Bijlage 2a - Bestemmingsplan V Limbeek Woenselse Watermolen 2007
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
V LimbeekWoenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4)
Juni 2022
V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging en plangrenzen
7
1.3
Voorgaande plannen
9
1.4
Leeswijzer
11
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
13
2.1
Historisch perspectief en huidige situatie
14
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
14
Hoofdstuk 3 Beleidskader
25
3.1
Rijksbeleid
25
3.2
Provinciaal beleid
29
3.3
Gemeentelijk beleid
31
3.4
Volkshuisvesting
33
3.5
Archeologische en cultuurhistorische waarden
39
3.6
Groen
43
3.7
Beleid bomen
44
3.8
Bezonning
46
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
46
3.10
Niet-gesprongen explosieven
47
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
49
4.1
Milieueffectrapportage
49
4.2
Bedrijven en milieuzonering
50
4.3
Geluid
51
4.4
Luchtkwaliteit
54
4.5
Externe veiligheid
57
4.6
Duurzaamheid
60
4.7
Bodem
65
4.8
Natuurwaarden
65
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
69
5.1
Inleiding
69
5.2
Beleid
69
5.3
Beschrijving watersysteem plangebied
72
5.4
Advies / overleg Waterschap
74
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten
77
6.1
Algemeen
77
6.2
Planmethodiek
77
6.3
Verbeelding
77
2
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
6.4
Planregels
77
Hoofdstuk 7 Handhaving
79
7.1
Algemeen
79
7.2
Handhaving voorliggend plan
80
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
81
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
83
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
83
9.2
Inspraak en samenspraak
83
9.3
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
83
9.4
Zienswijzen
84
Bijlagen bij de toelichting
85
Regels
87
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
89
Artikel 1
Begrippen
89
Artikel 2
Wijze van meten
93
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
95
Artikel 3
Verkeer-Verblijfsgebied
95
Artikel 4
Wonen
97
Hoofdstuk 3 Algemene regels
99
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
99
Artikel 6
Algemene afwijkingsregels
101
Artikel 7
Overige regels
103
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
105
Artikel 8
Overgangsrecht
105
Artikel 9
Slotregel
107
Bijlagen bij de regels
109
Bijlage 1
Lijst van Bedrijfsactiviteiten bij woonfunctie
110
Bijlage 2
Nota parkeernormen 2019
112
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
Inleiding
Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4)" van de gemeente Eindhoven.
1.1
Aanleiding
Op de locatie aan de Zoutstraat 2 en 4 is thans de bebouwing van het voormalige 'POPEI'-gebouw aanwezig. De initiatiefnemer is voornemens om op deze locatie de bestaande bebouwing te slopen en ter plaatse een nieuw gebouw te realiseren ten behoeve van 29 appartementen waarin zorg wordt aangeboden, 1 ondersteunende ruimte en bergingen op de begane grond. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan “Limbeek-Woenselse Watermolen 2007”, omdat ter plaatse van de bestemmingen 'Detailhandel', 'Maatschappelijke doeleinden' en 'Verkeer' geen (zorg)appartementen gerealiseerd kunnen worden. De gemeente Eindhoven heeft echter aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een herziening van het bestemmingsplan.
Voorliggend bestemmingsplan bevat de ruimtelijke onderbouwing en regels voor het realiseren van een nieuw gebouw ten behoeve van 29 (zorg)appartementen en 1 ondersteunende ruimte.
1.2
Ligging en plangrenzen
Het plangebied ligt ten noorden van de Zoutstraat, een verbindingsweg tussen de Boschdijk en de Lijmbeekstraat. Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer.
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
7
TOPOGRAFISCHE SITUATIE
8
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.
KADASTRALE SITUATIE
De gronden zijn kadastraal bekend gemeente Eindhoven, sectie G, nummers 3708, 3961, 3996, 3999, 4091 en 4828. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 1760 m². De gronden zijn in particuliere eigendom.
1.3
Voorgaande plannen
Het plangebied ligt binnen het geldende bestemmingsplan "Limbeek-Woenselse Watermolen 2007", vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 21 augustus 2008. In het geldende bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemmingen 'Detailhandel', 'Maatschappelijke doeleinden'.
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
9
UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
De gronden zijn in deze bestemming onder andere aangewezen voor:
Detailhandel
Maatschappelijke doeleinden
10
-
gebouw en ten behoeve van detailhandel, uitsluitend op de begane grond, tenzij bestaande detailhandel op de verdieping aanw ezig is;
-
w egen en paden;
-
parkeervoorzieningen.
-
gebouw en ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen;
-
horecavoorzieningen, detailhandelsvoorzieningen en dienstverlenende bedrijven voor zover ten dienste van de maatschappelijke voorziening;
-
parkeervoorzieningen.
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
Daarnaast bevat een deel van het plangebied de aanduiding 'bouwvlak', waarbinnen gebouwd dient te worden. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is aangegeven.
Conclusie Het initiatief betreft de realisatie van een nieuw gebouw ten behoeve van 29 (zorg)appartementen en 1 ondersteunende ruimte binnen de bestemmingen 'Detailhandel' en 'Maatschappelijke doeleinden'. Binnen deze bestemmingen is de realisatie van dit type planontwikkeling niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een beschrijving van het plangebied en het planvoornemen. Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is de wijze beschreven waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
11
12
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
Beschrijving plangebied
In dit hoofdstuk worden zowel het gebied waar de ontwikkeling plaats gaat vinden als het project zelf beschreven. Tevens wordt ingegaan op de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten van het project. Onderstaande afbeelding geeft de bestaande toestand van de directe omgeving en het plangebied weer.
