Bijlage 3 bij nadere toelichting - Dierenwelzijnsbeleid 2021-2025 ongemarkeerd
Tekst van het document
Dierenwelzijnsbeleid 2021-2025
Jip
gemeente Eindhoven SD.BS - Beleid en Strategie, SD.BS.BEL - Beleid februari 2021
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
Colofon Uitgave Gemeente Eindhoven SD.BS - Beleid en Strategie, SD.BS.BEL - Beleid Datum februari 2021
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
Inhoudsopgave Colofon
2
Inhoudsopgave
3
1. Samenvatting
4
2. Inleiding
7
3. Wat is dierenwelzijnsbeleid?
7
4. Relevante wet- en regelgeving
8
5. Doel van het dierenwelzijnsbeleid
9
6. Het waarborgen van het welzijn van het dier
10
7. Dieren met een eigenaar 7.1 Zwerfdieren 7.2 Huisdierlijst 7.3 Hobbydieren 7.4 Kinderboerderijen en dierenweides 7.5 Ondersteuning bij huisuitzettingen 7.6 Honden 7.7 Dieren bij evenementen
11 12 13 13 14 14 15 16
8. Wilde dieren 8.1 Jacht 8.2 Dieren in de openbare ruimte 8.3 Dierenwelzijn en diervriendelijk bouwen 8.4 Openbaar water en vissen
17 17 19 19 20
9. Conclusie
22
gemeente Eindhoven
3
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
1. Samenvatting In dit beleidsplan regelen we integraal hoe wij omgaan met de dieren waarmee wij onze gemeente delen. Er wordt meer inzicht gegeven over wat er wordt verstaan onder dierenwelzijn, waar de gemeente over gaat op het gebied van dierenwelzijn, de beleidsuitgangspunten betreffende dierenwelzijn en de ambities van de gemeente Eindhoven wat betreft dierenwelzijn. Ten opzichte van het vorige welzijnsbeleid uit 2011 is er een aantal nieuwe ambities, daarnaast continueren we veel beleid. Hieronder geven we een overzicht van de ambities. Geen nieuwe jachtcontracten aangaan met derden Er zullen geen nieuwe contracten aangegaan worden met derden met betrekking tot benuttingsjacht. Hierdoor zal de benuttingsjacht op 31 maart 2025 helemaal uitgefaseerd zijn. Voorkomen van dierenmishandeling Onderzoek wijst uit dat er een link bestaat tussen dierenmishandeling en geweld tussen mensen. Het is van groot belang dat we waarborgen dat dierenmishandeling wordt voorkomen en we optreden waar het nodig is. Borgen welzijn van dieren met een eigenaar Dieren met een eigenaar worden thuis, in de landbouw of op een kinderboerderij of dierenweide gehouden. In al deze omgevingen zorgen we ervoor dat het dierenwelzijn ten alle tijden geborgd is. Realiseren opvang van zwerf- en hulpbehoevende dieren Gemeenten hebben de wettelijke taak om zwerfdieren op te vangen.
Gemeente Eindhoven wil de opvang en het vervoer van alle hulpbehoevende dieren – zowel wilde als gehouden dieren – in de gemeente structureel blijven regelen via één contract voor regionale opvang zwerfdieren. Daarnaast heeft de gemeente Eindhoven met 13 andere gemeenten (Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Eersel, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) een regionaal convenant m.b.t. dierenopvang afgesloten voor de komende 30 jaar. Zorgen voor wilde dieren De dieren die we in het wild aantreffen maken onze stad levendig en leefbaar. We treffen verschillende maatregelen om de biodiversiteit te beheren en te behouden. We informeren inwoners over de dieren in hun omgeving en dragen zorg voor een geschikte leefomgeving voor zowel mens als dier. Kritisch zijn op inzet dieren bij evenementen Bij evenementen waar dieren worden ingezet, gaan we standaard met de organisator in gesprek over het welzijn van de dieren.
Wat zijn de wijzigingen van dit nieuwe beleid ten opzichte van het oude beleid. In onderstaande tabel geven we de belangrijkste wijzigingen weer, alsook de zaken die gelijk zijn gebleven.
4
gemeente Eindhoven
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
Tabel 1. Wijzigingen en overeenkomsten dierenwelzijnsbeleid 2011 en 2021-2025 Dierenwelzijnsbeleid 2011
Dierenwelzijnsbeleid 2021-2025
Uitgangspunt voor het dierenwelzijnsbeleid is de Nota Dierenwelzijn (2007) van het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit
Uitgangspunt voor het dierenwelzijnsbeleid is de Wet dieren
Er ontbreekt een ambtelijk coördinatiepunt.
Het ambtelijk coördinatiepunt ligt bij de sector Sociaal Domein, afdeling Beleid & Strategie.
De noodhulp aan dieren wordt uitgevoerd door de Dierenbescherming in het Dierenopvangcentrum de Doornakkers.
De noodhulp aan dieren wordt op dit moment nog vormgegeven.
Preventie geschiedt door het bieden van informatie over de verzorging van dieren, het handhaven van een positieflijst, het voorkomen van impulsaankopen door levende dieren niet meer aan te bieden bij evenementen of dierenspeciaalzaken.
Preventie geschiedt op dezelfde manier. Aanvullend bieden we ook preventie door het toevoegen van het herkennen van dierenmishandeling aan sociaal hulpverleners. Inmiddels heet een positieflijst “huisdierlijst.”
Er is een hondenbeleid dat drie sporen volgt: voorzieningen treffen, communicatie en handhaving. Hondenbelasting wordt niet als doelbelasting ingezet. Het chippen van honden wordt nog niet voor alle honden ingezet.
Het hondenbeleid volgt nog steeds dezelfde drie sporen. Hondenbelasting is nog steeds geen doelbelasting. Het chippen van honden is landelijk verplicht middels het Besluit identificatie en registratie van dieren.
Verwilderde katten worden met het TNRprogramma gevangen, gecastreerd en teruggezet in de openbare ruimte.
Deze situatie blijft ongewijzigd.
Bij gemeentelijke planontwikkeling voor ruimtelijke ingrepen of werkzaamheden moet worden beoordeeld op welke wijze de flora en fauna versterkt kan worden.
Bij gemeentelijke planontwikkeling voor ruimtelijke ingrepen of werkzaamheden volgen wij de Wet natuurbescherming. Hiermee wordt voorkomen dat beschermde soorten worden geschaad. Wij bouwen diervriendelijk, dit wil zeggen dat we in het ontwerp van bouw- en ontwikkelopgaven de natuur nadrukkelijk meenemen. Wij moedigen het natuurinclusief bouwen aan en maken mensen bewust van de mogelijkheden hiervoor.
Visserij is landelijk geregeld via de Visserijwet. Gemeente Eindhoven verpacht het visrecht op de gemeentelijke wateren.
Visserij is landelijk geregeld via de Visserijwet. Gemeente Eindhoven verpacht het visrecht op de gemeentelijke wateren. Op het moment dat de vis is gevangen, wordt de zorgplicht voor de vis op basis van de Wet dieren van kracht.
Overlast van plaagdieren in de openbare ruimte wordt voorkomen en bestreden door de gemeente. De mogelijkheden naar het diervriendelijk bestrijden worden onderzocht.
Overlast van plaagdieren in de openbare ruimte wordt voorkomen en bestreden door de gemeente. We nemen preventieve maatregelen voor de beheer en schadebestrijding, zoals aanpassing van leefomgeving en het informeren van inwoners over de dieren (zoals vleermuizen en steenmarters) die overlast bieden.
Wat
Deze situatie blijft ongewijzigd. Wanneer
betreft
kinderboerderijen
gemeente Eindhoven
en
5
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
dierenweides is de Notitie Kinderboerderijen Plan van aanpak agrarische recreatieve voorzieningen leidend.
deze geüpdatet gaat worden, zal de gemeente Eindhoven ook kijken naar hoe het welzijn van dieren gewaarborgd of verbeterd kan worden door middel van dit programma.
De gemeente voert terughoudend beleid ten aanzien van het gebruik van grote dieren bij evenementen.
