Bijlage 2b - Toelichting bp Land Forum (politielocatie)
Tekst van het document
Onderzoek luchtkwaliteit Door Royal HaskoningDHV is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd (d.d. 6 mei 2022, Bijlage 21 bij deze toelichting) om de invloed van de beoogde activiteiten ten aanzien van de luchtkwaliteit in de omgeving inzichtelijk te maken. Uit de verspreidingsberekeningen blijkt dat het maximaal aantal overschrijdingsdagen voor PM10 (etmaalgemiddelde) kleiner is dan het maximaal toegestane aantal van 35 dagen per jaar. Voor NO2 doen zich ook minder overschrijdingen van de uurgemiddelde concentratie voor dan het maximaal toegestane aantal van 18 overschrijdingen per jaar. Ook ten aanzien van PM2,5 is de ontwikkeling ruimschoots aanvaardbaar. Hieruit volgt dat, gebaseerd op de uitgevoerde berekeningen, in de voorgenomen situaties door de politie activiteiten nergens de maximale toegestane overschrijdingsfrequentie van de grenswaarden uit de 'Wet luchtkwaliteit' wordt overschreden.
4.4.6
Conclusie en vervolg
Op basis van de resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek wordt geconcludeerd dat de voorgenomen bedrijfssituatie van de politie op de locatie ruimschoots voldoet aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Nader onderzoek in de vergunningfase is niet nodig.
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid beschouwt de risico's voor de omgeving ten gevolge van een ongeval bij de productie, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen en de kans dat daarbij dodelijke slachtoffers vallen. In het kader van dit bestemmingsplan is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd, welke is 84
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
bijgevoegd in Bijlage 24 van deze toelichting. Onderhavige paragraaf bespreekt dit onderzoek op hoofdlijnen, waarbij wordt ingegaan op de invloed van verschillende risicobronnen op het planvoornemen. Hierbij wordt allereerst een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. Tot slot wordt het groepsrisico verantwoord. 4.5.1
Wettelijk kader
Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'. Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.
4.5.2
Gemeentelijk beleid: Visie externe veiligheid
De Gemeente Eindhoven heeft in mei 2009 de Visie externe veiligheid vastgesteld. Daarin is onder meer vastgelegd hoe in de stad nabij risicobronnen wordt omgegaan met het veilig stellen van een acceptabel niveau voor risico's in het kader van externe veiligheid en de beheersbaarheid ervan. Ook is in de visie voor de gebieden buiten invloedsgebieden van risicobronnen (o.m. het gebied > 200m van het spoor) een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt.
4.5.3
Onderzoek externe veiligheid
Door Royal HaskoningDHV is een rapportage Externe veiligheid (Bijlage 24) bij deze toelichting) opgesteld (d.d. 28-09-2022). Navolgend worden de hoofdlijnen hiervan toegelicht. Het plangebied Op basis van de Signaleringskaart is onderzocht welke risicobronnen in de omgeving van het plangebied relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het plangebied weer.
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
85
Figuur 4.3: Ligging risicobronnen ten opzichte van het globale plangebied, aangegeven in rood (bron: signaleringskaart-EV). Onderstaande tabel geeft aan onder welke wetgeving de risicobron valt en of deze relevant is voor het planvoornemen. Een risicobron is relevant wanneer het invloedsgebied of de veiligheidsafstand over het plangebied valt. Dit is het geval wanneer de grootte van het invloedsgebied of veiligheidsafstand groter is dan de afstand tussen de risicobron en het plangebied.
Nr
Risicobron
Wet- en regelgeving
Relevant?
1
Autosnelw eg A2 (Traject afrit 30 Eindhoven-Centrum ) Knp. De Hogt
60
> 4.000
Bevt
Ja
2
Aardgasleiding Z-506-01
290
140
Bevb
Nee
3
Gasontvangstation Nederlandse Gasunie N.V.
260
25
Activiteitenbesluit
Nee
4
Aalberts Surface Treatment Eindhoven BV
830
51
Bevi
Nee
5
Air Liquide Eindhoven b.v.
1.100
405
Bevi
Nee
6
Riano Eindhoven B.V.
