogen de leden van het Dagelijks Bestuur nimmer de meerderheid uit maken in het Algemeen Bestuur. Met deze bepaling is uitdrukkelijk rekening gehouden bij de samenstelling van het Dagelijks bestuur en bij het toebedelen van stemgewicht. De ratio van deze bepaling is dat de verantwoordingsplicht van het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur anders volkomen illusoir zou worden.

Artikel 13

Taak Dagelijks Bestuur

Naast de vaste portefeuilles van voorzitter en plaatsvervangend-voorzitter is er tenminste een portefeuillehouder financiën. Daarnaast kunnen er meer portefeuilles worden gevormd. Combinatie van portefeuilles is mogelijk.

Artikel 14

Bevoegdheden Dagelijks Bestuur

Dit artikel behoeft door de letterlijke vertaling van de wettelijke bepalingen ter zake geen toelichting. Verwezen wordt naar het gestelde bij artikel 10.

Artikel 15

Vergaderingen Dagelijks Bestuur

De bepalingen in de Gemeentewet betrekking hebbende op stemmingen en het functioneren van het college van burgemeester en wethouders zijn van overeenkomstige toepassing. De vergadering van het Dagelijks Bestuur vinden plaats achter gesloten deuren. Het Dagelijks Bestuur stelt een regelement van orde op dat aan het Algemeen Bestuur wordt toegezonden.

Artikel 16

Geheimhouding

Identiek aan het gestelde onder artikel 11, met dien verstande dat de bepaling een analoge toepassing is van artikel 55, van de Gemeentewet.

Artikel 17

Voorzitter, plaatsvervangend-voorzitter

De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur aangewezen op grond van het bepaalde in artikel 13 negende lid Wgr. Het aanwijzen van een externe voorzitter is onder vigeur van de gewijzigde WGR niet langer mogelijk. De voorzitter van het Algemeen Bestuur is tevens voorzitter van het Dagelijks Bestuur (artikel 13 lid 9 juncto artikel 14 lid 1 Wgr). Vervanging geschiedt door en uit het Algemeen Bestuur.

Artikel 18

Secretaris

Uitgegaan wordt van de situatie dat het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur worden bijgestaan door een bestuurlijk secretaris met als aandachtsgebied de bewaking van de bestuurlijke, juridische en financiële kaders waarbinnen het openbaar lichaam moet functioneren. De secretaris is afkomstig van een van de deelnemende gemeente en maakt deel uit van het Dagelijks Bestuur. De secretaris ondertekent mede de stukken die van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur uitgaan.

Artikel 19

Bestuurscommissies

Omwille van korte heldere bestuurlijke lijnen dient terughoudend omgegaan te worden met het instellen van het zware instrument van bestuurscommissies. Voor de volledigheid is deze optie toch in de regeling opgenomen Het Algemeen Bestuur dient ingevolge artikel 25 eerste lid Wgr het voornemen om een functionele bestuurscommissie in het leven te roepen te melden bij de raden van de deelnemende gemeenten en hen in de gelegenheid stellen hun wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het Algemeen Bestuur.

Artikel 20

Commissies van advies

Raadsleden kunnen in een collegeregeling geen lid zijn van een adviescommissie. De instelling van vaste commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur en aan de voorzitter geschiedt door het Algemeen Bestuur. Andere commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter worden ingesteld door het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter.

Artikel 21

Werkgroepen, overlegvormen

Het gaat hier om informele overlegvormen, die als zodanig niet zijn benoemd in de Gemeentewet. Genoemde overlegvormen kunnen een rol spelen bij de beleidsvoorbereiding of beleidsuitvoering. Bekend voorbeeld zijn de portefeuillehouders overleggen.

Artikel 22

Tegemoetkoming

Uitgangspunt is dat zo min mogelijk bestuurskosten ten laste van het openbaar lichaam worden gebracht. Denkbaar is dat in incidenteel gevallen een uitzondering gemaakt moet worden op deze hoofdregel. In een op te stellen verordening zal dit uitgewerkt moeten worden.