De organisator van een evenement is verantwoordelijk om maatregelen te nemen om nadelige gevolgen aan flora en fauna te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Het evenementenbeleid wordt aangepast, ook met betrekking tot de schade die evenementen flora en fauna kunnen berokkenen.
De gemeente stimuleert de komst van circussen zonder wilde dieren door dit type circussen actief uit te nodigen.
Er is een landelijk verbod op het gebruik van wilde zoogdieren bij circussen of andere optredens (Besluit houders van dieren artikel 4.14). Bij evenementen waar dieren worden ingezet, gaat de gemeente Eindhoven standaard met de organisator in gesprek over het welzijn van de dieren.
De gemeente verpacht het jachtrecht op de gemeentegronden waardoor benuttingsjacht mogelijk wordt gemaakt.
De gemeente verpacht het jachtrecht op de gemeentegronden enkel nog voor beheer- en schadebestrijding. Benuttingsjacht wordt hierdoor uitgefaseerd.
Communicatie en informatie over dieren en het verzorgen van dieren wordt via de gemeentelijke website geregeld.
Deze situatie blijft ongewijzigd.
6
gemeente Eindhoven
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
2.
Inleiding
Waar gemeente Eindhoven thuis is voor alle Eindhovenaren, is ze dat ook voor veel dieren. Zowel de dieren die in het wild leven, zoals vogels en egels, alsook onze huisdieren. We willen een gezonde leefbare stad zijn, ook voor dieren waarmee we in de stad leven. Welzijn voor mens en dier staan hoog in het vaandel. Dierenwelzijn leeft steeds meer in de samenleving. Vraagstukken over dierenwelzijn zijn vaak lokaal zichtbaar. Tegelijkertijd heeft de gemeente vanuit de wet beperkte mogelijkheden om het dierenwelzijn aan te pakken. Daardoor zit er soms een verschil tussen wat we lokaal willen en wat we kunnen regelen. Het huidige dierenwelzijnsbeleid van de gemeente Eindhoven stamt uit 2011. Sindsdien is er veel gebeurd, zowel in de landelijke wet- en regelgeving alsook wat wij als Eindhoven doen om bij te dragen aan dierenwelzijn. In dit nieuwe dierenwelzijnsbeleid wordt er meer inzicht gegeven over wat er wordt verstaan onder dierenwelzijn, waar de gemeente over gaat op het gebied van dierenwelzijn, de beleidsuitgangspunten dierenwelzijn en wat verdere ambities zijn van de gemeente Eindhoven. Leeswijzer We beginnen het dierenwelzijnsbeleid met het definiëren van dierenwelzijn, zoals wij dit als gemeente Eindhoven zien. We staan daarbij stil bij het feit dat dierenwelzijn van dieren met een eigenaar anders wordt geborgd dan dierenwelzijn van wilde dieren.
Nationale weten regelgeving zijn leidend voor het dierenwelzijnsbeleid, daarom wordt er een overzicht gegeven van de vijf belangrijkste wetten omtrent dierenwelzijn. Vervolgens gaan we in op de rol die de gemeente heeft wat betreft het dierenwelzijnsbeleid en welk doel we ons hierbij voor ogen houden. Daarna gaan we in op het waarborgen van het welzijn van het dier en het voorkomen van dierenmishandeling. Voor het vervolg van het stuk maken we onderscheid tussen dieren met een eigenaar en dieren die in het wild leven. Onder deze twee noemers vangen we de onderwerpen die hiermee van doen hebben. Tot slot komen we tot de conclusie en doen we aanbevelingen voor het beleid.
3.
Wat is dierenwelzijn?
Dierenwelzijn is een veelomvattend begrip dat zowel het fysieke welzijn (diergezondheid) als het geestelijk welzijn (hoe voelen dieren zich) omvat. Dierenwelzijn gaat over de kwaliteit van het leven zoals het door het dier wordt ervaren. Een goed welzijn voor dieren betekent dat voldaan wordt aan de natuurlijke behoeftes van het dier. Onder dierenwelzijn wordt in de Wet dieren in artikel 1.3 in ieder geval verstaan dat: “Dieren dienen gevrijwaard te zijn van dorst, honger, onjuiste voeding, fysiek en fysiologisch ongerief, pijn, verwonding of ziekten, angst of chronische stress en dieren moeten een normaal soorteigen gedrag kunnen vertonen.” De Wet dieren gaat uit van de intrinsieke waarde van het dier, wat betekent dat de eigen waarde, zijnde wezens met gevoel, van dieren wordt erkend. De erkenning van de intrinsieke waarde betekent dat deze waarde ook uitdrukkelijk in de omgang met dieren moet worden betrokken: het belang van het dier wordt inzichtelijk gemaakt en wordt afgewogen tegen andere relevante belangen. Het is van belang dat er zo veel mogelijk wordt voorkomen dat er inbreuk wordt gedaan op de integriteit of het welzijn van het dier en dat de zorg die het dier behoeft is verzekerd. Mensen kunnen dierenwelzijn bevorderen gemeente Eindhoven
7
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
door dieren die omstandigheden te bieden die passen bij hun behoeften of waarin het dier zelf in staat is om het eigen welzijn te bevorderen. Dierenwelzijn gaat over alle dieren, zowel de gehouden alsook de wilde dieren. De wijze waarop mensen aankijken tegen dierenwelzijn is bij wilde dieren niet hetzelfde als bij gehouden dieren. Een eigenaar is verantwoordelijk voor het optimale welzijn van zijn ‘gehouden’ dier(en). Wilde dieren, zoals konijnen en vleermuizen, leven in een andere omgeving en kennen geen grenzen. Ze zoeken de voor hen meest ideale leefomstandigheden op waar dekking, voedsel, vocht en voortplantingsmogelijkheden beschikbaar zijn. In de stad vinden ze die ideale omstandigheden in gebouwen, tuinen, parken en natuurgebieden. Dit doen zij ongeacht wat de mens daarvan vindt. Om het welzijn van wilde dieren te waarborgen, nemen we maatregelen om het welzijn van deze dieren te bevorderen.
4.
Relevante wet- en regelgeving
Er zijn verschillende landelijk wetten die van doen hebben met dierenwelzijn, deze zijn leidend. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de geldende wetten betreffende dierenwelzijn die relevant zijn voor Eindhoven. Per wet wordt ook aangegeven welke rol er voor de gemeente is weggelegd op het aspect van dierenwelzijn. Op deze rol en de taken die daaronder vallen kan de gemeente controle en invloed uitoefenen. Wet dieren De Wet dieren is de belangrijkste wet met betrekking tot gehouden dieren en bundelt alle regels ten aanzien van deze dieren in één wet. De Wet dieren omschrijft onder andere welke dieren gehouden mogen worden (in een zogeheten ‘ huisdierlijst’), hoe met dieren moet worden omgegaan en waarvoor dieren kunnen worden ingezet. Handhaving van de wet is een taak van een aantal landelijke instanties en de politie. Burgerlijk Wetboek Het Burgerlijk Wetboek (5:8 lid 3) geeft aan wat de rol van de gemeente is met betrekking tot ‘gevonden’ dieren. Gevonden dieren zijn dieren met een vermoedelijke eigenaar. De gemeente is verplicht om gevonden dieren minimaal 14 dagen te bewaren en te verzorgen. In die twee weken heeft de eigenaar de mogelijkheid om het dier op te halen. Als de eigenaar zich niet binnen die termijn meldt, dan mag de gemeente het dier verkopen of weggeven.
Algemene Wet Bestuursrecht Ook in de algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) is er een wettelijke taak voor de gemeente vastgelegd. In het geval van huisontruimingen, arrestaties en gedwongen opname (toepassing bestuursdwang afdeling 5.3.1. Awb), voor zover de toepassing van bestuursdwang dit vergt, kan de gemeente zaken meevoeren en opslaan. Dieren worden in dit geval behandeld als ware ze een ‘zaak’. De gemeente krijgt hierdoor de zorgplicht voor de aangetroffen dieren. De gemeente heeft voor dieren die aangetroffen worden bij huisontruimingen een opvangtermijn van maximaal 13 weken (artikel 5:30 Awb) en is daarmee ook verantwoordelijk voor het vervoer naar een passende opvanglocatie.
