Bijlage 3 - Advies CRSD op visie sociale basis
Tekst van het document
Cliëntenraad Sociaal Domein Eindhoven Advies over : Advies over visiedocument over de sociale basis “Goed voor elkaar” Datum : 12 september 2023 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Inleiding Ons is verzocht om een advies te geven over het visiedocument over de sociale basis “Goed voor elkaar”. Dit advies geven wij graag omdat aan het begrip sociale basis inmiddels veel wordt opgehangen. Ook wij hechten, evenals de gemeente, veel waarde aan het goed op orde hebben van de sociale basis. De titel verwijst enerzijds naar een belangrijk aspect van de sociale basis namelijk het zorgen voor elkaar en anderzijds zou het een verwijzing kunnen zijn dat we het in gemeente Eindhoven goed voor elkaar hebben. Dit laatste is zou wat ons betreft eerder een grote uitdaging zijn dan een feitelijke constatering. Informatie en inspiratie In de aanloop naar dit advies hebben wij ons afgelopen jaar verdiept in talloze rapporten die een bijdrage leveren aan een goed begrip van sociale basis.
Naaste de rapporten die de gemeente ons heeft aangeleverd, hebben wij ons ook laten informeren en inspireren middels: een brief van de staatssecretaris uit 2022 over sociale basis, het rapport van de RVS uit 2022 over sociale basis en het boek van Martien Bouwmans over “Het Zorgstelsel ontrafelt” uit 2023 en het adviesrapport uit 2016 op verzoek van de gemeente Eindhoven over “Opvoedondersteuning in de sociale basis”. Overwegingen Uit de nota blijkt een worsteling ten aanzien van ordening van begrippen en samenhang met andere ontwikkelingen. Wij hebben de volgende vragen en opmerkingen: 1. Er zijn meerdere infrastructuren: ruimtelijke infrastructuur, bestuurlijke infrastructuur, veiligheidsinfrastructuur (van BOA tot ME), onderwijs-infrastructuur (van VVE tot universiteit), gezondheidsinfrastructuur (van wijkverpleegkundige, poh, huisarts tot specialist), infrastructuur GGZ (van buurtinloop, POH/GGZ, psycholoog, tot beschermd wonen en opname), sportinfrastructuur, culturele infrastructuur, arbeidsinfrastructuur (werk, toeleiding naar werk, WW, WIA, aangepaste arbeid enz.). Het is goed om de plaats van de sociale infrastructuur daarbij inzichtelijk te maken. 2. Bij specifieke thema’s zoals talentontwikkeling, inclusie, integratie, financiën, gezond leven, ontmoeting, eenzaamheid, opgroeien en opvoeden spelen zich in verschillende domeinen/infrastructuren af.
Wat is daarbij dan de specifieke bijdrage van de sociale basis. 3. Als voorbeeld nemen opvoedondersteuning in de sociale basis. Een aantal jaren geleden vroeg de gemeente om een advies op welke wijze opvoedondersteuning in de sociale basis zou kunnen worden vormgegeven. Daarover is toen een adviesnota over
uitgebracht ‘Opvoedondersteuning is de sociale basis”. Bij jeugd en opvoeden speelt vooral mee dat de belofte van een ander jeugdzorgbeleid zou moeten beginnen bij het meer aandacht schenken aan het gewone opvoeden en de hulp daarbij aan de ouders in plaats van een diagnose van een jeugdige en vervolgens een specialistische behandeling. De vraag is dan: wat is er nodig in de stad op dit terrein, wat kan in de wijken wat moet stedelijk en welke bijdrage levert hierbij de sociale basis. 4. Zo concreet moet per hoofdthema de uitwerking van de sociale basis zijn. Misschien goed om na vaststelling van de algemene visie deze uit te werken in verschillende thema’s/programmalijnen zoals jeugd (o.a. opvoedondersteuning), bevordering gezond gedrag, transitie GGZ, ouderenproblematiek enz. Alleen na zo’n uitwerking wordt duidelijk op welke punten de sociale basis versterkt moet worden. 5. Ten aanzien van collectiveren hebben wij de volgende opmerking. Er staat geen expliciete reden in voor het streven naar collectiveren. Zijn dat financiële overwegingen? Hoe verhoudt zich dat met wat cliënten/bewoners zelf willen, met het idee van ondersteuning op maat, met integraal werken, met schaamte om je sores in groepsverband in de wijk op tafel te leggen (vertrouwelijkheid)? 6. Ten aanzien van de definitie sociale basis. Niet duidelijk is of de gemeente de definitie van Movisie overneemt (pag.
10). Die definitie is wel goed maar behoeft ook kanttekeningen want soms is aanbod wel sociale basis maar wordt stedelijk aangeboden bijv. schuldhulp en sociale raadslieden. Voorts vragen wij ons af welke professionele organisaties onder sociale basis vallen met welke activiteiten. 7. Wat nu als de sociale basis niet toereikend is? Wordt er opgeschaald, doorverwezen, iemand bijgehaald? Wat is er geregeld bij spoedkwesties? (resterende) positie van de sociale basis? 8. Meerdere keren hebben wij met gemeente overleg gehad over multiproblematiek. WIJeindhoven is de centrale professionele basisvoorziening. Hoort daar in dit kader nu ook de coördinatie van multiprobleem-gezinnen bij? 9. Vanuit de gezondheidzorg komen steeds duidelijker geluiden dat er meer samenhang moet komen tussen de eerstelijnsgezondheidzorg en de sociale basis. Sommigen pleiten voor een krachtig samenwerken tussen gemeente en zorgverzekeraar om daar samen als financier vorm aan te geven. Hoe zit u in deze actuele discussie? 10. Deze discussie is ook actueel bij de transitie jeugdhulp en bij de transitie van de GGZ. In een visienota kan dan niet ontbreken om daaraan dacht aan te besteden. 11. In de visie wordt over vrijwilligers gesproken. Het is belangrijk om hierbij ervoor te waken dat vrijwilligers niet belast worden met zorgtaken waar zij niet de benodigde trainging of vereiste deskundigheid voor hebben.
Als deze visie voor een groot deel leunt op de inzet van vrijwilligers dan moet er gekeken worden naar de knelpunten bij het vinden van geschikte vrijwilligers en naar de scholing en begeleiding van hen. 12. Burgers vroegtijdig betrekken bij beleidsvorming wordt door de gemeente voorgestaan. Dat vinden wij iets anders dan een vast inwonerspannel laten reageren op stukken. Versterking sociale basis is nu bij uitstek een kans op wijkniveau met bewoners aan de slag te gaan over voorzieningen in hun eigen wijk.
Advies Op hoofdlijnen zijn wij eens met de richting waarop het sociaal beleid zich moet ontwikkelen. De gepresenteerde nota laat echter veel onduidelijk, waaronder de relatie met parallelle ontwikkelingen. Wat sociale basis nu daadwerkelijk voorstelt wordt alleen duidelijk bij uitwerking op hoofdthema’s en dan pas wordt ook duidelijk of er meer of minder moet worden ingezet. Ons advies luidt daarom: • • •
Geef beter de relatie aan met overige ontwikkelingen. Werk deze nota uit op hoofdthema’s op de wijze bijvoorbeeld waarop destijds de nota over opvoedondersteuning is opgesteld. Betrek ons bij de uitwerking op deze hoofdthema’s.
De Cliëntenraad Sociaal Domein
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Leden van de cliëntenraad zijn Hans Schalkwijk, Ad den Hartog, Erik de Ridder, Sito Panchoe, Diane van de Mortel, Martien Asveld, Sylvia Kwarten, Thijs Arnts, Simon de Waal, Jack Janssen, Jeanny Steens, Loubna Bakra, Sabine Gijzen, Richard Witvoet en Khaldoun Daghmach Onafhankelijk voorzitter is Ab Czech. Cliëntenraad sociaal domein, Postbus 90.150, 5600 RB Eindhoven, secretariaat_crsd@eindhoven.nl