DIRECTE OMGEVING
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
13
2.1
Historisch perspectief en huidige situatie
2.1.1
Historisch perspectief
Eindhoven is ontstaan uit een middeleeuwse stad en de omliggende dorpen. Eén van deze dorpen was Woensel, waarbinnen onderhavig plangebied gelegen is en tegenwoordig een wijk betreft binnen Eindhoven. Het vroegere zelfstandige Woensel bestond uit verschillende gehuchten. De middeleeuwse kern heette: 'De Oude Toren'. Deze naam verwijst naar de oude kerktoren uit de 15e eeuw die er nog steeds staat. De naam 'Woensel' komt van Wodan, de godheid die door de Germaans-Frankische bewoners werd vereerd op het begijnenhof dat bij de oude toren lag. Rond 1900 was het zwaartepunt rond de St. Petruskerk komen te liggen. Daar in de buurt werd toen ook de Woenselse Markt aangelegd.
Onderhavig plangebied is gelegen binnen de buurt Limbeek. De naam Limbeek komt van het riviertje de Lijmbeek, waarmee vermoedelijk de Gender wordt bedoeld. Limbeek kent als wijk geen eenduidige structuur. De Lijmbeekstraat slingert door de wijk en verdeelt samen met de Steenstraat en Kramerstraat de wijk in een aantal deelgebieden. De bebouwing langs de Lijmbeekstraat is erg divers, wat ook geldt voor enkele zijstraten hiervan. De andere delen van de wijk kennen wel een meer planmatige en typisch naoorlogse structuur. Het noordwestelijk deel van Limbeek kenmerkt zich door een grote hoeveelheid aan meergezinswoningen. Op de hoek van de Marconilaan met de Anthony van Leeuwenhoeklaan ligt een groot appartementencomplex, ook wel de Kattenrug genoemd.
Het plangebied is centraal gelegen binnen de buurt 'Limbeek' aan de Zoutstraat. De Zoutstraat betreft een verbindingsweg tussen de Boschdijk en de Lijmbeekstraat. 2.1.2
Huidige situatie
Het plangebied is in de huidige situatie volledig bebouwd en was in gebruik als 'Poppodium POPEI'. POPEI stelt zichzelf tot doel om aan mensen van alle leeftijden, individueel of in groepsverband, faciliteiten te bieden om een eigen uitdrukkingsmogelijkheid te zoeken binnen het kader muziek. POPEI wil daarmee een maatschappelijke bijdrage leveren aan het levend houden van muziek in Eindhoven.
Het pand aan de Zoutstraat is gebouwd rond 1960. In 1981 is het Muzikanten Service Bureau POPEI ontstaan met als opzet het verhuren van repetitieruimte. Vanaf 1994 werd POPEI omgeven door nieuwbouw. POPEI was sinds geruime tijd op zoek naar een andere, geschiktere locatie en heeft deze gevonden in de voormalige Philips Klokkentoren.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
2.2.1
Algemeen
Het nieuwbouwplan voorziet in 29 nieuwbouw (zorg)appartementen inclusief 1 ondersteunende ruimte en bergingen op de begane grond. Doelgroep voor de appartementen zijn de seniore “doorstromers” uit de buurt. Het terrein is langgerekt van vorm, respectievelijk grenzend aan de weg lopend achter de tuinen van de gezinswoningen aan de Lijmbeekstraat, aan de parkeerpocke/het erf van de appartementen aan de Boschdijk, en aan de Zoutstraat. Het nieuw te bouwen complex bestaat uit twee bouwblokken: aan de zijde van de Boschdijk een bouwblok van 4 lagen hoog en aan de zijde van de Lijmbeekstraat een bouwblok van 3 lagen hoog. Reden om de bouwblokken verschillende hoogte te geven is het creëren van een 14
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
soepele overgang van de bouwblokken met 5 tot 6 lagen aan de Boschdijk naar de gezinswoningen van 1, respectievelijk 2 lagen met kap aan de Lijmbeekstraat. respectievelijk de gezinswoningen van 2 lagen met kap aan de Zoutstraat. Aan de zijde van de Zoutstraat wordt het complex ontsloten. Om de kleinschaligheid van de Zoutstraat te benadrukken is hier een sterk horizontaal element aangebracht ter hoogte van de eerste bouwlaag. De volumes die boven de eerste bouwlaag uitsteken zijn teruggelegd met een geleding in de gevellijn. Op de eerste bouwlaag aan de Zoutstraat komt een daktuin. De plattegrond van de blokken is afgeleid van de vorm van de kavel (zie volgende paragraaf). Door de nieuwe bouwblokken over de kavel te verdelen ontstaat een zekere luchtigheid. De openingen tussen beide bouwblokken en het groene binnenplein benadrukken dit. De nieuwe bouwblokken nemen ruime afstand van de kavelgrenzen om een groen maaiveld te creëren en afstand te nemen van de omliggende bebouwingen. Door de toepassing van veel groen (groene gevels en groene daken) heeft het nieuwe complex toegevoegde waarde voor de bestaande woningen aan de omliggende straten. Het vergroenen van de locatie is leidend bij het ontwerp. Er is gekozen om de bebouwing in twee L-vormen te positioneren rondom een gezamenlijke groene binnentuin.