8
gemeente Eindhoven
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
Wet veiligheidsrisico’s De gemeente heeft ook een rol op het gebied van de veiligheid van dieren. Volgens artikel 2 van de Wet veiligheidsrisico’s (hierna Wvr) is het college van burgemeester en wethouders belast met het organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. In artikel 3, lid 1, onderdeel b van de Wet veiligheidsrisico’s staat dat de brandweer in haar taken moet zorgen voor de veiligheid van zowel mens alsook dier. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) biedt het belangrijkste wettelijke kader voor de bescherming van in het wild levende dieren. De bescherming richt zich vooral op dieren die vanuit internationale afspraken beschermd moeten worden. Voor overige soorten is er een basisbeschermingsregime en een zorgplicht. De provincies hebben de plicht om een eigen natuurbeleid vast te leggen en faunabeheerplannen op te stellen. De provincie is bevoegd gezag. De gemeente heeft vooral een controlerende rol bij ruimtelijke procedures en ontwikkelingen waarbij zij de volledigheidscheck uitvoeren voor wat betreft eventuele schadelijke gevolgen voor flora en fauna. Nieuwe ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt door een bestemmingsplan, kunnen effect hebben op beschermde gebieden en soorten.
Daarom wordt in een bestemmingsplan onderzocht of een ruimtelijke ontwikkeling uitvoerbaar is, waarbij onder andere wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. Ook bij gemeentelijke projecten wordt er indien nodig een rapportage flora en fauna gemaakt om te voorkomen dat beschermde soorten worden geschaad. Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven In de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven (hierna APV) staan regels die voor iedereen in Eindhoven gelden en die gehandhaafd kunnen worden. Het doel van de APV is Eindhoven netjes en leefbaar te houden. In de APV zijn onder andere regels opgenomen over de openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu, maar ook over de bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Deze regels raken direct of indirect het dierenwelzijn binnen de gemeente. Zo zijn er in de APV bijvoorbeeld specifieke regels opgenomen over loslopende honden en verontreiniging door honden.
5.
Doel van dierenwelzijnsbeleid
Doordat nationale regels vaak leidend zijn voor dierenwelzijn, zijn de bevoegdheden van de gemeente op dit gebied beperkt. De gemeente kan zeker ook een positieve impact op dierenwelzijn in de brede zin hebben: veel van de besluiten en handelingen van de gemeente zijn namelijk van invloed op het welzijn van zowel dieren met een eigenaar alsook voor wilde dieren. Daarom is het van belang dat de gemeente aandacht besteed aan dierenwelzijn.1 Het beleid van 2011 was gericht op het duiden van het gemeentebeleid omtrent dierenwelzijn. Uit deze duiding kwamen actiepunten naar boven om het dierenwelzijn verder te bevorderen in Eindhoven. Het handelen naar deze actiepunten heeft geresulteerd in het bevorderen van het dierenwelzijn binnen de gemeente Eindhoven. In deze nota maken we opnieuw de balans op betreffende het dierenwelzijnsbeleid.
1 Dierenbescherming (2018), Gemeente en Dieren
gemeente Eindhoven
9
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
Het dierenwelzijnsbeleid is vooral gericht op waar de gemeente controle of invloed op heeft. Dat betekent dat we minder prioriteit geven aan beleidsdoelen waar de gemeente geen bevoegdheden of beïnvloedingsmogelijkheden voor heeft. Waar de gemeente invloed en controle op heeft, is niet beperkt tot de wettelijke taken van de gemeente op het gebied van dierenwelzijn. Ook vanuit andere beleidsterreinen kan dierenwelzijn (direct of indirect) worden beïnvloed. Het dierenwelzijnsbeleid wordt daarom uitgevoerd door verschillende afdelingen binnen de gemeente. Het dierenwelzijnsbeleid heeft een preventief karakter waarmee we vormgeven aan de wettelijke en maatschappelijke rol die we hebben ten aanzien van alle dieren binnen de gemeentegrenzen. Daarom luidt het doel van het Eindhovense dierenwelzijnsbeleid: bijdragen aan het behouden en, waar nodig en gewenst, verder verbeteren van het welzijn van zowel gehouden dieren als wilde dieren.
6
Het waarborgen van het welzijn van het dier
Dat het welzijn van het dier geborgd is, is van het grootste belang. We vinden het belangrijk om goed met alle dieren om te gaan. Misbruik van dieren moeten we ten alle tijden voorkomen. Dierenmishandeling van alle dieren is volgens de Wet dieren (artikel 2.1) verboden. Handhaving hiervan is landelijk georganiseerd bij de politie en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID). De gemeente richt zich voornamelijk op de preventie van dierenmishandeling. Onderzoek toont aan dat er een link bestaat tussen geweld tussen mensen en dierenmishandeling. Deze relatie wordt de cruelty link genoemd. Deze link beschrijft de relatie tussen intermenselijk geweld en ook agressie van mensen naar dieren. In onderzoeken naar de relatie tussen dierenmishandeling en later gewelddadig gedrag door dezelfde dader wordt dierenmishandeling gezien als een eerste stap richting intermenselijk geweld.2 Vanuit die wetenschap is het ook zeer belangrijk om dierenmishandeling te voorkomen en hier hard tegen op te treden. Preventie in de thuissituatie Sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de decentralisaties in het Sociale Domein in 2015, heeft de gemeente meer zorgtaken toebedeeld gekregen. Het bieden van perspectief aan mensen en zorg geven waar nodig is een speerpunt van ons beleid.
Op onder andere de leefgebieden van werken, opvoeden, ontmoeten, zorg of inkomen heeft de gemeente een dienstverlenende rol naar inwoners en ondernemers. Stichting WIJeindhoven biedt met haar generalistenteams de eerstelijnsondersteuning in het brede sociaal domein. De generalisten van WIJeindhoven komen achter de voordeur van de inwoner om extra ondersteuning te bieden waar dat nodig is. Achter de voordeur kunnen er verschillende problematieken spelen. Een daarvan kan dierenmishandeling zijn. Daarnaast kan sociale problematiek hand in hand kan gaan met (overmatig) huisdierenbezit waardoor er sprake kan zijn van verstoord dierenwelzijn. Een hulpverlener kan hierbij een signalerende rol hebben. Daarom streven we ernaar om het thema ‘preventie’ meer handen en voeten te gaan geven. Dit gaan we doen door de hulpverleners te informeren en te ondersteunen bij het 2 Janssen, J. (2012). Geweld tegen mensen en dieren.
10
gemeente Eindhoven
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
op tijd herkennen van situaties waarin het dierenwelzijn in het geding komt om zo dierenmishandeling te voorkomen. De Dierenbescherming heeft een ‘Signalenkaart’ ontwikkeld om hulverleners die achter de voordeur komen mede alert te maken op signalen van dierenverwaarlozing en dierenmishandeling. Tevens wordt er via de Signalenkaart een handelingsperspectief geboden. Sociale hulpverleners kunnen de landelijke Helpdesk Hulpverleners die de Dierenbescherming heeft opgericht, benaderen voor advies. We gaan dit extra handelingsperspectief in Eindhoven implementeren in samenwerking met WIJeindhoven. Als de situatie daarom vraagt, adviseert de Dierenbescherming over een integrale aanpak, in nauwe samenwerking met de sociale hulpverlening. Op deze manier kan een hulptraject worden geboden, vóórdat handhavingsinstanties als de politie en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) worden ingezet. Preventie in het wild Dierenmishandeling en huiselijk geweld kunnen dus hand in hand gaan, maar dierenmishandeling is niet beperkt tot de huiselijke sfeer. Daarom is het belangrijk ook in te zetten op preventie van dierenmishandeling van in het wild levende dieren. Dit doen we door educatie en voorlichting, waardoor mensen kunnen leren hoe ze met wilde dieren om moeten gaan. We zetten in op educatie over in het wild levende dieren.
Zo hebben we in de gemeente onder andere een educatief project voor basisscholen, het poelenadoptieprogramma. (zie bijv. https://www.eindhoven.nl/sites/default/files/2020-01/Natuurlijk%20leren.pdf). De poelen in de gemeente Eindhoven vervullen daarbij een rol als ‘buitenklas’. Een basisschool kan zijn eigen poel adopteren waar vervolgens leerlingen van de groepen 6-8 veldwerk verrichten in het voorjaar en helpen bij het beheer ervan in het najaar. Een soortgelijk project met scholen is het oeverzwaluwproject in Meerhoven. Onze kinderboerderijen en dierenweides vervullen naast een recreatieve functie ook een educatieve functie (zie ook hoofdstuk 7.4 Kinderboerderijen en dierenweides). Het NDE (natuur- en duurzaamheidseducatie) kent een aanbod waar scholen uit kunnen kiezen. Dit is via de website van de gemeente inzichtelijk: Natuur- en duurzaamheidseducatie | Eindhoven. Of via de folder met het aanbod: https://www.eindhoven.nl/sites/default/files/2020-01/Natuurlijk leren.pdf. Momenteel is de gemeente Eindhoven nog tevreden over het verloop van dit educatieprogramma. Wanneer deze geüpdatet dient te worden, zal de gemeente Eindhoven ook kijken naar hoe het welzijn van dieren gewaarborgd of verbeterd kan worden door middel van dit programma.
Verdere voorlichting over dierenwelzijn wordt geregeld via het contract met de uitvoerder van de regionale opvang zwerfdieren (zie ook hoofdstuk 7 Gevonden dieren). Medewerkers van de uitvoerder zijn tijdens kantooruren beschikbaar voor het beantwoorden van vragen over dierenwelzijn van inwoners.
7
Dieren met een eigenaar
Er zijn veel dieren met een eigenaar, maar niet alle dieren met een eigenaar zijn ook huisdieren. Dieren met een eigenaar zijn ook dieren die op (kinder-)boerderijen en dierenweides worden gehouden. gemeente Eindhoven
11
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
7.1 Zwerfdieren Zwerfdieren zijn gevonden dieren waarvan het onduidelijk is of dit dier een eigenaar heeft en of wie de eigenaar is. Het gevonden dier, bijvoorbeeld een hond of kat, is zwervend binnen de gemeente aangetroffen. De gemeente is verantwoordelijk voor de dieren die op het grondgebied van de gemeente worden aangetroffen. Op basis van wat er in het Burgerlijk Wetboek is bepaald, is de gemeente verplicht om zwerfdieren 14 dagen te bewaren en te verzorgen. Gemeenten zijn vrij om deze taak naar eigen inzicht in te vullen, zolang zij voor de opvang en het vervoer een redelijke vergoeding betalen. Voor het vervoer en voor het opvangen van gevonden dieren, sluiten veel gemeenten contracten met dierenasiels, dierenambulances en opvangcentra. Regionale Opvang Zwerfdieren Daarnaast verplicht de landelijke wetgeving gemeenten alleen tot de opvang en vervoer van gehouden dieren. De opvang van wilde dieren is officieel geen taak van de gemeente. Gemeente Eindhoven kiest ervoor om opvang en vervoer van alle hulpbehoevende dieren op het grondgebied van de gemeente - zowel wilde als gehouden dieren – structureel in te regelen. Het contract hiervoor hebben wij regionaal gesloten met 13 andere gemeenten in de regio onder de noemer ‘regionale opvang zwerfdieren’. Momenteel wordt er gebouwd aan een nieuw gebouw voor de regionale opvang zwerfdieren.
Deze zal naar verwachting in oktober 2021 in gebruik worden genomen. Momenteel wordt er nog gekeken naar hoe de dienstverlening hiervan ingevuld gaat worden. Naast het feit dat de uitvoerder van dit contract structureel de opvang en het vervoer van dieren regelt binnen de gemeente Eindhoven, is zij ook de vraagbaak voor inwoners bij advies over specifieke dierenwelzijnsvragen. Het staat de uitvoerder vrij om voor de invulling van hun opdracht samen te werken met andere partijen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een specialistische opvangcentrum, specifieke hulp of specifieke opvang van niet gehouden dieren die dat nodig hebben, zoals egels of schildpadden. De uitvoerder vangt deze dieren tijdelijk op totdat ze over kunnen naar specialistische opvangcentra die de kennis en kunde hebben het dier te verzorgen. Eisen aan hulpverlening- en opvanginstellingen De dierenopvang verzorgt de opvang van de zwerfdieren (huisvesten en voeden, vervoer en medische verzorging) en voert deze taak uit conform de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast oefent de dierenopvang de noodzakelijke veterinaire zorg uit conform de wetgeving Uitoefening Diergeneeskunde. Chippen Zwerfdieren die op straat leven hebben het vaak zwaar: ze lijden honger, worden ziek of raken gewond.
Door huisdieren te laten chippen en registreren daalt het aantal zwerfdieren; zij kunnen dan teruggebracht worden naar hun rechtmatige baasjes. Het chippen van honden is sinds 1 april 2013 verplicht op basis van het Besluit identificatie en registratie van dieren. Hondenbezitters zijn op basis van dit besluit verplicht hun honden te laten chippen. Kattenbezitters, daarentegen, zijn op dit moment in principe zelf verantwoordelijk voor het chippen van hun kat(ten). Dit leidt ertoe dat een groot deel van de katten niet gechipt noch geregistreerd is.
12
gemeente Eindhoven
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
Gemeente Eindhoven is voorstander van een landelijke chipplicht voor katten. We zien dat de landelijke chipplicht voor honden bijdraagt aan het feit dat 93% van de gevonden honden kan worden herenigd met de eigenaar, tegenover slechts 17% van de katten. Daarom heeft de uitvoerder van de regionale opvang zwerfdieren ook de opdracht om zowel ingekomen honden alsook katten voor plaatsing te chippen en te registreren. Ook gevonden honden en katten die door de eigenaar weer worden opgehaald en nog niet gechipt of geregistreerd waren, worden door de uitvoerder gechipt en geregistreerd. Daarnaast gaat de gemeente Eindhoven een campagne uitvoeren waarbij het chippen van je kat gepromoot wordt. In noodsituaties In het geval van een noodsituatie, zoals bij het uitbreken van een brand, zetten de nooden hulpdiensten in de regio zich in om mens en dier de juiste hulp te verlenen in crisissituaties. Bevolkingszorg is tijdens een ramp of crisis belast met deze processen ‘Opvang en Verplaatsen Mens en Dier’. We maken gebruik van een uitvoeringskaart waarin de afspraken staan opgenomen betreffende het processen opvang en verzorging van dieren tijdens crisissituaties. 7.2 Huisdierlijst Als particulier mag je niet zomaar alle soorten dieren als huisdier houden. In de Wet dieren is een zogenaamde ‘huisdierlijst’ opgenomen.
De dieren die hierop staan zijn dieren als huisdier gehouden mogen worden en verkocht mogen worden aan particulieren. Het is niet toegestaan om dieren die niet op de huisdierlijst staan te houden of te verkopen aan particulieren. 7.3 Bedrijfsmatig gehouden dieren Bedrijfsmatig gehouden dieren zijn dieren op bijvoorbeeld boerderijen, zoals koeien, schapen, geiten, kippen en varkens. Binnen het Eindhovens grondgebied zijn er een aantal bedrijven met agrarische bestemming gevestigd. De problematiek van megastallen speelt niet in de stad Eindhoven. De provinciale Interim omgevingsverordening maakt een uitbreiding van, een vestiging van of een omschakeling naar veehouderij niet onmogelijk (artikel 3.49 en verder Interim omgevingsverordening). Daarbij moet wel worden voldaan aan zware eisen, zoals het zijn van een “zorgvuldige veehouderij”. Echter, in Eindhoven geldt echter bijna overal ook de aanduiding ‘Beperking veehouderij’ (3.51 Interim omgevingsverordening), waardoor uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een niet-grondgebonden, oftewel intensieve veehouderij zijn uitgesloten. Grondgebonden veehouderij blijft dus wel mogelijk. Toename van de totaaloppervlakte van veehouderijen die op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was is niet toegestaan tenzij voldaan wordt aan saldering, zoals beschreven in artikel 3.52 Interim omgevingsverordening.