1.400
Niet bekend
Bevi
Niet bekend
7
Sonac Eindhoven BV
1.200
60
Activiteitenbesluit
Nee
86
Afstand tot Invloedsgebied/ plangebied [m] veiligheidsafstand [m]
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
Buiten kaartbeel d
Autosnelw eg A67 (Traject afrit 30 (Eersel) Knp. De Hogt)
3.600
> 4.000
Bevt
Ja
Inrichtingen Risicovolle inrichtingen vormen op gebied van externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavig plan.
Transport Voor het planvoornemen zijn de volgende risicobronnen relevant in het kader van externe veiligheid: 1. Rijksweg A2 (traject afrit 30 (Eindhoven-Centrum) - Knp. De Hogt) 2. Rijksweg A67 (traject afrit 30 (Eersel) - Knp. De Hogt) Resultaten beoordeling risicobronnen 1. Autosnelweg A2 (traject afrit 30 (Eindhoven-Centrum) - Knp. De Hogt) De PR10-6-contour ligt niet over het plangebied; het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Het planvoornemen ligt buiten het plasbrandaandachtsgebied van de autosnelweg. De ontwikkeling van het plangebied resulteert in een toename van het groepsrisico (van 0,262 naar 0,297 maal de oriëntatiewaarde). Hiermee ligt het groepsrisico boven de 0,1 maal de oriëntatiewaarde en neemt het groepsrisico met meer dan 10% toe. Op basis van de toetsing van het groepsrisico geldt conform artikel 7 van het Bevt een volledige verantwoording van het groepsrisico. Hierbij dient het bevoegd gezag advies te vragen aan de veiligheidsregio om een afweging te maken voor externe veiligheid.
2. Rijksweg A67 (traject afrit 30 (Eersel) - Knp. De Hogt) De autosnelweg ligt op 3.600 meter van het plangebied. De PR10-6-contour ligt niet over het plangebied; het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Bepaling van de hoogte van het groepsrisico is niet relevant; wel ligt het planvoornemen binnen het invloedsgebied van 4.000 meter. Conform het Bevt dient in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid advies gevraagd te worden aan de veiligheidsregio. Buisleidingen Buisleidingen vormen op gebied van externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavig plan. 4.5.4
Verantwoordingsplicht groepsrisico
Bij het vaststellen van het bestemmingsplan door de gemeenteraad dient het groepsrisico te worden verantwoord. Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen het belang van een ruimtelijke ontwikkeling en het risico dat een groep mensen komt te overlijden als gevolg van een ramp of incident met gevaarlijke stoffen. Voor de verantwoording dient de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld te worden een advies uit te brengen. Het groepsrisico moet verantwoord worden conform artikel 13 van het Bevi in geval van inrichtingen, artikel 8 van het Bevt in geval van transportroutes en artikel 12 van het Bevb in geval van buisleidingen. De Rapportage externe veiligheid (Bijlage 24 bij deze toelichting) van Royal HaskoningDHV stelt dat een volledige verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is vanwege de ligging nabij de A2. Het rapport benoemt de elementen van de verantwoording groepsrisico en de vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
87
mogelijke maatregelen (bron-, ruimtelijk en bouwkundig) en zelfredzaamheid om het effect van een ongeval met gevaarlijke stoffen te beperken. Het bevoegd gezag dient een advies te vragen aan de Veiligheidsregio, op basis waarvan een afweging kan worden gemaakt met betrekking tot externe veiligheid
Advies Veiligheidsregio Het advies van de Veiligheidsregio is op 30 mei 2022 ontvangen. Samengevat luidt het advies als volgt: 1. Een vloeistofgoot langs de snelweg beperkt de grootte van een plasbrand en tevens de uitdamping van toxische vloeistoffen; 2. Projecteer de hoogste personendichtheid zo veel mogelijk van de snelweg af; 3. Gebouwen waar een lage dichtheid van personen is te projecteren nabij de snelweg; 4. Pas moeilijk te branden materialen toe; 5. Plaats een scherm of wal tussen de snelweg en bebouwing 6. Gebouwen met mechanische ventilatie dienen centraal te worden uitgeschakeld; 7. Ontvluchtingswegen moeten van de risicobron (snelweg) af zijn gericht; 8. Binnen en buiten gebouwen moeten de vluchtwegen duidelijk herkenbaar zijn; 9. Situeer de vluchtuitgangen van de gebouwen zo dat daar vandaan veilig naar een verzamelpunt kan worden gevlucht; 10. Benoem een verzamelplaats en richt deze zodanig in dat dit als schuilplaats kan dienen; 11. Conform de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening zijn de volgende hoeveelheden water noodzakelijk om de scenario's in de eerste fase van het incident te bestrijden; a. Warme Bleve 6000 liter per minuut, b. Uitdampen van een gevaarlijke toxische stof 4500 liter per minuut; 12.