Artikel 23

Majeure dossiers

De gemeenschappelijke regeling is een collegeregeling. Bewust is ervoor gekozen om geen bevoegdheden van de gemeenteraden in te brengen. Om de inhoudelijke betrokkenheid van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten te borgen is een voorhangprocedure opgenomen met betrekking tot dossiers die het predicaat majeur verdienen. Het gaat dan over dossiers met een grote politieke of bestuurlijke impact. Te denken valt aan een andere opzet van de financiële of bestuurlijke structuur van de GGD. Voor zover die binnen de grenzen van de Gemeenschappelijke regeling gewijzigd kunnen worden, verdient het aanbeveling dat de colleges vooraf het gevoelen van hun gemeenteraad inwinnen alvorens daarover een besluit in het Algemeen Bestuur te nemen.

Het blijft een kwestie van inschatting in hoeverre een dossier gekwalificeerd moet worden als majeur. Bedacht dient te worden dat een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling in ieder geval al onderhevig is aan het toestemmingsvereiste van de lokale raden en dat die regeling al een uitgebreide inspraakprocedure kent voor met name genoemde dossiers. Te noemen valt de vaststelling van de jaarlijkse begroting, deelname aan privaatrechtelijke rechtspersonen en het instellen van een bestuurscommissie. Er is afgezien van het creëren van een afzonderlijke procedure voor het bestempelen van een dossier als ‘majeur’. Het is het Algemeen Bestuur dat hierover met gewone meerderheid beslist.

Artikel 24

Interne inlichtingenplicht en verantwoordingsplicht lid Dagelijks Bestuur

De artikelen 24 tot en met 26 zijn aangepast als gevolg van de wijziging van de Wgr.

Artikel 25

Meerjarige beleidsvisie

De GGD kent sinds 2018 een meerjarige beleidsvisie. De wet biedt de mogelijkheid om andere voorgenomen besluiten dan het vaststellen van de begroting of een begrotingswijziging voor een zienswijze aan raden voor te leggen. De meerjarige beleidsvisie is een belangrijk sturend document waaraan gemeenten (colleges en raden) kaders en doelstellingen kunnen verbinden.

Artikel 26

Passieve informatieplicht

Artikel 26 spiegelt met artikel 17 van de Wgr. De externe inlichtingenplicht betreft het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur en de voorzitter als bestuursorganen. Zij verschaffen de deelnemers en de raden de door die bestuursorganen gevraagde inlichtingen. Eenzelfde externe verplichting heeft het lid van het Algemeen Bestuur jegens het college dat hem heeft aangewezen en jegens de raad van de gemeente waar hij lid van het college is.

Artikel 27

Actieve informatieplicht

De Wet Open Overheid stelt kaders voor de actieve informatieplicht van een openbaar lichaam. Hieraan is in deze GR invulling gegeven door de vergaderstukken van het Algemeen Bestuur openbaar te maken via de website van de GGD. Vanaf 19 juni 2023 wordt het mogelijk om een koppeling tussen de GGD website en de WOO -index zodat deze vergaderstukken ook via dit landelijke systeem voor iedereen toegankelijk is.

Artikel 28

Verantwoordingsplicht AB-lid

Dit artikel spiegelt met artikel 16 Wgr, dat ingevolge artikel 18 Wgr eveneens van toepassing is op collegeregelingen. De verantwoordingsplicht kan naar zijn aard alleen betrekking hebben op afzonderlijke leden van het Algemeen Bestuur jegens het ‘eigen’ college of de raad. Het Algemeen Bestuur als zodanig legt geen verantwoording af aan de deelnemers en raden. Dit heeft te maken met de autonome positie van het Algemeen Bestuur.

Zij neemt in staatsrechtelijk opzicht een eigen positie in en is niet ondergeschikt aan de deelnemers en raden. De wijze waarop een individueel AB-lid verantwoording aflegt een college en raad is een interne aangelegenheid binnen een gemeente.

Artikel 29

Overige zienswijzen

Dit artikel is toegevoegd n.a.v. de wetswijziging in 2022 waarin de wet het bestuur van een openbaar lichaam de mogelijkheid biedt om andere voorgenomen besluiten dan het vaststellen van de begroting ed. voor een zienswijze voor te leggen aan colleges en raden.

Artikel 30

Informatieplicht rekenkamer(commissies)

Door expliciete vermelding van deze medewerkingsplicht kunnen de lokale reken(commissies) hun onderzoeksterrein uitbreiden naar het openbaar lichaam. Zij ontlenen hun bevoegdheid daartoe aan de Gemeentewet, in het bijzonder aan de artikelen 184, lid 1, onder a. Het is het openbaar lichaam, niet toegestaan een eigen rekenkamer(commissie) in te stellen. De Wgr kent die mogelijkheid niet.

Artikel 31

De directeur publieke gezondheid

De Wpg bepaalt dat aan de leiding van de GGD een directeur publieke gezondheid staat. De Wgr bepaalt voorts dat het Algemeen Bestuur de directeur benoemt. Zij kan die bevoegdheid niet overdragen aan bijvoorbeeld het Dagelijks Bestuur. Bij de benoeming betrekt het Algemeen Bestuur, het bestuur van de Veiligheidsregio, aangezien de directeur publieke gezondheid ook het GHOR-bureau functioneel aanstuurt. De Wgr spreekt over overeenstemming. Dit impliceert dat de Veiligheidsregio dient in te stemmen met de benoeming.

Artikel 32

Organisatie

Het stellen van regels over de organisatie was voor de wetswijziging voorbehouden aan het Algemeen Bestuur. Sinds 1 januari 2015 is deze bevoegdheid overgeheveld naar het Dagelijks Bestuur. Om die reden spreken we niet meer van een organisatieverordening, maar van een organisatiebesluit.

Artikel 33

Personeel

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 34

Rechtspositie personeel

Het stellen van aanvullende regels over de rechtspositie van het personeel van de GGD is sinds 1 januari 2015 een bevoegdheid van het Dagelijks Bestuur. In de Gr is alleen vastgelegd dat de CAO/SGO en de CAO/Ambulancezorg van toepassing zijn op het GGD personeel. Het vaststellen van de CAO’s zelf gebeurt op landelijk niveau door akkoord tussen werkgevers en werknemers.

Artikel 35

Financiële informatieplicht

Dit artikel vloeit voort uit het bepaalde in artikel 34b Wgr.

Artikel 36

Begroting

De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn ook van toepassing verklaard op de gemeenschappelijke regelingen. Ook het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is van toepassing. De ontwerpbegroting wordt zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten met welke producten verband houden. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting minimaal 12 weken (was 8) voordat zij wordt vastgesteld toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten conform het bepaalde in artikel 35 Wgr. Binnen die periode zijn de colleges in de gelegenheid het gevoel van de gemeenteraad in te winnen.

Het Dagelijks Bestuur stuurt de vastgestelde begroting toe aan gedeputeerde staten vóór 15 september in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. Voorheen was dat 1 augustus. De termijn waarop de begroting uiterlijk moet zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur stelt gemeenten in staat de uitgaven die gemoeid zijn met het openbaar lichaam in de eigen begroting te verwerken. Het gaat immers om verplichte uitgaven ex artikel 193 Gemeentewet. Nieuw opgenomen zijn de leden 4 t/m 6 die voortvloeien uit de wetswijziging 2022.

Artikel 37

Jaarrekening

Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 10 juli in het jaar volgend op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft. De jaarrekening wordt na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant en aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden. De totstandkoming van de jaarstukken bij de GGD loopt parallel aan die bij gemeenten. Dit laat de informatiebehoefte van onze deelnemers onverlet. Vandaar dat de 4GR middels een uitgewerkt format de benodigde gegevens zo snel mogelijk verstrekken d.w.z. uiterlijk op 1 maart volgende op het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben.