De beperking veehouderij geldt niet ten aanzien van een klein gebied bij Bokt. Ook de in voorbereiding zijnde herziening van het bestemmingsplan Buitengebied (2021) zal geen nieuwe intensieve veehouderijen mogelijk maken (of omschakeling naar een intensieve veehouderij) overeenkomstig de regels van de Interim omgevingsverordening. Toezicht en handhaving op dierenwelzijn bij landbouwbedrijven wordt uitgevoerd door de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID), de NVWA en de politie. Daarom heeft de gemeente hier geen rol in. gemeente Eindhoven
13
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
7.4 Kinderboerderijen en dierenweides Een kinderboerderij is een boerderij die openbaar toegankelijk is voor het publiek. Op een kinderboerderij worden verschillende boerderijdieren in kleine aantallen gehouden. De meest gehouden dieren zijn geiten, schapen, paarden, koeien, ganzen, konijnen, varkens, kippen en eenden. Het in contact brengen van kinderen en volwassenen met dieren is belangrijk voor het leren omgaan met en het denken over dieren. De kinderboerderijen en dierenweides in gemeente Eindhoven zijn voor een zo breed mogelijk publiek bereikbaar. In de gemeente bestaan er twee gemeentelijke kinderboerderijen met zowel een educatieve alsook een recreatieve functie: de Splinter in het Henri Dunantpark en de kinderboerderij Eigen Wijs in het Philips van Lenneppark. Daarnaast zijn er binnen de gemeente nog andere voorzieningen, zoals dierenweides en een volière. Deze worden grotendeels in beheer van de gemeente geëxploiteerd met hulp van vrijwilligers. Het beheer en de verantwoordelijkheid voor de twee kinderboerderijen ligt bij de gemeente. Jaarlijks wordt de opdracht verstrekt voor de uitvoering van het dagelijks beheer. Daarnaast verrichten vrijwilligers en een aannemer bij de kinderboerderijen mede het beheer en onderhoud. De gronden van de kinderboerderijen zijn eigendom van de gemeente.
Ook verstrekken wij gelden voor de twee kinderboerderijen om het welzijn van de dieren te borgen. Zo moeten de dieren passende verzorging en huisvesting krijgen en moeten ze op tijd naar de dierenarts als dat nodig is. Hiermee bevorderen de kinderboerderijen het dierenwelzijn van de gehouden dieren. In januari 2006 heeft het college de beleidsnota “Visie en Beleid Kinderboerderij en Aanverwanten – agrarische recreatieve voorzieningen in de stad” vastgesteld. Dit is een voorwaardenscheppend beleid waarmee wordt beoogd dat de dierhouderijen voor een zo breed mogelijk publiek bereikbaar zijn. Zo brengen we kinderen en volwassenen in contact met (boerderij)dieren en geven we hen inzicht in de voedselproductie. Zo dragen we bij aan natuur- en milieu-communicatie en educatie. 7.5 Ondersteuning bij huisuitzettingen We dragen ook zorg voor de dieren van inwoners voor wie het door omstandigheden moeilijk is om goed voor hun huisdieren te zorgen. Hiermee dragen wij bij aan het waarborgen en het verbeteren van het dierenwelzijn van deze huisdieren. Bij huisuitzetting is de eigenaar van een huisdier altijd verantwoordelijk voor het dier en moet dus in beginsel zelf zorgen voor de opvang en verzorging daarvan. Dit geldt voor huisuitzettingen in opdracht van deurwaarders, huisuitzettingen door de burgemeester (woningsluitingen) en bij detentie.
In het geval van huisuitzettingen waarbij gemeente en wooncorporaties betrokken zijn kan het voorkomen dat een dier achterblijft op de plaats die ontruimd moet worden en de eigenaar met onbekende bestemming is vertrokken. Daardoor ontstaat er op basis van de Awb (indien de huisuitzetting een toepassing van bestuursdwang is) een zorgplicht voor het achtergebleven huisdier.
14
gemeente Eindhoven
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
Indien de eigenaar van het dier niet wordt getraceerd, zal er contact worden opgenomen met de uitvoerder van de opdracht regionale opvang zwerfdieren. Het dierenasiel neemt het dier op voor een periode van maximaal dertien weken (wettelijk termijn artikel 5:29 jo. 5:30 van de Awb). De gemeente tracht om de eigenaar van het aangetroffen dier te achterhalen en hem/haar direct afstand van het dier te laten doen. Na 13 weken kan de gemeente het dierenasiel toestemming geven om het dier te herplaatsen (artikel 5:30 lid 1 Algemene Wet Bestuursrecht). De plaatsingsprocedure wordt opgestart en de totale kosten worden in beeld gebracht. Deze kosten worden door de gemeente verhaald op de deurwaarder of corporatie. Bij dierenopvang bij calamiteiten, zal de politie contact opnemen met de uitvoerder van de opdracht regionale opvang zwerfdieren. Het dier wordt voor de duur van drie dagen opgevangen en zal deze in quarantaine doorbrengen. Als er na drie dagen nog geen verdere opvang voor het dier bekend is, zal de politie bemiddelen in de opvang van het dier in een pension. 7.6 Honden Ook in Eindhoven zien we dat hondenbezitters het vele groen in de stad gebruiken om hun honden uit te laten. Specifiek daarvoor zijn er op gezette afstanden hondenlosloopterreinen aangelegd, zodat de honden enerzijds lekker ‘los kunnen’ en dat anderzijds de overlast naar de niet-hondenbezitters wordt beperkt.
Toch is er ook in Eindhoven sprake van overlast: zo neemt niet iedere hondenbezitter de tijd om naar een hondenlosloopterrein te gaan of wordt er niet de moeite genomen om de hondenpoep op te ruimen. Hondenpoep blijft één van de grootste ergernissen van niet-hondenbezitters. Op de meeste plekken gaat het op dit moment redelijk goed. Daar waar het in het verleden niet zo goed ging, hebben we actie ondernomen met bijvoorbeeld sticker- en Smilefactoracties. Ook hebben we in Eindhoven een hondenbeleid vastgesteld dat drie sporen volgt: voorzieningen treffen, communicatie en handhaving. Vanuit het hondenbeleid dienen hondenbezitters overal, ook op de hondenlosloopterreinen, de hondenpoep op te ruimen. Destijds zijn er circa 70 hondenlosloopterreinen aangelegd om de overlast van honden en vooral hondenpoep in te perken. Deze zijn evenredig over de stad verdeeld en het streven is om vanuit iedere woning binnen circa 1,5 km een hondenlosloopterrein aan te bieden. Dit bestaande hondenbeleid wordt gecontinueerd. Zo worden verzoeken voor een hondenlosloopterrein nauwkeurig bekeken en wordt, indien nodig vanuit de uitgangspunten van het beleid, hieraan voldaan. Naast het reguliere hondenbeleid, hanteren we ook een bijtprotocol. Dit protocol wordt binnen de gemeente gebruikt als bestendige gedragslijn die richting geeft over hoe de gemeente omgaat met agressieve honden en bijtincidenten.
Het uitgangspunt van het bijtprotocol is dat elk (bijt)incident maatwerk is waarbij alle belangen van de betrokkenen zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen. Aanvullend zijn er in de APV artikelen opgenomen over de aanwezigheid van de hond in de publieke ruimte. Deze artikelen gaan over loslopende honden (artikel 2:57), verontreiniging door honden (artikel 2:58) en gevaarlijke honden (artikel 2:59). Op dit moment wordt er op grond van de APV al gehandhaafd op het niet opruimen van uitwerpselen van honden. Daarnaast is de APV geactualiseerd om te verduidelijken dat ook het niet houden aan een aanlijngebod- of aanlijn- én muilkorfgebod een overtreding is. Deze actualisatie is op 1 januari 2021 van kracht gegaan. Op basis van de huidige APV gemeente Eindhoven
15
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
en de recente wijzigingen kan er gehandhaafd worden op het moment dat men zich niet houdt aan een opgelegd gebod conform artikel 2:59 APV. 7.7 Dieren bij evenementen Bij evenementen kunnen dieren soms ook een rol spelen. Om deze evenementen in goede banen te leiden, hanteren wij de procedures, voorschriften en afspraken die gebundeld zijn in de nota ‘Gastvrij en Veilig: evenementenvergunningen Eindhoven’ (2017). Momenteel wordt dit evenementenbeleid geactualiseerd. Met dit beleid is de primaire verantwoordelijkheid van de gemeente op het gebied van vergunningverlening en openbare orde en veiligheid verankerd. Ook wijst de gemeente de organisator van een evenement op zijn verantwoordelijkheid om (maatregelen te nemen om) nadelige gevolgen aan flora en fauna te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Voor evenementen met dieren moeten wij, Veiligheidsregio Brabant Zuidoost), vóór vergunningverlening de aanvraag doorsturen naar de GGD voor technische hygiënezorgadvies. De GGD hanteert hiervoor landelijke normen en richtlijnen. Er zijn enkele uitzonderingen waarin aan een vergunning van een evenement extra voorwaarden worden verbonden op grond van het gebruik van specifieke dieren, of wanneer het in strijd is met de Wet dieren.
Het gaat om de volgende gevallen: • Evenementen waarbij dieren als prijs, beloning of gift worden uitgereikt (Wet dieren artikel 2.13), bij het organiseren van dierengevechten (artikel 2.14) of evenementen waarbij een dier onnodig pijn of letsel wordt veroorzaakt of zijn gezondheid of welzijn wordt aangetast (artikel 2.1). • Sinds 15 september 2015 geldt een landelijk verbod op het gebruik van wilde zoogdieren bij circussen of andere optredens (Besluit houders van dieren artikel 4.14). Ook mogen dieren niet voor dit doel worden vervoerd. Dit verbod is landelijk uitputtend geregeld, het toezicht hierop ligt bij de NVWA. De gemeente Eindhoven kan circussen met andere diersoorten dan ook niet verbieden. Het circus wijzen op dierenwelzijn voor de vergunning-verstrekking is wel een mogelijkheid. Bijvoorbeeld dat het circus inzicht geeft in hun dierenwelzijn (aanwezigheid van water, voedsel, bewegingsruimte, veilige en geschikte verblijven, veterinaire zorg etc.) Vuurwerk, ballonnen en confetti bij evenementen Evenementen en festiviteiten gaan vaak gepaard met overlast voor dieren die in de (nabije) omgeving leven. In de Wnb is voor dieren in de openbare ruimte opgenomen dat organisatoren, net als bij andere activiteiten, zorgvuldig moeten handelen zodanig dat er geen nadelige effecten optreden op beschermde soorten uit de Wnb.
Daarnaast heeft een organisator van evenementen een algemene zorgplicht. Dit laatste houdt in dat hij respectvol moet omgaan met de natuur en ernaar moet streven deze zo min mogelijk te verstoren. Hiermee heeft een organisator de verplichting maatregelen te nemen om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen en moeten preventieve maatregelen worden genomen. Preventieve maatregelen zijn bijvoorbeeld het evenement verplaatsen naar een ander moment (buiten het broedseizoen) of naar een ander terrein, het afschermen van terreindelen met kwetsbare natuur, het aanpassen van de programmatijden, het aanpassen van het geluidsniveau en verlichting of het schrappen van het gebruik van vuurwerk. Momenteel wordt er nog gesproken over de actualisatie van het evenementenbeleid.
16
gemeente Eindhoven
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
Het oplaten van ballonnen is schadelijk voor zowel mens, dier als natuur. Die schadelijke gevolgen staan haaks op de duurzame doelen van Eindhoven. Naar schatting gaan er in Nederland jaarlijks een miljoen ballonnen de lucht in. Ruim een kwart daarvan komt in de ‘plastic soep’ terecht, een drijvende vuilnisbelt op zee. Ook belanden ballonnen onder andere in het bos en op straat. Wanneer je een wensballon oplaat, kan er zelfs brand ontstaan. Ballonnen vergaan niet. Ze vallen uit elkaar in heel kleine stukjes. Dieren kunnen ballonresten aanzien voor voedsel. Als ze die resten opeten, raken de maag en darm soms verstopt, waardoor de dieren sterven van de honger. Ook kunnen dieren verstrikt raken in sierlinten en afsluiters. Ze kunnen dan geen voedsel meer zoeken. Ook afbreekbare ballonnen zijn gevaarlijk voor dieren. Het afbreken van de ballonnen duurt namelijk te lang om schade te voorkomen. Op 10 september 2019 heeft een meerderheid van de raad tegen het raadsvoorstel APVwijziging Verbod oplaten ballonnen (19BST00945) gestemd. Middels dit raadsvoorstel wilden we het oplaten van ballonnen verbieden, waarmee een krachtig signaal wordt gegeven om van Eindhoven een gezonde en duurzame stad te maken. Doordat de raad tegen een verbod heeft gestemd, kunnen we alleen het oplaten van (wens)ballonnen actief ontmoedigen in Eindhoven.
Wij hanteren een ontmoedigingsbeleid en informeren inwoners, bedrijven, instellingen en anderen over de gevolgen van het oplaten van ballonnen en alternatieven voor het oplaten van ballonnen. Wij informeren inwoners en organisatoren van evenementen actief over de gevolgen van het oplaten van (wens)ballonnen en hanteren een ontmoedigingsbeleid in de gemeente Eindhoven. Hierbij ontmoedigen wij inwoners, bedrijven, instellingen en anderen om geen (wens)ballonnen op te laten maar gebruik te maken van feestelijke alternatieven.
8 Wilde dieren Wilde dieren zijn onderdeel van het leven in de stad. Van insecten tot vogels, wilde dieren dragen bij aan de levendigheid en leefbaarheid van onze stad. Wilde dieren zijn onderdeel van het dierenwelzijnsbeleid als het gaat om het welzijn van individuele wilde dieren. De gemeente heeft speelt ook een rol wat betreft de jacht, het faunabeheer in openbaar gebied, plaagdieren en visserij. De aanwezigheid en bescherming van biodiversiteit valt onder het Eindhovens groenbeleidsplan 2016-2026 en wordt daarom niet in deze nota behandeld. 8.1 Jacht De druk op de ruimte is groot. Er zijn steeds meer conflicten tussen wilde dieren en mensen. Denk hierbij alleen al aan de aantal dieren die op de weg worden aangereden, of de schade die zij aan gewassen kunnen aanbrengen. De gemeente heeft de mogelijkheid om als eigenaar van gemeentegronden jacht uit te geven op onze eigen gronden. In de Wet natuurbescherming wordt onderscheid gemaakt tussen benuttingsjacht (par. 3.5) en beheer en schadebestrijding (par. 3.4). • Benuttingsjacht is het “bemachtigen, opzettelijk doden of met het oog daarop opsporen van wild alsmede het doen van een poging daartoe” en vindt plaats vanuit het oogpunt van benutting (consumptie).
gemeente Eindhoven
17
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
•
•
Beheer is gericht op het reguleren van een soort in verband met te grote aantallen welke negatieve invloed hebben op gezondheid of welzijn van die soort, of bijvoorbeeld op de verkeersveiligheid. Schadebestrijding betreft maatregelen die een grondgebruiker mag nemen gericht op het voorkomen of bestrijden van schade door dieren aan bijvoorbeeld visserij, landbouw of andere planten- en of diersoorten. Ook de aanwezigheid van invasieve exoten kan aanleiding zijn tot ingrijpen, de provincie Noord-Brabant heeft hiervoor een plan van aanpak opgesteld. Dit plan beschrijft de aanpak van Invasieve exoten binnen de provincie tot en met 2027. Tussentijds zal door de provincie worden beoordeeld of de voorgenomen aanpak en de maatregelen voldoende effectief zijn geweest. Het betreft zowel flora als fauna.
