Bijlage 3 - Advies Cliëntenraad Sociaal Domein
Tekst van het document
Cliëntenraad Sociaal Domein Eindhoven Onderwerp
: Advies over de leidraad met werkwijze voor vestiging noodzakelijke (opvang)voorzieningen Datum : 25 maart 2025 -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Inleiding In 2007 heeft de gemeente het ‘Protocol voor de vestiging van noodzakelijke voorzieningen voor maatschappelijke opvang en verslavingszorg’ vastgesteld. Nadien zijn er talloze ontwikkelingen geweest die ertoe leiden dat het protocol aangepast dient te worden. Naast Maatschappelijke Opvang heeft de gemeente ook de verantwoordelijkheid om te zorgen voor opvanglocaties ontheemden uit Oekraïne, asielopvang en Beschermd wonen. In de groeiende stad wordt de beschikbare ruimte schaars. Tegelijkertijd groeit ook de opgave voor het realiseren van opvangvoorzieningen voor dak- en thuisloze mensen, asielzoekers, oorlogsvluchtelingen en andere mensen die onze hulp nodig hebben. Daarnaast is er een aantal wettelijke veranderingen zoals de Wmo2015, Omgevingswet, Spreidingswet en verordening inwonersparticipatie. Voldoende redenen om het protocol uit 2007 tegen het licht te houden. Hiertoe is door middel van een uitgebreid participatietraject, de huidige werkwijze geëvalueerd. Een van de belangrijkste onderdelen zijn gevoerde dialooggesprekken met raadsleden, inwoners en maatschappelijke organisaties.
Daarin is vooral gekeken naar het proces om tot een opvanglocatie te komen, in combinatie met de (ervaringen) rondom communicatie en participatie en mogelijke verbeteringen daarvan. De leidraad De gemeente stelt nu voor om het huidige protocol in te trekken en te vervangen door een nieuwe leidraad, die (in verband met nieuwe wettelijke verplichtingen) breder kan worden toegepast en waarin de resultaten van participatie en procesverbeteringen verwerkt zijn. Deze leidraad geldt voor de vestiging van een noodzakelijke (opvang)voorziening/24 uurs verblijf voor een groep inwoners die dagelijks ondersteuning nodig heeft. Daarbij kan het gaan om een locatie Maatschappelijke Opvang, Beschermd wonen, asielopvang of opvang voor oorlogsvluchtelingen. De werkwijze die in de leidraad is omschreven omvat de stappen van de voorbereiding van en besluitvorming over een locatie van een noodzakelijke (opvang)voorzieningen tot aan de realisatie en uitvoering daarvan. Er is aandacht voor participatiemogelijkheden van inwoners en andere stakeholders uit de omgeving waar een voorziening wordt gevestigd. Voor de voorbereiding van en besluitvorming over de locatie zelf wordt voorgesteld om inwonersparticipatie te beperken. Om een gemotiveerd en goed onderbouwd besluit te nemen over een locatie, maakt de gemeente gebruik van bestaande informatie die eerder is opgehaald.
In het vervolgproces is er ruimte om conform de verordening Inwonersparticipatie en de Omgevingswet inwoners en ander stakeholders actief te betrekken, bijvoorbeeld als het gaat
om leefbaarheid in hun buurt. Tevens stelt de gemeente voor om voor de afwegingen en motivatie voor een locatie een algemeen afwegingskader te hanteren dat een aantal aspecten bevat die gemotiveerd en zorgvuldig worden gewogen. Dit in combinatie met het uitgangspunt dat in elke buurt en wijk in Eindhoven er plek is voor een of ander type van opvang /voorziening. De gemeente vindt het belangrijk om concentratie in een bepaald gebied te voorkomen. Daarom probeert men de locaties zo veel mogelijk evenwichtig te spreiden. Ook wordt gekeken naar andere relevante aspecten zoals andere voorzieningen die in de buurt van de beoogde locatie al aanwezig zijn en bijvoorbeeld, de looproutes. Een zorgvuldige afweging op de algemene factoren met een motivering van het besluit van de gemeente kan worden verwacht zonder dat sprake is van ‘harde criteria met normeringen’ die op alle gevallen van toepassing zijn. Hiermee geeft de gemeente aan dat ruimte voor maatwerk mogelijk zal blijven omdat een protocol dat ‘in beton is gegoten’ geen soelaas biedt voor een verbetering van de communicatie. Niet in alle gevallen is de gemeente initiatiefnemer. In sommige gevallen kan een maatschappelijke partner het initiatief nemen om te komen tot de vestiging van een voorziening.
De gemeentelijk leidraad is niet juridisch afdwingbaar, maar zo stelt de gemeente, zij zal de partners hierin ondersteunen en de verwachting is dat zij de werkwijze zullen volgen. Opmerkingen van de CRSD De CRSD heeft het voorstel uitvoerig besproken. Wij vinden het een goed doortimmerd stuk waarbij transparant de dilemma’s worden gewogen. In het algemeen concluderen wij dat in dit voorstel de belangen van inwoners versus de belangen van doelgroepen (o.a. cliënten, patiënten, dak- en thuislozen, tijdelijke migranten enz.) schuren. Geen enkele wijk biedt zich aan om een voorziening te krijgen die een extra druk zet op c.q. een uitdaging oplevert voor de sociale leefbaarheid. De stad kan echter niet anders dan al haar inwoners een woonplek bieden en het is de (wettelijke) opdracht van het gemeentebestuur om daar zorg voor te dragen. Wij hebben er alle begrip voor dat er weerstand is in wijken om een voorziening te krijgen waar niet om gevraagd is. Dat is een logische reactie op verandering en op het primaire gevoel erop achteruit te gaan. In dat spanningsveld tussen wijkbewoners enerzijds en doelgroepen anderzijds zal het geen verrassing zijn dat voor de cliëntenraad het belang van doelgroepen (zoals cliënten en patiënten) zwaarder weegt dan het belang van wijkbewoners.
Een belangrijk punt in het raadsvoorstel betreft het wel of niet laten participeren van wijkbewoners in de fase voorafgaand aan een besluit. Wij zijn het eens met het college dat als alle wijken hun “deuren” voor doelgroepen gesloten houden, zij hun maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze doelgroepen niet kunnen waarmaken. Wij stemmen er mee in dat het college daarom eerst, zonder participatie van bewoners, een besluit neemt en dat later toelicht. Dit vraagt echter wel om goed verwachtingsmanagement c.q. communicatie. Een eerlijke spreiding van voorzieningen is een uitgangspunt van het college. Daar zijn wij het in principe mee eens. Echter met de volgende aantekening: Sommige wijken hebben veel sociale woningbouw en alle inwoners met een laaginkomen en inwoners met sociale indicaties worden daarin gehuisvest. Het gaat hierbij om zeer uiteenlopende inwoners: ex-gedetineerden, ex-
verslaafden, ex-psychiatrische patiënten enz. De druk op het sociale leefklimaat in wijken met veel sociale woningbouw is (ook zonder specifieke voorzieningen) al erg hoog. Niet voor niets stonden destijds alle buurthuizen in deze wijken. Dus daar waar de gemeente spreekt over het eerlijk verdelen van de voorzieningen over alle wijken, zou beter gesproken kunnen worden over het eerlijk verdelen van de sociale druk in de wijken. Wellicht dat sociale achterstandswijken dan voorlopig helemaal niet in aanmerking zouden komen voor een extra voorziening voor doelgroepen. Wij denken dat het succes van de voorgestane participatieaanpak (nadat besluitvorming heeft plaatsgevonden) mede afhankelijk is van de kwaliteit van het participatieproces en van de kwaliteit van de personen die dit namens de gemeente in goede banen gaan leiden. Inwoners zijn natuurlijk op voorhand niet blij met het gegeven dat hun participatie-inspanningen niet kunnen leiden tot herziening van het besluit. Sterke persoonlijkheden (zowel ambtelijk als bestuurlijk) met kennis van zaken zouden zo’n proces moeten begeleiden. Met name het goed kunnen uitleggen (en transparant zijn) waarom de betreffende keuze is gemaakt en waarop de wijk nog wel invloed kan hebben (beheersplannen e.d.) lijkt ons zeer van belang.
Het college oppert de suggestie om als niet de gemeente maar een instelling overgaat tot het realiseren van een voorziening voor een kwetsbare doelgroep, dat aanbevolen wordt om dezelfde participatieprocedure te volgen zoals de gemeente die voor zichzelf heeft vastgelegd. Voor bewoners maakt het de facto niet uit of de gemeente of een instelling is die een voorziening in een wijk wil plaatsen. Wellicht is het goed om instellingen te faciliteren/ ondersteunen om dezelfde procedure te volgen en over dezelfde instrumenten/personen te beschikken. Overige opmerkingen: • Als de gemeente een bestaand pand voor doelgroepen beschikbaar wil stellen, dient zij voor de zittende bewoners (soms ook kwetsbare doelgroepen) tijdig een passend alternatief te hebben. Deze opdracht/zoektocht dient niet aan een aanbieder te worden overgelaten. • Om het gevoel opgezadeld te worden met een sociaal probleem te minimaliseren dienen buurtbewoners maximaal comfort te ervaren in de dienstverlening. Na het huisvesten van doelgroepen in een wijk moet de gemeente onder meer de garantie geven dat er in het kader van een beheersplan altijd 7x24 uur bereikbaarheid moet zijn om calamiteiten het hoofd te bieden. • De cliëntenraad neemt te zijner tijd graag kennis van het handboek c.q. de gereedschapskist.
Advies • Wij stemmen in met het raadsvoorstel • Wij vragen aandacht voor onze opmerkingen over: belangenafweging wijkbewoners versus doelgroepen, spreiding van voorzieningen, kwaliteit van het participatieproces, herhuisvesten van zittende huurders, 7x24 uur service en participatieprocedure van instellingen De Cliëntenraad Sociaal Domein
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Leden van de Cliëntenraad staan vermeld op de website: www.crsdeindhoven.nl Onafhankelijk voorzitter is Ab Czech (06 2000 4451) en ambtelijk secretaris is Annemiek Schulten Cliëntenraad sociaal domein, Postbus 90.150, 5600 RB Eindhoven, secretariaat_crsd@eindhoven.nl,