De toegangen van de woningen op de verdiepingen liggen aan een galerij rondom de binnentuin, hetgeen zorgt voor een sociale interactie. De woningen op de begane grond hebben de entree's juist aan de buitenzijden van het gebouw. Deze woningen krijgen aan de binnentuin een terras. Op de eerste verdieping aan de zijde van de Zoutstraat is een gezamenlijke daktuin. Bergingen zijn geplaatst aan de rand van de kavel aan de zijde van de oprit/parkeerterrein voor de bewoners aan de Boschdijk. Doordat de bergingen worden voorzien van een vegetatiedak krijgen de bouwblokken aan de Boschdijk een “groen” uitzicht. Op de erfgrens aan de zijde van de Boschdijk komt een gaashekwerk voorzien van klimplanten om de bergingen aan het oog te onttrekken. Alle appartementen worden voorzien van een balkon met een plantenbak. Via de staalconstructie van de balkons en galerijen zullen klimplanten de gevels vergroenen. Ook op het binnenplein worden klimplanten aangebracht tegen de staalconstructie van de galerijen. Overige buitenruimten worden ingericht als een gezamenlijke tuin om aan te sluiten bij de groene achtertuinen van de woningen aan de Lijmbeekstraat. Voor het onderhoud van het groen wordt een externe partij aangetrokken. Een en ander is uitvoerig omschreven in het groenplan (zie bijlage 1) . De gevels van de nieuwbouw worden uitgevoerd in stucwerk met grote gemetselde accenten.
De eerste verdieping zal dmv een metselwerk-band rondom het gebouw een sterke horizontale belijning krijgen. Het metselwerk aan de zijde van de Zoutstraat sluit aan bij de bestaande woningen aan de overkant. De verticale gemetselde onderdelen “knippen” de bouwmassa op in een bij de omgeving passende schaal. Aan de zijde van de Boschdijk zorgt een verspringing in de lange gevel voor een betere schaal. De stucwerkvlakken zorgen voor een frisse, moderne uitstraling en leveren hun bijdrage aan de lichtreflectie met name onder de galerijen aan het binnenplein. Alle stalen onderdelen aan de buitengevels worden voorzien van klimplanten.
2.2.2
Bebouwing en functies
Het gebouw bestaat uit 4 lagen. Onderstaande afbeelding laat een overzicht van de verschillende lagen zien.
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
15
BEGANE GROND
1E VERDIEPING
2E VERDIEPING
3E VERDIEPING
PLATTEGRONDEN VERDIEPIGEN
Op de begane grond (laag 0) zijn 8 appartementen gesitueerd met een gezamenlijke omvang van circa 600 m² bvo. Naast deze appartementen is er 1 ondersteunende ruimte welke geschikt is voor de zorgfunctie gesitueerd op de begane grond. Deze ruimte heeft een omvang van circa 45 m² bvo. Tevens bevat de begane grond een centraal gelegen plein, waar vanaf de galerij op neergekeken wordt. Dit plein heeft een omvang van circa 200 m².
De eerste verdieping (laag 1) omvat 8 appartementen met een gezamenlijke omvang van circa 545 m² bvo. Naast de appartementen kent deze verdieping 1 daktuin van ca. 85 m2. Het dakvlak gelegen aan de 'Zoutstraat-zijde van het gebouw zal inricht worden als functionele daktuin: een ruimte om te verblijven, een ruimte om de bewoners de gelegenheid te bieden op kleine schaal te 'tuinieren'. Dit laatste kan door gebruik van de tuinkas of door gebruik te maken van de plantvakken als moes- & kruidentuin. De verharding op de daktuin zal bestaan uit een waterdoorlatende halfverharding.
De tweede en derde verdieping (laag 2 en 3) zijn ingericht met appartementen. Op de tweede 16
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
verdieping zijn 8 appartementen gesitueerd met een gezamenlijke omvang van circa 545 m² bvo. Op de derde verdieping zijn enkel 5 appartementen gesitueerd met een gezamenlijke omvang van circa 340 m² bvo. Het westelijke dakdeel van de 3e verdieping zal worden gebruikt voor zonnepanelen.
VOORBEELD APPARTEMENT
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
17
18
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
3D-BEELDEN
2.2.3
Verkeer
2.2.3.1 Verkeersgeneratie De realisatie van 29 nieuwbouw (zorg)appartementen en 1 ondersteunende ruimte voor zorgfuncties heeft invloed op de verkeersgeneratie. De digitale publicatie "ASVV 2012'' (CROW) bevat kencijfers voor de verkeersgeneratie van diverse functies. De gemeente Eindhoven wordt aangeduid als sterk stedelijk gebied, waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente Eindhoven tot de schil van het centrum behoort.