De gemeente Eindhoven heeft diverse gronden in bezit waar zij als eigenaar het jachtrecht op bezit. Conform de Wet natuurbescherming is de gemeente gerechtigd dit jachtrecht aan derden te uit te geven. Voor een groot aantal percelen wordt dit recht al jaren verhuurd aan individuele jagers middels langlopende contracten (6 jaar). In de contracten wordt er onderscheid gemaakt tussen het jagen binnen de bebouwde kom en het jagen buiten de bebouwde kom. Voor het jagen binnen de bebouwde kom wordt er geen geweer gebruikt maar kan er gejaagd worden met behulp van bijvoorbeeld fretten of valken. Buiten de bebouwde kom mag er wel met een geweer gejaagd worden. We hebben op dit moment 19 jachtcontracten welke worden uitgegeven op basis van gewoonterecht. Wij zien steeds meer de maatschappelijke wens voor natuurbescherming en de versterkte aandacht voor dierenwelzijn, ook van in het wild levende dieren. In Nederland zijn bijna alle in het wild levende zoogdieren en vogels wettelijk beschermd. De bescherming van in het wild levende dieren is niet absoluut: voor bepaalde belangen en/of omstandigheden zijn er uitzonderingen. We willen hier verstandig mee om gaan, passend bij de doelstellingen voor dierenwelzijn, natuur en biodiversiteit waarbij eventuele wildschade beheersbaar is.
Het is de bedoeling om met betrekking tot dit onderwerp nieuwe afspraken te maken waarbij het accent van jacht verschuift naar beheer en schadebestrijding. Om die reden wordt benuttingsjacht beëindigd en worden er met ingang van de beslisdatum van dit dierenwelzijnsbeleid geen nieuwe contracten meer aangegaan die benuttingsjacht nog mogelijk maken. Op twee na lopen alle overeenkomsten af op 31 maart 2022. De laatste twee eindigen op 19 februari 2023 en 31 maart 2025. De gemeente kan de contracten niet eerder opzeggen tenzij de contracthouder failliet is verklaard, de contracthouder het jachtveld niet conform de gestelde eisen in het maatschappelijk verkeer behandelt, of als de gemeente binnen korte termijn zal starten met de aanleg van infrastructurele werken, woningbouw of activiteit op de percelen c.q. een gedeelte van de betreffende percelen. Toekomstige contracten zullen gaan voor beheer- en schadebestrijding. Bij vaststelling van dit nieuwe beleid wordt overlegd met de wildbeheereenheden. Onder de nieuwe Wnb (art. 3.14 lid 1) moet iedere jachthouder met een jachtakte zich aansluiten bij een wildbeheereenheid. Wildbeheereenheden kunnen ons ondersteunen bij het voorkomen van faunaschade en het beheren van populaties in het wild levende dieren. De gemeente heeft geen zeggenschap over jacht op particuliere gronden.
18
gemeente Eindhoven
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
8.2
Dieren in de openbare ruimte
Overlast van dierenplagen Een dierenplaag ontstaat als er te veel dieren die voor overlast kunnen in een beperkte ruimte bij elkaar zijn. De aanwezigheid van te veel van deze dieren kan door mensen als beschadigend, lastig of ongewenst worden beschouwd. Denk hierbij aan plagen met diersoorten zoals eikenprocessierupsen, ratten, duiven en ganzen. De gemeente heeft een zorgplicht naar haar inwoners wat betreft preventie en, wanneer nodig, bestrijding van plaagdieren die een bedreiging voor de veiligheid en de volksgezondheid vormen. Veel dieren zijn echter beschermd door de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat de gemeente niet zomaar mag ingrijpen als bepaalde wilde dieren overlast veroorzaken. Om te besluiten of de gemeente bij overlast van dieren ingrijpt moeten conform de Wet natuurbescherming altijd de belangen van mens en dier nauwkeurig worden afgewogen. Betreffende beheer en schadebestrijding van overlast gevende dieren moet er gekeken worden naar of er daadwerkelijk sprake is van overlast. Veelal kunnen aanpassingen aan de leefomgeving om deze minder geschikt te maken voor de overlast gevende dieren voldoende zijn om de overlast te doen afnemen. Dit zijn preventieve maatregelen die we kunnen nemen om te helpen in de beheer en schadebestrijding.
Voorbeelden van deze maatregelen zijn bijvoorbeeld het plaatsen van waarschuwingslinten om bomen aan te duiden waar de eikenprocessierups zich bevindt, het hanteren van de IPM methode voor zwarte ratten ((zie Naar een betere aanpak van ratten- en muizenplagen | RIVM); inwoners adviseren over diverse soorten dierenplagen; en het toepassen van de TNR methode bij zwerfkatten (zie Overlast door zwerfkatten: Trap, Neuter, Return (TNR) Dierenopvangcentrum 't Noordbroek - Dierenbescherming.nl). Naast het nemen van duidelijke maatregelen om de daadwerkelijke overlast van dieren te verkleinen, zetten we ook in op het verschaffen van informatie aan inwoners over dieren in hun omgeving. Zo kan acceptatie van dieren rondom de woningen worden vergroot en door preventief handelen worden voorkomen dat mensen overlast ervaren. Zo hebben we ten aanzien van de zwarte rat, de soort die in huizen zit, het particuliere bedrijf Kennis- en Adviescentrum Dierplagen ingeschakeld om mensen te adviseren met betrekking tot preventieve maatregelen die gebouweigenaren kunnen nemen. Wij zijn aangesloten bij het provinciale 'Meldingsnetwerk vleermuizen en steenmarters in gebouwen'. Mensen die overlast hebben van vleermuizen of een steenmarter in een gebouw nemen contact op met het gemeentelijke meldpunt. Hierdoor kunnen wij een beroep doen op de vrijwilligers uit het meldingsnetwerk.
Soms volstaat een geruststellend telefoontje en als dat niet voldoende is gaat de vrijwilliger langs bij de melder. Veel melders weten amper iets van vleermuizen of steenmarters en het gezegde “Onbekend maakt onbemind” gaat hier vaak op. In veel gevallen kan ter plekke een oplossing geboden worden.
8.3 Dierenwelzijn en diervriendelijk bouwen We streven in Eindhoven naar een gezonde leefomgeving waar de mensen die daarin wonen en werken bijzondere planten en dieren in hun dagelijkse omgeving ervaren. gemeente Eindhoven
19
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
Diervriendelijk bouwen ligt op het snijvlak van biodiversiteit en dierenwelzijn. Het zorgt er immers voor dat dieren zich ergens vestigen of blijven (biodiversiteit). Tegelijk zijn het omstandigheden – denk aan schuilplekken voor broedende vogels – die het welzijn van de individuele dieren kunnen verbeteren. Dit is ook voor de toekomst van groot belang: het klimaat verandert en dat heeft ook gevolgen voor Eindhoven. We krijgen onder andere te maken met meer en hevigere buien, langere perioden van droogte en meer hitte(stress). Om in de toekomst prettig te wonen en te werken in onze groeiende stad, is het noodzakelijk nú maatregelen te nemen. Dit betekent dat we 'klimaatrobuust' te werk moeten gaan. Dit doen wij onder andere door het jaarlijks realiseren van meer kruidenrijk gras om insecten en dergelijke aan te trekken en vast te houden. Zo kunnen we de natuurbeleving en biodiversiteit verhogen. Daarnaast worden of zijn er verschillende flora-en faunapassages aangelegd, zoals een eekhoornbrug in de Alberdingk Thijmlaan, passages voor amfibieën en kleine zoogdieren in de Boutenslaan, en een dassentunnel in Esp. De gemeente Eindhoven blijft ernaar streven meer flora- en faunapassages aan te leggen om het leefgebied voor dieren te verbeteren.
We zien de landelijke trend dat in het ontwerp van bouw- en ontwikkelopgaven de natuur nadrukkelijk wordt meegenomen, zowel in de stad als in het landelijk gebied. We vergroenen de stad voor meer biodiversiteit en daarnaast willen we ook het groenstedelijk karakter van wijken behouden. We willen een stad zijn die groener wordt door de aanleg van daktuinen, groene gevels en binnenterreinen. Met eenvoudige (zichtbare of onzichtbare) voorzieningen aan gebouwen, kan veel bereikt worden voor de biodiversiteit en leefbaarheid in de stad: dat noemen we natuurinclusief bouwen. Er zijn veel (vaak eenvoudige) voorzieningen mogelijk, zoals het inbouwen van neststenen voor vogels of kasten voor vleermuizen. Wij moedigen het natuurinclusief bouwen aan en reiken hier onder andere leaflets voor uit om mensen bewust te maken van de mogelijkheden (meer info op https://www.eindhovenduurzaam.nl/klimaat/wat-kun-je-zelf-doen.) Daarnaast doet Eindhoven mee aan UNaLab, een Europees project dat steden klaarmaakt voor de gevolgen van het veranderende klimaat. De stad is de proeftuin om tot oplossingen te komen voor uitdagingen op het gebied van hitte en water. Hiervoor worden nature based solutions gebruikt, door de natuur geïnspireerde oplossingen zoals het planten van bomen en planten om de hitte tegen te gaan.
8.4 Openbaar water en vissen Gezonde en aantrekkelijke wateren leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van onze omgeving. Ze hebben namelijk een cruciale functie voor het inzamelen en afvoeren van hemel- en grondwater en vormen een voorwaarde voor het klimaatadaptief inrichten van Eindhoven. Visserij Visserij wordt landelijk geregeld via de Visserijwet 1963 (niet-beschermde vissen) of de Wet natuurbescherming (zeldzame vissen die niet bevist mogen worden). Het is de gemeente vrij om de gemeentelijke wateren, die in eigendom zijn van de gemeente Eindhoven, te verhuren. De gemeente Eindhoven verhuurt het visrecht. In de overeenkomst die voor de verhuur is opgesteld staat gespecificeerd op welke wateren de verhuurder het visrecht huurt. In 2021 wordt de overeenkomst voor de huur van het
20
gemeente Eindhoven
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
visrecht opnieuw vastgesteld. Hierbij wordt met het oog op de verandering in het klimaat extra aandacht besteedt aan afspraken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de wateren waarin gevist wordt. Om te mogen vissen in binnenwateren moet men in bezit zijn van de VISpas. In de landelijke VISpas staan algemene verboden opgenomen. Verder zijn er nog gedragscodes die gelden voor de sportvisserij. Op het moment dat de vis gevangen is, valt de vis onder de Wet dieren, waardoor de zorgplicht voor de vis van kracht wordt. Gemeentelijk Rioleringsplan Op dit moment wordt de wijze waarop we invulling geven aan de zorgplichten omtrent afval-, hemel- en grondwater alsook hoe we inspelen op het veranderende klimaat geregeld in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Met de komst van de omgevingswet in 2021 zal het GRP als bouwsteen voor beleid komen te vervallen. De wettelijke taken zullen blijven bestaan maar het beleid zal worden geïntegreerd in de omgevingsvisie en -plannen, de beleidsvoornemens in het omgevingsprogramma en de met het beleid samenhangende regelgeving in het omgevingsplan. De onderdelen van het GRP raken direct aan het leven in en rondom het water. In het GRP volgt de strategie voor klimaatadaptatie. Dat betekent dat ook voor het GRP het klimaatrobuust te werk gaan (zie 8.3) geldt.
We willen onder andere de lessen die we met UNaLab opdoen op het gebied van water inzetten om ook de gemeentelijke wateren klaar te maken voor het veranderende klimaat. Daarnaast is het van belang dat we bij het beheer van de watergangen en het in de gaten houden van de waterkwaliteit oog blijven houden voor het waterleven. Beheer watergangen Ook bij het beheer van watergangen wordt rekening gehouden met dierenwelzijn en biodiversiteit. In lijn met de Wnb wordt het baggeren en het maaien van en langs watergangen afgestemd op de paaitijd van vissen en broedtijd van de watervogels. Er wordt niet gebaggerd in periode maart tot en met juli, tenzij er een calamiteit is. Hierin volgen wij zoveel mogelijk de Gedragscode Natuurbeschermingswet Waterschappen. Bij de uitvoering van baggerprojecten zetten wij dierenwelzijn op de agenda. Zo verklaren wij de Wnb van toepassing in de aanbestedingstrajecten voor het baggeren alsook geven wij voor de uitvoering van de baggerprojecten grenzen mee aan bijvoorbeeld het zuurstofgehalte in het water tijdens de werkzaamheden. Waterkwaliteit Het Waterschap is waterkwaliteitsbeheerder van alle oppervlaktewateren en kwantiteitsbeheerder voor de waterlopen opgenomen op de Legger van het waterschap. Het onderhoud gebeurt op sommige locaties door het waterschap (meestal de grotere Awatergangen) en soms door de eigenaar, dat kan ook de gemeente zijn.
De vissen die eventueel in het water voorkomen zijn in A-watergangen (Dommel en Tongelreep) een verantwoordelijkheid van het waterschap en voor andere watergangen een verantwoordelijkheid van de eigenaar en onderhoudsplichtige van het water, veelal de gemeente. Het is daarom belangrijk om de waterkwaliteit van voldoende kwaliteit te laten zijn zodat de vissen die daarin voorkomen een fijne leefomgeving hebben.
gemeente Eindhoven
21
februari 2021
Dierenwelzijnsbeleid - 2021-2025
Vanuit de Europese Unie zijn er kaderrichtlijnen gesteld voor de kwaliteit van oppervlaktewater. Nederland, en daarmee de gemeenten, hebben tot 2027 om de gewenste waterkwaliteit te behalen. Op dit moment zien we dat de waterkwaliteit van meerdere oppervlaktewateren niet de gewenste kwaliteit heeft. Dit heeft verschillende oorzaken, zoals bijvoorbeeld overstorting van het (gemengd) riool in het oppervlaktewater waardoor het zuurstofgehalte daalt of een te hoog fosfaatgehalte ontstaat. Een laag zuurstofgehalte kan tal van oorzaken hebben. Door de klimaatverandering treedt het zuurstoftekort vaker op omdat we vaker worden geconfronteerd met lage waterstanden, hoge watertemperatuur en minder doorstroming. Op dit moment wordt op een enkele locatie het waterpeil in de winter opgezet of waar nodig een beluchtingsinstallatie ingezet om het zuurstofgehalte op peil te houden.
9
Conclusie
Zoals ook al in de inleiding naar voren kwam, zijn vraagstukken over dierenwelzijn veelal lokaal zichtbaar. We zijn ons ervan bewust dat veel van onze besluiten en handelingen direct of indirect invloed hebben op het dierenwelzijn van de dieren in de gemeente. Daarom nemen we passende maatregelen om het dierenwelzijn in onze gemeente te vergroten en te verbeteren. In dit dierenwelzijnsbeleid geven we aan hoe we aandacht besteden aan het bevorderen van het dierenwelzijn, zowel van dieren met een eigenaar alsook van wilde dieren. Het beleid heeft een veelal preventief karakter waarmee we vormgeven aan onze wettelijke en maatschappelijke rol op dit gebied. Veel van de maatregelen die wij hiervoor nemen kunnen we continueren. Daarnaast zetten we een aantal stappen ter verdere bevordering van het dierenwelzijn: -
Preventief optredentegen dierenmishandeling. Onderzoek wijst uit dat er een relatie bestaat tussen geweld tussen mensen en dierenmishandeling. Het mishandelen van een dier kan een eerste stap zijn tot gewelddadig gedrag tegenover mensen. We vinden het belangrijk om dierenmishandeling te voorkomen en hier streng tegen op te treden. Daarom willen we ‘preventie’ meer handen en voeten geven door hulpverleners meer handelingsperspectief te geven wanneer zij signalen van dierenmishandeling opmerken.
-
Het beëindigen van de benuttingsjacht. Er wordt nog actief gejaagd op basis van een aantal actieve jachtvergunningen in Eindhoven. We geven per ommegaande geen nieuwe contracten meer uit die benuttingsjacht mogelijk maken. In plaats daarvan zullen de toekomstige contracten gericht zijn op beheer- of schadebestrijding. Deze verschuiving is in lijn met de doelstellingen van Eindhoven voor wat betreft dierenwelzijn, natuur en biodiversiteit.