Hiermee wordt geborgd dat de deelnemers tijdig en eenduidig van de voor de jaarstukken benodigde informatie worden voorzien. In de praktijk stelt het AB de jaarrekening bij voorkeur in maart vast inclusief de bestemming van het exploitatieresultaat.

Artikel 38

Verdeling der kosten

Voor de kosten van de gemeenschappelijke basistaak Jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen betalen gemeenten een bijdrage per kind. We zien dat als een verbijzondering van de inwonerbijdrage (kinderen zijn ook inwoners). De Algemene bijdragen vloeien voort uit specifieke afspraken met één of meerdere gemeenten en die zij ieder jaar aan de GGD betalen. Te noemen vallen onder meer: •

Bij de fusie in 2008 is overeengekomen dat de gemeente Eindhoven de kosten van de uitloopschaal van medewerkers die van de GGD Eindhoven in de fusie zijn ingebracht zal blijven betalen. Dat wordt jaarlijks berekend en door Eindhoven betaald

•

Gemeenten bepalen zelf hoe zij de onderzoeklocaties voor JGZ willen organiseren. De ene gemeente regelt en betaalt dat helemaal zelf en de ander laat dat aan de GGD over en vergoedt de kosten dan aan de GGD

•

Over frictiekosten kan nog het volgende worden vermeld. Frictiekosten voor gemeenten hebben zich tot nu toe altijd alleen maar voorgedaan als een langjarige/structurele opdracht van ‘enige omvang’ beëindigd wordt, met name omdat daar vaak vast personeel met specifieke kennis op is ingezet die je niet zo gemakkelijk kunt herplaatsen

Of er sprake is van frictiekosten en hoeverre die voor rekening van de betreffende gemeenten komen, zal voorafgaand aan de taakbehartiging situationeel/afhankelijk van de omstandigheden door het AB worden bepaald. Relevante omstandigheden zijn de situatie op de arbeidsmarkt, krijgt de GGD tegelijkertijd nieuwe opdrachten, worden er tegelijkertijd meerdere opdrachten beëindigd?

Artikel 39

Verplichte uitgaven

De kosten voortvloeiend uit deelname aan een gemeenschappelijke regeling zijn voor de deelnemers verplichte uitgaven als bedoeld in artikel 193 Gemeentewet. Als de gemeenteraad deze kosten niet opvoert als uitgaven in de programmabegroting gebeurt dat door gedeputeerde staten. Deelname aan het openbaar lichaam is daarom geen vrijblijvende aangelegenheid. De deelnemende gemeenten zijn samen en ieder voor zich verantwoordelijk voor het openbaar lichaam GGD.

Artikel 40

Financiële gegoedheid

Het openbaar lichaam zal bancaire relaties moeten aangaan. Deze bepaling is op verzoek van de Bank Nederlandse Gemeenten opgenomen. De bank verkrijgt hiermee de zekerheid dat het openbaar lichaam alle maatregelen zal nemen om de gemeenten aan hun verplichtingen te laten voldoen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in een circulaire uit 1999 aangedrongen op het opnemen van deze bepaling in gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 41

Financiële voorschriften

De verordenende bevoegdheid als genoemd in dit artikel wordt ontleend aan de Gemeentewet hoofdstuk XIV -artikelen 212 en 213. In artikel 4 tweede lid van de regeling is deze verordende bevoegdheid van het Algemeen Bestuur exclusief benoemd.

Artikel 42 t/m 47

Archiefzorg en -beheer, archiefbewaarplaats, toezicht en verantwoording

Het DB draagt zorg voor het archief van de GGD en de GGD-directeur is belast met het beheer. De archiefbepalingen in deze GR zijn aangepast conform de door het LOPAI aangereikte modelparagraaf. In de regio Brabant-Zuidoost is het Regionaal Historisch centrum Eindhoven (RHcE) aangewezen als archiefbewaarplaats. De streekarchivaris heeft een toezichthoudende rol en rapporteert aan het DB. Het DB legt verantwoording af aan het AB wat betreft de archiefzorg.

Artikel 48

Evaluatie van de regeling en het beleid

De wet schrijft voor dat in de GR afspraken worden vastgelegd over de evaluatie van de regeling. Hiervoor is een ruime bepaling opgenomen waarin uiteindelijk het Algemeen Bestuur bepaalt wanneer, met welke reikwijdte en op welke wijze de evaluatie plaatsvindt. Het Algemeen Bestuur rapporteert over de resultaten van de evaluatie met colleges en raden. Het Algemeen Bestuur kan inwoners in de regio betrekken bij de evaluatie en het beleid. Het Algemeen Bestuur heeft de intentie om elke bestuursperiode te evalueren, bij voorkeur in het derde jaar van de bestuursperiode. In de praktijk voert de GGD daarnaast regelmatig klanttevredenheidsonderzoeken uit waarin aan klanten van de GGD vragen worden gesteld over de geleverde diensten. Verder heeft de GGD een digitaal klantenpanel waaraan regelmatig vragen worden voorgelegd.

Artikel 49

Toetreding

Een gemeenschappelijke regeling dient regels te bevatten over toetreding. De bepaling van de condities bij toetreding wordt bepaald door het Algemeen Bestuur in overleg met de toetredende gemeente. Toetreding veronderstelt wijziging van deze gemeenschappelijke regeling. Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling van de GGD is een vrijheid in gebondenheid. De Wpg maakt het slechts mogelijk om toe te treden tot een gemeenschappelijke gezondheidsdienst indien de indeling van de Veiligheidsregio’s wijzigt.

De GGD-regio en de Veiligheidsregio zijn congruent aan elkaar. Een tweede mogelijkheid om toe te treden tot een gemeenschappelijke regeling waarbij een GGD is ingesteld, vinden we terug in artikel 14, vijfde lid, van de Wpg. De colleges van de gemeenten die zijn gelegen in twee of meer Veiligheidsregio’s kunnen besluiten om voor deze regio’s één GGD op te richten.

Artikel 50

Uittreding

De gevolgen van uittreding en de daaraan te stellen voorwaarden zijn uitgewerkt in dit artikel. De wet verplicht dat. Een college kan niet zonder meer besluiten uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling. Deelname aan een gemeenschappelijke regeling waarbij een GGD is opgericht, is verplicht op grond van de Wpg.

Artikel 51

Wijziging

Gekozen is voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling alleen ingeval alle colleges na verkregen toestemming van de gemeenteraden hierover eensluidend besluiten.

Artikel 52

Opheffing

Opheffing van de gemeenschappelijke regeling kan alleen ingeval alle colleges na verkregen toestemming van de gemeenteraden hierover eensluidend besluiten en de Wpg hieraan niet in de weg staat. In de praktijk zal een opheffing alleen aan de orde zijn bij het samenvoegen van twee of meer GGD-regio’s tot één gezamenlijke regio (artikel 14, vijfde lid, van de Wpg).

Artikel 53

Geschillen

Dit artikel sluit aan bij de wet. Er is eerder gekozen voor een geschillencommissie voordat een geschil aan gedeputeerde staten wordt voorgelegd.

Artikel 54

Klachten

Een openbaar lichaam is evenals gemeenten verplicht een klachtenvoorziening in stand te houden. Dat geldt zowel voor de interne klachtenvoorziening als voor behandeling van klachten in tweede aanleg. Uitwerking van deze wettelijke verplichting geschiedt via het vaststellen van een klachtenverordening door het Algemeen Bestuur. De deelnemende gemeenten zullen in hun eigen klachtenverordening een uitzondering moeten maken voor die taken die eventueel in mandaat worden verricht door het openbaar lichaam GGD. De GGD beschikt over een klachtenregeling en een klachtenfunctionaris.

Artikel 55

Inwerkingtreding

Verwezen wordt naar de nieuwe bepaling in artikel 26 tweede en derde lid Wgr.

Artikel 56

Toezending

Verwezen wordt naar de nieuwe bepaling in artikel 26 eerste lid Wgr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16992860/1