Bij de nadere uitwerking van het plan dient over bereikbaarheid en bluswatervoorziening contact te worden opgenomen met de afdeling planvorming; 13. Communiceer met enige regelmaat de risico's naar de gebruikers van het plangebied, zodat iedereen bekend is met de risico's en weet hoe te handelen als het mis gaat; 14. Neem de worst case scenario's op in de noodplannen en beoefen deze. Hieronder wordt ingegaan op het advies van de Veiligheidsregio. 1. De afstand voor een plasbrand bedraagt 30 meter. De ontwikkeling ligt op 60 meter en daarmee buiten de afstand voor een plasbrand. Voor het scenario toxisch geldt dat de ventilatie uitgezet dient te worden en dat er binnen kan worden geschuild. Een sloot wordt daarom niet zinvol geacht; 2. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe het terrein zal worden ingedeeld. Voor de berekening is derhalve uitgegaan van een spreiding van personen over het terrein. Bij de uitwerking zal worden bezien of de hogere dichtheid van personen zo ver mogelijk van de snelweg kunnen worden gesitueerd; 3. zie punt 2; 4. Het plangebied ligt buiten het plasbrandaandachtsgebied; 5. Er is al een scherm langs de snelweg gelegen; 6. Conform artikel 3.31 van het Bouwbesluit 2012 dient mechanische ventilatie uitgezet te kunnen worden; 7. Bij de uitwerking van het plan zal hier rekening mee worden gehouden; 8. Dit zal moeten worden meegenomen in het BHV plan; 9.
Zie punt 8; 10. Zie punt 8; 88
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
11. Bij de uitwerking van het plan zal rekening gehouden worden met de beleidsregels; 12. Zie punt 11; 13. De gemeente Eindhoven sluit aan bij de landelijke communicatie; 14. Zie punt 8.
4.5.5
Conclusie en vervolg
Het planvoornemen stuit op voorhand niet op onoverkomelijke belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid. Wel zijn er diverse aandachtspunten.
4.6
Duurzaamheid
De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.
1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.
1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
89
brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten.
1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz.
1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven.
2 Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken.
2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen.
2B) geen afval In 2050 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval.
2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw.
2D) deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter 90
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier.
3) Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding?
3A) biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan.
3B) oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen.
4. Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt).
4A) Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress.
4B) gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte
4C) participatieve stad, betrokkenheid van burgers en bereikbare voorzieningen We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
91
Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten. Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen.
Specifiek Eindhovens Daarnaast is er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan.
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering. Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin.
4.6.1
Planbeschrijving
Ambitieweb duurzaamheid De politie heeft een groot huisvestingsprogramma lopen waarin de juiste duurzame besluiten genomen moeten worden. Ter ondersteuning van deze besluitvorming is de Toolbox Duurzaam en Gezond gebouw ontwikkeld. Dit is een toolbox die ontwerpprocessen binnen de politie ondersteunt zodat duurzaamheid goed mee wordt genomen in de afwegingen en ontwerpkeuzes die gemaakt worden. Door duurzaamheid te vertalen in zes concrete thema's en door per thema ontwerpprincipes te duiden en implementeren wordt er een duurzamer ontwerp gemaakt dat in ieder geval voldoet aan de minimale duurzaamheidsambitie zoals vastgesteld door de politie. Op deze manier kan duurzaamheid concreet worden gemaakt in projecten en is dit ook meetbaar in het verdere ontwerpproces.
Toelichting ambitieweb Het ambitieweb is een hulpmiddel voor het vastleggen en monitoren van de duurzaamheidsambities op gebiedsniveau voor de ontwikkeling van Land Forum. In het web zijn de zes thema's opgenomen die voor de politie relevant zijn. Op ieder thema wordt er vervolgens een ambitie bepaald. 1. Energie: focus op het energiegebruik van het gebouw en daarmee gepaard gaande CO2 uitstoot. Minimale landelijke politieambitie is 1. 2. Gezondheid & welzijn: focus op de gezondheid en welbevinden van de medewerkers en gebruikers van de gebouwen. Minimale landelijke politieambitie is 1. 3. Circulariteit: focus op de milieu impact van materiaalgebruik. De politie is bezig met opstellen van beleid dus er is nog geen ambitie bepaald. 4. Natuur & biodiversiteit: hoe kun je een natuur-inclusiever project realiseren. 5. Mobiliteit & omgeving: hoe ontwikkel je een project dat rekening houdt met haar omgeving en de parkeerdruk. 6. Klimaatadaptie: hoe houdt het project rekening met de veranderende omgeving en klimaat.
92
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
Ambitieniveau Land Forum De duurzaamheidsambitie voor Land Forum op gebiedsniveau is opgesteld aan de hand van het ambitieweb duurzaamheid. Voor de ontwikkeling van Land Forum als politielocatie hebben we op ieder thema een ambitieniveau bepaald. In het plaatje hieronder zijn de vastgestelde duurzaamheidsambities voor Land Forum zichtbaar. 1. Energie en CO2 – ambitieniveau 3. WENG+* (energie leverend; 125%) + disbalans. 2. Klimaatadaptatie – ambitieniveau 2. Klimaat adaptief, geen gebouw gerelateerde operationele onzekerheid aanwezig. 3. Circulariteit – ambitieniveau 2. >50% beter dan wettelijk verplichte MPG** score + >50% hergebruik + gebouwenpaspoort (>50% gebouwmassa). 4. Mobiliteit en omgeving - ambitieniveau 1. Reduceer impact op de omgeving. 5. Gezondheid & welzijn – ambitieniveau 3. Platina WELL certificaat. 6. Natuur & biodiversiteit – ambitieniveau 3. Natuur- / bio-positief bouwen: positieve impact leveren. Voor Land Forum is de toolbox nu gebruikt om ambities op gebiedsniveau te bepalen. De ambities op gebouwniveau worden in een later stadium bij de ontwikkeling van de gebouwen verder in detail uitgewerkt.
Figuur 4.4: De gestelde ambities voor de 6 duurzaamheidsthema's
Toelichting duurzaamheidsthema en ambitieniveau Land Forum De zes thema's worden hier toegelicht uitgaande van de verschillende ambitieniveaus die er per thema voor Land Forum zijn vastgesteld.
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
93
1. Energie & CO2: ambitie 3 | WENG+ (leverend) + disbalans WENG staat voor Werkelijk Energie Neutraal Gebouw en is een gestandaardiseerde methodiek voor het bepalen van een indicator voor de werkelijke energie-efficiëntie van een gebouw. Met WENG+ wordt bedoeld dat het gebouw energieleverend is. Dus naast dat het gebouw zichzelf en haar gebruikers voorziet van energie, levert het ook energie aan het energienet.
2. Klimaatadaptatie: ambitie 2 | Klimaatadaptief, geen gebouw gerelateerde operationele onzekerheid aanwezig Klimaatadaptatie is de mate waarin de omgeving zich kan aanpassen aan klimaatverandering. Voor de gebouwde omgeving betekent dit dat gebouwen bestand moeten zijn tegen weersextremen die gepaard gaan met klimaatverandering. Klimaatadaptatie gaat over meer dan alleen heftige regenbuien, het gaat ook over extreme droogte, urban heating, stormen, hogere temperaturen, onweer e.d.. Het gebouw is bestendig tegen klimaatverandering en de getroffen maatregelen zorgen ervoor dat er geen gebouw gerelateerde operationele onzekerheid aanwezig is: de politie kan altijd uitrukken.
3. Circulariteit: ambitie 2 | >50% beter MPG score + >50% hergebruik + gebouwenpaspoort (>50% gebouwmassa) MPG staat voor Milieu Prestatie Gebouwen. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Voor kantoorgebouwen geldt een maximum MPG-grenswaarde van 1,0. Met "50% beter MPG-score" wordt bedoelt dat de MPG-score 50% beter is dan de wettelijke MPG-norm. Met "50% hergebruik" wordt bedoeld dat de helft van de toegepaste materialen hergebruikt / herbruikbaar zijn en dus circulair.
4. Mobiliteit en omgeving: ambitie 1 | Reduceer impact op omgeving Door het ontwikkelen van Land Forum verandert er iets in de omgeving. Dit heeft invloed op het verkeer, de buurt en het aanzicht. De impact op de omgeving dient tot een minimum te worden beperkt. Het gebouw en haar terreinen gaan op in de omgeving.
5. Gezondheid & Welzijn: ambitie 3 | Platina WELL certificaat WELL Building Standard is een keurmerk dat de gezondheid van een gebouw meet en monitort. Het doel van WELL is om een gezonde werkomgeving te creëren wat kan leiden tot hogere productiviteit en een lager ziekteverzuim. WELL kent elf thema's die de gezondheid in gebouwen bevorderen: lucht, water, voeding, licht, beweging, thermisch comfort, geluid, materialen, geestelijke gezondheid, sociale gezondheid en innovatie. WELL-certificering is te classificeren in zilver, goud en platina.
6. Natuur & Biodiversiteit: ambitie 3 | Natuur- / bio positief bouwen: positieve impact Met natuur-/bio positief bouwen wordt bedoeld dat het gebouw en de omliggende omgeving een positieve impact heeft op de natuur en biodiversiteit. Er zijn maatregelen geïmplementeerd om meer natuur en biodiversiteit terug te brengen dan voor de bouw van Land Forum aanwezig was. Dit ambitieniveau is alleen haalbaar als het exploitatiegebied van de politie wordt opgenomen in het grotere plangebied. Daarbij zijn maatregelen nodig buiten het plangebied die op grond van derden liggen. De politie zal zich daarvoor inspannen maar is niet verantwoordelijk. Concreet: enorme kansen om ecologische structuren rondom het kanaal te verbinden met de woonwijk. Deze ambities en KPI's zijn uitgewerkt in een aantal ontwerpprincipes duurzaamheid die 94
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
bruikbaar zijn in het opstellen van het masterplan om dat optimaal te kunnen verduurzamen, deze dienen in het ontwerpproces meegenomen te worden.
4.7
Bodem
4.7.1
Bodemverontreiniging
In het verleden is de bodem door menselijk handelen verontreinigd geraakt. Dit zie je het meest in stedelijk gebied, waar de mens al eeuwenlang woont. De bodem kan verontreinigd zijn geraakt door bedrijvigheid zoals chemische wasserijen, metaalverwerkende bedrijven, maar ook door bijvoorbeeld stortplaatsen, het dempen van sloten of het gebruik van ondergrondse brandstoftanks. In Meerhoven is in het verleden al een aantal bodemonderzoeken uitgevoerd. Hieruit ontstaat het volgende beeld:
Over het algemeen worden er lichte verontreinigingen aangetroffen in grond en grondwater; Er zijn echter diverse locaties waar sterke verontreinigingen met zware metalen aanwezig zijn. Mogelijk moeten deze verontreinigingen gesaneerd worden bij herontwikkeling; Er zijn diverse verdachte plekken aanwezig zoals een demping en ondergrondse brandstoftanks, die nog onvoldoende zijn onderzocht. Ten behoeve van deze ontwikkeling is bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied ("Milieutechnisch onderzoek Land Forum te Eindhoven", d.d. 4 april 2022, documentkenmerk 2201/159/TB-01, Bijlage 12 bij deze toelichting). Op basis van de conclusies uit dit bodemonderzoek wordt op meerdere locaties binnen het onderzoeksgebied een aanvullend verkennend en/of nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De overige resultaten van dit onderzoek vormen geen belemmering voor de voorgenomen uitgifte van het terrein aan de politie en de toekomstige herontwikkeling.
4.7.2
PFAS
Volgens de notitie 'Aanvulling bodemkwaliteitskaart gemeente Eindhoven voor PFAS-verbindingen en grondstromenbeleid PFAS-houdende grond', is PFAS voor een groot gedeelte van het Eindhovens grondgebied geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente hanteert de 95-percentielwaarden van de betreffende bodemkwaliteitszone als gemeentelijke achtergrondwaarden voor PFAS-verbindingen. 95% van de analyseresultaten in het betreffende gebied ligt beneden deze waarde. De 95-percentielwaarde wordt aangeduid als de gebiedseigen kwaliteit. Gezien de vastgestelde licht verhoogde gehalten binnen de gemeente Eindhoven, vindt de gemeente de 95-percentielwaarde een voldoende kwaliteit om zonder risico's hergebruik van grond van buiten de gemeente Eindhoven in de gemeente toe te staan. Onderstaande kaart is een uitsnede van de 'ontgravingskaart bodemlaag 0-0,5 m-mv en bodemlaag 0,5-1,0 m-mv'. Ter plaatse van het plangebied (aangegeven met rode cirkel) is de verwachte ontgravingsklasse "Landbouw/natuur + achtergrondwaarde PFAS gemeente Eindhoven". PFAS vormt hier dus geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling.
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
95
Figuur 4.5: Ontgravingskaart bodemlaag 0-0,5 m-mv en bodemlaag 0,5-1,0 m-mv, plangebied aangegeven met rode cirkel 4.7.3
NGE / Ontplofbare oorlogsresten
Gemeente Eindhoven beschikt over kaarten met de gebieden die verdacht zijn op het voorkomen van nge’s (niet gesprongen explosieven). In deze gebieden dient voorafgaand aan grondverzet explosieven onderzoek uitgevoerd te worden, in de vorm van een projectgebonden risicoanalyse (PRA) of een detectie onderzoek. Wanneer op basis van onderzoek nge’s worden aangetroffen worden deze geruimd. Op basis van de kaart van de gemeente is het plangebied verdacht op niet gesprongen explosieven vanaf 0,5 m-mv (paars aangegeven op onderstaande afbeelding) met het soort explosieven: Afwerpmunitie, Geschutmunitie, Geweergranaten, Handgranaten, Klein-kaliber munitie, Munitie voor granaatwerpers, Ontstekingsinrichtingen en Submunitie. Voorafgaand aan grondwerkzaamheden dienen vervolgstappen te worden ondernomen in de explosievenopsporing. Hiervoor kan een Projectgebonden Risicoanalyse (PRA) plaatsvinden en/of er kunnen detectiewerkzaamheden worden uitgevoerd.
96
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
Figuur 4.6: uitsnede "Atlas van de ondergrond" van gemeente Eindhoven. In opdracht van gemeente Eindhoven heeft de combinatie IDDS Explosieven B.V. en Bombs Away B.V. een Conventionele Explosieven (CE)-Bodembelastingkaart opgesteld voor het huidige grondgebied van de gemeente Eindhoven. De 'overall' resultaten van het hiertoe uitgevoerde vooronderzoek CE zijn opgenomen in het Definitieve rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Eindhoven d.d. 31 augustus 2019 met kenmerk P.129-162 (hoofdrapport). Er zijn twee deelrapportages bekend ter plaatse van het plangebied, namelijk "RAP Vliegveld Eindhoven" van Bombs Away IDDS, d.d. 21-10-2019, en "RAP overige kraters" van Bombs Away IDDS, d.d. 21-10-2019. Uit de beschikbare rapporten blijkt dat het projectgebied alleen verdacht is op afwerpmunitie (brisant) vanaf net onder het maaiveld tot een maximale diepte van 4,0 m-mv. Er zijn kraters afkomstig van afwerpmunitie waargenomen op luchtfoto's in het gebied (met name aan de noordzijde). Deze kunnen niet gekoppeld worden aan een specifiek bombardement. Mogelijkheden voor vervolgonderzoek zijn het uitvoeren van een plaatsgebonden risicoanalyse (PRA) of detectiewerkzaamheden (opsporingsonderzoek).
4.7.4
Conclusie en vervolg
Bodemverontreiniging Voor herontwikkeling zal bodemonderzoek noodzakelijk zijn om te onderzoeken of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functies. Op basis van de conclusies uit het in paragraaf 4.7.1 genoemde bodemonderzoek wordt op meerdere locaties binnen het onderzoeksgebied een aanvullend verkennend en/of nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Indien de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de beoogde functie dan zal de bodemkwaliteit geschikt moeten worden gemaakt middels het uitvoeren van bodemsanering.
PFAS PFAS vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. Vervolgonderzoek is niet nodig.
NGE / Ontplofbare oorlogsresten Mogelijk zijn er ontplofbare oorlogsresten aanwezig binnen het plangebied. Voordat werkzaamheden worden uitgevoerd wordt nader onderzoek verricht (een projectgebonden risicoanalyse en/of detectiewerkzaamheden). Aanbevolen wordt om eerst een PRA voor het vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven
97
gebied uit te voeren, waarmee delen van het verdachte gebied mogelijk al kunnen worden vrijgegeven. Vervolgens kan, indien nodig, besloten worden tot het uitvoeren van opsporingsonderzoek.
4.8
Natuur
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) en het bijbehorende Besluit natuurbescherming (Bnb) en de Regeling natuurbescherming (Rnb) in werking getreden. Door de inwerkingtreding van deze wet zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet komen te vervallen. Het is de bedoeling dat deze nieuwe wet en de bijbehorende Bnb en Rnb uiteindelijk opgaan in de nieuwe Omgevingswet waarvan verwacht wordt dat die op 1 januari 2023 in werking treedt. Met het van kracht worden van deze wet komen vrijwel alle verantwoordelijkheden bij de provincies te liggen. 4.8.1
Wet natuurbescherming
De nieuwe wet beoogt zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de Europese kaders (o.a. vastgelegd in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn). Volgens de wetgever is hiermee sprake van een hoog beschermingsniveau van de natuur. De Europese beschermingskaders zijn met het oog op een goede doorwerking en duidelijkheid over de consequenties daarvan zo veel mogelijk één-op één opgenomen in de wet zelf. Alleen voor zover nodig voor een adequate bescherming van natuurwaarden die niet beschermd worden door Europese regelgeving, voorziet de Wnb in een aanvullende bescherming. Dit betreft bijvoorbeeld de bescherming van diersoorten die niet vallen onder de Europese beschermingskaders. De Wnb voorziet in een instrumentarium in de vorm van beheerplannen en programma's voor gebieden en soorten, teneinde de samenhang tussen gebieds- en soortenbescherming mogelijk te maken. Verder is gekozen voor één vergunning- en ontheffingprocedure en is tegen besluiten rechtsbescherming in twee instanties mogelijk. Zoals eerder al gezegd zijn de provincies in hoofdzaak verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeschermingsbeleid. Gelijktijdig met de in werkingtreding van Wnb veranderen de lijsten met beschermde soorten. Zo zijn een aantal plantensoorten (o.a. orchideeën) en insecten- en vissoorten (o.a. kleine modderkruiper en bittervoorn) niet langer meer beschermd.
Andersom zijn dieren die voorheen niet beschermd waren (o.a. haas, bosmuis en kleine ereprijs) nu wel beschermd. Voor de soorten die beschermd zijn geldt een verbod om die opzettelijk te verstoren als dat van wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding. Door de integratie van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet in de nieuwe Wnb is er nog maar één natuurvergunning nodig van één bevoegd gezag. Houtopstanden De regeling zoals die was vervat in de voormalige Boswet is grotendeels ongewijzigd overgenomen in de Wet natuurbescherming en is gericht op het behoud van het bosareaal en is van toepassing op alle bossen en houtopstanden buiten de door de gemeenteraad in dat kader vastgestelde grenzen van de bebouwde kom, die een grotere oppervlakte beslaan dan 1.000 m2 en op rijbeplantingen van meer dan 20 bomen. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom (zie onderstaande afbeelding).
98
vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven