CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Advies CRSD

Raadsvergadering 11 juni 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vereenvoudiging Sociaal Domein2.487 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Cliëntenraad Sociaal Domein Eindhoven Onderwerp : Advies over vereenvoudiging sociaal domein in Eindhoven Datum : 16 april 2024 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Inleiding De gemeente Eindhoven is voornemens om ter wille van meer efficiënt en effectief werken een vereenvoudiging van het sociaal domein te realiseren. Hierover is advies gevraagd aan de CRSD. De eerste stap om de dienstverlening te vereenvoudigen was het vaststellen van kaders die gelden voor het hele sociale domein. In juli 2023 heeft de gemeenteraad uitgangspunten (De Sociale 7) vastgesteld voor het werken in het sociaal domein in Eindhoven. Wij hebben daarover destijds een positief advies uitgebracht. Vervolgens is het college aan de slag gegaan met de uitwerking. Hiertoe heeft zij Radar de opdracht gegeven een rapport uit te brengen met verbetervoorstellen en drie richtinggevende scenario’s die een bijdrage leveren aan de vereenvoudiging van het sociale domein. Tot slot heeft het college een raadsvoorstel opgesteld waarin zij haar keuzen motiveert en voorlegt aan de gemeenteraad. De CRSD is in dit hele proces goed meegenomen.

Maatschappelijke context Op basis van evaluatie van de huidige situatie komt men tot aandachtspunten die om een oplossing vragen zoals: verbetering informatievoorziening, snellere routes, geen dubbele taken, betere gegevensoverdracht, duidelijkheid over casusregie, geen plannen naast elkaar en betere sturing op de hele keten. Eindhoven zal aanstaande jaren sterk groeien in inwonersaantal en daarmee neemt ook de hoeveelheid zorgvragen toe. Dit vindt plaats in de context van een tekort aan zorgpersoneel en beperkte rijksbudgetten. Zo staan de gemeenten nog een omvangrijke uitgestelde korting op de jeugdhulp te wachten. Kortom, efficiënt en effectief werken is geen luxe maar noodzaak. Er zijn landelijk inmiddels heel wat rapporten verschenen die gaan over wijkteams, samenwerking, casusregie, integraal werken enz. Radar geeft in haar rapport aan dat zij daar notie van hebben en daarmee met het opstellen van de Eindhovens rapport rekening hebben gehouden. CRSD-verkiezingsmanifest In maart 2022 bracht wij ons verkiezingsmanifest uit met aanbevelingen voor het nieuwe college. Wij brengen, in het kader van dit advies, graag in herinnering wat wij toen In het hoofdstuk over Integraal en wijkgericht werken opmerkten.

1

De kwetsbare Eindhovenaar staat centraal en maatwerk wordt zoveel mogelijk geboden. Voor de aanpak van kwetsbare Eindhovenaren met multi-problemen is het combineren van enkelvoudige oplossingen niet voldoende; met een samenhangende aanpak is de ondersteuning effectiever. Hiertoe moet met anderen worden samengewerkt. Wij juichen de initiatieven toe die de gemeente momenteel neemt met betrekking tot de ontwikkeling van wijkgerichte GGZ. Hierbij wordt de specialistische GGZ-kennis minder bezien vanuit medische optiek (ziek zijn en genezen) maar meer vanuit de herstelgedachte (leren omgaan met kwetsbaarheid) en wordt daarbij sterk gekoppeld aan het sociaal domein. Onderwijs is naast de wijk ook een belangrijke vindplaats voor opgroei- en opvoedproblematiek. Wij vinden dat ouders en jeugdigen niet vanuit school naar huisarts en vervolgens naar een GGZ-wachtlijst moeten worden doorverwezen maar dat deskundige hulp op school aanwezig moet zijn. Die hulp moet integraal gericht zijn op wat de jeugdige nodig heeft, wat ouders kunnen doen en wat de school kan doen. Het servicebureau als tussenconstruct was wellicht nodig om de uitgaven van jeugdhulp in de hand te krijgen. Dat is gelukt, maar deze extra organisatieschijf biedt geen soelaas in de toekomst waarin we naar één regisseur (van Wijeindhoven) willen.

Die organisatie moet verantwoordelijkheid gaan dragen voor het gehele toewijzingstracject. De multi/mono-aanpak van de gemeente is ook een construct waarbij wij grote vraagtekens plaatsten: een budget overhandigen aan één specialist met de taak om andere specialisten in te huren en aan te sturen. De gemeente geeft hierbij de regie uit handen aan specialisten (en niet aan generalisten) die onder dwang van een beperkt budget het samen mogen uitzoeken. Ook dit product is ontwikkeld ten tijde van financiële tekorten maar is om dezelfde reden niet houdbaar. De best opgeleide generalist (vergelijkbaar met een specialistisch verpleegkundige in het ziekenhuis) moet in staat zijn bij multiproblematiek om met verschillende specialisten en anderen in het sociaal domein tot één plan te komen. Generieke maatregelen Er worden door het college generieke maatregelen voorgesteld die voorwaardelijk zijn om tot verbetering van het sociaal domein te komen, ongeacht de keuze voor een specifiek scenario. De volgende worden hierbij genoemd: • De Sociale 7 van uitgangspunten naar dagelijkse praktijk brengen. • Meer mogelijkheden voor digitale aanvragen realiseren. • Implementeren van de Doorbraakmethode voor casussen waarin inwoners en professionals vastlopen. • Eenduidige informatie aan inwoners over waar zij terecht kunnen.

• Een digitaal inwonersportaal (MijnEindhoven.nl) waar inwoners zelf zaken regelen en aanvragen wanneer het hen uitkomt. • Eén dossier van de inwoner, waar indien nodig meerdere professionals samen aan werken én waarbij de inwoner bepaalt wie welke informatie mag inzien. • Taakgericht inkopen van aanvullende ondersteuning jeugd en WMO.

2

•

Verstevigen integrale sturing en informatie-uitwisseling tussen afdelingen en organisaties onderling.

Een aantal van de genoemde maatregelen is afgelopen jaren eerder onderdeel geweest van advies van de CRSD. Met name het inkopen van zorg is bij ons een veel besproken onderwerp. Wij hebben er altijd voor gepleit om: • het aantal aanbieders zeer beperkt te houden; • te subsidiëren in plaats van in te kopen; • regiobinding te eisen; • en aanbieders te beschouwen als partner bij complexe opgaven. Deze beperkte groep aanbieders dient vervolgens niet als concurrent maar als partner samen te werken. Het inkoopmodel (met soms meer dan 150 aanbieders) is voor de gemeente geschikt om tot een keuze van een aanbieder van bijvoorbeeld kopieerapparaten te komen, maar niet om complexe zorg te regelen. Ook verbetering van de informatie voor burgers is zeer van belang. Ook daar hebben wij afgelopen jaren meerdere malen aandacht voor gevraagd. Het ging hierbij vaak om de items als begrijpelijk taalgebruik en toegankelijkheid voor mensen met verstandelijke en visuele beperkingen. Inmiddels zijn er landelijke normen waaraan overheidsinformatie moet voldoen wil zij inclusie-proof zijn. Wij ondersteunen de door de gemeente geformuleerde generieke maatregelen die voorwaardelijk zijn voor verbetering in het sociaal domein.

Wij vullen deze lijst graag aan met maatregelen/aanbevelingen die wat ons betreft ook voorwaardelijk zijn voor welke scenario dan ook gekozen wordt: • Laat de cliënt leidend zijn bij gesprekken met WIJeindhoven voor wat betreft de plaats waar deze gesprekken plaatsvindt en de personen die daarbij aanwezig mogen zijn. • Maak aan cliënten duidelijk dat ze kunnen wisselen van generalist als de client niet tevreden is of het minder klikt. Deze wisseling hoeft niet beargumenteerd te worden. • Maak aan cliënten duidelijk dat ze altijd over een OCO kunnen beschikken • en dat ze een second opinion kunnen vragen. • Maak gebruik van de werkwijze die is opgedaan de afgelopen jaren m.b.t. de omgekeerde toets. • Zorg bij alle vormen van communicatie dat ook mensen die laaggeletterd zijn, kunnen begrijpen waar het over gaat. • Versterk de voorkant van het proces door onder meer de kortdurende inzet/consultatie van specialisten in een vroegtijdig stadium, die ook direct/fysiek contact hebben met de client. • Zorg dat met de belangrijkste instellingen in de sociale sector op bestuursniveau afspraken (samenwerkingsconvenant) worden gemaakt over de werkwijze (o.a. regie, mandaat, snelheid van handelen, escalatie, delen van informatie, enz.) zodat niet bij iedere casus opnieuw het wiel moet worden uitgevonden.

3

• • • • •

• •

In multidisciplinaire teams samenwerken is alleen zinvol als mensen mandaat hebben, anders komt er weinig uit. Zorg er voor dat WIJeindhoven met de nieuwe werkwijze binnen de kortste tijd aan een kwaliteitscertificaat voldoet bijvoorbeeld van ISO, HKZ en/of KSSW. Introduceer bij WIJeindhoven de beroepscode, het competentieprofiel en het kwaliteitslabel voor sociaal werkers (www.sociaalwerknederland.nl) Permanente bijscholing, opleiding en supervisie moeten onlosmakelijk aan de werksoort verbonden zijn. Maak bij voorkeur gebruik van de kennis die er is over effectieve sociale interventies (zie onder meer Movisie en NJI) en beargumenteer als dat niet plaatsvindt (principe “pas toe of verklaar”). Wees duidelijk over privacyaspecten. Laat een keer in de vier jaar door een onafhankelijke en deskundige visitatiecommissie een rapport uitbrengen over de staat van WIJeindhoven.

Overwegingen vooraf Uit het rapport “Overall rapportage sociaal domein” van het SCP merken wij op dat de noodzaak tot integrale teams voor Jeugdwet, WMO en Participatiewet gering is omdat de feitelijke overlap minimaal is. Minder dan 10% van de gebruikers heeft te maken met meer dan één decentralisatiewet. De overlap echter met andere terreinen is vele malen groter: politie, (speciaal) onderwijs, ggz, woningbouwcorporaties, reclassering, sociale verzekeringsbank enz. Daarnaast zijn de drie genoemde wetten veelal ook leeftijdsgebonden: Jeugdwet voor kinderen 0 - 18 jaar (en hun ouders), Participatiewet voor mensen die niet of nog niet kunnen werken 18 – 67 jaar en de WMO waar het merendeel ouderen gebruiker is en mensen met een handicap. Reeds bij de start van WIJeindhoven was de CRSD kritisch naar de (in de ogen van de CRSD al te simplistische) uitgangspunten die gehanteerd werden voor WIJeindhoven: • Iedereen kon generalist zijn, daar was geen echte deskundigheid voor nodig. • Iedereen bij WIJeindhoven doet alle voorkomende werkzaamheden. • Ook het verstrekken van uitkeringen zou naar de wijk moeten alsmede het handhaven/sanctioneren. Nadien kwam men hier (ook noodgedwongen) op terug, want voor casussen waar jeugdhulp aan de orde is, stelt het rijk eisen aan de generalist, onder meer een SKJ-registratie.

Ook het vaststellen van bijstandsuitkeringen is niet te mandateren aan een instelling. Men ging over op de professional met het T-profiel, hetgeen betekende breed georiënteerd maar wel met enige specialisatie. Nadien werden bij de gemeente grote financiële tekorten geconstateerd hetgeen leidde tot drastisch ingrijpen in het werkmodel. De gemeente introduceerde het gemeentelijk Servicebureau dat de feitelijke beslissing ging nemen (zonder de client gezien te hebben) over de inzet van specialistische hulp. Voor jeugdvoorzieningen leek dit wel erg op het voormalige

4

Bureau Jeugdzorg waar destijds zoveel kritiek op was. Inmiddels zijn de financiën op orde en is het tijd om voor de toekomst een helder werkmodel te schetsen. In de keuze voor een nieuw werkmodel worden begrippen gehanteerd zoals enkelvoudige problematiek, meervoudige problematiek en complexe problematiek. Daarnaast wordt natuurlijk ook het begrip integraal werken gehanteerd. Waarbij integraal binnen het gemeentelijk domein nog iets anders is dan integraal binnen het brede sociale domein, want dan hebben we te maken met: • Geestelijke gezondheidszorg (bij nagenoeg alle complexe problematiek speelt ggz een rol) voor volwassenen waar de gemeente niet over gaat • Uitkeringen zoals WW en WIA (daar zijn veel meer mensen van afhankelijk dan van bijstand) waar de gemeente niet over gaat • Kinderrechters, jeugdreclassering en jeugdbescherming hebben eigenstandige bevoegdheden waar gemeenten aan onderhevig zijn • Huisartsen, jeugd- en kinderartsen en medisch specialisten bepalen zelf de noodzakelijke inzet jeugdhulp • Veel van hiervoor vermelde beroepsgroepen hebben zwijgplicht hetgeen samenwerking bemoeilijkt Kortom, er zijn meer regisseurs die bepalend zijn voor trajecten waar WIJeindhoven bij betrokken is.

Nu de gemeente voornemens is om de bevoegdheid om specialistische hulp in te zetten weer bij WIJeindhoven wil leggen en tevens uitgangspunt handhaaft dat WIJeindhoven ook zoveel mogelijk zelf hulp biedt in de wijk, zijn de randvoorwaarden voor deze werkwijze zeer van belang. Om zelf de nodige hulp in te verlenen en om ook te bepalen welke specialistische hulp nodig is, moet je nu eenmaal deskundig zijn. Er zijn zoveel regelingen, voorzieningen en instellingen in het sociaal domein dat die over de volle breedte door een generalist niet bij te behappen zijn. Neem als voorbeeld de landelijke Hervormingsagenda Jeugd waarmee duidelijk wordt dat de gemeente met tal van actoren te maken heeft die een specifieke rol hebben die zich niet laten dwingen door een generalist van WIJeindhoven. Samenwerken en toch coördineren en regievoeren gaat dan alleen als specialistische partners die positie en dat gezag aan je gunnen. Als ze overtuigd zijn van iemands deskundigheid zullen ze van de meerwaarde ervan inzien. Dat speelt onder meer in het onderwijs, de jeugd-ggz, de jeugdreclassering en de jeugdbescherming. Ook het aanbod van jeugdvoorzieningen loopt uiteen van voorzieningen op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Sommige hulp is vrijwillig, sommige hulp acuut, sommige hulp vindt plaats in een gedwongen kader en sommige hulp moet afgestemd worden in een regionaal expertisecentrum.

Ook voor de andere genoemde decentralisatiewetten geldt dat de complexe regelgeving en de vele aanpalende voorzieningen het niet mogelijk maken om daar als generalist allemaal weet van te hebben. Als de bandbreedte van de taak te groot is, wordt verlies geleden op het vermogen om zelf de nodige hulp te geven, om een goede diagnose te maken en om vervolgens

5

doelgericht de juiste specialisten in te schakelen, daarmee samen te werken en deze hulp later ook af te schalen. Scenariokeuze Er worden in het rapport drie scenario’s geschetst die betrekking hebben op de organisatie van WIJeindhoven. Het betreft steeds de positionering van deskundigheid rond de thema’s: • Werk en geld • Zelfstandig leven en wonen • Opvoeden en opgroeien Natuurlijk zijn hierin de drie wetten (Participatiewet, WMO en Jeugdwet) herkenbaar, maar het is terecht dat het samenhangende leefgebieden wordt genoemd, omdat we niet terug willen naar strakke verkokering op lokaal niveau. Het generalistisch of specialistisch werken is wat dat betreft goed te vergelijken met de huisarts als goed opgeleide generalist en de ziekenhuisspecialist. Ook wordt aangegeven dat inkoop van voorzieningen centraal door de gemeente gedaan wordt en deels ook regionaal en landelijk. Deze taak gaat niet over naar de wijkteams. Dit geldt ook voor backofficetaken zoals beschikkingen afgeven, handhaving, bezwaar en beroep. Er worden drie scenario’s onderscheiden: • In scenario 1 wordt uitgegaan van drie teams: een wijkteam zelfstandig leven & wonen, een wijkteam opvoeden & opgroeien en een team werk & geld dat binnen de gemeente wordt gepositioneerd. De bedoeling hierbij is dat mensen zo snel mogelijk in het juiste team terecht komen. • In scenario 2 wordt uitgegaan van één integraal team.

Een medewerker van “Team Toegang” voert een eerste triage uit en bepaalt daarna waar de client naar toe gaat of “Team eenvoudig” of “Team meervoudig complex”. • In scenario 3 wordt uitgegaan van één wijkteam voor alles (in feite voor zelfstandig leven & wonen & opvoeden & opgroeien & werk & geld). Hierbij wordt opgemerkt dat een groot aantal taken die nu bij de gemeente belegd zijn wat werk & geld betreft daar ook zal blijven omdat zulks wettelijk niet anders kan. Overigens is ook de vraag of medewerkers met handhavingstaken en sanctionering wel veilig in een wijk kunnen werken. Wij hebben de scenario’s uitvoerig besproken: • Scenario 2 zal WIJeindhoven terugzetten naar een slechter werkmodel dat op geen enkele wijze een overtuigende verbetering zal zijn. • Scenario 3 betreft een voortzetting van de huidige praktijk en lost dus de genoemde knelpunten niet op. • Scenario 1 is een verbetering van de huidige werkstructuur en komt het dichtst in de buurt van de gunstige randvoorwaarden die bijdragen aan een kwalitatieve versterking van het wijkgericht werken.

6

Ook het college kiest voor scenario 1 en dat lijkt ons een goede keuze. Wij zijn graag bereid om ons advies nader toe te lichten. De cliëntenraad Sociaal Domein Eindhoven

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Leden van de cliëntenraad zijn Hans Schalkwijk, Ad den Hartog, Erik de Ridder, Sito Panchoe, Diane van de Mortel, Martien Asveld, Sylvia Kwarten, Thijs Arnts, Simon de Waal, Jack Janssen, Jeanny Steens, Loubna Bakra, Sabine Gijzen en Richard Witvoet. Onafhankelijk voorzitter is Ab Czech, 06 2000 4451 Cliëntenraad Sociaal Domein, Postbus 90.150, 5600 RB Eindhoven, secretariaat_crsd@eindhoven.nl

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14124705/2