Huidige situatie Binnen het plangebied bestaat in de huidige situatie het aantal verkeersbewegingen uit twee onderdelen: het 'Poppodium POPEI' (sociaal cultureel centrum) en een bedrijfsruimte met vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
19
lijstenmakerij. De ''ASVV 2012'' (CROW) geeft geen kengetallen voor poppodia. Echter wel voor een theater. Nu is een poppodium niet te vergelijken met een theater qua voorstellingen/optredens, maar middels een formule is wel uit te rekenen wat de verkeersaantrekkende werking is. Voor theaters geldt de regeling 3 m² bvo per zitplaats, waarbij de verkeersaantrekkende werking berekend is per 100 m² bvo. Voor een poppodium geldt 1,5 m² bvo per bezoeker, oftewel de helft van een theater wat leidt dat de verkeersaantrekkende werking moet worden verdubbeld. In de onderstaande tabel is de berekening van de verkeersaantrekkende werking uiteengezet.
Onderdeel
Verkeersgeneratie
Grootte
Totaal
Poppodium POPEI
max 23,2 per 100 m² bvo
860 m²
199,5
Bedrijfsruimte
max 7,2 per 100 m2 bvo
550 m2
39,6
Totaal
239,1
Op basis van de kolom 'Totaal' kan worden gesteld dat de huidige situatie, in een worst-case scenario, zorgt voor ca. 240 verkeersbewegingen per etmaal.
Nieuwe situatie Binnen het plangebied bestaat in de nieuwe situatie het aantal verkeersbewegingen uit een onderdeel, namelijk de 29 (zorg)appartementen (koop, appartement, midden). Voor de ondersteunende ruimte voor zorgfuncties worden geen aanvullende verkeersbewegingen verwacht. In de onderstaande tabel is de berekening van de verkeersaantrekkende werking uiteengezet.
Onderdeel
Verkeersgeneratie
Aantal/Grootte
Totaal
Koop, appartement, midden
3,7 - 4,5 per w oning
29 w oningen
107,3 - 130,5
Totaal
107,3 - 130,5
Op basis van de bovenstaande tabel kan worden gesteld dat de nieuwbouw appartementen, in een worst-case scenario, zorgen voor 131 verkeersbewegingen per etmaal.
Conclusie Dit initiatief zorgt niet voor een extra verkeersaantrekkende werking. Uit de calculatie is gebleken dat in een worst-case scenario, 108 verkeersbewegingen per etmaal minder zijn. Dit betekent dat de verkeersafwikkeling van onderhavig plan zonder meer via de Zoutstraat en de omliggende wegen kan plaatsvinden. De afname van het aantal verkeersbewegingen door de realisatie van het planvoornemen zal leidt tot een verbetering op de omliggende wegen. 2.2.3.2 Ontsluiting Het plangebied is goed bereikbaar. Volgens de nota 'Eindhoven op Weg' (2013) is de Boschdijk een belangrijke ontsluitingsweg voor de omgeving. De Boschdijk is aangewezen als wijk- en buurtonsluitingsweg. Het plangebied ligt niet ver van de Boschdijk en is daarom goed bereikbaar.
In de huidige situatie heeft het plangebied geen inritten (wel enkele parkeerplaatsen) aan de Zoutstraat, waardoor het technisch gezien ook niet wordt ontsloten. Wel maakt het 20
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
plangebied gebruik van de inrit ten behoeve van het appartementengebouw aan de Boschdijk. In de nieuwe situatie worden geen nieuwe inritten toegevoegd. 2.2.3.3 Parkeren Het voorzien in voldoende parkeerplaatsen is noodzakelijk voor het goed functioneren van het initiatief en voorkomt overlast voor de omgeving. Op 24 september 2019 is de actualisatie van nota parkeernormen 2016 vastgesteld. Daarin wordt de gemeentelijke nota "Nota parkeernormen 2019" van toepassing verklaard op het gehele grondgebied van Eindhoven.
In de huidige situatie dient het 'Poppodium POPEI' (sociaal cultureel centrum) met een oppervlakte van 860 m² te voorzien in (860 / 100 x 3 =) 26 parkeerplaatsen. Op dit moment zijn er geen parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig.
De 29 (zorg)appartementen behorende bij onderhavig planvoornemen behoren tot de categorie 'niet grondgebonden woningen midden (60 tot 120 m2 bvo per woning) waarvoor de parkeernorm 0,9 parkeerplaatsen per woning (inclusief parkeren voor bezoek) is opgenomen.
In overeenstemming met de gemeentelijke nota moeten er 26 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte wordt echter rekening gehouden met het drukste moment van de week (hoogste aanwezigheidspercentage). Bij combinatie van sommige functies kunnen parkeerplaatsen meerdere keren op een dag gebruikt worden (dubbelgebruik). Daarom zijn minder parkeerplaatsen nodig. De gemeentelijk parkeertool geeft aan dat de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie 23, is (zie bijlage 3).
In het gemeentelijk parkeerbeleid is opgenomen dat voor elke deelauto parkeerplaats die wordt gerealiseerd, er 6 reguliere parkeerplekken minder noodzakelijk zijn. Dit betekend voor onderhavige situatie dat er (26 - 18 =) 8 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Binnen het plangebied worden in totaal 6 parkeerplaatsen ontwikkeld, waarvan er 3 reguliere plaatsen zijn voorzien en 3 parkeerplaatsen voor een deelauto zijn bestemd. De parkeerplaatsen worden aan de zuidzijde van het plangebied voorzien. Om in de laatste 2 parkeerplaatsen te voorzien wordt voor 2 parkeerplaatsen in het mobiliteitsfonds gestort. Dit is mogelijk aangezien de parkeerdruk binnen de maximale loopafstanden van het plan met toevoeging van de benodigde parkeerbehoefte onder de 90% blijft (zie bijlage 3).
PARKEERSITUATIE
2.2.3.4 Fietsparkeren Bij het bepalen van de behoefte aan fietsparkeerplaatsen bij nieuwbouw, verbouwing of functiewijziging wordt eveneens uitgegaan van de ''Nota Parkeernormen 2019'' van de gemeente Eindhoven die gebaseerd zijn op de Publicatie "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, CROW 317, Oktober 2012". vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
21
Om voldoende parkeergelegenheid te bieden dienen minimaal 93 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Indien er per woning een fietsberging wordt opgenomen in het planvoornemen mag rekening gehouden worden met 29 x 2,8 = 81,2 parkeerplaatsen op eigen terrein. Er worden in totaal 29 bergingen gerealiseerd (met elk ruimte voor 2 fietsen =) 58 fietsparkeerplaatsen en 30 buiten' fietsparkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Door de aanleg van de diverse fietsenstallingen én de bergingen wordt ruim in de behoefte in fietsen parkeren voorzien. Daarom is het zeer gewenst dat er een aantal plekken voor buitenmaatse fietsen (bakfietsen/ elektrische fietsen) gerealiseerd worden. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door de voorste stalling (15 fpp) te vervangen door fietsnietjes met hier voldoende ruimte tussen. 2.2.4
Groen en water
In de huidige situatie is het gehele plangebied bebouwd en kent het geen groenstructuren en oppervlaktewater. In de nieuwe situatie wordt er een daktuin aangelegd met een oppervlakte van ca. 85 m2. De benodigde groencompensatie bedraagt 8 m2 per appartement. Dit geeft een opgave van (29 x 8 = ) 232 m2 groen binnen het plangebied. Hier wordt in voorzien door de realisatie van de omliggende tuin en binnentuin op de begane grond en de daktuin op de 1e verdieping.
Er wordt geen oppervlaktewater aangebracht in het planvoornemen. Wel wordt een ondergrondse waterbergingsvoorziening van 13-63 m2 aangelegd (zie paragraaf 5.3). Afhankelijk van welke keuze later in het proces wordt gekozen. 2.2.5
Duurzame en gezonde leefomgeving
Een duurzame en gezonde leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van mens en natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen, technologische doorbraken en politieke onzekerheid. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in energietransitie en klimaatbestendigheid. 2.2.5.1 Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld.
Onderhavig plan draagt op de volgende wijzen bij aan de energietransitie: Er worden zonnepanelen aangelegd op delen van het dak van de 2e en 3e verdieping; de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd; de woningen worden conform BENG-norm gebouwd. Indien gebruik gemaakt gaat worden van bodemenergie, dient rekening gehouden te worden met de reeds aanwezige bodemenergiesystemen in het gebied.
22
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
2.2.5.2 Klimaatbestendigheid Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden langer, heter en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling.
Onderhavig plan voorziet hier op de volgende wijze in: Waterkwaliteit krijgt aandacht door bij de inrichting-, bouw- en beheerfase zo min mogelijk vervuilende stoffen toe te voegen aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem; waterberging op eigen terrein; realisatie groendaken; zo min mogelijk verharding / halfverharding; groen / bomen planten in de vorm van leilinden ten behoeve van opname van stikstof en CO2, het vast houden van water en het tegengaan van hittestress; goed openbaar vervoer; goede langzaam verkeersnetwerken;
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
23
24
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op: nationaal niveau; provinciaal niveau; gemeentelijk niveau.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Vooruitelopend op de invoering van de omgevingswet (janurai 2022) is de Nationale omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI (vastgesteld op 11 september 2020) biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. De oplopende druk op de fysieke leefomgeving vraagt om scherpe en fundamentele keuzes en daarmee om meer regie vanuit het Rijk om richting te geven aan de toekomstige fysieke leefomgeving van Nederland. Het Rijk neemt met de NOVI en bijbehorende Uitvoeringsagenda het voortouw. De NOVI is gericht op de nationale schaal, waarbij het conform de Omgevingswet gaat om Europees Nederland inclusief de territoriale wateren, exclusief het Caribisch deel van ons Koninkrijk.
De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16.
Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Daarnaast is de NOVI een dynamische visie die, gevoed door de uitvoeringspraktijk en vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
25
maatschappelijke ontwikkelingen, kan veranderen in de tijd. Dit werkt door in de Uitvoeringsagenda. Net als de NOVI heeft ook de Uitvoeringsagenda een adaptief en dynamisch karakter.
Conclusie Voorliggend initiatief is van dermate kleine schaal dat er geen nationale belangen in het geding zijn. Wel wordt invulling gegeven aan het volgende belang 'Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften'. 3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten.
Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie.
Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, Rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1).
De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuidoost-Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land. Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. Hightech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agrifood, tuinbouw en logistiek belangrijk.
In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieus, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.
Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke 26
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
aanpak, waarmee investeringen en ander Rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt.
De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van "best practices"). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden.
De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. In de volgende subparagraaf wordt hier nader op ingegaan. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Nationaal belang 13 is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van: a. de behoefte aan die ontwikkeling; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Alvorens te toetsen aan de Ladder dient te worden vastgesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit begrip is in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Bro gedefinieerd als ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Ten aanzien van de tot dusver gevormde jurisprudentie ten aanzien van het begrip 'stedelijke ontwikkeling' blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan dergelijke ontwikkeling als te kleinschalig worden aangemerkt om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
27
als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Bro. In de literatuur wordt bij voorziene ontwikkelingen met betrekking tot woningbouw gesproken over een daadwerkelijke ondergrens. Volgens vaste jurisprudentie zijn elf woningen (welke op één dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd (ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3542, r.o. 8.2.). Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus twaalf (ABRvS 22 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2329, r.o. 6.3).
Betekenis voor het plangebied Onderhavig plan voorziet in de realisatie van maximaal 29 (zorg)appartementen op de locatie waar in het vigerende bestemmingsplan de bestemmingen 'Detailhandel', 'Maatschappelijke doeleinden' en 'Verkeer' gelden. Dit betekent dat onderhavige locatie reeds niet als woningbouwlocatie is bestemd en in totaal 0 woningen mogelijk zijn. Dit betekent een toename van 29 extra wooneenheden. Het planvoornemen valt onder de definitie van 'stedelijke ontwikkeling'.
Verantwoording De toevoeging van extra woningen sluit aan bij de toenemende vraag naar (zorg)woningen in de regio. Voor de gemeente Eindhoven ligt een actuele vraag naar gemiddeld 1182 woningen per jaar voor de komende 10 jaar. Met de toevoeging van 29 extra wooneenheden en de vergroting van de diversiteit van de woningen voldoet het bestemmingsplan aan de actuele regionale woningbouwbehoefte en past dit binnen de eisen gesteld in het regionaal beleid (zie paragraaf 3.4.1) en de gemeentelijke woonvisie (zie paragraaf 3.4.2.1).
Conclusie Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking. 3.1.4
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Er is gekozen om de regels zoveel mogelijk direct door te laten werken op het niveau van de lokale besluitvorming. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, zoals bij de Ecologische Hoofdstructuur en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind.
Voor de regio Eindhoven is de zone van de 380 Kv hoogspanningsleiding van toepassing. Dit is de bestaande hoogspanningsleiding gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. In dit plangebied is geen sprake van een 380 Kv hoogspanningsleiding.
Onderhavig plangebied ligt daarin tegen wel binnen het obstakelbeheergebied van vliegbasis Eindhoven Airport, waarbinnen het Barro van toepassing is. In paragraaf 4.3.2.4 wordt hier nader op ingegaan. De beperkingen in verband met de vliegbasis Eindhoven Airport vormen geen belemmering voor het plan.
28
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's: Omgevingsvisie Noord-Brabant; Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld (14 december 2018). Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaan vervangen.
De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. 2. 3. 4.
werken aan de Brabantse energietransitie; werken aan een klimaatproof Brabant; werken aan een slimme netwerkstad; werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Analyse Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 29 nieuwbouw (zorg)appartementen en 1 ondersteunende ruimte voor de zorgfunctie. Deze relatief kleinschalige ontwikkeling draagt op de volgende wijze bij aan de 'grote' hoofdopgaven.
ad 1.
De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuw e w oningen binnen het plangebied zullen minstens aan de in het Bouw besluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Nadere uitw erking hiervan zal plaatsvinden in het kader van het bouw plan voor de w ooneenheden. Daar komt dan ook de verduurzaming van de energie aan bod, bijvoorbeeld door het aanleggen van een eigen energievoorziening in de vorm van zonnepanelen.
ad 2.
Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en w aterrobuuste inrichting. Onderhavig plan w ordt gerealiseerd op een plek die hoog en droog genoeg is. Door infiltratie van het hemelw ater ter plaatse w ordt voorkomen dat er een versnelde afvoer plaatsvindt. Tevens w ordt er een groen dak aangelegd w aarmee er een vertraagde afvoer van het w ater plaatsvindt. Het ontw erp van de w ooneenheden kunnen voorts een bijdrage leveren aan de klimaatadaptatie. Dit w ordt in het bouw plan nader uitgew erkt.
ad 3.
Een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netw erkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen w enselijk vanuit kw alitatieve overw egingen en bij een concrete marktvraag. De 29 w ooneenheden w orden gerealiseerd op een inbreidingslocatie w at inhoudt dat het bestaand stedelijk gebied niet w ordt vergroot. Het is zaak om bij w oningbouw eerst te onderzoeken of dit kan gebeuren binnen bestaand stedelijk gebied. Hieraan w ordt voldaan binnen dit planvoornemen.
ad 4.
Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door een zorgvuldige inpassing van de w ooneenheden inclusief de sloop van het oude gebouw en de realisatie van 29 (zorg)appartementen w ordt een bijdrage geleverd aan de leefomgeving en daarmee aan het vestigingsklimaat.
Conclusie Het plan geeft invulling aan bij de opgaven van de Omgevingsvisie Noord-Brabant. vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
29
3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim Omgevingsverordening bevat de provinciale regels en randvoorwaarden met een bindende werking over de fysieke leefomgeving. Deze vloeien voort uit de in de Omgevingsvisie genoemde doelen. De Interim Omgevingsverordening is opgesteld naar de gedachtegang van de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2022 in werking zal treden.
De Interim omgevingsverordening (IOV) heeft een opbouw naar de verschillende doelgroepen. Voor onderhavig plan zijn in beginsel uitsluitend de in hoofdstuk 3 opgenomen "Instructieregels aan gemeenten" aan de orde. De afdelingen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden (waarbij de volgorde is omgekeerd ten behoeve van vergroting van de toepasbaarheid): afdelingen 3.5 tot en met 3.7: de toedeling van functies; afdelingen 3.2 tot en met 3.4: de bescherming van gebiedskenmerken; afdeling 3.1: de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. 3.2.2.1 De toedeling van functies Het plangebied is onderdeel van het stedelijke gebied. In beginsel zijn daar conform artikel 3.42 woningen toegestaan, mits voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hieronder is dit artikel overgenomen en wordt aan de voorwaarden getoetst.
''Artikel 3.42 - duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; Onderhavig planvoornemen past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4. b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Onderhavig planvoornemen zorgt voor de sloop van een verouderd poppodium en de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie. Deze ontwikkeling zal minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Daarnaast wordt deze woonlocatie gerealiseerd als stedelijke inbreiding, waardoor binnen het concentratiegebied van de gemeente Eindhoven de stedelijke opgaven worden verwezenlijkt. Dit sluit aan bij de omgeving. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; Onderhavig planvoornemen voldoet aan alle uitvoeringsaspecten. Deze worden nader toegelicht in hoofdstuk 4. b.
bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; Onderhavig planvoornemen zorgt voor de sloop van een verouderd poppodium en de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie. Hiermee draagt dit planvoornemen bij aan de transformatie van verouderde stedelijke gebieden. c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; Onderhavig planvoornemen voorziet met de sloop van een verouderd poppodium en de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie in mogelijkheden voor duurzaam gebruik van de bebouwing. Dit wordt verder uitgewerkt in het bouwplan behorende bij dit planvoornemen. 30
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; Onderhavig planvoornemen voldoet aan de in hoofdstuk 5 benoemde eisen voor de opvang en afvoer van hemelwater. Hiermee wordt voldaan aan dit sublid. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een verandering/aanpassing met betrekking tot duurzame mobiliteit. Dit sublid is niet van toepassing. f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Onderhavig planvoornemen draagt met de realisatie van 29 (zorg)woningen bij aan de continuïteit van Eindhoven als woon-/verblijfslocatie. Daarnaast wordt de gemeentelijke economie gestimuleerd doordat de bewoners van deze locatie normaliter uitgaven binnen de gemeentegrens doen. 3.2.2.2 De bescherming van gebiedskenmerken Ter plaatse van het plangebied geldt het gebiedskenmerk 'Stalderingsgebied'. Het artikel 3.52 stelt regels aangaande de ontwikkeling van veehouderijen. Onderhavig plan omvat geen veehouderijen. Er hoeft derhalve geen nadere toetsing plaats te vinden. 3.2.2.3 De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Om te komen tot een goede omgevingskwaliteit moet rekening gehouden worden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in het gebied (toepassing lagenbenadering) en meerwaardecreatie.
Er is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik, omdat het nieuwe appartementencomplex wordt gerealiseerd binnen het bestaand stedelijke gebied van Eindhoven. Hiermee ontstaat tevens een logische afronding van de straat, waarbij verloedering van het plangebied wordt tegengegaan.
De situering van het appartementencomplex sluit aan bij de verkavelingsstructuur in directe omgeving. Er wordt hierin aansluiting gezocht bij de omliggende percelen.
Het planvoornemen leidt tot de toevoeging van 29 (zorg)woningen binnen de kern Eindhoven, waarbij de woning aansluit bij de doelstellingen geformuleerd in de woonvisie (paragraaf 3.4.2). Er is daarmee tevens een waardecreatie in het algemeen belang. 3.2.2.4 Conclusie Het plan past binnen het beleid van de Interim Omgevingsverordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Eindhoven (2020)
In juni 2020 is de omgevingsvisie van Eindhoven 'Eindhoven: Kloppend hart van brainport' vastgesteld. Een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid.
Ambitie Eindhoven streeft er naar om samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom randvoorwaardelijk in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
31
Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: 1. 2. 3. 4.
economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden.
Als deze ambities naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen worden gelegd, zijn er een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied.
Het verschil tussen de hiervoor genoemde ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Werken aan een gezonde groei van de stad; Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum; Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit; Werken aan een duurzame en concurrerende economie; Werken aan de energietransitie van de stad; Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid.
Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van 29 (zorg)appartementen op een inbreidingslocatie binnen de gemeente Eindhoven. De ontwikkeling is passend binnen het vigerende gemeentelijke beleid.
32
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
KAART STEDELIJKE EN GROENE HOOFDSTRUCTUUR OMGEVINGSVISIE EINDHOVEN 2020
3.4
Volkshuisvesting
3.4.1
Regionaal beleid
Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 29 woningen mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft gemeente Eindhoven. Hierbij wordt opgemerkt dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de woningvraag groter is dan de totale harde plancapaciteit.
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
33
Voor de behoefte aan woningen, zowel naar kwantiteit als naar kwaliteit, baseren we ons op het onderzoek "Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt 2018" van Companen. De woningbehoefte voor Eindhoven is voor de periode 2019 t/m 2023 berekend op 15.000 woningen. Deze kwantitatieve behoefte van 15.000 woningen voor de periode 2019 t/m 2023 is ook opgenomen in de Woondeal.
Op 7 maart 2019 hebben de minister van Binnenlandse Zaken (BZK), de provincie Noord-Brabant en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de Woondeal ondertekend. Met de ondertekening van de Woondeal zetten partijen zich in om de woonopgave in deze regio aan te pakken.
De Woondeal helpt de gewenste versnelling van de woonopgave in Eindhoven en de andere acht gemeenten binnen het SGE te realiseren: meer woningen, op de juiste locatie en voor de goede doelgroep. De versnelling moet in de periode tot 2024 zo'n 27.000 woningen opleveren. Dit komt in Eindhoven neer op een forse versnelling van de jaarlijkse woningbouwproductie naar ongeveer 3.000 woningen gemiddeld per jaar. De Woondeal gaat daarnaast ook over de werking van de woningmarkt (met name op het gebied van regelgeving), de plancapaciteit (de periode tot 2040) en integrale gebiedsontwikkeling in Eindhoven. De Woondeal is een eerste stap van een langjarig partnerschap met de betrokken partijen.
Versnellen woningbouwproductie Het SGE heeft behoefte aan 27.000 woningen in de periode 2019 tot en met 2023. Deze behoefteraming geldt als richtinggevend bij de versnelling van de woningbouwproductie. De minister, de provincie en het SGE hebben hierover het volgende afgesproken in de Woondeal: a. Het zwaartepunt voor het realiseren van groen-stedelijke woonmilieus ligt - zoals vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen SGE 2017 - in de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. De minister, de provincie en het SGE volgen de ontwikkeling van deze locaties als geheel op het gebied van aantallen en exploitatie. Het zwaartepunt voor het realiseren van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring. b. Onderzoek toont aan dat de woningbehoefte in Eindhoven de komende vijf jaar ca. 15.000 woningen bedraagt (als onderdeel van het totaal van 27.000 voor het SGE). Dit vraagt een forse versnelling van de jaarlijkse woningbouw-productie naar ca. 3.000 woningen gemiddeld per jaar. c. De minister, de provincie en het SGE onderzoeken of de versnelling kan worden uitgevoerd binnen de bestaande mogelijkheden.
Indien aanpassingen nodig zijn in bijvoorbeeld provinciale beleidskaders, regelgeving of instrumenten, dan spannen de provincie en het SGE zich gezamenlijk in om deze wijzigingen door te voeren. De minister spant zich in om, indien nodig, het toepassen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte mogelijk te maken. Monitoren van de woningbouwplanning en -programmering De woningmarkt is per definitie - en zeker voor de middellange en langere termijn - omkleed met de nodige onzekerheden, samenhangend bijvoorbeeld met (veranderende) demografische, economische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Om hier goed op in te kunnen spelen is door het SGE en de provincie een monitoringssysteem ingericht op basis waarvan jaarlijks afspraken worden gemaakt over de woningbouwplanning en -programmering in het SGE. De richtinggevende principes uit de Brabantse Agenda Wonen en de principes uit het 34
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
Afsprakenkader Wonen 2017 zijn hierbij leidraad. Uitgangspunt is te voorzien in een realistisch, flexibel planaanbod op basis waarvan woningbouwlocaties versneld en vraaggericht worden ontwikkeld. Doel van de monitoring is om steeds een actueel, gezamenlijk beeld te hebben van wat er speelt op de regionale woningmarkt, waar knelpunten zijn of dreigen en welke strategieën moeten worden ingezet om de voortgang van de woningbouwproductie te bevorderen.
Afspraken in Woondeal over voldoende plancapaciteit Plancapaciteit Het SGE heeft de behoefte om tussen 2024 en 2040 tussen de 22.500 en 35.000 woningen te realiseren, waarvan voor Eindhoven tussen de 12.500 en 25.000. Om deze productie mogelijk te maken is ook hier bovenstaande formulering onder punt c. van toepassing. Ter onderbouwing gaat het SGE in 2021, in samenwerking met de provincie, de regionale woningbehoefte nader onderzoeken. De uitkomsten hiervan worden gebruikt voor een actualisatie van het woningbouwprogramma vanaf 2024, als onderdeel van het huidige Afsprakenkader 2017.
Monitoren Op basis van het bovengenoemde monitoringssysteem bespreken de minister, Eindhoven, de provincie en het SGE jaarlijks de ontwikkeling van de feitelijke woningbouwproductie en de woningbehoefte, zowel kwantitatief als kwalitatief, evenals de (harde en zachte) plancapaciteit, met specifieke aandacht voor de betaalbaarheid. Indien nodig wordt op basis van deze monitoring extra inzet gepleegd. 3.4.2
Gemeentelijk beleid
3.4.2.1 Woonvisie De 'Woonvisie' is op 15 december 2015 vastgesteld. In de Woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maakt het de richting waarin het wil ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Drie pijlers zijn geformuleerd als kader voor de nieuwe opgave: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad.
3.4.2.1.1 Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid wordt een gemengde en gevarieerde omgeving verstaan waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft.
De gemeente staat voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. Hierin verwacht het dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
35
bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 wil de gemeente minstens twee-derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren.
3.4.2.1.2 Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. Hierin zorgt de gemeente dat er voor hen een vangnet is.
De gemeente geeft aan oog te hebben voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst.
De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'.
Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. De gemeente zet in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden.
36
vastgesteld V Limbeek-Woenselse Watermolen (Zoutstraat 2-4) Gemeente Eindhoven
3.4.2.1.3 Innovatieve stad De gemeente gaat partijen uitdagen om klant georiënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen.
Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen. Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed.